SAND-data Meijel (L265p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03236) vertaling: Jan herinnert zich dè verhaal wal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03236) vertaling: Marie èn Piet zien mekaar vur de kéérek
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03236) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03236) vertaling: De timmerman hé gén naagels bij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03236) vertaling: Fóns zach 'n slaang nééve zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03236) vertaling: Erik liet méj vur em wééreke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03236) vertaling: Johanna liet zich meedrieve óp de gòlleve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03236) vertaling: Toon bekeek zichzèèlf es goe in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03236) vertaling: Jan hé in twieë menutje en bierke gedroóngke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03236) vertaling: Dees sjoen loeëpe (ge)mèkkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03236) vertaling: Eduard kéént zichzèèlf goe
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03236) vertaling: Ward hé gehuurt dèter footoos van hèmzèèlef in de ittelaazje stòn
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03236) vertaling: Die érpel sjélle zich nie mèkkelek
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03236) vertaling: Di glas brékt as et óp de grónd véélt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03236) vertaling: Dòkter lééf ik wal gezónt genóch
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03236) vertaling: Al jòrre lééft héj van de èrfenis van zin vaader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03236) vertaling: Dees wéék lééft zéj óp water èn broeët
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03236) vertaling: Lééft et nòch?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03236) vertaling: Hoelaang lééve géllie nòw al van die èrfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03236) vertaling: In Bretagne lééve ze veral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03236) vertaling: Nò et ééte gao ik slaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03236) vertaling: Zòw ik dè wal kanne doe?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03236) vertaling: Héj liet zin husj afbrééke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03236) vertaling: Ik wit dè Jan hart moet kanne wéérke
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03236) vertaling: Ik wit dè Jan hart moet kanne wéérke
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03236) vertaling: Ik wit dè Jan hart moet kanne wéérke
komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03236) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03236) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03236) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03236) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03236) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03236) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03236) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03236) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03236) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03236) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03236) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03236) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03236) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03236) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03236) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03236) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03236) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03236) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03236) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03236) vertaling: Jan hé génieën boek mèr
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03236) vertaling: Buuk hé Jan gén
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03236) vertaling: Der mach niemmes nie praote övver di prebleem
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03236) vertaling: Zitte hier nörges gén meusj?
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03236) vertaling: Héj mach mi niemmes nie praote övver di prebleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03236) vertaling: Jan wit dè héj vur dréj uure de waage gemakt moet hébbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 2
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03236) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03236) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03236) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03236) vertaling: Maries auto is kepót
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03236) vertaling: Marie der auto is kepót
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03236) vertaling: Piets auto is kepót
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03236) vertaling: Piet zinne auto is kepót
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03236) vertaling: Dienne mèns zinne auto is kepót
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03236) vertaling: Dienne mèns zinne auto is kepót
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03236) vertaling: Die auto is nie van méj mèr van hèm
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03236) vertaling: De gezit van geestere li ónder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03236) vertaling: Jan is et bruurke van Karolien èn Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03236) vertaling: Die jónges ur fietse zin gestólle
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03236) vertaling: Die zeusters ur moedder is óp bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03236) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03236) vertaling: Die fiets is de minne
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03236) vertaling: Hij mach mi niemmes nie praote övver di prebleem
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03236) vertaling: Ik verbiej òw hier nie te kómme
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03236) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03236) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03236) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03236) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03236) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03236) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03236) komt voor: j
fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03236) komt voor: j
fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03236) komt voor: j
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03236) komt voor: j
fragment: alsof (ipv of) (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03236) komt voor: j
fragment: alsof (ipv of) (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03236) komt voor: j
fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03236) komt voor: j
fragment: alsof (ipv of) (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03236) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03236) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03236) vertaling: Ik wit dè géllie óp niemmes kò béént
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03236) vertaling: Ik wit dè zéj óp niks gröts is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03236) vertaling: Els dingkt dè et nie (ge)mèkkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03236) vertaling: Ik wit dè ik te laat bén èn géj nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03236) vertaling: Ge wit toch dè géj moet wéérke èn ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03236) vertaling: Iedderieën dingkt dè wéj nò husj gòn èn dè zéj maage blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03236) vertaling: et is jammer dè héj kumt èn dè zéj wéggé
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03236) vertaling: Ik dingk dè Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03236) vertaling: Ik dingk dè Pieter èn Liesje gòn traowe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03236) vertaling: héj duu et
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03236) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03236) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03236) komt voor: j
betekenis: bevestigend
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03236) vertaling: héj duu et nie
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03236) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03236) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03236) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03236) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03236) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03236) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03236) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03236) komt voor: j
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03236) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03236) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03236) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03236) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03236) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03236) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03236) vertaling: de lamp duu nie mèr brande
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03236) vertaling: de lamp duu nie mèr brande
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03236) vertaling: Duu Marie èlke aovent danse?
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03236) vertaling: Duu Marie èlke aovent danse?
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03236) vertaling: Doe et broeët éfkes snéjje
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03236) vertaling: Doe et broeët éfkes snéjje
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03236) komt voor: j
fragment: van wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03236) komt voor: j
fragment: van wie (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03236) komt voor: j
fragment: waarop ze zaten (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03236) komt voor: j
fragment: waarop ze zaten (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03236) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03236) komt voor: j
fragment: welke (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03236) komt voor: j
fragment: welke (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03236) komt voor: j
fragment: omdat het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03236) komt voor: j
fragment: omdat het (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03236) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03236) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03236) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03236) vertaling: Wa dingkege wie ik in de stat getròffe hép
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03236) vertaling: Wa dingke géllie hoe ze et hébbe ópgelóst
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03236) vertaling: Wie dingke ge wie ik in de stat getròffe hép?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03236) vertaling: Héj hé zin haant gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03236) vertaling: Héj hé zin hémt gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03236) vertaling: Héj hé enne hoet óp zinne kóp
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03236) vertaling: Héj hé en vlèk óp zin hémt
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03236) vertaling: Héj hé zin bieën gebrooke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03236) vertaling: Zéj hé zich pinj gedao
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03236) vertaling: Marie trók de deeke no ur hin
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03236) vertaling: Luc wit dè ter footoos van emzèèlf te koeëp zin
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03236) vertaling: Ge wit tòch nòch wal dè we toen dör dè bós hin zin geloeëpe
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03236) vertaling: Ik wit nòch dè de auto van Marie kepót waar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03236) vertaling: Ze wit noch dè héj as en vèèrke zaat te ééte
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03236) vertaling: Wéj witte nóch wal dè al Jan zin buuk gestólle waare, mer zej witte er nie mèr
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03236) vertaling: Witte géllie noch dè we Jan óp de mèrt hébbe gezie
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03236) vertaling: Héj hé zich en óngeluk gewérkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03236) vertaling: Héj vuulde zich dör et isj zakke
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03236) vertaling: Zòw héj dè gedao konne hébbe?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03236) fragment: gekanne (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03236) fragment: gedao (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03236) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03236) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03236) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03236) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03236) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03236) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03236) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03236) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03236) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03236) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03236) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03236) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03236) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03236) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03236) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03236) vertaling: ikdingk héj is wéch
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03236) vertaling: ikdingk héj is wéch
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03236) vertaling: Ik wit héj is wéch
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03236) vertaling: Ik wit héj is wéch
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03236) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03236) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03236) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03236) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03236) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03236) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03236) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03236) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03236) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03236) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03236) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03236) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03236) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03236) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03236) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03236) vertaling: In die titj lééfde ik deróp lós
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03236) vertaling: Vruugger lééfde hij as en bést
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03236) vertaling: Dòr lééfde wéj as Gòd in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03236) vertaling: Niemmes mach et zie, dus ik ving dè géj et ok nie maacht zie
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03236) vertaling: et gebeurde toen ge wéchgeengt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03236) vertaling: Ik wit wòr géj gebórre béént
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03236) vertaling: Nòw ge klaor béént maage gao
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03236) vertaling: Dördè Marie gestèùrve waar, hé urre mèns Anna nie mèr kanne hèlpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03236) vertaling: ik wit dè héj is gòn zwèmme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03236) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03236) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03236) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03236) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03236) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03236) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03236) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03236) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03236) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03236) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03236) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03236) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03236) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03236) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03236) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03236) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03236) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03236) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03236) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03236) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03236) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03236) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03236) komt voor: j
fragment: welke (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03236) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03236) komt voor: j
fragment: welke (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03236) komt voor: j
fragment: welke (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03236) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03236) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03236) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03236) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03236) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03236) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03236) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03236) komt voor: j
fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wie (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wat (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03236) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03236) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03236) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03236) komt voor: j
fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03236) komt voor: j
fragment: van wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03236) komt voor: j
fragment: van wie (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03236) vertaling: Piet dingkt dè Jan èn Marie óp niemmes nie kò zin
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03236) vertaling: Piet dingkt dè Jan èn Marie óp niemmes nie kò zin
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03236) vertaling: Wim dingkt dè we nòjt niemmes en prisj gééve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03236) vertaling: Wim dingkt dè we nòjt niemmes en prisj gééve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03236) vertaling: et is waor dè ze maage nie mi Marie praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03236) vertaling: et is waor dè ze maage nie mi Marie praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03236) vertaling: nörges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03236) vertaling: niemmes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03236) vertaling: nòjt
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03236) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03236) vertaling: gén
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03236) vertaling: Zéch em nie dè ik no butje bén geweest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03236) vertaling: Nie vertélle dè géj en cadeau vur hèm hét gekaocht, huur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03236) vertaling: Witte ge nie dè héj gevalle is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03236) vertaling: Wendy prebeerde niemmes pinj te doe
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03236) vertaling: et sjeenjtj dè se niks mach ééte
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03236) vertaling: Ze sjeenjtj niks te maage ééte
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03236) vertaling: Ze prebeere al de hélle dach um mekaar óp te bèlle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03236) vertaling: et belooft wér enne sjònne dach te wéére
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03236) vertaling: et is mesjien bétter um nòch éfkes te waachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03236) vertaling: We han et geluk um hèm dierèkt teruch te vinge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03236) vertaling: As de hénne enne valk zien, zin ze baang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03236) vertaling: As we de érpel nie kanne verkoeëpe zitte we in de prebleeme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03236) vertaling: As géllie em nie meeneeme wéér ik kò
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03236) vertaling: Héj weest et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03236) vertaling: Óp di fést wért ter veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03236) vertaling: Nòw wért ter allieën nòg mèr broeët berkaocht in die wingkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03236) vertaling: As héj mi de fiets kumt, zal héj wal laat zin
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03236) vertaling: As ge titj hét kóm dan es en kieër nééve
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03236) vertaling: As ik riek bén koeëp ik en duure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03236) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03236) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03236) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03236) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03236) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03236) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03236) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03236) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03236) vertaling: ik hép hèm et gegévve
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03236) vertaling: ik hép hèm et gegévve
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03236) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03236) vertaling: Marie hé gezi dè géj geprebeerd hét en lietje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03236) vertaling: Marie hé gezi dè géj geprebeerd hét en lietje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03236) vertaling: Marie hé gezi dè géj hét geprebeert en lietje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03236) vertaling: Marie hé gezi dè géj hét geprebeert en lietje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03236) vertaling: Marie hé gezi dè géj ur hét geprebeert en boek te gééve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03236) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03236) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03236) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03236) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03236) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03236) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03236) vertaling: Die van de stat, die hébbe hier veul heuzjer gebòwt
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03236) vertaling: Èn die néjje vaart, dor zierre ge gén mèns mèr
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03236) vertaling: Geestere is Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03236) vertaling: De dach dè Jan bèèlde waar ik nie tusj
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03236) vertaling: Jef, die zòw ik nòjt utnöddige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03236) vertaling: Marie, die zòw zòwa nòjt doe
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03236) vertaling: Bert, die dringkt wal es en glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03236) vertaling: Martha, die zòw ik wal es béj méj tusj wille utjnöddige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03236) vertaling: Dè husj, dè zòw ik nòjt wille koeëpe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03236) vertaling: Dè husj, dè sté dòr al fieftich jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03236) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03236) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03236) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03236) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03236) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03236) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03236) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03236) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03236) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03236) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03236) vertaling: Hé Gunther gebèèlt?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03236) vertaling: Pas óp!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03236) vertaling: 't Waar mèr nèt goe genóch
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03236) vertaling: Marjo hé nòw mieër kuuj as se vruugger haa
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03236) vertaling: As Suzanne haa kanne kómme, dan haa ze dè gedao
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03236) vertaling: Zéj is de beeste dòkter die ik kén
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03236) vertaling: Vurre ge wa wéchgòjt, moette ge éfkes bèlle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03236) vertaling: Hier is alles wa ik gekrigge hép
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03236) vertaling: Jan is te gierrig um wa èn zin wichter te gééve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03236) vertaling: Asòf géj wa van voetballe wit!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03236) vertaling: Dè boek léch nér!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03236) vertaling: Asse ge ècht nie kaant waachte, dan kóm mèr
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03236) vertaling: Ik wit dè Jan de dòkter haa kanne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03236) vertaling: Ik wit dè Jan de dòkter koos geroepe hébbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03236) vertaling: Héj zee dè ik et haa moette doe
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03236) vertaling: Héj zee dè ik et moost gedao hébbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03236) vertaling: Héj is vurrige wéék dör dòkter Mertens geópereert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03236) vertaling: Héj wért mèèrge dör dòkter Mertens geópereert
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03236) vertaling: ik dingk dè ge veul zòt moette wéchgòjje
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03236) vertaling: ik dingk dè ge veul zòt moette wéchgòjje
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03236) vertaling: et is stóm um zònte duur dinge wéch te gòjje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03236) vertaling: et is stóm um zònte duur dinge wéch te gòjje
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03236) vertaling: héj is alle kepótte spulle èn et wéchgòjje
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03236) vertaling: héj is alle kepótte spulle èn et wéchgòjje
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03236) vertaling: ik ving dè ge dikker de gezit zòt moette lééze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03236) vertaling: ik ving dè ge dikker de gezit zòt moette lééze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03236) vertaling: et is dóm um in et dóngker gezit te lééze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03236) vertaling: et is dóm um in et dóngker gezit te lééze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03236) vertaling: héj is de hélle dach gezit èn et lééze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03236) vertaling: héj is de hélle dach gezit èn et lééze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03236) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03236) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03236) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03236) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03236) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03236) vertaling: Robert hé énne gruune appel wéchgegévve èn nòw hé tjie der nòch twieë roeëj
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03236) vertaling: Der waare veul mènse óp et fést
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03236) vertaling: Waare der veul mènse óp et fést?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03236) vertaling: Waffer buuk hérre ge gekaocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03236) vertaling: Waffer buuk hérre ge gekaocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03236) vertaling: Wa hérre ge vur buuk gekaocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03236) vertaling: Wa hérre ge vur buuk gekaocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03236) vertaling: Héj wónt béj Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03236) vertaling: Héj wónt béj Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03236) vertaling: Loeëp éfkes nò de bèkker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03236) vertaling: Wie hérre ge gezie?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03236) vertaling: Wie hé òw gezie?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03236) vertaling: Haa ik dè geweete dan haa ik et nie gedao
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03236) vertaling: et zòw bétter zin um nòch éfkes te waachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03236) vertaling: Gelukkich haa Jan de dòkter gebèèlt èn die waar der al hél gaow
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03236) vertaling: Loeëp nòw tòch dör, vervéélende joong!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03236) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03236) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03236) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03236) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03236) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03236) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03236) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Meijel

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Meijel