SAND-data Hunsel (L320p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03412) vertaling: Janne herrinertj zich det verhaol wal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03412) vertaling: M en P zeen zich veur de kirk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03412) vertaling: T wastj zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03412) vertaling: de tummerman heet gein naegel bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03412) vertaling: F zaag ein slang naeve zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03412) vertaling: E leet mich veur zich wirke
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03412) vertaling: J leet zich metdriev oppe golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03412) vertaling: T bekeek zich ins good inne spegel
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03412) vertaling: Jan heet in twieë minute ei beerke gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03412) vertaling: deez sjaon loupe gemakkelik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03412) vertaling: E kintj zichzelf good
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03412) vertaling: W heet gehuëtj detter foto 's van...
opm.: zin niet volledig
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03412) vertaling: die aerpel sjelle zich neet gemekkelik
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03412) vertaling: dit glaas briktj as 't oppe grondj veltj
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03412) vertaling: dokter, laef ich wal gezondj genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03412) vertaling: al jaore laeftj tae vanne erfenis van zie vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03412) vertaling: dees waek laeft zuu op water en broed
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03412) vertaling: laeftj het nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03412) vertaling: wielang laeftj gae noew al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03412) vertaling: in B laeve ze veural vanne vesvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03412) vertaling: nao 't aete gaon ich slaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03412) vertaling: zooi ich det wal konne doon
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03412) vertaling: hae leet zien hoes aafbraeke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03412) vertaling: ich weit det Janne het mot konne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03412) vertaling: ich weit det Janne het mot konne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03412) vertaling: ich weit det Janne het mot konne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03412) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03412) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03412) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03412) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 2
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03412) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 2
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 2
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03412) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03412) komt voor: j
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03412) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03412) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03412) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03412) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03412) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03412) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 3
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 2
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03412) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03412) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03412) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03412) gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03412) gebr.: 3
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03412) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03412) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 3
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03412) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03412) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03412) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03412) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03412) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03412) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03412) vertaling: Jan heet geinein book mieë
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03412) vertaling: Jan heet gei book mieë
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03412) vertaling: beuk heet Jan neet
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03412) vertaling: zitte hiej nörges gein muus
000 (x05opm) (inf. 03412) opm. inf.: d, e, f, g, i, j, k en m komt in mijn dialect niet voor in deze volgorde. Het is mij niet duidelijk of ik dan toch moet vertalen
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03412) vertaling: Jan wetj det hae veur drie ore de wage mot höbbe gemaaktj
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03412) vertaling: Jan wetj det hae veur drie ore de wage gemaaktj mot höbbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03412) vertaling: Jan wetj det hae veur drie ore de wage gemaaktj mot höbbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03412) vertaling: Jan wetj det hae veur drie ore de wage mot höbbe gemaaktj
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 3
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03412) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03412) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03412) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03412) vertaling: Marie ziene auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03412) vertaling: Marie der auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03412) vertaling: Piets auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03412) vertaling: Piet ziene auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03412) vertaling: dae man ziene auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03412) vertaling: dae man ziene auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03412) vertaling: dae auto is neet van mich mer van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03412) opm.: komt niet voor in mijn dialect
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03412) vertaling: Jan is K en K häor breurke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03412) vertaling: die jonges häor fietse zeen gestole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03412) vertaling: die zusters häor mooder is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03412) opm.: komt niet voor in mijn dialect
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03412) opm.: komt niet voor in mijn dialect
000 (x08opm) (inf. 03412) opm. inf.: Komen niet voor in mijn dialect. Het is mij niet duidelijk of ik dan wel of niet moet vertalen
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03412) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03412) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03412) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03412) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03412) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03412) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03412) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03412) fragment: dat we (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03412) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03412) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03412) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03412) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03412) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03412) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03412) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03412) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03412) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03412) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03412) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03412) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03412) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03412) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03412) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03412) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03412) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03412) fragment: altijd te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03412) fragment: altijd te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03412) fragment: altijd te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03412) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03412) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03412) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03412) fragment: soms te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03412) fragment: soms te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03412) fragment: soms te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03412) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03412) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03412) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03412) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03412) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03412) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03412) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03412) fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03412) vertaling: ich weit detj gae op nemes kwaod zeentj
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03412) vertaling: ich weit de zuuj op niks gruëts is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03412) vertaling: Els dinktj de 't neet gemekkelik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03412) vertaling: ich weit det ich te laat ben en dich neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03412) vertaling: doe wets toch des dich mos wirke en ich neet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03412) vertaling: eederein dinktj det wae heives gaon en det zie nog moge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03412) vertaling: het is jaomer det hae kumptj en de zie weggeit
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03412) vertaling: ich dink det L ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03412) vertaling: ich dink det P en L gaon trouwe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03412) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03412) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03412) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03412) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03412) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03412) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03412) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03412) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03412) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03412) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03412) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03412) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03412) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03412) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03412) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03412) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03412) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03412) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03412) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03412) vertaling: doot effe het broead snieë
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03412) vertaling: doot effe het broead snieë
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03412) fragment: van wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03412) fragment: wie zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03412) fragment: wie zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03412) fragment: van wie (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03412) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03412) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03412) fragment: waarop (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03412) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03412) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03412) fragment: welke (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03412) fragment: welke (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03412) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03412) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03412) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03412) fragment: waarin (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03412) fragment: waarin (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03412) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03412) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03412) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03412) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03412) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03412) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03412) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03412) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03412) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03412) komt voor: n
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03412) vertaling: weem dink ze det ich in de stad bin tjege gekomme
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03412) vertaling: waat dinktj gae wie ze het opgelostj hubbe
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03412) vertaling: wie dink ze det ze he hubbe opgelostj
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03412) vertaling: M wetj neet weem wae wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03412) vertaling: wetj eemes of det wae gerope hubbe
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03412) vertaling: hae heet zien henj gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03412) vertaling: hae heet zien humme gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03412) vertaling: hae heet eine hood oppe kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03412) vertaling: hae heet ein vlek op zien humme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03412) vertaling: hae heet zie bein gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03412) vertaling: zie heet zich pien gedaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03412) vertaling: M troch de deke nao zich haer
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03412) vertaling: Luc wetj det ter foto's van hum te kaup zeen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03412) vertaling: doe herinners dich toch waal det wae toen door det bos haer zeen geloupe
opm.: reflexief: dich
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03412) vertaling: ich herinner mich det de auto van M kepot waas
opm.: reflexief: mich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03412) vertaling: zie herinnertj zich det hae as ei verke zaat te aete
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03412) vertaling: wae herinnjere os waal det Jan al zien beuk gestole wore, mer...
opm.: zin niet volledig reflexief: ons
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03412) vertaling: herrinertj gai uch nog det wae Janne oppe mertj gezeen hubbe
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03412) vertaling: hae heet zich ein ongelök gewirktj
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03412) vertaling: hae veuldje zich door het ies zakke
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03412) vertaling: zooi hae det konne hubbe gedaon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03412) vertaling: zooi hae de gedaon konne hubbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03412) vertaling: zooi hae de gedaon konne hubbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03412) vertaling: zooi hae det konne hubbe gedaon
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03412) fragment: (0)
opm.: ik begrijp deze vraag niet
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03412) fragment: (0)
opm.: ik begrijp deze vraag niet
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03412) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03412) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03412) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03412) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03412) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03412) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03412) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03412) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03412) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03412) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03412) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03412) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03412) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03412) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03412) vertaling: ich dink det ter weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03412) vertaling: ich dink det ter weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03412) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03412) vertaling: ich weit det ter weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03412) vertaling: ich weit det ter weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03412) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03412) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03412) vertaling: Marie al haor kuij zeen verdronke bie de euverstrouming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03412) vertaling: Marie al haor kuij zeen verdronke bie de euverstrouming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03412) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03412) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03412) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03412) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03412) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03412) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03412) vertaling: ich weit det Janne nau de mert gewaestj is
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03412) vertaling: ich weit det Janne nau de mert gewaestj is
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03412) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03412) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03412) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03412) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03412) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03412) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03412) vertaling: in dae tied laefdje ich drop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03412) vertaling: vreuger laefdje hae as ein bieëst
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03412) vertaling: dao laefdje wae wie G in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03412) vertaling: nemis maag 't zeen dus vinj ich dich aug neet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03412) vertaling: het gebeurdje toen ze weg gings
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03412) vertaling: ich weit woea ze gebore bes
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03412) vertaling: noew ze klaor bes moog ze gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03412) vertaling: doordet M doead waas, heet huëre man A neet mieë konne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03412) vertaling: ich weit det hae is gaon zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03412) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03412) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03412) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03412) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03412) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03412) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03412) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03412) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03412) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03412) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03412) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03412) vertaling: met zoea waer kons ze neet veul doan
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03412) vertaling: met zoea waer kons ze neet veul doan
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03412) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03412) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03412) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03412) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03412) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03412) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03412) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03412) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03412) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03412) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03412) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03412) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03412) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03412) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03412) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03412) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03412) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03412) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03412) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03412) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03412) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03412) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03412) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03412) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03412) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03412) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03412) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03412) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03412) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03412) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03412) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03412) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03412) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03412) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03412) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03412) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03412) fragment: waarvan (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03412) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03412) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03412) fragment: waarvan (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03412) vertaling: P dinktj det Jan en M op nemis neet kwaod zeen
betekenis: negative concord
opm.: als het woord niet vervalt doudt de zin dezelfde betekenis
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03412) vertaling: P dinktj det Jan en M op nemis neet kwaod zeen
betekenis: negative concord
opm.: als het woord niet vervalt doudt de zin dezelfde betekenis
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03412) vertaling: Wim dinktj det wae noeat nemis eine pries gaeve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03412) vertaling: Wim dinktj det wae noeat nemis eine pries gaeve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03412) vertaling: het is waor det ze neet met M moge kalle
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03412) vertaling: het is waor det ze neet met M moge kalle
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03412) vertaling: nörges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03412) vertaling: nemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03412) vertaling: noeats
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03412) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03412) vertaling: gein
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03412) vertaling: zek hem neet det ich nao boete ben gewaesj
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03412) vertaling: neet vertelle det ze ei kedoo veur hum hubs gekocht
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03412) vertaling: wet ze neet det hae gevalle is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03412) vertaling: W probeerdje om nemis pien te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03412) vertaling: 't schientj det ze niks maag aete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03412) vertaling: ze sjientj niks te moge aete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03412) vertaling: ze probere zich al de hiële daag te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03412) vertaling: 't beloofdj weer eine sjoean daag te waere
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03412) vertaling: 't is missjien baeter om nog effe te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03412) vertaling: wae haaie 't gelök om hum drek trök te vinje
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03412) vertaling: as de hoonder eine valk zeen zeen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03412) vertaling: as wae de aerpel neet konne verkoupe zitte wae inne probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03412) vertaling: as gae hum neet metnumjt waer ich kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03412) vertaling: hae wis 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03412) vertaling: op dit fieëst waeurdj veul gedanstj
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03412) vertaling: noew weurdj ter allein mer broead verkochtj in dae winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03412) vertaling: as hae met de fiets kumtj zal hae wal te laat zeen
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03412) vertaling: as hae met de fiets kumtj zal hae wal te laat zeen
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03412) vertaling: as ter mette fiets kumtj zal hae wal te laat zeen
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03412) vertaling: as ter mette fiets kumtj zal hae wal te laat zeen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03412) vertaling: asse tied höbs kom den ins eine kieër langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03412) vertaling: asse tied höbs kom den ins eine kieër langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03412) vertaling: as ze tied höbs kom den ins eine kieër langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03412) vertaling: as ze tied höbs kom den ins eine kieër langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03412) vertaling: as ich riek ben, koup ich eine deure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03412) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03412) vertaling: missjien gaon ich 't wal kriege
komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03412) vertaling: missjien gaon ich 't wal kriege
komt voor: j
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03412) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03412) vertaling: dörfs dich hum oet te nueje
opm.: zowel ja als nee aangeduid
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03412) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03412) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03412) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03412) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03412) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03412) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03412) vertaling: M heet gezagd des dich höbs geprobeert ei liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03412) vertaling: M heet gezagd des dich höbs geprobeert ei liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03412) vertaling: M heet gezacht des tich ei leedje höbs probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03412) vertaling: M heet gezacht des tich ei leedje höbs probere te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03412) vertaling: M heet gezagd des höbs geprobeertj häor ei book te gaeve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03412) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03412) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03412) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03412) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03412) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03412) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03412) vertaling: die vanne stad höbbe hie väöl hoesder gebouwdj
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03412) vertaling: aan die noeuw vaart zuus ze gei mins mië
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03412) vertaling: gister is Jan hie gewaestj
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03412) vertaling: de daag det Jan beldje waas ich neet thoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03412) vertaling: Jef, dae zooi ich noed oetnuë
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03412) vertaling: Martha die zooi zoeaget noeads doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03412) vertaling: Bert, dae drinktj wal ins ei glaas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03412) vertaling: Martha, die zooi ich wal ins bie mich thoes oet wille nueje
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03412) vertaling: det hoes, det zooi ich noeat wille koupe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03412) vertaling: det hoes, det steit dao al fifteg jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03412) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03412) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03412) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03412) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03412) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 2
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 2
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03412) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03412) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03412) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03412) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03412) vertaling: heet G gebeldj?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03412) vertaling: pasop
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03412) vertaling: 't waas mer net good genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03412) vertaling: M heet noew mieë kuui as vreuger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03412) vertaling: as Susan haai konne komme haai ze det gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03412) vertaling: zuje is de beste dokter dae ich kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03412) vertaling: veur ze get weggoeds mos ze effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03412) vertaling: hie is alles waat ich gekrege höb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03412) vertaling: Jan is te geer om get aan zien kinjer te gaeve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03412) vertaling: asof dich get van voetballe wets
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03412) vertaling: lek det book neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03412) vertaling: as ze echt neets kons wachte de kom mer
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03412) vertaling: ich weit det Jan de dokter haai konne rope
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03412) vertaling: ich weit det Jan de dokter kos gerope höbbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03412) vertaling: hae zach det ich det haai motte doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03412) vertaling: hae zach det ich det mos gedaon höbbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03412) vertaling: hae is de veurige waek door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03412) vertaling: hae weurtj mörge door dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03412) vertaling: ich dink det ze veul weg zols motte goeaje
positie: 1,2,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03412) vertaling: ich dink det ze veul weg zols motte goeaje
positie: 1,2,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03412) vertaling: het is stom om zoean deur dinger weg te goeaje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03412) vertaling: het is stom om zoean deur dinger weg te goeaje
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03412) vertaling: hae is alle kepotte spulle aan't weggoeaje
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03412) vertaling: hae is alle kepotte spulle aan't weggoeaje
positie: 1,2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03412) vertaling: ich vinj det ter dekker de gezet zooi motte laeze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03412) vertaling: ich vinj det ter dekker de gezet zooi motte laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03412) vertaling: het is stom om in 't donker de gezet te laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03412) vertaling: het is stom om in 't donker de gezet te laeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03412) vertaling: hae is de hieële daag de gezet aan't laeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03412) vertaling: hae is de hieële daag de gezet aan't laeze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03412) fragment: door (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03412) fragment: ergens (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03412) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03412) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03412) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03412) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03412) vertaling: R heet eine greune appel weggegaeve en noeuw heet ter nog twieë roeaje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03412) vertaling: dao woore veul minse op 't fieëst
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03412) vertaling: woore der veul minse op 't fieëst
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03412) vertaling: waat veur beuk höbs ze gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03412) vertaling: waat veur beuk höbs ze gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03412) vertaling: waat höbs ze veur beuk gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03412) vertaling: waat höbs ze veur beuk gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03412) vertaling: hae woeantj bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03412) vertaling: hae woeantj bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03412) vertaling: laup effe nao de bekker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03412) vertaling: weem höbs ze gezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03412) vertaling: weem heet dich gezeen
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03412) vertaling: haai ich det gewete den haai ich 't neet gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03412) vertaling: 't zooj baeter zeen om noch effe te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03412) vertaling: gelökkig haai Jan de dokter gebeltj en dae waas ter al hieël gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03412) vertaling: laupt noew toch duor vervaelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03412) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03412) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03412) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03412) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03412) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03412) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03412) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Hunsel

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Hunsel