SAND-data Herentals (K274p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 01219) vertaling: J wet da verhoal nog wel
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 01219) vertaling: M en P zin makandere ve de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 01219) vertaling: T wast zen ege
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 01219) vertaling: de schreinwerker ei gen noagels bei
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 01219) vertaling: F zag een slang neffen em
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 01219) vertaling: E liet mei ver em werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 01219) vertaling: J liet er eige meedreiven oep de golve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 01219) vertaling: T bekeek zen eege is goe in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 01219) vertaling: J hei binne de twie menuute en pint gedroenke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 01219) vertaling: dees schoene zen gemakkeleik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 01219) vertaling: E kent sen eige goe
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 01219) vertaling: W hei gehoerd dat er fotoos van em in de vitirin sten
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 01219) vertaling: die petate schelle ni gemakkeleik
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 01219) vertaling: dees glas brekt astoep de groont valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 01219) vertaling: menier den doktoor leeve kik wel gezoont genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 01219) vertaling: al joare leeft ie van dar...
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 01219) vertaling: dees weik leeft soep woater en broet
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 01219) vertaling: levet nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 01219) vertaling: oelaank levde gelle naa al van die arfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 01219) vertaling: in bretanje leeve ze veral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01219) vertaling: noa teete genek sloape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 01219) vertaling: zookik da wel kunne doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 01219) vertaling: a liet sen hoas afbreeke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 01219) vertaling: ik weet da jan hart mut kunne werke
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 01219) vertaling: ik weet da jan hart mut kunne werke
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 01219) vertaling: ik weet da jan hart mut kunne werke
komt voor: j
gebr.: 3
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 01219) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 01219) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 01219) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 01219) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 01219) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 01219) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 01219) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 01219) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 01219) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 01219) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 01219) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 01219) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 01219) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 01219) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 01219) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 01219) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 01219) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 01219) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 01219) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 01219) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 01219) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 01219) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 01219) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 01219) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 01219) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 01219) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 01219) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 01219) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 01219) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 01219) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 01219) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 01219) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 01219) vertaling: Jan hei genen boek neme
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 01219) vertaling: Jan hei genen boek neme
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 01219) vertaling: boeken ei Jan ni
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 01219) vertaling: Jan hei ni feul gelt nemei
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 01219) vertaling: doa mag niemant ni spreeke oover dees probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 01219) vertaling: doa mag niemant spreeke oover dees probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 01219) vertaling: doa mag niemant spreeke oover dees probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 01219) vertaling: doa mag niemant ni spreeke oover dees probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 01219) vertaling: doa mag niemant ni spreeke oover dees probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 01219) vertaling: doa mag niemant ni spreeke oover dees probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 01219) vertaling: doa mag niemant spreeke oover dees probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 01219) vertaling: doa mag niemant spreeke oover dees probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 01219) vertaling: niemant sei datem komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 01219) vertaling: zitte ie nieverans geen moaze
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 01219) vertaling: zitte ie nieverans moaze
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 01219) vertaling: zitte ie nieverans moaze
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 01219) vertaling: zitte ie nieverans geen moaze
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 01219) vertaling: k geef niks on en ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 01219) vertaling: niemant wilt werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 01219) vertaling: me wisten ni datem toas was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 01219) vertaling: kwist et ok ni
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 01219) vertaling: a mag me niemant spreeke oover dees probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 01219) vertaling: Jan wet datem veu drei uure den otoo mut gemokt emme
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 01219) vertaling: Jan wet datem veu drei uure den otoo mut gemokt emme
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 01219) vertaling: Jan wet datem veu drei uure den otoo gemokt mut emme
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 01219) vertaling: Jan wet datem veu drei uure den otoo gemokt mut emme
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 01219) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 01219) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 01219) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 01219) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 01219) vertaling: M deren otoo is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 01219) vertaling: M deren otoo is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 01219) vertaling: Piet zenen otoo is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 01219) vertaling: Piet zenen otoo is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 01219) vertaling: die vent zenen otoo is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 01219) vertaling: die vent zenen otoo is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 01219) vertaling: dien otoo is ni va mei mo van em
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 01219) vertaling: de gazet van gistere lei onder den teevee
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 01219) vertaling: J is K en K der bruureke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 01219) vertaling: die joenges elle veeloos zen gepikt
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 01219) vertaling: de moeder van die twie zusters is oep bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 01219) vertaling: dien otoo is van wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 01219) vertaling: das Wim zenen otoo
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 01219) vertaling: das Wim zenen otoo
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 01219) vertaling: dien otoo is van wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 01219) vertaling: die veeloo is van mei
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 01219) vertaling: a mag me niemaant ni spreeke oover dees probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 01219) vertaling: kwil niemant ni kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 01219) vertaling: tis speiteg damme ni meuge koome
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 01219) vertaling: da gennek ni doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 01219) vertaling: kem ni gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 01219) vertaling: a had et nog mo zjust vertelt of M begost te schriewen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 01219) vertaling: goat die bestelling naa mo hoale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 01219) vertaling: a warkt ni
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 01219) vertaling: kverbiet aa van ie te koome
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01219) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01219) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01219) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01219) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01219) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01219) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01219) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01219) fragment: te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 01219) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01219) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01219) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01219) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01219) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01219) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01219) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01219) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01219) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 01219) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 01219) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 01219) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 01219) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 01219) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 01219) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 01219) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 01219) fragment: dat (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 01219) fragment: dat (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 01219) fragment: als (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 01219) fragment: als (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 01219) fragment: als (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 01219) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 01219) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 01219) fragment: als (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 01219) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 01219) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 01219) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 01219) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 01219) fragment: dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 01219) vertaling: kweet da gellen oep niemaant kwoat ze
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 01219) vertaling: kweet dase oep niks fier is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 01219) vertaling: Els denkt dat ni gemakkeleik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 01219) vertaling: kweet dak te loat zen en gei ni
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 01219) vertaling: ge wet toch dage mut werke en ik ni
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 01219) vertaling: alleman denkt damme nor oas gen en da zelle nog meuge bleeve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 01219) vertaling: tis speitig dadei komt en dasei weggoa
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 01219) vertaling: kdenk da Liza ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 01219) vertaling: kdenk da P en L gen traave
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 01219) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 01219) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 01219) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 01219) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 01219) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 01219) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 01219) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 01219) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 01219) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 01219) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 01219) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 01219) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 01219) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 01219) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 01219) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 01219) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 01219) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 01219) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 01219) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 01219) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 01219) fragment: van wie de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 01219) fragment: waar dat (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 01219) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 01219) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 01219) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 01219) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 01219) fragment: waar dat (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 01219) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 01219) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 01219) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 01219) fragment: wie (1)
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 01219) vertaling: a hei zen aande gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 01219) vertaling: a hei zen hem gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 01219) vertaling: a hei nen hoet oep sene kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 01219) vertaling: a hei een plek oep zen hem
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 01219) vertaling: a hei sen bien gebrooke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 01219) vertaling: a hei zen eige zier gedoen
opm.: reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 01219) vertaling: Marie trok e deeke nor eur
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 01219) vertaling: L wet datter fotoos van em te koepen zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 01219) vertaling: ge wet toch nog damme toen deu da bos geloepen zen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 01219) vertaling: ik weet noch dat den ottoo van marie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 01219) vertaling: ze wet nog dattem gelak en varreke zat teete
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 01219) vertaling: welle weeten nog wel dat al Jan zen boeke gepikt ware, mo zelle weten et nemei
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 01219) vertaling: wettegelle nog damme Jan oep de mart gezien emme
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 01219) vertaling: a hei zen eigen en ongeluk gewarkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 01219) vertaling: a vulde zen eige deu tijs zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 01219) vertaling: zou hij dat gedaan kunnen hebben
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 01219) fragment: gekunne (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 01219) fragment: gedoen (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 01219) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 01219) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 01219) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 01219) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 01219) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 01219) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 01219) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 01219) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 01219) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 01219) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 01219) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 01219) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 01219) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 01219) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 01219) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 01219) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 01219) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 01219) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 01219) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 01219) vertaling: Marie aller koeie zen verdroenke
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 01219) vertaling: Marie aller koeie zen verdroenke
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 01219) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 01219) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 01219) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 01219) vertaling: de waffere heb jij al...
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 01219) vertaling: de waffere heb jij al...
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 01219) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 01219) vertaling: de die zou ik niet...
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 01219) vertaling: de die zou ik niet...
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 01219) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 01219) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 01219) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 01219) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 01219) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 01219) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 01219) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 01219) vertaling: in dien teit leifdenerek oep los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 01219) vertaling: vruuger levde dieen az en biest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 01219) vertaling: welle levde doa as got in frankreik
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 01219) vertaling: niemaant mag et sien en dan vinnekik da ge t ook ni meug sien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 01219) vertaling: t gebeurde toen da ge wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 01219) vertaling: kweet woa da ge geboore ze
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 01219) vertaling: naa dage kleir ze meugde goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 01219) vertaling: deuda M gestereve was, heit ere man A nemie kunnen helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 01219) vertaling: ik weet dattem gon zwemmen is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 4
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 01219) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 01219) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 01219) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 01219) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 01219) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 01219) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 01219) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 01219) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 01219) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 01219) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 01219) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 01219) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 01219) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 01219) vertaling: isem doet
komt voor: j
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 01219) vertaling: isem doet
komt voor: j
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 01219) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 01219) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 01219) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 01219) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01219) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01219) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01219) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01219) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01219) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01219) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01219) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01219) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01219) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01219) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 01219) fragment: waardat (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 01219) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 01219) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 01219) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 01219) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 01219) fragment: dat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 01219) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 01219) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 01219) vertaling: P denkt da J en M oep niemant kwoat sen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 01219) vertaling: P denkt da J en M oep niemant kwoat sen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 01219) vertaling: W denkt damme nooit niemant ne...
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 01219) vertaling: W denkt damme nooit niemant ne...
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 01219) vertaling: tis woar dasse ni me M meuge spreke
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 01219) vertaling: tis woar dasse ni me M meuge spreke
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 01219) vertaling: nieverans
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 01219) vertaling: niemaant
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01219) vertaling: nooit nie
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 01219) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 01219) vertaling: gen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 01219) vertaling: zegtem nie dak buiten gewest zen
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 01219) vertaling: nie zegge dache ne kadoo verem gekocht et he
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 01219) vertaling: wette gij ni dattem gevallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 01219) vertaling: W probeerde niemand zeer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 01219) vertaling: tschent dasse niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 01219) vertaling: tschent dasse niks mag ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 01219) vertaling: ze proberen al den hele dag makaandere oep te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 01219) vertaling: t belooft wee ne schoenen dag te were
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 01219) vertaling: t is misschien beter ve nog wa te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 01219) vertaling: me hadde sjaans dammem drekt trugvonne
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 01219) vertaling: as de kiekes ne valk zin zen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 01219) vertaling: as me de petatte ni kunne verkoepe zitte min de probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 01219) vertaling: as gellen m ni meenemt werek kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 01219) vertaling: a wistet
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 01219) vertaling: oep dees feest werter veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 01219) vertaling: noa werter alleen nog mo brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 01219) vertaling: assem met de velo komt zallem wel te laat zijn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01219) vertaling: asge tijdet komt dan is langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 01219) vertaling: azek zijk zen koop ik nen duren otto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 01219) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 01219) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 01219) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 01219) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 01219) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 01219) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 01219) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 01219) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 01219) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 01219) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01219) vertaling: M heeft gezegd da gij geprobeerd het een lieke te zingen
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 01219) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 01219) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 01219) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 01219) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 01219) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 01219) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 01219) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 01219) vertaling: die van t stad hemme ie veul hoaze gebaat
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 01219) vertaling: on de nief foart ziede genne meens nemei
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 01219) vertaling: gisteren is J hie gewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 01219) vertaling: den dag da J belde wazek ni toas
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 01219) vertaling: Jef, die zouk nooit etnoedege
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 01219) vertaling: Marie die zoo noet zoeiet doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 01219) vertaling: Bert die drinkt wellis en glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 01219) vertaling: Marhta die zoo k wellis bij mij toas willen uitnodigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 01219) vertaling: da hoas soak noet wille koepe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 01219) vertaling: da hoas da staat er al fefteg jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 01219) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 01219) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 01219) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 01219) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 01219) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 01219) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 01219) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 01219) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 01219) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 01219) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 01219) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 01219) vertaling: hei Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 01219) vertaling: pazoep
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 01219) vertaling: twas mo just goe genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 01219) vertaling: M hei naa mier keje dan vruuger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 01219) vertaling: as S at kunne koome dan at zet gedaan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 01219) vertaling: zij is den besten doktoor die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 01219) vertaling: veu dagiet wegejt mut is efkes belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 01219) vertaling: hie is alles wak gekreegen em
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 01219) vertaling: Jan es te gierig oem iet on zen kindere te geeve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 01219) vertaling: pesies of gij wet iet van sjotte
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 01219) vertaling: legt dien boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 01219) vertaling: as gecht ni kunt wachte komt dan mo
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 01219) vertaling: ik weet da Jan den doktoor had kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 01219) vertaling: ik weet da Jan den doktoor kon geroepe emme
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 01219) vertaling: a zee daket at mute doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 01219) vertaling: a zee daket must gedoan emme
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 01219) vertaling: as velee weik deu doktoor M gopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 01219) vertaling: a wert morege deu doktoor M gopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 01219) vertaling: ik denk da ge veul zoo mitte weggeje
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 01219) vertaling: ik denk da ge veul zoo mitte weggeje
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 01219) vertaling: tis stoem van zon duur dinge wegtegeje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 01219) vertaling: tis stoem van zon duur dinge wegtegeje
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 01219) vertaling: a is alle kapotte dinges weg ont geje
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 01219) vertaling: a is alle kapotte dinges weg ont geje
positie: 1,2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 01219) vertaling: ik vind dage mier de gazet zou moeten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 01219) vertaling: ik vind dage mier de gazet zou moeten lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 01219) vertaling: tis stoem oem in den doenkere de gazet te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 01219) vertaling: tis stoem oem in den doenkere de gazet te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 01219) vertaling: a is den ielen dag de gazet ont leeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 01219) vertaling: a is den ielen dag de gazet ont leeze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 01219) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 01219) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 01219) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 01219) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 01219) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 01219) vertaling: R hei iene gruunen appel weggegeven en naa heit em er nog mo ienen
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 01219) vertaling: doa woare veul meensen oept fiest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 01219) vertaling: woareder veul meensen oept fiest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 01219) vertaling: wa boeken edde gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 01219) vertaling: a woent bei Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 01219) vertaling: a woent bei Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 01219) vertaling: lept is efkes no dem bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 01219) vertaling: wa hedde gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 01219) vertaling: wie heiter aa gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 01219) vertaling: hadek da geweete dan hadek et ni gedoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 01219) vertaling: t zoo beiter zein nog efkes te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 01219) vertaling: gelukkig had J den doktoor gebelt en die was er al hiel rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 01219) vertaling: lept toch fort vervelende joeng
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 01219) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 01219) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 01219) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 01219) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 01219) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 01219) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 01219) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Herentals

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Herentals