SAND-data Schijndel (L179p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03447) vertaling: Jan die kan z'n eige da verhaal nog wel herinnere
opm.: reflexief: z'n eigen
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03447) vertaling: Mrie en Piet die zien mekare vor de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03447) vertaling: Toon die wòòst z'n eige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03447) vertaling: D'n timmerman die hi gin spijkers bè
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03447) vertaling: Fons die zie 'n slang neven 'm
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03447) vertaling: Erik die liet min, vur hùm werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03447) vertaling: Johanna die liet d'r eige meedrève , op de golve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03447) vertaling: Toon bekeek z'n eige is goewd in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03447) vertaling: Jan die hi in twee minute 'n biereke gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03447) vertaling: Dees skoen die lope hendig
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03447) vertaling: Eduard, die kent z'n eige goewd
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03447) vertaling: Ward die hi geheurd dat er foto's van z'n eige in de ittelage stoan
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03447) vertaling: Die errepel skelle nie hendig
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03447) vertaling: Dees glas brikt as 't op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03447) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03447) vertaling: Al jorre leeft ie van de erfenis van z'n vojjer
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03447) vertaling: Dizze week leeft ze van wotter en broard
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03447) vertaling: Leeft 't nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03447) vertaling: Hoelang leefde gullie nou al van die erfenis
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03447) vertaling: In Bretagne dor leve ze voral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03447) vertaling: Na 't ète gok sloape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03447) vertaling: Zok dà wel kunnen doewn
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03447) vertaling: Hij liet z'n haus afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan unnen harde werker is
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan unnen harde werker is
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan unnen harde werker is
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan unnen harde werker is
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan unnen harde werker is
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan unnen harde werker is
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan unnen harde werker is
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan unnen harde werker is
komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03447) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03447) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03447) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03447) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03447) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03447) vertaling: Jan hi gineen boek mer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03447) vertaling: Jan hi gin boek mer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03447) vertaling: Jan hi gin boeke
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03447) vertaling: Jan hi nie veul geld mer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03447) vertaling: D'r mag ginman proate over dees probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03447) vertaling: D'r mag ginman proate, over da probleem nie
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03447) vertaling: D'r is ginman die zi datie nie kumt
opm.: interpretatiegeval
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03447) vertaling: Zitte hier nergens gin muize?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03447) vertaling: Ik geef niks on 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03447) vertaling: D'r is ginman die werke wil
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03447) vertaling: D'r is ginman die werke wil
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03447) vertaling: Ginman wil werke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03447) vertaling: Ginman wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03447) vertaling: Wij wiese nie, dat ie taus waar
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03447) vertaling: Ik wies 't ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03447) vertaling: Hij mag me ginman over da probleem proate
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03447) vertaling: Jan die wit dat ie vòr drie ure de wage gemakt moet hebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03447) vertaling: Maries auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03447) vertaling: Marie durren auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03447) vertaling: Piets auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03447) vertaling: Piet zunnen auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03447) opm.: "Deze zins-samenstelling komt in mijn dialect niet voor."
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03447) vertaling: Dieje man zunnen auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03447) vertaling: Diejen auto is nie van mèn, mor van hùm
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03447) vertaling: De krant van giestere li onder d'n tillevisie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03447) vertaling: Jan is de broer van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03447) vertaling: De fietsen van die jongens zen weggehold
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03447) opm.: "Deze zins-samenstelling komt in mijn dialect niet voor."
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03447) opm.: "Deze zins-samenstelling komt in mijn dialect niet voor."
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03447) opm.: "Deze zins-samenstelling komt in mijn dialect niet voor."
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03447) vertaling: Hij mag me ginman proate over dees probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03447) vertaling: Ik wil ginman kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03447) vertaling: Ut is sund da wij nie meuge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03447) vertaling: Da ga ik nie doewn
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03447) vertaling: Ik heb nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03447) vertaling: Hij ha-get nog mar krek verteld of Mrie begos al te skreuwe
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03447) vertaling: Go die bestelling mor 'ns ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03447) vertaling: Hij werkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03447) vertaling: Ik verbiej aauw um hier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03447) vertaling: Jan die hield osn tege da we Mrie belde
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
000 (x08opm) (inf. 03447) opm. inf.: "Bedoeling niet geheel duidelijk. Deze samenstellingen komen in mijn dialect niet voor, daarom heb ik de betekenis maar vertaald"
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03447) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03447) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03447) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03447) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03447) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03447) komt voor: j
fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03447) komt voor: j
fragment: zulle (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03447) komt voor: j
fragment: da we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03447) komt voor: j
fragment: da we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03447) komt voor: j
fragment: zulle (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03447) komt voor: j
fragment: da we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03447) komt voor: j
fragment: zulle (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03447) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03447) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03447) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03447) komt voor: j
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03447) komt voor: j
fragment: of (1)
opm.: antwoord twijfelachtig: heeft de informant de 'of' in de opgave over het hoofd gezien?
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03447) komt voor: j
fragment: of (1)
opm.: antwoord twijfelachtig: heeft de informant de 'of' in de opgave over het hoofd gezien?
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03447) komt voor: j
fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03447) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03447) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03447) komt voor: j
fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03447) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03447) komt voor: j
fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03447) vertaling: Ik weet da gullie op niemes koad bent
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03447) vertaling: Ik weet da ze op niks grots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03447) vertaling: Els ment dat 't nie hendig is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03447) vertaling: Ik weet da'k te loat ben en gij nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03447) vertaling: Ge wit tich da gè werke moet en ikke nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03447) vertaling: Iedereen ment da wij naor hoas gon, en da zij nog meuge blève
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03447) vertaling: 't Is sund da hij kumt, en da se weggi
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03447) vertaling: Ik denk da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03447) vertaling: Ik denk da Pieter en Liesje gon trouwe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03447) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03447) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03447) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03447) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03447) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03447) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03447) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03447) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03447) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03447) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03447) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03447) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03447) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03447) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03447) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03447) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03447) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03447) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03447) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03447) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03447) komt voor: n
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03447) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03447) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03447) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03447) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03447) komt voor: n
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03447) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03447) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03447) komt voor: j
fragment: toen (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03447) komt voor: j
fragment: toen (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03447) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03447) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03447) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03447) komt voor: j
fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03447) komt voor: n
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03447) vertaling: Wa denkte gullie hoe da ze da opgelost hebben?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03447) vertaling: Hoe denkte gij dat ze het opgelost hebben?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03447) vertaling: Magda wit nie, wie da wij willen bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03447) vertaling: Wit iemes wie wij geroepen hebbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03447) vertaling: Wie denkte gè, dak toch in de stad gezien heb?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03447) vertaling: Hij hi z'n haand gewaase
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03447) vertaling: Hij hi z'n hemd gewaase
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03447) vertaling: Hij hi unnen hoewd op.
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03447) vertaling: Hij hi unnen plak in z'n hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03447) vertaling: Hij hi z'n been gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03447) vertaling: Hij hi z'n eige bezeerd
opm.: reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03447) vertaling: Mrie trok de dekes no d'r eige
opm.: reflexief: haar eigen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03447) vertaling: Luc, die wit dat er foto's van z'n eige te koop zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03447) vertaling: Ge wit toch nog wel da we dor da bos zen gelope
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03447) vertaling: Ik weet nog da d'n auto van Mrieje kepot waar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03447) vertaling: Ze wit nog dat ie as 'n vèreke zaat te ète
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03447) vertaling: Wij wete da nog wel, da ze alle boeke van Janne weggehold han, maar zij wete da nie mer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03447) vertaling: Witte gullie nog da we Jannen op de mert geziejn han
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03447) vertaling: Hij hi z'n eige 'n ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03447) vertaling: Hij vuulde z'n eige dor 't ijs zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03447) vertaling: Zut ie da gekunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03447) vertaling: Zut ie da gekunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03447) vertaling: Wa denkte gè, zot ie da gekunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03447) vertaling: Wa denkte gè, zot ie da gekunnen hebben?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03447) fragment: gekunnen (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03447) fragment: gedon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03447) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03447) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03447) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03447) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03447) vertaling: Ik wéét dat ie weg is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03447) vertaling: Ik wéét dat ie weg is
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03447) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03447) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03447) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03447) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03447) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03447) vertaling: Ik heb al de urste drie somme gemakt. De welke hedde gè gemakt?
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03447) vertaling: Ik heb al de urste drie somme gemakt. De welke hedde gè gemakt?
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03447) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03447) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03447) vertaling: De dièj zuk nie durve opète
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03447) vertaling: De dièj zuk nie durve opète
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03447) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03447) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03447) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03447) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03447) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03447) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03447) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03447) vertaling: Toendertijd leefde ik er op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03447) vertaling: Vrouger leefde hij as 'n bist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03447) vertaling: Door leefde wij as god in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03447) vertaling: Niemand mag da ziejn, dus ik vein da ge 't ok nie magt zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03447) vertaling: 't Gebeurde toen gè weggingt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03447) vertaling: Ik weet war gè gebore bent
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03447) vertaling: Noo ge kloor bent meude gon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03447) vertaling: Umda Mrie dood waar, hi durre mens Anna, nie mer kunne hellepe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03447) vertaling: Ik weet dà, dat ie is gon zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 2
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03447) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03447) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03447) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03447) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03447) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03447) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03447) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03447) komt voor: j
fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03447) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03447) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03447) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03447) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03447) komt voor: j
fragment: wat (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03447) komt voor: j
fragment: wat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03447) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03447) komt voor: j
fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03447) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03447) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03447) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03447) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03447) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03447) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03447) vertaling: Piet denkt da Jan en Mrie op ginman mer koad zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03447) vertaling: Piet denkt da Jan en Mrie op ginman mer koad zen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03447) vertaling: Wim denkt da we noit ginman 'n prijs geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03447) vertaling: Wim denkt da we noit ginman 'n prijs geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03447) vertaling: 't Is woor da ze nie me Mrieje meuge proate
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03447) vertaling: 't Is woor da ze nie me Mrieje meuge proate
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03447) vertaling: Nerges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03447) vertaling: Niemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03447) vertaling: Noit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03447) vertaling: Niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03447) vertaling: Gin
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03447) vertaling: Zeg mar nie tegenum dak buite ben geweest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03447) vertaling: Nie zegge dak 'n kado vor 'm gekocht heb hoor
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03447) vertaling: Witte ge nie dat ie gevalle is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03447) vertaling: Wendy probeerde um ginman zeer te doewn
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03447) vertaling: 't Schijnt da ze niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03447) vertaling: Ze skent niks te meugen ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03447) vertaling: Ze probere al d'n hillen dag um mekare op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03447) vertaling: 'T Beloofd weer unnen mooien dag te worre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03447) vertaling: 't Is miskien beter um nog efkes te waachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03447) vertaling: We han 't geluk um 'm achtermekare trug te veine
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03447) vertaling: As de henne unne valk ziejn, hebbe ze skrik
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03447) vertaling: As we de erepel nie kunne verkoopen zen we d'r on
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03447) vertaling: As gullie 'm nie meeneemt, wor ik koad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03447) vertaling: Hij wies 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03447) vertaling: Op dees fist wordt veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03447) vertaling: Ze verkope alleen nog mar broad in dieje winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03447) vertaling: As ie me de fiets kumt, zal ie wel te loat zen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03447) vertaling: As ge ted het, komt dan unne keer on
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03447) vertaling: As ik rijk ben, koop ik unnen duren auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03447) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03447) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03447) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03447) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03447) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03447) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03447) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03447) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03447) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03447) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03447) vertaling: Mriej die hi gezeet, da gè geprobeerd hat um un liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03447) vertaling: Mrie hi gezeed da ge geprobeerd het um un liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03447) vertaling: Mriej die hi gezeet, da gè geprobeerd hat um un liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03447) vertaling: Mrie hi gezeed da ge geprobeerd het um un liedje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03447) vertaling: Mrie hi gezeed da ge geprobeerd het, um heur 'n boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03447) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03447) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03447) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03447) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03447) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03447) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03447) vertaling: Die van de stad, die hebbe hier veul huize gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03447) vertaling: Aan dieje nèje vaart, dor ziede gin mens mer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03447) vertaling: Giesteren is Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03447) vertaling: D'n dag da Jan belde, waar ik nie taus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03447) vertaling: Sjef, die zuk nòit uitnodige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03447) vertaling: Mriej, die zu zoiets noit doewn
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03447) vertaling: Bert, die drinkt wel ojt 'n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03447) vertaling: Martha, die zuk wel 'ns be men taus uit wille nodige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03447) vertaling: Dà haus, da zuk noit wille kope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03447) vertaling: Da haus, da stit er al fijftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03447) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03447) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03447) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03447) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03447) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03447) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03447) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03447) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03447) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03447) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03447) vertaling: Hi Gunther gebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03447) vertaling: Kek uit!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03447) vertaling: Waar mar nèt goed zat
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03447) vertaling: Marjo hi nou meer koei, dan ze vruger ha
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03447) vertaling: As Susanne ha kunne komme, dan hasse da gedon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03447) vertaling: Zè is d'n besten dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03447) vertaling: Vur ge iets weggojt moete efkes belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03447) vertaling: Hie is alles wak gekrege heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03447) vertaling: Jan is te pinnig um iets on z'n kinder te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03447) vertaling: Ofta gè iets van voetballe afwit
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03447) vertaling: Nerlegge, da boek!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03447) vertaling: As ge echt nie kunt waachte, kom dan mar
000 (z11opm) (inf. 03447) opm. inf.: "De uitspraken van ons dialect is met méér klemtonen en méér melodie dan het A.B.N."
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan d'n dokter ha kunnen roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03447) vertaling: Ik weet da Jan d'n dokter geroepe ha kunnen hebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03447) vertaling: Hij zin dak 't ha moeten doewn
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03447) vertaling: Hij zin dak 't gedon ha moeten hebben
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03447) vertaling: Hij is vlee week dur dokter Mertens geoppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03447) vertaling: Hij wordt merge dur dokter Mertens geoppereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03447) vertaling: Ik denk dat ge veul zult moete weggoie
positie: 2
opm.: dav
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03447) vertaling: Ik denk dat ge veul zult moete weggoie
positie: 2
opm.: dav
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03447) vertaling: Het is stom um zon duur dinger wèg te goie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03447) vertaling: Het is stom um zon duur dinger wèg te goie
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03447) vertaling: Hij is al wa kepot is on 't weggoien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03447) vertaling: Hij is al wa kepot is on 't weggoien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03447) vertaling: Ik vein da ge 'ns dikker de krànt moest leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03447) vertaling: Ik vein da ge 'ns dikker de krànt moest leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03447) vertaling: Het is stom um in d'n donkere de krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03447) vertaling: Het is stom um in d'n donkere de krant te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03447) vertaling: Hij is d'n hilden dag de krant on het leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03447) vertaling: Hij is d'n hilden dag de krant on het leze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03447) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03447) vertaling: Zo'n ding een heb ik nog noit geziejn
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03447) vertaling: Zo'n ding een heb ik nog noit geziejn
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03447) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03447) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03447) vertaling: Ge bent òk unnen àrige inne
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03447) vertaling: Ge bent òk unnen àrige inne
komt voor: j
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03447) vertaling: Robert hi innen grunen appel weggegeve, en nou hit ie nog twee rooi
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03447) vertaling: D'r ware veul minse op 't fist
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03447) vertaling: Ware d'r veul minse op 't fist?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03447) vertaling: Wa veur boeke hedde gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03447) vertaling: Wa hedde veur boeke gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03447) vertaling: Wa hedde veur boeke gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03447) vertaling: Wa veur boeke hedde gekocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03447) vertaling: Hij wont be Mrieje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03447) vertaling: Hij wont be Wimme
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03447) vertaling: Lopt efkes no d'n bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03447) vertaling: Wie hedde geziejn?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03447) vertaling: Wie hi jou geziejn
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03447) vertaling: Hak da gewete, dan hak 't nie gedon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03447) vertaling: 't waar beter nog efkes te waachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03447) vertaling: Gelukkig hi Jan d'n dokter gebeld, en die waar d'r al heel gaauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03447) vertaling: Loop nou toch dor vervelende jong!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03447) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03447) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03447) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03447) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03447) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03447) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03447) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Schijndel

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Schijndel