SAND-data Heist op den Berg (K339p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03209) vertaling: J herinnert zich da verhoal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03209) vertaling: M en P zin elkander vee de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03209) vertaling: T wast ze zelve
opm.: reflexief: zichzelf
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03209) vertaling: de schraanwerker hee gien noagels baa
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03209) vertaling: F zag en slang neffe ze zelve
opm.: reflexief: zichzelf
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03209) vertaling: E liet ma vee ze zelve werke
opm.: reflexief: zichzelf
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03209) vertaling: J liet heerzelf meedrave oep de golve
opm.: reflexief: haarzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03209) vertaling: T bekeek ze zelve in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03209) vertaling: J hee in twië minute e pintje gedroenke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03209) vertaling: dees schoene loepe gemakkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03209) vertaling: E kent ze zelve goe
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03209) vertaling: W hee gehoerd dater 2 portrette van hem in de vitrin stoan
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03209) vertaling: die petatte schelle ni gemakkelek
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03209) vertaling: dees glas brekt as het oep de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03209) vertaling: menier doktoor leve kik wel gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03209) vertaling: al joare leeft hem van de erfenis van zijn vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03209) vertaling: dees week leeft ze op woater en broed
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03209) vertaling: leeft et nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03209) vertaling: hoe lank leefde gijlie na al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03209) vertaling: in Bretagne leve ze veral van het vissen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03209) vertaling: noa het eten gen ek sloape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03209) vertaling: zaak da wel kinne doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03209) vertaling: hij liet zen hois afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03209) vertaling: ik weet da Jan hijt mit kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03209) vertaling: ik weet da Jan hijt mit kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03209) vertaling: ik weet da Jan hijt mit kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03209) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03209) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03209) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03209) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03209) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03209) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03209) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03209) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03209) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03209) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03209) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03209) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03209) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03209) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03209) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03209) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03209) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03209) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03209) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03209) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03209) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03209) vertaling: Jan hee gienen enkele boek mije
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03209) vertaling: Jan hee gien boeke
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03209) vertaling: boeken hee Jan ni
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03209) vertaling: boeken hee Jan ni
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03209) vertaling: Jan hee gien boeke
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03209) vertaling: Jan hee ni veel geld mije
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03209) vertaling: doa mag niemand spreke over da probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03209) vertaling: doa mag niemand spreke over da probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03209) vertaling: niemand zegt dattem ni en komt
opm.: interpretatiegeval
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03209) vertaling: zitten er hie nieverans moize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03209) vertaling: ik geef niks oan enander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03209) vertaling: niemand wil ni werke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03209) vertaling: niemand wil ni werke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03209) vertaling: niemand wilt er ni werke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03209) vertaling: niemand wilt er ni werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03209) vertaling: wijle wiste ni dattem ni tois was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03209) vertaling: ik wist het oek ni
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03209) vertaling: hij mag mee niemand spreke over da probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03209) vertaling: Jan wet dattem vee draa ier de woagen gemokt mit hemme
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03209) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03209) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03209) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03209) vertaling: Merie's otto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03209) vertaling: Merie dere otto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03209) vertaling: Merie dere otto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03209) vertaling: Merie's otto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03209) vertaling: Merie dere otto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03209) vertaling: Piets otto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03209) vertaling: Piet zennen otto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03209) vertaling: den otto van die vent is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03209) vertaling: die vent zennen otto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03209) vertaling: dien otto es ni van maa moa van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03209) vertaling: de gazet van gisteren lee onder den TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03209) vertaling: Jan es het briereke van K en K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03209) vertaling: de vloos van de jongens zijn gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03209) vertaling: de moeder van die zusters es oep bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03209) vertaling: dien otto es van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03209) vertaling: die velo es van maa
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03209) vertaling: ha mag mee niemand spreken over da probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03209) vertaling: ik wil niemand kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03209) vertaling: tes spatig da we ni mege kome
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03209) vertaling: da genekik ni doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03209) vertaling: k hem ni gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03209) vertaling: ha had da nog moa pas gezee of M begost te blete
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03209) vertaling: goa die bestelling moa hoalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03209) vertaling: ha werkt ni
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03209) vertaling: ik verbied a hie te kome
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03209) vertaling: J verhinderde dat wijlle M belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03209) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03209) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03209) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03209) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03209) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03209) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03209) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03209) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03209) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03209) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03209) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03209) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03209) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03209) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03209) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03209) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03209) fragment: (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03209) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03209) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03209) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03209) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03209) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03209) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03209) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03209) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03209) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03209) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03209) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03209) vertaling: ik weet dage oep niemand koa zijt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03209) vertaling: ik weet da ze oep niks fier is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03209) vertaling: Els denkt dattet ni gemakkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03209) vertaling: ik weet dak te loat ben en ga ni
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03209) vertaling: ge wet toch da ge mit werke en ikke ni
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03209) vertaling: iedereen denkt da wijlle noa hois gen en da zijlle mege blave
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03209) vertaling: t es spatig dattem komt en da za weggoat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03209) vertaling: ik denk da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03209) vertaling: ik denk dat P en L goan traave
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03209) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03209) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03209) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03209) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03209) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03209) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03209) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03209) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03209) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03209) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03209) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03209) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03209) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03209) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03209) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03209) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03209) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03209) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03209) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03209) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03209) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03209) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03209) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03209) fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03209) fragment: waarop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03209) fragment: waarop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03209) fragment: oep de welke (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03209) fragment: oep de welke (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03209) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03209) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03209) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03209) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03209) fragment: de welke (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03209) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03209) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03209) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03209) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03209) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03209) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03209) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03209) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03209) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03209) fragment: die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03209) vertaling: wie denkte dak in de stad tegenkwam
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03209) vertaling: hoe denkte daze da oepgelost hemme
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03209) vertaling: hoe denkte daze da oepgelost hemme
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03209) vertaling: M wet ni wie da we wille telefoneren
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03209) vertaling: wet er iemand wie da me geroepe hemme
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03209) vertaling: wie denkte dak in de stad tegenkwam
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03209) vertaling: wie denkte dak in de stad tegenkwam
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03209) vertaling: ha hee zen hanne gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03209) vertaling: ha hee zen hem gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03209) vertaling: ha hee nen hoed oep zenne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03209) vertaling: ha hee een plek oep zen hem
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03209) vertaling: ha hee oep zen hem gesmost
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03209) vertaling: ha hee oep zen hem gesmost
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03209) vertaling: ha hee een plek oep zen hem
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03209) vertaling: ha hee ze bien gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03209) vertaling: ha hee ze zelve zier gedoan
opm.: reflexief: zichzelf
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03209) vertaling: M trok de sezze noa heer toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03209) vertaling: L wet dat er portrette van hem te koep zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03209) vertaling: ge herinnert a toch wel da we toen dee de bos geloepe hemme
opm.: reflexief: u
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03209) vertaling: ik herinner ma dat den otto van M kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03209) vertaling: ze herinnert heer dattem zat te eten as e verke
opm.: reflexief: haar
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03209) vertaling: wa herinneren ons wel dat alle boeke van Jan gestolen woare moa zelle herinneren het zich ni
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03209) vertaling: herinnnerde gijlle nog da we Jan oep de met gezien hemme
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03209) vertaling: ha hee ze zelve een ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: zichzelf
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03209) vertaling: ha voelde zich dee het aas zakke
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03209) vertaling: zaat hem da gekund gedoan hemme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03209) vertaling: zaat hem da gekund gedoan hemme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03209) vertaling: zaat hem da kinne doen hemme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03209) vertaling: zaat hem da kinne doen hemme
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03209) komt voor: j
fragment: gekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03209) komt voor: j
fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03209) fragment: gedaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03209) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03209) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03209) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03209) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03209) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03209) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03209) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03209) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03209) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03209) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03209) vertaling: we mitte noa de schie en vojere de koje
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03209) vertaling: we mitte noa de schie en vojere de koje
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03209) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03209) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03209) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03209) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03209) vertaling: ik weet ha es weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03209) vertaling: ik weet ha es weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03209) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03209) vertaling: M al der koje zen verdroenke ba de overstroeming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03209) vertaling: M al der koje zen verdroenke ba de overstroeming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03209) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03209) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03209) vertaling: k hem al de dra ieste soeme gemmokt dewelke hedde gaa gemokt
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03209) vertaling: k hem al de dra ieste soeme gemmokt dewelke hedde gaa gemokt
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03209) vertaling: de waffere hedde gaa al weggedoan
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03209) vertaling: de waffere hedde gaa al weggedoan
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03209) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03209) vertaling: de dieje zaak ni derve oep ete
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03209) vertaling: de dieje zaak ni derve oep ete
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03209) vertaling: ik weet dat J noa de met is geweest
komt voor: j
opm.: DAV
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03209) vertaling: ik weet dat J noa de met is geweest
komt voor: j
opm.: DAV
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03209) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03209) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03209) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03209) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03209) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03209) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03209) vertaling: in dien taat leefde k er op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03209) vertaling: vrieger leefde ha as en bjost
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03209) vertaling: doa leefde wijlle as god in frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03209) vertaling: niemand mag da zien dus k vaan da gaa da oek niet moogt zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03209) vertaling: het gebeurde toen da ge wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03209) vertaling: ik weet woa dage gebore zijt
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03209) vertaling: na da ge kleer zijt meegde goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03209) vertaling: oemda M gesterven is heet here vent Anna ne mieje kinne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03209) vertaling: ik weet dattem goan zwoemen is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03209) komt voor: j
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03209) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03209) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03209) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03209) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03209) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03209) vertaling: joat
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03209) vertaling: joat
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03209) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03209) vertaling: joat
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03209) vertaling: joat
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03209) vertaling: wie datte
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03209) vertaling: wie datte
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03209) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03209) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03209) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03209) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03209) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03209) vertaling: ha is doed
komt voor: j
opm.: DAV
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03209) vertaling: ha is doed
komt voor: j
opm.: DAV
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03209) vertaling: es hem doed
komt voor: j
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03209) vertaling: es hem doed
komt voor: j
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03209) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03209) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03209) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03209) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03209) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03209) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03209) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03209) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03209) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03209) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03209) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03209) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03209) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03209) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03209) fragment: met wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03209) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03209) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03209) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03209) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03209) fragment: dat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03209) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03209) fragment: waarvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03209) vertaling: Piet denkt da J en M oep niemand koa zen
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03209) vertaling: Wim denkt da we noet iemand ne praas geve
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03209) vertaling: het is woa da ze ni mee M mege spreke
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03209) vertaling: nieverans
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03209) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03209) vertaling: noet
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03209) vertaling: nikske
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03209) vertaling: gien enkele
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03209) vertaling: zegtem ni dak noa boite ben geweest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03209) vertaling: ni zegge dagge ne kado..
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03209) vertaling: wette ni dattem gevallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03209) vertaling: W probeerde niemand paan te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03209) vertaling: t schijnt daze niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03209) vertaling: ze schijnt niks te megen ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03209) vertaling: ze proberen al den hielen dag oem mee elkander t telefoneren
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03209) vertaling: het belooft wiel ne schoenen dag te werre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03209) vertaling: t es misschien beter oem nog efkes te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03209) vertaling: we haan t geluk oem hem dierct trig te vane
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03209) vertaling: as de kiekes een valk zien hemme ze schrik
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03209) vertaling: as we de petoate ni kinne verkoepen hemme probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03209) vertaling: as gijlle hem ni meenemt werrek koa
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03209) vertaling: ha wist het
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03209) vertaling: oep die fjost danse ze veel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03209) vertaling: na verkoepe ze allien nog moa broed
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03209) vertaling: assem mee de velo komt zaltem wel te loat zaan
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03209) vertaling: as ge taat het komt dan es af
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03209) vertaling: as ik raak ben koep ik nen duren otto
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03209) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03209) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03209) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03209) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03209) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03209) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03209) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03209) vertaling: khem hem het gegeve
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03209) vertaling: khem hem het gegeve
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03209) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03209) vertaling: M hee gezee da gaa geprobeerd het e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03209) vertaling: M hee gezee da gaa geprobeerd het e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03209) vertaling: M hee gezee da gaa geprobeerd hebt e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03209) vertaling: M hee gezee da gaa geprobeerd hebt e lieke te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03209) vertaling: M hee gezee da ge geprobeerd het heer nen boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03209) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03209) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03209) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03209) vertaling: die van t stad hemme hie veel hoize gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03209) vertaling: oan de nieve voart ziede gie mens ne mie
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03209) vertaling: gisteren es J hie gewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03209) vertaling: den dag da J telefoneerde wasek ni tois
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03209) vertaling: Jef zaak noet oitnoedige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03209) vertaling: M za zoe iet noet doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03209) vertaling: Bert drinkt xwel es e glas te veel
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03209) vertaling: Martha zaak wel es baa maa wille oitnoedige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03209) vertaling: dat hois zaak noet wille koepe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03209) vertaling: dat hois stoat doa al fijftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03209) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03209) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03209) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03209) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03209) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03209) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03209) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03209) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03209) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03209) vertaling: hee Gunther getelefoneerd
473 (z11b) En pas op! (inf. 03209) vertaling: pas oep
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03209) vertaling: t was moa zjost genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03209) vertaling: M hee na mier koje dan ze vrieger haa
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03209) vertaling: As S haa kinne kome dan haa ze da gedoan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03209) vertaling: za is den besten doktoor dien ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03209) vertaling: vee dat ge iets wegsmijt moette iest telefoneren
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03209) vertaling: hie is alles wat dak gekregen hem
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03209) vertaling: J es te gierig oem iets oan zen joeng te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03209) vertaling: asof ga iets van schotte kent
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03209) vertaling: legt dien boek nee
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03209) vertaling: as ge echt ni kint wachte komt dan moa
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03209) vertaling: ik weet da J den doktoor had kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03209) vertaling: ik weet dat J den doktoor kon geroepen hemme
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03209) vertaling: ha za dak ik het had mitte doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03209) vertaling: ha za dakik het moest gedoan hemme
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03209) vertaling: ha is verleje week dee doktoor M geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03209) vertaling: ha werdt merge dee doktoor M geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03209) vertaling: ik denk da ge veel zot mitte wegsmaite
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03209) vertaling: ik denk da ge veel zot mitte wegsmaite
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03209) vertaling: t is zot oem zoen dier dinges weg te smaite
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03209) vertaling: t is zot oem zoen dier dinges weg te smaite
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03209) vertaling: ha is alle kapotte dinges oan het wegsmate
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03209) vertaling: ha is alle kapotte dinges oan het wegsmate
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03209) vertaling: ik vind da ge dikkerer de gazet zot mitte leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03209) vertaling: ik vind da ge dikkerer de gazet zot mitte leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03209) vertaling: t is stoem oem in den doenkere de gazet te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03209) vertaling: t is stoem oem in den doenkere de gazet te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03209) vertaling: ha is den hielen dag de gazet oan het leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03209) vertaling: ha is den hielen dag de gazet oan het leze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03209) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03209) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03209) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03209) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03209) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03209) vertaling: R hee iene grienen appel weggegeven en na heetem er nog 2 roe
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03209) vertaling: der woare veel mense oep de fjost
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03209) vertaling: woare der veel mense oep de fjost
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03209) vertaling: wat vee boeke hedde gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03209) vertaling: ha went ba Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03209) vertaling: ha went ba Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03209) vertaling: loept es efkes noa den bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03209) vertaling: wie hedde gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03209) vertaling: wie hee aa gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03209) vertaling: haak da gewete haak het ni gedoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03209) vertaling: tza beter zaan nog efkes te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03209) vertaling: al e geluk ha Jan den doktoor getelefoneerd en die was er rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03209) vertaling: loept toch vets vervelende jongens
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 3
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03209) komt voor: j
gebr.: 2
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03209) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03209) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03209) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaarHeist-op-den-Berg (K339p); GUV [meta][k]K339p[/k][i]922[/i][i]923[/i][vw]GUV[/vw][/meta]  sound
commentaarpersonalia informanten  sound
veldwerker [v=018] Ze weet nie da Marie gisteren gestorven is. [/v] sound
informant2 [a] Ze weet nie da Marie gisteren gestorven is. [/a] tagging sound
commentaarandere woordvolgorde en perfectum met hebben komen niet voor. Die zaken zijn gevraagd een half uurtje eerder, maar verloren gegaan door een probleem met de apparatuur.  sound
veldwerker [v=022] Dr wil inemand nie dansen. [/v] sound
informant2 [a=j] Do wil niemand nie danse. [/a] tagging sound
veldwerker [v=023] Els wil nie dansen en ze wil nie zingen ook nie. [/v] sound
informant2 [a=j] Ze wilt nie dansen en ze wilt nie zingen ook nie. [/a] tagging sound
veldwerker [v=025] Niemand eet da ooit gewild of gekund. [/v] sound
informant2 [a] Niemad eet dat ooit gewild of gekund. [/a] tagging sound
veldwerker [v] maar gewillen en gekunnen? [/v] tagging sound
informant2 [a] Komt voor maar minder. [/a] sound
veldwerker [v=026] Jan had heel da brood wel willen op eten. [/v] sound
informant2 [a] Jan ha heel da brood wel willen op ete. [/a] tagging sound
veldwerker [v=027] Vertel maar niet wie zij had kunne roepen. [/v] sound
informant2 [a] Vertel maar nie wie dazij had kunne roepe. [/a]

da zij
tagging sound
veldwerker [v] en wie zij had kunne roepen? [/v] sound
informant2 [a] ja ja. [/a] hoewel geen vertaling voorzien is, is dit antwoord betrouwbaar. Dit was al gevraagd een half uurtje eerder, maar verloren gegaan door een probleem met de apparatuur. sound
veldwerker [v=028] Vertel mij ne keer wie dazij had kunne roepen. [/v] sound
informant2 [a=j] Vertelt eens ne keer wie dazij had kunne roepe. [/a]

da zij
tagging sound
veldwerker [v=029] en nie wie asse en ook nie wie ofze? [/v] tagging sound
informant2 [a=n] Nee. [/a] hoewel nogal beknopt, is dit antwoord betrouwbaar. Dit was al gevraagd een half uurtje eerder, maar verloren gegaan door een probleem met de apparatuur. tagging sound
veldwerker [v=035] Jan herinnert zich da verhaal wel. [/v] sound
informant2 [a] Ja hij heet dat ontheven he. [/a] sound
informant1 Ge moetet zegge gelijk assemet zoun zeggen en nie _

moet et asse me t
sound
informant1 [a] E bukt zezelve. [/a] tagging sound
veldwerker [v=036] Marie en Piet kijken naar mekaar voor de kerk. [/v] sound
informant2 [a] Maria en Piet kijke no mekander veer de kerk. [/a] sound
informant2 [a] Ze kijke no een. [/a] tagging sound
veldwerker [v=037] Toon wast zich. [/v] sound
informant2 [a] Toon wast zezelve. [/a] tagging sound
veldwerker [v=038] Den timmerman ee geen nagels bij zich. [/v] sound
informant2 [a] De schrijnwerker ee geen nagels bij em. [/a] tagging sound
veldwerker [v] en bij zezelven of zo [/v] sound
informant2 [a] Nee nee. [/a] sound
informant2 [a] E ee geen nagels bij. [/a] sound
veldwerker [v=039] Fons zag een slang naast zich. [/v] sound
informant2 [a] Fons zag een slang neffe zezelve. [/a] tagging sound
veldwerker [v=040] Erik liet mij voor zich werken. [/v] sound
informant2 [a] Erik liet mij vee hem werke. [/a] tagging sound
veldwerker [v=041] Johanna liet zich mee drijven op de golven. [/v] sound
informant2 [a] Ze liet eurzelve mee drijven op de golve. [/a] tagging sound
veldwerker [v=042] Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. [/v] sound
informant2 [a] Toon bekeek zezelven eens goed in de spiegel. [/a]

ze zelven
tagging sound
veldwerker [v=045] Eduard ken zichzelf goe. [/v] sound
informant2 [a] Eduard ken zezelve goe. [/a] tagging sound
veldwerker [v=046] Ward ee gehoord dater fotos van zichzelf in d etalage staan. [/v] sound
informant2 [a] Ward ee gehoord dater fotos van emzelf in de etalage staan. [/a]

dat er
tagging sound
veldwerker [v] en dater fotos van em in d etalge staan? [/v] sound
informant2 [a] Da wordt ook gezegd maar meestal is t van emzelf he. [/a] sound
veldwerker [v] van zezelven? [/v] sound
informant1 [a] Da zijn foto's van em _ van emzelf _ van zezelve. [/a] sound
veldwerker [v] foto's van zeneigen? [/v] sound
informant2 [a] foto's van zezelve. [/a] tagging sound
veldwerker [v=048] De sneeuw smelt zich in de zon. [/v] sound
informant2 [a] De sneeuw smelt vanzelf in de zon. [/a] tagging sound
veldwerker [v=003] Ik denk dat Marie heeft proberen van em nen brief te schrijven. [/v] sound
informant2 [a=n] Ik denk da Marie geprobeerd ee em nen brief te schrijve. [/a] tagging sound
veldwerker [v=004] Vroeger kweekteke tomaten. [/v] sound
informant2 [a=n] Vroeger kweektek tomate. [/a]

kweekte k
tagging sound
veldwerker [v=004] Vroeger kweektegewij tomaten. [/v] sound
informant2 [a=n] Vroeger kweektewij tomate. [/a]

kweekte wij
tagging sound
veldwerker [v=053] Azek profijtig leef dan levik zoals mijn ouders da willen. [/v] sound
informant2 [a] Azek profijtelijk leef dan levik zoals mijn ouders da gewild emme. [/a]

az ek lev ik
tagging sound
informant2 [a] Azekik profijtelijk leef _ [/a]

az ek ik
tagging sound
veldwerker [v=055] Asij nog drie jaar leeft dan leeftij langer dan zijn vader. [/v] sound
informant2 [a] Asem nog drie jaar leeft dan leeftem langer dan ze vader. [/a]

as em leeft em
tagging sound
informant1 [a] Dan leeftem nog langer as ze vader. [/a]

leeft em
sound
veldwerker [v] en atem nog drie jaar leeft? [/v] sound
informant1 [a] Neen he. [/a] sound
informant2 [a] of asen nog drie jaar langer had geleefd [/a]

as en
niet goed hoorbaar of het 'en' of 'em' is sound
informant1 [a] dan leeften langer as zen vader. [/a]

leeft en
niet goed hoorbaar of het 'en' of 'em' is sound
veldwerker [v] As hij nog drie jaar leeft _ [/v] sound
informant2 [a] As ha nog drie jaar langer leeft dan leeftem langer dan ze vader. [/a]

leeft em
niet goed hoorbaar of het 'en' of 'em' is sound
informant2 [a] As ha _ de nadruk op ha. [/a] sound
veldwerker [v=057] As zij zo gevaarlijk leeft dan leefse nie lang nie meer. [/v] sound
informant1 [a] Ja asse zo _ as zij zo gevaarlijk leeft dan leefse nie lang nie meer he. [/a]

a se leef se
tagging sound
informant1 oe zoudegijget zegge

zou de gij get
sound
informant1 zegt gijget eens

gij get
sound
informant3 ik bennekik maar nen boer zulle.

ben ek ik
sound
veldwerker [v] Assezij? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=059] Ast nu nog leeft dan levet morge ook nog. [/v] sound
informant2 [a] Ast nu nog leeft dan leeftet morgen ook nog. [/a]

as t leeft et
tagging sound
veldwerker [v=061] Als jullie zo gevaarlijk leven dan levejullie nooit zo lang azzekik. [/v] sound
informant2 [a] Asgijle zo gevaarlijk leeft he dan leefdegijle _ nie zo lang azzekik. [/a]

as gijle leef de gijle az ek ik
tagging sound
veldwerker [v] en addegulle? [/v] sound
informant1 [a] Nee. Asgijle. [/a]

as gijle
sound
veldwerker [v] asgegijle? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v] en dan leef gijle? [/v] sound
informant1 [a] Nee. Dan leefdegelle. [/a]

leef de gelle
sound
veldwerker [v=063] Asse voor hun werk leven dan leveze voor ulder kinders. [/v] sound
informant1 [a] Asse vee ulle werk leve dan leveze nie vur ulle _ vur ulle joeng. [/a]

a se leve ze
tagging sound
informant1 [a] Aszulle [/a]

as zulle
sound
veldwerker [v=067] As Rudy nog leeft dan leef Leo ook nog. [/v] sound
informant1 [a] As de Rudy nog leeft dan leefte _ [/a]

leeft e
tagging sound
informant2 [a] Dan leeft den anderen ook nog. [/a] tagging sound
veldwerker [v=068] Asge gezond leeft dan leefde langer. [/v] sound
informant2 [a] Asge gezond leeft he leefde langer. [/a]

as ge leef de
tagging sound
informant2 [a] Asga gezond leeft dan leefde langer. [/a]

as ga leef de
tagging sound
veldwerker [v=069] Asser zo weinig mensen van den boerenstiel leven dan leveder veel van de fabriek. [/v] sound
informant2 [a] aster zo weinig mense van de boerenstiel leve dan leveter veel van de fabriek. [/a]

as ter leve ter
tagging sound
veldwerker [v=070] As Bart en Liesken in den hemel leven dan leve Marie en Frans in d hel. [/v] sound
informant2 [a] As Bart en Maria in den hemel leve dan leve Frans en Liesken in de hel. [/a] tagging sound
veldwerker [v=071] Aswe sober leven levewe gelukkig. [/v] sound
informant2 [a] Aswe profijtig leve dan levewe gelukkig. [/a]

as we leve we
tagging sound
informant1 [a] Asme profijtig _ [/a]

as me
tagging sound
informant2 [a] of as wijle [/a] tagging sound
informant1 [a] Amme profijtig leve _ [/a]

a me
tagging sound
veldwerker [v] Ammewulle profijtig leven? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=072] Jan leeft eens wa gezonder. [/v] sound
informant2 [a] Jan leefd eens een beetje gezonder. [/a] tagging sound
veldwerker [v=073] Kinderen leeft eens een beetje gezonder. [/v] sound
informant2 [a] Joeng leefd eens een beetje gezonder. [/a] tagging sound
veldwerker [v=065] Zouk da nog wel kunnen doen? [/v] sound
informant2 [a] Zouk da nog wel kunne doen? [/a]

zou k
tagging sound
veldwerker [v] en zounek? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=075] K vin dat iedereen moet kunne zwemmen. [/v] sound
informant2 [a=j] Ik ven dat iedereen moet kunne _ kunne zwemme. [/a] tagging sound
veldwerker [v=077] Ik vin dat iedereen moet zwemme kunnen. [/v] sound
informant3 [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=080] Ik vin dat iedereen kunne zwemme moet. [/v] sound
informant2 [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=082] K vin dat iedereen zwemme kunne moet. [/v] sound
informant2 [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=084] K vin dat iedereen zwemme moe kunnen. [/v] sound
informant1 [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [n] [v=872] K weet datij zal moeten terug komen. [/v] sound
informant2 [a] K weet datn zal moete terug kome. [/a]

dat n
tagging sound
veldwerker [v] Ik weet datem terug zal moete kome. [/v] sound
informant2 [a] Minder. Nee. [/a] sound
veldwerker [v] Ik weet datij zal terug moete kome. [/v] sound
informant1 [a] Nee nee. [/a] [/n] sound
veldwerker [v=086] Ik weet dat Eddy morgen wilt brood eten. [/v] sound
informant2 [a] K weet dat Eddy morgen zal wille brood ete. [/a] klinkt nogal onzeker en wordt verderop ontkend (door beide informanten); waarschijnlijk naäpen sound
informant2 [a=n] K weet datn morgen brood zal willen ete. [/a]

dat n
sound
veldwerker [v=087] Eddy moet kunne vroeg op staan. [/v] sound
informant2 [a=n] Eddy moet vroeg kunnen op staan. [/a] sound
veldwerker [v=114] K weet da Jan wilt varkens kopen. [/v] sound
informant1 [a=n] Nee. K wee da Jan varkens wilt kope. [/a] sound
veldwerker [v=132] Ik denk da Marie zal moeten em roepen. [/v] sound
informant2 [a] K denk da Marie em zal moete roepe. [/a] tagging sound
veldwerker [v=136] Jan en ee nie veel geld nie meer. [/v] sound
informant1 [a=j] Jan ee nie veel geld nie meer. [/a] tagging sound
veldwerker [v] en Jan ee nie veel geen geld nie meer. [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=137] IJ wil geen soep nie meer eten nie. [/v] sound
informant2 [a] E wilt geen soep nie meer en ete. [/a] tagging sound
veldwerker [v] [/v] sound
informant1 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=140] Zitten ier nergens geen muizen? [/v] sound
informant2 [a] Zitten ier ieverans geen muize? [/a] tagging sound
informant1 [a] Zitten ier echt nieverans geen muize? [/a] informant twee, met zuiverder personalia, is het hier grondig mee oneens; blijft dus een twijfelgeval sound
informant2 [a] Allez ik zou zegge ieverans he. [/a] sound
veldwerker [v=146] IJ spreek nie goe geen Frans. [/v] sound
informant1 [a] En spreek nie goe _ [/a] negatiepartikel of accusatief initieel subject? sound
informant2 [a=n] A spreek nie goe Frans. [/a] sound
informant2 [a] Ja maar zo goed spreekik geen Frans. [/a]

spreek ik
sound
veldwerker [v] En ja maar ik spreek zo goed geen Frans? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=148] Alleman is gene stielman. [/v] sound
informant2 [a=j] Alleman is gene stielman. [/a] tagging sound
veldwerker [v=149] IJ eet toch overal geen vrienden. [/v] sound
informant2 [a=j] Ja maar ij ee overal geen vriende. [/a] tagging sound
veldwerker [v] IJ ee nie overal vrienden? [/v] sound
informant2 [a] Da betekent t zelfste ja. [/a] sound
veldwerker [v=150] IJ weet van die zaak nie. [/v] sound
informant2 [a] A weet van die zaak nie alles. [/a] sound
veldwerker [v=154] Boeken ee Jan drie. [/v] sound
informant2 [a=n] Nie in die volgorde. [/a] sound
informant2 [a] Jan ee drie boeke. [/a] sound
veldwerker [v=156] Jan weet datem voor drie ure den auto moet hebbe gemaakt. [/v] sound
commentaar[a=n] zie verderop [/a]  sound
veldwerker [v=157] Zie vorige vraag [/v] sound
informant2 [a=j] Jan weet datn vee drie uur den auto moet gemaakt emme. [/a]

dat n
tagging sound
veldwerker [v=160] Jan weet datem veur drie uur den auto gemaakt moet en. [/v] tagging sound
informant2 [a] Da zou kunne maar da wor weinig gebruikt. [/a] sound
veldwerker [v=161] Jan weet datem voor drie uur den auto gemaakt emme moet. [/v] sound
informant1 [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=188] Edde genoeg mensen om t hooi van t land t halen? [/v] sound
informant2 [a] Edde genoeg volk om et hooi van et land t hale. [/a]

e de
tagging sound
veldwerker [v] vur t hooi _ [/v] sound
informant2 [a] Nee. Om. [/a] sound
veldwerker [v=189] T was schoon van Jan van te komen helpen. [/v] sound
informant2 [a] T was schoon van Jan om te komen helpe. [/a] tagging sound
veldwerker [v] en nie van te komen _ [/v] sound
informant2 [a] Nee [/a] sound
veldwerker [v] en voor te komen helpe? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=190] Die ton is zwaar om te dragen. [/v] sound
informant2 [a] Die ton is zwaar om te drage. [/a] tagging sound
veldwerker [v] en zwaar voor te dragen? [/v] sound
informant2 [a] T is om. [/a] sound
informant2 [a] Z is zwaar om drage he. [/a] tagging sound
veldwerker [v=192] W hopen allemaal van op tijd thuis te zijn. [/v] sound
informant1 [a=j] W hopen allemaal van op tijd thuis te zijn he. [/a] tagging sound
veldwerker [v] en om op tijd? [/v] sound
informant1 [a] Van op tijd. [/a] sound
veldwerker [v] en w hopen op tijd thuis te zijn. [/v] sound
informant1 [a] Nee ik denk dat die van de bij hoort he. [/a] sound
veldwerker [v=193] Da s zo zeker as één en één twee is. [/v] sound
informant1 [a] Da s zo zeker lijk as één en één twee is. [/a] tagging sound
veldwerker [v=198] Dieë kan staan zage zn. [/v] sound
informant2 [a] Dieë kan staan zage ja. [/a] tagging sound
veldwerker [v=199] IJ staat te zagen. [/v] sound
informant2 [a] IJ staat te zage. [/a] tagging sound
veldwerker [v=200] Toen we aan kwame regende het. [/v] sound
informant2 [a] Asme aan kwame regendet. [/a]

as me regende t
tagging sound
veldwerker [v=215] K geloof dak groter ben dan hij. [/v] sound
informant1 [a] K geloof dak groter ben dan hij. [/a]

da k
tagging sound
veldwerker [v] dak groter ben of dak groter zijn? [/v] sound
informant1 [a] Zijn. [/a] sound
informant2 [a] dak groter zijn dan hij. [/a]

da k
sound
veldwerker [v] en dan em? [/v] sound
informant2 [a] ij. [/a] sound
veldwerker [v=216] Ze gelooft dagij vroeger thuis zijt danekik. [/v] sound
informant2 [a] Ze gelooft dagij vroeger thuis zijt asekik. [/a]

da gij as ek ik
tagging sound
veldwerker [v] en asik in plek van azzekik? [/v] sound
informant1 [a] Azzekik. [/a]

az ek ik
sound
veldwerker [v] as mij? [/v] sound
informant1 [a] Nee. Azzekik. [/a]

as ek ik
sound
veldwerker [v=217] Ge geloof zeker nie datij sterker is asgij. [/v] sound
informant2 [a] Ge gelooft zeker nie datem sterker is asgij? [/a]

dat em as gij
tagging sound
veldwerker [v] en asgegij? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v] en as u? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=218] Ze geloven dawij rijker zijn dan zij. [/v] sound
informant2 [a] Ze gelove da welle rijker zijn dan _ dan zelle. [/a] tagging sound
veldwerker [v=219] We geloven da gulle nie zo slim zijt as wij. [/v] sound
informant2 [a] We gelove da gelle nie zo slim zijt as welle. [/a] tagging sound
veldwerker [v] en me geloven? [/v] sound
informant1 [a] Me nie. We. [/a] sound
veldwerker [v=220] Gulle geloof zeker nie das armer zijn dan gulle. [/v] sound
informant2 [a] Gijle gelooft zeker nie dasse armer zijn dan gelle. [/a]

da se
tagging sound
veldwerker [v=221] U gelooft da Lisa even schoon is as Anna. [/v] sound
informant2 [a] Gij gelooft da Anna _ da Lisa even schoon is as Anna. [/a] tagging sound
veldwerker [v=222] IJ gelooft da Bart en Peter sterker zijn dan Geert en Jan. [/v] sound
informant2 [a] IJ gelooft da Bart en Peter sterker zijn dan _ [/a] tagging sound
veldwerker [v=232] IJ zal ine meer komen zeker? [/v] sound
veldwerker [v] Toetoet ij ga wel nog komen. [/v] sound
informant1 [a=n] Dieën toetoet zeggewij nie he. [/a]

zegge wij
sound
veldwerker [v=230] Jaj ij doet of zoiets? [/v] sound
informant2 [a=n] nee. Nee. [/a] sound
veldwerker [v=248] Ik doe wel ne keer die tassen af wassen. [/v] sound
informant1 [a] K zalekik de jatten wel af wasse. [/a]

zal ek ik
sound
informant2 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=249] De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is die stond achter mij. [/v] sound
informant2 [a] De jonge waa van de moeder hertrouwd is dieë stong achter mij. [/a] tagging sound
veldwerker [v=250] De bank waar z op zaten was juist geverfd. [/v] sound
informant1 [a] De bank waa das op zate was juist _ pas _ [/a]

da s
sound
informant2 [a] De bank waar op dasse zatn was pas geverfd. [/a]

da ze
tagging sound
informant2 [a] De bank waar as op zate. We zoun ook kunne zegge de bank waar op dasse zate. [/a]

a s da se
tagging sound
veldwerker [v=253] Marie was ginder ook wat da heel plezierig was. [/v] sound
informant1 [a] Marie was _ was daar ook en da was heel plezant. [/a] tagging sound
veldwerker [v] [/v] sound
informant2 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=255] In t dorp waar ik woon staatr een oud kerkske. [/v] sound
informant2 [a] In t dorp waar dakik woon staat een oud kerkske. [/a]

da k ik
tagging sound
veldwerker [v=256] Op den dag daw aan kwame regendet. [/v] sound
informant2 [a] Den dag dame aan kwame regendet. [/a]

da me regende t
tagging sound
veldwerker [v=257] Da s iets die heel schoon is. [/v] sound
informant1 [a] Da s iets da heel schoon is. [/a] tagging sound
veldwerker [v=259] Wie geld eet moet mij maar wa geven. [/v] sound
informant2 [a] Wie datr geld eet moet _ moet mij maar wa geve. [/a]

dat er
tagging sound
veldwerker [v=260] Wa peisde nu wie dak in t stad gezien heb. [/v] sound
informant1 [a=j] Wa denkte wie dak nu in t stad gezien em. [/a]

denk te da k
'wie' eerst wordt wel als beter beschouwd tagging sound
informant2 [a] Wie peisde nu dak in t stad gezien em. [/a]

peis de da k
sound
veldwerker [v=262] Wie peisde nu wie dak tegen gekomen zijn. [/v] sound
informant1 [a=n] Dieën tweede wie nie he. [/a] sound
veldwerker [v=261] Wa peisde hoe dasset op gelost en. [/v] sound
informant2 [a=j] Wa peisde hoe dasnt op gelost emme. [/a]

peis de das nt
lijkt wel epenthetische nasaal tagging sound
informant2 [a] Hoe peisde dazet op gelost hemme. [/a]

peis de da ze t
tagging sound
veldwerker [v=265] Hoe peisde hoe dasset op gelost en. [/v] sound
informant2 [a=n] Nee nee. Geen twee kere. [/a] sound
veldwerker [v=273] Marie trok de deken naar zich toe. [/v] sound
informant2 [a] Ze trok de sarze nor eur. [/a] tagging sound
veldwerker [v=296] Zoutij da gedaan hebbe gekund. [/v] sound
informant1 [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=297] zoutij da gedaan gekund hebben. [/v] sound
informant1 [a=n] Ook nie. [/a] sound
informant2 [a] Zoutem da kunne gedaan emme. [/a]

zout em
sound
veldwerker [v=308] Zoutij da hebben kunnen doen? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
informant2 [a] Zoutem da kunne doen emme. [/a]

zout em
sound
veldwerker [v=502] Marie zit patatten te schillen. [/v] sound
informant2 [a=n] Marie zit patatte te schille. [/a] sound
veldwerker [v=309] Ik heb geen goesting en voeren de koeien. [/v] sound
informant2 [a=n] Nee. K em geen goesting om de koeie te voere. [/a] sound
veldwerker [v=317] Marie al haar koeien zijn verdronken bij d overstroming. [/v] sound
informant2 [a] Al de koeie van Marie zijn verdronke bij d overstroming. [/a] sound
informant2 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=319] Dit denkik nie aan. [/v] sound
informant1 [a] Do denkek nie aan. [/a]

denk ek
sound
informant2 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=321] Die rare jongen ek mee naar de markt geweest. [/v] sound
informant2 [a=n] Nee. [/a] sound
informant2 [a] Met dieë rare jongen bennek naar de markt geweest. [/a]

ben ek
sound
veldwerker [v=322] K heb al d eerste drie sommen gemaakt. De welke eddegij gemaakt. [/v] sound
informant2 [a=n] Ik em de eerste drie sommen al gemaakt. Welke heddegij gemaakt. [/a]

he de gij
expliciete afwijzing pas bij volgende vraag sound
veldwerker [v=323] zie vorige vraag [/v] sound
informant2 [a=j] De wafferen eddegij gemaakt? [/a]

wa fer en e de gij
tagging sound
informant1 [a] De welke nie. Welken eddegij al gemaakt. [/a]

e de gij
sound
veldwerker [v=324] De zulke zouk nie durven op eten. [/v] sound
informant2 [a] Zo ene moetek nie emme. [/a]

moet ek
wel degelijk meervoud sound
veldwerker [v=325] De die zouk nie durven op eten. [/v] sound
informant2 [a] Die zouk nie durven op ete. [/a]

zou k
sound
veldwerker [v] [/v] sound
informant2 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=327] Gaan helpt uw broer eens. [/v] sound
informant2 [a=n] Nee. [/a] sound
informant1 [a] Gaat ou broer eens helpe. [/a] sound
veldwerker [v=329] K geloof die jongen vinnez allemaal wel nen braven. [/v] sound
informant2 [a=n] Ik geloof dasse die jongen allemaal wel nen brave vinne. [/a]

da se
sound
veldwerker [v=350] Ik weet datem is gaan zwemmen. [/v] sound
informant2 [a=j] Ik weet datem gaan zwemmen is. [/a]

dat em
tagging sound
veldwerker [v=347] Niet datem is gaan zwemmen? [/v] sound
informant1 [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=875] Of ij ee weeste zwemmen? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
commentaarspontaan gesprek  sound
veldwerker [v=356] Zijn huis _ t staat te koop. Zoude dan kunnen antwoorden maar neet? [/v] sound
informant2 [a=j] Maar neet. [/a] tagging sound
informant1 [a=n] Maar neet gij. [/a] tagging sound
veldwerker [v=353] Bah jaak gij. [/v] sound
informant2 [a=n] Nee met een k nie. [/a] tagging sound
veldwerker [v] Wilde nog een beetje koffie? [/v] sound
informant1 [a] Bah ja. [/a] tagging sound
veldwerker [v] maar nie bah jaat? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=357] Ah ja dr kom morgen iemand langs. [/v] sound
informant2 [a=j] Wie da? [/a] tagging sound
informant1 [a=j] Ah ja maar wie da? [/a] sound
veldwerker [v=358] Ik peis datr iemand die koekskes op gegeten eet maar ik weet nie wie da. [/v] sound
informant1 [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=359] Me zulk weer ge kun nie veel doen. [/v] sound
informant1 [a=n] Me zo e weer kunde _ [/a]

kun de
sound
informant2 [a=n] _ kunde nie veel doen. [/a]

kun de
sound
veldwerker [v=363] Gij ga naar t voetbal kijke met mijn. [/v] sound
informant1 [a=n] Ge ga naar de voetbal kijke me mij. [/a] sound
veldwerker [v=364] Isem dood? [/v] sound
informant2 [a=j] Isem dood. [/a]

is em
tagging sound
veldwerker [v] en istem dood? [/v] sound
informant2 [a] Nee. Da s nie van _ [/a] sound
veldwerker [v] Ja. Em is dood. [/v] sound
informant2 [a] IJ is dood. [/a] sound
veldwerker [v=368] Me hij te gaan werken moestzezij heel den dag thuis blijven. [/v] sound
informant1 [a] Met da ha ging werke moest zij den helen dag thuis blijven he. [/a] sound
veldwerker [v] [/v] sound
informant2 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=369] Me het te sneeuwen kostewe de stad nie uit. [/v] sound
informant2 [a=n] Me dat ging sneeuwe _ [/a]

da t
sound
veldwerker [v=370] Da s de man dieze geroepen hebben. [/v] sound
informant2 [a] Da s de man dieëze geroepen emme. [/a]

dieë ze
tagging sound
veldwerker [v] en dasse geroepen emme? [/v] sound
informant1 [a] Nee. Dieëze geroepen emme. [/a]

dieë ze
tagging sound
veldwerker [v] die asse geroepen en? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] tagging sound
veldwerker [v=371] Da s de man diet verhaal verteld eet. [/v] sound
informant2 [a] Da s de vent die et verhaal verteld ee. [/a] tagging sound
veldwerker [v] die da t verhaal verteld ee? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v] en da t verhaal verteld ee? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=372] Da s de vent die ik denk da t verhaal verteld ee. [/v] sound
informant2 [a] Da s de vent wo van dak denk datn t verhaal verteld ee. [/a]

da k dat n
tagging sound
veldwerker [v] en da s de vent diek denk dat _ [/v] sound
informant2 [a] Ja. Da wordt nie gebruikt in t Heists dialect. [/a] tagging sound
veldwerker [v=373] Da s de vent diek denk dasse geroepen hebben. [/v] sound
informant1 [a] Da s de vent dak denk dasse geroepen emme. [/a]

da k da se
tagging sound
veldwerker [v] dieëze geroepen emmen of zo? [/v] sound
commentaargeen ondubbelzinnig antwoord; vooral veel twijfel  sound
veldwerker [v=380] Dat is t huis dak gekocht heb. [/v] sound
informant2 [a] Da s t huis dak gekocht em. [/a]

da k
tagging sound
veldwerker [v=387] Wanneer gaatr ooit vrede zijn in heel de wereld? [/v] sound
informant2 [a] Nooit. [/a] sound
informant2 [a=j] Nooit nie. [/a] tagging sound
veldwerker [v=388] Wie isser ier bier aan t drinken? [/v] sound
informant2 [a=j] Niemand nie. [/a] tagging sound
veldwerker [v=389] Waar groeitr geld aan de bomen? [/v] sound
informant1 [a=j] Nieverast nie. [/a] tagging sound
informant2 [a] Ieveranst nie. [/a] sound
veldwerker [v=390] Wa isser rond en vierkant tegelijk? [/v] sound
informant2 [a] Niks. [/a] sound
veldwerker [v] [/v] sound
informant2 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=391] En hoeveel kinderen zitten dr ier aan tafel? [/v] sound
informant2 [a] Geen enkel. [/a] sound
veldwerker [v] [/v] sound
informant1 [a=n] [/a] sound
informant1 [a] Geeneen ook. [/a] sound
veldwerker [v=393] Nie vertellen dache ne cadeau gekocht et voor em zn. [/v] sound
informant1 [a] Nie verklappe dache ne cadeau gekocht et vur em he. [/a]

da ge
tagging sound
veldwerker [v=395] Geloofde nie datij gevallen eet? [/v] sound
informant2 [a=n] Geloofde nie datn gevallen is. [/a]

geloof de dat n
sound
veldwerker [v=397] T schijnt dasse niets mag eten. [/v] sound
informant1 [a] T schijnt dasse niks mag ete. [/a]

da se
tagging sound
veldwerker [v] en da schijnt? [/v] sound
informant1 [a] Nee nee. [/a] sound
veldwerker [v=398] Ze schijnt niets te mogen eten. [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=399] Wendy probeerde om niemand zeer te doen. [/v] sound
informant1 [a=j] Wendy probeert om niemand zeer te doen. [/a] tagging sound
veldwerker [v] voor niemand zeer te doen. [/v] sound
informant2 [a] Om. [/a] sound
veldwerker [v] of ze probeerde van niemand zeer te doen. [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v] Ze probeerde niemand zeer te doen. [/v] sound
informant2 [a] Altijd me om he. [/a] sound
veldwerker [v=400] T beloof weer ne schonen dag te worren. [/v] sound
informant2 [a=j] Het belooft van ne schonen dag te worre. [/a] tagging sound
veldwerker [v] om ne schonen dag te worre. [/v] tagging sound
informant1 [a] Nee. Van. [/a] sound
veldwerker [v] voor ne schonen dag te worre. [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v] en zonder iets? [/v] sound
informant2 [a=j] Het belooft om ne schonen dag te worre. [/a] sound
informant2 [a] dien om komter bij in Heist he. [/a]

komt er
sound
veldwerker [v=401] T is misschien beter om nog een beetje te wachten. [/v] sound
informant1 [a=j] _ misschien beter om nog een beetje te wachte. [/a] sound
informant2 [a=j] T is misschien beter nog een beetje te wachte. [/a] bij expliciete vraag verderop wordt deze mogelijkheid ontkend. tagging sound
veldwerker [v] Van nog een beetje te wachten? [/v] sound
informant1 [a] Om. [/a] sound
veldwerker [v] Veur nog een beetje te wachten? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=402] W hadden t geluk om em direct terug te vinnen. [/v] sound
informant2 [a=j] W hadde geluk om em direct terug te vinne. [/a] 'van' wordt toch als beter bestempeld tagging sound
informant1 [a=j] _ van em direct terug te vinne. [/a] tagging sound
veldwerker [v] en w hadden t geluk em direct terug te vinnen. [/v] sound
informant1 [a] K denk dat die van do bij hoort. [/a] sound
veldwerker [v] voor em direct terug te vinnen? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=403] T lijkt wel of er iemand in den hof staat. [/v] sound
informant2 [a] T is precies dater iemand in den hof sta. [/a]

dat er
tagging sound
informant1 [a] T is precies of dater iemand in den hof sta. [/a]

dat er
tagging sound
veldwerker [v=417] K gakiket wel krijgen. [/v] sound
informant1 [a] K zalekiket wel krijge. [/a]

zal ek ik et
tagging sound
veldwerker [v] [/v] sound
informant2 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=418] durfdergij op duwen? [/v] sound
informant1 [a=n] Durfdegij dr op duwe? [/a]

durf de gij
tagging sound
veldwerker [v=424] Ik heb em et gegeven. [/v] sound
informant2 [a] Ik emetem gegeven. [/a]

em et em
tagging sound
veldwerker [v] [/v] sound
informant2 [a=n] [/a] sound
veldwerker [v=425] Ze leefsij op water en brood van de week. [/v] sound
informant2 [a=j] Z ee zaa do niks mee te make. [/a] tagging sound
veldwerker [v] en z eezezij der niks mee te maken? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=426] Marie ee zij der niets mee te maken. [/v] sound
informant2 [a=n] Dan valt da weg ja. [/a] tagging sound
veldwerker [v=427] W emmewij der niets mee te maken. [/v] sound
informant2 [a=n] Wellen ebbe der niks mee te make. [/a] tagging sound
veldwerker [v] en wulle game da wel doen? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=429] IJ eetij der niets mee te maken. [/v] sound
informant2 [a=n] A eeter niks meete make. [/a]

eet er
tagging sound
veldwerker [v] G e gij der niets mee te maken. [/v] tagging sound
informant1 [a] Gij et do niks mee te make. [/a] tagging sound
veldwerker [v] G e gulle der niets mee te make. Kan da? [/v] sound
informant2 [a] Gellen et dor niks mee te make. [/a] tagging sound
veldwerker [v=428] Marie zei damewulle zulle winnen. [/v] sound
informant2 [a=n] Nee. Marie zei da wijle zulle winne. [/a] tagging sound
veldwerker [v=430] Ik peis datem morgen ook komt. [/v] sound
informant1 [a] K peis datem morgen wel komt. [/a]

dat em
tagging sound
veldwerker [v] en datemij? [/v] sound
informant2 [a=n] Nee nee nee. [/a] sound
veldwerker [v=453] Ze zijn geweest naar de markt. [/v] sound
informant1 [a=n] Ze zijn no de markt geweest. [/a] sound
veldwerker [v=459] IJ eet dn bal gesmeten in de mand. [/v] sound
informant2 [a=n] _ eet dn bal in de mand gesmete. [/a] tagging sound
veldwerker [v=463] IJ eet dn bezem geveegd helemaal kapot. [/v] sound
informant2 [a=n] E eet dn bezem helemaal kapot geveegd. [/a] sound
veldwerker [v=494] K vin da Jan beter dn dokter kost geroepen en. [/v] sound
informant2 [a=j] Ik vin da Jan beter dn dokter kost geroepen emme. [/a] tagging sound
veldwerker [v=495] Ik denk dache veel weg zult moete smijten. [/v] sound
informant1 [a] K denk dache veel zult moete weg smijte. [/a]

da ge
tagging sound
veldwerker [v] en nie dache veel weg zult moete smijten. [/v] sound
informant2 [a] Nee nee. [/a] sound
veldwerker [v] en ik denk dache veel zult weg moete smijten? [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=497] IJ is al t kapot gerief aan t weg smijten. [/v] sound
informant1 [a] E s al t kapot gerief aan t weg smijte. [/a] tagging sound
veldwerker [v=517] Robert eet drie groen appels en Marie eeter drie rooie. [/v] sound
informant2 [a=j] Robert ee drie groen appels en Marie eeter drie rooie. [/a]

eet er
tagging sound
veldwerker [v=412] Dr ware veel mensen op t feest. [/v] sound
informant1 [a] Dr ware veel mensen op de feest. [/a] tagging sound
veldwerker [v=413] Waren der veel mensen op t feest? [/v] sound
informant2 [a] wareter veel mensen op de feest? [/a]

ware ter
tagging sound
veldwerker [v=520] Waveur boeken edde gekocht? [/v] sound
informant2 [a] Waffeu boeken edde gekocht? [/a]

wa feu e de
tagging sound
veldwerker [v=524] Wien edde gezien? [/v] sound
informant2 [a] Wie edde gezien? [/a] tagging sound
veldwerker [v=526] Wie eet ou op de kermis gezien? [/v] sound
informant2 [a] Wie heeter ou op de kermis gezien? [/a] tagging sound
veldwerker [v=530] Marie zei dagij Piet nen boek et proberen te verkopen. [/v] sound
informant1 [a] Marie zei dagij Piet nen boek et probere te verkope. [/a]

da gij
aarzelend; wordt verderop afgekeurd tagging sound
informant1 [a=n] nee nee. [/a] sound
veldwerker [v=531] Wim dacht dakik Els had geprobeerd ne cadeau te geven. [/v] sound
informant2 [a=n] Wim ducht datik geprobeerd had Els ne cadeau te geve. [/a]

dat ik
sound
veldwerker [v=532] Karel weet dagij et geprobeerd Marie nen boek te verkopen. [/v] tagging sound
informant2 [a] Karel weet _ [/a] sound
informant1 [a=j] _ dachij geprobeerd et Marie nen boek te verkope. [/a]

da gij
sound
veldwerker [v=336] In die tijd leefde ik er op los. [/v] sound
informant1 [a] In dieën tijd leefdekiker op los. [/a]

leefde k ik er
tagging sound
veldwerker [v=337] Vroeger leefde hij as een beest. [/v] sound
informant1 [a] Vroeger leefdenij gelijk een beest. [/a]

leefden ij
tagging sound
veldwerker [v=338] Daar leefdewij als god in Frankrijk. [/v] sound
informant1 [a] Dor leefdewelle gelijk as god in Frankrijk. [/a]

leefde welle
tagging sound
veldwerker [v=339] Niemand maget zien dus ik vin dagijt ook nie moogt zien. [/v] sound
informant2 [a] Niemand maget zien en ik vin dagijt ook nie moogt zien. [/a]

mag et da gij t
tagging sound
veldwerker [v=345] Jaren geleden leefde gij als ne kluizenaar. [/v] sound
informant2 [a] Jare geleden leefdegij as ne kluizenaar. [/a]

leefde gij
tagging sound
veldwerker [v] en leefdenegij? [/v] sound
informant1 [a] Nee nee nee. [/a] sound
veldwerker [v=408] Op die feest wordter veel gedanst. [/v] sound
informant1 [a=j] Op da feest wordter veel gedanst. [/a]

wordt er
tagging sound
informant1 [a=n] Op da feest wordt veel gedanst. [/a] sound
veldwerker [v=409] Nu wordter alleen nog maar brood verkocht in die winkel. [/v] sound
informant2 [a=j] Nu wordter nog alleen brood verkocht. [/a]

wordt er
tagging sound
informant2 [a] Nu wordt _ nee. [/a] sound
veldwerker [v=414] Gisteren stondr ne rare vent in den hof. [/v] sound
informant1 [a=j] Gisteren stonder nen aardige vent in den hof. [/a]

stond er
tagging sound
veldwerker [v] en kunde daar de er weg laten? [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=515] Zij zijt ook ne raren één. [/v] sound
informant1 [a] Gij zijt ook ne rare. [/a] sound
veldwerker [v=512] Zo n ding één ek nog nooit gezien. [/v] sound
informant2 [a=n] Zo n dinges hemmek nog nooit gezien. [/a]

hem ek
sound
veldwerker [v=521] IJ woon bij Marie. [/v] sound
informant1 [a] E woon bij Marie. [/a] tagging sound
veldwerker [v] E woon bij Marieë. [/v] sound
informant1 [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=521] IJ woon bij Wimme. [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
informant2 [a] E woon bij Wim. [/a] sound
veldwerker [v] en ij woon bij Karels. [/v] sound
informant2 [a] Nee. E woon bij Karel. [/a] sound
veldwerker [n] [v=844] K eb niemand nie gezien. [/v] sound
informant2 [a] K em iemand nie gezien. [/a] sound
informant1 [a] K em niemand nie gezien. [/a] wordt als jonger ervaren tagging sound
veldwerker [v=850] K geloof dak niemand nie gezien heb. [/v] sound
informant1 [a] K geloof dak niemand gezien em. [/a]

da k
sound
informant2 [a] Ik geloof dak iemand nie gezien em. [/a]

da k
sound
veldwerker [v=846] Iemand ee mij nie gezien of niemand ee mij nie gezien. [/v] sound
informant1 [a] Niemand ee mij gezien. [/a] sound
informant2 [a] Maar ge kunt ook zegge iemand nie ee mij gezien. [/a] tagging sound
veldwerker [v=000] Iemand nie hebbek gezien. [/v] sound
informant2 [a] Asse zegge gij et toch wel iemand gezien. Iemand nie emmek gezien. [/a]

a se em ek
tagging sound
veldwerker [v=000] Niemand nie emme gezien. [/v] sound
informant2 [a] Nee da zou nie gaan. [/a] sound
veldwerker [v=847] K geloof da niemand mij nie gezien eet. [/v] sound
informant2 [a] K geloof da niemand mij nie gezien ee. [/a] tagging sound
informant2 [a] _ da niemand nie mij gezien ee. [/a] tagging sound
veldwerker [v=848] Niemand ek nie gezien. [/v] sound
informant2 [a] Die constructie nie. [/a] sound
veldwerker [v=851] K geloof da niemand nie mij gezien eet. [/v] sound
informant2 [a] Nee. [/a] sound
informant1 [a] K geloof da niemand mij gezien ee. [/a] sound
veldwerker [v=847] K geloof da niemand mij nie gezien eet. [/v] sound
informant2 [a] Ik geloof da niemand mij nie gezien ee. [/a] tagging sound
commentaarbenefactiefzinnen (geen enkele mogelijk)  sound
veldwerker [v=885] gaan-paradigma sound
informant2 [a] Ik gaan. Gij ga. Hij gaat. Welle gaan. [/a] tagging sound
informant2 [a] Gelle ga en zij gaan. [/a] tagging sound
informant1 [a] Zij gaat. [/a] tagging sound
informant1 [a] Zij gaa. [/a] sound
informant2 [a] Ah ge gaat al. [/a] tagging sound
veldwerker [v=885] Gaan-paradigma in inversie [/v] sound
informant2 [a] Morgen ganek. [/a]

gaan ek
tagging sound
informant2 [a] Morgen gadegij. [/a]

ga de gij
tagging sound
informant2 [a] Morgen gaatem. [/a]

gaat em
tagging sound
informant1 [a] Gaatij. [/a]

gaat ij
tagging sound
informant2 [a] Morgen gaan welle. [/a] tagging sound
informant2 [a] Morgen gadegelle. [/a]

ga de gelle
tagging sound
informant2 [a] Morgen gaan zelle. [/a] tagging sound
informant1 [a] Morgen gassij. [/a]

ga zij
tagging sound
veldwerker [v=000] OVT-paradigma van doen. [/v] sound
informant2 [a] Ik deej. [/a] tagging sound
informant2 [a] Gij deed. [/a] tagging sound
informant2 [a] IJ deej. [/a] tagging sound
informant2 [a] Wij deeje. [/a] tagging sound
informant2 [a] Gelle deed. [/a] tagging sound
informant2 [a] Zij deeje. [/a] tagging sound
veldwerker [v=000] OVT van doen in inversie. [/v] sound
informant2 [a] Gisteren deejek. [/a]

deej ek
tagging sound
informant2 [a] Gisteren deet gij. [/a] achteraf bijgestuurd tot deedegulle tagging sound
informant2 [a] Gisteren deej hij of deej zij. [/a] tagging sound
informant2 [a] Gisteren deeje welle. [/a] tagging sound
informant2 [a] Gisteren deet gelle. [/a] achteraf bijgestuurd tot deedegulle tagging sound
informant2 [a] Gisteren deeje zelle. [/a] tagging sound
veldwerker [v] Deet gelle of deedegelle? [/v] sound
informant1 [a] Gisteren dedegij da [/a]

dee de gij
tagging sound
informant2 [a] Gisteren dedegelle. [/a]

dee de gelle
tagging sound
commentaarspontaan gesprek  sound
informant1 t ee geweest dachet _

da ge t
let op keuze hulpwerkwoord sound
informant1 dan eeget eens een paar jaar eigenlijk dache geen gehad et

ee get da ge
sound
commentaarspontaan gesprek  sound
informant1 en één van die nichtjes die sprak altijd _ linksdislocatie; let ook op gebruik 'die' (ook elders) sound
commentaarspontaan gesprek  sound
commentaarinvullen personalia  sound
commentaarspontaan gesprek  sound
informant1 en s avonds was t ook altijn he let op tussen-n sound
commentaarspontaan gesprek  sound
informant1 da en trekt op niks negatiepartikel? sound
commentaarspontaan gesprek  sound
commentaareinde gesprek [/n]  sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
226 Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet Peilen naar betekenis (bevestigend of ontkennend).; Laten inspreken: Betekent dit dat hij slaapt of juist niet? komt voor : n
227 Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet Peilen naar betekenis (bevestigend of ontkennend).; Laten inspreken: Betekent dit dat hij slaapt of juist niet? komt voor : n
228 Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet Peilen naar betekenis (bevestigend of ontkennend).; Laten inspreken: Betekent dit dat hij slaapt of juist niet? komt voor : n
231 A: Hij zal niet komen. B: Hij doet. komt voor : n
243 Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet komt voor : n
244 Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet komt voor : n
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: waarvan
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: wie zijn
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: die zijn
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: waar a ze op
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: waarop da ze
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: dat ze
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : n
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) opmerking: zie veldwerk
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) opmerking: zie veldwerk
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) opmerking: zie veldwerk
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) opmerking: zie veldwerk
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. opmerking: zie veldwerk
600 Pas op dat je niet en valt. Ook vragen of 'en' weggelaten kan worden. komt voor : j
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt. komt voor : n
606 Dat kan daar nie in nie Ook vragen of 'en' weggelaten kan worden. komt voor : n
610 We konden nergens niet zitten in die volle zaal Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. vorm: ieverans nie
611 We zullen nooit niet winnen van de sterkste man. Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : j
612 Ik heb niks niet gezien want ik sliep Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
613 Ik heb geen enkel boek niet gekocht want m'n geld was op Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
614 Jan rookt niet meer (VERTAAL) Vertaling bij VORM vorm: Jan smoort nie meer.
700 K'zal (ek)ik het wel krijgen Indien ja: Is de postverbale 'ik' een geheel of twee pronomina? ; Indien ja: kan ook: Jan en ekik hebben dat gedaan. Vorm postverbale pronomina en 'het' (invullen bij VORM): komt voor : j
701 Ge weet gij d'r niks van. Indien ja: Kan de preverbale 'ge' ook vol zijn? (invullen bij ANTWOORD2); Indien 700 en 702 nee: ga naar 727 komt voor (1) : j
komt voor (2): n
702 Ge weet gullie d'r niks van. Indien ja: Kan het preverbale pronomen ook vol zijn (zullie & var.)? ; (zo ja: vorm invullen bij VORM) komt voor (1) : j
komt voor (2): n
703 Ze weten zullie d'r niks van. Indien ja: Kan het preverbale pronomen ook vol zijn (zullie & var.)? ; (zo ja: vorm invullen bij VORM) komt voor : n
704 Hij weet hij d'r niks van. komt voor : n
723 Weet je (gij) al dat je (gij) ook naar het feest mogen komen? Subjectdubbeling na V: ja/ nee (invullen bij ANTWOORD 1); Subjectdubbeling na COMP: ja/ nee (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor (1) : j
komt voor (2): n
vorm: weettegij al of dachij naar t feest moogt kome
724 Weet je (gullie) al dat je (gullie) ook naar het feest mogen komen? Subjectdubbeling na V: ja/ nee (invullen bij ANTWOORD 1); Subjectdubbeling na COMP: ja/ nee (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor (1) : j
komt voor (2): n
vorm: weettegulle al of dachulle naar t feest moogt kome
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. vorm: hij
730 Hoe laat is dat eigenlijk? komt voor : n
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: mogeme
opmerking: doffe vorm slecht verstaanbaar
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wij
opmerking: doffe vorm slecht verstaanbaar
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wijle
opmerking: doffe vorm slecht verstaanbaar
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). komt voor : n
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). komt voor : n
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken.
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. vorm: mekander
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) vorm: hem
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
vorm: do
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : j
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : j
vorm: do
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : n
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : j
vorm: do
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM opmerking: geen beleefdheidsvorm
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) vorm: as iedereen
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) vorm: as een vrouw
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM opmerking: zie veldwerk
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM opmerking: zie veldwerk
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. opmerking: zie veldwerk
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM opmerking: zie veldwerk
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM opmerking: zie veldwerk
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM opmerking: zie veldwerk
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM opmerking: zie veldwerk
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM opmerking: zie veldwerk
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM opmerking: zie veldwerk
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM opmerking: zie veldwerk
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ik ging
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingdegij
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gij gingt
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingek
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginghij
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hij ging
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginget
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingzij
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: wij ginge
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: gingdegijle
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gulle gingt
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: wijle ginge
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: zij ginge
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingezijle
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: dieën
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: die
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : n
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : n
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : n
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : j
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : n
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : j
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : j
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : j
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : j
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : j
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: zich
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM vorm: zezelven
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM vorm: zezelve
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM vorm: em