SAND-data Groesbeek (L119p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03218) vertaling: Jan herinnert zich da verhaol wael
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03218) vertaling: Piet aen Marie zien mekaor vur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03218) vertaling: Toon wèèst zien eigen
opm.: reflexief: zich reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03218) vertaling: Toon wèèst zien eigen
opm.: reflexief: zich reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03218) vertaling: Toon wèèst zich
opm.: reflexief: zich reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03218) vertaling: Toon wèèst zich
opm.: reflexief: zich reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03218) vertaling: De timmerman hèt gèn spiekers beej zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03218) vertaling: Funs zaog èn slang nèvve zig
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03218) vertaling: Erik liet mien vur zig waerke
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03218) vertaling: Erik liet mien vur um waerke
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03218) vertaling: Erik liet mien vur um waerke
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03218) vertaling: Erik liet mien vur zig waerke
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03218) vertaling: Johanna liet zig mèèdrève op de golve
opm.: reflexief: zich reflexief: haar
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03218) vertaling: Johanna liet zig mèèdrève op de golve
opm.: reflexief: zich reflexief: haar
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03218) vertaling: Johanna liet ur mèèdrève op de golve
opm.: reflexief: zich reflexief: haar
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03218) vertaling: Johanna liet ur mèèdrève op de golve
opm.: reflexief: zich reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03218) vertaling: Toon bekeek zien eige is goed ien de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03218) vertaling: Jan hèt ien tweej mienuute èn biereke gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03218) vertaling: Dees schoene loope gemaekkelek
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03218) vertaling: Dees schoene loope gemaekkelek
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03218) vertaling: Dees schuun ...
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03218) vertaling: Dees schuun ...
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03218) vertaling: Eduard kent zien eige goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03218) vertaling: Ward hèt geheurd datt'r foto's van zien ien de etalage staon
opm.: reflexief: zijn
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03218) vertaling: Die èrpele schelle nie gemaekkelek
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03218) vertaling: Die èrpele schelle nie gemaekkelek
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03218) vertaling: ... nie leegt
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03218) vertaling: ... nie leegt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03218) vertaling: Dit glas brèkt as 't op de grond vèèlt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03218) vertaling: Dokter lèèf ik wael gezond genoeg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03218) vertaling: Al jaore lèèftie van de aarfenis van zien voader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03218) vertaling: Dees wèèk lèèft zeej op waoter aen brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03218) vertaling: Lèèft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03218) vertaling: Hoellang lèèfde gillie nou al van die aarfenis
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03218) vertaling: In Bretagne lèève ve vural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03218) vertaling: Naa 't èète, gok slaopen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03218) vertaling: Zol ik da wael kunne doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03218) vertaling: Hij liet zien huus afbrèèke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03218) vertaling: Ik weet da Jan hort mot kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03218) vertaling: .... mot kunne aarbeije
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03218) vertaling: Ik weet da Jan hort mot kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03218) vertaling: .... mot kunne aarbeije
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03218) vertaling: Ik weet da Jan hort mot kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03218) vertaling: .... mot kunne aarbeije
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03218) vertaling: Ik weet da Jan hort mot kunne waerke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03218) vertaling: .... mot kunne aarbeije
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03218) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03218) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03218) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03218) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03218) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03218) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03218) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03218) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03218) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03218) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03218) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03218) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03218) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03218) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03218) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03218) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03218) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03218) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03218) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03218) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03218) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03218) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03218) vertaling: Jan hèt gèn eenkel boek mèr
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03218) vertaling: Jan hèt gèn eenkel boek mèr
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03218) vertaling: Jan hèt gèèneen boek mèr
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03218) vertaling: Jan hèt gèèneen boek mèr
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03218) vertaling: Jan hèt gèn boek mèr
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03218) vertaling: Buuk hèt Jan gèn
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03218) vertaling: Boeke hèt ...
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03218) vertaling: Boeke hèt ...
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03218) vertaling: Buuk hèt Jan gèn
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03218) vertaling: Jan hèt nie veul gaald mèr
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03218) vertaling: ....praote...
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03218) vertaling: D'r mag niemand sprèèke ovver dit "probleem"
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03218) vertaling: D'r mag niemand sprèèke ovver dit "probleem"
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03218) vertaling: ....praote...
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03218) vertaling: Niemand zèt dattie kumt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03218) vertaling: Zitte hier nurges gèn muus
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03218) vertaling: Ik gèèf niks on en ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03218) vertaling: Niemand wil aarbeije
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03218) vertaling: Weej wisse nie dattie tiis was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03218) vertaling: Weej wisse nie dattie tiis was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03218) vertaling: Weej wusse ...
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03218) vertaling: Weej wusse ...
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03218) vertaling: Ik wus ...
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03218) vertaling: Ik wis 't ok nie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03218) vertaling: Ik wis 't ok nie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03218) vertaling: Ik wus ...
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03218) vertaling: Heej mag met niemand sprèèke over dit probleem
000 (x05opm) (inf. 03218) opm. inf.: Zinnen c, h komen voor
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03218) vertaling: Jan wèt dattie vur drie uur d'n wagge gemakt mot hebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 4
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03218) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03218) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Maries oowtoo is kepot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03218) vertaling: ... kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03218) vertaling: ... kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Maries oowtoo is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Marie d'r oowtoo is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Marie d'r oowtoo is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Marie ur oowtoo ...
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Marie ur oowtoo ...
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Piets oowtoo is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Piet zien oowtoo is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Daen kèl zien oowtoo is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03218) vertaling: Daen kèl zien oowtoo is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03218) vertaling: Die oowtoo is niet van mien mar van zien
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03218) vertaling: ... mar van um
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03218) vertaling: ... mar van um
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03218) vertaling: Die oowtoo is niet van mien mar van zien
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03218) vertaling: De krànt van gistere lit onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03218) vertaling: Jan is Karolien en Kristiens brüreke
opm.: genitief -'s
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03218) vertaling: Die jongens eur fietse zien gestoale
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03218) vertaling: Die zusters eur moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03218) vertaling: Die zusters eur moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03218) vertaling: Die zusters d'r moeder ...
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03218) vertaling: Die zusters d'r moeder ...
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03218) vertaling: Die auto is Wim de zien
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03218) vertaling: Die oowtoo is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03218) vertaling: Die oowtoo is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03218) vertaling: Die auto is Wim de zien
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03218) vertaling: Die fiets is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03218) vertaling: Heej mag mè niemand sprèèke ovver dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03218) vertaling: Ik wil niemand kwaetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03218) vertaling: 't is jamme da weej nie mugge kôomme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03218) vertaling: Dae gok nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03218) vertaling: Keb nie gewaarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03218) vertaling: Nog mar nèt haj hèj 't vertèèlt of Marie begos te greenze
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03218) vertaling: Goj die bestelling noow mar ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03218) vertaling: Heej waarkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03218) vertaling: Ik verbied oow om hier nie te kôomme
opm.: twijfel pleonastische negatie bij negatief werkwoord: wat wou de informant bij de opmerkingen schrijven? (cf. infra)
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03218) vertaling: Jan verhinderde da we Marie baalde
000 (x08opm) (inf. 03218) opm. inf.: Zin i
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03218) komt voor: j
fragment: als (as) (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03218) komt voor: j
fragment: als (as) (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03218) komt voor: j
fragment: als (as) (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03218) komt voor: j
fragment: als (as) (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03218) komt voor: j
fragment: als (as) (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03218) komt voor: j
fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03218) komt voor: j
fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03218) komt voor: j
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03218) komt voor: j
fragment: alsof (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03218) komt voor: j
fragment: alsof (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03218) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03218) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03218) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03218) vertaling: Ik weet da gillie op niemand kwoj ziet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03218) vertaling: Ik weet dat zij op niks groetzig is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03218) vertaling: Aels deenkt dat 't nie maekkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03218) vertaling: Ik weet dat ik te laot ziej aen gij nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03218) vertaling: Ge wèt toch da gij mot aarbeije aen ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03218) vertaling: Iedereen deenkt da wij nor huus gaon en da zij nog magge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03218) vertaling: Tis jammer da heej kumt en (da) zij weggèt
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03218) vertaling: Ik deenk da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03218) vertaling: Ik deenk dat Pieter aen Liesje gon trouwe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03218) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03218) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03218) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03218) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03218) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03218) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03218) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03218) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03218) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03218) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03218) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03218) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03218) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03218) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03218) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03218) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03218) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03218) vertaling: De lamp brand nie mèr
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03218) vertaling: De lamp duut nie mèr brande
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03218) vertaling: De lamp duut nie mèr brande
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03218) vertaling: De lamp brand nie mèr
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03218) vertaling: De lamp duut nie mèr brande
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03218) vertaling: De lamp brand nie mèr
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03218) vertaling: Duut Marie iederen aovend danse?
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03218) vertaling: Duut Marie iederen aovend danse?
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03218) vertaling: Doe 't brood efkes sneeje
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03218) vertaling: Doe 't brood efkes sneeje
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: van wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: di zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: di zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: di zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: di zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: van wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: van wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03218) komt voor: j
fragment: van wie (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wa (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wa (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wa (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worien (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worien (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worien (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worop (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worop (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worop (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03218) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03218) vertaling: Wa deenkte geej wie ik ien de stad tèège zie gekomme
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03218) vertaling: Wa deenkte gillie hoe ze 't verrig gekreege hebbe
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03218) vertaling: Hoe denkte gij hoe ze 't hebbe opgelost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03218) vertaling: Magda wèt nie wie da wij wille baele
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03218) vertaling: Wèt iemand wie of dat wij geroepe hebbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03218) vertaling: Wie deenkte geej wie ik ien de stad -- heb
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03218) vertaling: Wie deenkte geej datik ien de stad ontmoet heb
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03218) vertaling: Wie deenkte geej datik ien de stad ontmoet heb
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03218) vertaling: Wie deenkte gij ...
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03218) vertaling: Wie deenkte gij ...
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03218) vertaling: Heej het zien hand gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03218) vertaling: Heej hèt zien haemd gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03218) vertaling: Heej hèt ennen hoed op zienen kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03218) vertaling: Heej hèt en vlek op zien haemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03218) vertaling: Heej hèt zien been gebrokke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03218) vertaling: Zeej hèt zig pien gedaon
opm.: zig = zich reflexief: zich reflexief: haar
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03218) vertaling: Zeej hèt eur pien gedaon
opm.: zig = zich reflexief: zich reflexief: haar
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03218) vertaling: Zeej hèt eur pien gedaon
opm.: zig = zich reflexief: zich reflexief: haar
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03218) vertaling: Zeej hèt zig pien gedaon
opm.: zig = zich reflexief: zich reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03218) vertaling: Marie trok de dèèke nor eur toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03218) vertaling: Luc wèt datur foto's van zien te koop zien
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03218) vertaling: Geej herinnert oow toch wael da we toen dur da wald hin zien geloope
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03218) vertaling: Ik herinner me, da de oowto van Marie kepot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03218) vertaling: Ze herinnert zig da heej as en vaerke zat te èète
opm.: zig = zich reflexief: zich reflexief: haar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03218) vertaling: Ze herinnert zig da heej as en vaerke zat te èète
opm.: zig = zich reflexief: zich reflexief: haar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03218) vertaling: Ze herinnert eur ...
opm.: zig = zich reflexief: zich reflexief: haar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03218) vertaling: Ze herinnert eur ...
opm.: zig = zich reflexief: zich reflexief: haar
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03218) vertaling: Wij herinneren ons wael dat al Jan zien buuk gestole waore, mar zeej herinnere t eur niet
opm.: reflexief: ons reflexief: haar of reflexief: hun
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03218) vertaling: Herinnere gillie oow nog da we Jan op de maart gezien han
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03218) vertaling: Heej hèt zig en ongeluk gewaarkt
opm.: zig = zich reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03218) vertaling: Heej vuulde zich dur 't ies zakke
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03218) vertaling: Zol heej da gedaon gekund hebbe?
opm.: dav: de zin die de informant hier geeft is identiek aan Y5(iii)b, maar daar heeft hij 'nee' aangeduid
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03218) fragment: gekeunt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03218) fragment: gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03218) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03218) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03218) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03218) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03218) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03218) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03218) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03218) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03218) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03218) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03218) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03218) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03218) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03218) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03218) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03218) vertaling: ik deenk heej is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03218) vertaling: ik deenk heej is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03218) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03218) vertaling: Ik weet heej is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03218) vertaling: Ik weet heej is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03218) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03218) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03218) vertaling: Kèès makke weet ik niks af
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03218) vertaling: Kèès makke weet ik niks af
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03218) vertaling: Jan zie ik mè ......
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03218) vertaling: Jan zie ik mè ......
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03218) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03218) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03218) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03218) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03218) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03218) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03218) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03218) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03218) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03218) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03218) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03218) vertaling: Ien daen tiet lèèfde ik d'r op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03218) vertaling: Vroeger lèèfde heej as en beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03218) vertaling: Dor lèèfde weej as God ien Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03218) vertaling: Niemand mag 't zien dus ik vien da geej 't ok nie mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03218) vertaling: 't Gebeurde toen geej wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03218) vertaling: Ik weet wor geej geboore ziet
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03218) vertaling: Noow geej verrig ziet, mugde (geej) gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03218) vertaling: Dorda Marie gestoerve was, hèt eure kèl Anna nie mèr kunne haelpe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03218) vertaling: Dorda Marie gestoerve was, hèt eure kèl Anna nie mèr kunne haelpe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03218) vertaling: ... eure meens ...
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03218) vertaling: ... eure meens ...
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03218) vertaling: Ik weet dattie is gon zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03218) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03218) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03218) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03218) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03218) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03218) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03218) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03218) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03218) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03218) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03218) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03218) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03218) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03218) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03218) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03218) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03218) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03218) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03218) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03218) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03218) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daatut (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daan (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daan (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daan (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daan (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: daan (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: worvan (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor mè (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor mè (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor mè (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor mè (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03218) komt voor: j
fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wak (ipv ik) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wak (ipv ik) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03218) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wak (ipv ik) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03218) komt voor: j
fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03218) komt voor: j
fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03218) vertaling: Piet deenkt da Jan èn Mereej ôp niemand kwoj zien
betekenis: negative concord
opm.: ""nie kwaoj" Dit betekent: "erg boos". (Ironisch) Niet deze betekenis in dit zinsverband"
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03218) vertaling: Piet deenkt da Jan èn Mereej ôp niemand kwoj zien
betekenis: negative concord
opm.: ""nie kwaoj" Dit betekent: "erg boos". (Ironisch) Niet deze betekenis in dit zinsverband"
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03218) vertaling: Wim deenkt da we nooit iemand ènnne pries gèève
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03218) vertaling: Wim deenkt da we nooit iemand ènnne pries gèève
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03218) vertaling: T is woar da ze nie mè Merèe mugge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03218) vertaling: T is woar da ze nie mè Merèe mugge praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03218) vertaling: Naerges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03218) vertaling: Niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03218) vertaling: Gèn meens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03218) vertaling: Gèn meens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03218) vertaling: Niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03218) vertaling: nooit van zen lèève
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03218) vertaling: Kwats, da bestèt niet
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03218) vertaling: Gèn één
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03218) vertaling: Zeg um nie, dak nor buute sie gewè
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03218) vertaling: Nie vertelle da geej en kedoo vor um gekogt hèt, heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03218) vertaling: Wette geej nie da heej gevalle is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03218) vertaling: Wendy probierde ôm niemand pien te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03218) vertaling: 't Schient da ze niks mag èète
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03218) vertaling: Ze schient niks te mugge ète
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03218) vertaling: Ze probieren al d'n heelen dag um mekaor (ôp) te baele
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03218) vertaling: 't Beloft wèr ennen mojjen dat te worre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03218) vertaling: tis messchien bèter um nog èfkes te wagte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03218) vertaling: We haon 't geluk um um drâak trug te viende
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03218) vertaling: As de kiepe ennen uul (valk) zien, zien ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03218) vertaling: As we de èrpele (èrappele, piepers) nie kunne verkoope, zitte we d'r ien (ien de probleeme)
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03218) vertaling: As gillie um nie mè nimt wor ik kwoj
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03218) vertaling: Heej wus 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03218) vertaling: Heej wis 't!
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03218) vertaling: Heej wis 't!
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03218) vertaling: Heej wus 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03218) vertaling: Ôp di feest word (ur) veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03218) vertaling: Noow word ur nog alleen mar brood verkogt ien dâan weenkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03218) vertaling: As heej mè de fiets kumt zal 't (heej) wâal laot zien
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03218) vertaling: As geej tiet hèt kôm dan eens ennen keer nèève
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03218) vertaling: As ik riek ziej koop ik en duure oowtoo
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03218) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03218) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03218) vertaling: (Durfder geej ôp douwe)
komt voor: n
opm.: dav? twijfel subjectdubbeling 2.ev. pron. in ja/nee-vraag pronomina, clitic 'er' tussen subjectpronomina
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03218) vertaling: (Durfder geej ôp douwe)
komt voor: n
opm.: dav? twijfel subjectdubbeling 2.ev. pron. in ja/nee-vraag pronomina, clitic 'er' tussen subjectpronomina
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03218) vertaling: Durfdem uut te neudige
komt voor: n
opm.: dav?
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03218) vertaling: Durfdem uut te neudige
komt voor: n
opm.: dav?
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03218) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03218) vertaling: Keb 't um gegèève
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03218) vertaling: Keb 't um gegèève
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03218) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03218) vertaling: Marie (Mereej) hèt gezet da geej het geprobierd en liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03218) vertaling: Marie hèt gezèt da geej geprobiert hèt èn liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03218) vertaling: Marie hèt gezèt da geej geprobiert hèt èn liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03218) vertaling: Marie (Mereej) hèt gezet da geej het geprobierd en liedje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03218) vertaling: Marie hèt gezèt da geej geprobeert hèt eur en boek te gèève
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03218) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03218) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03218) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03218) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03218) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03218) vertaling: Die van de stad, die hebbe hier veul huus gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03218) vertaling: On de neeje vaort dor ziede gèn meens mèr
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03218) vertaling: Gister(en) is Jan hier gewè
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03218) vertaling: D'n dag da Jan baalde was ik nie tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03218) vertaling: Jef, daen zol ik nooit uutneudige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03218) vertaling: Marie, die zol nooit zoiets doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03218) vertaling: Marie, die zol nooit zoiets doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03218) vertaling: Marie, die zol zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03218) vertaling: Marie, die zol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03218) vertaling: Bert, die dreenkt wael is en glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03218) vertaling: Martha, die zol ik wael is beej mien tuus wille uutneudige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03218) vertaling: Da huus, da sok noojt wille koope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03218) vertaling: Da huus, da stet dor al fieftig jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 2
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 2
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 2
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 2
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 2
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 2
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03218) vertaling: Hèt Gunther gebaald?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03218) vertaling: Pas ôp
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03218) vertaling: 't Was mar naet genoeg (zat)
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03218) vertaling: Marjo het noow meer koewe dan ze vroeger (oest) hoj
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03218) vertaling: As Susanne hoj kunne kômme, dan hoj ze da gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03218) vertaling: Zeej is de beste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03218) vertaling: Vur ge iets wegsmiet motte (geej) efkes baelle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03218) vertaling: Hier is alles wak gekreege heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03218) vertaling: Jan is te seikerig um wa (iets) on zien kiender te gèève
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03218) vertaling: Asof geej wa (iets) van voetballe afwet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03218) vertaling: Da boek leg nèr
opm.: Zin k niet gebruikelijk
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03218) vertaling: Leg da boek nèr
opm.: Zin k niet gebruikelijk
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03218) vertaling: Leg da boek nèr
opm.: Zin k niet gebruikelijk
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03218) vertaling: Da boek leg nèr
opm.: Zin k niet gebruikelijk
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03218) vertaling: Agge aagt nie kunt wagte dan kôm mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03218) vertaling: Ik weet dat Jan d'n dokter hoj kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03218) vertaling: Ik weet da Jan d'n dokter kon geroepe hebbe
opm.: tweede volgorde niet gebruikelijk
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03218) vertaling: Ik weet da Jan d'n dokter geroepe kon hebbe
opm.: tweede volgorde niet gebruikelijk
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03218) vertaling: Ik weet da Jan d'n dokter geroepe kon hebbe
opm.: tweede volgorde niet gebruikelijk
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03218) vertaling: Ik weet da Jan d'n dokter kon geroepe hebbe
opm.: tweede volgorde niet gebruikelijk
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03218) vertaling: Heej zèèj da ik 't hoj motte doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03218) vertaling: Heej zèèj dat ik 't mos gedaon hebbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03218) vertaling: Heej is vurrige wèèk door dokter M. geoperiert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03218) vertaling: Heej wort maan dur dokter M (ge)operiert
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03218) vertaling: Ik deenk da ge veul zol motte weg smiete
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03218) vertaling: Ik deenk da ge veul zol motte weg smiete
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03218) vertaling: 't Is stôm om zoen duure dinge weg te smiete
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03218) vertaling: 't Is stôm om zoen duure dinge weg te smiete
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03218) vertaling: Heej is alle kepotte spulle on 't weg smiete
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03218) vertaling: Heej is alle kepotte spulle on 't weg smiete
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03218) vertaling: Heej is alle kepotte spulle weg on 't smiete
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03218) vertaling: Heej is alle kepotte spulle on 't weg smiete
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03218) vertaling: Heej is alle kepotte spulle weg on 't smiete
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03218) vertaling: Heej is alle kepotte spulle weg on 't smiete
positie: 1,2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03218) vertaling: Ik vien da ge diekker krant zol motte lèèze
positie: 1,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03218) vertaling: Ik vien da ge diekker krant zol motte lèèze
positie: 1,3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03218) vertaling: 't Is dôm um ien 't duuster krant te lèèze
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03218) vertaling: Heej is d'n heelen dag krant on 't lèèze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03218) vertaling: Heej is d'n heelen dag krant on 't lèèze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03218) fragment: dur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03218) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03218) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03218) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03218) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03218) vertaling: Robert het ennen gruunen appel afgegèève en noow hèt ie dur nog tweej rooje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03218) vertaling: D'r waore veul meense op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03218) vertaling: Waore d'r veul meense ôp 't feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03218) vertaling: Wafoen buuk hedde geej gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03218) vertaling: Wa hedde (geej) foen buuk gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03218) vertaling: Wa hedde (geej) foen buuk gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03218) vertaling: Wafoen buuk hedde geej gekocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03218) vertaling: Heej woont beej Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03218) vertaling: Heej wont beej Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03218) vertaling: Lôp efkes nor d'n bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03218) vertaling: Wie hedde gezien?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03218) vertaling: Wie hedde gezien?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03218) vertaling: Wie hedde geej gezien?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03218) vertaling: Wie hedde geej gezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03218) vertaling: Wie hèt oow gezien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03218) vertaling: Hoj ik da geweete, dan hoj ik da nie gedaon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03218) vertaling: Hok da ..., dan hok da ...
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03218) vertaling: Hok da ..., dan hok da ...
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03218) vertaling: Hoj ik da geweete, dan hoj ik da nie gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03218) vertaling: 't Sol bèèter zien um nog èfkes te wagte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03218) vertaling: Gelukkig hoj Jan d'n dokter gebaald aen die (daen) was d'r al heel gaw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03218) vertaling: Loop noow tog doer, vervèèlende jonge
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03218) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03218) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03218) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03218) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaar[meta] [k] L119p[/k][h]204 [/h] [i] 206 [/i] [vw] MG [/vw][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=018] Vertaal. Ze weet niet dat Marie gisteren gestorven is. [/v] sound
informant [a] Ze wit nie da Marie gisteren gestorvenis. [/a]

gestorven is
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook veur. Ze wit nie da Marie gisteren is gestorve. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=025] Vertaal. Niemand heeft dit ooit gewild of gekund. [/v] sound
informant [a] Niemand hette ooit gewild of gekund. [/a]

het te
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Niemand hettit ooit gewillen of gekund. [/v]

het t it
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=026] Vertaal int plat. Jan had et hele brood wel willen opete. [/v]

in t
sound
informant [a] Jan hette hele brood wel op willen ete. [/a]

het te
tagging sound
hulpinterviewer [v=027] Vertaal innet plat. Vertel maar niet wie zij had kunne roepe. [/v]

in n et
sound
informant [a] Vertelt mar nie wie ze ha kanne roepe. tagging sound
hulpinterviewer [v=035] Vertaal. Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/v] sound
informant [a] Jan herinnert zich da verhaal wel ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dizze zin ook ver. Jan herinnert zieneige da verhaal wel. [/v]

zien eigen
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=038] Vertaal. De timmerman heeft geen spijkers bij zich. [/v] sound
informant [a] De timmerman het gin spijkers bie zich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. De timmerman het gin nagels bijem. [/v]

bij em
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=040] Vertaal. Erik liet mij voor zich werken. [/v] sound
informant [a] Erik die leet mij ver zich werke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Erik liet mien ver zich werke.[/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Erik liet mien ver em arbeie. [/v] sound
informant [a=j] Da komt ook ver ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=041] Vertaal. Johanna liet zich meedrijven op de golven. [/v] sound
informant [a] Johanna liet zich meedrijvenop de golven. [/a]

meedrijve n op
tagging sound
hulpinterviewer [a] Metdrijve denk ik. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Johanna liet eur metdrijve op de golven. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja da kan ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=042] Vertaal. Toon bekeek zichzelf een goed in de spiegel. [/v] sound
hulpinterviewer [a] toon bekeek zieneigen eens goed in de spiegel ja [/a]

zien eigen
tagging sound
hulpinterviewer [v=043] Vertaal. Jan heeft in twee minuten een biertje gedronke. [/v] sound
informant [a] Jan het in twee minuten zen bier op. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=044] Vertaal. Deze schoenen lope gemakkelijk. [/v] sound
informant [a] Dees schoen lope gemakkelijk. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=045] Vertaal. Eduard kent zichzelf goed. [/v] sound
informant [a] eduard kent zieneige goed [/a]

zien eige
tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Vertaal. Ward heeft gehoord datter foto's van zichzelf in de etalage staan. [/v]

dat er
sound
hulpinterviewer [a] Ward het geheurd datter foto's van zien eige in de etalage stoon. Is da goed. [/a]

dat er
sound
informant [a] Ja das goed. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook veur. Ward het geherd datter foto's van zien eige in de etalage stoon. [/v]

dat er
sound
hulpinterviewer [v=047] Vertaal. Die aardappelen schille niet gemakkelijk. [/v] [a=j] zie vorige vraag sound
informant [a] Die erpelen schille nie gemakkelijk. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Die erpels schille zich nie gemakkelijk. [/v] tagging sound
informant [a=j] Kan ook ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=048] Vertaal. De sneeuw smelt in de zon. [/v] sound
informant [a] De sneeuw smelt in de zon. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=053] Vertaal. Als ik zuinig leef leef ik zoals mijn ouders wille. [/v] sound
informant [a] As ik zuinig lèf lèf ik zoas min ouders wille. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=055] Vertaal. Als hij nog drie jaar leeft leeft hij langer dan zijn vader. [/v] sound
informant [a] As he nog drie jaar lèft dan lèftie nog langer as zin vader. [/a]

lèft ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=057] Vertaal. Als zij zo gevaarlijk leeft leeft ze niet lang meer.[/v] sound
informant [a] Asse zo gevaarlijk lèft dan lèfse nie lang meer. [/a]

as se lèf se
tagging sound
hulpinterviewer [v=059] Vertaal. Als het nu nog leeft dan leeft et morgen ook nog. [/v] sound
hulpinterviewer [a] As et nu nog lèft dan [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] dan lèft et maan ook nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=061] Vertaal. Als jullie zo losbandig leve dan leve jullie nooit zo lang als ik. [/v] sound
informant [a] As gellie zo losbandig lèft dan lèfde nie zo lang as ik. [/a]

lèf de
tagging sound
hulpinterviewer [v=063] Vertaal. Als ze voor hun werk leve dan leve ze niet voor hun kindere. [/v] sound
informant [a] Asse ver hun werk lève lève ze nie ver er kiender.[/a]

as se
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Assillie verer werk lève dan lève zillie nie verer kiender. [/v]

as sillie ver er
sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=067] Vertaal. Als Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog.[/v] sound
informant [a] As Rudy nog lèft lèf Leo ook nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=068] Vertaal. Als je gezond leeft dan leef je langer. [/v] sound
informant [a] Agge gezond lèft dan lèfde langer. [/a]

a ge lef de
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Agge gezond lèft dan lèfdegie langer. [/v]

ag ge lèf de gie
sound
hulpinterviewer [v=069] Vertaal. Als er zo weinig mensen van de landbouw leve dan leven er veel mensen van werk in de fabriek. [/v] sound
informant [a] Aster zo weinig mensen van de landbouw lève dan lève der veel mensen van de fabriek. [/a]

as ter
tagging sound
hulpinterviewer [v=070] Vertaal. Als Pieter en Liesje in het paradijs leve dan leve Rosa en Frans in de hel. [/v] sound
informant kwaad op in wellicht interessant sound
hulpinterviewer [v=071] Vertaal. Als we sober leven leve we gelukkig. [/v] sound
informant [a] As we sober lève dan lève we gelukkig. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. Als we arm leve leve we gelukkig. [/v] sound
informant [a] As we arm lève lève we gelukkig. [/a] sound
hulpinterviewer [v=072] Vertaal. Leef wat gezonder Jan. [/v] sound
informant [a] Lèf wa gezonder Jan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=073] Vertaal. Leef wat minder bekrompen kinderen. [/v] sound
informant [a] Lèf wat minder bekrompen kiender. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=132] Vertaal. Ik denk dat Marie hem zal moete roepe. [/v] sound
informant [a] Ik denk da Mariejem zal motte roepe. [/a]

marie em
tagging sound
hulpinterviewer [v=188] Vertaal. Heb je genoeg mensen om hooi van et land te halen. [/v] sound
informant [a] Hedde genoeg mensen em et hooi van et land te haole. [/a]

he de
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Hedde genoeg mensen ver hooi van et land te haole. [/v]

he de
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=189] Vertaal. Het was aardig van Jan om te kome werke. [/v] sound
informant [a] Et was aardig van Jan em te komme werke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Twas aardig van Jan te komme werke. [/v]

t was
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=190] Vertaal. Deze ton is zwaar om te drage. [/v] sound
informant [a] Dees ton is zwaar em te drage. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Dees ton is zwaar te drage.[/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Of komt deze zin ook voor. Dees ton is zwaar drage.[/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=198] Vertaal. Hij kan staan zeure. [/v] sound
informant [a] Hij kan ston te knoje.[/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Hij kan ston te zemmele. [/v] sound
informant [a=j] Ja ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=199] Vertaal. Hij staat te zeure. [/v] sound
informant [a] He stitte knoje. [/a]

stit te
tagging sound
hulpinterviewer [v=200] Vertaal. Toen we aankwame regende het. [/v] sound
informant [a] Toen we ankwame regendenhet. [/a]

regende n het
tagging sound
hulpinterviewer [v=215] Vertaal. 'k geloof dat ik groter ben dan hij. [/v] sound
informant [a] Ik geleuf dak groter zin as he. [/a]

da k
tagging sound
hulpinterviewer [v=216] Vertaal. Ze gelooft dat jij eerder thuis bent dan ik. [/v] sound
informant [a] Ze geleuft daggie eerder thuis zin as ik. [/a]

da gie
tagging sound
hulpinterviewer [v=217] Vertaal. Je gelooft toch niet dat hij sterker is dan jij. [/v] sound
informant [a] Gegleuft toch nie dattie sterker is as gij. [a/]

ge gleuft dat ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=218] Vertaal. Ze geloven dat wij rijker zijn dan zij. [/v] sound
informant [a] Ze geleuve da wie rijker zien as zij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=219] Vertaal. We geloven dat jullie niet zo slim zijn als wij. [/v] sound
informant [a] We geleuve da gellie nie zo slim ziet as wij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=220] Vertaal. Jullie gelove toch niet dat zij armer zijn dan jullie. [/v] sound
informant [a] Gellie geleuft toch nie da sellie armer zien as wij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] dan jullie. [/v] sound
informant [a] dan gellie. [/a] sound
informant [a] Gellie geleuft toch nie da sellie armer zie as gellie. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Gellie geleuft toch nie dat hun armer zien dan gellie. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=221] Vertaal. U gelooft dat Lisa even mooi is als Anna. [/v] sound
informant [a] Ge geleuft da Lisa even mooi is as Anna. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=222] Vertaal. Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn dan Geert en Peter. [/v] sound
informant [a] Ge geleuft da Louis en Jan sterker is as Peter en Jan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=249] Vertaal. De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is stond achter mij. [/v] sound
informant [a] De jongen wodde moeder gisteren van getrouwd is stond achter mien. [/a]

wo de
tagging sound
hulpinterviewer [v=250] Vertaal. De bank waar ze op zate was pas geverfd. [/v] sound
informant [a] De bank wosse op zate was pas geverfd. [/a]

wo se
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ok ver. De bank wodasse op zote was net geverfd. [/a]

wo da se
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=259] Vertaal. Wie geld heeft moet mij maar wat geve. [/v] sound
informant [a] Wie geld het moet min maar wa gève. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Die geld het mot mie maar wat gève. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=267] Vertaal. Hij heeft zijn handen gewasse. [/v] sound
informant [a] He het zie hand gewasse. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Hij het zich de hand gewasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=268] Vertaal. Hij heeft zijn hemd gewassen. [/v] sound
informant [a] He het zien hemd gewasse. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. He het zich et hemd gewasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja.[/a] sound
hulpinterviewer [v=271] Vertaal. Hij heeft zen beek gebroke. [/v] sound
informant [a] He het zien been gebroke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. He het zich zien been gebroke. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=273] Vertaal. Marie trok de deken naar zich toe. [/v] sound
informant [a] Marie trok de deken no zich toe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Marie trok de deken norrer toe. [/v]

nor er
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=339] Vertaal. Niemand mag et zien dus ik vind dat jij et ook niet mag zien. [/v] sound
informant [a] Niemand mag et zien ik vin daggij et ook nie mag zien. [/a]

da gij
sound
hulpinterviewer [v] Niemand mag et zien dus ik vind dat jij et ook niet zien mag. [/v] sound
commentaarvraag niet beantwoord, zie nagesprek  sound
hulpinterviewer [v=370] Vertaal. Dat is de man die ze geroepe hebbe. [/v] sound
informant [a] Daddis de man wie ze geroepe hebbe. [/a]

dad is
tagging sound
hulpinterviewer [v=371] Vertaal. Dat is de man die et verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Daddis den kerl die et verhaal het verteld. [/a]

dad is
tagging sound
hulpinterviewer [v=372] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat et verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Daddis den kerl wie ik denk wie et verhaal het verteld. [/a]

dad is
tagging sound
hulpinterviewer [v=373] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat ze geroepe hebbe. [/v] sound
informant [a] Daddis den kerl wie ik denk wiese geroepen hebbe. [/a]

dad is
tagging sound
hulpinterviewer [v=397] Vertaal. 't Schijnt dat ze niets mag ete. [/v] sound
informant [a] Et schient dasse niks mag ète. [/a]

das se
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Schient dasse niks mag ète. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=403] Vertaal. Et lijkt wel of er iemand in de tuin staat. [/v] sound
informant [a] Et liekt wel of ter iemend in den tuin stit. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Et liekt wel of iemend in den hof stet. tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=520] Vertaal. Wat voor boeken heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Waffen buuk heddegij gekocht. [/a]

wa fen
tagging sound
hulpinterviewer [v=526] Vertaal. Wie heeft je op de kermis gezien. [/v] sound
informant [a] Wie heddoew op de kermis gezie.[/a]

he doew
tagging sound
hulpinterviewer [v=036] Kiek nor et plaatje. Marie en Piet wieze no[/v] sound
informant [a] Die wieze no mekaar. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=037] Kiek norret plaatje. Toon west. [/v]

nor et
sound
informant [a] Toon west zich in en kuip mi lauw water. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=039] Kiek no et plaatje. Fons zag een slang nevve. [/v] sound
informant [a] Nevve zien op de bank zitte. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ook ver. Fons zag een slang nevvenem. [/v]

nevven em
tagging sound
informant [a=j] Ja die komt ook ver. [/a] sound
hulpinterviewer [v=006] Komt dees zin ver in ons dialect. Gisteren wandeldiede door et park. [/v] sound
informant [a] Gisteren wandelde hij der et park. [/a] tagging sound
informant [a=n] Gisteren wandelde die der et wald. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=022] Komt dees zin ver in oew dialect. Er wil niemand niet danse. [/v] sound
informant [a=n] Da klinkt toch nie. Zo zegde da toch nie. [/a]

zeg de
sound
hulpinterviewer [v] Stel dagge driehonderderd danslustigen het. [/v]

da ge
sound
hulpinterviewer [v] Die wille allemaal danse. Alle driehonderd. Kunne wie dan zegge der wil niemand nie danse. [/v] sound
informant [a] Der wil niemand danse. Niemand. [/a] sound
informant [a=j] Der wil niemand nie danse. Ja ja da klopt. tagging sound
hulpinterviewer [v] Kende ook zegge wa da nou precies betekent. [/v]

ken de
sound
informant [a] Ja detter bijvoorbeeld heel veel zien en detter niemand danst. [/a]

det er
sound
hulpinterviewer [v=023] Komt dees zin ver in oew dialect. Els wil niet danse en ze wil niet zinge ook niet. [/v] sound
informant [a=j] Els wil nie danse en zinge wil ze ook nie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=087] Komt dees zin in oew dialect ver. Eddy moet kunnen vroeg opstaan. [/v] sound
informant [a=n] Eddy moet vroeg kunnen opsto. [/a] sound
hulpinterviewer [v=137] Komt dees zin ver in oew dialect. Hij wil geen soep niet meer ete niet. [/v] sound
informant [a] Hij wil geen soep meer ete. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Die komt zo nie ver. [/a] sound
hulpinterviewer [v=140] Komt dees zin ver in oew dialect. Zitte hier nergens geen muizen. [/v] sound
informant [a=j] Ja da zegge wie wel eens. Zitte hier nerges gin muus. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=146] Komt dees zin ver in ons dialect. Hij spreekt niet goed geen Frans. [/v] sound
informant [a=n] Ik vin dettie vraag nie klinkt nee. [/a]

det tie
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal et maar eens. [/v] sound
informant [a] He prot gin goed Frans. [/a] sound
hulpinterviewer [v=148] Komt dees zin ver in ons dialect. Iedereen is geen vakman. [/v] sound
informant [a=j] Da kunne wij zegge ja. Iedereen is ginne vakman. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Wat beteikent et nou precies. [/v] sound
informant [a] Dat en ener et beter kan as den andere. [/a] sound
hulpinterviewer [v=149] Komt dees zin ver in ons dialect. Hij heeft overal geen vrienden. [/v] sound
informant [a] Hij het nerges gin vrienden. Zo zegge wij da. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Zeg even wat et betekent. [/v] sound
informant [a] Dettie nerges gin vrienden he. Dattet en einzelgänger is. [/a]

det tie dat et
sound
hulpinterviewer [v=260] Komt dees zin ver in ons dialect. Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a] Wie denkte wie ik in de stad gezien heb. [/a]

denk te
niet goed beantwoord. zie nagesprek. tagging sound
hulpinterviewer [v=262] Komt dees zin ver in ons dialect. Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Wie denkte wie ik in de stad ontmoet heb. [/a]

denk te
tagging sound
hulpinterviewer [v=265] Komt dees zin ver in ons dialect. Hoe denk je hoezet hebben opgelost. [/v]

hoe ze et
sound
informant [a=j] Hoe denkte dasset hebben opgelost. Ja zo zegge wij et wel. [/a]

da se
antwoord is misschien ja. dat in plaats van hoe. zie nagesprek. sound
hulpinterviewer [v=309] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik heb geen zin en voere de koeien. [/v] sound
informant [a=n] Wij zegge da toch wel anders. [/a] sound
informant [a] Ik heb gin zin em de koeien te voere. [/a] sound
hulpinterviewer [v=311] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik denk hij weg is. [/v] sound
informant [a=n] Ik denk dettie weg is. Zo zegge wij et. [/a]

det tie
sound
hulpinterviewer [v=312] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik heb em gisteren nog niet gezien dus ik zeg ik denk hij is weg. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
commentaar[meta] [k] L119p[/k][h]204 [/h] [i] 206 [/i] [vw] MG [/vw][/meta]  sound
informant [a] Ik denk dattie weg is. [/a]

dat tie
sound
hulpinterviewer [a=n] Dus in wezen zegge wij et nie. Wa hier zo gek stat da zegge wij nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=317] Komt dees zin ver in ons dialect. Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Marie aller koeien zien verdronke be de overstroming. [/a]

al er
tagging sound
hulpinterviewer [v=329] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik heb nog nooit iemand boos zien worde op deze jongen. Ik zeg ik geloof deze jongen vinde ze allemaal wel aardig. [/v] sound
informant [a=j] Ja die ken wel he die zin. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Ik zei dizze jongen vinde ze allemaal wel aardig. [/a] sound
hulpinterviewer [v=331] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik heb heel wat lope gedaan. [/v] sound
informant [a=n] Das kwats. Zo zegge wij da nie. [/a] sound
informant [a] Ik heb heel wa gelope zegge wij heir. [/a] sound
hulpinterviewer [v=353] Komt dees zin ver in ons dialect. Persoon a vraagt wil je nog koffie Jan. Jan antwoordt jaak. [/v] sound
informant [a=n] Nee jaak nie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Luste nog koffie Jan. Jan zit ja.

lust e
tagging sound
hulpinterviewer [v=355] Komt dees zin ver in ons dialect. Persoon a vraagt hebben ze gegete. Persoon b antwoordt jaanze. [/v] sound
informant [a=n] Nee die komt niet ver zo. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Hebbe ze al geète en da ander is kwats. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=364] Komt dees zin ver in ons dialect. Is hem dood. [/v] sound
informant [a=n] Nee komt nie ver zo. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Is hij dood. [/a] sound
hulpinterviewer [v=028] Komt dees zin ver in ons dialect. Vertel mij eens wie dat zij had kunne roepe. [/v] sound
informant [a] Vertelt min eens wie zij haj kunne roepe. Zo zegge wij et. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=029] Komt dees zin ver in ons dialect. Vertel mij een wie of zij had kunne roepe. [/v] sound
informant [a] Vertelt min eens wie ze eigenlijk haj kunne roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=030] Komt dees zin ver in ons dialect. Vertel mij eens wie of dat zij had kunne roepe. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Vertelt min eens wie zij haj kunne roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Geef de voorkeur aan van deze drie. [/v] sound
informant [a=g] Vertelt min eens wie ze haj kunne roepe. [/a] sound
informant [a=g] Dus een drie twee. [/v] sound
hulpinterviewer [v=296] Komt dees zin ver in ons dialect. Zou hij dat gedaan hebbe gekund. [/v] sound
informant [a=n] Das kwatsvraag. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Zol hij da kunne gedoon hebbe. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Zuwwe eens woord voor woord voor de lol. Zou hij da gedoon hebbe gekund. [/v]

zu we
sound
informant [a=n] Dan kan et nie. [/a] sound
informant [a] Zol hij et kunne gedoon hebbe dan wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=297] Komt dees zin ver in ons dialect. Zou hij dat gedaan gekund hebbe. [/v] sound
informant [a=n] Zo hie et kunne gedoon hebbe. Wij zegge et nie zo. [/a] sound
hulpinterviewer [v=305] Komt dees zin ver in ons dialect. Zou hij dat doen gekund hebbe. [/v] sound
informant [a=n] Nee de komt niet ver bij ons. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [a] Kunne we ook wel vertale maar dan komde nergens. [/a]

kom de
sound
informant [a] Nee da kan nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Geef je mening over wat er wel mogelijk is en wat niet. [/v] sound
informant [a=g] Zollie da kunne gedoon hebbe. Ja. [/a] tagging sound
informant [a=g] De eerste ging wel. [/a] sound
hulpinterviewer [a=g] Alle drie op de mesthoop. [/a] sound
hulpinterviewer [v=347] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik weet dattie is gon zwemme. [/v]

dat ie
tagging sound
informant [a=j] Ja de komt ver ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=350] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik weet dattie gon zwemmenis. [/v]

dat ie zwemmen is
tagging sound
informant [a=j] Da kan ook ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=351] Komt tenslotte dees zin ver in ons dialect. Ik weet dat he zwemmenis gaan. [/v]

zwemmen is
sound
informant [a=n] Gaan nie da moeter nie bij. [/a]

moet er
sound
hulpinterviewer [v] Welk is de meest gebruikelijke. [/v] sound
informant [a=g] Die erst. [/a] sound
hulpinterviewer [v=351] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik weet dat he zwemmenis gegoon. [/v]

zwemmen is
sound
informant [a=n] Nee. Ik weet dattie is gon zwemme. [/a]

dat ie
sound
informant [a=g] Ik weet dattie gon zwemmenis. [/a]

zwemmen is
sound
hulpinterviewer [v=495] Kome dees zinnen ver in ons dialect. Ik denk dagge veel weg zolt motte smiete. [/v]

da ge
tagging sound
informant [a=j] Ja da zegge wij wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Ik denk dagge veel zolt weg motte smiete. [/v]

da ge
tagging sound
informant [a=j] Kan ook ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Ik denk dagge veel zolt motte wegsmiete. [/v]

da ge
tagging sound
informant [a=j] Die kunne alledrie emme. [/a] emme is zoiets als he vind je ook niet. sound
hulpinterviewer [v] Wat is de meest gebruikelijke zin. [/v] sound
informant [a=g] Ik denk dagge veel weg mot smiete. Da is ver min op nummer ein. [/a] sound
hulpinterviewer [v=075] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik vien dat iedereen mot kunne zwemme. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=077] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik vien dat iedereen mot zwemme kunne. [/v] sound
informant [a=n] Nee zo zegge wij da nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=080] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik vien dat iedereen kunne zwemme mot. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=082] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik vien dat iedereen zwemme kunne mot. [/v] sound
informant [a=n] Nee ook nie. Da klinkt helemaal nie. [a] sound
hulpinterviewer [v=084] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik vien dat iedereen zwemme mot kunne. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja da wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=086] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik weet dat Eddy maan wil brood ète.[/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=088] Komt dees zin ver innet dialect. Ik weet dat Jan mot een nieuwe schuur bouwe. [/v] sound
veldwerker in n et sound
informant [a=n] Zo zegge wij da nie precies. Ik weet da Jan een nieuwe schuur moet bouwe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=093] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik vien dat Marie mot nor Jef belle. [/av sound
informant [a=n] Nee da vink ook nie klinke. [/a]

vin k
sound
hulpinterviewer [v=102] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik weet dat Jan mot jammer genoeg vertrekke. [/v] sound
informant [a=n] Nee zo nie nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=107] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik weet da Hans mag nie kome. [/v] sound
informant [a=n] Nee zo zegge wij da nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=114] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik weet dat Jan wel varkens kope. [/v] sound
informant [a=n] Nee ook nie nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=154] Komt dees zin ver in ons dialect. Boeken het Jan drie. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
informant [a] Jan he drie buuk. [/a] sound
hulpinterviewer [v=156] Komt dees zin ver in ons dialect. Jan wet dattie vor drie uur de wagen mot hebbe gemakt. [/v]

dat ie
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=157] Komt dees zin ver in ons dialect. Jan wet dattie vor drie uur de wagen mot gemakt hebbe. [/v]

dat ie
tagging sound
informant [a=j] Ook ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=160] Komt dees zin ver in ons dialect. Jan wet dattie vor drie uur de wagen gemakt mot hebbe. [/ve

dat ie
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=161] Komt dees zin ver in ons dialect. Jan wet dattie ver drie uur de wagen gemakt hebbe mot. [/v]

dat ie
tagging sound
informant [a=j] Gemakt hebbe moet. Ja da kunne wij ook wel eens zegge zo. [/a] sound
hulpinterviewer [v=227] Komt dees zin ver in ons dialect. Persoon A vraagt Hij slept. Persoon B antwoordt Hij duut. [/v] sound
informant [a] Hij duut slaope. [/a] sound
informant [a=n] Nee dan nie nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=228] Komt dees vraag ver in ons dialect. Persoon A vraagt hij slept. Persoon B antwoordt 't duut. sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=243] Komt deze zin voor in ons dialect. Persoon A vraagt sleptie. Persoon B antwoordt ie duut. [/v]

slept ie
sound
informant [a=n] Ie duut. Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] Komt dees zin ver innet dialect.

in et
sound
informant [a=n] Zo zegge wij et nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt dees zin ver innet dialect. De kiender doen hier nie voetballe. [/v]

in n et
tagging sound
informant [a=j] Ja da zegge wij wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v] En dees zin innet dialect. Brande duut de lamp nie meer. [/v]

in et
sound
informant [a=j] Ja da zegge wij ook. Brande duut de lamp nie meer. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=246] Komt dees zin ver in oew dialect. Duut Marie iederenavond danse. [/v]

iedere avond
tagging sound
informant [a=j] Ja da kan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=247] Komt dees zin ver in je dialect. Doe et brood even sneeje. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=248] Komt deze zin voor innet dialect. Ik doe wel even de keumkes afwasse. [/v]

in et
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=319] Komt dees zin ver innet dialect. Dit denk ik niejan. [/v]

in et nie an
sound
informant [a=n] Da denk ik niejan. Zo zegge wij et en anders nie he. [/a]

nie an
sound
hulpinterviewer [v=321] Komt dees zin ver in ons dialect. Dan arige jong zie ik me nor de markt gewexx.[/v] sound
informant [a=j] Dxx aorige jong zie ik me nor de markt gewei. Ja da zegge wij wel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=322] Komt dees zin ver in ons dialect. Ik heb al de erste drie sommen gemakt. De welke heddegie gemakt.

he de gie
sound
informant [a=n] Nee das nie goed. [/a]

da s
sound
informant [a] Welke hedde gemakt wel. Maar nie de welke. [/a]

hed de
sound
hulpinterviewer [v=323] Komt dees zin ver in ons dialect. De waffer heddegie al weggebrocht. [/v]

wa fer he de gie
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=387] Komt dees zin ver in ons dialect. Wanneer zal de wereldvrede komme. Nooit nie. [/v] sound
informant [a=j] Nooit nie wel da zegge wij wel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=459] Komt dees zin ver in ons dialect. Hij het den bal gesmete in de mand. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja de kan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=485] Komt dees zin ver in ons dialect. Zal ik koke. Da doe maar. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja de komt ver ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=486] Komt dees zin ver in ons dialect. Da boek beloof mien dagge nooit meer zult verstoppe. [/v]

da ge
sound
informant [a=n] Ik vien et kletskoek nie. Zo zegge wij et nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=487] Komt dees zin ver in ons dialect. Wat zeg mien dagge gekocht het. [/v]

da ge
sound
informant [a=n] Zo zegge wij et nie nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=512] Komt dees zin ver in ons dialect. Zon ding en heb ik nog nooit gezie. [/v] sound
informant [a=n] Et liekt wel op et ons wat we zegge. Zen dingen. Maar da is et nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=515] Komt dees vraag in ons dialect ver. Gij ziet ook enne rare inne. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
informant [a]De laatste woord nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=530] Komt dees zin ver in ons dialect. Marie zei dagge Piet een boek hebt probere te verkope. [/v]

da ge
tagging sound
informant [a=j] Da wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=531] Komt dees zin ver in ons dialect. Wim doocht daddik Els geprobeerd haj een cadeau te gève. [/v]

dad ik
volgorde anders. zie nagesprek. sound
informant [a=n] Nee ik vin en beetje raar klinke. [/a] sound
hulpinterviewer [v=532] Komt dees zin ver in ons dialect. Karel wit dat gie hebt geprobierd Marie en boek te verkope. [/v] tagging sound
informant [a=n] Die klinkt ook raar. [/a] sound
informant [a=j] As ik et zo heur wel. [/a] toch denk ik dat eerste indruk telt. dus a=n sound
hulpinterviewer [n] [v=198] Kunt u eens vertale. Hij kan staan zeure. [/v] sound
informant [a] Hij kan ston te knoje. [/a] sound
hulpinterviewer [v] En kunt u ook te weglate. Dus zegge hij kan staan knoje. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=339] Vertaalt u nog eens. Niemand mag et zien dus ik vind dat jij et ook niet mag zien. [/v] sound
informant [a] Niemand mag et zien en ik ving daggij et ook nie meg zien. [/a]

da gij
tagging sound
hulpinterviewer [v] En u kunt ook vertale. Niemand mag et zien dus ik vind dat jij et ook niet zien mag. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja da kan. [/a] sound
hulpinterviewer [v] U vindt die eerste beter of deze laatste beter. [/v] sound
informant [a] Dan krijg je megt. [/a] sound
informant [a=g] Allebei goed. [/a] toch kwam de eerste variant twee maal spontaan. sound
hulpinterviewer [v=370] Vertaalt u eens. Dat is de man die ze geroepen hebben. [/v] sound
hulpinterviewer [v] U zegt wie en kunt u ook zegge die. [/v] sound
informant [a] Wij doen praktisch altijd wie. In alles. [/a] tagging sound
informant [a] Da mens wie ik goed ken. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=260] Vertaalt u nog eens. Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a] Die ik in de stad gezien. Maar nie wat. [/a] sound
informant [a=n] Wa klinkt da raar. [/a] sound
informant [a] Wie denkte wie. [/a]

denk te
sound
informant [a=j] Wa denktegij die ik in de stad ontmoet heb. [/a]

denk te gij
geen natuurlijke spraak volgens mij. wel wie denk je wie. tagging sound
hulpinterviewer [v=265] Kunt u nog eens vertale. Hoe denk je hoe ze et hebbe opgelost. [/v] sound
informant [a] Hoe denkte dasset hebbe opgelost. [/a]

da se t
sound
hulpinterviewer [v] En kun je ook zegge. Hoe denk je hoe ze et hebbe opgelost. [/v] sound
informant [a=j] Hoe denkte hoeset hebbe opgelost. Ja da kan wel. Hoe denkte dasset hebbe opgelost. [/a]

hoe se t denk te da se
toch op het eind wordt er overgeschakeld naar dat. tagging sound
hulpinterviewer [v=028] Daar hebbe we drie zinnetjes gehad. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Vertel mij eens wie dat zij had kunne roepe. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Die kwam in ieder geval voor. Maar die ene zin. Vertel mij eens wie of zij had kunne roepe. Komtie ook voor. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] En kunt u ook zegge dan. Vertel mij eens wie of dat ze had kunne roepe. [/v] sound
informant [a=j] Vertelt me eens wie of dasse haj kunne roepe. Ja kan ook. [/a]

da se
tagging sound
hulpinterviewer [v] En welke van die drie vindt u nou de beste. [/v] sound
informant [a=g] Wie of dat. [/a] sound
hulpinterviewer [v] En dan de eerste zin. Vertel mij eens wie dat ze haj kunne roepe. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Komt ook vaak voor of komt ook deze zin vertel mij eens wie of ze had kunne roepe. Komt die vaker voor. [/v] sound
informant [a=n] Nee dan de eerste. [/a] volgorde dus drie een twee. sound
hulpinterviewer [v=531] Wim dacht dat ik Els had geprobeerd een cadeau te geve. [/v] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt die zin voor. [/v] sound
informant [a=n] Klinkt en beetje onwerkelijk. [/a] sound
informant [a=j] Ja et zou kunne toch wel he. [/a] eerste indruk was raar sound
hulpinterviewer [v=885] Alle vormen van het werkwoord gaan. [/v] sound
informant [a] Ik gao gij got hij git wij gon tagging sound
informant [a] jullie gon zij gon Jan git maan gojik

go ik
tagging sound
informant maan goddege maan git hij morgen geit Jan

go de ge
tagging sound
informant maan gon we maan goddegillie maan gon ze gon zillie. [/a]

go de gillie
sound
hulpinterviewer [v=042] Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. Is zien eige xxx [/v] sound
informant [a] jan bekeek zieneige eens goed in de spiegel [/a]

zieneige
sound
hulpinterviewer [v=043] Jan heeft in twee minuten een biertje gedronke. Kan dat zo voorkome. [/v] sound
informant [a=j] Jan het in twee minuten een pilsje gedronke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Ward heeft gehoord datter foto's van zichzelf in de etalage staan. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Kunt u dar zegge Ward heeft gehoord datter foto's van zien in de etalage staan. [/v] sound
informant [a=n] van zichzelf van zieneige [/a]

zien eige
tagging sound
hulpinterviewer [/v] Als je zegt van zien gaat et dan over iemand anders. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland komt voor : j
245 De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen 1 invullen bij ANTWOORD 1; 2 invullen bij ANTWOORD 2 komt voor (1) : n
komt voor (2): j
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : j
vorm: de jongen zijn moeder
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : j
vorm: die zijn
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : j
vorm: waarvan sien moeder
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: waarop ze zaten
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: doar se op ze zaten
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: dat ze op zaten
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: daarop ze zaten
267 Hij heeft zijn handen gewassen als zonder reflexief vertaald, vragen of de variant met 'zich' ook kan voorkomen. Varianten opnemen als 'komt voor'-vragen. Als 'zich' voorkomt dan 'zijn handen' en 'de handen' afvragen. vorm: hij het sien hand gewassen
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : j
opmerking: sporadisch
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) vorm: geen een
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. komt voor : n
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt. komt voor : n
610 We konden nergens niet zitten in die volle zaal Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
611 We zullen nooit niet winnen van de sterkste man. Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
612 Ik heb niks niet gezien want ik sliep Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
613 Ik heb geen enkel boek niet gekocht want m'n geld was op Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
614 Jan rookt niet meer (VERTAAL) Vertaling bij VORM vorm: jan die smookt niet meer
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. vorm: hij kan da eigens nog nie oplossen
730 Hoe laat is dat eigenlijk? vorm: hoe loat is da eigenlijk
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wie
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wij
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). vorm: wette gij
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: wette gij
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: dage
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: bent
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. vorm: zellie
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. vorm: elkaar
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) vorm: bij mekaar
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) vorm: bij sien
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : n
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : n
vorm: daar die kast
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : n
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
vorm: d'r
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : n
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM vorm: ajge leeft
zin: moeten doorleven
751 Asse ze denken datte ze moeten gaan, dan gane ze maar (KOMT VOOR + VERTAAL). komt voor : n
752 An ze denken dan ze moeten gaan, gaan ze maar komt voor : n
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) vorm: als iederen
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) vorm: asn
755 Asse we horen datte we moeten gaan, gane we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
756 An we horen dan we moeten gaan, gaan we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
760 Asse jullie horen datte jullie nodig zijn, gane jullie meteen. komt voor : n
761 An jullie horen dan jullie nodig zijn, gaan jullie meteen. komt voor : n
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ik goij
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goh k
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gij wilt goan
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gode
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: jij wilt goan
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: goa jij
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hij geht
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geht e
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ze geht
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geht se
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: t geht
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geht t
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: we goan
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goan we
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gellie goat
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goade gellie
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: se goan
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goan se
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM vorm: gaat gauw weg
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ik ging
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingde gellie
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingde gij
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gij gingt
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging ik
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gij gingt
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging hij
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hij ging
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingde gij
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: sij ging
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging t nie
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: t gong
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging se
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: wij ginge
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: ginge zij
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gellie gingt
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge wij
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: se gonge
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gonge se
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
vorm: wie d'r aan de deur was
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : n
vorm: wie ik denk wie
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
vorm: mag zien
opmerking: ik vin dat de foto mag zien/mot kunnen zien
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
vorm: mot kunnen zien
opmerking: ik vin dat de foto mag zien/mot kunnen zien
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : j
vorm: aan het wegsmieten kan ook
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : n
opmerking: inf interpreteerde de zin alsof er zittend werk staat. uiteindelijk wel de goede vertaling gekregen denk ik.
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : n
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : j
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : j
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : n
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
vorm: gesmookt
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : n
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : n
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : j
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : n
vorm: sie
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: sich
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: z'n eigen
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM vorm: z'n eigen
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM vorm: z'n eigen
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM vorm: naar sien toe