SAND-data Boechout (K282p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03560) vertaling: J wetta verhoal nog
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03560) vertaling: M en P zien un veur de kerk
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03560) vertaling: den timmerman e gien noagels ba
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03560) vertaling: den E liet maa veur em waarke
opm.: reflexief: hem
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03560) vertaling: J aid in twie minute een pint gezoope
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03560) vertaling: da zen goei schoone
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03560) vertaling: die rotpattaate schille nie goe
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03560) vertaling: dokteur levekik gezoengd
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03560) vertaling: dieje profiteert al jare van zennen ouwe zen sengs
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03560) vertaling: ist nie dood
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03560) vertaling: naa teete gonnek sloape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03560) vertaling: zouk da wel kunne doong
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03560) vertaling: a liet ze kot afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03560) vertaling: kwoetta Jan hard moo kunne weirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03560) vertaling: kwoetta Jan hard moo kunne weirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03560) vertaling: kwoetta Jan hard moo kunne weirke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03560) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03560) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03560) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03560) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03560) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03560) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03560) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03560) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03560) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03560) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03560) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03560) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03560) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03560) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03560) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03560) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03560) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03560) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03560) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03560) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03560) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03560) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03560) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 2
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 2
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03560) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03560) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03560) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03560) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03560) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03560) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03560) vertaling: jan zit zonder lectuur
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03560) vertaling: jan zit zonder lectuur
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03560) vertaling: Jan ei gin boekke
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03560) vertaling: Jan zit bekan zonder
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03560) vertaling: iedereen auwt zen bakkes
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03560) vertaling: der zei ginneniene dattem komt
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03560) vertaling: den andere krijgt niks
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03560) vertaling: alles lei stil
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03560) vertaling: wa wisten ni dattem in zen kot was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03560) vertaling: kwisttet ook nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03560) vertaling: a mag dor me niemand over klappe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03560) vertaling: Jan wet dattem vour drei uur den otto moet gemokt emme
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03560) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03560) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03560) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03560) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03560) vertaling: Marie euren otto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03560) vertaling: Marie euren otto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03560) vertaling: Piet zenne otto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03560) vertaling: Piet zenne otto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03560) vertaling: Dieje vent zennen otto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03560) vertaling: Dieje vent zennen otto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03560) vertaling: diejen otto is nie van mij mor van em
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03560) vertaling: die joeng un fietse zen gepikt
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03560) vertaling: a mag dor me niemand over klappe
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03560) vertaling: kwil niemand zeer doeng
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03560) vertaling: das spijtig dawe nie meuge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03560) vertaling: da doennek nie
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03560) vertaling: kem nie geweirkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03560) vertaling: ajat da just gezei en M stond te teutte
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03560) vertaling: aalta mor oep
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03560) vertaling: a doe niks
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03560) vertaling: bleuft ier weg
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03560) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03560) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03560) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03560) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03560) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03560) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03560) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03560) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03560) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03560) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03560) fragment: (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03560) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03560) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03560) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03560) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03560) fragment: gelijk (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03560) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03560) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03560) fragment: gelijk (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03560) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03560) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03560) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03560) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03560) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03560) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03560) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03560) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03560) vertaling: kweet da gelle oep niemand kwaad ze
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03560) vertaling: kweet dak te loat zen en gij nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03560) vertaling: ge wet da ga moet werken en ikke nie
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03560) vertaling: jammer dattem komt en zaa t aftrapt
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03560) vertaling: kdenk da Lisa ziek is
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03560) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03560) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03560) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03560) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03560) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03560) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03560) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03560) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03560) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03560) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03560) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03560) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03560) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03560) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03560) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03560) vertaling: de lamp is kapot
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03560) vertaling: de lamp is kapot
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03560) vertaling: danst Marie iederen avond
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03560) vertaling: danst Marie iederen avond
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03560) vertaling: snijt da brood is
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03560) fragment: van wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03560) fragment: van wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03560) fragment: wier (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03560) fragment: wier (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03560) fragment: waar dat (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03560) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03560) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03560) fragment: waar dat (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03560) fragment: de welke (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03560) fragment: die (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03560) fragment: die (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03560) fragment: de welke (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03560) fragment: omdat het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03560) fragment: omdat het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03560) fragment: waar het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03560) fragment: waar het (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03560) fragment: die dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03560) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03560) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03560) fragment: die dat (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03560) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03560) fragment: waar dat (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03560) fragment: waar dat (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03560) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: waarmee (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: waarmee (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: waarmee (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: waarop (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: waarop (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03560) fragment: waarop (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03560) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03560) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03560) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03560) fragment: wat dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03560) fragment: wat dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03560) fragment: wat dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03560) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03560) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03560) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03560) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03560) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03560) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03560) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03560) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03560) fragment: wie dat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03560) fragment: wie dat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03560) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03560) vertaling: wie dak na gezing em in t stad
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03560) vertaling: oe emme ze da geflikt denkte
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03560) vertaling: oe emme ze da gedoan denkte
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03560) vertaling: M wet nie wie wij wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03560) vertaling: wet iemand wie da wij geroepên emme
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03560) vertaling: wie denkte dak gezing em in t stad
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03560) vertaling: aje zen poete gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03560) vertaling: aje zen em gewassa
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03560) vertaling: aje nen oed oep zenne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03560) vertaling: aje oep zen em gesmost
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03560) vertaling: aje zenne poet gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03560) vertaling: zei der zie gedoan
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03560) vertaling: M trokket deke nor eur
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03560) vertaling: L wet datter fotos van em te koop zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03560) vertaling: gij wet toch nog da we deur da bos zen gelope
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03560) vertaling: kwet dat den otto van Marie jaak was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03560) vertaling: ze wet dattem gelak een vaarke zat te frette
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03560) vertaling: wij wete dat ze de Jan zen boeken hadde gepikt mor zij nie
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03560) vertaling: wette geulle nog dawe de jan gezing emme oep de markt
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03560) vertaling: aje zich te pletter gewaarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03560) vertaling: hij voolde zen eige dour tijs zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03560) vertaling: zouttem da gedoan emme gekund
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03560) fragment: gekunnen (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03560) fragment: gedoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 3
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 3
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 2
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 2
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03560) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03560) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03560) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03560) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03560) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03560) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03560) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03560) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03560) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03560) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03560) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03560) vertaling: k denk dattem weg is
komt voor: j
opm.: DAV
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03560) vertaling: k denk dattem weg is
komt voor: j
opm.: DAV
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03560) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03560) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03560) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03560) vertaling: de flikke zouwe bij em kommen en pakken em mee
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03560) vertaling: de flikke zouwe bij em kommen en pakken em mee
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03560) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03560) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03560) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03560) vertaling: kem dieste drei soemme gemokt, en gij
komt voor: j
opm.: DAV
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03560) vertaling: kem dieste drei soemme gemokt, en gij
komt voor: j
opm.: DAV
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03560) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03560) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03560) vertaling: dator frettekik nie oep
komt voor: j
opm.: DAV
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03560) vertaling: dator frettekik nie oep
komt voor: j
opm.: DAV
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03560) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03560) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03560) vertaling: kem wadaf geloopd
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03560) vertaling: kzen muug k stop
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03560) vertaling: a dee just of dattem eut zenne nest kwam
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03560) vertaling: de veirfpot is gepasseerd
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03560) vertaling: denkte dagge nor ois goat
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03560) vertaling: toen dejek zo vlamme
opm.: dav
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03560) vertaling: assem joonk was was t just en biest
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03560) vertaling: daddist gelak in de france
opm.: dav
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03560) vertaling: niemand magda zing ga oek nie
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03560) vertaling: t was a ga der niemmer woard
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03560) vertaling: kweet van woarda ga zei
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03560) vertaling: na dagge geried zei moude goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03560) vertaling: metta M doed was hed eure vent Anna nimmer kunnen elpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03560) vertaling: kweet dattem is gon zwemme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03560) vertaling: kweet dattem gon zwemme is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03560) vertaling: kweet dattem gon zwemme is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03560) vertaling: kweet dattem is gon zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03560) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03560) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03560) komt voor: j
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03560) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03560) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03560) komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03560) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03560) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03560) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03560) komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03560) vertaling: met ta weer kunde niks doeng
komt voor: j
opm.: DAV
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03560) vertaling: met ta weer kunde niks doeng
komt voor: j
opm.: DAV
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03560) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03560) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03560) vertaling: kwil em nie mer zing oemdattem vals is gewest
komt voor: j
opm.: DAV
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03560) vertaling: kwil em nie mer zing oemdattem vals is gewest
komt voor: j
opm.: DAV
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03560) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03560) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03560) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03560) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03560) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03560) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03560) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Boechout

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Boechout