SAND-data Helmond (L237p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03231) vertaling: Jan herinnert z'n eige de verhaal wel
opm.: reflexief: z'n eigen
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03231) vertaling: M en P zien mekaar vur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03231) vertaling: T wast z'n eigen
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03231) vertaling: den timmerman he gin spijkers baai zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03231) vertaling: F zag een slang nevven z'n eige
opm.: reflexief: z'n eigen
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03231) vertaling: E liet me vuur z'n eigen werken
opm.: reflexief: z'n eigen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03231) vertaling: J liet z'n eigen meedrijven op de golven
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03231) vertaling: T bekeek z'n eigen in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03231) vertaling: Jan hi in twee min 'n biertje gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03231) vertaling: dees schoen loupe hendig
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03231) vertaling: E kent z'n eige goewd
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03231) vertaling: W hi gehood detter foto's van z'n eigen in de etalage stoan
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03231) vertaling: die erpel schelle nie hendig
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03231) vertaling: di glas brikt as't op de grond veelt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03231) vertaling: dokter, levik wol gezond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03231) vertaling: al jarre leeft ie van de erfenis van zen vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03231) vertaling: dees week leeft ze op watter en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03231) vertaling: lev't nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03231) vertaling: hoelang levde gellie naw al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03231) vertaling: in B leve ze voral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03231) vertaling: noa t ete goa ik sloape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03231) vertaling: zo ik de wel kenne doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03231) vertaling: haai liejt z'n hois afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03231) vertaling: ik weet de Jan hard moet kenne werke
komt voor: j
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03231) vertaling: ik weet de Jan hard moet kenne werke
komt voor: j
000 (x03opm) (inf. 03231) opm. inf.: ik weet dat Jan hard moet kunnen werken = dat 't mogelijk is dat hij dat kan
000 (x03opm) (inf. 03231) opm. inf.: consequent enkel ja aangeduid
000 (x03opm) (inf. 03231) opm. inf.: consequent enkel ja aangeduid
000 (x03opm) (inf. 03231) opm. inf.: ik weet dat Jan hard moet kunnen werken = dat 't mogelijk is dat hij dat kan
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03231) komt voor: j
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03231) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03231) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03231) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03231) komt voor: j
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03231) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03231) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03231) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03231) komt voor: j
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03231) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03231) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03231) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03231) komt voor: j
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03231) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03231) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03231) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03231) komt voor: j
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03231) komt voor: j
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03231) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03231) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03231) komt voor: j
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03231) komt voor: j
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03231) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03231) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03231) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03231) komt voor: j
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03231) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03231) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03231) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03231) komt voor: j
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03231) vertaling: Jan hi gin boek mir
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03231) vertaling: Jan hi gin boeke
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03231) vertaling: Jan hi nie veul geld mer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03231) vertaling: er mag niemand over di probleem spreke
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03231) vertaling: er mag niemand over di probleem spreke
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03231) vertaling: dus hij komt wel
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03231) vertaling: zitte hier erges meus
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03231) vertaling: ik gef niks en 'n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03231) vertaling: niemand wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03231) vertaling: waai wissen nie dettie thois waar
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03231) vertaling: ik wis't ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03231) vertaling: haai mag mi niemand proate over di probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03231) vertaling: Jan wit de haai vur driej ure de wage gemakt moot hebbe
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03231) komt voor: j
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03231) vertaling: Maries zunnen auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03231) vertaling: den auto van piet is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03231) vertaling: Piet zunnen auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03231) vertaling: den auto van die mens is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03231) vertaling: den auto van die mens is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03231) vertaling: dien auto is nie van meen mer van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03231) vertaling: de krant van gistere li onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03231) vertaling: Jan is 't brürke van K en K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03231) vertaling: de fietse van de jonges zien gestole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03231) vertaling: de moeder van die zussen is???
opm.: zin niet volledig
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03231) vertaling: die auto is van Willeme
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03231) vertaling: die fiets is van meen
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03231) vertaling: haai mag mi niemand over de probleem spreke
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03231) vertaling: ik wil niemand ping doen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03231) vertaling: 't is zund de we nie mogge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03231) vertaling: de goak nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03231) vertaling: ik heb nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03231) vertaling: haai had nog mer krek verteld of M begon te skruwwe
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03231) vertaling: goa die bestelling naw mer ophale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03231) vertaling: dit begrijp ik niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03231) vertaling: ik verbie oe um hier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03231) vertaling: Jan vurkwam de we M belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03231) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03231) fragment: komen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03231) fragment: komen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03231) fragment: die (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03231) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03231) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03231) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03231) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03231) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03231) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03231) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03231) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03231) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03231) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03231) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03231) fragment: as (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03231) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03231) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03231) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03231) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03231) fragment: : (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03231) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03231) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03231) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03231) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03231) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03231) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03231) fragment: de (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03231) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03231) fragment: det (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03231) vertaling: ik weet de gellie op niemand kwaad bent
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03231) vertaling: ik weet de ze nerges gruts op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03231) vertaling: E denkt der nie hendig is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03231) vertaling: ik weet de ik te laat ben en gaai nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03231) vertaling: ge wit toch de gaai moet werke en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03231) vertaling: iederein denkt de waai no hois goan en de zaai nog mogge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03231) vertaling: 't is zund dettie kumt en de zaai weggu
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03231) vertaling: ik denk de L ziejk is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03231) vertaling: ik denk de P en L gon trawe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03231) vertaling: hij doet niet veel
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03231) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03231) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03231) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03231) vertaling: het doet er niet toe
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03231) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03231) komt voor: j
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03231) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03231) vertaling: het doet er niet toe
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03231) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03231) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03231) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03231) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03231) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03231) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03231) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03231) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03231) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03231) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03231) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03231) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03231) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03231) fragment: wiens (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03231) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03231) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03231) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03231) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03231) fragment: waar (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03231) fragment: waarop (eerste op geschrapt) (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03231) fragment: de (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03231) fragment: de (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03231) fragment: de (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03231) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03231) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03231) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03231) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03231) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03231) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03231) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03231) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03231) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03231) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03231) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03231) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03231) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03231) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03231) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03231) vertaling: wie denkte de ik in de stad tegegekomme ben
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03231) vertaling: wa denkte gellie hoe ze 't opgelost hebbe
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03231) vertaling: hoe denkte de ze 't opgelost hebbe
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03231) vertaling: M wit nie wie we wolle belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03231) vertaling: wit iemand wie we geroepe hebbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03231) vertaling: wie denkste de ik in de stad tege gekomme ben
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03231) vertaling: haai hi z'n haand gewase
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03231) vertaling: haai hi z'n hemd gewase
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03231) vertaling: haai hi unnen hoed op zenne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03231) vertaling: haai hi unne plek op z'n hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03231) vertaling: haai hi z'n bein gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03231) vertaling: zaai hi z'n eige ping gedoan
opm.: reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03231) vertaling: M trok de deke noa z'n eige
opm.: reflexief: z'n eigen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03231) vertaling: L wit de t'er foto's van hum te kaup zin
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03231) vertaling: gaai herinnert oew eige toch wel de we toen dur de bos heen zen gelaupe
opm.: reflexief: je eigen of reflexief: uw eigen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03231) vertaling: ik herinner me de den auto van M kepot waar
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03231) vertaling: zaai herinnert z'n eigen dettie as 'n verke zat te ete
opm.: reflexief: z'n eigen
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03231) vertaling: waai herinneren ons wal de alle boeken van Janne gestole waren mar zaai herinneren 't z'n eigen nie
opm.: reflexief: ons reflexief: z'n eigen (mv)
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03231) vertaling: herinnere gallie oew eige nog de we Janne op de mert hebbe gezien
opm.: reflexief: je eigen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03231) vertaling: haai hi z'n eige 'n ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03231) vertaling: haai vülde z'n eige dur 't eys zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03231) vertaling: zou haai de hebbe kenne doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03231) vertaling: zou haai de hebbe kenne doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03231) vertaling: zou haai de gedoan kenne hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03231) vertaling: zou haai de gedoan kenne hebbe
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03231) fragment: gekend (1)
opm. inf.: zoals ik het aanstreep zo hoor ik het in mijn taal
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03231) fragment: gekend (1)
opm. inf.: zoals ik het aanstreep zo hoor ik het in mijn taal
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03231) fragment: gedoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03231) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03231) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03231) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03231) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03231) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03231) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03231) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03231) vertaling: in dien tijd leefde ik 'r op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03231) vertaling: vrüger lefde haai as 'n biest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03231) vertaling: doar lefde we as g in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03231) vertaling: niemand mag 't zien dus ving ik de gaai 't ok nie mogt zien
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03231) vertaling: ik weet wou ge geborre bent
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03231) vertaling: noa ge kloar bent madde goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03231) vertaling: dur de M gestörve waar, hi hurre mens Annas nie mer kenne helpe
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03231) vertaling: me zon weer kende nie veul doen
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03231) vertaling: me zon weer kende nie veul doen
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03231) vertaling: as't kermis es komme de mense boite
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03231) vertaling: ik wil em nooit mer zien want haai hi me bedrogen
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03231) vertaling: k wil em nooit mer zien umdettie me hi bedroge
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03231) vertaling: gaai goat mi noa 't footbal kieke
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03231) vertaling: haai is dood
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03231) vertaling: is hai dood
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03231) vertaling: zaai is ziek
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03231) vertaling: is zaai ziek
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03231) vertaling: omde haai werkt moes zaai den hellen dag tois blieve
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03231) vertaling: dur 't sneeuwen konne we de stad nie oit
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03231) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03231) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03231) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03231) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03231) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03231) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03231) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03231) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03231) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03231) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03231) fragment: met wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03231) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03231) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03231) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03231) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03231) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03231) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03231) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03231) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03231) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03231) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03231) vertaling: P denkt dat J en M op niemend kwaad zijn
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03231) betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03231) vertaling: het is waar dat ze niet met M mogen praten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03231) vertaling: het is waar dat ze niet met M mogen praten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03231) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03231) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03231) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03231) vertaling: niets
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03231) vertaling: niets
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03231) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03231) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03231) vertaling: alle koeien
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03231) vertaling: ge moet tege hum nie zegge de ik noar boite ben geweest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03231) vertaling: nie vertelle de ge vur hum un kedo gekocht het
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03231) vertaling: witte ge nie det ie gevallen is
000 (z04opm) (inf. 03231) opm. inf.: ik vind dit zoo moeilijk: hetgeen ik schrijf is niet hetgeen ik hoor
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03231) vertaling: W probeerde um niemand ping te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03231) vertaling: 't schijnt de ze niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03231) vertaling: ze schijnt niks te mogge ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03231) vertaling: ze prebeeren al den hillen dag um mekaar op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03231) vertaling: 't belooft wir unne schonen dag te worre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03231) vertaling: 't is misschien beter um nog efkes te waachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03231) vertaling: we haan 't geluk um 'm direct terug te vinge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03231) vertaling: as de kiepe n valk zien zien ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03231) vertaling: as we de erpel nie kenne verkaupe zitte we in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03231) vertaling: as gallie m nie meenimt wor ik kwaad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03231) vertaling: haai wis't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03231) vertaling: op dit fist wordt er veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03231) vertaling: naw wordt er allein mar brout verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03231) vertaling: as ie met de fiets komt zal ie wel laat zien
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03231) vertaling: as ge tijd het koomt dan 's ne kijer
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03231) vertaling: as ik rijk ben kaup ik unnen duren auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03231) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03231) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03231) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03231) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03231) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03231) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03231) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03231) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03231) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03231) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03231) vertaling: M heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03231) vertaling: M heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03231) vertaling: M he gezeed de gaai geprobeerd het un liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03231) vertaling: M he gezeed de gaai geprobeerd het un liedje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03231) vertaling: M he gezee de ge geprebeerd het um heur nnen boek te gev
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03231) komt voor: j
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03231) komt voor: j
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03231) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03231) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03231) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03231) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03231) komt voor: j
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03231) vertaling: de lui uit de stad die hebbe hier veul heus gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03231) vertaling: an die nej vaart dor ziede gen mens mir
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03231) vertaling: gistere is Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03231) vertaling: den dag de jan belde waar ik nie tois
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03231) vertaling: Jef die zo ik nooit oitnodige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03231) vertaling: Marie zo zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03231) vertaling: Bert die drinkt wel 's a gleske te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03231) vertaling: ik zo Marthas wel 's wille vraage um baai ons tois te komme
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03231) vertaling: de hois zo ik nooit wille kaupe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03231) vertaling: de hois de stu doar al faiftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03231) komt voor: j
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03231) komt voor: j
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03231) komt voor: j
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03231) komt voor: j
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03231) komt voor: j
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03231) vertaling: G he gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03231) vertaling: pasop
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03231) vertaling: 't waar mer krek gewal genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03231) vertaling: M hi now meir koeie dan de se vrüger ha
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03231) vertaling: as S ha kenne komme dan ha ze de gedon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03231) vertaling: zaai is den besten dochter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03231) vertaling: vur de ge iets weggoit moete efkes belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03231) vertaling: hier is alles wa ik heb gekrigge
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03231) vertaling: Jan is te fing um iets an z'n jonges te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03231) vertaling: asof gaai iets van foetballe wit
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03231) vertaling: leg de boek nir
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03231) vertaling: as ge echt nie kent wachte dan kom mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03231) vertaling: ik weet de Jan den dokter ha kenne roewpe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03231) vertaling: ik weet de Jan den dokter geroepe kon hebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03231) vertaling: haai zee de ik 't haa moete doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03231) vertaling: haai zee de ik 't gedaan moes hebbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03231) vertaling: haai is vlee wek dur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03231) vertaling: haai wordt merrege dur dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03231) vertaling: ik denk de ge veul weg zout moete gojje
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03231) vertaling: ik denk de ge veul weg zout moete gojje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03231) vertaling: 't is dom um zo'n duur dinge weg te gojje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03231) vertaling: 't is dom um zo'n duur dinge weg te gojje
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03231) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03231) vertaling: ik ving de ge dikker de krant zout moete leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03231) vertaling: ik ving de ge dikker de krant zout moete leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03231) vertaling: 't is dom um in den donkere krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03231) vertaling: 't is dom um in den donkere krant te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03231) vertaling: haai leest den hillen dag de krant
positie: 2
opm.: positie krant blijkt niet uit vertaling
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03231) vertaling: haai leest den hillen dag de krant
positie: 2
opm.: positie krant blijkt niet uit vertaling
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03231) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03231) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03231) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03231) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03231) vertaling: gaai bent ok ennen arige
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03231) vertaling: R hi inne grünen appel weggegeve en naw het ie nog 2 roj
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03231) vertaling: d'r ware veul mense op 't fist
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03231) vertaling: waren er veul mense op 't fist
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03231) vertaling: wa vur boeke hedde gaai gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03231) vertaling: haai wont baai Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03231) vertaling: haai wont baai Wimme
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03231) vertaling: lopt efkes noa den bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03231) vertaling: wie hedde ge gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03231) vertaling: wie hi aw gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03231) vertaling: ha ik de gewete dan ha ik 't nie gedoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03231) vertaling: 't zo better zing um nog efkes te waachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03231) vertaling: gelukkig haa Jan den dokter gebeld en die was er al hiel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03231) vertaling: lop nao toch dur vervelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03231) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03231) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03231) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03231) komt voor: j
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03231) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03231) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03231) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03231) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03231) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Helmond

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Helmond