SAND-data Susteren (L432p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03251) vertaling: Janne kènt det verhaol waal
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03251) vertaling: Merie en Piet zeen zich veur de kirk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03251) vertaling: Toon wesj zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03251) vertaling: De timmermanne haed gein naegel bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03251) vertaling: Funs zoog ein sjlang naeve zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03251) vertaling: Erik leet mich veur zich wirke
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03251) vertaling: Johanna leet zich mitdrieve op de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03251) vertaling: Toon bekeek zich èns good in de speegel
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03251) vertaling: Janne haet in twieë menute een glaas beer gedrónke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03251) vertaling: Dees sjoon loupe gemekkelik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03251) vertaling: Eduard kènt zichzelf good
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03251) vertaling: Ward haet geheuërd detter foto's van hem in de etalaasj sjtaon
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03251) vertaling: Die aerpel sjelle zich neet gemekkelik
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03251) vertaling: Det glaas bruk es 't op de grónd vilt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03251) vertaling: Dokter, laef ik waal gezóndj genóg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03251) vertaling: Al jaore laef hae van de erfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03251) vertaling: Dees waek laef zie op water en broad
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03251) vertaling: Laef 't nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03251) vertaling: Wielang laef geer noe al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03251) vertaling: In Bretange laeve ze veural van de visjvangs
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03251) vertaling: Nao 't aete gaon ich sjlaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03251) vertaling: Zoe ich det waal kónne doon
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03251) vertaling: Hae leet zien hoes aafbraeke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03251) vertaling: Ich weit det Janne hel mót kónne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03251) vertaling: Ich weit det Janne hel mót kónne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03251) vertaling: Ich weit det Janne hel mót kónne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03251) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03251) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03251) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03251) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03251) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03251) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03251) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03251) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03251) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03251) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03251) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03251) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03251) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03251) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03251) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 3
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03251) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 4
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03251) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03251) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03251) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03251) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03251) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03251) vertaling: Janne haet geinein book mieë
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03251) vertaling: en Janne haet gein book mieë
opm.: twijfelgeval negatiepartikel of 'voegwoord' en dus ook twijfelgeval meervoudige negatie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03251) vertaling: Beuk haet Janne gein
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03251) vertaling: en Janne haet neet väöl geldj mieë
opm.: twijfelgeval negatiepartikel of 'voegwoord' en dus ook twijfelgeval meervoudige negatie
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03251) vertaling: Dao moog nemes sjpraeke euver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03251) vertaling: Dao moog nemes sjpraeke euver dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03251) vertaling: Nemes zaet det hae kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03251) vertaling: Zitte hie nurges gein muus
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03251) vertaling: Ich gaef niks aan eine angere
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03251) vertaling: Nemes wilt wirke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03251) vertaling: Veer wóste neet det hae bie hum woor
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03251) vertaling: Ich wós 't ouch neet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03251) vertaling: Hae moog mit nemes sjpraeke euver dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03251) vertaling: Jan wèt det hae veur drie oer de wage mót gemaak höbbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03251) vertaling: Jan wèt det hae veur drie oer de wage mót höbbe gemaak
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03251) vertaling: Jan wèt det hae veur drie oer de wage mót gemaak höbbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03251) vertaling: Jan wèt det hae veur drie oer de wage mót höbbe gemaak
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03251) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03251) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03251) komt voor: j
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03251) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03251) vertaling: Meries auto is kepót
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03251) vertaling: Merie ziene outo is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03251) vertaling: Piet ziene auto is kepót
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03251) vertaling: Piet ziene auto is kepót
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03251) vertaling: Dae minsj ziene auto is kepót
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03251) vertaling: Dae auto is neet van mich maër van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03251) vertaling: De gezèt van gister legk onger de T.V.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03251) vertaling: Janne is van Kerling en Kristien ein breurke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03251) vertaling: Die jónges hun fitse zeen gesjtaole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03251) vertaling: De moder van de gezösters is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03251) vertaling: Dae auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03251) vertaling: Dae fits is van mich
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03251) vertaling: Hae moog mit nemes sjpraeke euver dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03251) vertaling: Ich wil nemes pien doon
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03251) vertaling: 't is jaomer det weer neet moge kómme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03251) vertaling: Det gaon ich neet doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03251) vertaling: Ich höb neet gewirk
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03251) vertaling: Hae hauw 't nog maër pas vertèld of Merie begós te bäöke
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03251) vertaling: Gangk die besjtelling noe mäër ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03251) vertaling: Hae wirk neet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03251) vertaling: Ich verbeej dich óm hie te kómme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03251) vertaling: Janne verhingerde det weer Merie belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03251) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03251) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03251) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03251) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03251) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03251) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03251) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03251) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03251) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03251) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03251) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03251) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03251) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03251) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03251) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03251) fragment: - (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03251) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03251) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03251) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03251) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03251) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03251) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03251) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03251) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03251) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03251) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03251) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03251) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03251) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03251) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03251) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03251) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03251) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03251) fragment: waarom (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03251) fragment: waarom (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03251) fragment: waarom (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03251) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03251) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03251) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03251) fragment: waarmee (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03251) fragment: waarmee (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03251) fragment: waarmee (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03251) vertaling: Ich weit det geer op nemes giftig zeet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03251) vertaling: Ich weit det zie op niks greuëtsj is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03251) vertaling: Els dènk det 't neet gemaekelik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03251) vertaling: Ich weit det ich te laat bön en doe neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03251) vertaling: Doe wèts toch destoe mós wirke en ich neet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03251) vertaling: Ederein denk det weer heives gaon en det zie nog moge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03251) vertaling: tis jaomer det hae kump en det zie weggeit
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03251) vertaling: Ich dènk det Liza krank is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03251) vertaling: Ich dènk det Peter en Lieske gaon trouwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03251) vertaling: Hae duit of wen hae slieëp
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03251) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03251) komt voor: j
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03251) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03251) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03251) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03251) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03251) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03251) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03251) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03251) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03251) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03251) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03251) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03251) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03251) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03251) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03251) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03251) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03251) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03251) vertaling: Dóch 't brood effe sjnieje
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03251) vertaling: Dóch 't brood effe sjnieje
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03251) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03251) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03251) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03251) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03251) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03251) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03251) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03251) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03251) fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03251) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03251) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03251) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03251) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03251) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03251) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03251) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03251) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03251) fragment: waar (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03251) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03251) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03251) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03251) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03251) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03251) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03251) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03251) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03251) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03251) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03251) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03251) fragment: die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03251) vertaling: Waat dènkste wae ich in de sjtad bön tangegekómme
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03251) vertaling: Waat dènk geer wie ze 't höbbe opgelos
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03251) vertaling: Wie dènkste wie ze 't höbbe opgelos
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03251) vertaling: Magda wèt neet wae det weer wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03251) vertaling: Wèt emes wae of det weer gerope höbbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03251) vertaling: Wae dènkste wae ich in de sjtad bön taengegekómme
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03251) vertaling: Wae dènkste wae ich in de sjtad taengekómme bön
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03251) vertaling: Hae haet zien henj gewasje
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03251) vertaling: Hae haet zien humme gewasje
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03251) vertaling: Hae haet eine hood op ziene kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03251) vertaling: Hae haet ein vlek op zien humme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03251) vertaling: Hae haet zien bein gebraoke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03251) vertaling: Hae haet zich pien gedaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03251) vertaling: Merie trog de dèkke nao zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03251) vertaling: Luc wèt detter foto's (pertrètte) van hemzelf te koup zeen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03251) vertaling: Doe wèts toch waal det weer doe door det hout haer zeen geloupe
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03251) vertaling: Ich weit nog det d'n van Merie kepot woor
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03251) vertaling: Ze wèt nog det hae es ein verke zoot te aete
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03251) vertaling: Weer weite nog det al de beuk van Janne gestaole wore maer zie weite det neet mieë
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03251) vertaling: Wèt geer nog det weer Janne op de maërt gezeen höbbe
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03251) vertaling: Hae haet zich ein óngelök gewirk
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03251) vertaling: Hae veulde zich door 't ies zakke
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03251) vertaling: d) zoe hae de kónne höbbe gedaon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03251) vertaling: d) zoe hae de kónne höbbe gedaon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03251) vertaling: d) zoe hae de kónne höbbe gedaon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03251) vertaling: B. zoe hae det gedaon kónne höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03251) vertaling: B. zoe hae det gedaon kónne höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03251) vertaling: B. zoe hae det gedaon kónne höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03251) vertaling: c) zoe hae det höbbe kónne gedaon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03251) vertaling: c) zoe hae det höbbe kónne gedaon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03251) vertaling: c) zoe hae det höbbe kónne gedaon
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03251) fragment: Hae haet det nooitj gekènd (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03251) fragment: Hae haet det noitj gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03251) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 3
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 3
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03251) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 4
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 4
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03251) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03251) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03251) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03251) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03251) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03251) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03251) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03251) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03251) vertaling: Ich dènk hae is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03251) vertaling: Ich dènk hae is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03251) vertaling: Ich weit det hae weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03251) vertaling: Ich weit det hae weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03251) vertaling: Ich weit hae is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03251) vertaling: Ich weit hae is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03251) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03251) vertaling: Merie al häör küj zeen verdrónke bie de euverstruiming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03251) vertaling: Merie al häör küj zeen verdrónke bie de euverstruiming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03251) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03251) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03251) vertaling: Ich höb al de ieëste drie somme gemaak. Waat veur höbs doe gemaak
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03251) vertaling: Ich höb al de ieëste drie somme gemaak. Waat veur höbs doe gemaak
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03251) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03251) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03251) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03251) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03251) vertaling: Loupentaere koom ich hem taenge
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03251) vertaling: Loupentaere koom ich hem taenge
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03251) vertaling: Ich höb hieël get geloupe
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03251) vertaling: Ich höb hieël get geloupe
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03251) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03251) vertaling: Hae deej zich veur ofter net oet bèd koom
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03251) vertaling: De sjilder is hie kómme sjildere
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03251) vertaling: De sjilder is hie kómme sjildere
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03251) vertaling: Dènkste deste heives geis
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03251) vertaling: Dènkste deste heives geis
komt voor: j
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03251) vertaling: In daen tied laefde ich trop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03251) vertaling: Vreuger laefde hae es ein bieës
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03251) vertaling: Dao laefde weer es eine God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03251) vertaling: Nemes moog 't zeen, dus ich vènj des doe 't ouch neet moogs zeen
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03251) vertaling: 't Gebeurde wieste weggings
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03251) vertaling: Ich weit wooste gebaore bös
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03251) vertaling: Noeste klaor bös, moogste gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03251) vertaling: Doordat Merie woord doadgegange, haet häöre minsj Anna neet mieë kónne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03251) vertaling: a) Ich weit det hae is gaon zjwömme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03251) vertaling: a) Ich weit det hae is gaon zjwömme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03251) vertaling: d) Ich weit det hae gaon zjwömme is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03251) vertaling: d) Ich weit det hae gaon zjwömme is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03251) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03251) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03251) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03251) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03251) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03251) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03251) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03251) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03251) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03251) vertaling: Mit zoan waer kónste neet väöl doon
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03251) vertaling: Mit zoan waer kónste neet väöl doon
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03251) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03251) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03251) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03251) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03251) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03251) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03251) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03251) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03251) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03251) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: om wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: om wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03251) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03251) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03251) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03251) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03251) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03251) fragment: die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03251) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03251) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03251) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03251) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03251) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03251) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03251) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03251) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03251) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03251) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03251) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03251) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03251) fragment: mogelijk dat zij (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03251) fragment: mogelijk dat zij (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03251) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03251) fragment: Wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03251) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03251) vertaling: Piet dènk det Janne en Merie op nemes giftig zeen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03251) vertaling: Piet dènk det Janne en Merie op nemes giftig zeen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03251) vertaling: Wim dènk det weer nemes ooitj eine pries gaeve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03251) vertaling: Wim dènk det weer nemes ooitj eine pries gaeve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03251) vertaling: Het is waor det 't neet toegsjtange is det ze mit Merie sjpraeke
betekenis: negatie > modaal
opm.: informant heeft betekeniszin 2 vertaald
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03251) vertaling: Het is waor det 't neet toegsjtange is det ze mit Merie sjpraeke
betekenis: negatie > modaal
opm.: informant heeft betekeniszin 2 vertaald
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03251) vertaling: Nurges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03251) vertaling: nemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03251) vertaling: nooitj
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03251) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03251) vertaling: gein
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03251) vertaling: Zègk hem neet det ich boete bön gwaes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03251) vertaling: Neet vertèlle deste een kadoo veur hem höbs gekoch heuër
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03251) vertaling: Wetste neet det hae gevalle is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03251) vertaling: Wendy prebeerde óm nemes pien te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03251) vertaling: 't Sjient det ze niks moog aete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03251) vertaling: Ze sjient niks te moge aete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03251) vertaling: Ze prebere al d'n hieëlen daag om zich óngerein op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03251) vertaling: 't Beloof weer eine sjoane daag te waere
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03251) vertaling: 't Is missjien baeter óm nog effe te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03251) vertaling: Weer hauwe 't gelök óm hem drek trugk te vènje
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03251) vertaling: Es de hoonder eine Valk zeen, zeen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03251) vertaling: Es weer de aerpel neet kónne verkoupe, zitte weer in de probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03251) vertaling: Es geer hem neet mit nump waer ich giftig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03251) vertaling: Hae wós 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03251) vertaling: Op dit fieës wordt väöl gedans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03251) vertaling: Noe wurdt allein nog maër broad verkoch in dae winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03251) vertaling: Es hae mit de fits kump, zal hae waal laat zeen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03251) vertaling: Es te tied höbs, kóm den èns eine kieër langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03251) vertaling: Es ich riek bön, koup ich eine dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03251) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03251) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03251) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03251) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03251) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03251) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03251) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03251) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03251) vertaling: Ich höb hem 't gegaeve
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03251) vertaling: Ich höb hem 't gegaeve
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03251) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03251) vertaling: Merie haet gezag deste geprobeerd höbs ein leedje te zenge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03251) vertaling: Merie haet gezag deste höbs geprebeerd ein leedje te zènge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03251) vertaling: Merie haet gezag deste höbs geprebeerd ein leedje te zènge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03251) vertaling: Marie haet gezeg daste een leedje höbs probere te zènge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03251) vertaling: Merie haet gezag deste geprobeerd höbs ein leedje te zenge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03251) vertaling: Merie haet gezag deste geprobeerd höbs ein leedje te zenge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03251) vertaling: Merie haet gezag deste höbs geprebeerd ein leedje te zènge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03251) vertaling: Marie haet gezeg daste een leedje höbs probere te zènge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03251) vertaling: Marie haet gezeg daste een leedje höbs probere te zènge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03251) vertaling: Merie haet gezag dest höbs geprebeerd häör ein book te gaeve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03251) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03251) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03251) gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03251) vertaling: Die van de sjtad, die höbbe hie väöl hoezer geboewd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03251) vertaling: Aan de nuj vaart, dao zuuste gein minsj mieë
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03251) vertaling: Gistere is Janne hie gewaes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03251) vertaling: D'n daag det Janne belde, woor ich neet boe ós
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03251) vertaling: Jef dae zoe ich nooitj neuëje
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03251) vertaling: Merie, det zoe zoaget noitj doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03251) vertaling: Bert, dae drunk waal èns ein glaas te väöl
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03251) vertaling: Martha, det zoe ich waal èns bie mich aan t hoes wille neuëje
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03251) vertaling: Det hoes, det zoe ich nooitj will koupe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03251) vertaling: Det hoes, det sjtuit dao al fieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03251) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03251) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03251) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03251) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03251) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03251) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03251) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03251) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03251) vertaling: Haet Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03251) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03251) vertaling: 't Woor maër net good genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03251) vertaling: Marjo haet noe mieë kuj den ze vreuger hauw
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03251) vertaling: Es Susan hauw kónne kómme den hauw he det gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03251) vertaling: Zie is de bèste dokter die ich kèn
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03251) vertaling: Veur deste get weggegeuëtsj móste effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03251) vertaling: Hie is alles waat ich gekrege höb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03251) vertaling: Jan is te haol om get aan zien kènjer te gaeve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03251) vertaling: Es of doe gets van voetballe wèts
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03251) vertaling: Det book lègk neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03251) vertaling: Este ech neet kóns wachte, den kóm maër
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03251) vertaling: Ich weit det Janne d'n dokter hauw kónne rope
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03251) vertaling: Ich weit det Janne d'n dokter koos gerope höbbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03251) vertaling: Hae zag dat ich 't hauw mótte doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03251) vertaling: Hae zag det ich 't moos gedaon höbbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03251) vertaling: Hae is veurige waek door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03251) vertaling: Hae wurdt mörge door dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03251) vertaling: Ich dènk deste väöl zós motte weggoaie
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03251) vertaling: Ich dènk deste väöl zós motte weggoaie
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03251) vertaling: Het is sjtom óm zoaein duur dènger weg te goaie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03251) vertaling: Het is sjtom óm zoaein duur dènger weg te goaie
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03251) vertaling: Hae is alle kapodde dènger weg aan 't goaie
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03251) vertaling: Hae is alle kapodde dènger weg aan 't goaie
positie: 1,2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03251) opm.: kan krant alleen met lidwoord invullen op positie 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03251) opm.: kan krant alleen met lidwoord invullen op positie 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03251) opm.: kan krant alleen met lidwoord invullen op positie 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03251) fragment: door (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03251) fragment: soms (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03251) fragment: niet (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03251) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03251) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03251) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03251) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03251) vertaling: Robert haedeine greune appel aafgegaeve, en noe hae nog twieë roaie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03251) vertaling: Dao wore väöl lüj op 't fieës
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03251) vertaling: Wore dao väöl lüj op 't fieës
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03251) vertaling: Waat höbste veur beuk gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03251) vertaling: Waat veur beuk höbste gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03251) vertaling: Waat veur beuk höbste gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03251) vertaling: Waat höbste veur beuk gekoch
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03251) vertaling: Hae woont bie Merieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03251) vertaling: Hae woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03251) vertaling: Loup effe nao de bekker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03251) vertaling: Wae höbste gezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03251) vertaling: Wae haet dich gezeen
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03251) vertaling: Hauw ich det gewete den hauw ich 't neet gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03251) vertaling: 't Zoe baeter zeen óm nog effe te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03251) vertaling: Gelökkig hauw Janne de dokter gebeld en dae woor al hieël gauw do
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03251) vertaling: Loup noe toch door, vervaelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03251) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03251) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03251) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03251) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03251) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03251) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03251) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Susteren

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Susteren