SAND-data Borgerhout (K246p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03318) vertaling: Jan erinnert zen aaige da verhaol wel
opm.: reflexief: z'n eigen
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03318) vertaling: M en P zing mekadere veur de kaerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03318) vertaling: Toen wast zen aaige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03318) vertaling: den timmerman e gin noagels baai
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03318) vertaling: F zag en slang neffe em
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03318) vertaling: E liet maai verem waerke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03318) vertaling: J liet er aaige meedraaiven oep de golve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03318) vertaling: T bezag zen aaige is goe in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03318) vertaling: J e in twie menute en birke gedroenke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03318) vertaling: Di schoene loepe gemakkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03318) vertaling: E kent zen aaige goe
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03318) vertaling: W. e geoerd datter foto's van em in de vitrin ston
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03318) vertaling: Die petoete schelle nie gemakkelek
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03318) vertaling: da glas brekt ast oep de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03318) vertaling: dokter, levekik wel gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03318) vertaling: al joare leeftem van de arfenis van zen voader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03318) vertaling: dees week leeft ze oep woater en broed
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03318) vertaling: levet nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03318) vertaling: oelang leefde golle na al van die arfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03318) vertaling: in Bretagne leven ze veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03318) vertaling: nateten gonik sloape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03318) vertaling: zouk da wel kunnen doeng
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03318) vertaling: a liet zen ois afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03318) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03318) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03318) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03318) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03318) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03318) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03318) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03318) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03318) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03318) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03318) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03318) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03318) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03318) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03318) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03318) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 2
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 2
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03318) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03318) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 1
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03318) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03318) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03318) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03318) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03318) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03318) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 3
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03318) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03318) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03318) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03318) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03318) vertaling: Jan he gienen boek mier
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03318) vertaling: Jan he gienen boek mier
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03318) vertaling: Jan he gienen boek nie mier
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03318) vertaling: Jan he gienen boek nie mier
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03318) vertaling: boeke e Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03318) vertaling: Jan e nie vool geld niemier
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03318) vertaling: over da probleem mag er niemand spreke
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03318) vertaling: niemand mag er over dat probleem spreke
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03318) vertaling: niemand ze dattem komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03318) vertaling: zitten ier ieverans moize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03318) vertaling: ik geef niks on en ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03318) vertaling: niemand wilt wareken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03318) vertaling: we wisten nie dattem thois was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03318) vertaling: ik wistet oek nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03318) vertaling: a mag me niemand over da probleem spreken
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03318) vertaling: Jan wet dattem veur draai ure de woage gemokt muttemme
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 2
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 2
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03318) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03318) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03318) komt voor: n
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03318) vertaling: Marie euren otto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03318) vertaling: Piet zennen otto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03318) vertaling: Die man zennen otto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03318) vertaling: Dien otto is nie van maai mor van em
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03318) vertaling: de gazet van gistere le onder den teevee
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03318) vertaling: Jan is Karolin en Kristin un bruurke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03318) vertaling: Die jongens hun fietsen zen gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03318) vertaling: die zussen un moeder is oep bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03318) vertaling: dien otto is van de Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03318) vertaling: die fiets is van maai
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03318) vertaling: a mag met niemand over dat probleem spreke
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03318) vertaling: Ik wil niemand kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03318) vertaling: Ik wil niemand nie kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03318) vertaling: Ik wil niemand nie kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03318) vertaling: Ik wil niemand kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03318) vertaling: et is spaaitig da waai nie meuge kome
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03318) vertaling: da gonnek ni doeng
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03318) vertaling: ik em nie gewaarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03318) vertaling: a addet nog mar just verteld of Marie begost te blete
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03318) vertaling: ga die bestelling naai mor hoale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03318) vertaling: a waarkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03318) vertaling: ik verbied a ier te kome
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03318) vertaling: Jan belette da we M oepbelde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03318) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03318) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03318) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03318) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: van te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: van te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: van te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: van te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03318) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03318) fragment: om (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03318) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03318) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03318) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03318) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03318) fragment: van (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03318) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03318) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03318) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03318) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03318) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03318) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03318) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03318) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03318) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03318) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03318) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03318) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03318) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03318) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03318) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03318) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03318) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03318) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03318) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03318) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03318) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03318) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03318) fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03318) vertaling: ik weet da golle op niemand kwoad ze
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03318) vertaling: ik weet da zaai oep niks fier is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03318) vertaling: Els denkt dat 't nie gemakkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03318) vertaling: Ik weet dak te loat zen en gaai nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03318) vertaling: ge wet toch da gaai mut waarke en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03318) vertaling: iederien denkt da waai nor ois gon en da zolle meuge blaaive
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03318) vertaling: tis spaaiteg dadaai komt en da zaai weggot
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03318) vertaling: ik denk da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03318) vertaling: ik denk da P en L gon trawen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03318) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03318) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03318) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03318) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03318) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03318) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03318) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03318) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03318) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03318) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03318) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03318) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03318) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03318) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03318) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03318) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03318) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03318) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03318) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03318) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03318) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03318) fragment: die z'n (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03318) fragment: waar dat (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03318) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03318) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03318) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03318) fragment: dat (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03318) fragment: die dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03318) fragment: wat dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03318) fragment: die dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03318) fragment: die dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03318) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03318) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03318) fragment: waar dat (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03318) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03318) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03318) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03318) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03318) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03318) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03318) fragment: wie dat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03318) fragment: die dat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03318) fragment: die dat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03318) fragment: wie dat (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03318) vertaling: wie denkte dak in de stad zen tegengekomen
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03318) vertaling: oe denkte golle da ze dadebbe oepgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03318) vertaling: oe denkte da ze temme oepgelost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03318) vertaling: M wet nie wie da waai wille oepbelle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03318) vertaling: wet iemand wie da waai geroepe hemme
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03318) vertaling: wie denkte dak in t stad zen tegengekome
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03318) vertaling: a e zen ande gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03318) vertaling: a e zen em gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03318) vertaling: a e nen oet oep zene kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03318) vertaling: a e em plak oep zen em
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03318) vertaling: a e zen bien gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03318) vertaling: ze e er aaige zir gedon
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03318) vertaling: M trok 't deksel nor eur
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03318) vertaling: L wet tat er foto's van em te koep zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03318) vertaling: ge wet toch nog wel da we toen dwars deur da bos zen geloepe
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03318) vertaling: ik weet nog da den otto va M kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03318) vertaling: ze wet nog dattem zat tete gelak as e vaarke
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03318) vertaling: waai wete nog wel da al Jan z'n boeke gestole woare, mor zolle wetenet nie mier
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03318) vertaling: wete golle nog dawe Jan oep de mart gezing hemme
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03318) vertaling: a e zen aaige en ongeluk gewaarkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03318) vertaling: a voelde zen aaige deur taais zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03318) vertaling: zou a da kunne hemme gedoan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03318) vertaling: zou a da gedoan kunne hemme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03318) vertaling: zou a da gedoan kunne hemme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03318) vertaling: zou a da kunne hemme gedoan
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03318) fragment: gekunnen (1)
opm. inf.: (x) Betekenisverschil: a: Eddy moet ertoe in staat zijn vroeg op te staan vs. c: Eddy is maar gelukkig als hij vroeg kan opstaan.
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03318) fragment: gekunnen (1)
opm. inf.: (x) Betekenisverschil: a: Eddy moet ertoe in staat zijn vroeg op te staan vs. c: Eddy is maar gelukkig als hij vroeg kan opstaan.
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03318) fragment: gedoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03318) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03318) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03318) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03318) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03318) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03318) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03318) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03318) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03318) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03318) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03318) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03318) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03318) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03318) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03318) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03318) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03318) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03318) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03318) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03318) vertaling: Marie al eur koeie zen verdroenke ba de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03318) vertaling: Marie al eur koeie zen verdroenke ba de overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03318) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03318) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03318) vertaling: Ik em al de ierste draai oeptellinge gemokt. De welke hedde gaai gemokt
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03318) vertaling: Ik em al de ierste draai oeptellinge gemokt. De welke hedde gaai gemokt
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03318) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03318) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03318) vertaling: de die zouk nie daarve oepete
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03318) vertaling: de die zouk nie daarve oepete
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03318) vertaling: kweet da Jan nor de mart gewest e
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03318) vertaling: kweet da Jan nor de mart gewest e
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03318) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03318) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03318) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03318) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03318) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03318) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03318) vertaling: in dien taait levdenek er mor oep los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03318) vertaling: vruger levdenem gelak as em biest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03318) vertaling: doar levde waai gelak as God in Franrek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03318) vertaling: niemand mag et sing, dus 'k vind da gaai et oek nie meugt zing
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03318) vertaling: et gebeurde toen da gaai wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03318) vertaling: ik weet wor da gaai gebore ze
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03318) vertaling: naai da ge kler ze, meugde goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03318) vertaling: deurda Marie gesteurve was, e eure man Anna nie mier kunne elpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03318) vertaling: kweet dattem is gon zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03318) komt voor: j
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03318) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03318) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03318) komt voor: j
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03318) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03318) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03318) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03318) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03318) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03318) komt voor: n
opm.: heel uitzonderlijk als jot
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03318) vertaling: wie datte
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03318) vertaling: wie datte
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03318) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03318) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03318) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03318) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03318) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03318) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03318) vertaling: issem doeit
komt voor: j
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03318) vertaling: issem doeit
komt voor: j
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03318) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03318) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03318) vertaling: mejem te waarke moest zaai iel den dag thois blaaive
komt voor: j
opm.: DAV
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03318) vertaling: mejem te waarke moest zaai iel den dag thois blaaive
komt voor: j
opm.: DAV
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03318) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03318) fragment: die da (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03318) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03318) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03318) fragment: die da (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03318) fragment: die da (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03318) fragment: dien (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03318) fragment: dien (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03318) fragment: die da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: dien (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: dien (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: dien (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: die da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03318) fragment: dien (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03318) fragment: waar dad (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03318) fragment: wie da (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03318) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03318) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03318) fragment: dadek (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03318) fragment: dadek (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03318) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03318) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03318) fragment: dadek (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03318) fragment: dad (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03318) fragment: dad (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03318) fragment: dadek (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03318) fragment: wie da (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03318) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03318) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03318) fragment: wie da (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03318) fragment: die eur (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03318) vertaling: piet denkt da Jan en Marie oep niemand nie kwoad zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03318) vertaling: piet denkt da Jan en Marie oep niemand nie kwoad zen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03318) vertaling: Wim denkt da we noeit on niemand ne praais geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03318) vertaling: Wim denkt da we noeit on niemand ne praais geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03318) vertaling: et is woar da ze nie me Marie meuge klappe
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03318) vertaling: et is woar da ze nie me Marie meuge klappe
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03318) vertaling: nieverans
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03318) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03318) vertaling: noeit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03318) vertaling: nikske
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03318) vertaling: nikske
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03318) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03318) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03318) vertaling: gien
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03318) vertaling: gien
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03318) vertaling: gien ien
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03318) vertaling: gien ien
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03318) vertaling: zegtem nie dak nor boite zen gewest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03318) vertaling: nie vertelle da ge ne cadeau veur em het gekocht, zulle
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03318) vertaling: wette ga nie dattem gevallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03318) vertaling: W probeerde niemand zier te doeng
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03318) vertaling: 't schaaint da ze niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03318) vertaling: ze schaaint niks te meugen ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03318) vertaling: ze probere al iel den dag mekanderen oep te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03318) vertaling: 't belooft wer ne schoenen dag te weure
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03318) vertaling: 't is misschien beter nog efkes te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03318) vertaling: we hadde de chons em dirct terug te vinde
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03318) vertaling: as de kiekes ne valk zing zen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03318) vertaling: as we de petaten nie kunne verkoepe zitte we in de probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03318) vertaling: as golle em nie meenemt weur ik kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03318) vertaling: a wist et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03318) vertaling: oep dees fiest weurd er vool gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03318) vertaling: na weurd er allien nog mor broeid verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03318) vertaling: as em me de fiets komt zal em wel te loat zen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03318) vertaling: as ge taait et, kom tan ne kier langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03318) vertaling: as ik raaik zen, koep ik nen ielen dieren otto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03318) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03318) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03318) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03318) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03318) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03318) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03318) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03318) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03318) vertaling: ze left za oep woater en broejt dees week
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03318) vertaling: Marie ze da gaai et geprobeerd een lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03318) vertaling: Marie ze da gaai et geprobeerd een lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03318) vertaling: marie e gezee da gaai et geprobeerd een lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03318) vertaling: marie e gezee da gaai et geprobeerd een lieke te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03318) vertaling: marie e gezee da gaai et geprobeerd eur nen boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03318) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03318) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03318) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03318) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03318) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03318) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03318) vertaling: die van t stad die emme ier vool oize gebaud
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03318) vertaling: on die nief voart dor ziede giene mens nie mier
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03318) vertaling: gisteren is de Jan ier gewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03318) vertaling: den dag da Jan belde was ik nie thois
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03318) vertaling: Jef, die zou (i)k noeit invitere
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03318) vertaling: Marie, die zou zoe iet noeit doeng
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03318) vertaling: Bert, die drinkt wel is een glas te vool
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03318) vertaling: Martha, die zou ik wel is ba maai thois wille invitere
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03318) vertaling: Da dois da zou (i)k noeit wille koepe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03318) vertaling: da dois da stottor al feftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03318) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03318) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03318) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03318) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03318) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03318) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03318) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03318) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03318) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03318) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03318) vertaling: e Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03318) vertaling: pazoep
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03318) vertaling: 't was mor just goe genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03318) vertaling: Marjo e na mier koeie dan da ze vruger at
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03318) vertaling: as Suzan at kunne kome, dan zou ze da gedoan emme
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03318) vertaling: zaai is den besten doktoor dien ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03318) vertaling: veur dad iet weggoeit mutte efkes belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03318) vertaling: ier is alles wadad ik gekrege eb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03318) vertaling: Jan is te gierig oem iet on zijn kindere te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03318) vertaling: of da gaai iet van foetballe wet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03318) vertaling: leg dien boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03318) vertaling: as ge echt nie kunt wachte komt dan mor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03318) vertaling: ik wet da Jan den doktoor at kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03318) vertaling: Ik weet da Jan den doktoor kon hemme geroepe
opm.: weinig gebruikelijk
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03318) vertaling: A ze dak et at mutte doeng
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03318) vertaling: A ze dak et gedoan moest emme
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03318) vertaling: A is veurige week deur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03318) vertaling: a weurd morge deur dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03318) vertaling: ik denk da ge vool zou mutte weggoeie
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03318) vertaling: ik denk da ge vool zou mutte weggoeie
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03318) vertaling: et is stoem zoe n dier dinges weg te goeie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03318) vertaling: et is stoem zoe n dier dinges weg te goeie
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03318) vertaling: a is alle kapotte spulle ont weggoeie
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03318) vertaling: a is alle kapotte spulle ont weggoeie
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03318) vertaling: k vind da ge ne kier een gazet zou mutte leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03318) vertaling: k vind da ge ne kier een gazet zou mutte leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03318) vertaling: t is stoem oem in t doenker een gazet te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03318) vertaling: t is stoem oem in t doenker een gazet te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03318) vertaling: a is iel den dag een gazet on t lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03318) vertaling: a is iel den dag een gazet on t lezen
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03318) fragment: deur (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03318) fragment: me (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03318) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03318) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03318) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03318) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03318) vertaling: R. e iene grunen appel weggegeve en na jet em er nog twie roei
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03318) vertaling: er woare vool mense oep t fiest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03318) vertaling: woaren er vool mense oep t fiest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03318) vertaling: wadedde veur boeke gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03318) vertaling: wa veur boeke hedde gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03318) vertaling: wa veur boeke hedde gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03318) vertaling: wadedde veur boeke gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03318) vertaling: a woent ba Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03318) vertaling: a woent ba Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03318) vertaling: goddes efkes nor den bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03318) vertaling: wie hedde gezing
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03318) vertaling: wie e a gezing
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03318) vertaling: haddek da gewete dan haddekik t nie gedoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03318) vertaling: t zou beter zen nog efkes te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03318) vertaling: gelukkig had Kan den doktoor gebeld en die was er iel rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03318) vertaling: loept na toch deur vervelende joenges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 2
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 2
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03318) komt voor: j
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03318) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03318) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03318) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03318) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03318) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Borgerhout

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Borgerhout