SAND-data Rosmalen (L144p)

schriftelijke enqute | mondelinge enqute | telefonische enqute

data schriftelijke enqute

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03220) vertaling: Jan wit dè verhaol nog wèl
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03220) vertaling: Jan herinnert z'n èige dè verhaol wèl
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03220) vertaling: Jan herinnert z'n èige dè verhaol wèl
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03220) vertaling: Jan wit dè verhaol nog wèl
opm.: reflexief: z'n eigen
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03220) vertaling: M'rie èn Piejt zien mekare vur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03220) vertaling: Toon waast z'n èige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03220) vertaling: D'n timmerman hi gin spijkers bé'm
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03220) vertaling: Fons zaag 'n slang neeven 'm
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03220) vertaling: Erik liejt men vur hum werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03220) vertaling: Johanna liejt d'r èige meejdrééve op de golve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03220) vertaling: Toon bekiejk z'n èigen 's goewt in de spiejgel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03220) vertaling: Jan hi in twee menute 'n pilske gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03220) vertaling: Dees skoewn loope hèndig
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03220) vertaling: Eduard kent z'n èige goewt
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03220) vertaling: Wart hi geheurt dètter fotoos van hum in de ittelazie ston
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03220) vertaling: Diej èipel skelle niej hèndig
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03220) vertaling: Dees glas brikt ès 't op de gront velt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03220) vertaling: Dokter, leef ik wèl gezont genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03220) vertaling: Al jórre leeft ie van de èrfenis van z'n vaojer
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03220) vertaling: Dees week leeft zé op wòtter èn broot
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03220) vertaling: Leef 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03220) vertaling: Hoew lang leefde gellie nouw al van diej èrfenis?
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03220) vertaling: In Bretanje leeve ze vurral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03220) vertaling: Nò 't eete gò ik sloope
opm.: tweede optie is 'ouder'
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03220) vertaling: Nò d'n eete gò ik sloope
opm.: tweede optie is 'ouder'
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03220) vertaling: Nò d'n eete gò ik sloope
opm.: tweede optie is 'ouder'
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03220) vertaling: Nò 't eete gò ik sloope
opm.: tweede optie is 'ouder'
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03220) vertaling: Zók dè wèl kunne doewn?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03220) vertaling: Hij liejt z'n haus afbreeke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03220) vertaling: Ik weet dè Jan hart mót kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03220) vertaling: Ik weet dè Jan hart mót kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03220) vertaling: Ik weet dè Jan hart mót kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03220) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03220) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03220) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03220) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 2
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03220) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03220) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03220) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03220) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03220) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03220) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03220) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03220) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03220) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03220) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03220) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03220) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03220) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03220) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03220) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03220) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03220) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03220) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03220) vertaling: Jan hi gin een boek mer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03220) vertaling: Jan hi gin boek mer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03220) vertaling: Boeke hi Jan gin
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03220) vertaling: Jan hi niej veul gèlt mer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03220) vertaling: D'r mag niemes spreeke over dees pr'bleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03220) vertaling: D'r mag niemes spreeke over dees pr'bleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03220) vertaling: Niemes zi dè hij kùmt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03220) vertaling: Zitte hier nerres gin maos?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03220) vertaling: Ik geef niks òn 'n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03220) vertaling: Niemes wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03220) vertaling: Wij wiese niej dè hij taus waar
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03220) vertaling: Ik wies 't ók niej
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03220) vertaling: Hij mag mi niemes proote over dees pr'bleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03220) vertaling: Jan wit dèttie vur driej uurre de wage gemakt mót hebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 3
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03220) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03220) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 4
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03220) vertaling: D'n auto van Marieje is kepot
opm.: Prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03220) vertaling: M'riej d'ren auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03220) vertaling: M'riej d'ren auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03220) vertaling: M'riej d're wage is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03220) vertaling: M'riej d're wage is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03220) vertaling: D'n auto van Piejte is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03220) vertaling: Piejt z'nen auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03220) vertaling: D'n auto van dieje mins is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03220) vertaling: Dieje mins z'nen auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03220) vertaling: Diejen auto is niej van men mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03220) vertaling: De krant van giestere li onder d'n TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03220) vertaling: Jan is Karolien èn Kristien d'r bruurke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03220) vertaling: Diej jonges d'r fietse zen weggehòlt
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03220) vertaling: Diej zusters d'r moeier is op bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03220) vertaling: Diejen auto is van Wimme
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03220) vertaling: Diejen auto is van Wimme
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03220) vertaling: Diejen auto is de Wimme
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03220) vertaling: Diejen auto is de Wimme
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03220) vertaling: Diej fiets is de men
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03220) vertaling: Diej fiets is van men
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03220) vertaling: Diej fiets is van men
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03220) vertaling: Diej fiets is de men
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03220) vertaling: Hij mag mi gimman proote over dees pr'bleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03220) vertaling: Ik wil gimman bezeere
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03220) vertaling: Ik wil gimman bezeere
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03220) vertaling: Ik wil gimman kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03220) vertaling: Ik wil gimman kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03220) vertaling: Tis sunt dè wij nie meuge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03220) vertaling: Dè gò-j-ik nie doewn
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03220) vertaling: Ik heb niej gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03220) vertaling: Nog mar krèk háttie 't vartelt of M'rie begós te janke
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03220) vertaling: Gò diej bestelling nouw mar ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03220) vertaling: Hij werkt niej
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03220) vertaling: Ik verbiej oew um hier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03220) vertaling: Jan verhinderde dè we M'rieje bèlde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03220) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03220) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03220) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03220) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03220) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03220) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wildi mi ons mee dan .... (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wildi mi ons mee dan .... (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wildi mi ons mee dan .... (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wildi mi ons mee dan .... (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wildi mi ons mee dan .... (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wildi mi ons mee dan .... (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wildi mi ons mee dan .... (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03220) komt voor: j
fragment: s (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03220) komt voor: j
fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03220) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03220) komt voor: j
fragment: of d (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03220) komt voor: j
fragment: of d (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03220) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03220) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03220) komt voor: j
fragment: of d (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03220) vertaling: Ik weet dè gèlliej op niemes beus zet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03220) vertaling: Ik weet dè zé op niks gruts is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03220) vertaling: Els denkt dèt niej mèkkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03220) vertaling: Ik weet dèk te laot ben èn gé niej
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03220) vertaling: Ge wit toch dè gé mót werke èn ikke niej
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03220) vertaling: Alleman denkt dè wij nor haus gòn èn dè zèlliej nog meuge blééve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03220) vertaling: Alleman denkt dè wij nor haus gòn èn dè zèlliej nog meuge blééve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03220) vertaling: Alleman denkt dè welliej nor ...
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03220) vertaling: Alleman denkt dè welliej nor ...
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03220) vertaling: Tis sunt dè hij kùmt èn dè zé weggi
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03220) vertaling: Ik denk dè Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03220) vertaling: Ik denk dè Pieter èn Liesje gòn traowe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03220) vertaling: Dè dutiej!
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03220) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03220) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03220) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03220) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03220) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03220) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03220) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03220) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03220) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03220) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03220) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03220) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03220) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03220) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03220) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03220) komt voor: j
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03220) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03220) vertaling: De lamp duu niej mer brande
komt voor: j
opm.: zeldzaam, wordt enkel door ouderen nog gebruikt
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03220) vertaling: De lamp duu niej mer brande
komt voor: j
opm.: zeldzaam, wordt enkel door ouderen nog gebruikt
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03220) vertaling: Dun Meriej elken aovent danse?
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03220) vertaling: Dun Meriej elken aovent danse?
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03220) vertaling: Doeget broot efkes snééje
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03220) vertaling: Doeget broot efkes snééje
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wiej z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wiej z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wiej z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03220) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: w (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03220) komt voor: j
fragment: w (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrrin (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrrin (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrrin (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03220) komt voor: j
fragment: w (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03220) komt voor: j
fragment: w (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03220) komt voor: j
fragment: w (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03220) komt voor: j
fragment: w (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03220) komt voor: j
fragment: w (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03220) komt voor: j
fragment: w (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wiej (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wiej (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03220) vertaling: Wiej denkte dèk in de stat tege gekomme ben?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03220) vertaling: Hoew denkte gulliej dèsset hen opgelost?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03220) vertaling: Hoew denkte dèsset hen opgelost?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03220) vertaling: Magda wit niej wiej (dè) wij wille bèlle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03220) vertaling: Wit iemas wiej if dè wij geroepe hen?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03220) vertaling: Wiej denkte dèk in de stat tegegekomme ben?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03220) vertaling: Wiej denkte dèk in de stat tegegekomme ben?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03220) vertaling: Hij hi z'n haant gewaase
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03220) vertaling: Hij hi z'n hemt gewaase
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03220) vertaling: Hij hi unnen hoewt op z'ne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03220) vertaling: Hij hi unne vlèk op z'n hemt
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03220) vertaling: Hij hi z'n been gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03220) vertaling: Hij hi z'n èige zeer gedaon
opm.: reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03220) vertaling: Meriej trok de deke nor d'r toew
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03220) vertaling: Luc wit dètter fotoos van hum èiges te koop zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03220) vertaling: Ge herinnert oew èige toch wèl dè we toen dur dè bos henè zen geloope?
opm.: reflexief: je eigen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03220) vertaling: Ik herinner m'n èige dè d'n auto van Merieje kepot waar
opm.: reflexief: m'n eigen
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03220) vertaling: Ze herinnert d'r èige dè hij ès 'n vèrke zaat te eete
opm.: reflexief: haar eigen
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03220) vertaling: Wij herinnere ons èige wèl dè al Janne boeke gestole ware, mar zèlliej herinnere dè d'r èige niej
opm.: reflexief: ons eigen reflexief: haar eigen
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03220) vertaling: Herinnerde gulliej oew èige nog dè we Janne op de mèrt geziejn hebbe?
opm.: reflexief: je eigen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03220) vertaling: Hij hi z'n èige 'n ongelukk gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03220) vertaling: Hij vuulde z'n èige dur 't ijs zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03220) vertaling: Zó hij dè kunne hebbe gedaon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03220) vertaling: Zó hij dè gedaon kunne hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03220) vertaling: Zó hij dè gedaon kunne hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03220) vertaling: Zó hij dè kunne hebbe gedaon?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03220) fragment: gekunne (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03220) fragment: gedaon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03220) fragment: gedaon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03220) fragment: gedn (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03220) fragment: gedn (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03220) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03220) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03220) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03220) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03220) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03220) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03220) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03220) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03220) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03220) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03220) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03220) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03220) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03220) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03220) vertaling: Ik denk ie weg is
komt voor: j
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03220) vertaling: Ik denk ie weg is
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03220) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03220) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03220) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03220) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03220) vertaling: M'riej al d'r koei zen verdronke bé de overstrooming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03220) vertaling: M'riej al d'r koei zen verdronke bé de overstrooming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03220) vertaling: Kees make week niks af
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03220) vertaling: Kees make week niks af
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03220) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03220) vertaling: Ik heb al d'uurste driej somme gemakt. De wèlke heddgé gemakt?
komt voor: j
opm.: informant twijfelt
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03220) vertaling: Ik heb al d'uurste driej somme gemakt. De wèlke heddgé gemakt?
komt voor: j
opm.: informant twijfelt
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03220) vertaling: De wèffere hedde gé al weggebrocht?
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03220) vertaling: De wèffere hedde gé al weggebrocht?
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03220) vertaling: De zón zók niej dùrven opeete
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03220) vertaling: De zón zók niej dùrven opeete
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03220) vertaling: De diej zók niej dùrven opeete
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03220) vertaling: De diej zók niej dùrven opeete
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03220) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03220) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03220) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03220) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03220) vertaling: Hij din z'n èige veur dèttie nèt ùt z'n bet kwaamp
komt voor: j
opm.: informant twijfelt
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03220) vertaling: Hij din z'n èige veur dèttie nèt ùt z'n bet kwaamp
komt voor: j
opm.: informant twijfelt
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03220) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03220) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03220) vertaling: In diejen tet leefde ik d'rop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03220) vertaling: Vruger leefde-n-iej ès 'n bist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03220) vertaling: Door leefde wèlliej ès got in frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03220) vertaling: Niemes maag 't ziejn, dus ik véén dè gij 't ók niej meugt ziejn
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03220) vertaling: 't gebeurde toen gé weg gongt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03220) vertaling: Ik weet wór gé gebórre bent
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03220) vertaling: Nouw ge klaor zet, meugde goon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03220) vertaling: Durdè Meriej gestùrve waar, hi heure mins Annas niej mer kunne hèlpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03220) vertaling: Ik weet dèttie is gòn zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03220) komt voor: n
opm.: komt wel voor: vergelijk met het antwoord op 9(iii)
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03220) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03220) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03220) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03220) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03220) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03220) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03220) vertaling: Ja ze: nee Jaat: ja (doch zie opmerkingen)
komt voor: j
opm.: 'Jaat': "grote twijfel, zeer ouderwets en waarschijnlijk Westbrabants?"
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03220) vertaling: Ja ze: nee Jaat: ja (doch zie opmerkingen)
komt voor: j
opm.: 'Jaat': "grote twijfel, zeer ouderwets en waarschijnlijk Westbrabants?"
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03220) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03220) komt voor: j
opm.: 'Jaat': "grote twijfel, zeer ouderwets en waarschijnlijk Westbrabants?"
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03220) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03220) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03220) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03220) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03220) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03220) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03220) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03220) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03220) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03220) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03220) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03220) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dttiej (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dttiej (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dttiej (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dttiej (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03220) komt voor: j
fragment: dttiej (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wr (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wiej (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wiej (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wor (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03220) komt voor: j
fragment: diej (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03220) komt voor: j
fragment: d (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wiej (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03220) komt voor: j
fragment: Wiej (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03220) komt voor: j
fragment: wrvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03220) vertaling: Piejt denkt dè Jan èn Meriej op niemes niej beus zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03220) vertaling: Piejt denkt dè Jan èn Meriej op niemes niej beus zen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03220) vertaling: Wim denkt dè we noit niemes unne prijs geeve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03220) vertaling: Wim denkt dè we noit niemes unne prijs geeve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03220) vertaling: 't Is woor dèsse niej mi M'rieje meuge proote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03220) vertaling: 't Is woor dèsse niej mi M'rieje meuge proote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03220) vertaling: Nerres niej
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03220) vertaling: Gin niemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03220) vertaling: Noit niej
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03220) vertaling: Niks niej
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03220) vertaling: Gin een
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03220) vertaling: Gin een
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03220) vertaling: Gin een t'r alle
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03220) vertaling: Gin een t'r alle
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03220) vertaling: Zegt 'm niej dè'k nor baote zé geweest
opm.: imperatief = stam + -t
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03220) vertaling: Niej zegge dè ge'n kedo vur hum gekocht het, hurre!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03220) vertaling: Witte niej dèttie gevallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03220) vertaling: Wendy p'rbeerde um niemes zeer te doewn
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03220) vertaling: 't Skent dè ze niks mag eete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03220) vertaling: Ze skent niks te meugen eete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03220) vertaling: Ze p'rberen al d'n hillen dag mekare op te bèlle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03220) vertaling: 't Belooft wer unne skónnen dag te worre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03220) vertaling: 't Is maskien beeter (um) nog efkes te waagte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03220) vertaling: We han 't geluk 'm drèk trug te vééne
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03220) vertaling: Ès de henne unne klampert zien, zen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03220) vertaling: Ès we de èipel niej kunne verkoope zitte we in de p'rbleeme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03220) vertaling: Ès gulliej 'm niej meejnimt wor ik beus
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03220) vertaling: Hij wies 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03220) vertaling: Op dees fist wort 'r veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03220) vertaling: Nouw wort 'r enkelt nog mar broot verkocht in dieje winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03220) vertaling: Ès ie mi de fiets kùmt, zal ie wèl laot zen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03220) vertaling: Ès ge ted het, komt dan 's unne keer langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03220) vertaling: Ès ik rijk zé, koop ik unnen duren auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03220) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03220) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03220) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03220) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03220) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03220) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03220) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03220) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03220) vertaling: Ik heb hum 't gegeeve
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03220) vertaling: Ik heb hum 't gegeeve
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03220) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03220) vertaling: Meriej hi gezeet dè gé het prebeeren 'n lietje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03220) vertaling: Meriej hi gezeet dè gé het geprebeert 'n lietje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03220) vertaling: Meriej hi gezeet dè gé het geprebeert 'n lietje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03220) vertaling: Meriej hi gezeet dè gé het prebeeren 'n lietje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03220) vertaling: Meriej hi gezeet dè gé heur het p'rbeeren 'n boek te geeve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03220) vertaling: Meriej hi gezeet dè gé heur het p'rbeeren 'n boek te geeve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03220) vertaling: Meriej hi gezeet di gé het gep'rbeert heur 'n boek te geeve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03220) vertaling: Meriej hi gezeet di gé het gep'rbeert heur 'n boek te geeve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03220) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03220) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03220) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03220) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03220) vertaling: Diej van de stat, diej hen hier veul haos gebaauwt
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03220) vertaling: Òn dè nééj wòtter door ziede gin mins mer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03220) vertaling: Giestere is Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03220) vertaling: D'n dag dè Jan bèlde, waar ik nie taus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03220) vertaling: Sjef, diej zó ik noit (niej) verzuke
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03220) vertaling: Meriej, diej zó zóiet noit (niej) doewn
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03220) vertaling: Bèrt, diej drinkt wèl 's 'n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03220) vertaling: Martha, diej zó ik wèl 's bé men taus wille vrooge
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03220) vertaling: Dè haus dè zó ik noit wille koope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03220) vertaling: Dè haus, dè sti door al fijftig joor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03220) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03220) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03220) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03220) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03220) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03220) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03220) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03220) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03220) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03220) vertaling: Hi Gunter gebèlt?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03220) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03220) vertaling: Kek ùt!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03220) vertaling: Kek ùt!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03220) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03220) vertaling: 't Waar mar krèk goewt genóg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03220) vertaling: Marjo hi nouw meer koei ès ze vruger hà
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03220) vertaling: Ès Susanne hà kunne komme hàsse dè gedòn
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03220) vertaling: Zé is d'n besten dokter diej ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03220) vertaling: Vur ge iets weg goit, mótte efkes bèlle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03220) vertaling: Hier is alles wè'k gekreege heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03220) vertaling: Jan is te gierig um iets òn z'n jonge te geeve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03220) vertaling: Èzzof gé iets van voetballe (af) wit!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03220) vertaling: Leg ner dè boek!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03220) vertaling: Ègge ècht niej kunt waachte, dan kom mar.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03220) vertaling: Ik weet dè Jan d'n dokter hà kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03220) vertaling: Ik weet dè Jan d'n dokter geroepe kós hebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03220) vertaling: Hij zin dèk 't hà mótte doewn
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03220) vertaling: Hij zin dèk 't moes hebbe gedaon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03220) vertaling: Hij zin dèk 't moes hebbe gedaon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03220) vertaling: Hij zin dèk 't gedaon moes hebbe
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03220) vertaling: Hij zin dèk 't gedaon moes hebbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03220) vertaling: Hij is vurrige week dur dokter Mertens geóppereert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03220) vertaling: Hij wordt mèrge dur dokter Mertens geóppereert
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03220) vertaling: Ik denk dè ge veul 'weg zót mótte goie
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03220) vertaling: Ik denk dè ge veul 'weg zót mótte goie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03220) vertaling: 't Is stom um zón duur dinger 'weg te goie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03220) vertaling: 't Is stom um zón duur dinger 'weg te goie
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03220) vertaling: Hij is alle kepotte spulle òn 't weggoie
positie: 1,2
opm.: ipv 'alle kepotte spulle' ook 'alle kepot grèij'
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03220) vertaling: Hij is alle kepotte spulle 'weg òn 't goie
positie: 1,2
opm.: ipv 'alle kepotte spulle' ook 'alle kepot grèij'
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03220) vertaling: Hij is alle kepotte spulle 'weg òn 't goie
positie: 1,2
opm.: ipv 'alle kepotte spulle' ook 'alle kepot grèij'
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03220) vertaling: Hij is alle kepotte spulle òn 't weggoie
positie: 1,2
opm.: ipv 'alle kepotte spulle' ook 'alle kepot grèij'
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03220) vertaling: Hij is alle kepotte spulle 'weg òn 't goie
positie: 1,2
opm.: ipv 'alle kepotte spulle' ook 'alle kepot grèij'
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03220) vertaling: Hij is alle kepotte spulle òn 't weggoie
positie: 1,2
opm.: ipv 'alle kepotte spulle' ook 'alle kepot grèij'
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03220) vertaling: Ik véén dè ge dikker de krant zót mótte leeze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03220) vertaling: Ik véén dè ge dikker de krant zót mótte leeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03220) vertaling: 't Is stom um in 't donker de krant te leeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03220) vertaling: 't Is stom um in 't donker de krant te leeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03220) vertaling: Hij is d'n hillen dag de krant òn 't leeze
positie: 1
opm.: ipv 'hillen' ook 'ollingen'
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03220) vertaling: Hij is d'n hillen dag de krant òn 't leeze
positie: 1
opm.: ipv 'hillen' ook 'ollingen'
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03220) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03220) vertaling: Zón ding een hek nog noit geziejn
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03220) vertaling: Zón ding een hek nog noit geziejn
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03220) vertaling: Zón wijf een kunde mar beeter niej tegespreeke
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03220) vertaling: Zón wijf een kunde mar beeter niej tegespreeke
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03220) vertaling: Zón mins een hi altet wè um over te klage
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03220) vertaling: Zón mins een hi altet wè um over te klage
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03220) vertaling: Gé zet ok unnen arigen inne
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03220) vertaling: Gé zet ok unnen arigen inne
komt voor: j
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03220) vertaling: R. hi inne grunen appel 'weggegeeve
opm.: antwoord onvolledig
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03220) vertaling: D'r ware veul minse op 't fist
opm.: tweede optie is 'ouderwets'
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03220) vertaling: D'r ware veul minse op 't fist
opm.: tweede optie is 'ouderwets'
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03220) vertaling: D'r ware veul minse op de fist
opm.: tweede optie is 'ouderwets'
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03220) vertaling: D'r ware veul minse op de fist
opm.: tweede optie is 'ouderwets'
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03220) vertaling: Ware d'r veul minse op 't fist?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03220) vertaling: Wèffer boeke hedde gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03220) vertaling: Wè hedde vur boeke gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03220) vertaling: Wè hedde vur boeke gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03220) vertaling: Wèffer boeke hedde gekocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03220) vertaling: Hij wónt bé Merietjes
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03220) vertaling: Hij wónt bé Wimme
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03220) vertaling: Lópt efkes nor d'n bèkker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03220) vertaling: Wiej heffe (gé) geziejn?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03220) vertaling: Wiej hi aow geziejn?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03220) vertaling: Hak dè gewete, (dan) hak 't niej gedaon.
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03220) vertaling: 't Zó beeter zen um nog efkes te waachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03220) vertaling: Gelukkig hà Jan d'n dokter gebèlt èn diej waar d'r al heel gaauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03220) vertaling: Lópt nouw toch deur, verveelende jong!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03220) vertaling: Lópt nouw toch deur, verveelende jong!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03220) vertaling: Lópt nouw toch deur, verveelende jong!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03220) vertaling: ...rotjong!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03220) vertaling: ...rotjong!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03220) vertaling: ...rotjong!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03220) vertaling: ...klótjong!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03220) vertaling: ...klótjong!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03220) vertaling: ...klótjong!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03220) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03220) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03220) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03220) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03220) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03220) komt voor: n

interview mondelinge enqute

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Rosmalen

data telefonische enqute

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enqute in Rosmalen