SAND-data Wehl (L036p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03211) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03211) vertaling: Marie en Piet zien mekaar veur de Kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03211) vertaling: Toen wis zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03211) vertaling: De timmerman het gin spiekers bi-j zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03211) vertaling: Funs zag een slang naos zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03211) vertaling: Erik liet mien veur zich werken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03211) vertaling: Johanna liet zich metdrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03211) vertaling: Toen bekek zich eiges es goed ien de spiegel
opm.: reflexief: zich eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03211) vertaling: Jan het ien twee minuten een biertje gedronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03211) vertaling: Disse schoen lopen gemekkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03211) vertaling: Eduard kent zich eiges goed
opm.: reflexief: zich eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03211) vertaling: Ward het geheurd dat t'r foto's van zich eiges ien de etalage staon
opm.: reflexief: zich eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03211) vertaling: Die eerpels schellen niet gemekkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03211) vertaling: Dit glas brik ad het op de grond vilt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03211) vertaling: Dokter, laef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03211) vertaling: Al jaoren laef hi-j van de arfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03211) vertaling: Disse waek laef hi-j op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03211) vertaling: Laef 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03211) vertaling: Hoelang laeven jullie now al van die erfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03211) vertaling: Ien Bretagne laeven ze veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03211) vertaling: Nao 't aeten gao ik slaopen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03211) vertaling: Zol ik dat wel können doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03211) vertaling: Hi-j liet zien huus afbraeken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat Jan had mot können werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat Jan had mot können werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat Jan had mot können werken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03211) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03211) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03211) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03211) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03211) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03211) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03211) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03211) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03211) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03211) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03211) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03211) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03211) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03211) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03211) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03211) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03211) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03211) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03211) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03211) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03211) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03211) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03211) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03211) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03211) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03211) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03211) vertaling: Jan het gin boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03211) vertaling: Jan het gin boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03211) vertaling: Boeken het Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03211) vertaling: Jan het niet völ geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03211) vertaling: D'r mag niet gespraoken worren aover dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03211) vertaling: D'r mag gin mins spraeken aover dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03211) vertaling: Gin mins zeit dat hi-j kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03211) vertaling: Zitten hier urges muus
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03211) vertaling: Ik geef niks aan een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03211) vertaling: Gin mins wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03211) vertaling: Wi-j wissen niet dat hi-j tuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03211) vertaling: Ik wis 't ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03211) vertaling: Hi-j mag met gin mins spraeken aover dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03211) vertaling: Jan wet dat hi-j veur dri-j uur de wagen gemaak mot hemmen
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03211) vertaling: Marie eur auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03211) vertaling: Marie eur auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03211) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03211) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03211) vertaling: Die man zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03211) vertaling: Die man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03211) vertaling: Die auto is niet van mien mor van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03211) vertaling: De krant van gisteren leit onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03211) vertaling: Jan is 't bruurke van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03211) vertaling: De fietsen van die jònges zun gestaolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03211) vertaling: Die zusters eur moeder is op bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03211) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03211) vertaling: Die fiets is van mien
000 (x07opm) (inf. 03211) opm. inf.: Die auto is Wims kump ien uns dialect niet veur. Die fiets is mijns, ook niet
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03211) vertaling: Hi-j mag met gin mins praoten aover det probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03211) vertaling: Ik wil gin mins kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03211) vertaling: Het is jommer da'w niet meugen kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03211) vertaling: Dat gao ik niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03211) vertaling: Ik heb niet gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03211) vertaling: Nog mor net had hi-j 't verteld of Marie begon te huulen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03211) vertaling: Gao die bestelling now mar ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03211) vertaling: Hi-j werk niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03211) vertaling: Ik verbied ow um hier te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03211) vertaling: Jan verhinderden da'w Marie bellen
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um de (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um de (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um de (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03211) komt voor: j
fragment: helpen (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03211) komt voor: j
fragment: helpen (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03211) komt voor: j
fragment: helpen (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: Aj (ipv je) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: Aj (ipv je) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dan moj (ipv moet je) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: Aj (ipv je) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dan moj (ipv moet je) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dan moj (ipv moet je) (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03211) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03211) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03211) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03211) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03211) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03211) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03211) komt voor: j
fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03211) komt voor: j
fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03211) komt voor: j
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03211) komt voor: j
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03211) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03211) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat gillie op gin mins kwaod zun
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat zi-j nörges trots op zun
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03211) vertaling: Els dich dat 't niet gemekkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat ik te laot bun en gi-j niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03211) vertaling: Ik wet toch dat gi-j mot werken en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat wi-j naor huus gaon en dat zi-j nog motten blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03211) vertaling: Het is jommer dat hi-j kump en dat zi-j weg gaon
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat Lisa slech ien order is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat Pieter en Lisa gaon trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03211) vertaling: Doet komt in ons dialect niet voor. Wij zeggen dan: Hi-j slup
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03211) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03211) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03211) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03211) vertaling: Hi-j kump
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03211) vertaling: Hi-j kump
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03211) vertaling: hi-j kump niet
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03211) vertaling: hi-j kump niet
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03211) vertaling: Er is geen ander mogelijkheid. wij zeggen gewoon hi-j slup en hi-j slup niet
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03211) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03211) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03211) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03211) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03211) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03211) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03211) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03211) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03211) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03211) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03211) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03211) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03211) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03211) vertaling: Sni-j het brood efkes
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03211) vertaling: Sni-j het brood efkes
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woorvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woorvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor op (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor op (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03211) komt voor: j
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03211) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03211) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03211) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03211) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03211) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03211) komt voor: j
fragment: wie zo veel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03211) komt voor: j
fragment: wie zo veel (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03211) vertaling: Wie denk-je dat ik in de stad ontmoet heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03211) vertaling: Hoe denken jullie dat ze het hebben opgelost?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03211) vertaling: Hoe denk je dat ze het hebben opgelost?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03211) vertaling: Magda weet niet wie wij willen opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03211) vertaling: Weet iemand wie wij geroepen hebben
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03211) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03211) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03211) vertaling: Hi-j het zien handen gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03211) vertaling: Hi-j het zien hemp gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03211) vertaling: Hi-j het een hoed op zien kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03211) vertaling: Hi-j het een vlek op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03211) vertaling: Hi-j het zien been gebraoken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03211) vertaling: Hi-j het zich zeer gedaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03211) vertaling: Marie trok de daeken naor zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03211) vertaling: Luc wet dat t'r foto's van hemzelf te koop zun
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03211) vertaling: Gi-j herinnert ow toch wel da'w toen deur dat bos zun gelopen?
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03211) vertaling: Ik herinner mien dat de auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me of reflexief: mijn
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03211) vertaling: Zi-j herinnert zich dat hi-j as een varken zat te aeten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03211) vertaling: Wij herinneren ons wel dat alle buuk van Jan allemaol gestaolen waren mor hi-j herinnert zich dat niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03211) vertaling: Herinneren jullie je nog da'w Jan op de markt gezien hemmen
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03211) vertaling: Hi-j het zich een ongeluk gewerk
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03211) vertaling: Hi-j vuulen zich deur 't ies zakken
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03211) vertaling: In ons dialect is 't niet meugelek um gedaon hebben en gekund in een zin samen te gebruken
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03211) fragment: gekönd (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03211) fragment: gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03211) vertaling: Wi-j motten naor de schuur en voeren de koeien
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03211) vertaling: Wi-j motten naor de schuur en voeren de koeien
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03211) vertaling: Zij kwammen d'r aan wandelen
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03211) vertaling: Zij kwammen d'r aan wandelen
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat hi-j weg is
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat hi-j weg is
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat hi-j weg is
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat hi-j weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03211) vertaling: ik wet dat hi-j weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03211) vertaling: ik wet dat hi-j weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03211) vertaling: Ik wet, hi-j is weg
komt voor: j
opm.: twijfel door komma
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03211) vertaling: Ik wet, hi-j is weg
komt voor: j
opm.: twijfel door komma
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03211) vertaling: De politie zou bi-j hem kommen en nemmen um met
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03211) vertaling: De politie zou bi-j hem kommen en nemmen um met
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03211) vertaling: Alle koeien van Marie zijn bi-j de ovestroming verdronken
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03211) vertaling: Alle koeien van Marie zijn bi-j de ovestroming verdronken
komt voor: j
opm.: dav
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03211) vertaling: Kaes maken wet ik niks van
komt voor: n
opm.: dav
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03211) vertaling: Kaes maken wet ik niks van
komt voor: n
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03211) vertaling: Met Jan bun ik naor de mark gewes
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03211) vertaling: Met Jan bun ik naor de mark gewes
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03211) vertaling: Ik heb al de eerste drie sommen gemaak. En welke heb gi-j gemaak?
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03211) vertaling: Ik heb al de eerste drie sommen gemaak. En welke heb gi-j gemaak?
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03211) vertaling: Wat veur heb iej al weggebrach?
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03211) vertaling: Wat veur heb iej al weggebrach?
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03211) vertaling: Zukke zol ik niet op durven aeten
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03211) vertaling: Zukke zol ik niet op durven aeten
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03211) vertaling: Die zo'k niet op durven aeten
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03211) vertaling: Die zo'k niet op durven aeten
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat Jan naor de mark gewes is
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat Jan naor de mark gewes is
komt voor: j
opm.: dav
000 (y06opm) (inf. 03211) opm. inf.: In de Liemers waar wi-j 't dialect van hantieren kump völ aovereen met ABN
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03211) vertaling: Al lopend kwam ik um tegen
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03211) vertaling: Al lopend kwam ik um tegen
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03211) vertaling: Ik heb heel wat gelopen
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03211) vertaling: Ik heb heel wat gelopen
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03211) vertaling: Ik word nu moe dus ik houd er maar mee op
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03211) vertaling: Ik word nu moe dus ik houd er maar mee op
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03211) vertaling: Hi-j deed zich veur asof hi-j net uut bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03211) vertaling: Hi-j deed zich veur asof hi-j net uut bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03211) vertaling: De schilder is hier kommen schilderen
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03211) vertaling: De schilder is hier kommen schilderen
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03211) vertaling: Denk ie da'j naor huus gaot?
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03211) vertaling: Denk ie da'j naor huus gaot?
komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03211) vertaling: Ien die tied laeven ik d'r op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03211) vertaling: Vrogger laefde hi-j as een bees
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03211) vertaling: Daor laeven wi-j as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03211) vertaling: Gin mins mag 't zien dus ik vin dat gi-j 't ook niet mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03211) vertaling: Het gebeuren toe gi-j weggingen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03211) vertaling: Ik wet woor gi-j geboren bunt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03211) vertaling: Aj kloor bunt mag ie gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03211) vertaling: Deurdat Marie aoverleden was, kon eur man Anna niet meer helpen
opm.: IPP: n.v.t.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat hi-j is gaon zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03211) vertaling: Wi-j nog koffie Jan. Jao, graag
komt voor: j
opm.: dav
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03211) vertaling: Wi-j nog koffie Jan. Jao, graag
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03211) vertaling: Gaon ze dansen
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03211) vertaling: Gaon ze dansen
komt voor: j
opm.: dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03211) vertaling: Hemmen ze gegaeten? Jao, dat dejen ze thuus
opm.: dav
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03211) vertaling: Is het huus te koop?
komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03211) vertaling: Is het huus te koop?
komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03211) vertaling: D'r kump mergen iemand langs
komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03211) vertaling: D'r kump mergen iemand langs
komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03211) vertaling: Met zo'n weer kuj niet völ doen
komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03211) vertaling: Met zo'n weer kuj niet völ doen
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03211) vertaling: Als het kermis is komen de mensen buiten
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03211) vertaling: Als het kermis is komen de mensen buiten
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03211) vertaling: Ik wil hem nooit meer zien
opm.: twijfel 'want' met bijzinsvolgorde: antwoord informant is onvolledig
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03211) vertaling: Ik wil hem nooit meer zien umdat hij mien het bedrogen
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03211) vertaling: Ik wil hem nooit meer zien umdat hij mien het bedrogen
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03211) vertaling: Gi-j gaot naor het voetballen kieken met mien
komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03211) vertaling: Gi-j gaot naor het voetballen kieken met mien
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03211) vertaling: Hi-j is dood
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03211) vertaling: Hi-j is dood
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03211) vertaling: Is hi-j dood?
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03211) vertaling: Zi-j is ziek
komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03211) vertaling: Zi-j is ziek
komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03211) vertaling: Is zi-j ziek?
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03211) vertaling: Um te werken mot hi-j de hele dag thuus zun
komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03211) vertaling: Um te werken mot hi-j de hele dag thuus zun
komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03211) vertaling: Umda 't snijjen konnen wi-j de stad niet uut
komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03211) vertaling: Umda 't snijjen konnen wi-j de stad niet uut
komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03211) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03211) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat hi-j (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat hi-j (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat hi-j (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat ze hem (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor met (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor met (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03211) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03211) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03211) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03211) komt voor: j
fragment: woor (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03211) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03211) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03211) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03211) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03211) komt voor: j
fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03211) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03211) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03211) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gin mins kwaod zun
opm.: geen betekenis aangeduid
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03211) vertaling: Wim denkt dat wi-j nooit een prijs geven
opm.: geen betekenis aangeduid
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03211) vertaling: 't Is woor, dat ze niet met Marie meugen praoten
opm.: geen betekenis aangeduid
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03211) vertaling: Nörges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03211) vertaling: Gin mins
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03211) vertaling: Die kump nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03211) vertaling: Da's onmeugelijk
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03211) vertaling: Heij het nog gaar niet gemolken
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03211) vertaling: Zeg um niet da'k naor buuten bun gewes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03211) vertaling: Niet vertellen da'j een cadeau veur um gekoch heb
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03211) vertaling: Wet ie niet dat hi-j gevallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03211) vertaling: Wendy proberen um gin mins pien te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03211) vertaling: 't Schient dat ze niks mag eoten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03211) vertaling: Ze schient niks te meugen eaten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03211) vertaling: Ze proberen al de helen dag um mekaar op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03211) vertaling: 't Beloof weer een mooie dag te worren
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03211) vertaling: 't Is misschien baeter um nog effen te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03211) vertaling: Wi-j harren 't geluk um hem direk terug te vinnen
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03211) vertaling: As de kippen een valk zien, bun ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03211) vertaling: Ad wi-j de eerpels niet kunnen verkopen dan zitten wi-j ien de problemen
opm.: twijfel voegwoordcongruentie 'als' (cf. ook de opmerking van de informant)
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03211) vertaling: Ad gillie um niet metnemmen word ik kwaod
opm.: twijfel voegwoordcongruentie 'als' (cf. ook de opmerking van de informant)
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03211) vertaling: Hi-j wis het
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03211) vertaling: Op dit fees wordt er völ gedans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03211) vertaling: Now wurdt er alleen nog brood verkoch in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03211) vertaling: As hi-j met de fiets kump, zal hi-j wel laat zun
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03211) vertaling: Aj de tied heb, kom dan es een kier langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03211) vertaling: As ik riek bun, koep ik een dure auto
000 (z06opm) (inf. 03211) opm. inf.: 't Begin van de zin is - aj ad of as. Dit kump van eiges. Is gin regel veur.
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03211) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03211) vertaling: Misschien gao ik het wel kriegen
komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03211) vertaling: Misschien gao ik het wel kriegen
komt voor: j
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03211) vertaling: Durf gi-j er op te dowwen
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03211) vertaling: Durf gi-j hem uut te neudigen
komt voor: j
opm.: dav
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03211) vertaling: Durf gi-j hem uut te neudigen
komt voor: j
opm.: dav
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03211) vertaling: Dörf gi-j ze uut te neugen
komt voor: j
opm.: dav
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03211) vertaling: Dörf gi-j ze uut te neugen
komt voor: j
opm.: dav
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03211) vertaling: Is Pol hier gewes
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03211) vertaling: Is Pol hier gewes
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03211) vertaling: Hoe het Pol dat opgelost?
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03211) vertaling: Hoe het Pol dat opgelost?
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03211) vertaling: He'i mien die brief opgestuurd?
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03211) vertaling: He'i mien die brief opgestuurd?
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03211) vertaling: Ik heb het hem gegeven
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03211) vertaling: Ik heb het hem gegeven
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03211) vertaling: Zi-j laef op water en brood disse waek
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03211) vertaling: Marie het gezegd dat gi-j heb geprobeerd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03211) vertaling: Marie het gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03211) vertaling: Marie het gezegd dat gi-j heb geprobeerd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03211) vertaling: Marie het gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03211) vertaling: Marie het gezeid dat gi-j geprobierd heb eur een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid niet aangeduid
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03211) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03211) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03211) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03211) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid niet aangeduid
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03211) vertaling: Minsen uut de stad die hebben hier völ gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03211) vertaling: Aan de nijje vaart, door zie'j gin mins meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03211) vertaling: Gisteren is Jan hier gewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03211) vertaling: Den dag toe Jan bellen was ik niet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03211) vertaling: Jef den zol ik niet neugen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03211) vertaling: Marie die zol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03211) vertaling: Bert die drink wel es een glas te völ
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03211) vertaling: Martha die zou ik wel es bi-j mien thuus willen uutneudigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03211) vertaling: Dat huus dat zo'k nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03211) vertaling: Dat huus dat steet d'r al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03211) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03211) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03211) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03211) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03211) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03211) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03211) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03211) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03211) vertaling: Het Gunther gebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03211) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03211) vertaling: 't Was mor net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03211) vertaling: Marie het now meer koeien dan ze vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03211) vertaling: Ad Susanne had können kommen dan had ze dat gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03211) vertaling: Zij is de beste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03211) vertaling: Veurdaj iets weggooit moj effen bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03211) vertaling: Hier is alles wa'k gekregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03211) vertaling: Jan is te hebberig um iets aan de kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03211) vertaling: Asof gi-j iets van voeballen wet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03211) vertaling: Leg asteblief dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03211) vertaling: As ie echt niet kunt wachten dan kom mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03211) vertaling: Ik wet dat Jan de dokter had kunnen roepen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03211) vertaling: Hi-j zei dat ik het had motten doen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03211) vertaling: Hij is veurige waek deur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03211) vertaling: Hi-j wudt mergen deur dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03211) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03211) vertaling: Dat is onze gebrukelijke weg
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03211) vertaling: Dat is onze gebrukelijke weg
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03211) vertaling: Ik vind dat je vaker de krant zou moeten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03211) vertaling: Ik vind dat je vaker de krant zou moeten lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03211) positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03211) vertaling: Hij is de hele dag aan het krant laezen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03211) vertaling: Hij is de hele dag aan het krant laezen
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03211) fragment: door (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03211) fragment: soms (1)
000 (z14opm) (inf. 03211) opm. inf.: Deze vormen komen in ons dialect niet voor
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03211) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03211) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03211) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03211) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03211) vertaling: Robert het een groene weggegeven en hi-j nog een rooie
opm.: twijfel kwantitatief 'er' bij N-ellipsis met adjectief: de informant lijkt een aantal woorden vergeten te zijn; misschien ook kwamtitatief 'er'
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03211) vertaling: D'r waren völ minsen op het fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03211) vertaling: Waren völ minsen op het fees?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03211) vertaling: Wat heb ie veur buuk gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03211) vertaling: Wat voor buuk hi-j gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03211) vertaling: Wat voor buuk hi-j gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03211) vertaling: Wat heb ie veur buuk gekoch
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03211) vertaling: Hi-j woont bi-j Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03211) vertaling: Hi-j woont bi-j Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03211) vertaling: Loop effen naor de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03211) vertaling: Wie heb iej gezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03211) vertaling: Wie heeft ow gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03211) vertaling: Har ik dat gewetten dan haj ik het niet gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03211) vertaling: 't Zol baeter zun um nog effen te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03211) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03211) vertaling: Loop nou toch deur vervaelende jong
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03211) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03211) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03211) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03211) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03211) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03211) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03211) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Wehl

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Wehl