SAND-data Roosendaal (K174p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03193) vertaling: Jan kent-a verhaol wel
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03193) vertaling: M en P zien makaar vor de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03193) vertaling: Toon wast zun eigen
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03193) vertaling: de timmerman ee gin spieker bij
opm.: reflexief: geen
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03193) vertaling: Fonszag nun slang naost um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03193) vertaling: Erik liet mijn voor zun eigen werruke
opm.: reflexief: z'n eigen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03193) vertaling: Johanna liet dur eigen meedrijven op du golven
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03193) vertaling: Toon keek us goet naor zun eigen in die spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03193) vertaling: Jan ee d'n tweej minute un bierke gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03193) vertaling: deze schoenen lopu gemakkuluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03193) vertaling: Eduard ken zun eigu goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03193) vertaling: Wart ee goort datur fotos van zijn in de winkel staon
opm.: reflexief: zijn
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03193) vertaling: die errupuls schille nie gemakkuluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03193) vertaling: di glas brikt azut op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03193) vertaling: doktur, leefk wel gezont genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03193) vertaling: ij lift al jaore van d'ervenis van zijn vaoder
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03193) vertaling: deze week lif ze op waotur en broot
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03193) vertaling: livvut nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03193) vertaling: oelang lifdu al van die ervunis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03193) vertaling: in Bretagne levu zu alleen van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03193) vertaling: naot etu gaon'k slaopu
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03193) vertaling: zou'k da wel kunnu doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03193) vertaling: hij liet zun uis slopen
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03193) vertaling: ik wit da Jan art mot kunne werruke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03193) vertaling: ik wit da Jan art mot kunne werruke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03193) vertaling: ik wit da Jan art mot kunne werruke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03193) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03193) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03193) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03193) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03193) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03193) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03193) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03193) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03193) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03193) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03193) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03193) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03193) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03193) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03193) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03193) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03193) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03193) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03193) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03193) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03193) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03193) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03193) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03193) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03193) vertaling: Jan ee gineen boek mie
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03193) vertaling: Jan ee gineen boek mie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03193) vertaling: boeku ee Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03193) vertaling: Jan ee nie veul geld mir
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03193) vertaling: d'ur mag niemant praotu over dit problim
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03193) vertaling: d'ur mag niemant praotu over dit problim
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03193) vertaling: niemant zegt dattie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03193) vertaling: zitte ier nerruges gin muizen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03193) vertaling: ik gif niks aon un ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03193) vertaling: niemant wul werruku
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03193) vertaling: we wistu nie dattie tuis war
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03193) vertaling: k wies ut ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03193) vertaling: ij mag meej niemant praotu over dit problim
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03193) vertaling: Jan wit dattie vor 3 uru de waogu mot emme gemaokt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03193) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03193) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03193) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03193) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03193) vertaling: Marie dur auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03193) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03193) vertaling: Piet zunnu auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03193) vertaling: dieje man zun auto
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03193) vertaling: dieje man zunnu auto...
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03193) vertaling: dieje auto is niet van mij, mar van zijn
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03193) vertaling: de krant van giesteren ligd ondur du tv
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03193) vertaling: dieje jongus dur fietsu zijn gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03193) vertaling: die zussen dur moeder is op viesiete
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03193) vertaling: ... is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03193) vertaling: ... is van mij
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03193) vertaling: ij mag meej niemant praote over dit problim
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03193) vertaling: ik wil niemant kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03193) vertaling: 't is zondu da wij nie meugen kommu
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03193) vertaling: da gaon'k nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03193) vertaling: 'k 'em nie geworrenu
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03193) vertaling: ij a't nog mar gezeet of M begon al te bletu
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03193) vertaling: gao dieje bestelling nou mar ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03193) vertaling: ij werrukt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03193) vertaling: ik verbie ju om ier te kommu
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03193) vertaling: Jan maokte da we Marie nie bellu
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03193) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03193) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03193) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03193) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03193) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03193) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03193) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03193) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03193) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03193) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03193) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03193) fragment: als dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03193) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03193) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03193) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03193) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03193) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03193) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03193) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03193) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03193) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03193) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03193) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03193) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03193) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03193) vertaling: 'k wit da jullie op niemant boos zijn
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03193) vertaling: 'k wit da zijn nerrugus trot op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03193) vertaling: Els denkt datut niet gemakkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03193) vertaling: ik wit da'k tu laot ben en gij nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03193) vertaling: ik wit toch dade gij mot werruku en ik(ke) nie
opm.: subjectdubbeling 1.ev.
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03193) vertaling: iedereen denkt da wij naor uis gaon en da zij nog meugu blijvu
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03193) vertaling: 't is zoondu dat ie komt en da zij weggaot
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03193) vertaling: ik denk da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03193) vertaling: ik denk da Pieter en Lieske gaon trouwu
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03193) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03193) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03193) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03193) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03193) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03193) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03193) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03193) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03193) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03193) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03193) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03193) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03193) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03193) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03193) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03193) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03193) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03193) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03193) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03193) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03193) fragment: wie zun (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03193) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03193) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03193) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03193) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03193) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03193) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03193) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03193) fragment: waor t (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03193) fragment: waor t (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03193) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03193) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03193) fragment: waor da (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03193) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03193) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03193) fragment: waor da (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03193) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03193) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03193) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03193) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03193) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03193) fragment: wa (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03193) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03193) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03193) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03193) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03193) vertaling: wie denktu da'k in de stad gezien em
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03193) vertaling: hoe denktu da ze ut opgelost emme
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03193) vertaling: hoe denktu da ze ut opgelost emme
opm.: geen onderscheid ev - mv
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03193) vertaling: Magda wit nie wie da wij willu bellu
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03193) vertaling: wit iemant wie wij geroepu emme
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03193) vertaling: wie denktu da'k in de stad gezien em
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03193) vertaling: wie denktu da'k in de stad gezien em
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03193) vertaling: ij eej zun andu gewassu
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03193) vertaling: ij eej zun em gewassu
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03193) vertaling: ij eej dun oet op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03193) vertaling: ij eej dun vlek op zun em
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03193) vertaling: ij eej zun been gebroku
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03193) vertaling: ij eej zun eigu zeer gedaon
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03193) vertaling: Marie trok du deku naor dur eigu (toe)
opm.: reflexief: haar eigen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03193) vertaling: Luc wit dattur foto's van zun eigu te koop zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03193) vertaling: ge wit toch nog wel da we toen dur da bos gelopu emme
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03193) vertaling: ik wit nog da du waogen van Marie kapot war
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03193) vertaling: ij wit nog dattie as un varuku zat tetu
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03193) vertaling: we wittu nog wel dadalle boeken van Jan gejat ware mar zij wittu da nie mir
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03193) vertaling: wittu nog da we Jan op du mart gezien emme
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03193) vertaling: ij eej zun eigu nun ongeluk geworreku
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03193) vertaling: ij voelde dattie dur ut ijs ging
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03193) vertaling: zou ie da hebbu kunnu gedaon
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03193) fragment: gekunnu (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03193) fragment: gedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03193) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03193) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03193) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03193) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03193) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03193) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03193) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03193) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03193) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03193) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03193) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03193) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03193) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03193) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03193) vertaling: ik denk dattie weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03193) vertaling: ik denk dattie weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03193) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03193) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03193) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03193) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03193) vertaling: Marie al dur koeien zijn...
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03193) vertaling: Marie al dur koeien zijn...
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03193) vertaling: kes maoke wit ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03193) vertaling: kes maoke wit ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03193) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03193) vertaling: ... de welluku eddu gij gemaokt
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03193) vertaling: ... de welluku eddu gij gemaokt
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03193) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03193) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03193) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03193) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03193) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03193) vertaling: ik zen nou moej, dus ou'k dur mar meej op
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03193) vertaling: ik zen nou moej, dus ou'k dur mar meej op
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03193) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03193) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03193) vertaling: gaode naor uis denktu
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03193) vertaling: gaode naor uis denktu
komt voor: j
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03193) vertaling: toendurtijd leefde ik mar un end vort
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03193) vertaling: vroegur leefdenie as un bist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03193) vertaling: daor woonde wij as G in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03193) vertaling: niemant maggut zien dus vinnik dade gij ut ok nie mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03193) vertaling: ut gebeurde toende gij weggieng
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03193) vertaling: k wit waor daggu guboru zijt
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03193) vertaling: aggu klaor zijt, dan meudu gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03193) vertaling: omda M overleju war eej euru vent Anna nie mir kunnu hellupu
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03193) vertaling: ik wit dattie is gaon zwemmu
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03193) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03193) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 3
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03193) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03193) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03193) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03193) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03193) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03193) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03193) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03193) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03193) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03193) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03193) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03193) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03193) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03193) vertaling: istum doot?
komt voor: j
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03193) vertaling: istum doot?
komt voor: j
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03193) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03193) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03193) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03193) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: da (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: da (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: da (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: da (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03193) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: wie (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: wie (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: wie (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: wie (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03193) fragment: die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03193) fragment: meejwie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03193) fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03193) fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03193) fragment: meejwie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03193) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03193) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03193) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03193) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03193) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03193) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03193) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03193) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03193) fragment: diej (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03193) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03193) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03193) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03193) fragment: wa (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03193) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03193) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03193) vertaling: Piet denkt da jan en Marie nikskenie kwaot zijn
betekenis: negative concord
opm.: het onderwerp waarop iemand boos is vervalt meestal
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03193) vertaling: Piet denkt da jan en Marie nikskenie kwaot zijn
betekenis: negative concord
opm.: het onderwerp waarop iemand boos is vervalt meestal
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03193) vertaling: Wim denkt da we aon niemand nun prijs geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03193) vertaling: Wim denkt da we aon niemand nun prijs geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03193) vertaling: ut klopt da ze nie meej Marie meuge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03193) vertaling: ut klopt da ze nie meej Marie meuge praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03193) vertaling: nerugus
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03193) vertaling: niemant
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03193) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03193) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03193) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03193) vertaling: nikskunie
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03193) vertaling: nikskunie
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03193) vertaling: ginne nene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03193) vertaling: zeg tum nie da k naor buitu zijn gewiest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03193) vertaling: nie zeggu dadun kado vorum et gekogt, or!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03193) vertaling: wittu nie datie is gevalle
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03193) vertaling: Wendy wouw niemant zeer doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03193) vertaling: ut schent daze niks mag etu
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03193) vertaling: ze schent niks tu meugu etu
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03193) vertaling: ze proberu al dun ele dag om mekaore te bellu
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03193) vertaling: ut gaot wir nun mooje dag worru
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03193) vertaling: tis misschien beter nog effukus te wachtu
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03193) vertaling: we arru tgeluk om zijn gelijk te vinnen
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03193) vertaling: as de bietu nun valluk zien, worre ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03193) vertaling: as we de errupuls niet kunne verkopu emme we problemu
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03193) vertaling: aggum niej meenimt worrik kwaot
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03193) vertaling: hij wiessut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03193) vertaling: op di feest dansu ze veul
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03193) vertaling: nou verkopu z'alleen nog mar broot in dije wienkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03193) vertaling: attie op de fiets is zallie wel te laot komme
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03193) vertaling: aggu tijd et komtan us langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03193) vertaling: ak rijk zijn, dan koop ik nun dure waogen
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03193) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03193) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03193) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03193) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03193) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03193) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03193) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03193) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03193) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03193) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03193) vertaling: Marie eej gezeet da gij un lietje geprobeert et te ziengu
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03193) vertaling: Marie zeej dadu gij geprobeert et (om) un lietje te ziengu
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03193) vertaling: Marie zeej dadu gij geprobeert et (om) un lietje te ziengu
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03193) vertaling: Marie eej gezeet da gij un lietje geprobeert et te ziengu
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03193) vertaling: Marie eej gezeet da gij geprobeert et eur un boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03193) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03193) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03193) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03193) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03193) komt voor: n
gebr.: 3
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03193) komt voor: n
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 3
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03193) vertaling: die van de stad emme hier veul uize gebouwt
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03193) vertaling: die van de stad die emme hier veul uize gebouwt
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03193) vertaling: die van de stad die emme hier veul uize gebouwt
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03193) vertaling: die van de stad emme hier veul uize gebouwt
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03193) vertaling: aon dieje nuwe vaort daor ziede gin mens mie
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03193) vertaling: aon dieje nuwe vaort ziede gin mens mie
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03193) vertaling: aon dieje nuwe vaort ziede gin mens mie
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03193) vertaling: aon dieje nuwe vaort daor ziede gin mens mie
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03193) vertaling: giesturu is Jan ier gewiest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03193) vertaling: toen Jan belde war 'k nie tuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03193) vertaling: Jef zou'k noojt vraoge
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03193) vertaling: Marie zou zoiets noojt doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03193) vertaling: Bert drienkt wel us un glaske te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03193) vertaling: Martha zou'k wellus bij men tuis wille vraogu
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03193) vertaling: dat uis zou'k noojt wille kopu
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03193) vertaling: dat uis staot daor al veftug jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03193) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03193) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03193) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03193) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03193) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03193) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03193) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03193) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03193) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03193) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03193) vertaling: ee Gunther al gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03193) vertaling: kik uit
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03193) vertaling: ut war mar net goet genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03193) vertaling: Marjo ee nou meer koeie dan t ie ooit ar
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03193) vertaling: as S kunnu komme ar dan ar ze da gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03193) vertaling: z'is du bestu doktur die k ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03193) vertaling: vorda g'iets weggoojt motte irst effu bellu
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03193) vertaling: ier s allus wa'k em gekregu
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03193) vertaling: Jan is tu gieig om wa aon zun kienduru te gevu
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03193) vertaling: asof de gij wa van voetballu wit
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03193) vertaling: legta boek weg
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03193) vertaling: agge egt nie kun wachtu, komtan mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03193) vertaling: ik wit da Jan dun doktur ar kunne roepu
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03193) vertaling: ik wit da Jan dun doktur geroepu ar kunne
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03193) vertaling: ij zee da'k ut ar moetu doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03193) vertaling: ij zee da'k gedaon ar moetu doen
opm.: twijfelgeval
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03193) vertaling: ij's veruge week g'opereerd dur doktur Mertus
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03193) vertaling: ij wor morrugu g'opereerd dur doktur Mertus
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03193) vertaling: ik denk da ge veul zou motte weggooju
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03193) vertaling: ik denk da ge veul zou motte weggooju
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03193) vertaling: 't is stom om zukke dure diengu weg te gooju
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03193) vertaling: 't is stom om zukke dure diengu weg te gooju
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03193) vertaling: ij's alle kapottu spullu aon't weggooju
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03193) vertaling: ij's alle kapottu spullu aon't weggooju
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03193) vertaling: ik vin da ge mer de krant zou motte lezu
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03193) vertaling: ik vin da ge mer de krant zou motte lezu
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03193) vertaling: 't is stom om in 't donkur de krant te lezu
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03193) vertaling: 't is stom om in 't donkur de krant te lezu
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03193) vertaling: ij's dun ele dag de krant aon't lezu
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03193) vertaling: ij's dun ele dag de krant aon't lezu
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03193) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03193) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03193) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03193) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03193) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03193) vertaling: R eet enu groene appel weggegeven en nou eetie nog twee rooju
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03193) vertaling: dur ware veul mense op ut feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03193) vertaling: ware dur veul mense op ut feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03193) vertaling: wafor boeku eddu gekogt
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03193) vertaling: wafor boeku eddu gekogt
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03193) vertaling: wa eddu for boeku gekogt
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03193) vertaling: wa eddu for boeku gekogt
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03193) vertaling: ij woont bij Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03193) vertaling: ij woont bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03193) vertaling: gao deffe naor du bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03193) vertaling: wie eddu gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03193) vertaling: wie ee jou gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03193) vertaling: a'k da gewete ar, dan ar'k ut nie gedaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03193) vertaling: 't is beter om nog effu te wachtu
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03193) vertaling: gelukkug ar Jan dun doktur gebeld en die kwam gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03193) vertaling: gao nou tog dur, vervelundu jong
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03193) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03193) komt voor: j
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03193) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03193) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03193) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03193) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03193) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Roosendaal

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Roosendaal