SAND-data Venray (L210p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03229) vertaling: Jan kan zich dat verhaal nog herinnere
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03964) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03229) vertaling: Marie en Piet zien elkaar vur de kaerk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03964) vertaling: Merie en Piet zien mekaar vur de kaerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03964) vertaling: Toeën waest zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03229) vertaling: Toeën wêst zien aege
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03229) vertaling: Den timmerman het gen naegel beej zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03964) vertaling: D'n timmerman het gen naegel bij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03229) vertaling: Fons zaag en slang neuve zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03964) vertaling: Funs zaag 'n slang nevve zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03964) vertaling: Erik liët mij vur zich waerke
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03229) vertaling: Erik liet mi-j vur eum waerke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03229) vertaling: Johanna liet eur aege mitdrieve op de golve
opm.: reflexief: haar eigen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03964) vertaling: Johanne liët zich mit driëve òp de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03229) vertaling: Toeën bekeek zien aege es goed ien de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03964) vertaling: Toeën bekeek zien aege is goëd ien de spiëgel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03964) vertaling: Jan het ien twië minute 'n bierke gedroonke
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03229) vertaling: Jan het ien twee minute en pilske uut
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03229) vertaling: Dee schoen loeepe goed
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03964) vertaling: Deez schoën loeëpe gemekkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03229) vertaling: Eduard kent zien aege goed
opm.: reflexief: z'n eigen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03964) vertaling: Eduard kent zien aege goëd
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03229) vertaling: Ward het gehuurd datter foto's van zien aege in de etalage ston
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03964) vertaling: Ward het gehuurd dat t'r foto's van um ien de winkel vur de raam ston
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03229) vertaling: Die erpel schelle ziech lôstig
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03964) vertaling: Die aerpel schelle zich nie gemekkelek
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03229) vertaling: Dit glas breekt/brikt ...
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03229) vertaling: Dit glas gôt keppot as 't op de groond velt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03229) vertaling: Dit glas gôt keppot as 't op de groond velt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03229) vertaling: Dit glas breekt/brikt ...
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03964) vertaling: Dit glas springt kapot as 't op de groond velt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03964) vertaling: Dokter laef ik wel gezoond genoeg
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03229) vertaling: Dokter, laef ik wal gezoond genoeg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03964) vertaling: Al jaore laeft hij van de erfenis van zien vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03229) vertaling: Jaore laank laeft hi-j vun de aerfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03964) vertaling: Deez waek laeft zij òp water en broeëd
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03229) vertaling: Dees waek laeft zi-j op water en broed
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03964) vertaling: Laeft ie nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03229) vertaling: Laeft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03964) vertaling: Hoelang laefde gillie now al van die erfenis
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03229) vertaling: Hoelang laefde gillie now al van die aerfenis
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03964) vertaling: Ien Bretagne laeve zu vurral van 't vissen
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03229) vertaling: Ien Bretagne laeve ze vural van 't visse
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03964) vertaling: No 't aete goj ik slaope
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03229) vertaling: Noa 't aete goj ik slaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03964) vertaling: Zeuj ik dat wel kunne doën
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03229) vertaling: Zeuj ik dat wel kunne doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03964) vertaling: Hij liët zien huus afbraeke
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03229) vertaling: Hi-j liet zien huus aafbraeke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat Jan hard mot kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03964) vertaling: Ik wieët dat Jan hard mòt kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat Jan hard mot kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03964) vertaling: Ik wieët dat Jan hard mòt kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03964) vertaling: Ik wieët dat Jan hard mòt kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat Jan hard mot kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03964) komt voor: j
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 2
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 2
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03964) komt voor: j
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 2
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03964) vertaling: Jan het gen ieën boëk mer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03229) vertaling: Jan het gen ien boek mer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03229) vertaling: Jan het gen ien boek mer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03229) vertaling: Jan het gen buuk
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03229) vertaling: Jan het gen buuk
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03964) vertaling: Buük het Jan gen
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03229) vertaling: Buuk het Jan nie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03229) vertaling: Buuk het Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03229) vertaling: Jan het nie veul geld mer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03229) vertaling: Ovver dat probleem mug nie geprot werre
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03229) vertaling: Ovver dat probleem mug nie geprot werre
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03229) vertaling: Niemes zit dat hi-j nie kumt
opm.: interpretatiegeval
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03229) vertaling: Niemes zit dat hi-j nie kumt
opm.: interpretatiegeval
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03229) vertaling: Niemes zit dat hi-j kumt
opm.: interpretatiegeval
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03229) vertaling: Niemes zit dat hi-j kumt
opm.: interpretatiegeval
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03229) vertaling: Zitte hier (n)örges muus?
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03964) vertaling: Zitte hier nörges gen muüs
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03229) vertaling: Ik gaef iemes ânders niks
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03229) vertaling: Niemes wil waerke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03229) vertaling: Wi-j wisse nie dat ie thuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03229) vertaling: Ik wis 't ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03229) vertaling: Ovver dat prebleem mug hi-j mit niemes praote
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03229) vertaling: Ovver dat prebleem mug hi-j mit niemes praote
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03229) vertaling: ... mug nie geprot werre
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03229) vertaling: ... mug nie geprot werre
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03229) vertaling: Jan wet dat hi-j vur drie uur de wage gemakt mot hebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03229) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03229) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03229) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03229) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03964) vertaling: Marie's auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03229) vertaling: Marie eure auto is keppot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03964) vertaling: Marie urren auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03229) vertaling: Marie eure auto is keppot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03964) vertaling: Piets auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03229) vertaling: Piet ziene auto is keppot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03229) vertaling: Piet ziene auto is keppot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03964) vertaling: Piet zienen auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03229) vertaling: Den meens ziene auto is keppot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03964) vertaling: Den meens zienen auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03229) vertaling: Den meens ziene auto is keppot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03229) vertaling: Den auto is nie van mi-j mar van eum
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03964) vertaling: Den auto is nie van mij mar van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03229) vertaling: De krânt van gisterre lit oonder d'n tilleviezie
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03964) vertaling: De krânt van gister lit ònder de televisie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03964) vertaling: Jan is Karolien en Kristien ur bruurke
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03229) vertaling: Jan is en bruurke van K + K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03229) vertaling: Die jonges eur fietse zien gestole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03964) vertaling: Die jonges ur fietse zien weggeháld
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03229) vertaling: De moeder van die zusters is op bezuuk
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03964) vertaling: Die zussen ur moeder is òp bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03229) vertaling: Dat is Wim ziene auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03964) vertaling: Den auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03229) vertaling: Den auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03229) vertaling: Den auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03229) vertaling: Dat is Wim ziene auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03229) vertaling: Dat is miene fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03229) vertaling: Den fiets is van mi-j
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03229) vertaling: Den fiets is van mi-j
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03964) vertaling: Den fiets is de miene
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03229) vertaling: Dat is miene fiets
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03229) vertaling: Ovver dat prebleem mug hi-j mit niemes praote
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03229) vertaling: Ovver dat prebleem mug hi-j mit niemes praote
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03229) vertaling: ... mug nie geprot werre
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03229) vertaling: ... mug nie geprot werre
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03229) vertaling: Ik wil niemes nie kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03229) vertaling: 't Is jommer dat wi-j nie meuge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03229) vertaling: Da goj ik nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03229) vertaling: Da goj ik nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03229) vertaling: Da doej ik nie
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03229) vertaling: Da doej ik nie
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03229) vertaling: Ik heb nie gewaerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03229) vertaling: Ik heb nie gewaerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03229) vertaling: Ik heb niks gedaon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03229) vertaling: Ik heb niks gedaon
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03229) vertaling: Hi-j haaj 't nog nie verteld of Marie begos te schraowe
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03229) vertaling: Göt die bestelling now mar ophale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03229) vertaling: Hi-j waerkt nie
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03229) vertaling: Hi-j dut niks
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03229) vertaling: Hi-j dut niks
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03229) vertaling: Hi-j waerkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03229) vertaling: Ik verbiej ow (um) hier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03229) vertaling: Jan liet nie toe dat wi-j Marie belde
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03964) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03964) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03964) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03964) komt voor: j
fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03229) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03964) komt voor: j
fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03229) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03964) komt voor: j
fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03229) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03964) komt voor: j
fragment: zullen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03964) komt voor: j
fragment: zullen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03964) komt voor: j
fragment: zullen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03229) komt voor: j
fragment: um (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03964) komt voor: n
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03229) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03964) komt voor: j
fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03229) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03964) komt voor: j
fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03229) komt voor: j
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03964) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03964) komt voor: n
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03964) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03229) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03229) komt voor: j
fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03229) komt voor: j
fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03229) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03964) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03229) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03229) komt voor: j
fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03964) vertaling: Ik wieët dat gillie òp niemes kwaod ziet
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat gillie op niemes kwaod ziet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03964) vertaling: Ik wieët dat zij òp niks grots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat zi-j op niks gräots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03964) vertaling: Els daenkt dat 't nie gemekkelek is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03229) vertaling: Els daenkt dat 't nie hendig is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03964) vertaling: Ik wieët dat ik te laat ziej en gij nie
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat ik te laat bin en gi-j nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03964) vertaling: Ge wet toch dat gej mòt waerke en ik nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03229) vertaling: Ge wet toch da gi-j mot waerke en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03964) vertaling: Iederieën dat wij nor huus gon en dat zij nog meuge bliëve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03229) vertaling: Iederieën dënkt dat wi-j nor huus gaon en dat zi-j nog meuge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03964) vertaling: 't is jommer dat hij kumt en dat zij weg göt
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03229) vertaling: 't Is jommer dat hi-j kumt en dat zi-j göt
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03964) vertaling: Ik daenk dat Lisa ziëk is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03229) vertaling: Ik daenk dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03964) vertaling: Ik daenk dat Pieter en Liesje gon trouwe
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03229) vertaling: Ik daenk dat P + Lieske gaon trouwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03229) vertaling: Ja
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03229) vertaling: Ja dat duut ie
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03229) vertaling: Ja dat duut ie
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03229) vertaling: Ja
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03229) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03964) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03964) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03229) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03964) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03229) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03229) vertaling: Dat duut ie nie
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03229) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03964) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03964) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03229) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03229) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03964) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03229) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03229) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03964) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03229) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03229) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03229) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03229) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03229) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03229) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03964) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03229) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03229) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03229) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03229) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03964) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03229) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03964) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03229) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03964) vertaling: Doe't broeëd efkes sneje
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03964) vertaling: Doe't broeëd efkes sneje
komt voor: j
000 (y01opm) (inf. 03229) opm. inf.: In de vraagstelling gebruiken wij zelden Doe of Doet. Wel in het antwoord: voorbeeld. Dat doej ik (wel)(niet) Dat duut hi-j (wel)(nie)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wo van de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: worvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wo van de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03964) komt voor: j
fragment: worvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03229) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: den (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03229) komt voor: j
fragment: den (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wat (of wak) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (of dak) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (of dak) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wat (of wak) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (of dak) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wat (of wak) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Wie (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Den (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wie te veul (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Den (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Wie (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Den (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wie te veul (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Wie (1)
opm.: eerste optie heeft de voorkeur
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03964) vertaling: Wat denkte wie ik ien de stad tegenkwam
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03229) vertaling: Wat daenkte? Wie ik ien de stad getroffe heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03964) vertaling: Hoe daenkte gillie dat ze 't hebbe opgelòst
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03229) vertaling: Hoe daenkte gillie dat ze d'r uut gekomme zien?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03964) vertaling: Hoe daenkte dat ze 't hebbe òpgelost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03229) vertaling: M. wet nie wie wi-j wille belle
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03964) vertaling: Magda wet nie wie wij wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03229) vertaling: Wet iemes wie wi-j hebbe geroepe?
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03964) vertaling: Wet iemes wie wij geroëpe hebbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03964) vertaling: Wie daenkte dat ik ien de stad tegekwaam
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03229) vertaling: Wie daenkte gi-j dak ien de stad getroffe heb?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03229) vertaling: Wie daenkte gi-j dak ien de stad getroffe heb?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03229) vertaling: Hi-j het zien hând gewâsse
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03964) vertaling: Hij het zien hând gewaase ?
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03229) vertaling: Hi-j het zien hemd gewâsse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03964) vertaling: Hij het zien himd gewâse ?
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03964) vertaling: Hij het ennen hoëd òp ziene kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03229) vertaling: Hi-j het enne hoed op ziene kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03229) vertaling: Hi-j het en plek op zien hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03964) vertaling: Hij het enne plak òp zien himd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03229) vertaling: Hi-j het zien bien gebroke
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03964) vertaling: Hij het zien bieën gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03964) vertaling: Zij het zich pien gedaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03229) vertaling: Zi-j het eur eige pien gedaon
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03229) vertaling: M trok de deke òp eur án
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03964) vertaling: Marie trok de deke nor zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03229) vertaling: L wet dat er foto's van eum te koep zien
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03964) vertaling: Luc wet dat t'r foto's van um zelf te koeëp zien
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03964) vertaling: Ge wet toch nog wel dat we toew dur dat bos hin zien geloeëpe
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03229) vertaling: Gi-j wet toch nog wel dat we toen dur den bos zien gelopen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03229) vertaling: Ik wieët nog dat den auto van M kapot was
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03964) vertaling: Now wiët ik wer dat d'n auto van Marie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03229) vertaling: Zi-j wet nog dat hi-j as en vaerke zaat te aete
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03964) vertaling: Zij wet nog dat hij as 'n vaerke zat te aete
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03229) vertaling: Wi-j wisse nog el dat Jan zien buuk allemaol gestolen ware, mar zi-j wisse 't nie mer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03964) vertaling: Wette gillie nog dat we Jan òp de merut gezien han
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03229) vertaling: Wette gillie nog dat we Jan op de mert hebbe gezien
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03229) vertaling: ... kepot gewerkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03229) vertaling: Hi-j het zich en ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03964) vertaling: Hij het zich 'n òngeluk gewerkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03229) vertaling: Hi-j het zich en ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03229) vertaling: ... kepot gewerkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03229) vertaling: Hi-j vuulde zien eige dur 't ies gaon
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03964) vertaling: Hij vuulde zich dur 't ies zakke
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03229) vertaling: Zuuj hi-j dat hebbe kunne doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03229) vertaling: Zuuj hi-j daor toe ien staat zien?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03964) vertaling: Zeuj dat gedaon hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03229) vertaling: Zuuj hi-j daor toe ien staat zien?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03964) vertaling: Zeuj dat gedaon hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03964) vertaling: Zeuj dat hebben gekund
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03229) vertaling: Zuuj hi-j dat hebbe kunne doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03964) vertaling: Zeuj dat hebben gekund
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03229) fragment: gekunne (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03229) fragment: gekost (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03229) fragment: gekost (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03229) fragment: gekunne (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03964) fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03229) fragment: gedaon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03964) fragment: gedaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03964) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03964) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03964) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03964) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03964) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03964) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03964) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03964) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03964) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03964) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03964) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03964) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03229) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03964) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03229) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03964) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03229) vertaling: Ik daent dat ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03964) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03229) vertaling: Ik daent dat ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03964) vertaling: ik daenk hij is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03964) vertaling: ik daenk hij is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03229) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03964) vertaling: ik wieët dat ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03964) vertaling: ik wieët dat ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03964) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03229) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03229) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03964) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03229) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03964) vertaling: Al de koewe van Marie zien verdroonke bij de ovverstroëming
opm.: dav
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03964) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03229) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03229) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03964) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03229) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03964) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03964) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03229) vertaling: Waffere hedde gi-j al weggebrocht
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03229) vertaling: Waffere hedde gi-j al weggebrocht
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03964) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03229) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03964) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03229) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03964) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03229) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03964) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03229) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03964) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03229) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03964) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03229) vertaling: Ik bin now muuj, daorum schei ik er uut
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03229) vertaling: Ik bin now muuj, daorum schei ik er uut
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03229) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03964) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03964) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03229) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03964) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03229) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03229) vertaling: Ien den tiet heb ik 't er van genoome
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03964) vertaling: Ien den tied laefde ik d'r òp los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03229) vertaling: Uurst laefde hi-j as en bieëst
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03964) vertaling: Vroeger laefde hij as 'n bieëst
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03964) vertaling: Daor laefde wij as God ien Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03229) vertaling: Wi-j han 't daor as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03229) vertaling: Niemes mug 't zien en gi-j dus ok nie
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03964) vertaling: Niemes mug 't ziën dus ik viend dat gij 't ok nie mug ziën
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03229) vertaling: 't Viel vur toe gi-j (weg)gingt
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03964) vertaling: 't gebeurde toew ge weggingt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03964) vertaling: Ik wiët wor ge gebore ziet
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03229) vertaling: Ik wieët waor gi-j gebore ziet
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03229) vertaling: Now ge verrig ziet, mudde gaon
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03964) vertaling: Now ge klaor ziet mugde gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03229) vertaling: Durdat Marie doeët was gegaon, het eure meens Anna nie mer kunne helpe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03964) vertaling: Durda Marie gestaorve was het urre meens Anna nie mer kunne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat hi-j is gaon zwemme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03964) vertaling: ik wieët dat hij is gon zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03964) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03229) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03229) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03964) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03964) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03229) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03229) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03229) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03964) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03229) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03964) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03229) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03964) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03229) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03964) vertaling: Ik wil 'm noeët mer ziën umdat ie mij het bedrogen
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03229) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03964) vertaling: Ik wil 'm noeët mer ziën umdat ie mij het bedrogen
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03964) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03229) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03229) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03964) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03229) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03964) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03964) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03229) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03229) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03964) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03229) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03964) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03964) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03229) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03229) komt voor: j
fragment: den (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03229) komt voor: j
fragment: den (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03229) komt voor: j
fragment: den (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03229) komt voor: j
fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03229) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waor (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waormit (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waormit (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03229) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03964) komt voor: j
fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03229) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03229) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03964) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03229) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03964) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Den (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Den (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03964) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03229) komt voor: j
fragment: Den (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waorvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waorvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03964) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03229) komt voor: j
fragment: waorvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03229) komt voor: j
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03964) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03964) vertaling: Piet daenkt dat Jan en Marie òp niemes nie kwaod zien
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03229) vertaling: Piet daenkt dat J+M op niemes kwaod zien
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03964) vertaling: Piet daenkt dat Jan en Marie òp niemes nie kwaod zien
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03229) vertaling: Piet daenkt dat J+M op niemes kwaod zien
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03964) vertaling: Wim daenkt dat we noeët niemes enne pries gaeve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03229) vertaling: Wim daenkt dat wi-j noeets iemes enne pries gaeve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03964) vertaling: Wim daenkt dat we noeët niemes enne pries gaeve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03229) vertaling: Wim daenkt dat wi-j noeets iemes enne pries gaeve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03964) vertaling: 't is waor dat ze nie mit Marie meuge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03229) vertaling: 't Is waor dat ze nie mit M meuge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03964) vertaling: 't is waor dat ze nie mit Marie meuge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03229) vertaling: 't Is waor dat ze nie mit M meuge praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03229) vertaling: (nög) nörgent
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03229) vertaling: (nög) nörgent
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03229) vertaling: nörnt
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03229) vertaling: nörnt
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03229) vertaling: nörnt
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03229) vertaling: nörges
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03229) vertaling: nörges
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03229) vertaling: nörges
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03964) vertaling: nörges
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03229) vertaling: (nög) nörgent
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03964) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03229) vertaling: niemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03229) vertaling: noeët
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03229) vertaling: noeët
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03229) vertaling: noeët
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03229) vertaling: noëts
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03229) vertaling: noëts
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03229) vertaling: noëts
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03964) vertaling: noeët
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03229) vertaling: van ze laeve nie
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03229) vertaling: van ze laeve nie
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03229) vertaling: van ze laeve nie
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03229) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03964) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03229) vertaling: gen
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03964) vertaling: gen
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03229) vertaling: gen
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03229) vertaling: genieën
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03229) vertaling: genieën
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03964) vertaling: Zeg 'm nie dat ik nor buute bin gewist
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03229) vertaling: Zeg nie tigge eum dat ik naor buute zie gewist
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03964) vertaling: Nie vertelle dat ge 'n kado vur um het gekocht huür
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03229) vertaling: Vertel nie dat ge en kedoo vur eum het gekôcht!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03964) vertaling: Wette nie dat hij gevalle is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03229) vertaling: Wette nie dat hi-j gevalle is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03229) vertaling: W deuj eur bêst um niemes pien te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03964) vertaling: Wendy probierde um niemes pien te doën
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03964) vertaling: 't Schient dat ze niks mug aete
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03229) vertaling: 't Schient dat ze niks mug aete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03229) vertaling: Ze schient niks te meuge aete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03964) vertaling: Ze schient niks te meuge aete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03229) vertaling: Ze prebere al de gânse dag elkaar op te belle
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03964) vertaling: Ze probiëre al d'n hiëlen dag um mekaar te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03964) vertaling: 't belooft wer ennen mojjen dag te werre
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03229) vertaling: 't Belooft (schient) wer enne mojje dag te werre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03229) vertaling: Schiens is 't baeter um nog iefkes te waagte
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03964) vertaling: 't Is misschien baeter um nog efkes te waachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03964) vertaling: We han 't geluk um 'n direk terug te viende
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03229) vertaling: We hán 't geluk eum aachteren terug te viende
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03964) vertaling: as de henne eine valk zien, zien ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03229) vertaling: As de henne enne valk zien, zien ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03964) vertaling: As we de aerpel nie kunne verkoeëpe zitte we ien de probleme
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03229) vertaling: As we de erpel nie kunne verkoepe zitte we ien de prebleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03964) vertaling: As gillie 'm niet mit nimt wer ik kwaod
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03229) vertaling: As gillie eum nie mitneme wer ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03964) vertaling: Hij wis 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03229) vertaling: Hi-j wis et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03964) vertaling: Òp dit fieëst werd t'r veul gedânst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03229) vertaling: Op dit fieëst wert er veul gedânst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03964) vertaling: Now werd t'r allieën nog mer broeëd verköcht ien den winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03229) vertaling: Now wurd er allenig (nog) mar broed verkôcht ien die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03964) vertaling: As hij mit de fiets kumt zal ie wel laat zien
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03229) vertaling: As ie mit de fiets kumt, zal hi-j wel laat zien
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03964) vertaling: As ge tied het kòm dan is enne kier naeve
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03229) vertaling: As ge tiet het, komt dan is enne kier an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03964) vertaling: As ik riek zie, koeëp ik ennen duüren auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03229) vertaling: As ik riek zie, koep ik enne duure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03964) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03229) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03229) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03964) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03229) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03964) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03964) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03229) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03229) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03964) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03964) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03229) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03964) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03229) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03229) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03964) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03964) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03229) vertaling: Ik heb 't eum gegaeve
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03229) vertaling: Ik heb 't eum gegaeve
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03229) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03964) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03964) vertaling: Marie het gezeet dat gij het geprobeerd 'n liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03229) vertaling: Marie het gezeet dat gi-j het geprebierd en liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03229) vertaling: Marie het gezeet dat gi-j het geprebierd en liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03964) vertaling: Marie het gezeet dat gij het geprobeerd 'n liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03964) vertaling: Marie het gezeet dat gij 'n liedje het probiëre te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03229) vertaling: M het gezeet dat gi-j geprebiert het um en liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03229) vertaling: M het gezeet dat gi-j geprebiert het um en liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03964) vertaling: Marie het gezeet dat gij 'n liedje het probiëre te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03229) opm.: "is mij onduidelijk"
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03964) vertaling: Marie het gezeet dat gij ur 'n boëk het probiere te gaeve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03964) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03964) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03964) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03964) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03964) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03964) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03229) vertaling: Die stadse, die hebbe hier veul huus gebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03964) vertaling: Die van de stad die hebbe hier veul huüs gebowd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03964) vertaling: An de nèj vaart dor ziede gen meens mer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03229) vertaling: An die neeje vaart, daor ziede gen meens mer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03229) vertaling: Gister is Jan der gewist
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03964) vertaling: Gister is den Jan hier gewist
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03229) vertaling: Den dag dat Jan belde was ik nie thuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03964) vertaling: D'n dag toew Jan belde was ik nie tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03964) vertaling: Jef den zeuj ik noeët uutnudege
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03229) vertaling: Jef, den zeuj ik noets nuuëje
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03229) vertaling: M die zeuj zoiets (of zowat) noëts doën
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03964) vertaling: Marie die zeuj zóiets noeët doën
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03964) vertaling: Bert den dreenkt wel is 'n glas te veul
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03229) vertaling: B den dreenkt welles en glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03964) vertaling: Martha, die zeuj ik wel is bij mij tuus willen nudege
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03229) vertaling: M die zeuj ik welles bi-j mi-j thuus wille nuuëje
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03229) vertaling: Dat huus zuj ik van ze lave nie wille koëpe
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03964) vertaling: Dat huus dat zeuj ik noeët wille koëpe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03964) vertaling: Dat huus dat stöt dor al vieftig jaor
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03229) vertaling: Dat huis, dat stut daor al fieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 4
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 3
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03964) vertaling: Het Gunther gebeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03229) vertaling: Het Gunther gebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03964) vertaling: Pas òp
473 (z11b) En pas op! (inf. 03229) vertaling: Kiek uut!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03229) vertaling: Kiek uut!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03229) vertaling: Waart ow
473 (z11b) En pas op! (inf. 03229) vertaling: Waart ow
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03229) vertaling: 't Was mar net goëd zat
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03964) vertaling: 't Was mar net goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03229) vertaling: M het now mier koeje dan ze vroeger haai
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03964) vertaling: Marjo het now miër koewe dan ze vroeger haaj
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03964) vertaling: As Susanna haaj kunne kòmme dan haaj ze dat gedaon
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03229) vertaling: As S haaj kunne kòmme dan haaj ze dat gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03229) vertaling: Zeej is de beste dokter die ik ken
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03964) vertaling: Zij is d'n baesten dokter den ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03229) vertaling: Vur dache iets wegsmiet motte efkes belle
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03964) vertaling: Vur ge iets weg smiet mòtte efkes belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03964) vertaling: Hier is alles wat ik gekrege heb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03229) vertaling: Hier is alles da'k gekrege heb
opm.: twijfel relatiefpronomen na 'alles': dat of voegwoorden na 'alles'
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03229) vertaling: Jan is te benauwd um iets án zien kiender te gaeve
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03964) vertaling: Jan is te gierig um iets an zien kiender te gaeve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03229) vertaling: Net of gi-j verstând het van voetballe!
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03964) vertaling: As of gij iets van voetballe wet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03964) vertaling: Dat boëk leg ner
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03229) vertaling: Legt ner dat boek!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03229) vertaling: As gi-j echt nie kund waachte, dan komt mar
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03964) vertaling: As ge echt nie kunt waechte dan kòm mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03964) vertaling: ik wieët dat Jan d'n dokter haaj kunne roëpe
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat Jan den dokter haaj kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03229) vertaling: Ik wieët dat Jan den dokter geroepe kos hebbe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03964) vertaling: Ik wieët dat Jan d'n dokter kòs geroëpe hebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03964) vertaling: Hij zaej dat ik 't haaj mòtte doën
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03229) vertaling: Hi-j zaej dat ik dat haaj motte doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03964) vertaling: Hij zaej dat ik 't mòs gedaon hebbe
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03229) vertaling: Hi-j zaej dat ik dat haaj motte doen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03964) vertaling: Hij is vurrige waek dur dokter Mertens geoperiërd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03229) vertaling: Hi-j is vurrige waek dur dokter M geopperierd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03964) vertaling: Hij werd maerge dur dokter Mertens geoperiërd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03229) vertaling: Hi-j werd merg dur dokter M geopperierd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03229) positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03964) vertaling: Ik daenk dat ge veul weg zut mòtte smiete
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03964) vertaling: Ik daenk dat ge veul weg zut mòtte smiete
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03229) vertaling: 't Is nie slim um zo'n dure dinge weg te smiete
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03964) vertaling: 't Is stòm um zo'n duur dinge weg te smiete
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03229) vertaling: 't Is nie slim um zo'n dure dinge weg te smiete
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03964) vertaling: 't Is stòm um zo'n duur dinge weg te smiete
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03229) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03964) vertaling: Hij is alle kapotte dinge an 't weg smiete
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03964) vertaling: Hij is alle kapotte dinge an 't weg smiete
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03964) vertaling: Ik viend dat ge dukker de krânt zut mòtte laeze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03964) vertaling: Ik viend dat ge dukker de krânt zut mòtte laeze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03229) positie: 1
opm.: 'de krant' ipv 'krant'
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03964) vertaling: 't is stom um ien d'n duuster de krânt te laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03229) vertaling: 't Is nie slim um in d'n duuster de krânt te laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03964) vertaling: 't is stom um ien d'n duuster de krânt te laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03229) vertaling: 't Is nie slim um in d'n duuster de krânt te laeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03964) vertaling: Hij is d'n hieëlen dag an 't krânt laeze
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03229) positie: 1
opm.: 'de krant' ipv 'krant'
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03964) vertaling: Hij is d'n hieëlen dag an 't krânt laeze
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03229) fragment: dur (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03964) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03964) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03229) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03229) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03964) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03964) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03229) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03964) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03229) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03229) vertaling: R. het ieëne gruune appel aafgegaeve, en now het ie nog twieë tojje over
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03964) vertaling: Robert het ieëne gruunen appel weg gegaeve en now het ie nog twieë rojje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03964) vertaling: D'r won veul meense òp 't fieëst
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03229) vertaling: d'r waare veul meense op 't fiest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03964) vertaling: Won d'r veul meense òp 't fieëst
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03229) vertaling: Waare d'r veul meense op 't fiest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03964) vertaling: Wat hedde gij vur buük geköcht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03229) vertaling: Waffer boek hedde gekaogt
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03229) vertaling: Waffer buuk hedde gekaogt
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03964) vertaling: Wat vur buük hedde geköcht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03229) vertaling: Waffer buuk hedde gekaogt
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03964) vertaling: Wat vur buük hedde geköcht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03964) vertaling: Wat hedde gij vur buük geköcht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03229) vertaling: Waffer boek hedde gekaogt
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03964) vertaling: Hij wònt bij Marietje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03229) vertaling: Hi-j wont bi-j M
opm.: twijfel thuisnaamval op eigennaam 3.ev.vrouw.: informant schrijft naam niet voluit
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03229) vertaling: Hi-j wont bi-j W
opm.: twijfel thuisnaamval op eigennaam 3.ev.mann.: informant schrijft naam niet voluit
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03964) vertaling: Hij wònt bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03229) vertaling: Lopt efkes nor denk bekker, Wim!
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03964) vertaling: Lop efkes nor d'n bekker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03964) vertaling: Wie hedde geziën
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03229) vertaling: Wie hedde gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03229) vertaling: Wie het ow gezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03964) vertaling: Wie het òw geziën
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03229) vertaling: As ik dat gewieëte haaj, haaj ik (of ha'k) dat nie gedaon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03964) vertaling: Haak ik dat gewieëte dan haaj 'k nie gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03964) vertaling: 't Zeuj baeter zien um nog efkkes te waachte
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03229) vertaling: 't Zeuj baeter zien um nog efkes te waachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03229) vertaling: Gelukiig haaj Jan den dokter gebeld en die was ter al hiel gaaw
opm.: vrouwelijke dokter: die mannelijke dokter: den
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03964) vertaling: Gelukkig haaj Jan d'n dokter gebeld en den was t'r al hiël gaaw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03229) vertaling: Lopt now toch dur, vervaelende jönge
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03964) vertaling: Lop now toch dur vervaelende jònge
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03229) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03964) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03229) komt voor: n
gebr.: 1

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Venray

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Venray