SAND-data Doetinchem (L037p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03421) vertaling: J herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03421) vertaling: M&P ziet mekare veur de kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03421) vertaling: T wes zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03421) vertaling: de timmerman hef gin spiekers bij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03421) vertaling: F zag 'n slange naost zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03421) vertaling: E liet mij veur zich werken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03421) vertaling: J liet zich metdrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03421) vertaling: T bekek zichzelf 's goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03421) vertaling: J hef in twi minuten een biertjen gedronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03421) vertaling: deze schoene loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03421) vertaling: E kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03421) vertaling: W hef eheurd dat er foto's van zichzelf in de etalage staot
opm.: reflexief: zichzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03421) vertaling: die eerpels schelt niet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03421) vertaling: dit glas brik as ut op de grond volt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03421) vertaling: dokter, leef ik wel gezond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03421) vertaling: al jaorn leeft hij van de erfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03421) vertaling: deze wekke leeft zij op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03421) vertaling: leeft ut nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03421) vertaling: hoelange leeft jullie now al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03421) vertaling: in B leeft ze veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03421) vertaling: nao ut etten goa 'k slaopen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03421) vertaling: zo 'k dat wel keunen doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03421) vertaling: hij liet zien huus afbrekken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03421) vertaling: ik wette dat J hard mot keunen werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03421) vertaling: ik wette dat J hard mot keunen werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03421) vertaling: ik wette dat J hard mot keunen werken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03421) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03421) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03421) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 3
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03421) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03421) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03421) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03421) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03421) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03421) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03421) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03421) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03421) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 3
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03421) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03421) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03421) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03421) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03421) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03421) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 2
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03421) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03421) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03421) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03421) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03421) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03421) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03421) vertaling: Jan hef gin boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03421) vertaling: Jan hef gin boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03421) vertaling: buuke hef J niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03421) vertaling: J hef nie veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03421) vertaling: er mag inemand sprekken over dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03421) vertaling: er mag niemand sprekken over dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03421) vertaling: niemand zeg dat e kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03421) vertaling: zit hier ergens moeze
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03421) vertaling: ik geve niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03421) vertaling: niemand wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03421) vertaling: wij wissen niet dat hij tuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03421) vertaling: ik wis ut ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03421) vertaling: hij mag met niemand sprekken over dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03421) vertaling: J wet dat hij veur drij uur de wagen mot hebben emaakt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03421) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03421) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03421) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03421) vertaling: M eur auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03421) vertaling: M eur auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03421) vertaling: P zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03421) vertaling: P zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03421) vertaling: den man zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03421) vertaling: den man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03421) vertaling: den auto is niet van mien maor van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03421) vertaling: de krante van gistern lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03421) vertaling: J is K & Kristiens bruurken
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03421) vertaling: de fietsen van die jonges bunt estaolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03421) vertaling: de moeder van die zussen is op bezuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03421) vertaling: den auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03421) vertaling: den fietse is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03421) vertaling: hij mag met niemand sprekken over dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03421) vertaling: ik wil niemand kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03421) vertaling: ut is jammer dat wij niet meugt kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03421) vertaling: dat gao 'k niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03421) vertaling: ik hebbe niet ewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03421) vertaling: nog maor pas had hij et verteld of M begon te huulen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03421) vertaling: gao die bestelling now maor ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03421) vertaling: hij werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03421) vertaling: ik verbied ow (om) hier te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03421) vertaling: J verhinderde dat wij M belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03421) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03421) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03421) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03421) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03421) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03421) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03421) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03421) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03421) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03421) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03421) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03421) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03421) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03421) fragment: - (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03421) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03421) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03421) fragment: - (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03421) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03421) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03421) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03421) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03421) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03421) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03421) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03421) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03421) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03421) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03421) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03421) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03421) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03421) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03421) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03421) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03421) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03421) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03421) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03421) fragment: -- (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03421) fragment: -- (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03421) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03421) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03421) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03421) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03421) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03421) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03421) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03421) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03421) vertaling: ik wet dat jullie op niemand boos bunt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03421) vertaling: ik wet dat zij op niets trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03421) vertaling: E dech dat 't niet makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03421) vertaling: ik wet de 'k te late bun en jij niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03421) vertaling: i'j wet toch dat i'j mot werken en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03421) vertaling: iedereen dech dat wij naor huus gaot en dat zij nog meugt blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03421) vertaling: et is jammer dat hij kump en dat zij weggeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03421) vertaling: ik denke dat L ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03421) vertaling: ik denk dat P&L gaot trouwen
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03421) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03421) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03421) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03421) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03421) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03421) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03421) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03421) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03421) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03421) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03421) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03421) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03421) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03421) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03421) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03421) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03421) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03421) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03421) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03421) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03421) fragment: wiens (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03421) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03421) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03421) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03421) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03421) fragment: waar (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03421) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03421) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03421) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03421) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03421) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03421) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03421) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03421) komt voor: n
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03421) vertaling: wie denk ie die ik in de stad heb ontmoet
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03421) vertaling: hoe denkt jullie dat zij dat hebt opgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03421) vertaling: hoe denk i'j dat zij ut hebt opgelost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03421) vertaling: M wet nie wie wij willen opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03421) vertaling: wet iemand wie wij eroepen hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03421) vertaling: wie denk ij da 'k in de stad ontmoet heb
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03421) vertaling: wie denk ie die ik in de stad heb ontmoet
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03421) vertaling: hij hef zien hande ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03421) vertaling: hij hef zien hemd ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03421) vertaling: hij hef een hoed op het heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03421) vertaling: hij hef een vlekke op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03421) vertaling: hij hef zien been ebrokken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03421) vertaling: zij hef zich piene edaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03421) vertaling: M trok de dekken naor zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03421) vertaling: L wet dat d'r foto's van umzelf te koop bunt
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03421) vertaling: i'j erinnert ow toch wel dat wij toen deur dat bos hen bunt elopen
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03421) vertaling: ik erinner mien dat de auto van M kapot was
opm.: reflexief: mijn
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03421) vertaling: zij erinnert zich dat hij as un verken zat t' etten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03421) vertaling: wij erinnert ons wel dat al J zien buuke estaolen waarn, maor zij erinnert ut zich niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03421) vertaling: erinner jullie je nog dat wij J op de markt gezien hebt
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03421) vertaling: hij hef zich een ongeluk ewerkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03421) vertaling: hij vuulen zich deur het ies zakken
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03421) vertaling: zolle dat edaon ekeunt hebb'n
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03421) fragment: kunnen doen (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03421) fragment: edaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03421) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03421) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03421) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03421) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03421) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03421) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03421) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03421) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03421) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03421) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03421) vertaling: wij mot naor de schure en voert de beeste
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03421) vertaling: wij mot naor de schure en voert de beeste
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03421) vertaling: zij kwammen anewandeld
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03421) vertaling: zij kwammen anewandeld
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03421) vertaling: ik denke dat e weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03421) vertaling: ik denke dat e weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03421) vertaling: ik denke dat e weg is
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03421) vertaling: ik denke dat e weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03421) vertaling: ik wette dat e weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03421) vertaling: ik wette dat e weg is
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03421) vertaling: ik wette dat e weg is
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03421) vertaling: ik wette dat e weg is
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03421) vertaling: de polisie zol bij um kommen um um met te nemen
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03421) vertaling: de polisie zol bij um kommen um um met te nemen
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03421) vertaling: al de beeste van M bunt vedronke bij de aoverstreuming
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03421) vertaling: al de beeste van M bunt vedronke bij de aoverstreuming
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03421) vertaling: van keze maak'n wet ik niks
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03421) vertaling: van keze maak'n wet ik niks
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03421) vertaling: met J bun 'k naor de markt ewes
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03421) vertaling: met J bun 'k naor de markt ewes
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03421) vertaling: ik hebbe al de eerste drij sommen emaakt. Welke heb ij emaakt
komt voor: n
opm.: dav?
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03421) vertaling: ik hebbe al de eerste drij sommen emaakt. Welke heb ij emaakt
komt voor: n
opm.: dav?
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03421) vertaling: waveur heb ij al weg-ebracht
komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03421) vertaling: waveur heb ij al weg-ebracht
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03421) vertaling: zuk grei zo 'k nie deurven opetten
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03421) vertaling: zuk grei zo 'k nie deurven opetten
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03421) vertaling: dat grei zo 'k nie deurven opetten
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03421) vertaling: dat grei zo 'k nie deurven opetten
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03421) vertaling: ik wette dat J naor de markt is ewes
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03421) vertaling: ik wette dat J naor de markt is ewes
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03421) vertaling: al lopend kwam ik um tegen
komt voor: n
opm.: twijfelgeval adverbiaal gebruikt tegenwoordig deelwoord
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03421) vertaling: al lopend kwam ik um tegen
komt voor: n
opm.: twijfelgeval adverbiaal gebruikt tegenwoordig deelwoord
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03421) vertaling: ik hebbe heel wat elopen
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03421) vertaling: ik hebbe heel wat elopen
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03421) vertaling: ik worre now muu, dus ik hol d'r mee op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03421) vertaling: ik worre now muu, dus ik hol d'r mee op
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03421) vertaling: hij deed zich veur, alsof hij net uut zien bedde kwam
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03421) vertaling: de schilder is hier kommen schilderen
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03421) vertaling: de schilder is hier kommen schilderen
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03421) vertaling: denk ie da j' naor huus gaot
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03421) vertaling: denk ie da j' naor huus gaot
komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03421) vertaling: in die tied leven ik d'r op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03421) vertaling: vrogger leven hij as un beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03421) vertaling: daor leefden wij as G in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03421) vertaling: niiemand mag ut zien, dus ik vinne dat ij ook niet meugt zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03421) vertaling: ut gebeuren toen ij weggingen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03421) vertaling: ik wette waor ij geboren bunt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03421) vertaling: now ij klaor bunt, mag ie gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03421) vertaling: deurdat M overleden was, hef eur man A niet meer konnen helpen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03421) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03421) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03421) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03421) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03421) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03421) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03421) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03421) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03421) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03421) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03421) vertaling: met zuk weer ko 'j niet veule doen
komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03421) vertaling: met zuk weer ko 'j niet veule doen
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03421) vertaling: als het kermse is komt de mense buuten
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03421) vertaling: als het kermse is komt de mense buuten
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03421) vertaling: ik wil um nooit meer zien want hij hef mien bedrogen
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03421) vertaling: ik wil um nooit meer zien want hij hef mien bedrogen
komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03421) vertaling: ik wil um nooit meer zien want hij hef mien bedrogen
komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03421) vertaling: ik wil um nooit meer zien want hij hef mien bedrogen
komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03421) vertaling: ie goat met mien naor het voetbal kieken
komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03421) vertaling: ie goat met mien naor het voetbal kieken
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03421) vertaling: hij is dood
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03421) vertaling: hij is dood
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03421) vertaling: is hij dood
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03421) vertaling: is hij dood
komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03421) vertaling: zij is ziek
komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03421) vertaling: zij is ziek
komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03421) vertaling: is zij ziek
komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03421) vertaling: is zij ziek
komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03421) vertaling: omdat hij mos werken mos zij de hele dag tuus blieven
komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03421) vertaling: omdat hij mos werken mos zij de hele dag tuus blieven
komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03421) vertaling: deurdat 't begon te snijen konnen wij de stad niet uut
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03421) fragment: den (1)
opm.: er stond eerst 'die'
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03421) fragment: den (1)
opm.: er stond eerst 'die' twijfelgeval voegwoordvervoeging, D-woord, voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03421) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03421) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03421) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03421) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03421) fragment: waarvan (1)
opm.: er stond eerst 'die' twijfelgeval voegwoordvervoeging, D-woord, voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03421) fragment: den (2)
opm.: er stond eerst 'die' twijfelgeval voegwoordvervoeging, D-woord, voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03421) fragment: den (2)
opm.: er stond eerst 'die' twijfelgeval voegwoordvervoeging, D-woord, voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03421) fragment: waarvan (1)
opm.: er stond eerst 'die' twijfelgeval voegwoordvervoeging, D-woord, voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03421) fragment: waarmee (1)
opm.: eigenlijk W-R-pronomen; twijfelachtig
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03421) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03421) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03421) fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03421) fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03421) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03421) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03421) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03421) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03421) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03421) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03421) vertaling: P dech dat J&M op iemand kwaad bunt
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03421) vertaling: W dech dat wij nooit iemand een pries geeft
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03421) vertaling: ut is waor dat ze niet met M meugt praoten
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03421) vertaling: nerges
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03421) vertaling: zeg um niet da 'k naor buuten bun ewes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03421) vertaling: ij mot um niet vetellen da j' een kado veur um hebt gekocht
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03421) vertaling: wet ij niet dat hij evallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03421) vertaling: W proberen um niemand zeer te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03421) vertaling: W proberen um niemand zeer te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03421) vertaling: W proberen niemand piene te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03421) vertaling: W proberen niemand piene te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03421) vertaling: 't schient dat ze niks mag ettten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03421) vertaling: zij schient niks te meugen etten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03421) vertaling: ze probeert al de hele dag um elkaar op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03421) vertaling: het beloaft weer un mooie dag te worren
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03421) vertaling: 't is misschien beter om nog even te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03421) vertaling: wij hadden 't geluk um um direct terugge te vinnen
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03421) vertaling: as de kippen een valk ziet, bunt ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03421) vertaling: as wij de earpels nie keunt verkopen, zite wij in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03421) vertaling: as jullie um niet metnemt wor ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03421) vertaling: hij wis ut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03421) vertaling: op dit feest weurt ur veul edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03421) vertaling: now weurt ur allene nog maor brood verkoch in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03421) vertaling: as hij met de fietse kump, zal e wel late wean
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03421) vertaling: a 'j tied hebt, kom dan us un kere langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03421) vertaling: as ik rieke bun, koop ik un dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03421) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03421) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03421) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03421) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03421) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03421) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03421) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03421) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03421) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03421) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03421) vertaling: M hef ezegd dat ij hebt eprobeerd een liedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03421) vertaling: M hef ezegd dat ij een liedje hebt proberen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03421) vertaling: M hef ezegd dat ij hebt eprobeerd een liedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03421) vertaling: M hef ezegd dat ij een liedje hebt proberen te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03421) vertaling: M hef ezegd dat ij eprobeerd hebt heur een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03421) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03421) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03421) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03421) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03421) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03421) vertaling: die luu van de stad hebt hier veul huuze ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03421) vertaling: an die nije vaart zie j gin mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03421) vertaling: gistern is J ier ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03421) vertaling: op de dag dat J bellen, was ik niet tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03421) vertaling: den J zol ik nooit uutneudigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03421) vertaling: M zol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03421) vertaling: D drunbk wel us een glas te veule
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03421) vertaling: M zol ik wel us bij mien thuus willen uutneudigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03421) vertaling: dat huus zol ik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03421) vertaling: dat huus steet daor al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03421) komt voor: n
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03421) komt voor: n
gebr.: 4
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03421) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03421) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03421) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03421) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03421) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03421) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03421) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03421) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03421) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03421) vertaling: hef G ebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03421) vertaling: pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03421) vertaling: 't was maor net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03421) vertaling: M hef now meer beeste dan zij vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03421) vertaling: as S had keunen kommen dat had zij dat edaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03421) vertaling: zij is de beste dokter die ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03421) vertaling: veur ij iets weggooit mo j' effen bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03421) vertaling: hier is alles wad ik ekregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03421) vertaling: J is te gierig um iets an zien kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03421) vertaling: asof ij iets van voetballen wet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03421) vertaling: leg dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03421) vertaling: a j' ech niet keunt wachten kom dan maor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03421) vertaling: ik wette dat J de dokter had keunen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03421) vertaling: ik wette dat J de dokter had keunen roepen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03421) vertaling: hij zei dat ik ut had motten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03421) vertaling: hij zei dat ik ut mos gedaon hebben
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03421) vertaling: hij is de veurige wekke deur dokter M opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03421) vertaling: hij weut margen deur dokter M opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03421) vertaling: ik denke da j' veule zeult motten weggooien
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03421) vertaling: ik denke da j' veule zeult motten weggooien
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03421) vertaling: 't is dom um zukke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03421) vertaling: 't is dom um zukke dure dingen weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03421) vertaling: hij is alle kapotte spullen an het weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03421) vertaling: hij is alle kapotte spullen an het weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03421) vertaling: ik vinne da j' vaker de krante zol mooten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03421) vertaling: ik vinne da j' vaker de krante zol mooten lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03421) vertaling: 't is dom um in ut donker de krante te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03421) vertaling: 't is dom um in ut donker de krante te lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03421) vertaling: hij is de hele dag an het krante te lezen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03421) vertaling: hij is de hele dag an het krante te lezen
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03421) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03421) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03421) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03421) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03421) vertaling: ij bunt ok een raren
komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03421) vertaling: ij bunt ok een raren
komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03421) vertaling: R hef een gruunen appel weg egeven en now hef hij d'r nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03421) vertaling: d'r waeren veul mensen op ut fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03421) vertaling: waarn d'r veul mensen op ut feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03421) vertaling: waveur boeken he je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03421) vertaling: wa he je veur boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03421) vertaling: wa he je veur boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03421) vertaling: waveur boeken he je gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03421) vertaling: hij woont bij Marietjen
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03421) vertaling: hij woont bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03421) vertaling: loop effen naor de bakker, W
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03421) vertaling: wie he j' ezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03421) vertaling: wie hef ow ezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03421) vertaling: a 'k dat ewetten had ha 'k ut niet edaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03421) vertaling: ut zol beter ween um nog effen te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03421) vertaling: gelukkig had J de dokter ebeld en den was d'r al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03421) vertaling: loop now toch deur vervelende jongens
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03421) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03421) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03421) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03421) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03421) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03421) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03421) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Doetinchem

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Doetinchem