SAND-data Sint Anthonis (L185p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03464) vertaling: Jan herinnet zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03464) vertaling: M en P zien mekaar vör de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03464) vertaling: T weest zien ege
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03464) vertaling: den timmerman he gen nagels bij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03464) vertaling: F zag n slang neven um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03464) vertaling: E liet mien vör um werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03464) vertaling: Hanna liet ör ege midrieve op de golve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03464) vertaling: T bekeek zien ege s goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03464) vertaling: J het in twieje minute n glas bier op
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03464) vertaling: dees schoen loewepe mekkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03464) vertaling: E kent zienege goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03464) vertaling: W het gehuurd deter foto's van zienege in de etalage ston
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03464) vertaling: die erpel schelle nie mekkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03464) vertaling: di glaas brikt as't op de grond velt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03464) vertaling: dokter, leef ik wel gezond zat?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03464) vertaling: al jaore leeft ie van de erfebis van ziene vat
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03464) vertaling: al jaore leeft hij van de erfenis van zien vadder
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03464) vertaling: al jaore leeft hij van de erfenis van zien vadder
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03464) vertaling: al jaore leeft ie van de erfebis van ziene vat
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03464) vertaling: dees week leeft ze op water en broewd
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03464) vertaling: leeft 't nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03464) vertaling: leeft 't nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03464) vertaling: leeft de nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03464) vertaling: leeft de nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03464) vertaling: hoelang leefde gillie nou al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03464) vertaling: in B leve ze voral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03464) vertaling: no't ete goj ik slaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03464) vertaling: zoj ik de wel kunne doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03464) vertaling: hij liet zien hüs afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03464) vertaling: ik wijet de Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03464) vertaling: ik wijet de Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03464) vertaling: ik wijet de Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 2
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 2
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 2
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 3
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03464) vertaling: J het genijen boek mer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03464) vertaling: J het gen boek mer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03464) vertaling: boeke het Jan gen
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03464) vertaling: J het nie veul geld mer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03464) vertaling: d'r mag niemand praute ouver di probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03464) vertaling: d'r mag niemand praute ouver di probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03464) vertaling: niemand ze de hij kumt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03464) vertaling: zitte hier nerges gen muze
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03464) vertaling: zitte hier erges muze
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03464) vertaling: zitte hier erges muze
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03464) vertaling: zitte hier nerges gen muze
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03464) vertaling: ik geef niks an iemand anders
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03464) vertaling: niemand wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03464) vertaling: wij wisse nie de hij tüs was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03464) vertaling: ik wis't ook nie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03464) vertaling: Jan weit de hij vör drie uur de wage mot gemakt hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03464) vertaling: Jan weit de hij vör drie uur de wage gemakt mot hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03464) vertaling: Jan weit de hij vör drie uur de wage gemakt mot hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03464) vertaling: Jan weit de hij vör drie uur de wage mot gemakt hebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03464) vertaling: Maries auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03464) vertaling: Marie örre auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03464) vertaling: Piet ziene auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03464) vertaling: Piet ziene auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03464) vertaling: dieje mins ziene auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03464) vertaling: dieje mins ziene auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03464) vertaling: diejen auto is nie van mien mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03464) vertaling: de krant van gister ligt onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03464) vertaling: Jan is K en K ör brürke
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03464) vertaling: Jan is K en K ör brürke
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03464) vertaling: Jan is K en K dur brürke
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03464) vertaling: Jan is K en K dur brürke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03464) vertaling: die jonges dur fietse zien getole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03464) vertaling: die jonges dur fietse zien getole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03464) vertaling: die jonges ör fietse zien getole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03464) vertaling: die jonges ör fietse zien getole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03464) vertaling: die zusters ör moeder is op bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03464) vertaling: diejen auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03464) vertaling: de is mien fiets
000 (x07opm) (inf. 03464) opm. inf.: voor mins werd in mijn jeugd vaak het woord kel gebruikt
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03464) vertaling: hij mag me niemes ouver di probleem praote
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03464) vertaling: hij mag me niemes ouver di probleem praote
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03464) vertaling: hij mag me niemand ouver di probleem praote
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03464) vertaling: hij mag me niemand ouver di probleem praote
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03464) vertaling: ik wil niemand rake
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03464) vertaling: ik wil niemes kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03464) vertaling: ik wil niemes kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03464) vertaling: ik wil niemand rake
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03464) vertaling: tis jommer de we nei meuge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03464) vertaling: de goj ik nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03464) vertaling: ik heb nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03464) vertaling: hij haj't nog mer krek verteld of M begos te huile
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03464) vertaling: go die bestelling now mar ophale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03464) vertaling: hij werkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03464) vertaling: ik vörbiej ow um hier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03464) vertaling: J vörkwam de we M belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03464) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03464) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03464) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03464) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03464) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03464) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03464) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03464) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03464) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03464) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03464) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03464) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03464) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: dat jullie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: dat ge (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: dat jullie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: dat ge (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: dat jullie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: dat ge (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: dat ge (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: dat jullie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03464) fragment: zult (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03464) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03464) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03464) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03464) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03464) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03464) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03464) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03464) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03464) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03464) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03464) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03464) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03464) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03464) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03464) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03464) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03464) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03464) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03464) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03464) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03464) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03464) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03464) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03464) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03464) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03464) fragment: hoe (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03464) fragment: hoe (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03464) fragment: hoe (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03464) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03464) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03464) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de gillie op niemes kwaot ziet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de ze nerges groewet op gö
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de ze nerges groewet op göt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de ze nerges groewet op göt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de ze nerges groewet op gö
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03464) vertaling: E denkt de 'r nie mekkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de ik te laat bin en gij nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03464) vertaling: ge wet toch de gij mot werke en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03464) vertaling: iederiejen dingt det wij nar hüs gon en det zij nog meuge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03464) vertaling: 't is jommer de hij kumt en de zij weg got
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03464) vertaling: ik dink de L ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03464) vertaling: ik dink de P en L gon trouwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03464) vertaling: hij doet 't
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03464) vertaling: hij doe t niet
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03464) vertaling: hij doet het niet
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03464) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03464) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03464) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03464) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03464) vertaling: dü M elken aovond danse
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03464) vertaling: dü M elken aovond danse
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03464) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03464) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03464) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03464) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03464) fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03464) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03464) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03464) fragment: welke (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03464) fragment: wa (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03464) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03464) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03464) fragment: welke (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03464) fragment: welke (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03464) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03464) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03464) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03464) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03464) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03464) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03464) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03464) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03464) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03464) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03464) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03464) vertaling: wie dinkte dek in de stad tege kwam
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03464) vertaling: hoe dinkte gillie de ze 't opgelost hebbe
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03464) vertaling: hoe dinkte gij de ze de hebbe opgelost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03464) vertaling: M wet nie wie de wij wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03464) vertaling: wet iemand wie wij geroepe hebbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03464) vertaling: wie dinkte de ik in de stad tege kwam
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03464) vertaling: hij het zien hand gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03464) vertaling: hij het zien hemd gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03464) vertaling: hij het nen hoed op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03464) vertaling: hij het nen vlek op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03464) vertaling: hij het zien biejen gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03464) vertaling: zij het ör ege pien gedaon
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03464) vertaling: M trok de deke no zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03464) vertaling: L wet det 'r foto's van zien ege te koewep zien
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03464) vertaling: de herinnert ow toch wel de we toe dör de bos hin zien geloewepe
opm.: reflexief: je eigen reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03464) vertaling: de herinnert ow ege toch wel de we toe dör de bos hin zien geloewepe
opm.: reflexief: je eigen reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03464) vertaling: de herinnert ow ege toch wel de we toe dör de bos hin zien geloewepe
opm.: reflexief: je eigen reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03464) vertaling: de herinnert ow toch wel de we toe dör de bos hin zien geloewepe
opm.: reflexief: je eigen reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03464) vertaling: ik herinner mu det dun auto van M kepot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03464) vertaling: zij herinnert ör ege de hij as n verke zaat te ete
opm.: reflexief: haar eigen
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03464) vertaling: wij herinneren ons wel de alle boeke van Jan gestole ware mar zij herinneren de zich nie
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03464) vertaling: herinnerde gillie ollie ege nog de we J op de mert gezien hebbe
opm.: reflexief: jullie of reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03464) vertaling: herinnerde gillie ollie nog de we J op de mert gezien hebbe
opm.: reflexief: jullie of reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03464) vertaling: herinnerde gillie ollie nog de we J op de mert gezien hebbe
opm.: reflexief: jullie of reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03464) vertaling: herinnerde gillie ollie ege nog de we J op de mert gezien hebbe
opm.: reflexief: jullie of reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03464) vertaling: hij het zien ege n ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03464) vertaling: hij voelde zien ege dör 't ies zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03464) vertaling: zo de gij de hebbe kunne doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03464) vertaling: zo de gij de hebbe kunne doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03464) vertaling: zo de gij de gedaon kunne hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03464) vertaling: zo de gij de gedaon kunne hebbe
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03464) fragment: gekunne (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03464) fragment: gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03464) vertaling: we moeten nao de schuur en de koei voejere
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03464) vertaling: we moeten nao de schuur en de koei voejere
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03464) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03464) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03464) vertaling: ik denk hij is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03464) vertaling: ik denk hij is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03464) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03464) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03464) vertaling: de plietie zoj bij hum komme en nemen um me
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03464) vertaling: de plietie zoj bij hum komme en nemen um me
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03464) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03464) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03464) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03464) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03464) vertaling: de waffere hedde gij al weggebrocht
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03464) vertaling: de waffere hedde gij al weggebrocht
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03464) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03464) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03464) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03464) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03464) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03464) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03464) vertaling: hij deej zich vör de hij net üt zien bed kwam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03464) vertaling: hij deej zich vör de hij net üt zien bed kwam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03464) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03464) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03464) vertaling: in dieje tied leefde ik 'r op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03464) vertaling: toetertied leefde ik d'r op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03464) vertaling: toetertied leefde ik d'r op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03464) vertaling: in dieje tied leefde ik 'r op los
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03464) vertaling: daor leefde wij as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03464) vertaling: niemand mag de zien dörrum vien ik de gij 't ok nie meugd zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03464) vertaling: 't gebuurde toe gij weggingt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03464) vertaling: ik wiejet wor gij geboere ziet
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03464) vertaling: nou ge klaor ziet meude gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03464) vertaling: dörde M doewed was het örre mins A nie mer kunne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03464) vertaling: hij is gaon zwemme, de wiejet ik
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03464) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03464) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03464) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03464) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03464) vertaling: ja ik wil nog koffie
komt voor: j
opm.: dav
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03464) vertaling: ja ik wil nog koffie
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03464) vertaling: ja ze göt danse
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03464) vertaling: ja ze göt danse
komt voor: j
opm.: dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03464) vertaling: ja ze hebbe gegete
komt voor: j
opm.: dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03464) vertaling: ja ze hebbe gegete
komt voor: j
opm.: dav
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03464) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03464) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03464) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03464) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03464) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03464) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03464) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03464) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03464) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03464) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03464) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03464) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03464) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03464) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03464) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03464) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03464) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03464) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: welke (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: welke (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: welke (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: welke (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03464) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03464) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03464) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03464) fragment: welke (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03464) fragment: welke (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03464) fragment: wie (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03464) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03464) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03464) fragment: welke (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03464) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03464) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03464) fragment: welke (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03464) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03464) fragment: welk (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03464) fragment: welk (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03464) fragment: hij/zij die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03464) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03464) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03464) fragment: hij/zij die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03464) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03464) vertaling: Piet dinkt de Jan en M op niemes kwaod zien
betekenis: geen negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03464) vertaling: Piet dinkt de Jan en M op niemes kwaod zien
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03464) vertaling: Wim dinkt de we noit niemes ne pries geve
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03464) vertaling: Wim dinkt de we noit niemes ne pries geve
betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03464) vertaling: 't is waor de ze nie me M meuge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03464) vertaling: 't is waor de ze nie me M meuge praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03464) vertaling: nerges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03464) vertaling: niemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03464) vertaling: noit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03464) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03464) vertaling: gen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03464) vertaling: zeg um nie dek no bute gewe bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03464) vertaling: nie vertelle dege n kado vör um het gekocht
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03464) vertaling: wette nie de hij gevalle is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03464) vertaling: wette gij nie...
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03464) vertaling: wette gij nie...
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03464) vertaling: wette nie de hij gevalle is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03464) vertaling: W prebierde um niemes pien te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03464) vertaling: 't schient det ze niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03464) vertaling: ze schient niks te meugen ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03464) vertaling: ze prebiere al den hijele dag um mekaar op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03464) vertaling: 't belooft wer ne mooje dag te worre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03464) vertaling: 't is misschien beter um nog efkes te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03464) vertaling: we han't geluk de wehum drek terug vonde
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03464) vertaling: we han't geluk de wehum drek terug vonde
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03464) vertaling: we han't geluk um hum drek terug te viene
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03464) vertaling: we han't geluk um hum drek terug te viene
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03464) vertaling: as de kiepe ne valk zien zien ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03464) vertaling: as we de erpel nie kunne verkoewepe zitte we in de prebliejeme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03464) vertaling: as gillie hum nie mi nimt wor ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03464) vertaling: hij wis 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03464) vertaling: op di feest wördt veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03464) vertaling: nou wördt 'r allien mar broewet verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03464) vertaling: as hij met de fiets kumt zal ie wel laat zien
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03464) vertaling: as ge tied het kom dan 's 'ne kier an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03464) vertaling: as ik riek ben koewep ik ne dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03464) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03464) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03464) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03464) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03464) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03464) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03464) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03464) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03464) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03464) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03464) vertaling: Marie he geze de gij het geprobeerd n liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03464) vertaling: M het geze de gij geperbierd het um n liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03464) vertaling: Marie he geze de gij het geprobeerd n liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03464) vertaling: M het geze de gij geperbierd het um n liedje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03464) vertaling: M het geze de gij geprebierd het um ör n boek te geve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03464) vertaling: M het geze de gij ör het geprebeerd n boek te geve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03464) vertaling: M het geze de gij ör het geprebeerd n boek te geve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03464) vertaling: M het geze de gij geprebierd het um ör n boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03464) vertaling: die üt de stad hebbe heir veul huus gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03464) vertaling: an de neej beek dot ziede gen mins mer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03464) vertaling: gister is J hier gewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03464) vertaling: den dag de J belde was ik nie tüs
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03464) vertaling: Jef zoj ik nooit nuije
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03464) vertaling: M zoj zo iets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03464) vertaling: Bert drinkt wel 's 'n glaas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03464) vertaling: M die zoj ik wel 's bij mij tüs wille nöje
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03464) vertaling: de hüs zoj ik nooit wille koewepe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03464) vertaling: de hüs de stöt dor al fieftig jaor
000 (z09opm) (inf. 03464) opm. inf.: het woord die en dat wordt meestal alleen gebruikt als men vooral de nadruk wil leggen op de persoon of huis, niet op de handeling
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03464) komt voor: j
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03464) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03464) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03464) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03464) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03464) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03464) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03464) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03464) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03464) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03464) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03464) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03464) komt voor: j
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03464) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03464) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03464) vertaling: het G gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03464) vertaling: pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03464) vertaling: pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03464) vertaling: pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03464) vertaling: let op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03464) vertaling: let op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03464) vertaling: let op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03464) vertaling: kiek üt
473 (z11b) En pas op! (inf. 03464) vertaling: kiek üt
473 (z11b) En pas op! (inf. 03464) vertaling: kiek üt
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03464) vertaling: 't was mar net goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03464) vertaling: M he nou mier koei as ze vroeger haj
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03464) vertaling: as S haj kunne kome dan haj ze de gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03464) vertaling: ze is dun beeste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03464) vertaling: vörge iets weggojt otte efkes belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03464) vertaling: hier is alles wa ik gekregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03464) vertaling: Jan is te zeikerig um iets an z'n kinder te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03464) vertaling: oftet ie iets van voetballe wet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03464) vertaling: de boek leg de dor her
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03464) vertaling: as ge echt nie kunt waachte dan kom mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de Jan den dokter haj kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de Jan den dokter geroepe kos hebbe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de Jan den dokter kos geroepe hebbe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de Jan den dokter kos geroepe hebbe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03464) vertaling: ik wiejut de Jan den dokter geroepe kos hebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03464) vertaling: hij zei de ik 't haj motte doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03464) vertaling: hij zei de ik 't gedaon mos hebbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03464) vertaling: hij is vörge week dör dokter M geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03464) vertaling: hij wördt merge dör dokter M geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03464) vertaling: ik dink de ge veul zot mutte goje
positie: 1,2,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03464) vertaling: ik dink de ge veul zot mutte goje
positie: 1,2,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03464) vertaling: 't is dom um zon duur dinge weg te goje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03464) vertaling: 't is dom um zon duur dinge weg te goje
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03464) vertaling: hij is alle kapotte spulle an't weg goje
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03464) vertaling: ik vien de ger dukker krant zot motte leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03464) vertaling: ik vien de ger dukker krant zot motte leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03464) vertaling: 't is dom um in 't donker krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03464) vertaling: 't is dom um in 't donker krant te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03464) vertaling: hij is den hiejele dag krant an't leze
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03464) vertaling: hij is den hiejele dag krant an't leze
positie: 1,2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03464) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03464) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03464) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03464) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03464) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03464) vertaling: R het ene grune appel afgegeven en nou het hij 'r nog twieje roje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03464) vertaling: d'r ware veul mense op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03464) vertaling: waren 'r veul mense op 't feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03464) vertaling: wa hedde vör boeke gekoocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03464) vertaling: wa vör boeke hedde gekoocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03464) vertaling: wa vör boeke hedde gekoocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03464) vertaling: wa hedde vör boeke gekoocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03464) vertaling: hij wönt bij Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03464) vertaling: hij wönt bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03464) vertaling: lopt efkes no den bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03464) vertaling: wie hedde gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03464) vertaling: wie het ow gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03464) vertaling: haj ik de gewiejete dan haj ik 't nie gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03464) vertaling: 't zoj bieter zien um efkes te waachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03464) vertaling: gelukkig haj Jan den dokter gebeld en die was 'r al hiejel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03464) vertaling: lopt nou toch dör vervelende jonges
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03464) vertaling: lopt nou toch dör vervelende jong
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03464) vertaling: lopt nou toch dör vervelende jong
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03464) vertaling: lopt nou toch dör vervelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 2
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03464) komt voor: n
gebr.: 2
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03464) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03464) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03464) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03464) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03464) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03464) komt voor: n
000 (z17opm) (inf. 03464) opm. inf.: um (om) ertussen heeft mijn voorkeur

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Sint Anthonis

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Sint Anthonis