SAND-data Broechem (K262p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03319) vertaling: Jan kent da vertelingske nog wel
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03319) vertaling: M en P zing makoor ver de kerek
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03319) vertaling: T wast zen eige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03319) vertaling: den timmerman ei gien noagels bai
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03319) vertaling: F zag een slang nefest em
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03319) vertaling: E liet me ver em wereke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03319) vertaling: J liet er eigen up de golve dreive
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03319) vertaling: T bezag zen eigen is goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03319) vertaling: J ei din twie menuute zen pint leig
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03319) vertaling: deis schoene luupe gemakelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03319) vertaling: E kent zen eige goe
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03319) vertaling: W ei guurt dater fotoos van em in detalaazj ston
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03319) vertaling: die petaate schelle ni gemakelek
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03319) vertaling: deis glas brekt as tup de gront valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03319) vertaling: doktoor leve kik wel gezont genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03319) vertaling: al joare leeftem van darfenis van ze voader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03319) vertaling: deis weik leeft zup woater en bruut
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03319) vertaling: levet nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03319) vertaling: oelank leevede gelle na al van die jarfens
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03319) vertaling: in bretanje leeve ze veral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03319) vertaling: noa teite gonek sloape
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03319) vertaling: noa teite gonekik sloape
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03319) vertaling: noa teite gonek sloape
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03319) vertaling: noa teite gonekik sloape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03319) vertaling: zaakik da wel kunne doeng
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03319) vertaling: a liet zen ois afbreike
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03319) vertaling: ik weet da Jan art moet kunne wereke
komt voor: j
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03319) vertaling: ik weet da Jan art moet kunne wereke
komt voor: j
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03319) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03319) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03319) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03319) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03319) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 3
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03319) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 3
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03319) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03319) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03319) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03319) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03319) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03319) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03319) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03319) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03319) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03319) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03319) vertaling: Jan ei gienenienen boek ni mier
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03319) vertaling: Jan ei gienen boek ni mier
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03319) vertaling: Jan ei gienen boek ni mier
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03319) vertaling: Jan ei gienenienen boek ni mier
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03319) vertaling: Jan ei gienen boek ni mier
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03319) vertaling: boeken ei Jan ni
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03319) vertaling: Jan ei ni veul gelt ne mier
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03319) vertaling: nieman mag ierauver iet zegge
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03319) vertaling: nieman mag ierauver iet zegge
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03319) vertaling: niemant zei dattem komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03319) vertaling: zitten ier ieverans moize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03319) vertaling: ik geif niks on enander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03319) vertaling: niemant wilt er ni wereke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03319) vertaling: we wisten ni dattem tois was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03319) vertaling: kwistet uek ni
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03319) vertaling: a mag me niemant auver dees probleem klappe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03319) vertaling: Jan wet dattem de woage ver drei ure moet gemokt emme
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03319) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03319) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03319) vertaling: Marie erren otau is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03319) vertaling: Marie erren otau is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03319) vertaling: Piet zennen otau is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03319) vertaling: Piet zennen otau is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03319) vertaling: die man zennen otau is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03319) vertaling: die man zennen otau is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03319) vertaling: dien otau is ni van mei mor van em
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03319) vertaling: de gazet van gistere lei onder dn teivei
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03319) vertaling: Jan is t brureke van K en K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03319) vertaling: die junges un velaus zen gepikt
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03319) vertaling: de moeder van die zussen is up bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03319) vertaling: dien otau is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03319) vertaling: dein otau is van mei
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03319) vertaling: a mag me niemant auver dees probleem klappe
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03319) vertaling: ik wil ekik niemant ni teige zen kar raaje
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03319) vertaling: tis speiteg damme ni meuge kaume
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03319) vertaling: da gonek ni doeng
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03319) vertaling: kem ni gewerekt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03319) vertaling: a jaat da nog mor pas vertelt of M begost te bleete
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03319) vertaling: go die bestelling na mor oale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03319) vertaling: a werekt ni
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03319) vertaling: ik geif a verbot van ier te kaume
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03319) vertaling: Jan zergde dervere damme M ni konne belle
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03319) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03319) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03319) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03319) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: van te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: van te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: van te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: van te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03319) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03319) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03319) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03319) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03319) fragment: om (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03319) fragment: wanneer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03319) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03319) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03319) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03319) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03319) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03319) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03319) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03319) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03319) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03319) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03319) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03319) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03319) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03319) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03319) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03319) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03319) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03319) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03319) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03319) fragment: dat (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03319) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03319) fragment: als dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03319) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03319) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03319) fragment: als dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03319) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03319) fragment: alsof (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03319) fragment: alsof (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03319) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03319) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03319) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03319) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03319) fragment: dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03319) vertaling: ik weit da golle oep niemant kwoat ze
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03319) vertaling: ik weit daze gien pretense ei
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03319) vertaling: Els denkt dat ni gemakelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03319) vertaling: ik weit dak te loat zen en dai ni
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03319) vertaling: ge wet toch dage moet wereke en ike ni
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03319) vertaling: iederien denkt da wei nor ois gon en da zelle nog meuge blaive
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03319) vertaling: tis speiteg dadei komt en dazei weggoa
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03319) vertaling: ik denk da L ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03319) vertaling: ik denk da P en L gon traawe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03319) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03319) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03319) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03319) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03319) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03319) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03319) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03319) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03319) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03319) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03319) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03319) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03319) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03319) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03319) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03319) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03319) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03319) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03319) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03319) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03319) fragment: die zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03319) fragment: waar dat (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03319) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03319) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03319) fragment: wat dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03319) fragment: die dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03319) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03319) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03319) fragment: die dat (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03319) fragment: als waar dat (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03319) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03319) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03319) fragment: toen dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03319) fragment: toen dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03319) fragment: dat (1)
opm.: twjfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03319) fragment: wat (1)
opm.: twjfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03319) fragment: wat (1)
opm.: twjfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03319) fragment: dat (1)
opm.: twjfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03319) fragment: dat (1)
opm.: twjfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03319) fragment: wie dat (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03319) vertaling: wie denkte dak int stad gezing em
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03319) vertaling: oe denkte golle dase temmen upgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03319) vertaling: oe denkte gai dase temmen upgelost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03319) vertaling: magda wet ni wie damme wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03319) vertaling: wet er iemant wie damme gerupen emme
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03319) vertaling: wie denkte dak int stad gezing em
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03319) vertaling: wie denkte dak int stad gezing em
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03319) vertaling: a jei zen ande gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03319) vertaling: a jei zen em gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03319) vertaling: a jei nen oet up sane kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03319) vertaling: a jei den plak oep san em
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03319) vertaling: a jei zen bien gebrouke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03319) vertaling: zei deur zier gedoen
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03319) vertaling: M trok et deike nor eur
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03319) vertaling: L wet datter fotoos van em te kuup zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03319) vertaling: ge wet toch nog damme toeng der da bos geluupe zen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03319) vertaling: ik wet nog dat den otau van Marie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03319) vertaling: ze wet nog dattem as e vareke zat teite
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03319) vertaling: wai weite nog dat Jan al zen boeke gestaule woore mor zai weite da ni mier
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03319) vertaling: wette golle nog damme Jan oep de mert gezing emme
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03319) vertaling: a jei zen aige kapot gewerekt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03319) vertaling: a vulde zen aige der teis zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03319) vertaling: zautem da emme kunne doeng
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03319) vertaling: zautem da emme kunne doeng
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03319) vertaling: zautem da emme kunne doeng
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03319) vertaling: kon die da wel doeng
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03319) vertaling: kon die da wel doeng
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03319) vertaling: kon die da wel doeng
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03319) vertaling: kost die da wel doeng
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03319) vertaling: kost die da wel doeng
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03319) vertaling: kost die da wel doeng
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03319) fragment: gekunne (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03319) fragment: gedoen (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03319) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03319) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03319) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03319) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03319) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03319) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03319) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03319) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03319) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03319) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03319) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03319) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03319) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03319) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03319) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03319) vertaling: ik denk a is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03319) vertaling: ik denk a is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03319) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03319) vertaling: ik wet atem weg is
komt voor: j
opm.: DAV
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03319) vertaling: ik wet atem weg is
komt voor: j
opm.: DAV
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03319) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03319) vertaling: M er keje zen verdruunke ba dauverstruuming
komt voor: j
opm.: DAV
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03319) vertaling: M er keje zen verdruunke ba dauverstruuming
komt voor: j
opm.: DAV
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03319) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03319) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03319) vertaling: kem al dierste drei summe gemokt, wa edde gei gemokt
komt voor: j
opm.: uit vertaling blijkt 'nee'.
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03319) vertaling: kem al dierste drei summe gemokt, wa edde gei gemokt
komt voor: j
opm.: uit vertaling blijkt 'nee'.
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03319) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03319) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03319) vertaling: dedie zaak ni dereven oepeite
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03319) vertaling: dedie zaak ni dereven oepeite
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03319) vertaling: kwet da Jan no de met gewest ei
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03319) vertaling: kwet da Jan no de met gewest is
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03319) vertaling: kwet da Jan no de met gewest is
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03319) vertaling: kwet da Jan no de met gewest ei
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03319) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03319) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03319) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03319) vertaling: a dei dof dattem zjust et zen bet kwame
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03319) vertaling: a dei dof dattem zjust et zen bet kwame
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03319) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03319) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03319) vertaling: in dien teit leevdeker oep los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03319) vertaling: vruuger levdenem azen biest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03319) vertaling: dor levdeme as got in vrangkrak
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03319) vertaling: niemant mag da zing dus ik ven dade gei dad uek ni meugt zing
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03319) vertaling: da gebeurde toeng daga weggung
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03319) vertaling: ik weit wor da gei beboore zai
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03319) vertaling: na dache kleir zei meugde goen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03319) vertaling: umda M duet was, eid eure man A nimier kunne elepe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03319) vertaling: ik weit dattem gon zwemmen is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03319) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03319) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03319) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03319) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03319) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03319) vertaling: jooet
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03319) vertaling: jooet
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03319) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03319) vertaling: jooet
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03319) vertaling: jooet
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03319) vertaling: wiedatte
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03319) vertaling: wiedatte
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03319) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03319) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03319) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03319) vertaling: kwil em nuuet nimer zing umdattem mei jei bedrauge
komt voor: j
opm.: DAV
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03319) vertaling: kwil em nuuet nimer zing umdattem mei jei bedrauge
komt voor: j
opm.: DAV
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03319) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03319) vertaling: em is duuet
komt voor: j
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03319) vertaling: em is duuet
komt voor: j
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03319) vertaling: issem duuet
komt voor: j
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03319) vertaling: issem duuet
komt voor: j
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03319) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03319) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03319) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03319) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: die dat (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: die dat (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: van die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: van die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: van die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: van die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03319) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: van die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: van die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: van die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: van die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03319) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03319) fragment: met wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03319) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03319) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03319) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03319) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03319) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03319) fragment: dat (1)
opm.: twjfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03319) fragment: dat (1)
opm.: twjfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03319) fragment: wat (1)
opm.: twjfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03319) fragment: wat (1)
opm.: twjfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03319) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03319) fragment: die dat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03319) fragment: die dat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03319) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03319) fragment: dat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03319) fragment: wie dat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03319) fragment: wie dat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03319) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03319) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03319) fragment: die haar (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03319) vertaling: P denkt da J en M oep niemant ni kwoat zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03319) vertaling: P denkt da J en M oep niemant ni kwoat zen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03319) vertaling: W denkt da me nuuet niemant ni ne prais geive
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03319) vertaling: W denkt da me nuuet niemant ni ne prais geive
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03319) vertaling: tis woor dasse ni me Marie meuge klappe
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03319) vertaling: tis woor dasse ni me Marie meuge klappe
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03319) vertaling: nieverans ni
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03319) vertaling: nieverans
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03319) vertaling: nieverans
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03319) vertaling: nieverans ni
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03319) vertaling: niemant ni
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03319) vertaling: nuuet ni
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03319) vertaling: nikske
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03319) vertaling: gien
000 (z03opm) (inf. 03319) opm. inf.: wat weet hij daarvan? nimendal
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03319) vertaling: zegtem ni dak no boite gewest em
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03319) vertaling: zegtem ni dak no boite gewest zen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03319) vertaling: zegtem ni dak no boite gewest zen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03319) vertaling: zegtem ni dak no boite gewest em
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03319) vertaling: verteltem mor ni dage ne kadau ver em gekocht ei
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03319) vertaling: wette gei ni dattem gevallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03319) vertaling: W probeirde um niemant zier te doeng
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03319) vertaling: tschent dasse niks mag eite
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03319) vertaling: ze schent niks te meugen eite
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03319) vertaling: ze probeiren al den ielen dag mekander up te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03319) vertaling: tsal weir ne schuunen dag were
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03319) vertaling: tis meschiengs beiter van nog efkes te wochte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03319) vertaling: wadde geluk em sebiet trug te veine
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03319) vertaling: as de kiekes ne valek zieng zen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03319) vertaling: amme de petaate ni kunne verkuupe kreige me last
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03319) vertaling: a geilen em ni meinemt werek kwoat
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03319) vertaling: a wistet
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03319) vertaling: oep deis fiest werter veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03319) vertaling: naa verkuupe zallien nog mor bruut in diee winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03319) vertaling: asem me zane vlau kompt zallem wel loat zen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03319) vertaling: agge teit ei komt dan is langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03319) vertaling: asek reik zen kuupek nen duren otau
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03319) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03319) vertaling: meschiengs goen ekik da wel kreigen
komt voor: j
opm.: DAV
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03319) vertaling: meschiengs goen ekik da wel kreigen
komt voor: j
opm.: DAV
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03319) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03319) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03319) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03319) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03319) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03319) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03319) vertaling: kem em et gegeive
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03319) vertaling: kem em et gegeive
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03319) vertaling: ze leift oep woater en bruut deis weik
komt voor: j
opm.: DAV
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03319) vertaling: ze leift oep woater en bruut deis weik
komt voor: j
opm.: DAV
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03319) vertaling: M jei gezei dagge et geprobeirt e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03319) vertaling: M ei gezeid dade gei et geprobeirt e lieke te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03319) vertaling: M jei gezei dagge et geprobeirt e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03319) vertaling: M ei gezeid dade gei et geprobeirt e lieke te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03319) vertaling: M jei gezeid dada gei et geprobeirt er nen boek te geive
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03319) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03319) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03319) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03319) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03319) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03319) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03319) vertaling: die van tstat die emme nier veul oize gebout
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03319) vertaling: on de nief voert dor ziede giene mens ni mier
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03319) vertaling: gistren is J ier gewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03319) vertaling: den dag da J belde wasek ni tois
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03319) vertaling: Jef, die zawekik oitnuudege
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03319) vertaling: Martha die zaa zuwiet nuuet doeng
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03319) vertaling: Bert die drinkt wel is e glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03319) vertaling: Martha die zaak wel is bei mei tois willen oitnudege
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03319) vertaling: da dois da zaak nuuet wille kuupe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03319) vertaling: da dois da stoter al fefteg jore
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03319) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03319) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03319) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03319) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03319) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03319) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03319) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03319) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03319) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03319) vertaling: ei Gunther gebelt
473 (z11b) En pas op! (inf. 03319) vertaling: pazoep
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03319) vertaling: twas zjust genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03319) vertaling: M ei naa mier keje dan vruuger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03319) vertaling: as s at kunne kaume dan at ze da gedoin
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03319) vertaling: zis de beste doktores die k ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03319) vertaling: ver da giet wegget mut efkes belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03319) vertaling: ier is alles wak gekreigen em
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03319) vertaling: Jan is te gierig um iet on zen kindere te geive
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03319) vertaling: persies of dade gei iet van futbal kent
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03319) vertaling: legt dien boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03319) vertaling: asge echt ni kunt wochte komt dan mor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03319) vertaling: ik weit da jan den doktoor at kunne ruepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03319) vertaling: ik weit da jan den doktoor kost geruepen emme
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03319) vertaling: aa zei dak et at mute doeng
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03319) vertaling: a zei dak et must gedoen emme
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03319) vertaling: aj is verleije weik der doktoor M gopereirt
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03319) vertaling: a wert merege der doktoor M gopereirt
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03319) vertaling: ik denk dagge veul zau mute weggoje
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03319) vertaling: ik denk dagge veul zau mute weggoje
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03319) vertaling: tis stoem oem zuun dure zokes weg te goje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03319) vertaling: tis stoem oem zuun dure zokes weg te goje
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03319) vertaling: aj is alle kapotte zokes ont weg goje
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03319) vertaling: aj is alle kapotte zokes ont weg goje
positie: 1,2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03319) vertaling: ik ven dage mier de gazet zau mutte leize
positie: 1,2,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03319) vertaling: ik ven dage mier de gazet zau mutte leize
positie: 1,2,3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03319) vertaling: tis stum um int doenker de gazet te leize
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03319) vertaling: tis stum um int doenker de gazet te leize
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03319) vertaling: aj is den ielen dag de gazet ont leize
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03319) vertaling: aj is den ielen dag de gazet ont leize
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03319) fragment: door (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03319) fragment: naar (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03319) fragment: naar (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03319) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03319) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03319) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03319) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03319) vertaling: R ei eine grunen appel weggegeive en naa eit em er nog twiee ruu
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03319) vertaling: der woare vel mensen oept fiest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03319) vertaling: woareder vel mensen oept fiest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03319) vertaling: wa ver boeken edde gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03319) vertaling: a woent ba Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03319) vertaling: a woent ba Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03319) vertaling: lupt is efkes nor den bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03319) vertaling: wajedde gezing
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03319) vertaling: wie edaa gezing
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03319) vertaling: adek da geweite dan adek et ni gedoen
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03319) vertaling: tza beiter zaan van nog efkes te wochte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03319) vertaling: gelukkeg at Jan den doktoor gebelt en die was er iel rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03319) vertaling: luup toch deur ambetante joeng
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03319) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03319) komt voor: j
gebr.: 4
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03319) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03319) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03319) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Broechem

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Broechem