SAND-data Baarlo (L295p)

schriftelijke enquÍte | mondelinge enquÍte | telefonische enquÍte

data schriftelijke enquÍte

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03453) vertaling: Det vertelsel kump beej Jan wel umhoëg
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03453) vertaling: Merie en Piet zeën zich vur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03453) vertaling: Toën wes zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03453) vertaling: De timmerman haet gen naegel beej zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03453) vertaling: Funs zoog naeve zich ein slang
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03453) vertaling: Erik leët mich vur zich werke
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03453) vertaling: Johanna leët zich meijdriëve op de gölf
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03453) vertaling: Toën bekeek zichzelf eus goöd in de sjpegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03453) vertaling: Jan haet in twië minute ein beerke gedrónke
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03453) vertaling: Jan wettetae vur dreej oor dae wage gemaak mót höbbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03453) vertaling: ....gemaak mót hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03453) vertaling: ....gemaak mót hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03453) vertaling: Jan wettetae vur dreej oor dae wage gemaak mót höbbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03453) vertaling: Marie zienen auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03453) vertaling: Merie euren auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03453) vertaling: Piet zienen auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03453) vertaling: Piet zienen auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03453) vertaling: Dae mins sienen auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03453) vertaling: Dae mins sienen auto is kepor
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03453) vertaling: Daen auto is neët van mich mer van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03453) vertaling: De gezet van gister lik ónger den tillevizie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03453) vertaling: Jan is Karolien en Kristien heur breurke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03453) vertaling: Die jónge heur fietse zien gesjtaole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03453) vertaling: Die zöskes eur moder is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03453) vertaling: Det is Wim ziene wage
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03453) vertaling: Det is Wim ziene wage
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03453) vertaling: Daen auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03453) vertaling: Daen auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03453) vertaling: Dae fiets, det is 't miëne
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03453) vertaling: Dae fiets, det is ter miëne
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03453) vertaling: Dae fiets, det is ter miëne
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03453) vertaling: Dae fiets, det is 't miëne
000 (x07opm) (inf. 03453) opm. inf.: "Wij zeggen/zeiden nooit Wims/mijns. Er is wel een uitdrukking voor de grap: det is van hummes: dat is van hem. Is dat jouw boek? Nee, dat is van mij = det is ter mien of 't mien (neutr.)"
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03453) vertaling: Hae meuj met nemes praote euver dit prebleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03453) vertaling: Ich wil nemes piën doon
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03453) vertaling: 't Is jaomer det weej neët meuge kómme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03453) vertaling: Det gaon ich niët doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03453) vertaling: Haesse hel gewerk
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03453) vertaling: Hae heij 't klamp verteld dao begós Merie al te bäöke
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03453) vertaling: Gank die besjtelling noow mer ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03453) vertaling: Hae duit neët werke
opm.: tweede optie is ouderwets
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03453) vertaling: Hae werk neët
opm.: tweede optie is ouderwets
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03453) vertaling: Hae werk neët
opm.: tweede optie is ouderwets
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03453) vertaling: Hae duit neët werke
opm.: tweede optie is ouderwets
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03453) vertaling: Ich verbeej dich um heej te kómme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03453) vertaling: Jan heel taenge det weej Merie belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Het was aardig van Jan om werken te komen (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Het was aardig van Jan om werken te komen (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Het was aardig van Jan om werken te komen (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Het was aardig van Jan om werken te komen (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Het was aardig van Jan om werken te komen (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: voor te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: voor te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: voor te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: We hopen allemoal oppe tiŽd thoŽs te zien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: We hopen allemoal oppe tiŽd thoŽs te zien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: We hopen allemoal oppe tiŽd thoŽs te zien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: We hopen allemoal oppe tiŽd thoŽs te zien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: We hopen allemoal oppe tiŽd thoŽs te zien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: We hopen allemoal oppe tiŽd thoŽs te zien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: We hopen allemoal oppe tiŽd thoŽs te zien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03453) komt voor: j
fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
opm.: "bij ons is dan = as of es"
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03453) komt voor: j
fragment: als (1)
opm.: "bij ons is dan = as of es"
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dan (1)
opm.: "als = dan of den"
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dan (1)
opm.: "als = dan of den"
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03453) komt voor: j
fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03453) komt voor: j
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: tweede optie ('astet') is ouderwets
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03453) komt voor: j
fragment: alsdat (1)
opm.: tweede optie ('astet') is ouderwets
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: tweede optie ('astet') is ouderwets
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03453) komt voor: j
fragment: alsdat (1)
opm.: tweede optie ('astet') is ouderwets
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03453) komt voor: j
fragment: alsdat (1)
opm.: tweede optie ('astet') is ouderwets
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: tweede optie ('astet') is ouderwets
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Hij deed alsof (1)
opm.: eerste optie ouderwets
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Hij deed offant (1)
opm.: eerste optie ouderwets
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Hij deed offant (1)
opm.: eerste optie ouderwets
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Hij deed alsof (1)
opm.: eerste optie ouderwets
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Hij deed offant (1)
opm.: eerste optie ouderwets
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03453) komt voor: j
fragment: Hij deed alsof (1)
opm.: eerste optie ouderwets
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03453) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03453) komt voor: j
fragment: ofdat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03453) komt voor: j
fragment: ofdat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03453) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03453) komt voor: j
fragment: ofdat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03453) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03453) vertaling: Ich weit det geej op nemes kwaod ziet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03453) vertaling: Ich weit det zeej nörges gruëts op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03453) vertaling: Els dink tet 't neët gemekkelik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03453) vertaling: Ich weit tet ich te loat bön en do(ow) neët
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03453) vertaling: Do wets toch tetsto mós werke en neët ich
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03453) vertaling: (Y)idder dinktet weej noo hoës gaon et det zeej nog meuge bliëve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03453) vertaling: 't Is jaomer det hae kump en det zeej geit
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03453) vertaling: Ich dink det Lisa krank is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03453) vertaling: Ich dink det Pieter en Liesje gaon troewe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03453) vertaling: Jao, hae duit slaope
opm.: betekenis: Ja, hij slaapt.
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03453) vertaling: Det duit hae
opm.: betekenis: Ja, hij slaapt.
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03453) vertaling: Det duit hae
opm.: betekenis: Ja, hij slaapt.
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03453) vertaling: Jao, hae duit slaope
opm.: betekenis: Ja, hij slaapt.
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03453) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03453) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03453) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03453) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03453) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03453) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03453) vertaling: Jao, hae duit slaope
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03453) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03453) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03453) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03453) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03453) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03453) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03453) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03453) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03453) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03453) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03453) vertaling: De lamp duit neët miër brande
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03453) vertaling: De lamp duit neët miër brande
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03453) vertaling: Duit Merie idderen aovend danse
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03453) vertaling: Duit Merie idderen aovend danse
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03453) vertaling: Doöt et broëd aefkes sjnieje
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03453) vertaling: Doöt et broëd aefkes sjnieje
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wao (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wao (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03453) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03453) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03453) vertaling: Wae dóchse det ich in de sjtad taengekwaam?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03453) vertaling: Wat dink geej? Wiej höbbe zeej det opgelos?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03453) vertaling: Wat dinksto? ...
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03453) vertaling: Wat dinkstich? Wiej höbbe zeej det opgelos?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03453) vertaling: Wat dinkstich? Wiej höbbe zeej det opgelos?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03453) vertaling: Wat dinksto? ...
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03453) vertaling: Magda wet neët wae of weej wölle belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03453) vertaling: Wet emes wae of tet weej gerope höbbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03453) vertaling: Wae dinkstich waem ich taengekwaam in de sjtad
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03453) vertaling: Wae dinksto det ich in de sjtad taengekwaam
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03453) vertaling: Wae dinksto det ich in de sjtad taengekwaam
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03453) vertaling: Wae dinkstich waem ich taengekwaam in de sjtad
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03453) vertaling: Wae dinkstich waem ich taengekwaam in de sjtad
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03453) vertaling: Hae haet zich de heng gewasse
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03453) vertaling: Hae haet zich 't haemp gewasse
opm.: reflexief: zich
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03453) vertaling: Hae haet einen hoed oppe kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03453) vertaling: Hae haet ein vlek op zien hömme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03453) vertaling: Hae haet zich 't bein gebraoke
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03453) vertaling: Zeej haet zich piën gedaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03453) vertaling: Merie trok de daeke nao zich toë
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03453) vertaling: Luc wet tet ter foto's van um te kaup ziën
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03453) vertaling: 't Kump toch wel beej dich umhoëg det weej doe door daen bäös zien gelaupe
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03453) vertaling: Ich weit nog wie Merie ziene wage kepot waar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03453) vertaling: Zeej wet nog wie hae wie ein verke zoot te aete
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03453) vertaling: Weej weite nog wel wie Jan zien beuk woorte gesjtaole, mer beej eur kump 't neët umhoeg
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03453) vertaling: Hae haet zich krómp gewerk
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03453) vertaling: Hae vulde wie hae door 't iës zakde
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03453) vertaling: Zoe hae det gekós doon höbbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03453) vertaling: Zoe hae det gekós doon höbbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03453) vertaling: Zoe hae det gekós doon höbbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03453) vertaling: Zoe hae det gekós doon höbbe?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03453) fragment: gekend (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03453) fragment: gekůs (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03453) fragment: gekůs (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03453) fragment: gekend (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03453) fragment: gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03453) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03453) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03453) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03453) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 3
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 3
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03453) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03453) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03453) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03453) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 2
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 2
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03453) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03453) vertaling: Zeej kwaeme aan te gelaupe
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03453) vertaling: Zeej kwaeme aan te gelaupe
komt voor: j
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03453) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03453) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03453) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03453) vertaling: Ich weit hae is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03453) vertaling: Ich weit hae is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03453) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03453) vertaling: Merie al zien kuuj zien beej de euversjtruimig verdrónk
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03453) vertaling: Merie al zien kuuj zien beej de euversjtruimig verdrónk
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03453) vertaling: Kiës make weit ich niks euver
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03453) vertaling: Kiës make weit ich niks euver
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03453) vertaling: Jan bön ich meij nao de mèrret gewès
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03453) vertaling: Jan bön ich meij nao de mèrret gewès
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03453) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03453) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03453) vertaling: Zóu zoej ich neët op dörve aete
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03453) vertaling: Zóu zoej ich neët op dörve aete
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03453) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03453) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03453) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03453) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03453) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03453) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03453) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03453) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03453) vertaling: In dae tiëd laefde ich derop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03453) vertaling: Vruujer laefde hae wie ein biës
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03453) vertaling: Dao laefde weej wie God in Frankriëk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03453) vertaling: Nemes meugt te zeën, doorvur ving ich desto 't onneet maugs zeën
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03453) vertaling: Det gebeurde wiës tich gings
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03453) vertaling: Ich weit waostich gebaore bös
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03453) vertaling: Noowstich klaor bös, meugse gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03453) vertaling: Umdet / Doordet Marie gesjtorve waar, haet heure mins Anna neët miër kinne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03453) vertaling: Ich weit tet hae is gaon zjwumme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03453) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03453) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03453) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03453) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03453) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03453) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03453) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03453) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03453) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03453) vertaling: Wae det?
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03453) vertaling: Wae det?
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03453) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03453) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03453) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03453) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03453) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03453) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03453) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03453) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03453) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03453) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03453) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03453) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03453) komt voor: j
fragment: - (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03453) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03453) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03453) komt voor: j
fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03453) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03453) vertaling: Piet dink tet Jan en Mrie op nemes neet kwaod zien
betekenis: negative concord
opm.: "Wij gebruiken zo'n uitdrukking nooit: Piet dink tet Jan en Mrie op nemes kwaod zien" dav
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03453) vertaling: Piet dink tet Jan en Mrie op nemes neet kwaod zien
betekenis: negative concord
opm.: "Wij gebruiken zo'n uitdrukking nooit: Piet dink tet Jan en Mrie op nemes kwaod zien" dav
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03453) vertaling: W. dink tet weej noets nemes eine priës gaeve
betekenis: negative concord
opm.: dav: "Wij zeggen: noets emes"
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03453) vertaling: W. dink tet weej noets nemes eine priës gaeve
betekenis: negative concord
opm.: dav: "Wij zeggen: noets emes"
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03453) vertaling: 't Is waor det zeej neet met Merie meuge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03453) vertaling: 't Is waor det zeej neet met Merie meuge praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03453) vertaling: nörges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03453) vertaling: nemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03453) vertaling: noëts
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03453) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03453) vertaling: gen ein
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03453) vertaling: gen ein
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03453) vertaling: gen
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03453) vertaling: gen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03453) vertaling: Zegt um neët det ich nao boëk gewaes bön
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03453) vertaling: Neët vörtelle det ich ein kedoo vur um gekoch höb!
opm.: "geen: hoor!"
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03453) vertaling: Wets tich neët det hae gevalle is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03453) vertaling: Wendy guuf zich meujte ...
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03453) vertaling: Wendy duit zien bes um nemes piën te doon
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03453) vertaling: Wendy duit zien bes um nemes piën te doon
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03453) vertaling: Wendy guuf zich meujte ...
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03453) vertaling: 't sjient tet zeej niks meug aete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03453) vertaling: Zeej sjient niks te meuge aete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03453) vertaling: Ze prebere den hielen daag al um zich op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03453) vertaling: Det versjprik wir eine sjoënen daag te waere
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03453) vertaling: Mesjien is 't baeter um nog aevekes te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03453) vertaling: Weej heije't gelök tet weej um drek truuk vónge
opm.: over de complementeerder: "Soms d-, soms t-, hangt van de spreker af. Snelle sprekers zeget 'tet', langzame zeggen 'det'"
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03453) vertaling: As te hónder eine valk zeën, waere ze sjoëw
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03453) vertaling: As weej de petatte neët kenne verkaupe, zitte we in de penarie
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03453) vertaling: As geej um neet meinimt waer ich kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03453) vertaling: Det haet hae gewós
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03453) vertaling: Det wós hae
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03453) vertaling: Det wós hae
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03453) vertaling: Det wós hae
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03453) vertaling: Hae wós tet
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03453) vertaling: Hae wós tet
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03453) vertaling: Hae wós tet
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03453) vertaling: Det haet hae gewós
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03453) vertaling: Det haet hae gewós
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03453) vertaling: Op tit fiës wuurd ter vuül gedans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03453) vertaling: Noow wuurd ter allein nog mer in deze winkel broëd verkoch
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03453) vertaling: As hae met te fiets kump, zal 't wel laet zien
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03453) vertaling: Asse tiëd höbs (höps), kumpse mer 's eine kiër aan
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03453) vertaling: As ich riëk bön, kaup ich mich eine deure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03453) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03453) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03453) vertaling: Dörfstich ...
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03453) vertaling: Dörfsto daoop te duuje
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03453) vertaling: Dörfsto daoop te duuje
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03453) vertaling: Dörfstich ...
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03453) vertaling: Dörfsto daoop te duuje
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03453) vertaling: Dörfstich ...
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03453) vertaling: Dörfs to (of tich) um te miëje?
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03453) vertaling: Dörfs to (of tich) um te miëje?
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03453) vertaling: Dörfs to (of tich) eur te miëje?
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03453) vertaling: Dörfs to (of tich) eur te miëje?
komt voor: n
opm.: twijfel subjectdubbeling
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03453) vertaling: is Pol heej gewaes
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03453) vertaling: is Pol heej gewaes
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03453) vertaling: Wie haet Pol det opgelos
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03453) vertaling: Wie haet Pol det opgelos
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03453) vertaling: Haesse mich daen breef gesjik
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03453) vertaling: Haesse mich daen breef gesjik
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03453) vertaling: Ich höb 't um gegaeve
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03453) vertaling: Ich höb 't um gegaeve
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03453) vertaling: Zeej laef dees waek op water en broëd
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03453) vertaling: Zeej laef dees waek op water en broëd
komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03453) vertaling: Merie haet gezag desto haes geprebeert ein liedje te zinge
opm.: opmerkingen: "Wij zeggen: Marie haet gezag des to ein liedje höbs prebere te zinge."
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03453) vertaling: Merie haet gezag desse ein leedje höps prebere te zinge
opm.: opmerkingen: "Wij zeggen: Marie haet gezag des to ein liedje höbs prebere te zinge."
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03453) vertaling: Merie haet gezag desto haes geprebeert ein liedje te zinge
opm.: opmerkingen: "Wij zeggen: Marie haet gezag des to ein liedje höbs prebere te zinge."
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03453) vertaling: Merie haet gezag desse ein leedje höps prebere te zinge
opm.: opmerkingen: "Wij zeggen: Marie haet gezag des to ein liedje höbs prebere te zinge."
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03453) vertaling: Merie haet gezag desto geprebeert haes um eur ein book te gaeve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 3
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03453) vertaling: Die aëtte sjtat, die höbbe heej vuul huëzer geboët
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03453) vertaling: Aan det niëj kenaal, dao zuusse genne minse miër
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03453) vertaling: Gister is Jan heej gewaes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03453) vertaling: Daen daag doe Jan belde, waar ich neët thoës
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03453) vertaling: Sjef, dae zoej ich noëts neet miëje
opm.: eerste optie is "erg nadrukkelijk"
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03453) vertaling: Sjef, dae zoej ich noëts neet miëje
opm.: eerste optie is "erg nadrukkelijk"
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03453) vertaling: Sje, dae zoej ich noëts miëje
opm.: eerste optie is "erg nadrukkelijk"
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03453) vertaling: Sje, dae zoej ich noëts miëje
opm.: eerste optie is "erg nadrukkelijk"
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03453) vertaling: Merie die zoej zoeget noëts doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03453) vertaling: Bert, dae, dae drink wel 's ein glaas te vuil
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03453) vertaling: Martha, die woejich wel 's beej mich thoës vraoge
opm.: "Hier niet: miëje. Emes op ten aet vraoge = uitnodigen voor een dineetje"
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03453) vertaling: Det hoës, det woënde ich noëts verkaupe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03453) vertaling: Det hoës, det sjteit tao al fieftig jaor
000 (z09opm) (inf. 03453) opm. inf.: "h-i: verschil in gevoelswaarde: willen. h= meer wens; i= nadrukkelijke wil (niet willen in dit geval)"
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03453) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03453) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03453) vertaling: Haet Gunther gebelt
473 (z11b) En pas op! (inf. 03453) vertaling: Kiëk oët!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03453) vertaling: Kiëk oët!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03453) vertaling: Kiëk oët!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03453) vertaling: Do mós oëtkiëke
473 (z11b) En pas op! (inf. 03453) vertaling: Do mós oëtkiëke
473 (z11b) En pas op! (inf. 03453) vertaling: Do mós oëtkiëke
473 (z11b) En pas op! (inf. 03453) vertaling: Do mós baeter oëtkiëke
473 (z11b) En pas op! (inf. 03453) vertaling: Do mós baeter oëtkiëke
473 (z11b) En pas op! (inf. 03453) vertaling: Do mós baeter oëtkiëke
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03453) vertaling: 't waar mer krek good genóg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03453) vertaling: Marjo haet noow miër kuuj as vruëjer
opm.: "'dan ze vroeger had' zouden we nooit zeggen"
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03453) vertaling: As Susanne heij kenne kómme, heij ze det gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03453) vertaling: Zeej is de beste dokter die ich ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03453) vertaling: Vur desse get wegsjmiets, mósse aeve belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03453) vertaling: Dit is al wat ich höb gekrege
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03453) vertaling: Jan is te gierig get aan zien kinger te gaeve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03453) vertaling: Offant to get van voetbal aaf wets!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03453) vertaling: Lek neer det book!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03453) vertaling: ...., denn kóm mer heej
opm.: tweede optie is "modern" twijfel voegwoordvervoeging
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03453) vertaling: Asse ech neët kins wachte, kóm denn mer
opm.: tweede optie is "modern" twijfel voegwoordvervoeging
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03453) vertaling: Asse ech neët kins wachte, kóm denn mer
opm.: tweede optie is "modern" twijfel voegwoordvervoeging
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03453) vertaling: ...., denn kóm mer heej
opm.: tweede optie is "modern" twijfel voegwoordvervoeging
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03453) vertaling: Ich weit det Jan den dokter heij kinne rope
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03453) vertaling: Ich weit det Jan de dokter gerope kós höbbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03453) vertaling: Hae zag det ich et heij mótte doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03453) vertaling: Hae zag det ich 't mós höbbe gedaon
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03453) vertaling: Hae is vurrege waek door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03453) vertaling: Morge geit dokter Mertens um operere
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03453) vertaling: Morge geit dokter Mertens um operere
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03453) vertaling: Hae wuurt morge door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03453) vertaling: Hae wuurt morge door dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03453) vertaling: Ich dink desse vuul weg zoejs mótte sjmiëte
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03453) vertaling: Ich dink desse vuul weg zoejs mótte sjmiëte
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03453) vertaling: 't Is sjtóm um zón deur greij weg te sjmiëte
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03453) vertaling: 't Is sjtóm um zón deur greij weg te sjmiëte
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03453) vertaling: Hae is al 't kepodde greij weg aan 't sjmiëte
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03453) vertaling: Hae is al 't kepodde greij weg aan 't sjmiëte
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: Ich ving desse dökter de gezet zoejs mótte laeze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: Ich ving desse dökter de gezet zoejs mótte laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: 't Is sjtóm um de gezet te laeze in 't duuster
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: 't Is sjtóm um in 't duuster de gezet te laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: 't Is sjtóm um in 't duuster de gezet te laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: 't Is sjtóm um de gezet te laeze in 't duuster
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: 't Is sjtóm um in 't duuster de gezet te laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: 't Is sjtóm um de gezet te laeze in 't duuster
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: Hae ius den hielen daag de gezet aan 't laeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03453) vertaling: Hae ius den hielen daag de gezet aan 't laeze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03453) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03453) fragment: om (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03453) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03453) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03453) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03453) komt voor: n
opm.: wel: Do bös mich auch eine rare
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03453) vertaling: R. haet eine greune appel aafgegaeve, en noow haet hae nog twië roëje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03453) vertaling: Daawaare vuul minse op 't fiës
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03453) vertaling: Waare der vuul minse op 't fiës
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03453) vertaling: Wat vur beuk haesse (höpse) gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03453) vertaling: Wat vur beuk haesse (höpse) gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03453) vertaling: Wat höpse gekoch vur beuk?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03453) vertaling: Wat höpse gekoch vur beuk?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03453) vertaling: Hae woent beej Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03453) vertaling: Hae woent beej Wöm
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03453) vertaling: Wöm, laup aevekes nao de bekker!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03453) vertaling: Waem haesse gezeën?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03453) vertaling: Waem haet tich gezeën?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03453) vertaling: Heij ich tet geweite denn heij ich tet neët gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03453) vertaling: 't Zoej baeter zien um nog aevekes te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03453) vertaling: Gelükkig heij Jan den dokter gebeld en dae waarder al hiël flot
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03453) vertaling: Loop noow toch door, misselike jónge!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03453) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03453) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03453) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03453) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03453) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03453) komt voor: n

interview mondelinge enquÍte

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Baarlo

data telefonische enquÍte

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquÍte in Baarlo