SAND-data Echt (L381p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03246) vertaling: Jan herinnert zich det verhaol nog waal
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03246) vertaling: Toon is zich aan het wasse
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03246) vertaling: De Timmerma haet gein naegel bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03246) vertaling: Fons zaag ein slang naeve zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03246) vertaling: Ich mos veur Eric wirke
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03246) vertaling: Johanne leet zich drieve op de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03246) vertaling: Toon bekeek zich zelf eins goot in de spegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03246) vertaling: Jan drunk in twae minute ein glaeske beer
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03246) vertaling: Dees sjaon laupe gemukkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03246) vertaling: Ed keintj zich zelf het biste
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03246) vertaling: Ward haet geheurdj det er foto's van hem in de etalaag loge
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03246) vertaling: Die aerpele sjelle zich neit gemekkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03246) vertaling: Dit glaas bruk es het op de grondj vèltj
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03246) vertaling: Ja, hij slaapt
opm.: dav
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03246) vertaling: Hij is aan 't slapen
opm.: dav
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03246) vertaling: Hij is aan 't slapen
opm.: dav
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03246) vertaling: Ja, hij slaapt
opm.: dav
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03246) komt voor: j
betekenis: bevestigend
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03246) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03246) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03246) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03246) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03246) komt voor: j
betekenis: bevestigend
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03246) vertaling: Hij doet het niet
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03246) komt voor: j
opm.: betekenis niet ingevuld
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03246) komt voor: j
opm.: betekenis niet ingevuld
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03246) komt voor: j
opm.: betekenis niet ingevuld
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03246) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03246) opm.: het is mij onduidelijk of de informant hier nu 'ja' of 'nee' bedoelt
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03246) opm.: het is mij onduidelijk of de informant hier nu 'ja' of 'nee' bedoelt
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03246) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03246) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03246) vertaling: De lamp is kapot
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03246) vertaling: De lamp is kapot
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03246) vertaling: Gaat Marie elke avond dansen?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03246) vertaling: Gaat Marie elke avond dansen?
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03246) vertaling: Snij jij even het brood
komt voor: j
opm.: dav
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03246) vertaling: Snij jij even het brood
komt voor: j
opm.: dav
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03246) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03246) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03246) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03246) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03246) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03246) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03246) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03246) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: dav
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03246) komt voor: n
fragment: die (1)
opm.: dav
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03246) komt voor: n
fragment: die (1)
opm.: dav
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03246) komt voor: n
fragment: waar (1)
opm.: dav
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03246) komt voor: n
fragment: waar (1)
opm.: dav
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03246) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03246) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03246) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03246) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03246) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03246) komt voor: j
fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03246) komt voor: j
fragment: iemand die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03246) komt voor: j
fragment: iemand die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03246) vertaling: Waem dinks ie det ich in de stad tège bon gekomme
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03246) vertaling: Wie dink geer det ze det hobbe opgelos?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03246) vertaling: Wie dinks doe det ze det hobbe opgelos?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03246) vertaling: Magda witj neet waem weer wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03246) vertaling: Wètj eemes waem weer gerope hobbe?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03246) vertaling: Waem dènkste waal det ich in de stad tège koom?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03246) vertaling: Waem dènkste det ich in de stad gezeen hob?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03246) vertaling: Hae haet zien hing gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03246) vertaling: Hae haet zien humme gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03246) vertaling: Hae haet eine hood op ziene kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03246) vertaling: Hae haet ein plek op zien humme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03246) vertaling: Hae haet zien bein gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03246) vertaling: Hit haet zich pien gedaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03246) vertaling: Marie brag de dèke nao zich hèr
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03246) vertaling: Luc witj det er foto's van hem te kaop zeen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03246) vertaling: Doe wits toch nog det weer door det bos zeen gelaope
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03246) vertaling: Ich herinner mich det de auto van Marie kapot waar
opm.: reflexief: mich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03246) vertaling: Hèt wetj nog det hae es ein verke zaot te vrète
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03246) vertaling: Weer weite nog det alle beuk van Jan gestaole wore
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03246) vertaling: Wètj geer nog det weer Jan gezeen hobbe opte mert?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03246) vertaling: Hae haef zich ein ongelok gewirk
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03246) vertaling: Hae veuldje det hae door het ies zakdje
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03246) vertaling: Zoe hae det hobbe kinne gedaon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03246) vertaling: Zoe hae det gedaon kenne hobbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03246) vertaling: Zoe hae det gedaon kenne hobbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03246) vertaling: Zoe hae det hobbe kinne gedaon?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03246) fragment: kinne doon (1)
opm.: vraag verkeerd begrepen en dito ingevuld; oordeel gebaseerd op het antwoord bij de volgende vraag
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03246) fragment: gekos .. gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03246) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03246) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03246) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03246) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03246) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03246) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03246) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03246) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03246) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03246) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03246) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03246) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03246) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03246) vertaling: Ze kome aangewanjeldj
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03246) vertaling: Ze kome aangewanjeldj
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03246) vertaling: Ich dink det hae weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03246) vertaling: Ich dink det hae weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03246) vertaling: Ich dink hae is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03246) vertaling: Ich dink hae is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03246) vertaling: Ich weit det hae weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03246) vertaling: Ich weit det hae weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03246) vertaling: Ich weit hae is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03246) vertaling: Ich weit hae is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03246) vertaling: De politie zoe komme en mit numme
komt voor: j
opm.: dav??
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03246) vertaling: De politie zoe komme en mit numme
komt voor: j
opm.: dav??
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03246) vertaling: Al de kuuj van Marie zeen bie de overstreuming verdronke
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03246) vertaling: Al de kuuj van Marie zeen bie de overstreuming verdronke
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03246) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03246) vertaling: Mit Jan bon ich nao de mert gewaes
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03246) vertaling: Mit Jan bon ich nao de mert gewaes
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03246) vertaling: Ich hob al drie somme gemaak. Doe den?
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03246) vertaling: Ich hob al drie somme gemaak. Doe den?
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03246) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03246) vertaling: Die zoen ich neet durve op te aete
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03246) vertaling: Die zoen ich neet durve op te aete
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03246) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03246) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03246) vertaling: Laupend hèr kwaam ich hem taege
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03246) vertaling: Laupend hèr kwaam ich hem taege
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03246) vertaling: Ich hob al hael get gelaope
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03246) vertaling: Ich hob al hael get gelaope
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03246) vertaling: Ich wèr noe meug, dus haoj ich op
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03246) vertaling: Ich wèr noe meug, dus haoj ich op
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03246) vertaling: Hae deej net of ter pas oit bid kwaam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03246) vertaling: Hae deej net of ter pas oit bid kwaam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03246) vertaling: De sjilder is komme sjildere
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03246) vertaling: De sjilder is komme sjildere
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03246) vertaling: Dinks doe dits doe nao heim geis?
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03246) vertaling: Dinks doe dits doe nao heim geis?
komt voor: j
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03246) vertaling: In dien tied leefdje ich drop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03246) vertaling: Vreuger laefdje hae wie ein bies
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03246) vertaling: Dao leefden weer wie eine God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03246) vertaling: Nemes moog det zeen, dus doe aug neet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03246) vertaling: Het gebordje wies doe weggings
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03246) vertaling: Ich weit woos does gebaore bos
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03246) vertaling: Naes doe klaor bos, moogs doe gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03246) vertaling: Doordet Marie gestorve woor, haef heure mins Anna neet mere kinne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03246) vertaling: Ich weit det hae is gaon zwomme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 1
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03246) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03246) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03246) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03246) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03246) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03246) vertaling: Wils doe nog koffie, Jan?
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03246) vertaling: Wils doe nog koffie, Jan?
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03246) vertaling: Geit het danse?
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03246) vertaling: Geit het danse?
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03246) vertaling: Hobbe ze gegète?
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03246) vertaling: Hobbe ze gegète?
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03246) vertaling: Is het hoes te koup?
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03246) vertaling: Is het hoes te koup?
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03246) vertaling: Dao kump morge eemes langs.
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03246) vertaling: Dao kump morge eemes langs.
komt voor: j
opm.: twijfel: De informant lijkt de vraag niet te hebben begrepen (cf. zijn vertaling), waardoor het niet duidelijk is of de 'ja' hier inderdaad als dusdanig moet worden geinterpreteerd
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03246) vertaling: Mit zon waer kenste neet vol doon
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03246) vertaling: Mit zon waer kenste neet vol doon
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03246) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03246) vertaling: Ich wil hem noet mae zeen, hij haet mich betoep
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03246) vertaling: Ich wil hem noet mae zeen, hij haet mich betoep
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03246) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03246) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03246) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03246) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03246) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03246) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03246) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03246) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: dae (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: dae (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03246) komt voor: j
fragment: dae (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03246) komt voor: j
fragment: dae (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det hae (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det hae (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det hae (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03246) komt voor: j
fragment: wo (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03246) komt voor: j
fragment: wo (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03246) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03246) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03246) komt voor: j
fragment: det (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03246) komt voor: j
fragment: Es hae te laat komt, moet hae op de bank zitten (1)
opm.: dav
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03246) komt voor: j
fragment: Es hae te laat komt, moet hae op de bank zitten (1)
opm.: dav
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03246) vertaling: Piet dinktj det Jan en Marie op nemes kwaod zee
opm.: geen betekenis aangeduid
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03246) vertaling: Wim dinktj det weer naot emes eine pries gève
opm.: geen betekenis aangeduid
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03246) vertaling: Het is waor det ze neet mit Marie moge kalle
opm.: geen betekenis aangeduid
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03246) vertaling: Narges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03246) vertaling: Nemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03246) vertaling: Naots
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03246) vertaling: Niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03246) vertaling: Gein
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03246) vertaling: Zèk hem, det ich neet boete bon gewaes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03246) vertaling: Zèk neet, des doe ein kado veur hem hobs gekoch
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03246) vertaling: Wèts doe neet det hae gevalle is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03246) vertaling: Wendy probeerdje om nemes pien te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03246) vertaling: 't Sjient dets doe niks moogs ète
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03246) vertaling: Het sjient niks te moge ète
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03246) vertaling: Ze probere al de haele daag mit ein te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03246) vertaling: Het beloof weer eine sjoene daag te wèze
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03246) vertaling: Het is mesjien bèter nog effe te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03246) vertaling: Weer hawwe het gelok om hem direk trok te vinje
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03246) vertaling: Es de hoonder eine valk zeen, zeen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03246) vertaling: Es weer de aerpele neet kinne verkoupe, hobbe weer ein probleem
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03246) vertaling: Es geer hem neet mit numtj wèr ich kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03246) vertaling: Hae wis het
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03246) vertaling: Op dit fies waerdj vol gedans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03246) vertaling: Noe waerdj allein nog mer braod verkoch in dae winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03246) vertaling: Es ter mit de fiets kump, zal hae waal te laat zeen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03246) vertaling: Es doe tied hobs, kom den eins aan
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03246) vertaling: Es ich riek bon, koup ich eine dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03246) komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03246) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03246) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03246) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03246) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03246) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03246) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03246) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03246) vertaling: Ich hob het heem gegève
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03246) vertaling: Ich hob het heem gegève
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03246) vertaling: Zie laef dees week op water en braot
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03246) vertaling: Zie laef dees week op water en braot
komt voor: j
opm.: dav
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03246) vertaling: Marie haet gezag des doe geprobeerdj hobs om ein leedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03246) vertaling: Marie haet gezag des doe geprobeerdj hobs om ein leedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03246) vertaling: Marie haet gezag des doe geprobeerdj hobs ein leedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03246) vertaling: Marie haet gezag des doe geprobeerdj hobs ein leedje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03246) vertaling: Marie haet gezag des doe geprobeerdj hobs, heur ein book te gève
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03246) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03246) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03246) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03246) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03246) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03246) vertaling: Die oet de stad, die hobbe hiej veul hoezer geboewdj
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03246) vertaling: Aen de nuuj vaart, doe zeens te gein mins mer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03246) vertaling: Gister is Jan hiej gewaes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03246) vertaling: Dèn daag det Jan beldje woor ich ter neet
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03246) vertaling: Jaf, dae zoen ich naot oetneudige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03246) vertaling: Marie, det zoen zoaget noets doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03246) vertaling: Bert, dae drink waal èns ein glaas teveul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03246) vertaling: Martha, zoen ich waal èns biej mich wille oetneudige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03246) vertaling: Det hoes, det zoen ich naot wille koupe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03246) vertaling: Det hoes, det stuit dao al vieftig jaor
000 (z09opm) (inf. 03246) opm.: de 'oe' van 'hoes' moet langgerekt uitgesproken worden
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03246) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03246) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03246) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03246) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03246) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03246) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03246) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03246) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03246) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03246) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03246) vertaling: Haet Gunther gebeldj?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03246) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03246) vertaling: 't Woor mer net good genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03246) vertaling: Marjo haet noe mier kuuj den vreuger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03246) vertaling: Es Suzanne hèj kènne komme, han het det auch gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03246) vertaling: Zie is de bèste dokter dae ich kèn
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03246) vertaling: Veur des doe get wegguets , mos doe mich belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03246) vertaling: Hiej is alles waat ich gekrege hob
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03246) vertaling: Jan is te vèrkesegtig om get aan zien kènjes te gève
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03246) vertaling: Es of doe get van voetballe wèts
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03246) vertaling: Det book litz ich neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03246) vertaling: Es doe ech neet kèns wachte kumps doe mer
opm.: twijfel voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03246) vertaling: Ich weit det Jan de dokter han kènne rope
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03246) vertaling: Hae zag det ich det han motte doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03246) vertaling: Hae zag det ich det gedaon mos hobbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03246) vertaling: Hae is de veurige waek door dr. Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03246) vertaling: Hae weerdj morge door dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03246) vertaling: Ich dink des doe veul mos weggwaeffe
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03246) vertaling: Ich dink des doe veul mos weggwaeffe
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03246) vertaling: Het is dom om zo'n duur dinger wet te gaoffe
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03246) vertaling: Het is dom om zo'n duur dinger wet te gaoffe
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03246) vertaling: Hae is alle kepotte spulle aan het weggwaefe
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03246) vertaling: Hae is alle kepotte spulle aan het weggwaefe
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03246) vertaling: Ich vinj des doe dokker de gezèt mos laeze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03246) vertaling: Ich vinj des doe dokker de gezèt mos laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03246) vertaling: Het is dom om in het duuster de gezèt te lèze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03246) vertaling: Het is dom om in het duuster de gezèt te lèze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03246) vertaling: Hae is de haele daag de gezèt aan het lèze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03246) vertaling: Hae is de haele daag de gezèt aan het lèze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03246) fragment: door (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03246) fragment: soms (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03246) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03246) vertaling: Zoon vrouw kèns te mer bèter neet tège spreke
komt voor: j
opm.: dav
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03246) vertaling: Zoon vrouw kèns te mer bèter neet tège spreke
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03246) vertaling: Zôn mins haet altied waal get om euver te klage
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03246) vertaling: Zôn mins haet altied waal get om euver te klage
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03246) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03246) vertaling: Robert haef eine greune appel aafgegève, noe haef hae nog twea roeje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03246) vertaling: Dao wore veul minse op het fies
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03246) vertaling: Wore der veul minse op het fies
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03246) vertaling: Welke beuk hobs doe gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03246) vertaling: Waat hobs doe veur beuk gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03246) vertaling: Waat hobs doe veur beuk gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03246) vertaling: Welke beuk hobs doe gekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03246) vertaling: Hae woontj bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03246) vertaling: Hae woontj bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03246) vertaling: Loup ève nao de bekker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03246) vertaling: Waem hobs doe gezeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03246) vertaling: Waem haet dich gezeen?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03246) vertaling: Es ich det gewete haw, den haw ich det neet gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03246) vertaling: 't Zoe baeter zeen om nog effe te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03246) vertaling: Gelokkig haw Jan de dokter gebeldj, en dae kkwaa al hiel gaw.
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03246) vertaling: Loup noe toch door, vervèlendje jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03246) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03246) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03246) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03246) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03246) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03246) komt voor: n
000 (z17opm) (inf. 03246) opm. inf.: 't Was dit keer erg veel!

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Echt

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Echt