SAND-data Herzele (O133p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03283) vertaling: Jan weet nog van die vertellinge
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03283) vertaling: M&P zien mekaar veur de kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03283) vertaling: Toon wast hem
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03283) vertaling: den temmerman hé gien noagels bij hem
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03283) vertaling: Fons zag een slange nevest em
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03283) vertaling: Rik liet mij veur hem werken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03283) vertaling: Joanne liet eur meedrijven op de baren
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03283) vertaling: Toon bekeek hem zelf ne keer goed in de spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03283) vertaling: Jan he in twie menuten een bierken gedronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03283) vertaling: die schoenen luupen gemakkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03283) vertaling: Warre kenjt zij zelven goed
opm.: reflexief: zichzelf of reflexief: zijn zelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03283) vertaling: Ward he gehuurd dat er pertretten van hemzelf in de vitrine stoan
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03283) vertaling: die patatters schellen nie gemakkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03283) vertaling: da glas brekt as 't op de grond valjt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03283) vertaling: docteur, leve kik we gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03283) vertaling: a joaren leeft ij van den deel van zijn voar
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03283) vertaling: dees week leeft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03283) vertaling: lieve 't nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03283) vertaling: oelang leef de geur nou al van dien deel
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03283) vertaling: in Bretagne leeven ze veural van de visserij
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03283) vertaling: noar 't eten goa kik sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03283) vertaling: zo kik da we keunen doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03283) vertaling: hij liet zijn kot afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03283) vertaling: ik weet da Jan hert moe keunen werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03283) vertaling: ik weet da Jan hert moe keunen werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03283) vertaling: ik weet da Jan hert moe keunen werken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03283) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03283) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03283) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03283) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03283) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03283) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03283) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03283) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03283) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03283) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03283) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03283) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4,5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4,5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03283) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03283) vertaling: Jan ee gien ienen boek mier
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03283) vertaling: Jan en ee gien ienen boek mier
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03283) vertaling: boeken ee Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03283) vertaling: Jan ee nie veel geljt mier
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03283) vertaling: t'r mag niemand spreken over die miserie
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03283) vertaling: t'r mag niemand nie spreken over die miserie
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03283) vertaling: niemand zegt dat hij komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03283) vertaling: zitten d'r ier ieveranst muizen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03283) vertaling: ik geef niet aan nen anderen
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03283) vertaling: niemand wilt er werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03283) vertaling: wer wisten nie dat hij thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03283) vertaling: ik wisten 't uuk nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03283) vertaling: ij mag mee niemand spreken over die miserie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03283) vertaling: Jan weetj dat hij veur ten drie uren de wagen moet gemoakt en
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4,5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 4,5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03283) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03283) komt voor: n
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03283) vertaling: Marie euren otto es kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03283) vertaling: Piet zijnen otto es kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03283) vertaling: deie meinsch eure otto es kapot
opm.: vreemd antwoord en moeilijk leesbaar
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03283) vertaling: die meins zijnen otto es kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03283) vertaling: dien otto es nie van mij moar van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03283) vertaling: gisterens gazette ligt onder den TV
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03283) vertaling: die jongens heur velo's zijn gepakt
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03283) vertaling: die zusters heur moeder es doar toegekomen
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03283) vertaling: da 's Wim zijnen otto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03283) vertaling: da 's mijnen velo
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03283) vertaling: ij mag mee niemand spreken over die miserie
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03283) vertaling: ik wil iemand zier doen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03283) vertaling: 't is spijtig da wer nie meugen kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03283) vertaling: da goa kik nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03283) vertaling: ik ei nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03283) vertaling: ij oo 't nog moar just verteld of Marie begost te schrieën
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03283) vertaling: goat die commerse moar ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03283) vertaling: hij werkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03283) vertaling: ik verbie ou om hier te komen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03283) vertaling: Jan maaktegen da wer Marie nie kosten bellen
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03283) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03283) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03283) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03283) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03283) komt voor: n
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03283) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03283) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03283) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03283) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03283) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03283) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03283) fragment: gelijk (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03283) fragment: gelijk (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03283) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03283) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03283) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03283) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03283) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03283) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03283) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03283) fragment: kuren en (1)
opm.: ???
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03283) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03283) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03283) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03283) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03283) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03283) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03283) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03283) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03283) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03283) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03283) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03283) fragment: dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03283) vertaling: ik weet da je geur op niemand kwaad zijt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03283) vertaling: ik weet da ze op niet pront es
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03283) vertaling: Els peist da 't nie gemakkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03283) vertaling: ik weet da 'k te loat ben en gij niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03283) vertaling: ge weetj toch da j gij moet werken en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03283) vertaling: iedereen peist da me weur noar huis goan en zeur nog meugen blijven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03283) vertaling: 't es spijtig dat hij komt en da ze zij weggoat
opm.: subjectdubbeling 3.ev.vrouw in bijzin.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03283) vertaling: ik peis da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03283) vertaling: ik peis da P&L goan trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03283) vertaling: hij doe'n hij doet
opm.: twijfelgeval negatiepartikel
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03283) komt voor: j
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03283) vertaling: hij doe 'n hij doet
opm.: twijfelgeval negatiepartikel
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03283) komt voor: j
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03283) vertaling: neen hij doet dat niet
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03283) komt voor: j
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03283) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03283) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03283) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03283) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03283) fragment: van die (1)
opm.: ???
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03283) fragment: waarop (1)
opm.: ???
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03283) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03283) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03283) fragment: omdat 't daar (1)
opm.: ???
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03283) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03283) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03283) fragment: toen (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03283) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03283) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03283) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03283) vertaling: wie peisdege da kik in de stad tegenkwam
opm.: preteritum
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03283) vertaling: hoe peis de gij dat ze 't ein garrangeerd
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03283) vertaling: Hoe peis de gij da ze het ein garrangeerd
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03283) vertaling: Magda weetj nie wie weur willen bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03283) vertaling: weetj er iemand of da me wer geroepen en
opm.: d.i. andere zin
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03283) vertaling: wie peis de wie da kik in 't stad gezien ei
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03283) vertaling: wie peis de gij die 'k in 't stad gezien ei
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03283) vertaling: hij ee zijn hunen gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03283) vertaling: hij hee zijn hemme gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03283) vertaling: ij ee nen oet op zijne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03283) vertaling: ij ee een plekke op zijn heime
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03283) vertaling: ij ee zijn been gebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03283) vertaling: hij ee hem zeer gedoan
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: hem
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03283) vertaling: Marie trok 't deksel op heur
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03283) vertaling: Luc weet dat er pertretten van hemzelf te kuup zijn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03283) vertaling: ge weetj toch we da men tuch deur da bos omenweer zijn gelopen
opm.: voegwoordvervoeging??? cf. -n op 'me'
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03283) vertaling: ik witj nog da dien otto vanMarie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03283) vertaling: ze zag dat hij gelek een verken zat t' eten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03283) vertaling: wer wetn nog we da al Jan zijn boeken gepiekt woaren, moar zer weten 't nie mier
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03283) vertaling: weet je ger nog da we Jan op de mert gezien ein
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03283) vertaling: hij e hem een malheur gewerkt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03283) vertaling: hij voeldegen hem deur het ijs zakken
opm.: reflexief: hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03283) vertaling: zot hij da kenen gedoan ein
opm.: dav
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03283) fragment: gekeunen (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03283) fragment: gedoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03283) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: dav
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: dav
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: dav
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: dav
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03283) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: dav
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: dav
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: dav
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: dav
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: dav
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: dav
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03283) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03283) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03283) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03283) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03283) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03283) vertaling: we moeten noar de schuur en de koeien voeiren
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03283) vertaling: we moeten noar de schuur en de koeien voeiren
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03283) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03283) vertaling: ik peis dat hij wig is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03283) vertaling: ik peis dat hij wig is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03283) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03283) vertaling: ik weet dat hij weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03283) vertaling: ik weet dat hij weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03283) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03283) vertaling: de politie zo bij hem kommen en hem meepakken
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03283) vertaling: de politie zo bij hem kommen en hem meepakken
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03283) vertaling: Marie al eur koeien zijn verdronken bij d' overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03283) vertaling: Marie al eur koeien zijn verdronken bij d' overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03283) vertaling: kaas maken weet ik nie van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03283) vertaling: kaas maken weet ik nie van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03283) vertaling: mee Jan be k no de mart geweest
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03283) vertaling: mee Jan be k no de mart geweest
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03283) vertaling: ik ei a drei sommen gemoakt. Wa kiene e je gij gemaakt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03283) vertaling: ik ei a drei sommen gemoakt. Wa kiene e je gij gemaakt
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03283) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03283) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03283) vertaling: de die zo kik nie durven opeten
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03283) vertaling: de die zo kik nie durven opeten
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03283) vertaling: ik weet da Jan noar de mert geweest he
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03283) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03283) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03283) vertaling: ik weere nou moe, tuuch houg ik er maar mee op
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03283) vertaling: ik weere nou moe, tuuch houg ik er maar mee op
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03283) vertaling: hij deed em veuren precies ofdat hij uit zijn bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03283) vertaling: hij deed em veuren precies ofdat hij uit zijn bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03283) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03283) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03283) vertaling: in dien tijd leefdegen d'r kik op los
opm.: let op volgorde 'er' en 'ik'
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03283) vertaling: vroeger leefdegen ij gelek een bieste
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03283) vertaling: doar leeven wer gelek God in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03283) vertaling: niemand mag 't zien, dus vienj ekik da je gie ook nie meugt
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03283) vertaling: 't gebeurdigen as ge weggink
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03283) vertaling: ik weet woar da je gij geboren zijt
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03283) vertaling: as ge geried zijt, meug de weggoan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03283) vertaling: deurdat Marie duud was, he heure moan Anna nie meer keunen helpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03283) vertaling: ik weet dat hij gaan zwemmen es
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03283) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03283) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03283) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03283) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03283) vertaling: jak
komt voor: j
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03283) vertaling: jak
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03283) vertaling: joas
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03283) vertaling: joas
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03283) vertaling: joas
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03283) vertaling: joat
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03283) vertaling: joat
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03283) vertaling: wie da
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03283) vertaling: wie da
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03283) vertaling: mee zuuk 'n weer keu je nie veel doen
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03283) vertaling: mee zuuk 'n weer keu je nie veel doen
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03283) vertaling: as 't kermes es, de mense kommen buutn
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03283) vertaling: as 't kermes es, de mense kommen buutn
komt voor: j
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03283) vertaling: 'k wil hem nuut nie mer zien want hji he mij bedrogen
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03283) vertaling: 'k wil hem nuut nie mer zien want hji he mij bedrogen
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03283) vertaling: ik wil hem nuut meer zien omdat hij mij bedrogen he
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03283) vertaling: ik wil hem nuut meer zien omdat hij mij bedrogen he
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03283) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03283) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03283) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03283) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03283) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03283) vertaling: mee hij te weirken moest ze zij de gielen dag thuis blijven
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03283) vertaling: mee 't snieën kosten wer de stad nie uit
opm.: twijfelgeval absoluut 'met' en te-infintief: ambigu met 'het sneeuwen'
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03283) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03283) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03283) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03283) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03283) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03283) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03283) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03283) fragment: die (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03283) fragment: die (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03283) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03283) fragment: waarmee (1)
opm.: ???
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03283) fragment: wie dat (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03283) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03283) fragment: da (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03283) fragment: da (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03283) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03283) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03283) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03283) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03283) fragment: als ge (1)
opm.: ???
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03283) fragment: van (1)
opm.: ???
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03283) vertaling: Piet peist da Jan en Marie op niemand kwaad zijn
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03283) vertaling: Wim peist da we nooit niemand ne prijs geven
opm.: twijfelgeval dubbele negatie of negative concord (m.i. tweede)
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03283) vertaling: 't es woar da ze niet meugen met Marie klappen
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03283) vertaling: nieveranst
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03283) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03283) vertaling: nuut niet
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03283) vertaling: niemendalle
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03283) vertaling: gien ien
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03283) vertaling: zeigt em nie da kik noar buitn ben geweest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03283) vertaling: nie vertellen da j ne kadoo veur em ejt gekocht, huurt
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03283) vertaling: weet te nie dat ij gevallen es
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03283) vertaling: Wendy probeerdegen om niemand zeer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03283) vertaling: tj schijnt da ze niet mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03283) vertaling: ze schijnjt niet te meugen eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03283) vertaling: ze proberen a ne gielen dag om mekoar op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03283) vertaling: 't beloof weer ne schuenen dag te ... (onvolledig)
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03283) vertaling: 't es misschien beter om nog e wa te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03283) vertaling: wer oan 't geluk om hem derekt weer te vinnen
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03283) vertaling: as de oeners ne valk zien zijn ze schou
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03283) vertaling: as we de patatten nie keunen verkupen zitten we mee misere
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03283) vertaling: as g' em nie meepakt werre kik koad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03283) vertaling: ij wist et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03283) vertaling: op dat fiest werd er veel gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03283) vertaling: nou werd er allien nog moar bruued verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03283) vertaling: as ij mee de velo komt zat ij te loat zijn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03283) vertaling: as ge tijd hed, komt dan ne keer alhier
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03283) vertaling: az ekik rijk ben, kuup 'k hou een dieren otto
opm.: hou = jou ???
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03283) komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03283) komt voor: j
opm.: geen vertaling
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03283) vertaling: durf de 'r gij op dougen
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03283) vertaling: durf de gij em vroagen
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03283) vertaling: durf de gij den dien vroagen
opm.: andere zin
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03283) vertaling: es Pol hier geweest
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03283) vertaling: he je gie mij dien brief opgezonden
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03283) vertaling: ik he het hem gegeven
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03283) vertaling: Marie he gezeigd da je hetj geprobeerd een lieken te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03283) vertaling: Marie ee gezeigd da te gij een lieken hedjt proberen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03283) vertaling: Marie he gezeigd da je hetj geprobeerd een lieken te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03283) vertaling: Marie ee gezeigd da te gij een lieken hedjt proberen te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03283) vertaling: Marie he gezeigd da je heur hetj geprobeerd nen boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03283) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03283) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03283) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03283) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03283) vertaling: de die van 't stad hem hier veel huizen gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03283) vertaling: aan die nouien voart, doar zie je giene mensch meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03283) vertaling: giseren es die Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03283) vertaling: den dag da Jan bellegen waz ekik niet thuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03283) vertaling: Jef den dien zo kik nuut vragen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03283) vertaling: Marie de die zo azuu nuut iet doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03283) vertaling: Bert den dien drinkt we ne kier een glas te veel
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03283) vertaling: Martha de die zo kik ne kie bij mij thuis willen vroagen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03283) vertaling: dat uis da zo kik nuut willen kuupen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03283) vertaling: da uis da stoat doar ol 't fiftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03283) komt voor: j
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03283) komt voor: j
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03283) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03283) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03283) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03283) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03283) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03283) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03283) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03283) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03283) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03283) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03283) komt voor: j
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03283) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03283) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03283) vertaling: He Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03283) vertaling: past op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03283) vertaling: 't en was moar juust genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03283) vertaling: Marjo he nou mier koeien as vroeger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03283) vertaling: as Susanne oo keunen kommen tuch oo ze da gedoan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03283) vertaling: z' es den besten dokteur die 'k kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03283) vertaling: veur da je iet wegwerpt moe je ne keer bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03283) vertaling: hier es oales wat da 'kik gekregen hei
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03283) vertaling: Jan es te biest om iet oan zijn kiesjers te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03283) vertaling: asof hij ie van voetbaln weetj
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03283) vertaling: dien boek legd em neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03283) vertaling: as ge echt nie keunt wachten komt dan maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03283) vertaling: 'k weet da Jan den docteur oo keunen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03283) vertaling: 'k weet da Jan den docteur kost geroepen hein
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03283) vertaling: hij zej dag et ik oo mùoeten doen
opm.: let op merkwaardige vorm voegwoord (ken ikzelf ook, gdv)
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03283) vertaling: hij zei da kik et moest gedaan hein
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03283) vertaling: hij es passeerde week deur den docteur Mertens goppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03283) vertaling: hij werd meiren deur den docteur Mertens goppereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03283) positie: 1
opm.: dav: vraag slecht begrepen en geen vertaling
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03283) positie: 2
opm.: dav: vraag slecht begrepen en geen vertaling
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03283) positie: 2
opm.: dav: vraag slecht begrepen en geen vertaling
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03283) positie: 2
opm.: dav: vraag slecht begrepen en geen vertaling
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03283) positie: 2
opm.: dav: vraag slecht begrepen en geen vertaling
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03283) positie: 2
opm.: dav: vraag slecht begrepen en geen vertaling
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03283) fragment: deur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03283) vertaling: a zuu'n dingen ei 'k nog nooit gezien
komt voor: j
opm.: dav: warschijnlijk mv.
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03283) vertaling: a zuu'n dingen ei 'k nog nooit gezien
komt voor: j
opm.: dav: warschijnlijk mv.
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03283) vertaling: a zuu'n vroue keun je moar beter nie tegenspreken
komt voor: j
opm.: dav
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03283) vertaling: a zuu'n vroue keun je moar beter nie tegenspreken
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03283) vertaling: a zuu ne meins e altijd wa om over te kloagen
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03283) vertaling: a zuu ne meins e altijd wa om over te kloagen
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03283) vertaling: gij zijt ook ne roaren
komt voor: j
opm.: dav; -en is flexie
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03283) vertaling: gij zijt ook ne roaren
komt voor: j
opm.: dav; -en is flexie
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03283) vertaling: Robert he ienen groenen appel weggegeven en nou et ij nog twie rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03283) vertaling: t'r woaren veel meinsen op 't fies
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03283) vertaling: woaren d'r veel mensen op 't fiest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03283) vertaling: wa he je veur boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03283) vertaling: wa veur boeken he je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03283) vertaling: wa veur boeken he je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03283) vertaling: wa he je veur boeken gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03283) vertaling: hij weunt bij Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03283) vertaling: hij weunt bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03283) vertaling: luupt ne keer abiel noar den bakker
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03283) vertaling: wie he je gij gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03283) vertaling: wie eet er au gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03283) vertaling: oo kik da geweten 'k oo dat niet gedaan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03283) vertaling: zo 't nie beter zijn om nog e wa te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03283) vertaling: gelukkig ee Jan den docteur gebeld en den dien was t'r giele gau
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03283) vertaling: luupt nou toch ne keer deur ambetante jongen
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03283) komt voor: j
gebr.: 5
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03283) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03283) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03283) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Herzele

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Herzele