SAND-data Posterholt (L387p)

schriftelijke enqute | mondelinge enqute | telefonische enqute

data schriftelijke enqute

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03247) vertaling: Jan herinnert zich det verhaol waal
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03409) vertaling: Jan herinnert zich det verhaol waal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03409) vertaling: M en P zeen zich veur de kèrk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03247) vertaling: M en P zeen zich vuur de kirk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03409) vertaling: T wesj zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03247) vertaling: T wesj zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03247) vertaling: de timmerman haet gen naegel bie zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03409) vertaling: De timmerman haet gein naegel bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03409) vertaling: F zoog 'n sjlang naeve zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03247) vertaling: F zoog ein sjlang naeve zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03409) vertaling: E loot mich veur zich wèrke
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03247) vertaling: E loot mich vuur zich werke
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03247) vertaling: J loot zich mitdrieve oppe golve
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03409) vertaling: J loot zich mitdrieve op de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03409) vertaling: T bekeek zichzelf ins te goow in de sjpegel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03247) vertaling: T bekeek zichzelf ins good inne spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03409) vertaling: J haet in twee minute ein glaas beer/ pilske opgedrónke
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03247) vertaling: Jan haet in twee menute ein beer gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03247) vertaling: dees sjoon loupe gemekkelik
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03409) vertaling: Dees sjoon loupe gemekkelik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03409) vertaling: E kint zichzelf good
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03247) vertaling: E kint zichzelf good
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03409) vertaling: W haet geheurd det d'r foto's van demzelf in de e. sjtaon
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03247) vertaling: W haet gehuurd det d'r foto's van zichzelf inne etalaasj sjtaan
opm.: reflexief: zichzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03247) vertaling: die aerpel sjelle zich neet gemekkelik
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03409) vertaling: Die aerpel kóns se neet gemekkelik sjillen
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03409) vertaling: Dit glas brik es 't oppe gróndj vèlt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03247) vertaling: dit glaas brik es 't oppe grongj velt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03247) vertaling: dokter, laef ich waal gezondj genog
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03409) vertaling: Dokter, laef ich waal gezónd genóg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03409) vertaling: Al jaore laef d'r van de erfenis van zie vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03247) vertaling: dae laef al jaore vanne erfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03247) vertaling: zie laef dees waek op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03409) vertaling: Dees week laef zie/het op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03247) vertaling: laef 't nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03409) vertaling: Laef 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03247) vertaling: wie lang laef geer noe al van die erfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03409) vertaling: Wielang laef geer noe al van die erfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03247) vertaling: in B laeve ze vuural vanne vösvangs
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03409) vertaling: In B laeve ze meistens van visvangst/ 't vuisje
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03247) vertaling: nao 't aete gaon ich sjlaope
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03409) vertaling: Nao 't aete gaon ich sjlaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03247) vertaling: zoow ich det waal kinne doen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03409) vertaling: Zow ich det waal kinne doon?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03247) vertaling: hae loot zien hoes aafbraeke
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03409) vertaling: Hae loot zien hoes aafbraeken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03247) vertaling: ich weit det Jan hel mot kinne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03247) vertaling: ich weit det Jan hel mot kinne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03247) vertaling: ich weit det Jan hel mot kinne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03409) vertaling: Ich weit det Jan hel mót kinne/kónne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03409) vertaling: Ich weit det Jan hel mót kinne/kónne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03409) vertaling: Ich weit det Jan hel mót kinne/kónne werke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03409) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03409) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03409) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03409) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03409) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03247) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03247) komt voor: j
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03409) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03409) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03247) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03409) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03247) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03247) komt voor: j
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03247) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03409) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03247) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03247) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03409) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03409) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03247) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03247) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03409) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03409) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03247) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03409) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03409) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03409) komt voor: n
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03247) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03409) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03409) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03247) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03247) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03409) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03409) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03247) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03409) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 3
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03409) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03409) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03247) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03409) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03247) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03247) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03409) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03409) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03409) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03409) vertaling: Jan haet gein book meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03247) vertaling: Jan haet geinein book meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03247) vertaling: Jan haet gein book meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03409) vertaling: Jan haet gein book meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03247) vertaling: Jan haet gen beuker
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03409) vertaling: Beuk die haet Jan neet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03409) vertaling: Jan haet neet väöl geldj meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03247) vertaling: Jan haet neet väol geldj meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03247) vertaling: d'r moog nemes sjpraeke euver dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03409) vertaling: Nemes moog get zègke euver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03409) vertaling: Nemes moog get zègke euver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03247) vertaling: d'r moog nemes sjpraeke euver dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03409) vertaling: Nemes zaet detter kump
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann. pronomina
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03247) vertaling: nemes zaet det hae kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03247) vertaling: zitte hie nörges muus
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03409) vertaling: Zitte hiej örges muus?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03409) vertaling: Ich gaef niets aan angere
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03247) vertaling: ich gaef nieks aan eine angere
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03409) vertaling: Nemes wilt wèrke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03247) vertaling: nemes wilt werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03247) vertaling: veer wooste neet det hae heim waas
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03409) vertaling: Veer wiste neet detter heim waas
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03409) vertaling: Ich wis 't ouch neet
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03247) vertaling: ich woos t ouch neet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03409) vertaling: Hae moog mit nemes euver dit probleem kalle
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03247) vertaling: hae moog mit nemes sjpraeke euver dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03409) vertaling: Jan wit detter veur drie oere de wage gemak mót höbbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03247) vertaling: Jan wit det d'r vuur drie oer de wage gemok mot höbbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03409) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03247) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03247) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03409) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03247) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03409) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03247) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03409) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03409) vertaling: De auto van M is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03247) vertaling: de auto van Marie is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03247) vertaling: Marie ziene auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03409) vertaling: M zien wage is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03409) vertaling: M zien wage is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03409) vertaling: De auto van M is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03409) vertaling: De auto van M is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03247) vertaling: de auto van Piet is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03409) vertaling: Piet zien auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03409) vertaling: Piet zien auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03247) vertaling: Piet ziene auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03247) vertaling: dae miensj ziene auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03409) vertaling: De auto van dae man is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03247) vertaling: dae miensj ziene auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03409) vertaling: Dae man zien auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03409) vertaling: Dae auto is neet van mich mer van dem
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03247) vertaling: dae auto is neet van mich mer van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03247) vertaling: de gezet van gistere lik ongere TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03409) vertaling: De gezet van gister lik ónger de tillevies
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03409) vertaling: Jan is 't breurke van k en k
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03247) vertaling: Jan is ein breurke van K en K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03409) vertaling: De fietse van die jónge(s) zeen gesjtaole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03247) vertaling: de fietse van die jonges zeen gesjtaole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03247) vertaling: de moder van die zösters is op bezeuk
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03409) vertaling: De mam van die gezösters is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03409) vertaling: Dae auto is van W
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03247) vertaling: dae auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03409) vertaling: Dae fiets is van mich
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03409) vertaling: Dae fiets is van mich
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03409) vertaling: -- d'r miene
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03409) vertaling: -- d'r miene
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03247) vertaling: dae fiets is van mich
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03409) vertaling: Hae moog mit nemes euver dit probleem kalle
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03247) vertaling: hae moog mit nemes sjpraeke euver dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03247) vertaling: ich wil nemes pien doon
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03409) vertaling: Ich wil nemes pien doon
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03247) vertaling: 't is jaomer det veer neet moge komme
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03409) vertaling: 't Is jaomer det v'r neet moge kómme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03409) vertaling: Det gaon ich neet doon
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03247) vertaling: det gaon ich neet doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03247) vertaling: ich höb neet gewerk
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03409) vertaling: Ich höb neet gewèrk
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03247) vertaling: hae hej't nog mer pas verteld of M begoosj te janke
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03409) vertaling: Hae haw't nog neet te goow gezag of M begosj te janke
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03409) vertaling: Gank die besjtèlling noe mer ophaole
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03247) vertaling: gangk die besjtelling noe mer ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03247) vertaling: hae werkt neet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03409) vertaling: Hae wèrk neet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03409) vertaling: (liever:) doe moogs hiej neet kómme
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03247) vertaling: ich verbeej dich hee te komme
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03409) vertaling: Ich verbeej dich óm hiej te kómme (niet erg gangbaar)
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03409) vertaling: Ich verbeej dich óm hiej te kómme (niet erg gangbaar)
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03409) vertaling: (liever:) doe moogs hiej neet kómme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03409) vertaling: Jan haet gezorg det v'r M neet kósjte belle
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03247) vertaling: Jan verhinjerde det veer M belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03409) fragment: veur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03409) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03409) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03409) fragment: veur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03247) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: te om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03409) fragment: m te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: te om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: te om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03409) fragment: m te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03409) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: te om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03409) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03247) fragment: te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03247) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03409) fragment: m te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03247) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03409) fragment: veur te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03247) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03409) fragment: veur te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03247) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03409) fragment: m te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: Wen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: Wen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: Wen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03247) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03409) fragment: Wen (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03409) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03409) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03409) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03409) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03247) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03409) fragment: es (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03409) fragment: es det (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03247) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03409) fragment: es det (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03409) fragment: es (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03247) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03409) fragment: es (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03247) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03247) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03247) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03247) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03247) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03409) fragment: es (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03247) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03247) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03409) fragment: es (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03247) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03247) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03247) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03247) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03409) fragment: es (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03247) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03409) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03247) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03409) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03247) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03409) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03247) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03409) fragment: det (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03247) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03409) fragment: af (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03409) fragment: afwen (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03247) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03409) fragment: afwen (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03409) fragment: af (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03409) fragment: af (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03247) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03247) vertaling: ich weit det geer op nemes kwaod zit
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03409) vertaling: Ich weit det geer op nemes nut zit
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03247) vertaling: ich weit det zie op nieks grentsj is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03409) vertaling: Ich weit det zie nörges greutsj op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03247) vertaling: E dink det 't neet gemekkelik is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03409) vertaling: Els mènt det 't neet gemekkelik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03247) vertaling: ich weit det ich te laot bin en doe neet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03409) vertaling: Ich weit det ich te laat bön en doe neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03247) vertaling: doe wits toch des doe mos werke en ich neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03409) vertaling: Doe wits toch dets doe mós wèrke en ich neet
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling 2.ev. in contrast, in bijzin
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03247) vertaling: idderein denk det veer nao heim gaon en det zie nog moge blieve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03409) vertaling: Idderein dink det veer nao heim gaon, en det zie nog moge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03409) vertaling: 't Is jaomer det hae kump en det zie/het weggeit
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03409) vertaling: Ich dink det L krank is.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03409) vertaling: Ich dink det P en L gaon trouwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03409) vertaling: Det duit 'r
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03247) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03409) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03247) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03409) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03409) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03247) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03247) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03409) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03409) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03247) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03409) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03247) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03409) vertaling: "en" komt soms wel voor in ontkenningen: "dae duit van alles wat neet en doug"(= van alles wat niet deugt".
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03409) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03409) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03247) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03409) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03247) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03409) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03409) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03409) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03409) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03409) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03247) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03409) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03409) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03409) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03247) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03409) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03409) vertaling: Duit Maria ilken aovend danse?
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03409) vertaling: Duit Maria ilken aovend danse?
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03247) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03247) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03409) vertaling: Doon mich 't brood ins efke sjnieje
komt voor: j
opm.: "eventueel:" maar niet gebruikelijk
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03409) vertaling: Doon mich 't brood ins efke sjnieje
komt voor: j
opm.: "eventueel:" maar niet gebruikelijk
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03409) fragment: wo de (+ na gisteren 'van') (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03409) fragment: wo de (+ na gisteren 'van') (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03409) fragment: hoe de (+ na gisteren 'van') (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03409) fragment: hoe de (+ na gisteren 'van') (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03247) fragment: wo van de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03409) fragment: hoe (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03247) fragment: hoe (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03247) fragment: wo (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03409) fragment: wo (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03247) fragment: wo (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03409) fragment: wo (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03409) fragment: hoe (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03247) fragment: hoe (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03247) fragment: wo (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03247) fragment: wo (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03247) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03247) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03409) fragment: wo-op (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03409) fragment: hoe-op (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03409) fragment: hoe-op (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03409) fragment: wo-op (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03409) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03409) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03409) fragment: en det waas --- (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03409) fragment: en det waas --- (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03247) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03247) fragment: dae (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03409) fragment: wat (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03409) fragment: wo (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03409) fragment: hoe (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03409) fragment: hoe (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03247) fragment: wo (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03409) fragment: wo (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03409) fragment: det (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03247) fragment: wo op (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03247) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03409) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03409) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03247) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03247) fragment: waem (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03409) fragment: Waem (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03409) fragment: Waem (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03409) fragment: Es emes geldj haet, mt d'r --- (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03409) fragment: Es emes geldj haet, mt d'r --- (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03247) vertaling: wat dinkse waem ich inne sjtad getroffe höb
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03409) vertaling: Waem mèns se det ich inne sjtad taengekómme bön?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03247) vertaling: wat dink geer wie ze 't höbbe opgelos
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03409) vertaling: Wie dink geer des se 't höbbe opgelos?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03247) vertaling: wie dink se det ze 't höbbe opgelos
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03409) vertaling: Wat tuntj dich: wie höbbe ze 't opgelos?
opm.: twijfelgeval partiële WH-verplaatsing door de puntkomma, waarschijnlijk als twee losse zinnen geïnterpreteerd
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03247) vertaling: Magda wit neet waem veer wille opbelle
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03409) vertaling: M. wit neet waem veer wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03247) vertaling: wit emes waem veer gerope höbbe
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03409) vertaling: Wit emes waem veer gerope höbbe?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03247) vertaling: waem dinkste det ich inne sjtad getroffe höb
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03409) vertaling: Waem mèns se / dink se det ich inne sjtad taengegekómme bön?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03409) vertaling: Waem mèns se / dink se det ich inne sjtad taengegekómme bön?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03247) vertaling: hae haet zien henj gewesje
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03409) vertaling: Dae haet zich de henj gewesje
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03409) vertaling: Dae haet zich 't hemp gewesje
opm.: per zin: óf reflexief óf possessief pronomen, komen niet tegelijk voor! reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03409) vertaling: Dae haet zien hemp gewesje
opm.: per zin: óf reflexief óf possessief pronomen, komen niet tegelijk voor! reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03247) vertaling: hae haet zien hemd gewesje
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03409) vertaling: Dae haet zien hemp gewesje
opm.: per zin: óf reflexief óf possessief pronomen, komen niet tegelijk voor! reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03409) vertaling: Dae haet zich 't hemp gewesje
opm.: per zin: óf reflexief óf possessief pronomen, komen niet tegelijk voor! reflexief: zich
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03247) vertaling: hae haet eine hood op ziene kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03409) vertaling: Dae haet 'ne hood óm/op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03247) vertaling: hae haet ein plek op zien hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03409) vertaling: Dae haet 'n plek op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03247) vertaling: hae haet ziene bein gebraoke
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03409) vertaling: Dae hat zich 't bein gebraoke
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03247) vertaling: zie haet zich pien gedaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03409) vertaling: Die haet zich wee gedaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03247) vertaling: Marie troch de daeke nao zich haer
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03409) vertaling: M. tróch de daeke op zich aan
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03247) vertaling: Luc wit det d'r foto's van hemzelf te koup zeen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03409) vertaling: L. wit det d'r foto's van dem zelf te koup zeen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03247) vertaling: doe herinners dich toch waal det veer toen doer dae bosj haer zeen geloupe
opm.: dich reflexief: dich
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03409) vertaling: Doe wits toch nog waal det v'r doe door dae bosj geloupe/getróch zeen?
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03247) vertaling: ich herinner mich det de auto van M kepot waar
opm.: reflexief: mich
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03409) vertaling: Ich wit nog / herinner mich det de auto van M kepot waas
opm.: reflexief: mich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03247) vertaling: zie herinnert zich det hae wie ein verke zoot te aete
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03409) vertaling: Zie wit nog/ herinnert zich detter zoot te aete es a verke
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03247) vertaling: veer herinnere os waal det Jan zien beuk allemaol gesjtaole ware mer zie herinnere 't zich neet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03409) vertaling: Veer weite nog waal det alle beuk van J gesjtaole waore mer die herinnere zich det neet meer
opm.: reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03247) vertaling: herinnert geer uch nog det veer Jan oppe mert gezeen höbbe
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03409) vertaling: Wit geer nag det v'r Jan oppe mert gezeen höbbe?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03247) vertaling: hae haet zich ein ongelök gewerk
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03409) vertaling: Dae haet zich kwiet en geliek gewèrk
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03247) vertaling: hae vulde zich doer 't ies zakke
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03409) vertaling: Hae veulde detter doer 't ies zakde
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03409) vertaling: Zow d'r det gekósj höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03409) vertaling: Zow d'r det gekósj höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03409) vertaling: Zow d'r det gekósj höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03247) vertaling: zoow hae det gekind höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03409) vertaling: Haw d'r det kónne doon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03409) vertaling: Haw d'r det kónne doon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03409) vertaling: Haw d'r det kónne doon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03409) vertaling: Zow d'r det höbbe kinne doon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03409) vertaling: Zow d'r det höbbe kinne doon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03409) vertaling: Zow d'r det höbbe kinne doon?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03409) fragment: kinne doon (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03409) fragment: geksj (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03409) fragment: geksj (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03409) fragment: kinne doon (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03247) fragment: gekind (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03409) fragment: gedaon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03247) fragment: gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03409) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03409) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03409) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03409) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03409) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03409) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03409) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03409) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03409) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03409) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03409) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03409) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03409) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03247) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03247) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03409) vertaling: Ze kwame aangewanjele
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03409) vertaling: Ze kwame aangewanjele
komt voor: j
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03409) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03247) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03247) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03409) vertaling: Ich dink dae is weg
komt voor: j
opm.: dae=hij (dat=det in deze lijst (Nederl M-Limburg))
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03409) vertaling: Ich dink dae is weg
komt voor: j
opm.: dae=hij (dat=det in deze lijst (Nederl M-Limburg))
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03409) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03247) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03409) vertaling: Ich wit dae is weg
komt voor: j
opm.: dae=hij (dat=det in deze lijst (Nederl M-Limburg))
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03247) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03409) vertaling: Ich wit dae is weg
komt voor: j
opm.: dae=hij (dat=det in deze lijst (Nederl M-Limburg))
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03247) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03409) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03247) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03409) vertaling: Marie al zien kuuj zeen ....
opm.: "eventueel: klinkt een beetje kinderachtig"
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03409) vertaling: Kees make (dao) weit/kin ich nieks vanne
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03247) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03409) vertaling: Kees make (dao) weit/kin ich nieks vanne
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03247) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03409) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03247) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03409) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03409) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03247) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03247) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03409) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03409) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03247) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03409) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03247) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03247) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03409) vertaling: Loupentere kwaam ich dem taenge
opm.: "nauwelijks, is eigenlijk geen Posters"
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03247) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03409) vertaling: ich höb heel get loupe gedaon
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03409) vertaling: ich höb heel get loupe gedaon
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03247) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03409) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03409) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03247) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03247) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03409) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03247) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03409) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03409) vertaling: In daen tied höb ich drop los (d'r mer op los) glaef
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03247) vertaling: in dae tied laefde ich d'r op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03247) vertaling: vreuger laefde hae wie ein bees
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03409) vertaling: Vreuger haet d'r gelaef wie 'n bees
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03409) vertaling: Dao höbbe v'r gelaef wie ('ne) God in Frankriek
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03247) vertaling: dao laefde veer wie God in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03409) vertaling: Nemes moog 't zeen, dus ich ving dets doe 't ouch neet mogs zeen
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling 2.ev. in contrast, in bijzin
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03247) vertaling: nemes moog 't zeen, dus ich ving des doe 't ouch neet moogs zeen
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03247) vertaling: 't gebeurde wiese weggings
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03409) vertaling: 't Is gebeurd wie doe weggings/weggongs
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03409) vertaling: Ich weit wo doe gebaore bös
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03247) vertaling: ich weit wo des doe gebaore bös
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03409) vertaling: Nou des se klaor bös, moogs se weggaon
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03247) vertaling: noese klaor bös moogs se gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03247) vertaling: doordet m gesjtorve waar, haet haore man A neet meer kinne helpe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03409) vertaling: Ómdet M. gesjtórve waas, haet ziene miensj Anne neet meer kinne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03409) vertaling: Ich weit detter is gaon sjwumme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03247) vertaling: ich weit det d'r is gaan zjwumme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03409) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03409) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03409) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03409) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03409) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03247) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03409) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03409) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03247) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03247) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03409) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03409) vertaling: Mit zón waer kóns se neet väöl doon
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03247) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03409) vertaling: Mit zón waer kóns se neet väöl doon
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03247) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03409) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03247) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03409) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03247) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03409) vertaling: "niet gangbaar maar in spreektaal wel mogelijk"
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03247) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03409) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03247) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03409) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03247) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03409) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03247) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03409) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03247) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03409) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03247) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03409) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03247) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03409) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03409) fragment: wat (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03247) fragment: dae (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03409) fragment: wat (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03409) fragment: dae wat (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03409) fragment: dae wat (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03409) fragment: dae wat (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03409) fragment: wat (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03409) fragment: wat (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03409) fragment: dae wat (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03247) fragment: dae (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03409) fragment: dae wat (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03247) fragment: wo van (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03247) fragment: det hae (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03409) fragment: dae wat (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03409) fragment: det (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03247) fragment: det hae (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03409) fragment: det (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03247) fragment: wo van (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03409) fragment: det (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03247) fragment: wo van (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03409) fragment: dae wat (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03247) fragment: wo van (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03247) fragment: det ze 'm (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03409) fragment: dae wat (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03409) fragment: det (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03247) fragment: det ze 'm (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03409) fragment: hoe (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03409) fragment: wo (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03409) fragment: wo (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03409) fragment: hoe (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03247) fragment: womit (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03247) fragment: waem (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03409) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03409) fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03247) fragment: wo (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03409) fragment: wo (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03247) fragment: wo (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03247) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03409) fragment: wo (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03409) fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03247) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03409) fragment: wat (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03247) fragment: wat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03247) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03409) fragment: die wat (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03247) fragment: wat (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03409) fragment: wat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03409) fragment: Waem (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03247) fragment: wen (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03247) fragment: wovan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03409) fragment: wovan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03247) vertaling: P dink det Jan en Marie op nemes kwaod zeen
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03409) vertaling: P. mènt det J en M kwaod zeen op idderein
betekenis: geen negative concord
opm.: "lijkt me ongewoon Nederlands. kan in dialect ook wel: det J+M op nemes neet kwaod zeen maar klinkt nogal gezocht"
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03409) vertaling: P. mènt det J en M kwaod zeen op idderein
betekenis: geen negative concord
opm.: "lijkt me ongewoon Nederlands. kan in dialect ook wel: det J+M op nemes neet kwaod zeen maar klinkt nogal gezocht"
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03409) vertaling: W. dink det v'r nots emes 'ne pries gaeve
betekenis: negative concord
opm.: "eventueel ook --- noots nemes": dubbele negatie 'nooit ... niemand'-ja
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03409) vertaling: W. dink det v'r nots emes 'ne pries gaeve
betekenis: negative concord
opm.: "eventueel ook --- noots nemes": dubbele negatie 'nooit ... niemand'-ja
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03247) vertaling: Wim dink det veer noots nemes eine pries gaeve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03247) vertaling: Wim dink det veer noots nemes eine pries gaeve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03409) vertaling: 't Is waor det ze neet mit M. moge kalle
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03247) vertaling: nörges
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03409) vertaling: Nörges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03409) vertaling: Nemes
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03247) vertaling: nemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03409) vertaling: Noots
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03247) vertaling: noots
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03247) vertaling: nieks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03409) vertaling: Nieks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03409) vertaling: Gein
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03247) vertaling: gen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03247) vertaling: zegk m neet det ich nao boete ben gewaes
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03409) vertaling: Zèk dem neet det ich boete gewaes bön
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03247) vertaling: neet vertelle desse ein kedo vuur 'm höbs gekoch, huur
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03409) vertaling: Neet zègke des se 'n kedo veur dem gekóch haes, heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03247) vertaling: witse neet det hae gevalle is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03409) vertaling: Wits doe neet detter gevalle is?
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann.
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03409) vertaling: W perbeerde óm nemes pien te doon
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03247) vertaling: Wendy probeert om nemes pien te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03247) vertaling: 't sjient det ze nieks moog aete
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03409) vertaling: Ze zègke det het (ze) nieks moog aete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03247) vertaling: ze sjient nieks te moge aete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03409) vertaling: Ze zègke det het (ze) nieks moog aete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03409) vertaling: Ze perbere al de ganse daag zich op te belle
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03247) vertaling: ze probere al de ganse daag om zich op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03247) vertaling: 't beloof weer eine sjoone daag te waere
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03409) vertaling: "t Liek drop det 't weer 'ne sjone daag waere
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03247) vertaling: 't is mesjien baeter om nog effe te wachte
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03409) vertaling: 't Is mesjiens baeter óm nag efkes te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03409) vertaling: V'r hawe gelök det v'r 'm drek truuk vónge
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03247) vertaling: veer hejje 't gelok 'm drek truuk te vinge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03247) vertaling: es de hinne eine valk zeen zeen ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03409) vertaling: Wen/Es de hinne 'n valk zeen, zeen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03247) vertaling: es v'r de aerpel neet kinne verkoupe zitte v'r inne probleme
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03409) vertaling: Es/wen v'r de aerpel neet kinne verkoupe, höbbe v'r probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03247) vertaling: went geer 'm neet mitnumt waer ich kwaod
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03409) vertaling: Es geer dem neet mitnump/mitnumt, waer ich kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03247) vertaling: hae woos't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03409) vertaling: Hae/dae wis't/wós 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03247) vertaling: op dit fees waerd väol gedans
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03409) vertaling: Op dit fees weurt väöl gedans
opm.: "äö uitspreken als eu in Frans: beurre/soeur"
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03247) vertaling: noe waerd d'r allein nog mer brood verkoch in dae winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03409) vertaling: Noe verkoupe ze nog alleein mer brood/wik in dae winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03247) vertaling: es d'r mitte fiets kump zal d'r waal laat zeen
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03409) vertaling: Es d'r mitte fiets kump, zal d'r waal laot zeen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03247) vertaling: esse tied haes kom dan ins eine keer langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03409) vertaling: Es se tied haes, dan kóm ins aan
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03247) vertaling: wen ich riek bön koup ich eine dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03409) vertaling: Es ich riek bön, dan koupe ich 'ne dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03409) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03247) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03409) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03247) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03247) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03409) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03409) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03247) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03409) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03247) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03247) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03409) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03409) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03247) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03247) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03409) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03247) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03409) vertaling: Ich höb 'm 't gegaeve
opm.: "eventueel"
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03409) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03247) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03247) vertaling: Marie haet gezag des doe ein leedje höbs probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03247) vertaling: Marie haet gezag des doe höbs geprobeerd ein leedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03247) vertaling: Marie haet gezag des doe ein leedje höbs probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03409) vertaling: M haet gezag dets doe geperbeerd haes 'n leedsje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03247) vertaling: Marie haet gezag des doe höbs geprobeerd ein leedje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03247) vertaling: M haet gezag des doe höbs geprobeerd haor ein book te gaeve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03409) vertaling: M haet gezag dets doe geperbeerd haes 'm 'n book te gaeve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03247) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03409) gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03247) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03409) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03409) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03409) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03409) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03409) gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03409) vertaling: Die vanne sjtad die höbbe hiej väöl hoezer geboewd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03247) vertaling: die vanne sjtad, die höbbe hie vaol hoezer geboewd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03247) vertaling: aan die nuuj vaart dao zuusse gein miensj meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03409) vertaling: Aan det nuuj kenaal, dao zuus se nemes meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03247) vertaling: gister is Jan hie gewaes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03409) vertaling: Gister is Jan hiej gewaes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03409) vertaling: Op de dag det Jan belde, waas ich neet heim
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03247) vertaling: dae daag det Jan belde waar ich neet heim
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03247) vertaling: Jef, dem zoow ich noots oetneudige
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03409) vertaling: Jef, dem zow ich noots neu
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03247) vertaling: Marie, det zoow zoget noots doon
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03409) vertaling: Maria, die zow zoget noots doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03409) vertaling: Bert, dae pak zich/ drink waal ins te väöl
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03247) vertaling: Bert, dae drink waal ins ein glaas te väol
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03247) vertaling: Martha, dem zoow ich waal ins bie mich heim wille oetneudige
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03409) vertaling: Martha, die zow ich waal ins biej mich heim wille neu/vraoge
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03247) vertaling: det hoes, det zoow ich noots wille koupe
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03409) vertaling: Det hoes, det zow ich noots wille koupe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03409) vertaling: Det hoes, det sjteit dao al fieftig jaor
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03247) vertaling: det hoes, det sjteit dao al feftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03409) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03409) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03409) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03409) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03409) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03409) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03409) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03409) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03409) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03409) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03409) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03409) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03247) vertaling: haet Gunther gebeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03409) vertaling: Haet Gunther gebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03409) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03247) vertaling: pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03247) vertaling: 't waar mer net good genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03409) vertaling: 't Waes mer net good genóg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03247) vertaling: M haet noe meer kuuj es wat 't vreuger hej
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03409) vertaling: M haet noew meer kuuj es vreuger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03409) vertaling: Es S haw kinne kómme, dan haw het det gedaon
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03247) vertaling: Wen S hej kinne komme, den hej't det gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03409) vertaling: Zie is de bèste dokter wat ich kin
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03247) vertaling: zie is de beste dokter wat ich kin
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03409) vertaling: Zie is de bèste dokter wat ich kin
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03409) vertaling: -- dokter die wat ich kin
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03409) vertaling: -- dokter die wat ich kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03247) vertaling: vuur desse get weg sjmiets mosse mich effe belle
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03409) vertaling: Veur desse get wegsjmiets, mósse efke belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03409) vertaling: Hiej is alles wat ich gekrege höb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03247) vertaling: hie is alles wat ich gekrege höb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03247) vertaling: Jan is te gietsig om get aan zien kinger te gaeve
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03409) vertaling: Jan is te gietsig óm get aan zien kinger te gaeve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03247) vertaling: afwens doe get van voetballe wits
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03409) vertaling: Doe wits/kins toch nieks van foetballe
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03409) vertaling: Lik det book neer!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03247) vertaling: lik det boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03247) vertaling: esse ech neet kins wachte dan kom mer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03409) vertaling: Es se ech neet kins wachte, dan kóm mer
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03247) vertaling: ich weit det Jan de dokter hej kinne rope
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03409) vertaling: Ich weit det Jan de dokter haw kinne rope
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03247) vertaling: ich weit det Jan de dokter gerope koosj höbbe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03409) vertaling: Ich weit det Jan de dokter haw kinne rope
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03247) vertaling: hae zag det ich 't hej motte doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03409) vertaling: Hae zag det ich 't haw módde doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03247) vertaling: hae zag det ich 't gedaon moosj höbbe
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03409) vertaling: Hae zag det ich 't haw módde doon
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03247) vertaling: hae is de vorge waek door dokter Mertens geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03409) vertaling: Hae is vörrige waek door dokter M geopereerd
opm.: "ö als in Duits völlig"
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03247) vertaling: hae waerd morge door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03409) vertaling: Hae weurt morge door dokter M. geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03409) vertaling: Ich dinke des se väöl weg zots módde sjmiete
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03247) positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03409) vertaling: Ich dinke des se väöl weg zots módde sjmiete
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03409) vertaling: 't Is sjtom om zón duur dinger weg te sjmiete
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03409) vertaling: 't Is sjtom om zón duur dinger weg te sjmiete
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03247) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03409) vertaling: Dae is al 't kepot gerei weg aan 't sjmiete
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03247) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03409) vertaling: Dae is al 't kepot gerei weg aan 't sjmiete
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03409) vertaling: Ich ving des se dökker de gezet zots módde laeze
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03247) vertaling: ich ving desse dökker de gezet zoows motte laeze
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03409) vertaling: Ich ving des se dökker de gezet zots módde laeze
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03247) vertaling: 't is dom em in 't duuster de gezet te laeze
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03409) vertaling: 't Is sjtom óm in 't duuswter de gezet te laeze
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03409) vertaling: 't Is sjtom óm in 't duuswter de gezet te laeze
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03247) vertaling: hae is de ganse daag aont laeze
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03409) vertaling: Hae is de ganse daag de gezet aan 't laeze
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03247) vertaling: hae is de ganse daag aont laeze
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03247) vertaling: hae leus de ganse daag
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03409) vertaling: Hae is de ganse daag de gezet aan 't laeze
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03247) vertaling: hae leus de ganse daag
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03409) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03247) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03409) fragment: - (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 03409) fragment: - (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03409) fragment: dks ( = soms, misschien) (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03409) fragment: dks (= soms, misschien) (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03409) vertaling: Zón dink ein höb ich naj noots gezeen
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03247) vertaling: zo'n dink ein höb ich nog noots gezeen
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03247) vertaling: zo'n dink ein höb ich nog noots gezeen
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03409) vertaling: Zón dink ein höb ich naj noots gezeen
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03247) vertaling: zo'n vrouw kinse mer baeter neet taengesjpraeke
komt voor: j
opm.: dav
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03409) vertaling: Zón vrouw ein kins se baeter neet taengesjpraeke
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03409) vertaling: Zón vrouw ein kins se baeter neet taengesjpraeke
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03247) vertaling: zo'n vrouw kinse mer baeter neet taengesjpraeke
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03247) vertaling: zo'ne miensj haet altied get om euver te klage
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03409) vertaling: Zónne miensj eine haet altied get te knotere
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03409) vertaling: Zónne miensj eine haet altied get te knotere
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03247) vertaling: zo'ne miensj haet altied get om euver te klage
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03247) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03409) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03409) vertaling: R haet eine greune appel weggegaeve, en noew haet d'r nog twee roow
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03247) vertaling: R haet eine grenne appel weggegaeve en noe haet d'r nog twee rooje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03409) vertaling: D'r ware väöl luuj op 't fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03247) vertaling: dao ware väol luuj op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03409) vertaling: Ware d'r väöl luuj op 't fees?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03247) vertaling: ware d'r väol luuj op 't fees
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03247) vertaling: wat haes se vur beuk gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03409) vertaling: Wat haes-se veur beuk gekóch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03247) vertaling: wat haes se vur beuk gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03409) vertaling: Wat veur beuk haes-se gekóch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03247) vertaling: welke beuk höb se gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03409) vertaling: Wat veur beuk haes-se gekóch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03409) vertaling: Wat haes-se veur beuk gekóch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03247) vertaling: welke beuk höb se gekoch
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03409) vertaling: Hae wónt bie M
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03247) vertaling: hae wont bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03409) vertaling: Hae wónt bie W.
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03247) vertaling: hae wont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03247) vertaling: loup effe nao de bekker, Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03409) vertaling: Gank efkes nao de bekker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03409) vertaling: Wat haes se gezeen?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03247) vertaling: waem höb se gezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03247) vertaling: waem haet dich gezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03409) vertaling: Waem haet dich gezeen?
opm.: twijfelgeval naamval op subject-'wie'
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03247) vertaling: hej ich det gewete dan hej ich 't neet gedaon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03409) vertaling: Wen ich det gewete haw, dan haw ich 't neet gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03409) vertaling: 't Zow baeter zeen óm nog efkes te wachte
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03247) vertaling: 't zoow baeter zeen om nog effe te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03247) vertaling: gelökkig hej Jan de dokter gebeld en dae waas t'r al heel gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03409) vertaling: Gelökkig haw Jan de dokter gebeld, en dae waas al heel flot dao
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03247) vertaling: loup noe toch door, vervaelende jonges
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03409) vertaling: Loup noe toch dor, nutte poete
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03247) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03247) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03247) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03247) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03247) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03247) komt voor: n
000 (z17opm) (inf. 03409) opm. inf.: zie (8) (informant heeft heel vraag 17 niet ingevuld omdat inf deze gelijk aan 8 acht)

interview mondelinge enqute

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Posterholt

data telefonische enqute

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enqute in Posterholt