SAND-data Moorsel (O062p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03275) vertaling: Jan erienerert im da veroul nog goed
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03275) vertaling: Marie en Piet zie makanderen vee de keirk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03275) vertaling: Toon wast im
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03275) vertaling: De schroonweirker ee gien nougelen ne miee be im
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03275) vertaling: Fong zag een slang nivvest im
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03275) vertaling: Eriek liet me vi im weirken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03275) vertaling: Johanna liet eer meedrooven op 't wouter
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03275) vertaling: Toon bezag im ne ke goed ien de spiegel
opm.: reflexief: hem
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03275) vertaling: Jan eeit biensjt de twiee minieten em bierken gedronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03275) vertaling: Dees schoen'n loepe gemakkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03275) vertaling: Waar kinjt zen ooege goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03275) vertaling: Waar eei goeert dater fotoos van zen ooegen ien de vietrien stoun
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03275) vertaling: Dooe petatten schill'n nie gemakkelek
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03275) vertaling: Tees glas brikt as 't op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03275) vertaling: Menieer den doktoor, leeiv'ik wel gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03275) vertaling: A jouren leeift'n van d' eirfenis va ze vouder
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03275) vertaling: Dees week leeif ze op wouter en broeet
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03275) vertaling: leeivet nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03275) vertaling: Oe lang proffeteerde gellen naa aa van de eirfenies
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03275) vertaling: Ien Bretanje leeive ze veaal van de vies
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03275) vertaling: Nou 't ete gonnek sloupen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03275) vertaling: Zoo'k da wil kienen doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03275) vertaling: E liet zen ooes afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03275) vertaling: 'k weet da Jan nooeg moe kiene weirken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03275) vertaling: 'k weet da Jan nooeg moe kiene weirken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03275) vertaling: 'k weet da Jan nooeg moe kiene weirken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03275) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03275) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03275) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03275) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03275) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03275) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03275) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03275) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03275) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03275) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03275) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03275) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03275) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03275) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03275) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03275) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03275) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03275) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03275) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03275) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03275) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03275) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03275) vertaling: Jan eeit genienen boek nie miee
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03275) vertaling: Jan en eeit gieenen boek nie miee
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03275) vertaling: Boeken eet Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03275) vertaling: Jan en eet nie veel geljt nie miee
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03275) vertaling: Der mag nieman nie spreken over da probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03275) vertaling: Der mag nieman nie spreken over da probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03275) vertaling: Do zeet niemant niet datten komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03275) vertaling: Zieten der ier nieverans gieen moozen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03275) vertaling: Ik geef niets on niemant anders
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03275) vertaling: Niemand wil nie werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03275) vertaling: we en wisten nie datten toos was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03275) vertaling: 'k en wiestent ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03275) vertaling: hij mag mi nieman nie spreken over tees probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03275) vertaling: Jan witj datten veren den drooen de wougen gemokt moet immen
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03275) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03275) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03275) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03275) komt voor: n
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03275) vertaling: Marie eren otto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03275) vertaling: Piet zennen otto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03275) vertaling: Denne maan zennen otto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03275) vertaling: Dennen otto is nie fa mooe mo van im
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03275) vertaling: Ja is Karolien en Kristien ellen brirken
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03275) vertaling: Dè jongen elle veloos zè gepiekt
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03275) vertaling: Die geziesters elle moeder is op bezoek
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03275) vertaling: e mag mi nieman nie spreken over tees probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03275) vertaling: ik en wiel nieman nie kwetsjen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03275) vertaling: 't is spooetig da woolen nie moge kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03275) vertaling: Da gonnek nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03275) vertaling: Da gonnek nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03275) vertaling: da en gonnek nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03275) vertaling: da en gonnek nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03275) vertaling: 'k en im nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03275) vertaling: e ooet nog mo zjust vertiljd of Marie begost te schrieen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03275) vertaling: Gout dè commande naa mor opoulen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03275) vertaling: E en werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03275) vertaling: Ik verbie aa om ier te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03275) vertaling: Ja beletje da we Marie beldjen
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: ve (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: ve (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: ve (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: ve (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03275) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03275) fragment: te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03275) fragment: vi te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03275) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03275) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03275) fragment: vi te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: tein (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: tein (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: tein (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: tein (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03275) fragment: as (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03275) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03275) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03275) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03275) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03275) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03275) fragment: gelek (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03275) fragment: gelek (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03275) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03275) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03275) fragment: azeme (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03275) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03275) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03275) fragment: azeme (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03275) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03275) fragment: asge (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03275) fragment: asge (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03275) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03275) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03275) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03275) fragment: asge (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03275) fragment: asge (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03275) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03275) fragment: da (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03275) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03275) fragment: dat (1)
opm.: hij deed azof dat hij haar niet zag
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03275) fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03275) vertaling: iek wit da gooelen op niemant nie kout zeit
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03275) vertaling: iek weet dasse op nieks fier is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03275) vertaling: Els peist dat nie gemakkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03275) vertaling: iek weet dakiek te lout ben en gooe nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03275) vertaling: ge witj toch daggegooe moetj weirken en ieke nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03275) vertaling: elkieen peist dawe nor ooes gon en da zooe nog moe bleiven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03275) vertaling: 't is spooeteg datten ooe komt en da zooe weggout
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03275) vertaling: 'k peis da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03275) vertaling: 'k peis da Pieter en Lieken gon traan
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03275) vertaling: 't en doet
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03275) komt voor: j
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03275) komt voor: j
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03275) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03275) komt voor: j
betekenis: bevestigend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03275) komt voor: j
betekenis: bevestigend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03275) komt voor: j
betekenis: bevestigend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03275) komt voor: j
betekenis: bevestigend
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03275) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03275) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03275) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03275) komt voor: j
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03275) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03275) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03275) komt voor: j
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03275) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03275) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03275) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03275) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03275) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03275) fragment: da ze (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03275) fragment: wou da (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03275) fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03275) fragment: da (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03275) fragment: da (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03275) fragment: wor (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03275) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03275) fragment: watda (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03275) fragment: da (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03275) fragment: wou dad (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03275) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03275) fragment: dad (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03275) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03275) fragment: wooe da (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03275) fragment: da (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03275) fragment: da (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03275) fragment: wooe da (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03275) vertaling: wooe peisde da 'k ien 't stad tegegekomen ben
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03275) vertaling: Wa peisde gellen oe da ze 't opgelost immen
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03275) vertaling: Wa peisde ge oe da ze 't opgelost immen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03275) vertaling: Magda witj niet wooe da we willen opbellen
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03275) vertaling: Wooe peisde wooe dak ien 't stad gezien im
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03275) vertaling: Wooe peisde da 'k ien 't stad tegegekommen ben
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03275) vertaling: E eei zen anne gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03275) vertaling: E eei zen im gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03275) vertaling: E eeit nen oet op zenne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03275) vertaling: E eeit en plek op zen im
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03275) vertaling: E eei zen bieen gebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03275) vertaling: Z' eeit eer zjieer gedoun
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03275) vertaling: Marie trok de sozje nor eer toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03275) vertaling: Luc witj dat er foto's van im te koeep zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03275) vertaling: G' erienert aa toch zeker da we tein dee dennen bos ze gelopen
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03275) vertaling: 'k eriener me dat Marie eren ottoo kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03275) vertaling: z' erienert eer dat 'n gelek e veirken zat t' eetn
opm.: reflexief: haar
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03275) vertaling: We erienneren ons wel dad aal Jan zen boeken gepiekt wouren, mo zellen weten 't nie mie
opm.: reflexief: ons
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03275) vertaling: Eriennerde gellen ellen nog da we Jan op de met gezien immen
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03275) vertaling: E eeit im en breek gewerkt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03275) vertaling: E voeldjen im dee 't ooes zakken
opm.: reflexief: hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03275) vertaling: zot 'n da gedou kienen immen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03275) vertaling: zot 'n da gedou kienen immen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03275) vertaling: zot 'n da gedou kienen immen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03275) vertaling: zot 'n da immen kienen doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03275) vertaling: zot 'n da immen kienen doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03275) vertaling: zot 'n da immen kienen doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03275) vertaling: zot 'n da kienen doen immen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03275) vertaling: zot 'n da kienen doen immen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03275) vertaling: zot 'n da kienen doen immen
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03275) fragment: gekost (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03275) fragment: gedoun (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03275) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03275) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03275) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03275) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03275) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03275) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03275) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03275) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03275) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03275) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03275) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03275) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03275) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03275) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03275) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03275) vertaling: Ik weet dat 'n weg is
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03275) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03275) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03275) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03275) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03275) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03275) vertaling: 'k im al de drooe ieste optellienge gemokt. Welk eje gooe gemokt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03275) vertaling: 'k im al de drooe ieste optellienge gemokt. Welk eje gooe gemokt
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03275) vertaling: waffer eje aa wiggebrocht
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03275) vertaling: waffer eje aa wiggebrocht
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03275) vertaling: a zikken zoo 'k nie teiven opeten
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03275) vertaling: a zikken zoo 'k nie teiven opeten
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03275) vertaling: De dooe zoo 'k nie teiven opeten
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03275) vertaling: De dooe zoo 'k nie teiven opeten
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03275) vertaling: 'k weet da Jan no de met geweest is
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03275) vertaling: 'k weet da Jan no de met geweest is
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03275) vertaling: 'k weet da Jan no de met geweest is
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03275) vertaling: 'k weet da Jan no de met geweest is
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03275) vertaling: Al loeepend kwam ik hem tegen
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03275) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03275) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03275) vertaling: Hij deed asof dat 'n just ooet zen birre kwam
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03275) vertaling: Hij deed asof dat 'n just ooet zen birre kwam
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03275) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03275) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03275) vertaling: In dooenen tooed leeivd'n iek d'er op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03275) vertaling: Vrieger leeivden e gelek en bieest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03275) vertaling: We leeivden dou gelek God ien Frankrek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03275) vertaling: Niemant magget nie sien, dorom vienek dachet gooe oeek nie meegt zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03275) vertaling: 't gebeerent swensjt dache wiggiengt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03275) vertaling: 'k weet wou dache gebore zeit
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03275) vertaling: Naa dache gerieet zeit moogde wechoun
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03275) vertaling: Deerda Marie gestorven was, eeit ere man eer nie mie kienen ilpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03275) vertaling: 'k weet dat 'n go zwemmen is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03275) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03275) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03275) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03275) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03275) komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03275) vertaling: jous
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03275) vertaling: jous
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03275) vertaling: jous
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03275) vertaling: jous
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03275) vertaling: jout
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03275) vertaling: jout
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03275) vertaling: wooe da
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03275) vertaling: wooe da
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03275) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03275) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03275) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03275) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03275) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03275) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03275) vertaling: is 'n doeet
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03275) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03275) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03275) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03275) vertaling: Mi 't te snieen koste we 't stad nie ooet
komt voor: j
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03275) vertaling: Mi 't te snieen koste we 't stad nie ooet
komt voor: j
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03275) fragment: da (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03275) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03275) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03275) fragment: da (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03275) fragment: dat (1)
opm.: twijfel d-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03275) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03275) fragment: da (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03275) fragment: da (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03275) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03275) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03275) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03275) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03275) fragment: da (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03275) fragment: worda (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03275) fragment: wie da (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03275) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03275) fragment: da (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03275) fragment: da (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03275) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03275) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03275) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03275) fragment: dat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03275) fragment: wie dat (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03275) fragment: wooens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03275) vertaling: Piet peist da Jan en Marie op nieman nie kout zen
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03275) vertaling: Wim peist da we noeet iemant ne prooes geven
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03275) vertaling: 't is wou da ze mi Marie nie mogen spreken
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03275) vertaling: nieveranst
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03275) vertaling: nieveranst nie
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03275) vertaling: nieveranst nie
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03275) vertaling: nieveranst
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03275) vertaling: niemant
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03275) vertaling: niemant
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03275) vertaling: niemant nie
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03275) vertaling: niemant nie
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03275) vertaling: noeet nie
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03275) vertaling: noeet nie
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03275) vertaling: noeet
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03275) vertaling: noeet
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03275) vertaling: nieks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03275) vertaling: gieen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03275) vertaling: zegd im nie da'k booeten be geweest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03275) vertaling: nie vertellen dage ne kadoo vir im gekocht itj
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03275) vertaling: Wendy waa nieman nie zieer doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03275) vertaling: 't schenjt da ze nieks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03275) vertaling: ze schenjt nieks te mogen eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03275) vertaling: ze proberen a ne gieelen dag makanderen op te billen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03275) vertaling: 't belooft ver om ne schoeenen dag te werren
opm.: mogelijk 'ver om'= weerom, zodat er eventueel geen voegwoord staat
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03275) vertaling: 't is misschien beter om nog evvekes te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03275) vertaling: 't is misschien beter om nog evvekes te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03275) vertaling: 't is misschien beter nog evvekes te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03275) vertaling: 't is misschien beter nog evvekes te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03275) vertaling: we ooen sjans om im derekt weer te wienen
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03275) vertaling: As de kiekeren ne valk zien, immen ze schriek
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03275) vertaling: as we de patatten nie kiene verkoeepen ziete w' ien de miezeere
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03275) vertaling: as g' im nie meepakt werrek kout
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03275) vertaling: e wiestent
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03275) vertaling: op tees fieest werter veel gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03275) vertaling: naa werter allieen nog mo broeet verkocht ien dooene wienkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03275) vertaling: assen mi te veloo komt zallen wil lout zen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03275) vertaling: as ge tooet etj komt tein ne ker over
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03275) vertaling: azzek rooek ben koeepek nen dieren ottoo
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03275) komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03275) vertaling: misschien gonneketiek wil krooegen
komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03275) vertaling: misschien gonneketiek wil krooegen
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03275) vertaling: teifder gooe op daagen
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03275) vertaling: teifder gooe op daagen
komt voor: j
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03275) vertaling: teifdem gooe ooetnoeedigen
komt voor: j
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03275) vertaling: teifdem gooe ooetnoeedigen
komt voor: j
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03275) vertaling: teifdeze gooe ooetnoeedigen
komt voor: j
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03275) vertaling: teifdeze gooe ooetnoeedigen
komt voor: j
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03275) vertaling: Eeit de Polle ier gewist
komt voor: n
opm.: de voor eigennaam
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03275) vertaling: Eeit de Polle ier gewist
komt voor: n
opm.: de voor eigennaam
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03275) vertaling: Hoe eeit de Polle dad opgelost
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03275) vertaling: Hoe eeit de Polle dad opgelost
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03275) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03275) vertaling: 'k im im 't gegeven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03275) vertaling: 'k im im 't gegeven
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03275) vertaling: ze leeif ze op wouter en broet van de week
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03275) vertaling: ze leeif ze op wouter en broet van de week
komt voor: j
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03275) vertaling: Marie eei gezeeit da ge gooe geprobeerd etj om e lieken te ziengen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03275) vertaling: Marie eei gezeeit da ge gooe geprobeerd etj om eer nem boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03275) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03275) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03275) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03275) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03275) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03275) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03275) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03275) vertaling: Dooe van 't stad dooe immen ier veel ooeze gebaat
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03275) vertaling: on de nieve vout dou ziede gieene minsj nie miee
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03275) vertaling: giesteren is Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03275) vertaling: den dag dat Jan beldjen wazzik nie tooes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03275) vertaling: de zjef dooenen zoo 'k noeet ooetnoeedegen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03275) vertaling: Marie de dooe zoo zoeeiet noeet nie toen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03275) vertaling: Den Bert dooenen driekt wel ne kiee e gelas teveel
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03275) vertaling: Martha dooe zoo 'k wil iensj be mooe tooes wiellen ooetnoeedegen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03275) vertaling: dat ooes da zoo 'k moeet nie wiele koeepen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03275) vertaling: dat ooes da stout dour a feftig jour
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 4
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03275) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03275) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03275) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03275) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03275) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03275) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03275) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03275) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03275) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03275) vertaling: eei Guntjer gebiljt
473 (z11b) En pas op! (inf. 03275) vertaling: pazop
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03275) vertaling: 't en was mo zjust goe genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03275) vertaling: Marjo eei naa mieer koejen as dasse vroeger ooe
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03275) vertaling: As Sizan ooe kinne kommen, zooet gedoun
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03275) vertaling: z' is dem bisten doktoor da 'k ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03275) vertaling: veren da g' iet wegsmetj moeje efkes billen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03275) vertaling: ier is aal wa da 'k gekregen im
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03275) vertaling: Jan is te bieesteg om iet o zen kienjeren te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03275) vertaling: azof da ge gooe iet van voetballen afwitj
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03275) vertaling: ligt dennen boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03275) vertaling: as g' icht nie kienjt wachten kom tei mor af
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03275) vertaling: 'k weet da Jan den doktoor ooe kinnen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03275) vertaling: 'k weet da Jan den doktoor kost geroepen immen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03275) vertaling: E zooe da 'k et ooe moeten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03275) vertaling: E zooe da 'k et moest gedoun immen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03275) vertaling: E is gepasseerde week dee den doktoor Mettens goppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03275) vertaling: E wer weiren dee den doktoor Mettens goppereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03275) vertaling: 'k peis dache veel zotj moete wig smootn
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03275) vertaling: 't is stom om zikken dier zouken wig te smootn
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03275) vertaling: e is alle kapotte zouken on 't wigsmootn
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03275) vertaling: ik vien da ge mieer de gazet zotj moete leezn
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03275) vertaling: 't is stom om ien den donkeren de gazet te leezn
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03275) vertaling: hij is de gieelen dag de gazet on 't leezn
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03275) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03275) vertaling: zoeen dingen immek nog noeet gezien
opm.: -en is augmentatief
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03275) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03275) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03275) vertaling: Ge zei me ook ne roulen
opm.: augmentatief -en let op 'oordelend voorwerp'
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03275) vertaling: Robeir eeit ieene grienen appel wiggegeven en naa eeit 'n e er nog twiee roee
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03275) vertaling: Der wouren veel minsjen op 't fieest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03275) vertaling: wouren der veel minsjen op 't fieest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03275) vertaling: waffer boeken eje gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03275) vertaling: e woenjt be Marieken
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03275) vertaling: e woenjt be Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03275) vertaling: lipt agaa no dem bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03275) vertaling: Wooe e je gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03275) vertaling: wooe eeit er aa gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03275) vertaling: ooe 'k et geweetn, tein ooe 'k et nie gedoun
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03275) vertaling: 't zoo beter zijn om nog evvekes te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03275) vertaling: geliekkeg ooe Jan den doktoor opgebiljt en dooenen was ter gieel rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03275) vertaling: lipt toch dee, ambetanteriken
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03275) opm.: alleen mogelijk met 'om'
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 2
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03275) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03275) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03275) komt voor: j
opm.: ook mogelijk zonder 'te'
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03275) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03275) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03275) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Moorsel

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Moorsel