SAND-data Herwen (L079p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03217) vertaling: Jan herinnert zieg (of ziech) da verhaal nog wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03217) vertaling: Marie en Piet zien mekaar vur de kêrk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03217) vertaling: Toon wist zieg
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03217) vertaling: De timmerman het geen spiekers bij zieg
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03217) vertaling: Fons zag een slang nêve zieg
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03217) vertaling: Erik liet mien veur zieg werke
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03217) vertaling: Johanna liet zieg mêt dreiven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03217) vertaling: Toon bekeek zien eigen 'ns goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03217) vertaling: Jan hêt ien twee minuuten 'n bierke gedronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03217) vertaling: Deze schoen lope gemekkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03217) vertaling: Eduard kênt zien eige goed
opm.: reflexief: zien eige
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03217) vertaling: Ward hêt gehurd dat 'r foto's van um eiges ien de etalage ston
opm.: reflexief: hem eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03217) vertaling: Die êrappels schêllen niet gemekkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03217) vertaling: Dit glas geet kapot as 't op de grond vilt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03217) vertaling: Dokter, lêêf ik wel goed gezond?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03217) vertaling: Al jaoren lêêft ie al van de erfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03217) vertaling: Disse wêêk lêêft zi'j op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03217) vertaling: Leeft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03217) vertaling: Hoelang lêven gillie now al van die erfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03217) vertaling: Ien Bretagne lêven ze vurral van 't visvangen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03217) vertaling: Nö 't êten gô'k slaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03217) vertaling: Zô'k da wel kunnen doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03217) vertaling: Hi'j liet zien huus afbrêke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03217) vertaling: Ik wit dat Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03217) vertaling: Ik wit dat Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03217) vertaling: Ik wit dat Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 3
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 3
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03217) vertaling: Jan hêt geen één boek mêr
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03217) vertaling: Jan het gin boek mêr
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03217) vertaling: Boeken hêt Jan nie(t)
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03217) vertaling: Jan hêt niet veul geld mêr
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03217) vertaling: D'r mag gin mins praaten owwer disse heisa
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03217) vertaling: D'r mag geen mins praoten owwer disse heisa
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03217) vertaling: Gin mins zeit dat ie kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03217) vertaling: Zitten hier urges muus?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03217) vertaling: Ik gif niks an 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03217) vertaling: Gin mins wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03217) vertaling: Wi'j wisten nie(t) dat ie thuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03217) vertaling: Ik wis 't ôk nie(t)
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03217) vertaling: Hi'j mag mêt gin mins praote owwer die heisa
000 (x05opm) (inf. 03217) opm. inf.: ipv 'heisa' ook 'poppekast', 'geval', 'veurval'
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03217) vertaling: Jan wit dat ie vur drie uur de wage mot hêmme gemak
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03217) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03217) vertaling: Marie eur auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03217) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03217) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03217) vertaling: De auto van die man is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03217) vertaling: Die man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03217) vertaling: Die auto is niet van mien, mar van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03217) vertaling: De krant van gistere leit onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03217) vertaling: Jan is een bruureke van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03217) vertaling: De fietsen van die jonges zien gestölen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03217) vertaling: De moeder van die zusters is op bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03217) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03217) vertaling: Die fiets is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03217) vertaling: Hij mag met gin mins praote owwer dat geval
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03217) vertaling: Ik wil gin mins te nao komme
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03217) vertaling: Het is jammer da wi'j nie meuge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03217) vertaling: Dat doe'k niet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03217) vertaling: Ik hê nie gewerk
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03217) vertaling: Nog mar net had ie 't vertëld of Marie begon te schreien
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03217) vertaling: Got die bestëlling now mor ophale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03217) vertaling: Hi'j werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03217) vertaling: Ik wil niet hëmme da'j hier kom
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03217) vertaling: Jan wil nie hëmme da we Marie belde
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03217) komt voor: n
fragment: um (1)
opm.: dav
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03217) komt voor: n
fragment: um (1)
opm.: dav
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03217) komt voor: n
fragment: (2)
opm.: dav
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03217) komt voor: n
fragment: um (1)
opm.: dav
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03217) komt voor: n
fragment: (2)
opm.: dav
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03217) komt voor: n
fragment: (2)
opm.: dav
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03217) komt voor: j
fragment: um te kunne (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03217) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03217) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03217) komt voor: j
fragment: um te kunne (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03217) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03217) komt voor: j
fragment: um te kunne (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03217) komt voor: n
fragment: dan (2)
opm.: dav
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03217) komt voor: n
fragment: A'j (1)
opm.: dav
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03217) komt voor: n
fragment: A'j (1)
opm.: dav
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03217) komt voor: n
fragment: dan (2)
opm.: dav
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03217) komt voor: n
fragment: A'j (1)
opm.: dav
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03217) komt voor: n
fragment: dan (2)
opm.: dav
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03217) komt voor: n
fragment: te (2)
opm.: dav
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03217) komt voor: n
fragment: um (1)
opm.: dav
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03217) komt voor: n
fragment: um (1)
opm.: dav
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03217) komt voor: n
fragment: te (2)
opm.: dav
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03217) komt voor: n
fragment: um (1)
opm.: dav
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03217) komt voor: n
fragment: te (2)
opm.: dav
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as 'n huus dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as 'n huus dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as 'n huus dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03217) komt voor: n
fragment: dan (1)
opm.: dav
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03217) komt voor: n
fragment: dan (1)
opm.: dav
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03217) komt voor: n
fragment: te (1)
opm.: dav
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03217) komt voor: n
fragment: te (1)
opm.: dav
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03217) komt voor: n
fragment: te (1)
opm.: dav
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03217) komt voor: n
fragment: te (1)
opm.: dav
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dor (1)
opm.: twijfel voegwoord na onderschikkend 'toen'
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: d'r (1)
opm.: twijfel voegwoord na onderschikkend 'toen'
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: d'r (1)
opm.: twijfel voegwoord na onderschikkend 'toen'
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dor (1)
opm.: twijfel voegwoord na onderschikkend 'toen'
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dor (1)
opm.: twijfel voegwoord na onderschikkend 'toen'
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: d'r (1)
opm.: twijfel voegwoord na onderschikkend 'toen'
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03217) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: dav
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03217) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: dav
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03217) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: dav
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03217) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: dav
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03217) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03217) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03217) komt voor: j
fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03217) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03217) komt voor: j
fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03217) komt voor: j
fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03217) vertaling: Ik wit da gillie op gin mins kwaod zien
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03217) vertaling: Ik wit da zi'j nurges trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03217) vertaling: Els dinkt dat 't niet gemekkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03217) vertaling: Ik wit dat ik te laat ziet en gi'j niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03217) vertaling: Ge wit toch da gi'j mot werke en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03217) vertaling: Iedereen dinkt da wi'j nor huus gon en dat zi'j meuge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03217) vertaling: 't Is jammer dat hi'j kump en dat zi'j geet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03217) vertaling: Ik dink dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03217) vertaling: Ik dink dat Pieter en Liesje gon trouwe
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03217) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03217) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03217) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03217) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03217) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03217) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03217) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03217) vertaling: De lamp brind niet mêr
komt voor: j
opm.: dav
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03217) vertaling: De lamp brind niet mêr
komt voor: j
opm.: dav
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03217) vertaling: Danst Marie iedere aovond
komt voor: j
opm.: dav
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03217) vertaling: Danst Marie iedere aovond
komt voor: j
opm.: dav
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03217) vertaling: Sni'j 't brood êfkes
komt voor: j
opm.: dav
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03217) vertaling: Sni'j 't brood êfkes
komt voor: j
opm.: dav
000 (y01opm) (inf. 03217) opm. inf.: Ik snap niks van die vragen en antwoorden
opm.: deze opmerking heeft betrekking op Y1(iii)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wie (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wie (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03217) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: toe (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: toe (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: toe (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03217) komt voor: j
fragment: da'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wa'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wa'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03217) komt voor: j
fragment: da'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wa'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03217) komt voor: j
fragment: da'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03217) vertaling: Wat dink gi'j wie ik ien de stad gezien het
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03217) vertaling: Wat doch je dat hoe ze 't hemme opgelos
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03217) vertaling: Wat doch je dat hoe ze 't hemme opgelos
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03217) vertaling: Magda wit niet wie we willen opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03217) vertaling: Wit iemand wie wi'j geroepen hemme
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03217) vertaling: Wie dink gi'j dat ik ien de stad gezien het
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03217) vertaling: Wie dink gi'j dat ik ien de stad gezien het
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03217) vertaling: Hi'j het zien hand gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03217) vertaling: Hi'j het zien hemp gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03217) vertaling: Hi'j het 'n hoed op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03217) vertaling: Hi'j het een vlek ien zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03217) vertaling: Hi'j het zien been gebraoke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03217) vertaling: Zi'j het zieg pien gedaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03217) vertaling: Marie trok de dêke nor zieg toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03217) vertaling: Luc wit dat er foto's van zien eigen te koop zien
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03217) vertaling: Gi'j wit toch nog wel da we toe dur dat bos zien gelope
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03217) vertaling: Ik wit nog wel da de auto van Marie kupot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03217) vertaling: Zi'j wit nog dat ie as 'n verken zat te ête
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03217) vertaling: Wi'j wete nog wel alle boeken van Jan gestaole ware maar zi'j wisten dat niet mêr
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03217) vertaling: Weten gillie nog dat we Jan op mêrt gezien hemme
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03217) vertaling: Hi'j het zieg een ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03217) vertaling: Hi'j vuulde dat ie dur 't ies zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03217) vertaling: Zol hi'j dat gedaon kunne hêmme?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03217) vertaling: Zol hi'j dat gekund hëmme?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03217) vertaling: Zol hi'j dat gekund hëmme?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03217) vertaling: Zol hi'j dat gedaon kunne hêmme?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03217) fragment: gekunne (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03217) fragment: kunnen doen (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03217) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03217) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03217) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03217) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03217) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03217) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03217) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03217) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03217) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03217) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03217) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03217) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03217) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03217) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03217) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03217) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03217) vertaling: Ik wit dat ie wêg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03217) vertaling: Ik wit dat ie wêg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03217) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03217) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03217) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03217) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03217) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03217) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03217) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03217) vertaling: Zukke zol ik niet durven opeten
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03217) vertaling: Zukke zol ik niet durven opeten
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03217) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03217) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03217) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03217) vertaling: Hi'jdee net of ie pas uut bêd kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03217) vertaling: Hi'jdee net of ie pas uut bêd kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03217) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03217) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03217) vertaling: Ien die tied lêêfde ik er op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03217) vertaling: Vroeger lêêfde hi'j as 'n beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03217) vertaling: Dor lêêfden wi'j as God ien Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03217) vertaling: Gin mins mag het zien, dus ik viend da gi'j 't ok niet zien mag
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03217) vertaling: Het gebeurde toe gi'j wëg goeng (of gieng)
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03217) vertaling: Ik wit waor gi'j gebore ziet
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03217) vertaling: Now gi'j klaor ziet, meug je gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03217) vertaling: Umdat Marie gestôrven was, hêt eur man Annie niet mer kunne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03217) vertaling: Ik wit dat ie is gaon zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03217) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03217) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03217) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03217) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03217) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03217) vertaling: Ja ik wil wel koffie
komt voor: j
opm.: dav
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03217) vertaling: Ja ik wil wel koffie
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03217) vertaling: Ja ze geet danse
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03217) vertaling: Ja ze geet danse
komt voor: j
opm.: dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03217) vertaling: Je ze hêmme gegêten
komt voor: j
opm.: dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03217) vertaling: Je ze hêmme gegêten
komt voor: j
opm.: dav
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03217) vertaling: Is het huis te koop?
komt voor: j
opm.: dav
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03217) vertaling: Is het huis te koop?
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03217) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03217) vertaling: Mêt zun wéér kuj niet veul doen
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03217) vertaling: Mêt zun wéér kuj niet veul doen
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03217) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03217) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03217) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03217) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03217) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03217) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03217) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03217) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03217) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03217) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dên (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat het (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dên (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat het (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dên (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat het (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dên (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat het (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dên (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat het (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dên (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dên (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dên (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor mêt (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor mêt (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03217) komt voor: j
fragment: waor mêt (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03217) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat ik (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat ik (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wie (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wie (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03217) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wie (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03217) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03217) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Den (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Den (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03217) komt voor: j
fragment: Den (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03217) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03217) vertaling: Piet dinkt dat Jan en Marie op gin mins kwaod zien
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03217) vertaling: Piet dinkt dat Jan en Marie op gin mins kwaod zien
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03217) vertaling: Wim dink dat we nooit gin mins een prijs geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03217) vertaling: Wim dink dat we nooit gin mins een prijs geven
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03217) vertaling: Het is waor dat ze niet mêt Marie meugen praoten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03217) vertaling: Het is waor dat ze niet mêt Marie meugen praoten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03217) vertaling: Nurges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03217) vertaling: Gin mins
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03217) vertaling: van me lêve niet
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03217) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03217) vertaling: gin één
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03217) vertaling: Niet tegen 'm zêgge da 'k nor buuten gewes ziet
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03217) vertaling: Niet vertêlle da'j 'n cadeau vur 'm gekoch hêt
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03217) vertaling: Wit je niet dat hi'j gevalle is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03217) vertaling: Wendy probierde um gin mins pien te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03217) vertaling: 't Schient dat ze niks mag ête
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03217) vertaling: Ze schient niks te meugen ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03217) vertaling: Ze probbieren al de hele dag um mekaar op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03217) vertaling: Het liek wer 'n mooi dag te worre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03217) vertaling: 't Is misschien bêter um nog êfkes te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03217) vertaling: We hadden 't geluk um um meteen t'rug te vienden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03217) vertaling: As de kiepen 'n valk zien, zien ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03217) vertaling: Aswe de aerappelen niet kunnen verkopen, dan is het niet best
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03217) vertaling: As gillie um niet mêt neme wor ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03217) vertaling: Hi'j wist het
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03217) vertaling: Op dit feest wurd er veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03217) vertaling: Now wurd 'r alleen nog brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03217) vertaling: As-ie met de fiets kump, zal ie wel laat zien
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03217) vertaling: A'j tied hêt kom dan eens aan
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03217) vertaling: A'k riek ziet, koop ik een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03217) komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03217) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03217) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03217) vertaling: Durf gi'j um uut te nodige
komt voor: j
opm.: dav
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03217) vertaling: Durf gi'j um uut te nodige
komt voor: j
opm.: dav
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03217) vertaling: Is Pol hier gewês
komt voor: j
opm.: dav
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03217) vertaling: Is Pol hier gewês
komt voor: j
opm.: dav
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03217) vertaling: Hoe hêt Pol dat opgelost
komt voor: j
opm.: dav
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03217) vertaling: Hoe hêt Pol dat opgelost
komt voor: j
opm.: dav
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03217) vertaling: Hê gi'j mien den brief opgestuurd
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03217) vertaling: Ik hët 't um gegeve
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03217) vertaling: Ik hët 't um gegeve
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03217) vertaling: Zi'j lêêft op water en brood disse wêêk
opm.: dav
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03217) vertaling: Marie hêt gezeid dat gi'j geprobierd hêt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03217) vertaling: Marie hêt gezeid dat gi'j het geprobierd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03217) vertaling: Marie hêt gezeid dat gi'j geprobierd hêt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03217) vertaling: Marie hêt gezeid dat gi'j het geprobierd een liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03217) vertaling: Marie het gezeid dat gi'j het geprobierd um eur een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03217) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03217) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03217) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03217) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03217) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03217) vertaling: Die uut de stad, die hêmme hier veul huus gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03217) vertaling: An dat ni'je water, daar zie gin mins mêr
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03217) vertaling: Gisteren is Jan hier gewês
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03217) vertaling: Den dag dat Jan belde was ik niet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03217) vertaling: Jef, den zol ik nooit uutnodigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03217) vertaling: Marie, die zol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03217) vertaling: Bert, den drinkt wel 'ns een glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03217) vertaling: Martha, die zol ik wel is bi'j mien thuus willen uutnodige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03217) vertaling: Dat huus, dat zol ik nooit wille kope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03217) vertaling: Dat huus, dat steet dor al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03217) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03217) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03217) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03217) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03217) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03217) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03217) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03217) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03217) vertaling: Hêt Gunther gebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03217) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03217) vertaling: 't Was mor net goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03217) vertaling: Marjo het now meer koeien dan ze vroeger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03217) vertaling: As Susanne had kunne komme dan had ze dat gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03217) vertaling: Zi'j is de bêste dokter die ik kên
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03217) vertaling: Vur daj wat weg smiet, moj êfkes belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03217) vertaling: Hier is alles wat ik gekrege hêt
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03217) vertaling: Jan is te gierig um iets an zien kienderen te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03217) vertaling: Net of gi'j iets van voetballen wit
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03217) vertaling: Leg dat boek op zien plaats
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03217) vertaling: A'j echt niet kunt wachten dan kom mor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03217) vertaling: Ik wit dat Jan de dokter had kunne roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03217) vertaling: Ik wit dat Jan de dokter geroepen kon hêmme
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03217) vertaling: Hi'j zei dat ik 't had motte doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03217) vertaling: Hi'j zei dat ik het mos gedaon hêmme
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03217) vertaling: Hi'j is vurrige wêêk dur dokter Mertens geoperierd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03217) vertaling: Hi'j wurd mêrege dur dokter Mertens geoperierd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03217) vertaling: Ik dink da'j veul wêg zol motte smieten
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03217) vertaling: Ik dink da'j veul wêg zol motte smieten
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03217) vertaling: Het is dom um zukke dure dinge weg te smieten
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03217) vertaling: Het is dom um zukke dure dinge weg te smieten
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03217) vertaling: Hi'j is alle kapotte spullen aan het weg smieten
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03217) vertaling: Hi'j is alle kapotte spullen aan het weg smieten
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03217) vertaling: Ik viend daj dukker een krant zou moeten lêzen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03217) vertaling: Ik viend daj dukker een krant zou moeten lêzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03217) vertaling: Het is dom um ien 't donker de krant te lêzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03217) vertaling: Het is dom um ien 't donker de krant te lêzen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03217) vertaling: Hi'j is de hele dag an 't krant lezen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03217) vertaling: Hi'j is de hele dag an 't krant lezen
positie: 2
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03217) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03217) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03217) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03217) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03217) vertaling: Robert hêt ene gruune appel wegegeven en now hêt ie nog twee rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03217) vertaling: Daor ware veul minsen op dat feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03217) vertaling: Waren er veul minsen op dat feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03217) vertaling: Wat vur boeke he'j gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03217) vertaling: Wat vur boeke he'j gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03217) vertaling: Wat vur soort boeke he'j gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03217) vertaling: Wat vur soort boeke he'j gekocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03217) vertaling: Hi'j woont bi'j Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03217) vertaling: Hi'j woont bi'j Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03217) vertaling: Loop êfkes nor de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03217) vertaling: Wat hêj gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03217) vertaling: Wie het ow gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03217) vertaling: A'k dat gewete had dan ha'k 't niet gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03217) vertaling: 't Zol nêter zien um nog efkes te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03217) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al hel gaw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03217) vertaling: Loop now toch deur, vervêlende jongens
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03217) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03217) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03217) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03217) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03217) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03217) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03217) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03217) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Herwen

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Herwen