SAND-data Alphen (K194p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03317) vertaling: Jan wit de verhaal nog wel
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03317) vertaling: M en P zien elkaor vur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03317) vertaling: T wast zun eige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03317) vertaling: de timmerman heej gin speekers bij um
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03317) vertaling: F zaag un slang neffen um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03317) vertaling: E liet mu vur hum werken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03317) vertaling: J liet zich meedreeven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03317) vertaling: T beket zun eige us goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03317) vertaling: Jan heei in twee tellen zun bierke op
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03317) vertaling: dees schoenen lopen gemakkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03317) vertaling: E kent zuneige goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03317) vertaling: W heej geheurd det ur foto's van um in de etullage staon
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03317) vertaling: de erpel schellen nie makkelek
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03317) vertaling: dees glas brikt as ut op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03317) vertaling: Doktur, leef ik wel gezond genoeg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03317) vertaling: Al jaoen leeft hij van de erfenis van zun vaoder
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03317) vertaling: dees week leeft zij op waoter en braod
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03317) vertaling: Leeft t nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03317) vertaling: Hoelang leeven gullie nu al van die erfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03317) vertaling: in britagne leeven zu vural van t vis vangen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03317) vertaling: nor ut eten gooik slaopen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03317) vertaling: zuk de wel kunnen doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03317) vertaling: hij liet zun huis afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03317) vertaling: ik weet de Jan hard mot kunnen werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03317) vertaling: ik weet de Jan hard mot kunnen werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03317) vertaling: ik weet de Jan hard mot kunnen werken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03317) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03317) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03317) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03317) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03317) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03317) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03317) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03317) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03317) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03317) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03317) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03317) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03317) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03317) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03317) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03317) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03317) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03317) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03317) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03317) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03317) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03317) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03317) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03317) komt voor: j
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03317) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03317) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03317) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03317) vertaling: Jan heej gin boek mir
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03317) vertaling: boeken heej Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03317) vertaling: Jan heej nie veul geld mir
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03317) vertaling: er maag niemand praoten over de geval
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03317) vertaling: er maag niemand iets zegge over de geval
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03317) vertaling: niemand zeej det ie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03317) vertaling: zitten hier ergens muisen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03317) vertaling: ik geef niks on n aonder
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03317) vertaling: niemand wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03317) vertaling: wij wiesen nie detie thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03317) vertaling: ik wies et ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03317) vertaling: hij maag mee niemand praoten over dees probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03317) vertaling: Jan wit det ie vur drie uur de waogen mot hebben gemokt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03317) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03317) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03317) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03317) vertaling: Maries oto is kuppot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03317) vertaling: Marie dur oto is kuppot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03317) vertaling: Piets oto is kuppot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03317) vertaling: Piets zun oto is kuppot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03317) vertaling: dee meens oto is kuppot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03317) vertaling: die meens zun oto is kuppot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03317) vertaling: dieë oto is nie van men mer van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03317) vertaling: de kraant van giesteren lee onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03317) vertaling: Jan is K en K zun bruurke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03317) vertaling: die jong hun fietsen zen gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03317) vertaling: die zusters dur moeder is over
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03317) vertaling: die oto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03317) vertaling: die fiets is van men
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03317) vertaling: hij maag mee niemand over de prubleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03317) vertaling: ik wil geen meens raoken
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03317) vertaling: het is zunt de wu nie moge komen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03317) vertaling: de doe ik nie
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03317) vertaling: ik heb nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03317) vertaling: hij hai t nog me net gezee of M begon te schrewe
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03317) vertaling: goi de bestelde mer haolen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03317) vertaling: hij werkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03317) vertaling: ik verbieje om hier nor toe te komen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03317) vertaling: Jan hiel ons tegen de we Marie zouwe bellen
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03317) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03317) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03317) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03317) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03317) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03317) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03317) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03317) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03317) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03317) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03317) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03317) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03317) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03317) fragment: dat wij (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03317) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03317) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03317) fragment: dat wij (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03317) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03317) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03317) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03317) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03317) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03317) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03317) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03317) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03317) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03317) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03317) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03317) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03317) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03317) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03317) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03317) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03317) vertaling: ik weet de gullie op niemand kwaod zet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03317) vertaling: ik weet de zu op niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03317) vertaling: E denkt de t nie makkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03317) vertaling: ik weet de ik te laot was en gij nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03317) vertaling: ge wit toch de gij mot werken en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03317) vertaling: allemal dochten zu de wij nor huis gon en de zijn nog mochten bleven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03317) vertaling: t is zunt de hij komt en de hullie gon
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03317) vertaling: ik denk de Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03317) vertaling: ik denk de P en L gon trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03317) vertaling: jao de doet-ie
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03317) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03317) komt voor: j
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03317) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03317) vertaling: de doet-ie wel
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03317) vertaling: de doet-ie wel
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03317) vertaling: de doet-ie niet
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03317) vertaling: de doet-ie niet
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03317) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03317) vertaling: hij doei't nie
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03317) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03317) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03317) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03317) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03317) komt voor: j
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03317) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03317) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03317) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03317) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03317) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03317) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03317) vertaling: de laamp doei't nie
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03317) vertaling: de laamp doei't nie
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03317) vertaling: doe ze elke aovond daanse
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03317) vertaling: doe ze elke aovond daanse
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03317) vertaling: snij efkens t brood
komt voor: j
opm.: dav
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03317) vertaling: snij efkens t brood
komt voor: j
opm.: dav
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03317) fragment: waorvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03317) fragment: van de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03317) fragment: van de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03317) fragment: waorvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03317) fragment: waarop (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03317) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03317) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03317) fragment: de (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03317) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03317) fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03317) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03317) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03317) fragment: daor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03317) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03317) fragment: we (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03317) fragment: we (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03317) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03317) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03317) fragment: we (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03317) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03317) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03317) fragment: as ie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03317) fragment: as ie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03317) vertaling: we denkte wie ik in de stad gezien heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03317) vertaling: hoe dogtte de ze t gedaon han
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03317) vertaling: hoe dogtte gij de ze t gedaon han
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03317) vertaling: M wit nie de we zouwe bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03317) vertaling: wit-er iemand wie we geroepen han
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03317) vertaling: wie denkte dek in de stad gezien heb
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03317) vertaling: wie denkte dek in de stad gezien heb
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03317) vertaling: hij heej zun haonden gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03317) vertaling: hij heej zun hem gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03317) vertaling: hij heej ne hoed op zunne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03317) vertaling: hij heej ne kwaaier op zun hem
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03317) vertaling: hij heej zun bin gebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03317) vertaling: hij heej z'n eige zir gedaon
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03317) vertaling: Marie t deksel nor der toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03317) vertaling: L wit detter petretten van um te koop zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03317) vertaling: ge wit toch wel de we toen dur de bos zen gelopen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03317) vertaling: ik weet nog de den oto van M kepot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03317) vertaling: ze wit nimmer detie as un verken zaat te eten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03317) vertaling: wij wiesen nog wel de Jan zun boeken weggeholt waren mar zij wies t nimmer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03317) vertaling: witte jullie nog de we Jan op de mart gezien han
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03317) vertaling: hij heej zun eigen un ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03317) vertaling: hij vuulde zun eigen dur't ees zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03317) vertaling: zou hij de gedaon kunnen hebben
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03317) fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03317) fragment: gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 4
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 4
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03317) gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03317) gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03317) gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03317) gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03317) vertaling: we gon de schuur om de koeien te voeieren
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03317) vertaling: we gon de schuur om de koeien te voeieren
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03317) vertaling: ze kwamen dor ongegaon
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03317) vertaling: ze kwamen dor ongegaon
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03317) vertaling: ik denk dettie weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03317) vertaling: ik denk dettie weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03317) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03317) vertaling: ik weet det ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03317) vertaling: ik weet det ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03317) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03317) vertaling: de politie kwaom bij um en namen um mee
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03317) vertaling: Marie dur koeien zen bij de overstroming verzopen
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03317) vertaling: Marie dur koeien zen bij de overstroming verzopen
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03317) vertaling: van kees maoken weet ik niks af
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03317) vertaling: van kees maoken weet ik niks af
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03317) vertaling: mee Jan zen ik nor de mart gewist
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03317) vertaling: mee Jan zen ik nor de mart gewist
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03317) vertaling: ik hai de irste drie sommen al gemokt welke hedde gij al af
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03317) vertaling: ik hai de irste drie sommen al gemokt welke hedde gij al af
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03317) vertaling: de welke hedde gij al weggedaon
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03317) vertaling: de welke hedde gij al weggedaon
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03317) vertaling: zukke zuk nie durven eten
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03317) vertaling: zukke zuk nie durven eten
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03317) vertaling: die zuk nie durven eten
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03317) vertaling: die zuk nie durven eten
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03317) vertaling: ik weet de Jan nor de mart is gewist
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03317) vertaling: te voet kwaam ik um tegen
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03317) vertaling: te voet kwaam ik um tegen
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03317) vertaling: ik heb hil we gelopen
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03317) vertaling: ik heb hil we gelopen
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03317) vertaling: ik wor naaw muug ik schaai er mee uit
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03317) vertaling: ik wor naaw muug ik schaai er mee uit
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03317) vertaling: hij dee net of ie pas uit bed was
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03317) vertaling: hij dee net of ie pas uit bed was
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03317) vertaling: de schilder hee hier geschilderd
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03317) vertaling: de schilder hee hier geschilderd
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03317) vertaling: denk te de ge nor huis got
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03317) vertaling: in diee tijd leefde ik erop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03317) vertaling: vruger leefde hij as n bist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03317) vertaling: doar leefde we as god in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03317) vertaling: niemaand maag t zien dus ik veen de gij t ok nie maagt zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03317) vertaling: t gebeurde bij t weggaon
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03317) vertaling: ik weet wor ge geboren zet
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03317) vertaling: as ge klor bent kunde gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03317) vertaling: omde M dood was, hee durre vent A nie mir kunnen helpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03317) vertaling: ik weet det ie is gon zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03317) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03317) vertaling: jot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03317) vertaling: jot
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03317) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03317) vertaling: jot
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03317) vertaling: jot
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03317) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03317) vertaling: mee zoen wir kunde niks doen
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03317) vertaling: mee zoen wir kunde niks doen
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03317) vertaling: as't kermus is komen de mensen nor buiten
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03317) vertaling: as't kermus is komen de mensen nor buiten
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03317) vertaling: ik wil um nimmer zien want hij hee mu opgelicht
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03317) vertaling: ik wil um nimmer zien want hij hee mu opgelicht
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03317) komt voor: j
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03317) vertaling: gij got mee men nor t voetballen
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03317) vertaling: gij got mee men nor t voetballen
komt voor: j
opm.: dav
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03317) vertaling: hij is dood
komt voor: j
opm.: dav
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03317) vertaling: hij is dood
komt voor: j
opm.: dav
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03317) vertaling: is hij dood
komt voor: j
opm.: dav
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03317) vertaling: is hij dood
komt voor: j
opm.: dav
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03317) vertaling: zij is ziek
komt voor: j
opm.: dav
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03317) vertaling: zij is ziek
komt voor: j
opm.: dav
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03317) vertaling: is zij ziek
komt voor: j
opm.: dav
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03317) vertaling: is zij ziek
komt voor: j
opm.: dav
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03317) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03317) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03317) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03317) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03317) fragment: worvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03317) fragment: die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03317) fragment: die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03317) fragment: worvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03317) fragment: worvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03317) fragment: worvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03317) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03317) fragment: die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03317) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03317) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03317) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03317) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03317) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03317) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03317) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03317) fragment: van de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03317) vertaling: P denkt de J en M op niemant kwoot is
betekenis: geen negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03317) vertaling: P denkt de J en M op niemant kwoot is
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03317) vertaling: Wim denkt de we nooit iemant nu prijs geven
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03317) vertaling: Wim denkt de we nooit iemant nu prijs geven
betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03317) vertaling: 't is waar de ze nie mee M mogen praten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03317) vertaling: 't is waar de ze nie mee M mogen praten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03317) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03317) vertaling: ikke zelf
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03317) vertaling: de zal lang duren
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03317) vertaling: de bestou nie
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03317) vertaling: welke koeie he hij gemolken
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03317) vertaling: zeg um nie dek nor buiten zen gewist
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03317) vertaling: nie zegge de ge iets vurm het gekocht
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03317) vertaling: wieste nie det ie was gevallen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03317) vertaling: W prubbeerde om n aander zeer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03317) vertaling: t schent de ze niks maag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03317) vertaling: ze schent nks te mogen eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03317) vertaling: ze prubberen al den hille dag elkaar te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03317) vertaling: t schent unne schoone dag te worre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03317) vertaling: 't is musschien toch beter efkens te wochten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03317) vertaling: we han geluk um metin terug te veene
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03317) vertaling: as de kippen nu valk zien zeen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03317) vertaling: as we derpel nie kunnen verkopen dan ist hil erg
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03317) vertaling: as gum nie meenimt wor ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03317) vertaling: hij wiest 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03317) vertaling: op dit fist wordt ur veul gedaanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03317) vertaling: naaw wordt ur allin mer brood verkocht in dieen winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03317) vertaling: as ie mee de fiets komt is ie zeker te laot
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03317) vertaling: as ge teet het komdan us nu ki langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03317) vertaling: as uk reek ben koop uk nu dure oto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03317) komt voor: j
opm.: a wel, b niet
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03317) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03317) vertaling: durfde gij ur op te dauwen
komt voor: j
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03317) vertaling: durfde gij ur op te dauwen
komt voor: j
opm.: dav
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03317) vertaling: durfde gij um te vraogen
komt voor: j
opm.: dav
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03317) vertaling: durfde gij um te vraogen
komt voor: j
opm.: dav
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03317) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03317) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03317) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03317) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03317) vertaling: ik heb t hem gegeven
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03317) vertaling: ik heb t hem gegeven
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03317) vertaling: zij leeft van de week op waoter en brood
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03317) vertaling: M heej gezee de gij het geprubbeerd un lieke te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03317) vertaling: Marie heej gezee de gij geprobbeerd het een lieke te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03317) vertaling: Marie heej gezee de gij geprobbeerd het een lieke te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03317) vertaling: M heej gezee de gij het geprubbeerd un lieke te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03317) vertaling: Marie heej gezee de gij geprubbeerd het heur un boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03317) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03317) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03317) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03317) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03317) vertaling: die van de stad, hebben hier veul huizen gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03317) vertaling: on die noewe vart ziede ginne meens mir
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03317) vertaling: giesteren is J hier gewist
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03317) vertaling: toen J belde was ik nie tuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03317) vertaling: Jef die zuk nooit verzuken
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03317) vertaling: Marie zu de nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03317) vertaling: Bert die wil wel uns un glas teveul drinken
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03317) vertaling: Martha die zuk welles bij mun thuis willen verzuken
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03317) vertaling: de huis zuk nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03317) vertaling: de huis stot ur al veftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03317) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03317) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03317) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03317) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03317) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03317) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03317) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03317) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03317) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03317) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03317) vertaling: hee Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03317) vertaling: pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03317) vertaling: t was mer net genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03317) vertaling: M hee nouw meer koeien as vruger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03317) vertaling: as S hai kunne komen dan hai zu de gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03317) vertaling: zu is de biste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03317) vertaling: vur degge we weggooit motte efkus bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03317) vertaling: dees is alles wek gekregen hep
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03317) vertaling: J is te gierig om we on zun kender te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03317) vertaling: ofde gu we van voetballen wit
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03317) vertaling: de boek leg weg
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03317) vertaling: as de echt nie kunt wochten, dan kom mer
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03317) vertaling: ik weet de Jan dun dokter hai kunnen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03317) vertaling: ik weet de Jan dun dokter kon hebben geroepen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03317) vertaling: hij zee de ik ut hay motte doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03317) vertaling: hij zee de ik ut gedaon moest hebben
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03317) vertaling: hij is vurrige week dur dokter Mertens geoppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03317) vertaling: hij wordt meergen dur dokter Mertens geoppereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03317) vertaling: ik denk de ge veul zou motte weggooien
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03317) vertaling: ik denk de ge veul zou motte weggooien
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03317) vertaling: hut is stom om zukke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03317) vertaling: hut is stom om zukke dure dingen weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03317) vertaling: hij is alle kuppotte dinge on ut weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03317) vertaling: hij is alle kuppotte dinge on ut weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03317) vertaling: ik veen de ge mir de kraant ze motte lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03317) vertaling: ik veen de ge mir de kraant ze motte lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03317) vertaling: t is stom om in de donkere de kraant te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03317) vertaling: t is stom om in de donkere de kraant te lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03317) vertaling: hij doe de hil de dag kraant lezen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03317) vertaling: hij doe de hil de dag kraant lezen
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03317) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03317) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03317) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03317) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03317) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03317) vertaling: R heej ine grune appel weggegeven en naaw hee hij ur nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03317) vertaling: ur waren veul meensen op t fist
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03317) vertaling: waren ur veul meensen op t fist
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03317) vertaling: we vur boeken hedde gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03317) vertaling: we vur boeken hedde gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03317) vertaling: we hedde vur boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03317) vertaling: we hedde vur boeken gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03317) vertaling: hij woont bij Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03317) vertaling: hij woont bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03317) vertaling: lopt efkes nor de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03317) vertaling: wie hee oe gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03317) vertaling: wie heej jauw gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03317) vertaling: hai ik de geweten dan hai ik t nie gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03317) vertaling: t zu beter zeen om nog efkus te wochten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03317) vertaling: gelukkig hai J de dokter gebeld en die was er zo
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03317) vertaling: lopt nouw toch deur vervelende jong
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03317) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03317) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03317) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03317) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03317) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03317) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03317) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Alphen

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Alphen