SAND-data Bakel (L208p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03556) vertaling: Jan wit dè nog wel
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03556) vertaling: Marie en Piet treffen mekaar baai de kèrk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03556) vertaling: Toon wààst zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03556) vertaling: Dun timmerman hi gin spijker baai zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03556) vertaling: Fons zag 'n slang nèffe zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03556) vertaling: Eric liet maai vur zich werreke
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03556) vertaling: J liet zich meedrijve op de golluvu
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03556) vertaling: Toon bekeek zich is goewt in die spiegul
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03556) vertaling: Jan hi in tweiu munuutte nu pot bier uiit
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03556) vertaling: Die skoen loopn hendig
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03556) vertaling: E kènt zun eige goewt
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03556) vertaling: W hi gehuiert dè tuk foto's van hum in de etalage stoan
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03556) vertaling: Die errupul skèlle nie hèndig
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03556) vertaling: De glas brikt as ut op de grond vàlt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03556) vertaling: D. lèèf ik wel gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03556) vertaling: Al joare lèèft ie van hullie vadders eifenis
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03556) vertaling: Dees wèèk lèèft zaai op wattur en broawt
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03556) vertaling: Leeft ie nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03556) vertaling: Hoe lang lèèfde gullie now al van die erfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03556) vertaling: In B lèève zu vural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03556) vertaling: No ut ète goa ik sloape, doe ik 'n dutje
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03556) vertaling: Zódu dè wel kenne doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03556) vertaling: Haai liet zun houis afbrèke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03556) vertaling: Ik weet dè Jan hard moet kenne werriku
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03556) vertaling: Ik weet dè Jan hard moet kenne werriku
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03556) vertaling: Ik weet dè Jan hard moet kenne werriku
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03556) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03556) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03556) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03556) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 4
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03556) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03556) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03556) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03556) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03556) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03556) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03556) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03556) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03556) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03556) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03556) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03556) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03556) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03556) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03556) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03556) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03556) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03556) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03556) vertaling: J. hi ginein boek mir
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03556) vertaling: Ja hi gin boek mir
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03556) vertaling: Boeken hit Jan gin
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03556) vertaling: Jan hi nie veul geld ni mir
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03556) vertaling: Niemus nie mug over di probleem proate
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03556) vertaling: Niemus nie mug over di probleem proate
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03556) vertaling: Niemunt zi dè tie ni kumt
opm.: interpretatiegeval
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03556) vertaling: Ziten hier nergus gin meus
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03556) vertaling: Ik gèf niks nie an un aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03556) vertaling: Nemus nie wil werruku
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03556) vertaling: Wie wisse nie dè hè thois war
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03556) vertaling: Ik wis 't ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03556) vertaling: Haai mug mi nimmus proute over di probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03556) vertaling: E. Jan wit dètie vur driej uuru de wagu gemakt moet hebbu
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03556) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03556) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03556) vertaling: Meries auto is kupot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03556) vertaling: Murrie zunnen auto is kupot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03556) vertaling: Piettu zunne (waage) auto is kupot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03556) vertaling: Piettu zunne (waage) auto is kupot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03556) vertaling: Dieje mens zunnen auto is kupot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03556) vertaling: Dieje mens zunnen auto is kupot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03556) vertaling: Diejen auto is nie van meen mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03556) vertaling: De krant van gisteru lag onde den televisie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03556) vertaling: Jan is t breurke van k en k
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03556) vertaling: De fietsen van die joong zin gustolu
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03556) vertaling: Die moewder van die zusters is op bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03556) vertaling: Diejen auto is van Wimmu
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03556) vertaling: Dieje fiets is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03556) vertaling: Haai mug mi niemus nie over di robleem sprèèke
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03556) vertaling: Ik wil niemus nie kwetsu
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03556) vertaling: Tis jammur dè waai nie mugge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03556) vertaling: Dè goa ik nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03556) vertaling: Hedde hard gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03556) vertaling: Hai ha t nog nie verteld of Murie begos te skruwe
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03556) vertaling: Goa now die bustelling mar ophale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03556) vertaling: Hai weikt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03556) vertaling: Ik verbiet ut oe um hier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03556) vertaling: Jan wo nie de we Murie bèldu
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03556) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03556) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03556) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03556) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03556) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03556) fragment: vur tu (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03556) fragment: um tu (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03556) fragment: um tu (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03556) fragment: vur tu (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: goan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: goan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: goan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03556) fragment: goan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: dè tie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: dè tie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: dè tie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: mar (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: mar (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: mar (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: mar (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: mar (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: mar (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: dè tie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: dè tie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: dè tie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03556) fragment: tu (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03556) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03556) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03556) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03556) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03556) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03556) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03556) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03556) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03556) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03556) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03556) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03556) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03556) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03556) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03556) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03556) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03556) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03556) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03556) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03556) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03556) fragment: dè (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03556) fragment: det (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03556) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03556) fragment: of det (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03556) fragment: of det (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03556) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03556) vertaling: Ik weet dè gallie op niemes koa bèènt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03556) vertaling: Ik weet dè zu nerrugus trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03556) vertaling: E. denk dè t nie hendig is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03556) vertaling: Ik weet dè ik tu laat ben en gaai nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03556) vertaling: Gu wit toch dè gu moet werrikku en ikke nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03556) vertaling: Iederein denkt dè waai noar houis goan en dè saai muggu blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03556) vertaling: Tis jommer dè aai kumt en dè saai wegga
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03556) vertaling: Ik denk dè L zièk is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03556) vertaling: Ik denk dè P en L goan traauwe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03556) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03556) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03556) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03556) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03556) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03556) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03556) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03556) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03556) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03556) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03556) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03556) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03556) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03556) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03556) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03556) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03556) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03556) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03556) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03556) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03556) fragment: worvan die (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03556) fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03556) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03556) fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03556) fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03556) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03556) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03556) fragment: wor ut (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03556) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03556) fragment: wor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03556) fragment: dè (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03556) fragment: dè (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03556) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03556) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03556) fragment: dè (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03556) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03556) fragment: dè (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03556) fragment: dè (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03556) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03556) fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03556) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03556) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03556) fragment: Die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03556) vertaling: Wie denkte dèk in der stat (onmoet) gezien hep
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03556) vertaling: Wà denktu gallie hoe zu ut hebbu opgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03556) vertaling: Hoe denktu dè zu ut hebbe opgelost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03556) vertaling: Magda wit nie wie waai willu bellu
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03556) vertaling: Witter iemus wie of da waai geroepe hebbu
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03556) vertaling: Wie denktu dèk in de stat gewzien (ontmoet) hep
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03556) vertaling: -
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03556) vertaling: Haai hi zun haant guwassu
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03556) vertaling: Haai hi zun hempt guwasu
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03556) vertaling: Hai hi nun hoewt op zunne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03556) vertaling: Haai hi nu plak op zu hempt
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03556) vertaling: Haai hi zien bijn gubroku
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03556) vertaling: Haai hi sig ping gedoun
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03556) vertaling: Murie trok de deeku nô zig
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03556) vertaling: Luc wit dètur foto's van um te koop zin
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03556) vertaling: Ge wit toch nog wel dè wu toen dur de bos geloapu zin
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03556) vertaling: Ik weet nog dè dun auto van M kupot waar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03556) vertaling: Ze wit nog dèt ie as un vèrruku zaat te èètu
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03556) vertaling: Waai wetu nog wel dè alle boeke van Janne gustolu waare, mar zaai nie mèr
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03556) vertaling: Witk gallie nog dè we Janne op de mert gezien hebbe
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03556) vertaling: Haai hi zich kupot ( 'n ongeluk) gewèrkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03556) vertaling: Haai vuulde zich dur 't ys gôn(zakku)
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03556) vertaling: Zo haai dè hebbu kennu doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03556) vertaling: Zo haa di gedoan kènnu hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03556) vertaling: Zo haa di gedoan kènnu hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03556) vertaling: Zo haa di gedoan kènnu hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03556) vertaling: Zo haai dè gedoan kènnu hebbu
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03556) vertaling: Zo haai dè gedoan kènnu hebbu
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03556) vertaling: Zo haai dè gedoan kènnu hebbu
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03556) vertaling: Zo haai dè hebbu kennu doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03556) vertaling: Zo haai dè hebbu kennu doen
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03556) fragment: gekènt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03556) fragment: gedoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03556) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03556) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03556) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03556) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03556) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03556) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03556) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03556) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03556) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03556) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 3
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 3
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 3
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 3
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03556) vertaling: Toenturtijt lèèfde ik mar raak
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03556) vertaling: Vruuger lèèfdunie as un bist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03556) vertaling: Doar lèèfde wu as God in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03556) vertaling: NIemunt mugut zien dus ik vin'g dè gaai dè ok nie zien mugt
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03556) vertaling: Ut gebeurde toendu gaai weggeengt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03556) vertaling: Ik weet worde gaai guborre bèènt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03556) vertaling: Now gu kloar bèènt muddu goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03556) vertaling: Durdè Murie douwt waar, hi hurre mens Annas nie mir kenne hellupu
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03556) vertaling: Ik weet dètie is goan zwemmu
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03556) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03556) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03556) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03556) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03556) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03556) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03556) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03556) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03556) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03556) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03556) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03556) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03556) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03556) vertaling: Is 'm douwt
komt voor: j
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03556) vertaling: Is 'm douwt
komt voor: j
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03556) vertaling: Heur is ziek (vroeger nog wel, komt nu niet meer voor)
komt voor: j
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03556) vertaling: Heur is ziek (vroeger nog wel, komt nu niet meer voor)
komt voor: j
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03556) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03556) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03556) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03556) fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03556) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03556) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03556) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03556) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03556) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03556) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03556) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03556) fragment: wovan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03556) fragment: wovan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03556) fragment: det ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03556) fragment: det ie (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03556) fragment: deze (en 'die'voor 'geroepen') (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03556) fragment: wovan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03556) fragment: wovan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03556) fragment: deze (en 'die'voor 'geroepen') (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03556) fragment: wor (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03556) fragment: wies (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03556) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03556) fragment: wor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03556) fragment: wor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03556) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03556) fragment: dè (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03556) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03556) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03556) fragment: dè (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03556) fragment: wie (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03556) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03556) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03556) fragment: wie (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03556) fragment: dè (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03556) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03556) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03556) fragment: dè (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03556) fragment: Dè (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03556) fragment: Dè (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03556) fragment: Dè (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03556) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03556) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03556) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03556) fragment: Wa (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03556) fragment: Wa (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03556) fragment: Wa (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03556) fragment: wies (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03556) vertaling: P denk dè J+M op nimmus kó zin
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03556) vertaling: P denk dè J+M op nimmus kó zin
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03556) vertaling: W denk dè we noit niemus nu pries gève
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03556) vertaling: W denk dè we noit niemus nu pries gève
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03556) vertaling: ?
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03556) vertaling: nerregus
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03556) vertaling: neigent
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03556) vertaling: neigent
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03556) vertaling: nerregus
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03556) vertaling: niemus
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03556) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03556) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03556) vertaling: niks nie
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03556) vertaling: niks nie
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03556) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03556) vertaling: gin
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03556) vertaling: gin
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03556) vertaling: ginein
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03556) vertaling: ginein
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03556) vertaling: Zeg m nie dè ik nor buite geweest ben/waar
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03556) vertaling: Nie vertellu de gu ne kudo voor hum gekòcht het, wonnie
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03556) vertaling: Witte gaai nie dè tie gevalle is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03556) vertaling: Witte nie dè tie gevalle is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03556) vertaling: Witte nie dè tie gevalle is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03556) vertaling: Witte gaai nie dè tie gevalle is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03556) vertaling: W probeerde um niemunt ping te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03556) vertaling: Ut skijnt dè se niks mug èète
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03556) vertaling: Zu skijnt niks te mugge èète
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03556) vertaling: Zu prubere al dun hillen dag mekare op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03556) vertaling: Ut zie gut goewt gulijk
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03556) vertaling: T is better um nog efkes te waachtu
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03556) vertaling: We haan 't geluk um um mee terug te vinge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03556) vertaling: As de kiepu u melleke zien hebbe ze skrik
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03556) vertaling: As we de erpel nie kenne vurkouwpe hebbe we un probleem
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03556) vertaling: Astu gallie um nie meenèmt wor ik koa
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03556) vertaling: Haai wis ut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03556) vertaling: Op dì fist wort veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03556) vertaling: Now wort er allinnug mar brauwt verkòcht in dieje winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03556) vertaling: As ie mi de fiets kumt zal ie wel laat zin
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03556) vertaling: Astu tijt hèt kom dan us an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03556) vertaling: As ik rijk ben kauwp ik nun duren auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03556) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03556) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03556) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03556) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03556) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03556) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03556) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03556) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03556) vertaling: Ik heb hum hut gegivve
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03556) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03556) vertaling: Merie hi gezeet dè gaai geprobeert hèt un liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03556) vertaling: Merie hi gezeet dè gaai geporbeert het een liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03556) vertaling: Merie hi gezeet dè gaai geprobeert hèt un liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03556) vertaling: Merie hi gezeet dè gaai geporbeert het een liedje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03556) vertaling: Marie hi gezeet dè gaai geprobeur het um heur un boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03556) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03556) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 3
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 3
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 2
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 2
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03556) vertaling: Die van de stat, die hebbe hier veul hoize geboiwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03556) vertaling: An die neij vart dor ziedu gu niemus mir
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03556) vertaling: Gistur war Jan hier gewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03556) vertaling: Dun dag dè J bèlde war ik nie thois
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03556) vertaling: Jefke zôk nooit oitnodigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03556) vertaling: Merie zo zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03556) vertaling: Bert drinkt wel us n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03556) vertaling: Martha's zô ik wel is bai mai wille oitnudigu
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03556) vertaling: Dè hois (dè) zo ik nooit wille koipu
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03556) vertaling: De hois (dè) sti dor al vaaiftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03556) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03556) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03556) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03556) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03556) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03556) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03556) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03556) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03556) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03556) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03556) vertaling: Hi G gebèlt?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03556) vertaling: Let op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03556) vertaling: 'T was mar kiek goewt zat
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03556) vertaling: M hi now meier koej dan ze vruuger ha
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03556) vertaling: As S ha kenne komme da ha zunut gedoan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03556) vertaling: Zaai is dun besten dochter die ik ken
opm.: "Helmond: Dokter= mhk dun dochter
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03556) vertaling: Vur dè gu iets weggoit moettie efker bellu
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03556) vertaling: Hier is alles wa ik gekriggen hep
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03556) vertaling: Ja is te gierig um ok mar iets an z'n kingder te gève
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03556) vertaling: Asofte gaai iets van foebolle wit
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03556) vertaling: Leg tè boek nir
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03556) vertaling: As te now echt mie waachte kènt kom dan mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03556) vertaling: Ik weet dè J dun dochter ha kenne roewpu
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03556) vertaling: Ik weet dè J dun dochter kon gerupen hebben
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03556) vertaling: Haai zi dè ik ut ha moetten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03556) vertaling: Haai zi dè ik ut moes gedoan hebbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03556) vertaling: Haai is vurrige wèèk dur dochter M geoppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03556) vertaling: Haai wordt meregge dur dochter M geoppereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03556) vertaling: Ik denk deggu veul weg zôt moette goije
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03556) vertaling: Ik denk deggu veul weg zôt moette goije
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03556) vertaling: Tis dom um zôn duur dinges weg te goije
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03556) vertaling: Tis dom um zôn duur dinges weg te goije
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03556) vertaling: Haai is alle kupotte spullen weg aan 't goije
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03556) vertaling: Haai is alle kupotte spullen weg aan 't goije
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03556) vertaling: Ik ving dè gu dikkelder de krant zôt moete lèze
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03556) vertaling: Ik ving dè gu dikkelder de krant zôt moete lèze
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03556) vertaling: Tis dom um in den donkere de krant te lèze
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03556) vertaling: Tis dom um in den donkere de krant te lèze
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03556) vertaling: Haai is dun hillen dag in de krant an t lèze
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03556) vertaling: Haai is dun hillen dag in de krant an t lèze
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03556) fragment: dur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03556) vertaling: Zo'n dink-ein hep ik nog nooit gezien
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03556) vertaling: Zo'n dink-ein hep ik nog nooit gezien
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03556) vertaling: Zon wijf ein kèn de mar better nie tegesprèke
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03556) vertaling: Zon wijf ein kèn de mar better nie tegesprèke
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03556) vertaling: Zonne mens inne hi àltijt wel wa te klagu
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03556) vertaling: Zonne mens inne hi àltijt wel wa te klagu
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03556) vertaling: Gaai bent ur ook nun aarigen inne
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03556) vertaling: R. hi innen gruunen appul weggugivu en now hi tie ur nog tweeje roi
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03556) vertaling: Dur waare veul mense op 't fist
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03556) vertaling: Waren ur veul mense op 't fist
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03556) vertaling: Wa vur boeku hedde (gaai) gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03556) vertaling: Wa hedde vur boeke gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03556) vertaling: Wa hedde vur boeke gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03556) vertaling: Wa vur boeku hedde (gaai) gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03556) vertaling: Haai wont baai Marietjes
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03556) vertaling: Haai wont baai Wimmu
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03556) vertaling: Lopt us efkes nor dun bakker W
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03556) vertaling: Wa hedde gaai gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03556) vertaling: Wie hit oe gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03556) vertaling: As ik dè gewete ha dan waar ik nie gegaan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03556) vertaling: T zo bitter zin um nog us efkes te waachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03556) vertaling: Gelukkig ha J dun dichter gebèlt en die waar ur al heil vlug
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03556) vertaling: Lop naw toch us dur verveelenede joong
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03556) komt voor: j
gebr.: 4
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03556) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03556) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03556) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03556) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Bakel

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Bakel