SAND-data Lieshout (L203p)

schriftelijke enqute | mondelinge enqute | telefonische enqute

data schriftelijke enqute

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03374) vertaling: Jan kénk dé verhool nog krék
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03518) vertaling: Jan herinnert zich da verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03374) vertaling: Meriej en Piet die zien mekare vur de kerk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03518) vertaling: M en P zien mukkaar vur de kerrik
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03518) vertaling: Toon wast zun aige
opm.: reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03374) vertaling: Toon wáást zun aige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03374) vertaling: dun timmerman hi gin spijkers baj zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03518) vertaling: dun timmerman hi gin spijkers bej
opm.: reflexief: geen
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03374) vertaling: Fons zag un slang néven um
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03518) vertaling: F zag 'n slang neffen um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03518) vertaling: E liet meij vur zich werreke
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03374) vertaling: Erik liejt meen vur hum werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03374) vertaling: Johanna liejt z'un aige meedriejve op de golve
opm.: reflexief: z'n eigen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03518) vertaling: J liet zich meedreijve op de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03374) vertaling: Toon bekeek zun aige us goewd in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03518) vertaling: Toon bekeek zun eige is goewd in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03518) vertaling: Jan he in tweej minute un pilske gedronke
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03374) vertaling: Jan hi in twijje minute 'n pötje biejer gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03374) vertaling: Dees schoewn louwpe héndig
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03518) vertaling: dees skoewn lowpe goewd
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03374) vertaling: Eduard kènt zun aige goewd
opm.: reflexief: z'n eigen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03518) vertaling: E kent zun aige goewd
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03518) vertaling: W hi gehord detter foto's van zunaige in de etalage ston
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03374) vertaling: Ward hi gehoierd detter foto's van hum in de etalage stón
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03374) vertaling: Die erpel zen nie hendig te skelle
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03518) vertaling: diej erpel skelle nie hendig
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03374) vertaling: di glas brikt as 't op de grond vèlt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03518) vertaling: di glas brikt as ut op de grond velt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03374) vertaling: lééf ik wel gezond genog dokter
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03518) vertaling: dokter, lef ik wel gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03518) vertaling: hai leeft al jorre van zun vadders erfenis
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03374) vertaling: haj lééft al jorre van de erfenis van zun vadder
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03518) vertaling: dees week leeft zai op wotter en mik
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03374) vertaling: zaj lééfd deez wéék op watter en browd
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03518) vertaling: leeft ut nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03374) vertaling: lééft ut nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03518) vertaling: hoelaang lefde gellie naw al van die erfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03374) vertaling: Hoelang léévde gallie naw al van die erfenis
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03518) vertaling: in Bretagne leve zu vural van de visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03374) vertaling: in Bretagne lééve ze vurral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03518) vertaling: nu ut ete gow ik slaope
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03374) vertaling: as ik geééte heb gouw ik slaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03518) vertaling: zok de wel kenne doen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03374) vertaling: zò 'k dé wel kannen doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03518) vertaling: hij liet zun hois afbreke
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03374) vertaling: haj liejt zun hois afbrééke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03518) vertaling: ik wit de Jan hard moet kenne werreke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan hard moet kanne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan hard moet kanne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03518) vertaling: ik wit de Jan hard moet kenne werreke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03518) vertaling: ik wit de Jan hard moet kenne werreke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan hard moet kanne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan hard moet kanne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan hard moet kanne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan hard moet kanne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan hard moet kanne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan hard moet kanne werke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03518) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03518) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03518) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03518) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03518) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03518) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03374) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03374) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03518) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03518) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03374) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03518) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03374) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03518) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03518) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03518) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03374) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03518) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03374) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03374) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03518) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03518) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03374) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03374) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03518) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03518) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03374) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03518) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03518) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03518) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03518) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03518) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03518) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03518) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03518) vertaling: Jan hi ginein boek mir
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03374) vertaling: Jan hi gineijn boek mir
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03374) vertaling: Jan hi gin boek mir
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03374) vertaling: boeke hi Jan nie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03518) vertaling: boeke hi Jan nie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03374) vertaling: boeke hi Jan nie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03374) vertaling: Jan hi gin boeke
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03374) vertaling: Jan hi gin boeke
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03374) vertaling: Jan hi nie veul geld mir
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03518) vertaling: Jan hi ni veul geld mer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03518) vertaling: dur mug niemus spreke ovver di probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03374) vertaling: hier mudde mi niemus ovver praote
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03374) vertaling: ge meugt hier mi niemis ovver praote
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03374) vertaling: Niemus zi dettie kumt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03518) vertaling: niemus zi dettie kumt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03374) vertaling: zitte hier nerges gin moize
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03518) vertaling: zitte hier erreges muize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03518) vertaling: ik gef niks an un ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03374) vertaling: ik gééf niks an iemus anders
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03374) vertaling: Niemund wul werke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03374) vertaling: Niemus wul werke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03374) vertaling: Niemus wul werke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03518) vertaling: niemund wil werreke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03374) vertaling: Niemund wul werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03374) vertaling: Waj wisse nie dettie tois was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03518) vertaling: wij wisse nie dettie thuis waar
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03518) vertaling: ik wizzut ok nie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03374) vertaling: ik wis 't ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03374) vertaling: haj mug hier mi niemend over praote
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03374) vertaling: ... mi niemus ....
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03374) vertaling: ... mi niemus ....
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03518) vertaling: hij mug me nemund prote ovver di probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03374) vertaling: haj mug hier mi niemend over praote
000 (x05opm) (inf. 03374) opm. inf.: 'probleem' kan niet zo goed in ons dialect. wat wel kan is: 'ovver dit geval' of: 'hier'
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03518) vertaling: Jan wit dettie vur driej ure de woage gemokt moet hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03374) vertaling: Jan wit dettie vur drie ure de waoge gemakt moet hebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03518) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 2
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03374) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03518) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03374) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03518) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03374) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03518) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03374) vertaling: Meriej zunnen auto is kupot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03518) vertaling: Mariessus woage is kupot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03518) vertaling: Marie durre woage is kupot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03374) vertaling: Meriej durren auto is kupot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03374) vertaling: Piet zunnen auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03518) vertaling: Piets woage is kupot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03374) vertaling: Piet zunnen auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03518) vertaling: Piet zunne woage is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03518) vertaling: die mens zunne woage is kupot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03374) vertaling: die mens zunnen auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03374) vertaling: dieje mens zunnen auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03518) vertaling: die mens zunne woage is kupot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03374) vertaling: dien auto is nie van meen mar van hum
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03518) vertaling: die woage is nie van mej mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03518) vertaling: de krant van gistere li onder de tillevisie
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03374) vertaling: de krant van gistere li onder d'n televisie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03374) vertaling: Jan is 't bruurke van Karlolien en Kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03518) vertaling: Jan is K en Kristiens bruurke
opm.: genitief -'s
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03374) vertaling: van die jonges zen de fietse gestolle
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03518) vertaling: die joong zun gietse zen weggehald
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03518) vertaling: die zusse zun moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03374) vertaling: de moeder van die zussen is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03374) vertaling: de's Wim zunnen auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03518) vertaling: des Wim zunne woage
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03374) vertaling: de's minne fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03518) vertaling: des minne fiets
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03374) vertaling: haj mug mi niemus praote ovver di geval
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03518) vertaling: hij mug me niemund praote over di probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03518) vertaling: ik wil niemus kwetsen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03374) vertaling: ik wil niemus krenke
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03374) vertaling: ik wil niemus krenke
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03374) vertaling: ik wil niemus tenao komme
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03374) vertaling: ik wil niemus tenao komme
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03518) vertaling: tis zeunt de wij nie mögge komme
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03374) vertaling: 't is zeund dé waj nie mugge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03374) vertaling: dé gauw ik nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03518) vertaling: de gaw ik nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03518) vertaling: ik heb nie gewerrekt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03374) vertaling: ik heb nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03374) vertaling: zo gauw dettie ut vurteeld ha begos Meriej te skröwwe
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03518) vertaling: hij haggut nog mar verteld of M begon te skruwwe
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03374) vertaling: go die bestelling naw mar ophaole
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03518) vertaling: go die bestelling naw mar ophole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03374) vertaling: haj werkt nie
opm.: twijfel negatiepartikel zonder tweede negatie, negatiepartikel (vanwaar het vraagteken?)
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03518) vertaling: hij werrukt nie
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03374) vertaling: haj en werke?
opm.: twijfel negatiepartikel zonder tweede negatie, negatiepartikel (vanwaar het vraagteken?)
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03374) vertaling: haj en werke?
opm.: twijfel negatiepartikel zonder tweede negatie, negatiepartikel (vanwaar het vraagteken?)
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03374) vertaling: haj werkt nie
opm.: twijfel negatiepartikel zonder tweede negatie, negatiepartikel (vanwaar het vraagteken?)
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03374) vertaling: ge koomt hier nie mer!
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03518) vertaling: ik verbied utoe um hier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03374) vertaling: Jan wò nie hebbe dè we Merieje opbelde
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03518) vertaling: Jan hiel ut tege de we Marie belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03518) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dettie (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: mee (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dettie (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: mee (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dettie (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: mee (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dettie (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: mee (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03518) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dettie (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03374) komt voor: j
fragment: mee (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03518) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03518) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03518) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03518) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03518) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne zn (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne zn (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne zn (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne zn (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne zn (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne zn (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: kanne zn (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03518) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03374) komt voor: j
fragment: um (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03518) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as d (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03518) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03518) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03518) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as d (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as d (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as d (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03518) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03518) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03518) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03518) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03518) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03518) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03518) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03518) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03518) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03518) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03518) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03518) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03374) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03518) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03518) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03518) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03374) komt voor: j
fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03374) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03518) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03518) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03518) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03374) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03374) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03374) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03374) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03374) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03518) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03374) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03374) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03518) vertaling: ik wit de gellie op niemund koad bent
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03374) vertaling: ik weet dé gallie op niemus kaod béént
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03518) vertaling: ik wit de zeij op niks trots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03374) vertaling: ik weet dé zai nerges trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03518) vertaling: Els denkt de ut nie hendig is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03374) vertaling: Els denkt dét nie hendig is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03518) vertaling: ik wit dek te loat ben en geij nie
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03374) vertaling: ik weet dé ik te laot ben en gai nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03518) vertaling: ge wit toch de ge moet werreke en ikke nie
opm.: subjectdubbeling
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03374) vertaling: ge wit toch dé gai moet werke en ikke nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03518) vertaling: iedrein denkt de weij nu huis gaon en de seij nog mugge blieve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03374) vertaling: iederein denkt dé waj no hois gòn en dè zaj nog mugge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03518) vertaling: tis seunt de heij kumt en zeij weggu
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03374) vertaling: 't is zeund dé haj kumt en dè zaj weggi
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03518) vertaling: ik denk de Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03374) vertaling: ik denk dé Lisa ziejk is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03518) vertaling: ik denk de P en L goan trawwe
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03374) vertaling: ik denk dè Pieter en Lieske gòn trawwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03374) vertaling: dè dûttiè
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03374) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03518) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03374) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03518) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03374) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03518) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03374) vertaling: nije, hai zal nie komme
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03518) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03374) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03518) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03374) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03374) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03518) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03518) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03374) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03374) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03518) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03374) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03518) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03518) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03374) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03374) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03518) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03374) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03518) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03518) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03374) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03374) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03518) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03374) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03518) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03518) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03374) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03374) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03518) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03518) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03374) vertaling: de lamp braand nie mer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03374) vertaling: de lamp braand nie mer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03374) vertaling: danst Meriej iederen aovund
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03518) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03374) vertaling: danst Meriej iederen aovund
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03374) vertaling: snaejde gai dè browed us efkes!
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03518) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03374) vertaling: snaejde gai dè browed us efkes!
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03518) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03518) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03518) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03518) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wiens (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03518) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03518) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03518) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03518) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03518) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03374) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03518) fragment: welke (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03518) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03518) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03518) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03518) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03518) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03518) fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03518) fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03518) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03374) komt voor: j
fragment: woar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03518) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03374) komt voor: j
fragment: woar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03518) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03518) fragment: daar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03374) komt voor: j
fragment: woar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03518) fragment: daar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03518) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03518) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03518) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03518) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03518) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: w (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03518) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: w (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: w (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: w (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03518) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03518) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03518) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wa (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03518) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03518) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03518) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03518) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03374) vertaling: wie denkte dè ik in de stad tegekwam
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03518) vertaling: wie denkte geij de ik in de stad tegekwam
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03518) vertaling: hoe denkte gellie dessut opgelost hebbe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03374) vertaling: hoe denkte gallie dè ze dè opgelost hebbe?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03518) vertaling: hoe denktu dessut opgelost hebbe
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03374) vertaling: Hoe denkte dè ze de opgelost hebbe?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03374) vertaling: Magda wit nie wie waij op wille belle
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03518) vertaling: Magda wit nie me wie weij wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03518) vertaling: wit iemund wie weij geroepe hebbe
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03374) vertaling: wit iemes wie waj geroewpe hebbe?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03518) vertaling: wie denkte geij de ik in de stad tegekwam
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03374) vertaling: wie denkte dè ik tegekwam in de stad?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03374) vertaling: wie denkte dè ik tegekwam in de stad?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03374) vertaling: haj hè zun haand gewààsse
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03518) vertaling: hij hi zun haand gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03374) vertaling: haj hè zun hemd gewààsse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03518) vertaling: hij hi zun hemd gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03518) vertaling: hij hi nun hoed op zunne kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03374) vertaling: haj hè nun hoewd op zunne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03374) vertaling: haj hè ne plak op zun hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03518) vertaling: hij hi nu plak op zun hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03374) vertaling: haj hè zun beijn gebroke
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03518) vertaling: hij hi zun bejn gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03374) vertaling: ze hè zun aige gestowte
opm.: reflexief: z'n eigen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03374) vertaling: ze hè zun aige zir gedaon
opm.: reflexief: z'n eigen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03374) vertaling: ze hè zun aige zir gedaon
opm.: reflexief: z'n eigen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03374) vertaling: ze hè zun aige gestowte
opm.: reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03518) vertaling: M trok de deke nu zich toew
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03374) vertaling: Merie trok de deke nò zunnen aige kant
opm.: reflexief: z'n eigen reflexief: haar eigen (?)
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03518) vertaling: Luc wit detter foto's vann zun eige te kowp zen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03374) vertaling: Luc wit detter foto's van hum te kowp zèn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03374) vertaling: ge wit toch wel dè we toen dur dè bos gelowpe zèn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03518) vertaling: ge wit toch noch wel de we toen dur de bos hinne zen gelope
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03518) vertaling: ik wit noch de de woage van Marie kupot waar
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03374) vertaling: ik weet wel dè dun auto van Merieje kepot waar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03518) vertaling: zeij wit noch de hij as un verreke zaat te ete
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03374) vertaling: ze wit nog dettie zaat te ééte as un vééreke
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03374) vertaling: waj wete nog wel dé al Jan z'n boeke gestolle waore mar hullie nie
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03518) vertaling: wai wete nog wel de Jan z'n boeke gelijk weggehald ware mar zij weten niks mer van
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03518) vertaling: witte gellie nog de we Janne op de mert gezien hebbe
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03374) vertaling: witte gallie nog dé we Janne op de mert gezien hebbe?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03518) vertaling: hij hi zich un ongeluk gewerrukt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03374) vertaling: haj hé z'n aige kepot gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03374) vertaling: haj vuulde dettie dur 't ijs zakte
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03518) vertaling: hij vuulde zich dur het ijs zakke
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03374) vertaling: Zó 't kanne dé haj dé gedaon hi?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03518) vertaling: zot ie de hebbe kenne doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03518) vertaling: zot ie de gedon kenne hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03374) vertaling: Zó haj dé gedaon kanne hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03518) vertaling: zot ie de gedon kenne hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03374) vertaling: Zó haj dé gedaon kanne hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03374) vertaling: Zó 't kanne dé haj dé gedaon hi?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03518) vertaling: zot ie de hebbe kenne doen
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03374) fragment: gekanne (1)
opm. inf.: x kan ook zo: Eddy moet vroeg op kunne staan: Eddy moet vruug op kanne ston
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03374) fragment: gekanne (1)
opm. inf.: x kan ook zo: Eddy moet vroeg op kunne staan: Eddy moet vruug op kanne ston
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03518) fragment: gekeend (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03518) fragment: gedon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03374) fragment: gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03518) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03374) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03518) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03374) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03374) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03518) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03518) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03374) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03374) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03518) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03374) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03518) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03518) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03374) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03374) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03518) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03374) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03518) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03518) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03374) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03374) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03518) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03374) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03518) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03518) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03518) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03374) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03374) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03518) vertaling: ik denk dettie weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03518) vertaling: ik denk dettie weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03374) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03518) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03374) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03518) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03374) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03518) vertaling: ik weet heij is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03518) vertaling: ik weet heij is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03374) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03518) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03374) vertaling: al Murrie dur koei zen verdronk mé de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03518) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03374) vertaling: al Murrie dur koei zen verdronk mé de overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03374) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03518) vertaling: kees moake wit ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03518) vertaling: kees moake wit ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03518) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03374) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03374) vertaling: de uurste driej somme heb ik al gemakt. welke hedde gaj gemakt?
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03374) vertaling: de uurste driej somme heb ik al gemakt. welke hedde gaj gemakt?
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03518) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03374) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03518) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03374) vertaling: de zòn zó ik nie op dörve èète
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03518) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03374) vertaling: de zòn zó ik nie op dörve èète
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03374) vertaling: de diej zó ik nie op dörve èète
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03518) vertaling: de diej zo ik nie durreve opete
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03374) vertaling: de diej zó ik nie op dörve èète
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03518) vertaling: de diej zo ik nie durreve opete
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03518) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03374) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03374) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03518) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03518) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03374) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03518) vertaling: ik wor naw muug, dus ik haauw er mar mijop
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03518) vertaling: ik wor naw muug, dus ik haauw er mar mijop
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03374) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03518) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03374) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03518) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03374) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03518) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03374) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03374) vertaling: in dien tijd waar ik zònne losbol
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03518) vertaling: in diejun tijd levde ik urop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03374) vertaling: vruuger lèèvde haj as un bist
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03518) vertaling: vruuger levde hij asun bist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03518) vertaling: doar levde wai as god in Frankrijk
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03374) vertaling: we lèèvden daor as God in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03374) vertaling: niemus muggut zien, dus mudde gai ut òk nie zien
opm.: twijfel subjectdubbeling 2.ev. in contrast, in bijzin
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03518) vertaling: niemund maggut zien, dus ik ving de geij ut ok nie mat zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03374) vertaling: ge waart krek weg toen ut gebeurde
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03518) vertaling: t gebeurde toen geij weggeengt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03518) vertaling: ik wit war geij geborre bent
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03374) vertaling: ik weet wor gai gebòrre bènt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03374) vertaling: naw dé ge klaor béént mudde gaon
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03518) vertaling: naw degge kloar bent madde gon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03374) vertaling: durdé Muriej gestörve waor kon hurre mens Anna's nie mer helpe
opm.: IPP: n.v.t.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03518) vertaling: durda M doud war, hi hurre mens A nie mer kunne hellupe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03518) vertaling: ik wit dettie is gon zwemme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03374) vertaling: ik weet dettie is gaon zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03518) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03518) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03518) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03518) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03374) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03374) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03518) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03518) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03374) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03374) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03518) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03374) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03518) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03518) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03374) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03374) vertaling: mi zo'n weer kande nie veul doen
komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03518) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03374) vertaling: mi zo'n weer kande nie veul doen
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03374) vertaling: mi de kermis komme de mense nó boijte
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03518) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03374) vertaling: mi de kermis komme de mense nó boijte
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03518) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03374) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03518) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03374) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03518) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03374) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03518) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03374) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03374) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03518) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03374) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03374) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03518) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03518) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03374) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03518) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03374) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03518) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03518) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03518) fragment: dettie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03518) fragment: worvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03518) fragment: worvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03518) fragment: dettie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03518) fragment: worvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03518) fragment: de (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03518) fragment: de (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03518) fragment: worvan (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dr (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wr (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wr (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dr (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03518) fragment: wor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wr (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: dr (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03518) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03518) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wor (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03518) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03374) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03518) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03518) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03374) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03518) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03518) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03518) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03518) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03374) komt voor: j
fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03518) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03518) fragment: diedur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03374) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03518) fragment: diedur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03374) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03518) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03374) vertaling: Piet denkt dé Jan en Merie op niemus nie kaod zén
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03518) vertaling: Piet denkt de Jan en Marie op niemus nie koat zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03374) vertaling: Piet denkt dé Jan en Merie op niemus nie kaod zén
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03518) vertaling: Piet denkt de Jan en Marie op niemus nie koat zen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03374) vertaling: Wim denkt dé we nooit niemus ne prijs géve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03518) vertaling: Wim denkt de we nooit niemus nu prijs geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03374) vertaling: Wim denkt dé we nooit niemus ne prijs géve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03518) vertaling: Wim denkt de we nooit niemus nu prijs geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03518) vertaling: 't is wor de su nie me Marie mugge proate
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03374) vertaling: 't is wor dé ze nie mè Merieje mugge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03518) vertaling: 't is wor de su nie me Marie mugge proate
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03374) vertaling: 't is wor dé ze nie mè Merieje mugge praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03374) vertaling: nerges nie
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03518) vertaling: nerreges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03374) vertaling: niemus
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03518) vertaling: niemund
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03518) vertaling: niemus
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03518) vertaling: niemus
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03518) vertaling: niemund
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03374) vertaling: ik denk nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03518) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03374) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03518) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03374) vertaling: haj hitter gin ein gemolke
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03518) vertaling: ugin
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03518) vertaling: gu mut nie teggenum zegge dek nu buite ben gewist
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03374) vertaling: nie tegenum zegge dé 'k no bojte ben geweest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03518) vertaling: nie vertelle degun kudoo veurrum het gekocht hoor
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03374) vertaling: nie zegge dé 'k 'n cadoo vurrum gekocht heb hé
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03518) vertaling: witte nie dettie gevallen is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03374) vertaling: witte gai nie dé haj gevalle is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03518) vertaling: W probeerde um niemund peeng te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03374) vertaling: Wendy purbeerd um niemus peeng te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03374) vertaling: 't skijnt dé ze niks mug ééte
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03518) vertaling: 't skijnt de su niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03518) vertaling: ze skijnt niks te muggen ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03374) vertaling: ze skijnt niks te mugge ééte
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03518) vertaling: ze proberen al dun hillen dag mekaar te belle
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03374) vertaling: ze purbere al d'n hillen dag um mekaare op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03374) vertaling: 't kan hendig unne mojen dag worre
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03518) vertaling: t belooft wir nu skonnen dag te worre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03518) vertaling: misschien ist bitter um nog effe te wachte
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03374) vertaling: ge kaant bitter nog ifkes waachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03518) vertaling: wij hant geluk um direkt terug te vinge
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03374) vertaling: 't was mor goewd dé w'um wir mee terug vonne
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03518) vertaling: as de kiepe nu valluk zien kriege ze skrik
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03374) vertaling: as de henne ne valk zien, kriejge ze skrik
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03518) vertaling: as we derpel nie kenne verkowpe zitte we in de trubbel
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03374) vertaling: as we d'erpel nie kanne vurkouwpe dan ziegut uroit
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03374) vertaling: as gallie um nie meenimt dan wor ik bois
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03518) vertaling: as gellie um nie meenimt wor ik koad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03518) vertaling: hij wizzut
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03374) vertaling: haj wist ut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03518) vertaling: op di fist wurt veul gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03374) vertaling: dur wordt veul gedanst op di fèst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03374) vertaling: dur wordt naw allein nog mar browd vurkóócht in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03518) vertaling: naw wurt er allein nog mar browd verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03518) vertaling: as ie mi de fiets kumt, zal ie wel loat zen
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03374) vertaling: as ie mi de fiets kumt, dan zal ie wel laot zen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03518) vertaling: as ge tijd het, komt dan ne ker an
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03374) vertaling: kom mar us unne kéér langs as ge tijd hét
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03518) vertaling: as ik rijk ben kowp ik nun duren auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03374) vertaling: as ik rijk ben, dan kowp ik nen duren auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03518) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03374) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03374) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03518) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03374) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03518) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03518) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03374) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03374) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03518) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03374) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03518) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03518) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03374) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03374) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03518) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03374) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03518) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03518) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03374) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03374) vertaling: Merie hi gezit dé gai het gepurbeerd um 'n liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03518) vertaling: Marie hi gezit de gij geprobeerd het n liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03374) vertaling: Merie hi gezeit dé gai gepurbeerd het um un liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03374) vertaling: Merie hi gezit dé gai het gepurbeerd um 'n liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03518) vertaling: Marie hi gezit de gij geprobeerd het n liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03518) vertaling: Marie he gezit de gij geprobeerd het un liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03374) vertaling: Merie hi gezeit dé gai gepurbeerd het um un liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03518) vertaling: Marie he gezit de gij geprobeerd het un liedje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03518) vertaling: Marie hi gezit de gij geprobeerd het hur een boek te geve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03374) vertaling: Merie hi gezit dé gai gepurbeerd het um heur 'n boek te géve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03518) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03374) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03374) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03518) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03518) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03374) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03518) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03374) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03518) vertaling: die van de stad die hebbe hier veul huize geboouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03374) vertaling: diej van de stad, die hebbe hiejer veul hoize gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03374) vertaling: an die nijje louwp dór ziede gin mens mir
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03518) vertaling: an die neije ..., dur ziede gimens mer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03518) vertaling: gistere is Jan ier gewist
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03374) vertaling: Gistere is Jan hiejer gewist
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03518) vertaling: dun dag de Jan belde waar ik nie thuis
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03374) vertaling: dien dag dé Jan opbéélde toen waor ik nie thois
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03374) vertaling: ik zó sjeffe nooit vurzuuke
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03374) vertaling: Sjeffe, die zó ik nooit vurzuuke
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03374) vertaling: Sjeffe, die zó ik nooit vurzuuke
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03518) vertaling: Jef, die zo ik nooit uitnodige
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03374) vertaling: ik zó sjeffe nooit vurzuuke
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03518) vertaling: Marie, die zo zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03374) vertaling: Meriej die zó zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03518) vertaling: Bert, die drinkt wellus n glas te veul
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03374) vertaling: Bert, die drinkt wel us 'n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03374) vertaling: ik zó Martha's wel us bej ons thois wulle verzuuke
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03518) vertaling: Martha, die zo ik wellus bij min thuis wille uitnodige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03518) vertaling: de huis, de zo ik nooit wille kowpe
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03374) vertaling: ik zó dé hois nooit wulle kouwpe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03374) vertaling: dé hos dé stie daor al fijftug jaor
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03518) vertaling: de huis, de studoar al fijftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03374) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03518) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03518) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03374) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03374) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03518) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03374) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03518) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03374) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03518) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03374) komt voor: j
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03518) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03518) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03518) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03518) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03374) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03374) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03518) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03518) vertaling: hi Gunther gebeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03374) vertaling: hi Gunther opgebééld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03374) vertaling: pasterop!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03374) vertaling: kiek oit!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03518) vertaling: kiek uit
473 (z11b) En pas op! (inf. 03374) vertaling: kiek oit!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03374) vertaling: pasterop!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03518) vertaling: t waar krek zat
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03374) vertaling: 't waar mar krek goed zat
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03518) vertaling: Marjo hi naw mer koei as desse vruuger ha
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03374) vertaling: Marjo hi naw méér koeien as uurst
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03518) vertaling: as Susanne ha kenne komme, dan hasse de gedon
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03374) vertaling: as Susanne ha kanne komme dan hasse dè gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03518) vertaling: zij is dun besten dokter, die ik ken
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03374) vertaling: Zaj is dun béésten dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03518) vertaling: vur giets aweg goit, moette effe belle
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03374) vertaling: vurdè ge iets weggoit, moette efkes opbelle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03518) vertaling: hier is alles wak gekrigge heb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03374) vertaling: hier is alles wà ik gekrigge heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03518) vertaling: Jan is te pinnig um iets an z'n joong te geve
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03374) vertaling: Jan is te feeng um iets an zun joong te gève
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03518) vertaling: azzof gij iets van voetballe wit
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03374) vertaling: assofte gai iets van voetballe afwit
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03518) vertaling: leg de boek ner
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03374) vertaling: leg dè boek nir
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03518) vertaling: as gecht nie kent waachte dan komde mar
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03374) vertaling: As ge echt nie kant waachte, dan komde mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03518) vertaling: ik wit de Jan dun dokter ha kenne roewpe
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan dun dokter ha kanne roewpe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03374) vertaling: ik weet dé Jan dun dokter geroewpe kos hebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03374) vertaling: haj zi dè ik dè ha moeten doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03518) vertaling: hij zi de ikkut ha moeten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03374) vertaling: haj zi dè ik 't gedon moes hebbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03518) vertaling: hij is vurrige week dur dokter Mertens geoppereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03374) vertaling: Haj is de vurrige wéék dur dokter Mertens geopreerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03518) vertaling: hij wurt merrege dur dokter Mertens geoppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03374) vertaling: haj wordt mèrige dur dokter Mertens geopreerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03374) vertaling: ik denk dé ge veul weg zot moete goije
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03518) vertaling: ik denk de ge veul weg zot moete goje
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03374) vertaling: ik denk dé ge veul weg zot moete goije
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03518) vertaling: ik denk de ge veul weg zot moete goje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03518) vertaling: t is stom om zo'n duur dinge weg te goje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03374) vertaling: 't is stom um zo'n duur dinge weg te goije
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03518) vertaling: t is stom om zo'n duur dinge weg te goje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03374) vertaling: 't is stom um zo'n duur dinge weg te goije
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03518) vertaling: hij is alle kapotte spullen ant weggoje
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03374) vertaling: hajis alle kepotte spulle an ut weggoije
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03518) vertaling: hij is alle kapotte spullen ant weggoje
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03374) vertaling: hajis alle kepotte spulle an ut weggoije
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03518) vertaling: ik ving de ge mer de krant zot moete leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03374) vertaling: ik ving dé ge veul dikker de krant zó moete lééze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03518) vertaling: ik ving de ge mer de krant zot moete leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03374) vertaling: ik ving dé ge veul dikker de krant zó moete lééze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03518) vertaling: tis stom om in dun donkere de krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03374) vertaling: 't is mar stom um in den donkere de krant te lééze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03518) vertaling: tis stom om in dun donkere de krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03374) vertaling: 't is mar stom um in den donkere de krant te lééze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03518) vertaling: hij is dun allingen dag de krant ant leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03374) vertaling: haj is den hillen dag de krant an 't lééze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03518) vertaling: hij is dun allingen dag de krant ant leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03374) vertaling: haj is den hillen dag de krant an 't lééze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03374) fragment: dur (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03518) fragment: door (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03374) fragment: onze (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03374) fragment: soms (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03374) vertaling: Zo'n ding ein heb ik nog nooit gezien
komt voor: j
opm.: komt SOMS voor
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03518) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03374) vertaling: Zo'n ding ein heb ik nog nooit gezien
komt voor: j
opm.: komt SOMS voor
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03374) vertaling: Zo'n vrouw ein kande mar bitter nie tegehebbe
komt voor: j
opm.: komt SOMS voor
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03518) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03374) vertaling: Zo'n vrouw ein kande mar bitter nie tegehebbe
komt voor: j
opm.: komt SOMS voor
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03518) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03374) vertaling: Zone mens hi aaltijd wa um ovver te klaoge
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03374) vertaling: Zone mens hi aaltijd wa um ovver te klaoge
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03374) vertaling: gaj béént ok unnen aorigen inne
komt voor: j
opm.: komt SOMS voor
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03518) vertaling: gij bent ok nun oarigen inne
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03374) vertaling: gaj béént ok unnen aorigen inne
komt voor: j
opm.: komt SOMS voor
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03518) vertaling: gij bent ok nun oarigen inne
komt voor: j
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03374) vertaling: Robert hi inne gruunen appel weggegivve en naw hittie nog twije rooi
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03518) vertaling: Robert hi inne gruunen appel weggegeve en naw hittie nog tweij rooi
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03518) vertaling: d'r waare veul mensen op t fist
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03374) vertaling: dur ware veul mense op 't fist
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03374) vertaling: waren dur veul mense op 't fist?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03518) vertaling: waren ur veul mensen op t fist
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03518) vertaling: wavvur boeke hedde gij gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03374) vertaling: wa vur boeke hedde gekòòcht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03374) vertaling: wa vur boeke hedde gekòòcht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03374) vertaling: wa hedde vur boeke gekóócht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03374) vertaling: wa hedde vur boeke gekóócht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03518) vertaling: hij wont bij Marietjes
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03374) vertaling: haj wont baj Merietjes
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03374) vertaling: haj wont baj Wimme
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03518) vertaling: hij wont bij Wimme
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03518) vertaling: lowp effe nuddun bakker, Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03374) vertaling: lopt ifkes no dun bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03518) vertaling: wie heddu gezien
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03374) vertaling: Wies hedde gezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03374) vertaling: Wie hi aw gezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03518) vertaling: wie he jaw gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03518) vertaling: hakkut gewete dan hakkut nie gedon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03374) vertaling: ha'k di gewete dan ha'k ut nie gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03518) vertaling: tza bitter zen um nog efkus te waachte
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03374) vertaling: 't zo bitter zen um nog ifkes te waachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03374) vertaling: Gelukkig há Jan dun dokter opgebèèld en die waar d'r al hil gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03518) vertaling: gelukkig ha Jan dun dokter gebeld en die waar dur al hul gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03518) vertaling: lop naw toch dur vurvelende joong
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03374) vertaling: Lopt naw toch dur, vervèlende joong!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03518) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03374) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03374) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03518) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03518) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03374) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03374) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03518) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03518) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03374) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03518) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03374) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03518) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03374) komt voor: n

interview mondelinge enqute

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Lieshout

data telefonische enqute

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enqute in Lieshout