SAND-data Tilburg (K183p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03492) vertaling: Jan herinnert zich dè verhoal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03492) vertaling: Marie en Piet zien mekare vur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03492) vertaling: Toon waast z'n èege
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03492) vertaling: Den timmerman heej gin spèkers bij
opm.: reflexief: geen
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03492) vertaling: Fons zaag unne slang neffe um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03492) vertaling: Erik liet mèn vur hum wèrreke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03492) vertaling: Johanna liet der ège meejdrève op de golve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03492) vertaling: Toon bekeek z'n èege is goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03492) vertaling: Jan heej in 2 min. 'n bierke gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03492) vertaling: Deze schoene loôpe gemak
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03492) vertaling: Eduard kent z'n èege goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03492) vertaling: Ward heej gehurt, detter foto's van z'n èege in d'n etalage stoan
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03492) vertaling: Die èrpel schille nie gemak
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03492) vertaling: Dees glas brikt as 't op de grond valt
000 (x01opm) (inf. 03492) opm. inf.: De uitdrukking 'zich' of 'zichzelf' komt in het dialect niet als zodanig voor
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03492) vertaling: Dokter, lèef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03492) vertaling: Al joare lèeft-ie van de erfenis van zunne vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03492) vertaling: Dees week lèeft zij op woater en brôd
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03492) vertaling: Leeft 't nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03492) vertaling: Zitter nog lève in?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03492) vertaling: Zitter nog lève in?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03492) vertaling: Leeft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03492) vertaling: Hoelang lèefde gullie nou al van diejen erfenis?
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03492) vertaling: In Bretagne lèeve ze vural van d'n visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03492) vertaling: Noa 't ete goa ik sloape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03492) vertaling: Zô'k dè wel kunne doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03492) vertaling: Hij liet z'n hûis afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03492) vertaling: Ik weet, dè Jan hard moet kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03492) vertaling: Ik weet, dè Jan hard moet kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03492) vertaling: Ik weet, dè Jan hard moet kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03492) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03492) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03492) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03492) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03492) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03492) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03492) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03492) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03492) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03492) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03492) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03492) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03492) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03492) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03492) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03492) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03492) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03492) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03492) komt voor: j
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03492) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03492) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03492) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03492) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03492) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03492) vertaling: Jan heej gin boek mir
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03492) vertaling: Jan heej gin boek mir
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03492) vertaling: Boeken heej Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03492) vertaling: Jan heej nie veul geld mir
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03492) vertaling: D'r maag niemand wè zegge over dees probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03492) vertaling: D'r maag niemes wè zegge over dees probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03492) vertaling: Niemand / Niemes zeej, dettie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03492) vertaling: Zitte d'r hier ergent mûize?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03492) vertaling: Ik geef niks oan 'n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03492) vertaling: Niemand / Niemes wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03492) vertaling: Wij wiesse nie, dettie thûis waar
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03492) vertaling: Ik wies 't ôk nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03492) vertaling: Hij maag meej niemand / niemes proate over dees probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03492) vertaling: Jan wit dettie vur drie uur de woage gemoakt moet hebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03492) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03492) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03492) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03492) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03492) vertaling: Marie derren auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03492) vertaling: Marie d'r auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03492) vertaling: Piet zunnen auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03492) vertaling: Piet z'n auto is kepor
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03492) vertaling: Dieje meens zunnen auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03492) vertaling: Dieje man zunnen auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03492) vertaling: Die auto is nie van mèn mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03492) vertaling: De kraant van giestere leej onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03492) vertaling: Jan is 't bruurke van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03492) vertaling: De fietsen van die jongens zèn gestole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03492) vertaling: De moeder van die zussen is op bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03492) vertaling: Diejen auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03492) vertaling: Diejen auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03492) vertaling: Des wim zunnen auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03492) vertaling: Des wim zunnen auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03492) vertaling: Die fiets is van mèn
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03492) vertaling: Dès mèn fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03492) vertaling: Dès mèn fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03492) vertaling: Die fiets is van mèn
000 (x07opm) (inf. 03492) opm. inf.: voor man wordt zowel man als meens gebruikt, het laatste is oud dialect
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03492) vertaling: Hij maag meej niemes proate over dees probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03492) vertaling: Ik wil niemes pènt doen
opm.: "'kwetsen' is een 'te deftig' woord"
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03492) vertaling: 't Is sund, dè wij nie meuge kome
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03492) vertaling: Dè goa ik nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03492) vertaling: Ik heb nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03492) vertaling: Hij had 't nog mar net gezeed, of Marie begos te janke / schreuwe
opm.: "'huilen' is te deftig"
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03492) vertaling: Goa die bestelling nou mar ophoale!
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03492) vertaling: Hij werkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03492) vertaling: Ik verbied oe, om hier te kome
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03492) vertaling: Jan zôrgde d'r vur, dè we Marie nie kosse belle.
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: gaan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03492) komt voor: j
fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03492) komt voor: j
fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03492) komt voor: j
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03492) komt voor: j
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03492) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03492) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03492) vertaling: Ik weet dè gullie op niemand koat zèt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03492) vertaling: Ik weet dè zij nerges frêet op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03492) vertaling: Els denkt dè 't nie gemak is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03492) vertaling: Ik weet dè ik te loat ben en gij nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03492) vertaling: Ge wit toch dè gij moet werke en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03492) vertaling: Iederin denkt, dè wij noar hûis goan en dè zij nog meuge blève
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03492) vertaling: 'T is sund dè hij komt en dè zij weggoa
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03492) vertaling: Ik denk dè Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03492) vertaling: Ik denk dè Pieter en Lieske goan trouwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03492) vertaling: Jè, de doet-ie
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03492) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03492) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03492) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03492) vertaling: Nè, dè doet-ie nie
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03492) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03492) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03492) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03492) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03492) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03492) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03492) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03492) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03492) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03492) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03492) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03492) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03492) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03492) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03492) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03492) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03492) komt voor: j
opm.: dav?
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wiens (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03492) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03492) vertaling: Wie denkte gij, dè ik in de stad tege kwaam?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03492) vertaling: Wè denkte gullie hoe ze dè hebben opgelost?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03492) vertaling: Hoe denkte dè ze dè hebben opgelost?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03492) vertaling: Magda wit nie, wie wij willen bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03492) vertaling: Wiet iemand wie wij geroepen hebben?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03492) vertaling: Wie denkte dè ik in de stad tege kwaam?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03492) vertaling: Wie denkte dè ik in de stad tege kwaam?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03492) vertaling: Hij heej z'n haande gewaase
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03492) vertaling: Hij heej z'n hemd gewaase
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03492) vertaling: Hij heej 'n hoed op zunne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03492) vertaling: Hij heej n' vlek op z'n hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03492) vertaling: Hij heej z'n bêen gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03492) vertaling: Hij heej z'n ège zeer gedoan
opm.: reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03492) vertaling: Marie trok de deken noar d'r ège toe
opm.: reflexief: haar eigen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03492) vertaling: Luc wit, detter foto's van z'n ège te kôop zèn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03492) vertaling: Gij herinnert oew ège toch wel, dè we toen dur dè bos zen geloape?
opm.: reflexief: je eigen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03492) vertaling: Ik meen m'n ège te herinnere, dè de auto van Marie kepot waar
opm.: reflexief: m'n eigen
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03492) vertaling: Zij herinnert d'r ège, dettie as 'n vèrreke zaat te ete
opm.: reflexief: haar eigen
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03492) vertaling: Wij herinneren ons wel, dè al Jan z'n boeken gestolen waren, maar hullie doen dè nie
opm.: reflexief: ons
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03492) vertaling: Herinnerde gullie nog, dè we Jan op de mert gezien hebbe?
opm.: reflexief: geen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03492) vertaling: Hij heej z'n ège 'n ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03492) vertaling: Hij vuulde z'n ège dur 't ès zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03492) vertaling: Zou hij dè gekund hebbe, om dè te doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03492) vertaling: Zou hij dè gedoan gekund hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03492) vertaling: Zou hij dè gedoan gekund hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03492) vertaling: Zou hij dè gekund hebbe, om dè te doen?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03492) fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03492) fragment: gedoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03492) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03492) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03492) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03492) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03492) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03492) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03492) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03492) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03492) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03492) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03492) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03492) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03492) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03492) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03492) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03492) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03492) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03492) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03492) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03492) vertaling: Marie al d'r koeien zèn verdronken bij de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03492) vertaling: Marie al d'r koeien zèn verdronken bij de overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03492) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03492) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03492) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03492) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03492) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03492) vertaling: De die zô ik nie durve opeten
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03492) vertaling: De die zô ik nie durve opeten
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03492) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03492) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03492) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03492) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03492) vertaling: Hij deej zich veur, dettie net ûit z'n bed kwaam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03492) vertaling: Hij deej zich veur, dettie net ûit z'n bed kwaam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03492) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03492) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03492) vertaling: In diejen tèd lèefde ik er op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03492) vertaling: Vruuger lèefde-n-ie as 'n bist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03492) vertaling: Doar lèefde wij as God in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03492) vertaling: Niemand maag 't zien, dus vèn ik dè gij 't ôk nie meugt zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03492) vertaling: Het gebeurde toen gij weg gingt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03492) vertaling: Ik weet woar gij gebore zèt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03492) vertaling: Nou ge kloar zèt, meude goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03492) vertaling: Omdè Marie overleeje waar, heej derre meens Anna nie mir kunne helpe
000 (y08opm) (inf. 03492) opm. inf.: Soms worden persoonsvorm + werkwoord samengetrokken of verbonden
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03492) vertaling: Ik weet dè hij is goan zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03492) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03492) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03492) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03492) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03492) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03492) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03492) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03492) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03492) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03492) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03492) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03492) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03492) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03492) vertaling: Ik wil hum nôat mir zien, omdèt-ie mèn heej bedroge
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03492) vertaling: Ik wil hum nôat mir zien, omdèt-ie mèn heej bedroge
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03492) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03492) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03492) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03492) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03492) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03492) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03492) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat ze hem geroepen hebben (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat ze hem geroepen hebben (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat ze hem geroepen hebben (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat ze hem geroepen hebben (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat ze hem geroepen hebben (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: van wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: met wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: met wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: met wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03492) komt voor: j
fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03492) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03492) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03492) komt voor: j
fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03492) vertaling: Piet denkt, dè Jan en Marie op niemand koad zèn
betekenis: negative concord
opm.: "-boos- wordt in dialect: kwaad = koad"
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03492) vertaling: Piet denkt, dè Jan en Marie op niemand koad zèn
betekenis: negative concord
opm.: "-boos- wordt in dialect: kwaad = koad"
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03492) vertaling: Wim denkt, dè we niemand ôot 'n près geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03492) vertaling: Wim denkt, dè we niemand ôot 'n près geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03492) vertaling: 'T is woar, desse nie meej Marie meuge proate
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03492) vertaling: 'T is woar, desse nie meej Marie meuge proate
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03492) vertaling: Nergent
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03492) vertaling: Weet ik nie
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03492) vertaling: Dè moake wij nie mir meej
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03492) vertaling: Dès veulste moeilijk
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03492) vertaling: Dè moette oan hun vroage
000 (z03opm) (inf. 03492) opm. inf.: In dialect is humor heel belangrijk, om ergens een kwinkslag aan te geven
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03492) vertaling: Ge zegt'm nie, dè'k noar bûite ben gewist!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03492) vertaling: Nie vertelle, dè ge 'n kedo vur 'm gekocht het, hor!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03492) vertaling: Witte gij nie dè hij is gevalle?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03492) vertaling: Wendy deej d'r best om niemand pènt te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03492) vertaling: Noar 't schènt maag ze niks ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03492) vertaling: 't Schènt desse niks maag ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03492) vertaling: Ze probere al hil d'n dag om mekaar op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03492) vertaling: Zô te zien wordt 't wir unne schôonen dag
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03492) vertaling: Misschien is 't beter om nog efkes te wochte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03492) vertaling: We han 't geluk, om hum metêen terug te vène
000 (z05opm) (inf. 03492) opm. inf.: In dialect is de volgorde van de woorden vaak anders
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03492) vertaling: As de kiepe unne valk zien, zèn ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03492) vertaling: As we de erpel nie kunne verkôpe, zitte we in de penarie
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03492) vertaling: As gullie 'm nie meenimt, wor ik koad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03492) vertaling: Hij wies 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03492) vertaling: Op dees fist wordt 'r veul gedaanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03492) vertaling: Nou wordt 'r allèn nog mar brôod verkocht in dieje winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03492) vertaling: As hij meej de fiets komt, zal-ie we loat zèn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03492) vertaling: As ge tèd het, kom dan 's 'n kirke langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03492) vertaling: As ik rèk ben, kôop ik unnen duren auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03492) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03492) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03492) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03492) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03492) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03492) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03492) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03492) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03492) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03492) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03492) vertaling: Marie heej gezeed, dè gij hèt geprobeerd 'n liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03492) vertaling: Marie heej gezeed, dè gij hèt geprobeerd 'n liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03492) vertaling: Marie heej gezeed, dè gij geprobeerd hèt, 'n liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03492) vertaling: Marie heej gezeed, dè gij geprobeerd hèt, 'n liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03492) vertaling: Marie heej gezeed, dè gij het geprobeerd, heur 'n boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03492) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03492) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03492) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03492) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03492) vertaling: Die van de stad, die hebbe hier veul hûize gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03492) vertaling: Aon dieje nuuwe voart, doar ziede gin meens mir
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03492) vertaling: Giestere is Jan hier gewist
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03492) vertaling: De dag dè Jan belde, was ik nie thûis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03492) vertaling: Jef, die zou ik nôot ûitnodige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03492) vertaling: Marie, die zô zôiets nôot doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03492) vertaling: Bert, die drinkt wel 's 'n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03492) vertaling: Martha, die zô ik wel 's bij mèn thûis wille ûitnodige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03492) vertaling: Dè hûis, dè zô ik nôot wille kôope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03492) vertaling: Dè hûis, dè stoa doar al vèftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03492) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03492) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03492) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03492) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03492) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03492) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03492) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03492) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03492) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03492) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03492) vertaling: Heej Gunther gebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03492) vertaling: Kèk ûit?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03492) vertaling: Kèk ûit?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03492) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03492) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03492) vertaling: 't Was mar net genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03492) vertaling: Marjo heej nauw meer koeie dan ze vruuger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03492) vertaling: As Susanne ha kunne kome, dan ha ze dè gedoan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03492) vertaling: Zij is de beste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03492) vertaling: Veurdè ge iets weggooit, moette effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03492) vertaling: Hier is alles wè 'k gekrege heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03492) vertaling: Jan is te gierig om iets oan z'n kender te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03492) vertaling: Alsof gij iets van voetballe wit
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03492) vertaling: Dè boek legde neer!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03492) vertaling: Leg dè boek neer!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03492) vertaling: Leg dè boek neer!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03492) vertaling: Dè boek legde neer!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03492) vertaling: As ge echt nie kunt wachte, dan kom mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03492) vertaling: Ik weet dè Jan d'n dokter ha kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03492) vertaling: Ik weet dè Jan d'n dokter kos geroepe hebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03492) vertaling: Hij zeej dè ik 't had moete doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03492) vertaling: Hij zeej dè ik 't moes gedoan hebbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03492) vertaling: Hij is veurige week deur dr Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03492) vertaling: Hij wordt mèrrege dur dr Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03492) vertaling: Ik denk degge veul weg zoud moete gooie
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03492) vertaling: Ik denk degge veul weg zoud moete gooie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03492) vertaling: 't is stom, om zukke dure dinge weg te gooie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03492) vertaling: 't is stom, om zukke dure dinge weg te gooie
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03492) vertaling: Hij is alle kapotte spulle oan 't weggooie
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03492) vertaling: Hij is alle kapotte spulle oan 't weggooie
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03492) vertaling: Ik vèn degge dikwijlder de kraant zôt moete leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03492) vertaling: Ik vèn degge dikwijlder de kraant zôt moete leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03492) vertaling: 't Is stom om in 't donker de kraant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03492) vertaling: 't Is stom om in 't donker de kraant te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03492) vertaling: Hij is hil den dag de kraant oan 't leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03492) vertaling: Hij is hil den dag de kraant oan 't leze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03492) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03492) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03492) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03492) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03492) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03492) vertaling: Robert heej êene gruune appel weggegeve, en naa heetie er nog 2 rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03492) vertaling: D'r waare veul meense op 't fist
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03492) vertaling: Waare der veul meense op 't fist?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03492) vertaling: Wè vur boeke hedde gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03492) vertaling: Wè vur boeke hedde gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03492) vertaling: Wè hedde vur boeke gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03492) vertaling: Wè hedde vur boeke gekocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03492) vertaling: Hij wôont bij Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03492) vertaling: Hij wôont bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03492) vertaling: Lôopte gij efkes noar de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03492) vertaling: Wie hedde gezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03492) vertaling: Wie heej jou gezien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03492) vertaling: Had ik dè gewete, dan had ik 't nie gedoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03492) vertaling: 't Zô beter zèn om nog efkes te wochte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03492) vertaling: Gelukkig ha Jan d'n dokter gebeld en die was er al hil gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03492) vertaling: Lôopt naa toch deur, vervelende jong!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03492) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03492) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03492) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03492) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03492) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03492) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03492) komt voor: n
000 (z17opm) (inf. 03492) opm. inf.: Soms is er te weinig ruimte gereserveerd, om alles op te schrijven

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaar[meta][k]K183p[/k][h]222[/h][i]223[/i][vw]MH[/vw][t]MH[/t][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=018] Vertaal. Ze weet niet dat Marie gisteren gestorven is. [/v] sound
informant [a] Ze wit nie da Marie gisteren gestorven is. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin ook in uw dialect. Ze weet nie dat Marie gisteren is gestorve. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=025] Vertaal. Niemand heeft dat ooit gewild of gekund. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Niemand heefda ooit gewille of gekund. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=026] Vertaal. Jan had het hele brood wel wille op ete. [/v] sound
informant [a] Jan had hele brood wel op wille ete. [/a] in had zit mi ook de t van het tagging sound
hulpinterviewer [v=027] Vertaal. Vertel maar niet wie zij had kunne roepe. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Vertel maar nie wie ze had kunne roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=035] Vertaal. Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/v] sound
informant [a] Jan herinnert zich da verhaal wel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=038] Vertaal. De timmerman heeft geen spijkers bij zich. [/v] sound
informant [a] De timmerman he geen spijkers bij em. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=040] Vertaal. Erik liet mij voor zich werke. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Erik liet men veurem werke. [/a]

veur em
mijn voor hem tagging sound
hulpinterviewer [v=041] Vertaal. Johanna liet zich mee drijven op de golven. [/v] sound
informant [a] Johanna liet zich mee drijve op de golve. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=042] Vertaal. Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. [/v] sound
informant [a] toon bekeek zeneigen eens goed in de spiegel [/a]

zen eigen
tagging sound
hulpinterviewer [v=045] Vertaal. Eduard kent zich goed. [/v] sound
informant [a] eduard kent zeneige goed [/a]

zen eige
tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Vertaal. Ward heeft gehoord datter fotoos van zichzelf in de etalage staan. [/v]

dat er
sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Ward he geheurd datter fotoos van hem in de etalage staan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=053] Vertaal. Als ik zuinig leef leef ik zoals mijn ouders wille. [/v] sound
informant [a] Ak azzik zuinig leef levik zo as mijn ouders woln. [/a]

a k az ik lev ik
tagging sound
hulpinterviewer [v=055] Vertaal. Als hij nog drie jaar leeft leeft hij langer dan zijn vader. [/v] sound
informant [a] As hij nog drie jaar leeft leeftie langer as hullieje vader. [/a]

leeft ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=057] Vertaal. Als zij zo gevaarlijk leeft leeft ze niet lang meer. [/v] sound
informant [a] Assij zo gevaarlijk left leftse nie lang meer. [/a]

as sij left se
tagging sound
hulpinterviewer [v=059] Vertaal. Als het nu nog leeft dan leeft het morgen ook nog. [/v] sound
informant [a] Ast nou nog leeft leevet morgen ook nog. [/a]

as t leev et
tagging sound
hulpinterviewer [v=061] Vertaal. Als jullie zo losbandig leve dan leve jullie nooit zo lang as ik. [/v] sound
informant [a] As gullie zo losbandig leeft leefde nooit zo lang azikke. [/a]

leef de az ikke
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. As gullie zo losbandig leeft dan leefde nooit zo lang azik. [/v]

leef de az ik
blijkbaar gaf de informant in eerste instantie een vertaling met leefde gullie. sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
informant [a] Leefde gullie. Ja da is beter ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=063] Vertaal. Als ze voor hun werk leve dan leve ze niet voor hun kindere. [/v] sound
informant [a] Asse veur der werk leve leve ze nie veur der kinder. [/a]

as se
tagging sound
hulpinterviewer [v=067] Vertaal. Als Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/v] sound
informant [a] As Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=068] Vertaal. Als je gezond leeft dan leef je langer. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] As ge gezond leeft dan leefde langer. [/a]

leef de
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. As ge gezond leeft dan leefde langer. [/v]

leef de
sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
veldwerker [v] Leefde ge. [/v] sound
informant [a=j] Ja ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=069] Vertaal. Als er zo weinig mense van de landbouw leve dan leven er veel mense van werk in de fabriek. [/v] sound
informant [a] Asser zo veel mense van de landbouw leve dan levener veel mense van de fabriek. [/a]

as er leven er
tagging sound
informant Van et fabriek. tagging sound
hulpinterviewer [v=070] Vertaal. Als Pieter en Liesje in het paradijs leve dan leve Rosa en Frans in de hel. [/v] sound
informant [a] As Pieter en Rosalie inet paradijs leve dan leve Rosa en Frans in de hel. [/a]

in et
tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Vertaal. Als we sober leve leve we gelukkig. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Asse sober leve leve ze gelukkig. [/a]

as se
tagging sound
hulpinterviewer [v=072] Vertaal. Leef wat gezonder Jan. [/v] sound
informant [a] Leef wa gezonder Jan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=073] Vertaal. Leef wat minder bekrompen kindere. [/v] sound
informant [a] Leef wa minder bekrompe kinder. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=132] Vertaal. Ik denk dat Marie hem zal moete roepe. [/v] sound
informant [a] Ik denk da Marie em zal moete roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. Ik deng da Marie zal moete hem roepe. [/v] sound
informant [a=n] em zal moete roepe. [/a] sound
hulpinterviewer [v=188] Vertaal. Heb je genoeg mense om hooi van het land te hale. [/v] sound
informant [a] Hedde genoeg mense om de hooi vanet land te hale. [/a]

hed de van et
tagging sound
informant Om et hooi. sound
hulpinterviewer [v=189] Vertaal. Het was plezierig van Jan om te kome werke. [/v] sound
informant [a] Et was plezierig van Jan om te kome werke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=190] Vertaal. Deze ton is zwaar om te drage. [/v] sound
informant [a] Dees ton is zwaar om te drage. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. Dees ton is zwaar te drage. [/v] sound
informant [a=n] Om te drage. [/a] sound
hulpinterviewer [v=198] Vertaal. Hij kan staan zeure. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Hij kan staan te zeure. [/a] sound
hulpinterviewer [v=199] Vertaal. Hij staat te zeure. [/v] sound
informant [a] Hij staat te zeure. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=200] Vertaal. Toen we aan kwame regende het. [/v] sound
informant [a] Toen we aan kwame regendet. [/a]

regende t
tagging sound
hulpinterviewer [v=215] Vertaal. Ik geloof dat ik groter ben als hij. [/v] sound
informant [a] Ik geleuve dak groter ben as hij. [/a]

da k
tagging sound
hulpinterviewer [v=216] Vertaal. Ze gelooft dat jij eerder thuis bent als ik. [/v] sound
informant [a] Ze geleufdaggij eerder thuis zijt azikke. [/a]

geleuf da gij az ikke
tagging sound
hulpinterviewer [v=217] Vertaal. Je gelooft zeker niet dat hij sterker is als gij. [/v] sound
informant [a] Ge gelooft zeker nie da hij sterker is as gij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=218] Vertaal. Ze gelove dat wij rijker zijn als zij. [/v] sound
informant [a] Ze gelove da wij rijker zijn as hullie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=219] Vertaal. Wij gelove dat jullie niet zo slim zijn als wij. [/v] sound
informant [a] Wij gelove dagullie nie zo slim zijt as wij. [/a]

da gullie
tagging sound
hulpinterviewer [v=220] Vertaal. Jullie gelove jammer genoeg niet dat zij armer zijn als jullie. [/v] sound
informant [a] Jullie gelove jammer genoeg nie da hullie armiger zijn as wij. [/v] tagging sound
informant [a] Jullie gelove jammer genoeg nie da zullie armer genoeg zijn as jullie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] _ armer zijn as gullie. [/a] tagging sound
informant [a] Gullie geleuft jammer genoeg nie da zullie armer zijn as gullie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. Gullie gelove jammer genoeg nie dat hullie armer zijn as gullie. [/v] sound
informant [a=n] _ da zullie armer zijt as gullie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=221] Vertaal. U gelooft dat Lisa even mooi is als Anna. [/v] sound
informant [a] Gij geloof da Lisa mooier is as Anna. [/a] tagging sound
informant Schoner is as Anna. sound
informant Even schoon sound
hulpinterviewer [v=222] Vertaal. Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn as Geert en Peter. [/v] sound
informant [a] Hij geloof da Louis en Jan sterker zijn as Geert en Peter. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=249] Vertaal. De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is stond achter mij. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] de jongen waar van de moeder gisteren getrouwd is stond achter men [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. De jongen wies moeder gisteren hertrouwd is stond achter men. [/v] sound
informant [a=n] Wiens kenne wook nie he. [/a]

w ook
sound
hulpinterviewer [v] De jongen diens moeder gisteren hertrouwd is stond achter men. [/v] sound
informant [a=n] Diens ken ik nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=250] Vertaal. De bank waar op ze zate was pas geverfd. [/v] sound
informant [a] De bank waar ze op zate was pas geverfd. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. De bank waarop ze zate was pas geverfd. [/v] sound
informant [a=n] Waar ze op zate. [/a] sound
informant Asger te veul over nadenkt

as g er
sound
hulpinterviewer [v=259] Vertaal. Wie geld heeft moetet mij maar wat geve. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Wie geld he moet men maar wa geve. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=273] Vertaal. Marie trok de deken naar zich toe. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Marie trok de deken naar der toe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=339] Vertaal. Niemand mag het zien dus ik vind dat jij het ook niet mag zien. [/v] sound
informant [a] Niemand maget zien dus ik vindagij et ook nie meugt zien. [/a]

mag et vin da gij
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. Niemand maget zien dus ik vin dagij et ook nie zien meut. [/v]

mag et da gij
sound
informant Ook nie meut zien ja. sound
informant [a=n] Ik zol da nie doen. [/a] dit is antwoord denk ik sound
hulpinterviewer [v=370] Vertaal. Dat is de man die ze geroepen hebbe. [/v] sound
informant [a] De is de mens dies geroepe hebbe. [/a]

die s
tagging sound
hulpinterviewer [v=371] Vertaal. Dat is de man die het verhaal heeft verteld. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] De is de mens diet verhaal he verteld. [/a]

die t
tagging sound
hulpinterviewer [v=372] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] De is de mens waarvan ik denk dattiet verhaal he verteld. [/a]

dat ie t
tagging sound
hulpinterviewer [v=373] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebbe. [/v] sound
informant [a] De is de mens die ik denk dasse geroepe hebbe. [/a]

da se
tagging sound
hulpinterviewer [v=397] Vertaal. Et schijnt dat ze niets mag eten. [/v] sound
informant [a] Et schijnt dasse niks mag ete. [/a]

da se
tagging sound
hulpinterviewer [v=403] Vertaal. Et lijkt wel of er iemand in de tuin staat. [/v] sound
informant [a] Et lijk wel offer iemand in de tuin staa. [/a]

of er
tagging sound
hulpinterviewer [v=520] Vertaal. Wat voor boeke heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Wa veur boeke hedde gekocht. [/a]

he de
tagging sound
hulpinterviewer [v=526] Vertaal. Wie heeft je op de kermis gezien. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Wie he jou op de kermis gezien. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=036] Plaatje. Marie en Piet wijze naar _ [/v] sound
informant [a] Marie en Piet wijze naar mekaar. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=037] Plaatje. Toon wast _ [/v] sound
informant [a] Toon was zeneige. [/a]

zen eige
tagging sound
hulpinterviewer [v=039] Plaatje. Fons zag een slang naast _ [/v] sound
informant [a] Fons zag een slang neffenem op de bank. [/a]

neffen em
tagging sound
hulpinterviewer [v=006] Komt deze zin voor in uw dialect. Gisteren wandeldediede door het park. [/v] sound
informant [a=n] Nee nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Gisteren wandeldenie deur et park. [/a]

wandelde ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=022] Komt deze veur in uw dialect. Er wil niemand niet danse. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Er wil niemand danse. [/a] sound
hulpinterviewer [v=023] Komt deze veur in uw dialect. Els wil niet danse en ze wil niet zingen ook niet. [/v] sound
informant [a] Els wil nie danse en ze wil ook nie zinge. [/a] sound
informant [a=n] Me da ook nie derachter da komt hier nie in veur. [/a] sound
commentaarHulpinterviewer geeft aan dat ook nie ook nie ook nie er wel achter kan dus drie keer. Maar de informant is het hier niet mee eens.  sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=087] Komt deze zin voor in uw dialect. Eddy moet kunne vroeg op staan. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Eddy moet vroeg op kunne staan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=137] Komt deze zin voor in uw dialect. Hij wil geen soep niet meer eten niet. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] _ geen soep meer ete. [/a] sound
informant [a] Hij wil geen soep meer ete. [/a] sound
hulpinterviewer [v=140] Komt deze zin voor in uw dialect. Zitte hier nergens geen muize. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja dies wel goed. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Zitte hier nergens geen muize. [/a] sound
hulpinterviewer [v=146] Kom deze zin veur in uw dialect. Hij spreekt niet goed geen Frans. [/v] sound
informant [a=n] Nee da kom nie voor. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Hij spreekt geen goei Frans. [/a] sound
hulpinterviewer [v=148] Kom deze zin veur in uw dialect. Iedereen is geen vakman. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Iedereen is gene vakman. [/a tagging sound
hulpinterviewer [v=149] Komt deze zin voor in uw dialect. Hij heeft overal geen vriende. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Hij he nergens geen vriende. [/a] sound
hulpinterviewer [v=260] Komt deze zin voor in uw dialect. Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Wa denkte wie ik in de stad ontmoet heb. [/a]

denk te
tagging sound
informant Gezien heb. sound
hulpinterviewer [v=261] Komt deze zin voor in uw dialect. Wat denke jullie hoe ze het hebbe opgelost. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Wa denkte gullie hoeze da hebbe opgelost. [/a]

denk te
tagging sound
hulpinterviewer [v=262] Kom deze zin veur in uw dialect. Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Wie denkte wie ik in de stad ontmoet heb. [/a]

denk te
verspreking wie denkte da verbetering wie tagging sound
hulpinterviewer [v=265] Kom deze zin veur in uw dialect. Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Hoe denkte hoezet opgelost hebbe. [/a]

denk te hoe ze t
tagging sound
hulpinterviewer [v=309] Kom deze zin veur in uw dialect. Ik heb geen zin en voere de koeie. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Keb geen zin de koeie te voere. [/a]

k eb
sound
informant [a=n] Ik heb geen zin in de koeie te voere. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=309] Komt deze zin veur in uw dialect. Ik denk hij weg is. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Ik denk dattie weg is. [/a]

dat ie
sound
hulpinterviewer [v=312] Komt deze zin veur in uw dialect. Ik zei nog tegen haar ik denk hij is weg. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Ik zei nog tegen heur. Ik denk dattie weg is. [/a]

dat ie
sound
hulpinterviewer [v=317] Komt deze zin voor in uw dialect. Marie al haar koeie zijn verdronken bij de overstroming. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Alle koeie van Marie zijn verdronken bij de overstroming. [/a] sound
hulpinterviewer [v=329] Komt deze zin veur in uw dialect. Ik zei nog tegen haar ik geloof deze jongen vinde ze allemaal wel aardig. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Ik zei nog tegen heur deze jongen vinde ze allemaal wel aardig. [/a] intonatiebreak sound
informant [a=n] Ik zei nog tegen heur ik geloof dasse deze jongen allemaal aardig vinde. [/a] sound
hulpinterviewer [v=353] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt wil je nog koffie Jan. Jan antwoordt ja ik. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Assik zeg luste ge nog thee dan zegde gij gewoon ja of nee. [/a]

as ik
tagging sound
informant Kommet dus veur dagge dus zegt van _

kom et da ge
sound
hulpinterviewer Ja da zegde wel.

zeg de
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=355] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt hebbe ze gegeten. Persoon b antwoordt jaanze. [/v] sound
informant [a=n] Nee die kom nie veur. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Persoon a vraagt hebbe ze gegete. Persoon b antwoordt ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=359] Kom deze zin veur in uw dialect. Met zulk weer je kunt niet veel doen. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Me zoon weer kunde nie veel doen. [/a] sound
hulpinterviewer [v=364] Kom deze zin veur in uw dialect. Is hem dood. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Is hij dood. [/a] sound
hulpinterviewer [v=028] Kom deze zin veur in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Vertel mij eens wie dat zij had kunne roepe. [/v] sound
informant [a=n] Nee die kom nie veur. [/a] sound
hulpinterviewer [a=j] Wie desse ha kunne roepe. [/a]

de se
tagging sound
informant [a=j] Ja ja. [/a] sound
informant wie ze ha kenne roepe. sound
informant [a=j] _ wie dasse ha kunne roepe. [/a]

da se
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Vertel maar eens wie dasse ha kunne roepe. [/a]

da se
tagging sound
hulpinterviewer [v=296] Kom deze zin veur in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Zou hij dat gedaan hebbe gekund. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Zou hij da hebbe kunne gedaan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=297] Kom deze zin veur in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Zou hij dat gedaan gekund hebbe. [/v] sound
informant [a=n] Zou hij da hebbe kunne doen. [/a] sound
veldwerker [v] Of gedaan hebbe kunne. [/v] had hulpintervieuwer tijdens instructie als antwoord gegeven. sound
informant [a=n] Gedaan hebbe kunne nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=347] Kom deze zin veur in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Ik weet dattie is gaan zwemme. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=350] Kom deze zin veur in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Ik weetattie gaan zwemmen is. [/v]

wee tat ie
sound
informant [a=n] Nee die kom nie nee is nie gebruikelijk nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=495] Kom deze zin veur in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Ik denk dagge veul weg zult moete gooie. [/v]

da ge
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Ik denk dagge veul zoudt weg moete gooie. [/v]

da ge
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Ik denk dagge veul zoudt moete weg gooie. [/v]

da ge
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=075] Kom deze zin veur in uw dialect. Ik vin da iedereen moet kunne zwemme. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=077] Kom deze zin veur in uw dialect. Ik vin da iedereen moet zwemme kunne. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=080] Kom deze zin veur in uw dialect. Ik vin da iedereen kunne zwemme moet. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=082] Kom deze zin veur in uw dialect. Ik vin dat iedereen zwemme kunne moet. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=084] Kom deze zin veur in uw dialect. Ik vin dat iedereen zwemme moet kunne. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=086] Kom deze zin veur in uw dialect. Ik weeda Eddy morgen wil brood ete. [/v]

wee da
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=154] Kom deze zin veur in uw dialect. Boeke he Jan drie. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=156] Kom deze zin veur in uw dialect. Ik weeda hij veur drie uur de wagen moet hebbe gemakt. [/v]

wee da
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=157] Kom deze zin veur in uw dialect. Jan witta hij veur de wagen moet gemakt hebbe. [/v]

wit ta
tagging sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
commentaarmoet gemakt hebbe ligt meer nadruk op moeten en met die lezing kan het wel.   sound
informant [a=j] Ik denk dat alletwee wel kan. [/a]

da t
sound
hulpinterviewer [v=160] Komt deze zin voor in uw dialect. Jan witattie veur drie uur de wagen gemakt moet hebbe. [/v]

wit at ie
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=161] Komt deze zin veur in uw dialect. Jan witat hij veur drie uur de wagen gemakt hebbe moet. [/v] sound
informant [a=n] Gemakt hebbe moet. Nee dasso krom assik wee nie hoe. [/a]

da s so as ik
sound
hulpinterviewer [v=227] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt hij slapt. Persoon b antwoordt hij doet. [/v] sound
informant [a=n] Hij doet nie. Hij doeget. [/a]

doeg et
sound
hulpinterviewer [v=228] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt hij slap. Persoon b antwoordt edoet. [/v]

e doet
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=243] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt slaptie. Persoon b antwoordt ie doet. [/v]

slapt ie
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] Komt deze zin veur in uw dialect. De lamp doe nie meer brande. [/v] sound
informant [a=n] Nee die kom nie voor. [/a] sound
hulpinterviewer [v] De kindere doen hier nie voetballen. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Brande doet de lamp nie meer. [/v] tagging sound
informant [a=j] Die wel ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=246] Komt deze zin veur in uw dialect. Doet Marie elken avond danse. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=247] Komt deze zin veur in uw dialect. Doe et brood even snije. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Snij et brood even. [/a] sound
hulpinterviewer [v=248] Komt deze zin veur in uw dialect. Ik doe wel eventjes de kopjes af wasse. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Ik was wel even de kopkes af. [/a] sound
hulpinterviewer [v=319] Komt deze zin voor in uw dialect. Dees denk ik nie aan. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Hier denk ik nie aan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=321] Komt deze zin veur in uw dialect. Dien aardige jongen ben ik mee naar de markt gewest. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=322] Komt deze zin veur in uw dialect. Ik he al de eerste drie somme gemakt. De welke hedde gij gemakt. [/v]

hed de
sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=n] De welke komp nie voor. [/a] sound
hulpinterviewer [v=323] Komt deze zin veur in uw dialect. De weffere hedde gij al weg gebracht. [/v]

hed de
sound
informant [a=j] Ja de weffere ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=387] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt wanneer zal de wereldvrede kome. Persoon b antwoordt nooit nie. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja das goed. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer [v=459] Komt deze zin veur in uw dialect. Hij he den bal gegooid in de mand. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=474] Komt deze zin veur in uw dialect. Ten was maar net goed genoeg. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Ten nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=485] Komt deze zin veur in uw dialect. Persoon a vraagt zal ik koke. Persoon b antwoordt da doe maar. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=j] Ja da doe maar. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=486] Komt deze zin voor in uw dialect. Dat boek belooft mij datjet nooit meer zult verstoppe. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=487] Komt deze zin veur in uw dialect. We zeg men dagge gekocht hebt. [/v]

da ge
sound
informant [a=n] Nee kom nie voor nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=512] Komt deze zin voor in uw dialect. Zoon ding ene heb ik nog nooit gezien. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=515] Komt deze zin veur in uw dialect. Gij bent ook ene rare ene. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=530] Komt deze zin veur in uw dialect. Marie zei dagij Piet een boek hebt geprobeerd te verkope. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=531] Komt deze zin veur in uw dialect. Wim dachda ik Els ha geprobeerd een cadeau te geve. [/v]

dach da
sound
informant [a=n] Nee. Da ik ha geprobeerd Els een cadeau te geve. [/a] komt zo nog een keer terug. sound
hulpinterviewer [v=532] Komt deze zin voor in uw dialect. Karel wittagij heb geprobeerd Marie en boek te verkope. [/v]

wit ta gij
sound
informant [a=j] Karel wittagij het geprobeerd an Marie een boek te verkope. [/a] informant plaatst aan er wel tussen. tagging sound
informant [v=531] [a=j] Wim dach da ik Els had geprobeerd een boek cadeau te geve. [/a] tagging sound
informant [a=j] Had geprobeerd een cadeau te geve. Ja da kan. [/a] sound
hulpinterviewer Ik ben daar eens ene keer gewist. sound
commentaar[meta][k]K183p[/k][h]222[/h][i]223[/i][vw]MH[/vw][t]MH[/t][/meta]  sound
hulpinterviewer As ge bijvoorbeeld in ene winkel werkt dan kunde aan de neus van iemand nie zien waartie vandaan komt.

kun de waar tie
sound
hulpinterviewer Iedreen die wier netjes in het Nederlands toe gesproken. sound
informant Die sprekenet nie meer. Die kunnet nie spreke ook nie. vraag 23 sound
informant Asje in Nederlands gaat prate dan zeddou eige buiten spel.

as je zed ou
sound
veldwerker [n] Ik had nog een aantal vraagjes. sound
veldwerker [v=025] Niemand heeft dat ooit gewille of gekund. [/v] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ja. [/a] sound
veldwerker [v=027] Vertel maar niet wie zij had kunnen roepen. sound
informant [a] _ wie ze ha kunne _ [/a] tagging sound
commentaarinformant legt uit dat ha meer dialect is maar dat je door de invloed van het Nederlands ook wel had gebruikt.  sound
veldwerker [v=040] erik liet mij voor zich werken erik liet mij voor em werken en u zei vanochtend erik liet mij voor zeneige werken [/v]

zn eige
sound
informant [a] veur em werke veur hem werke voor zeneige kan ook. [/a]

zen eige
tagging sound
veldwerker [v=046] ward heeft gehoord dat er fotoos van zichzelf in de etalage staan kan dus van em en van zeneige zijn [/v]

zen eige
tagging sound
hulpinterviewer [a] Ja ja. [/a] sound
veldwerker [v=068] Als je gezond leeft leef je langer. [/v] sound
informant [a] Dan leefde dan leefde ge langer. [/a]

leef de leef de
tagging sound
hulpinterviewer [a] Asge gezond leeft dan leefde gij langer. [/a]

as ge leef de
tagging sound
veldwerker [v=071] Als we sober leven leven we gelukkig. Hoe zou u dat vertalen. [/v] sound
informant [a] As we zuinig leve levewe gelukkig. [/a]

leve we
tagging sound
veldwerker [v=198] Hij kan staan zeuren. [/v] sound
informant [a] Hij kan staan te zeure. [/a] sound
commentaarInformant blijft erbij dat het met te moet en dat het zonder te niet goed is. Hulpinterviewer geeft hem gelijk.   sound
veldwerker [v=249] De jongen wieze moeder gisteren hertrouwd is. Kan dat. [/v] sound
informant [a=n] Nee wie zen moeder nee. [/a] sound
veldwerker [v=259] Wie geld heeft moet mij maar wat geven. Kan dat ook zijn die geld heeft. [/v] sound
informant [a] Die geld he of wie geld he. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Da kunne door mekaar gebruike volgens men. [/a] sound
informant [a] Wieter geld he _ [/a]

wie t er
tagging sound
veldwerker [v=273] Marie trok de deken naar zich toe naar der eige naar der. Dat maakt dus ook niet uit. [/v] sound
informant [a] naar dereige toe naar der toe [/a]

der eige
tagging sound
veldwerker [v=371] Dat is de man die het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] _ hee verteld. [/a] tagging sound
commentaarVerteld hee en hee verteld komen allebei voor blijkt uit dit stukje  sound
veldwerker [v=526] Wie heeft jou op de kermis gezien. U zei vanochtend wie hettou. [/v] sound
informant [a] Wie heetoe op de kermis gezien. [/a]

heet oe
tagging sound
informant [a] Oe kan ook wel. [/a] sound
veldwerker [v=022] Er wil niemand niet dansen. [/v] tagging sound
hulpinterviewer [a=j] Da komde bij ons tegen. [/a]

kom de
sound
hulpinterviewer Niemand nie. sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
veldwerker [v=317] Marie al der koeien. Kan dat? [/v] sound
informant [a=n] Nee. Al de koeie van Marie. [/a] sound
hulpinterviewer [a=j] Jawel. [/a] sound
hulpinterviewer [a=j] Ge zeg toch ook onze paze goeie fiets is gestole. [/a]

pa ze
sound
informant [a] Ja ze paze goeie fiets is gestole. Ja. [/a] sound
informant [a] Ons Marie der koeie _ [/a] sound
veldwerker [v=322] Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt. [/v] sound
informant [a=n] Welke hedde gij gemak. [/a]

hed de
sound
hulpinterviewer [a] De weffere _ [/a] sound
veldwerker [v=485] Da doe maar. [/v] sound
informant [a=j] Ja da doe maar. [/a] sound
veldwerker [v] Dat is niet beter of slechter dan doe dat maar. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Ik zou zegge doe dat maar. [/a] sound
informant Doe da maar of doe maar of da doe maar Da kan eigenlijk allemaal. sound
veldwerker [v=885] Nu wil ik graag nog even weten hoe het werkwoord gaan wordt vervoegd. [/v] sound
hulpinterviewer [a] Ik goa. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Hij goa. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Gij goat. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Wij goan. [/a] tagging sound
informant [a] Wij gan. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Hullie gan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Gullie gan. [/a] tagging sound
veldwerker [v] In de vragend vorm. [/v] sound
informant [a] Goa ik. [/a] tagging sound
informant [a] Goa hij. [/a] tagging sound
informant [a] Goade gij. [/a]

goa de
tagging sound
informant [a] Gan wij. [/a] tagging sound
informant [a] Gan zij. [/a] tagging sound
informant [a] Gan zullie. [/a] tagging sound
informant [a] Goade gullie. [/a]

goa de
tagging sound
veldwerker Nou dan heb ik alles. [/n] sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland komt voor : j
vorm: Dadis zo zeker as een en een twee is.
245 De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen 1 invullen bij ANTWOORD 1; 2 invullen bij ANTWOORD 2 komt voor (1) : n
komt voor (2): n
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: wiens
opmerking: achter mijn
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: die zen
opmerking: achter mijn
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: waarvan de
opmerking: achter mijn
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: woarzop zatn
317 Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming Informant vindt de zin niet goed, terwijl hi constructie wel mogelijk acht. Voorbeeld hi: "Onze pa zen goeie fiets is gestolen". Hiermee is informant het eens... komt voor : n
327 Gaan haalt die bestelling nu maar op! komt voor : n
vorm: Haalt die bestelling nou eens op.
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : n
vorm: Dat is de man waarvan ik denk dasse die ....
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : j
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. komt voor : n
489 Ik vind dat Jan beter de dokter kon geroepen hebben. komt voor : n
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen).
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt.
610 We konden nergens niet zitten in die volle zaal Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : j
611 We zullen nooit niet winnen van de sterkste man. Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : j
612 Ik heb niks niet gezien want ik sliep Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : j
613 Ik heb geen enkel boek niet gekocht want m'n geld was op Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
614 Jan rookt niet meer (VERTAAL) Vertaling bij VORM vorm: Jan rookt niet meer.
723 Weet je (gij) al dat je (gij) ook naar het feest mogen komen? Subjectdubbeling na V: ja/ nee (invullen bij ANTWOORD 1); Subjectdubbeling na COMP: ja/ nee (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor (1) : n
komt voor (2): n
724 Weet je (gullie) al dat je (gullie) ook naar het feest mogen komen? Subjectdubbeling na V: ja/ nee (invullen bij ANTWOORD 1); Subjectdubbeling na COMP: ja/ nee (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor (1) : n
komt voor (2): n
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. vorm: hij nie op losse
730 Hoe laat is dat eigenlijk? komt voor : n
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: we
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wij
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). komt voor : n
vorm: Weetje iets van et weer morgen
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). zin: Ge weet wel dat ge slim genoeg zijt.
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. komt voor : j
vorm: Hullie
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. vorm: elkander
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) vorm: bij zich
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
opmerking: Het = niet
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : j
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : n
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : j
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : n
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM vorm: Alsu vindt dat u gezond leeft leeft u dan vooral zo verder.
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) vorm: Als iederen dag...
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) vorm: Alsen enkele keer
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goa
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goak
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Asge gaat
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goade
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: As gij gaat
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: goadegij
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goat
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goatie
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Asse goat
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gaose
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goa
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goaget
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gan
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goanwe
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gullie goat
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gaodegullie
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goan
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goanze
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM vorm: Ga meteen weg
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingdegij
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gij ging
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging ik nie
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gij ging(k)
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging hij
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingdegij
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginget
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingze
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: ginge
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: gingdegullie
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gullie ging(k)
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge wij
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : n
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : n
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : n
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : n
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : j
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : j
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : n
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : n
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : n
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : n
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : n
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: zeneige
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM vorm: zeneige
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM vorm: zichzelf
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM vorm: zeneige
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM vorm: zich