SAND-data Nieuwstadt (L433p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08570) vertaling: Jan herinnert zich det verhaol waal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08570) vertaling: Merie en Piet zeen zich veur de kirk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08570) vertaling: Toon wesj zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08570) vertaling: De timmerman haet gein naegel bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08570) vertaling: Funs zouch ein sjlang naeve zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08570) vertaling: Erik leit mich neur häöm wirke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08570) vertaling: Johanna leit zich mitdrieve op de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08570) vertaling: Toon bekeek zichzelf éns gout in de sjpeigel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08570) vertaling: Jan haet in twee minuute e glaas beier / e pilske gedrónke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08570) vertaling: Dees sjoon loupe gemaekelik / gemekkelik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08570) vertaling: Eduard ként zichzelf gout
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08570) vertaling: Ward haet geheurd detter footoos van hömzelf in de eetalaazj sjtaon
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08570) vertaling: Die aerpel sjëlle zich neit gemaekelik / gemekkelik
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08570) vertaling: Dit glaas brik es 't op de grónjt vilt
000 (x01opm) (inf. 08570) opm. inf.: Om in de spelling de uitspraak zo goed mogelijk weer te geven heb ik gebruik gemaakt van de aanwijzingen die staan op pagina LXVII van P.J.G. Schelberg, Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam 1979.
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08570) vertaling: Dokter, laef ich waal gezónjt genóch
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08570) vertaling: Al jaore laef hae van de erfenis van zie vaader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08570) vertaling: Dees waek laef zie op waater en broot
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08570) vertaling: laef het/'t noch
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08570) vertaling: Wielang laef geer noe al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08570) vertaling: In ? laeve ze veural van de ? vösj?
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08570) vertaling: Näö 't aete gaon ich sjlaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08570) vertaling: Zou ich det waal kénne doon?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08570) vertaling: Hae leit zien hoes aafbraeke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08570) vertaling: Ich weit det Jan hel mót kénne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08570) vertaling: Ich weit det Jan hel mót kénne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08570) vertaling: Ich weit det Jan hel mót kénne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 2
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 2
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 08570) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 08570) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08570) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08570) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 08570) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 08570) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08570) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 08570) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 08570) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 08570) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 08570) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 08570) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 08570) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 08570) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08570) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 08570) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 08570) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 08570) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 08570) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 08570) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08570) vertaling: Jan haet geinein bouk meer
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08570) vertaling: Zitte hie nirges gein muus?
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08570) vertaling: Jan wét det hae veur drie oer de waage gemaak mót höbbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 08570) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 08570) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08570) vertaling: De autoo van Merie is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 08570) vertaling: De autoo van Merie is kapot
opm.: prenominale genitief possessief pronomen: n.v.t.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08570) vertaling: De auto van Piet is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 08570) vertaling: Piet ziene auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 08570) vertaling: De auto van dae minsj is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08570) vertaling: Dae minsj ziene auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08570) vertaling: Dae auto is neit va mich mèr van häöm
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08570) vertaling: De gezët va gister lik ónger de televizie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08570) vertaling: Jan is 't bräörke van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08570) vertaling: De fitse van die jónges zeen gesjtaole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08570) vertaling: De mam van die zösters is op bezuik
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08570) vertaling: Dae auto is va Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08570) vertaling: Dae fits is va mich
000 (x08opm) (inf. 08570) opm. inf.: Deze afwijkende zinsconstructies kent ons dialect niet
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: - (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: aaf (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: - (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: aaf (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: - (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: aaf (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: aaf (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08570) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08570) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08570) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08570) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08570) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08570) fragment: óm te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08570) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08570) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08570) fragment: óm te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: den (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: den (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: den (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08570) fragment: den (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08570) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08570) fragment: - (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08570) fragment: - (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08570) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08570) fragment: es (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08570) fragment: es (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08570) fragment: wie (?) (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08570) fragment: wie (?) (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08570) fragment: es (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08570) fragment: es (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08570) fragment: es (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08570) fragment: es (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08570) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08570) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 08570) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08570) fragment: det (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 08570) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08570) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08570) vertaling: Ich weit det geer op neemes kaot zeet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08570) vertaling: Ich weit det ze op niks greutsj is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08570) vertaling: Ich weit det ze nirges greutsj op is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08570) vertaling: Ich weit det ze nirges greutsj op is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08570) vertaling: Ich weit det ze op niks greutsj is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 08570) vertaling: Els dènk det 't neit gemaekelik/gemekkelik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08570) vertaling: Ich weit det ich te laat bèn en doe neit
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08570) vertaling: Doe wèts toch destoe mós wirke en ich neit
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08570) vertaling: Jeederein dènk det veer/weer heivesj gaon en det zie noch mouge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08570) vertaling: 't is jaomer det hae kömp en det zie weggeit
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08570) vertaling: Ich dènk det Liza krank is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08570) vertaling: Ich dènk det Pieter(Peer/Pit)) en Lieske gaon trouwe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 08570) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08570) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 08570) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 08570) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08570) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 08570) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 08570) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 08570) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 08570) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08570) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 08570) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 08570) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 08570) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 08570) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 08570) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 08570) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 08570) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08570) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08570) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08570) vertaling: Dooch 't broot effe sjnieë
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08570) vertaling: Dooch 't broot effe sjnieë
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08570) fragment: woovan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08570) fragment: woo (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08570) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08570) fragment: woo (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08570) fragment: woo (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08570) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08570) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08570) komt voor: n
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08570) fragment: dae (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08570) fragment: woo (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08570) fragment: det (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08570) fragment: det (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08570) fragment: woo op (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08570) fragment: woo op (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08570) fragment: det (1)
opm.: twijfelgeval D-word of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08570) fragment: waat (1)
opm.: twijfelgeval D-word of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08570) fragment: waat (1)
opm.: twijfelgeval D-word of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08570) fragment: det (1)
opm.: twijfelgeval D-word of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08570) fragment: waat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08570) fragment: waat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08570) fragment: det (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08570) fragment: det (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08570) fragment: Dae (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08570) fragment: Wae (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08570) fragment: Wae (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08570) fragment: Dae (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08570) vertaling: Waat dènkste det ich in de sjtad bén taege gekóme
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08570) vertaling: Wae dènk ste det ich in de sjtad bèn taeg gekóme?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08570) vertaling: Hae haet zien henj gewesje
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08570) vertaling: Hae haet zien humme gewesje
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08570) vertaling: Hae haet 'ne hout op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08570) vertaling: Hae haet un vlek op zien humme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08570) vertaling: Hae haet unne bein gebraoke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08570) vertaling: Zie haet zich pien gedaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08570) vertaling: Merie troch de dëkke nao zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08570) vertaling: Luc wét detter footoos van häöm te koup zeen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08570) vertaling: Doe wëts toch noch waal det weer/veer toen door daae bosj zeen geloupe
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08570) vertaling: Ich weit noch det de auto van Merie kepot waas
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08570) vertaling: Ze wét noch det hae wie ei verke zout te aete
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 08570) vertaling: Weer weite noch waal det alle buik van Jan gesjtaole waare, mer zie weite det neit mee
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08570) vertaling: Wét geer noch det weer Jan op de mert gezeen höbbe?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08570) vertaling: Hae haet zich ein óngelök gewirk
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08570) vertaling: Hae vuilde det ter door 't ies zaGde
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08570) vertaling: Zou hae det gedaon kénne höbbe
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08570) fragment: geként (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08570) fragment: gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08570) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08570) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08570) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08570) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08570) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08570) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08570) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08570) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08570) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08570) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08570) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 08570) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08570) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08570) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08570) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08570) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08570) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08570) vertaling: Ich weit hae is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08570) vertaling: Ich weit hae is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08570) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08570) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08570) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08570) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08570) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08570) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08570) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08570) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08570) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08570) vertaling: loupentaere koum ich hööm taege
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08570) vertaling: loupentaere koum ich hööm taege
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08570) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08570) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08570) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08570) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08570) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08570) vertaling: In dae tiet laefde ich drop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08570) vertaling: Vruiger laefde hae wie ö bees
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08570) vertaling: Dao laefde weer wie Got in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08570) vertaling: Neemesj mouch 't zeen, dus vénj ich des toe 't ouch neit mouch zeen
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08570) vertaling: 't gebeurde wiestoe weggings
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08570) vertaling: Ich weit woostoe gebaore bès
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08570) vertaling: Noe ste vaerdig bés, mouchste gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08570) vertaling: Doordet Merie gesjtórve waas, haw häöre minsj Anna neit mee kénne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08570) vertaling: Ich weit det hae is gaon sjwömme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 08570) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 08570) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08570) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 08570) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08570) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08570) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08570) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08570) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 08570) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08570) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08570) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08570) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08570) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08570) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08570) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08570) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08570) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08570) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08570) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08570) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08570) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08570) fragment: dae (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08570) fragment: dae (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08570) fragment: dae (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08570) fragment: dae (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08570) fragment: det (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08570) fragment: det (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08570) fragment: det (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08570) fragment: dae (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08570) fragment: dae (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08570) fragment: det (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08570) fragment: woo (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08570) fragment: woomit (mee weggestreept) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08570) fragment: woomit (mee weggestreept) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08570) fragment: woo (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08570) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08570) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08570) fragment: det (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08570) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08570) fragment: det (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08570) fragment: wae (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08570) fragment: woode pap van (de vader doorgestreept) (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08570) vertaling: Piet dénk det Jan en Marie op nemes neit kaot zeen
betekenis: geen negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08570) vertaling: Piet dénk det Jan en Marie op nemes neit kaot zeen
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08570) vertaling: Wim dénk det veer nooit neemes eine pries gaeve
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08570) vertaling: Wim dénk det veer nooit neemes eine pries gaeve
betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08570) vertaling: 't Is waor detse neit mit Merie mouge kalle
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08570) vertaling: 't Is waor detse neit mit Merie mouge kalle
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08570) vertaling: nirges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08570) vertaling: neemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08570) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08570) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08570) vertaling: gein
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08570) vertaling: Zaekem' neit det ich nao boete bén gewaes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08570) vertaling: Neit zaeGe deste e kedoo veur häöm höbs gekoch, heur!
opm.: "Beter klinkt: Doe mós neit zaeGe deste get veur häöm gekoch höbs"
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08570) vertaling: Wëtste neit detter gevalle is?
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann.
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08570) vertaling: W. probaerde neemes pien te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08570) vertaling: 't Sjient dat ze niks moug aete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08570) vertaling: zie sjient niks te mouge aete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08570) vertaling: Ze probaere zich al de ganse daag op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08570) vertaling: 't beloof weier eine sjoone daag te waere
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08570) vertaling: 't is mesjien baeter noch effe te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 08570) vertaling: Weer hauwe 't gelök häöm drek trög te vénje
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08570) vertaling: Este hounder ? ? zeen, zeen ze sjuu
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08570) vertaling: Es veer de aerpel neit kénne verkoupe, ??
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08570) vertaling: Es geer häöm neit mitnump waer ich kaot
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08570) vertaling: Hae wós 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08570) vertaling: Op dit fees wurt väöl gedans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08570) vertaling: Noe wurter allein noch mèr broot verkoch in dae winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08570) vertaling: Es hae mitte fits kump zal der waal laat zeen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08570) vertaling: Este tied höbs, kóm den éns aan
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08570) vertaling: Es ich riek bén, koup ich eine dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 08570) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08570) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08570) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08570) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08570) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08570) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08570) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08570) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08570) vertaling: Ich höb 't häöm gegaeve
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08570) vertaling: Ich höb 't häöm gegaeve
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08570) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08570) vertaling: Merie haet gezag detstoe e leitje höbs probeire te zénge.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08570) vertaling: Merie haet gezag des toe geprobeiert höbs e leitje te zénge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08570) vertaling: Merie haet gezag des toe geprobeiert höbs e leitje te zénge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08570) vertaling: Merie haet gezag detstoe e leitje höbs probeire te zénge.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 08570) vertaling: Merie haet gezag des toe höbs geprobeiert häöm e bouk te gaeve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 2
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 08570) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 08570) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 08570) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 08570) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 4
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08570) vertaling: Die van de sjtat höbbe hiej väöl hoezer geboet
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08570) vertaling: ? zuuste gei minsj mee
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08570) vertaling: Gister is Jan hier gewaes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08570) vertaling: Den dag det Jan belde, waas ich neit heim
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08570) vertaling: Sjef zou ich noots neu
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08570) vertaling: Merie zou zooget noots doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08570) vertaling: Bert drunk waal éns e glaas te väöl
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08570) vertaling: Martha zou ich waal éns wille neu
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08570) vertaling: Det hoes zou ich noots wille koupe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08570) vertaling: Det hoes sjteit dao al fieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08570) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 08570) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 08570) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 08570) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 08570) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 08570) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 08570) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 08570) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 08570) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 08570) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08570) vertaling: Haet G. gebelt
473 (z11b) En pas op! (inf. 08570) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08570) vertaling: 't waas mer net gout genóch
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08570) vertaling: Marjo haet noe mee kuij es vruiger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08570) vertaling: Es S haw kénne kómme, haw 't det gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08570) vertaling: Ze is de bëste dokter dae ich kén
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08570) vertaling: Veurste get weg geutsj, móste effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08570) vertaling: Hie is alle waat ich höb gekreege
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08570) vertaling: Jan is te néij om get aan zien kénjer te gaeve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08570) vertaling: Esof doe get van voetballe wéts
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08570) vertaling: Lëk det bouk weg
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08570) vertaling: Este ech neit kéns wachte, den kom mer
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08570) vertaling: Ich weit det Jan de dokter haw kénne roupe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 08570) vertaling: Ich weit det Jan de dokter koosj höbbe geroupe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08570) vertaling: Hae zag det ich 't haw mótte doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 08570) vertaling: Hae zag det ich 't moos höbbe gedoon
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08570) vertaling: Hae is veurige waek door dokter M geoperaert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08570) vertaling: Hae wurt mörge door dokter M geoperaert
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08570) vertaling: Ich dénk deste väöl zous mótte weggooie
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08570) vertaling: Ich dénk deste väöl zous mótte weggooie
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08570) vertaling: Tis dóm zoan duur dénger weg te gooie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08570) vertaling: Tis dóm zoan duur dénger weg te gooie
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08570) vertaling: Hae is alle kapotte dénger aan het weggoie
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08570) vertaling: Hae is alle kapotte dénger aan het weggoie
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08570) vertaling: Ich vénj detste dëkker de gezët zoust mótte laeze
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08570) vertaling: Ich vénj detste dëkker de gezët zoust mótte laeze
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08570) vertaling: Tis dóm in 't duuster de gezët te laeze
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08570) vertaling: Hae is de ganse daag de gezët aan 't laeze
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08570) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 08570) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 08570) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08570) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 08570) vertaling: R. haet eine gruine appel weggegaeve en noe haeter noch twee rooje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08570) vertaling: D'r waare väöl luuj op't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 08570) vertaling: Waare väöl luuj op't fees?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08570) vertaling: Waat veur buike höbste gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08570) vertaling: Waat veur buike höbste gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08570) vertaling: Waat höbste veur buik gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08570) vertaling: Waat höbste veur buik gekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 08570) vertaling: Hae woont bie Merieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 08570) vertaling: Hae woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 08570) vertaling: Loup effe nao de bekker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 08570) vertaling: Wae höbste gezeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 08570) vertaling: Wae haet dich gezeen?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 08570) vertaling: Haw ich det geweite den haw ich 't neit gedaon.
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 08570) vertaling: 't Zou baeter zeen noch effe te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 08570) vertaling: Gelökkig haw Jan de dokter gebelt en dae waaster al heel gaw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 08570) vertaling: Loup noe och door, vervaelende jónges!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 08570) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08570) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 08570) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 08570) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 08570) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 08570) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 08570) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Nieuwstadt

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Nieuwstadt