SAND-data Zevenbergen (K155p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08033) vertaling: Jan herinnet da verhaol wel
opm.: reflexief: geen
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08033) vertaling: Marie en Pet zien mekaor voor de ker
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08033) vertaling: Toon wast zen eige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08033) vertaling: De timmerman hee gin spijjkers bij hém
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08033) vertaling: Fons zag een slang neffe him
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08033) vertaling: Erik liet me voor him werken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08033) vertaling: Johanna liet derg eige meedrijven op de golven
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08033) vertaling: Toon bekeek z'n eige eens goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08033) vertaling: Jan ee in twee min. een biertje gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08033) vertaling: Dees schoenen lòpen makkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08033) vertaling: E. ken z'n eigen goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08033) vertaling: Ward hee gehoord dat er foto's van z'n eige etc.
opm.: reflexief: z'n eige
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08033) vertaling: Die erepels schellen nie gemakkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08033) vertaling: Dit glas brikt as het op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08033) vertaling: Dokter leef ik wel gezond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08033) vertaling: Al jaren lift-ie etc.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08033) vertaling: Dees week lift ze op water en brod
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08033) vertaling: Lift ie nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08033) vertaling: Na 't ete ga ik slaope
opm.: twijfel subjectdubbeling inversie
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08033) vertaling: Zou'k dat wel kunne doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08033) vertaling: idem
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08033) vertaling: Ik wit dat Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08033) vertaling: Ik wit dat Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08033) vertaling: Ik wit dat Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08033) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08033) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08033) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08033) vertaling: Jan hee gin boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 08033) vertaling: Jan hee gin boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 08033) vertaling: Jan heeft gin in boek
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 08033) vertaling: Jan he nie veul geld mir
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08033) vertaling: D'r mag nimand spreken over di probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08033) vertaling: D'r mag nimand spreken over di probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 08033) vertaling: D'r zegt nimand dat ie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08033) vertaling: Zitten hier nergens muize?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 08033) vertaling: Ik gif niks aan 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 08033) vertaling: Niemand wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 08033) vertaling: We wisten nie dat ie thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 08033) vertaling: Ik wis et ook nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08033) vertaling: Hij mag mee niemand proaten over dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08033) vertaling: Jan wit dat ie voor drie uur de waoge mot hebbe gemaokt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08033) vertaling: de auto van Merie is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 08033) vertaling: Marie d'r auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08033) vertaling: Piet zun auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 08033) vertaling: Piet zun auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 08033) vertaling: Die man zun auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08033) vertaling: Die man zun auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08033) vertaling: Die auto is nie van mij maar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08033) vertaling: De krant van giestere lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08033) vertaling: Jan is het broertje van K en K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08033) vertaling: De fietse van die jongens zijn gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08033) vertaling: De zusse van d'r moeder zijn op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08033) vertaling: Die auto is van Wimme
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08033) vertaling: Die fiets is van mijn
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08033) vertaling: Hij mag mee nimand praoten over di probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 08033) vertaling: Ik wil nimand kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 08033) vertaling: Het is jammer da we nie moge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 08033) vertaling: Da goa'k nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 08033) vertaling: Ik heb nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 08033) vertaling: Hij had 't nèt verteld of M begon te schreeuwen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel imperatief met infinitiv. 'gaan' + finiet werkwoord infinitivaal; negatiepartikel
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08033) vertaling: Hij werk nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 08033) vertaling: idem komme
opm.: twijfel pleonastische negatie bij negatief werkwoord; negatiepartikel
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 08033) vertaling: Jan verhinderd da we Marie nie bellen
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08033) komt voor: j
fragment: gaan (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08033) komt voor: j
fragment: gaan (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08033) komt voor: j
fragment: gaan (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08033) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08033) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08033) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08033) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08033) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08033) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: gaan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08033) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08033) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08033) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08033) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08033) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08033) komt voor: j
fragment: om (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08033) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08033) komt voor: j
fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dan gij (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dan gij (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08033) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08033) komt voor: j
fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08033) komt voor: j
fragment: altijd (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08033) komt voor: j
fragment: steeds (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08033) komt voor: j
fragment: steeds (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08033) komt voor: j
fragment: altijd (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08033) komt voor: j
fragment: altijd (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08033) komt voor: j
fragment: steeds (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08033) komt voor: j
fragment: ùùùùren (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08033) komt voor: j
fragment: ùùùùren (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 08033) komt voor: j
fragment: ze (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 08033) komt voor: j
fragment: ze (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dat ie mee wou gaan (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dat ie mee wou gaan (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 08033) komt voor: j
fragment: gewoòn (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 08033) komt voor: j
fragment: gewoòn (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08033) komt voor: j
fragment: zeker of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08033) komt voor: j
fragment: zeker of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08033) vertaling: Ik wit da jullie op niemand kwòàd zijn
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08033) vertaling: Ik wit da ze nergens trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 08033) vertaling: Els denkt dat nie makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoordvervoeging 'dat' + 1.ev.; subjectdubbeling 1.ev. in contrast, in bijzin
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08033) vertaling: nit mot
opm.: twijfel voegwoordvervoeging 'dat' + 2.ev.; subjectdubbeling 2.ev. in contrast, in bijzin
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoordvervoeging 'dat' + 1.mv. / 3.mv.; subjectdubbeling 1.mv. in contrast, in bijzin; subjectdubbeling indef. 'iedereen' initieel kwantor infdefiniet; 2-ledig V-cluster V.mod.fin - V.inf.: 1-2 volgorde; 2-ledig V-cluster V.mod.fin - V.inf.: 2-
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoordvervoeging 'dat' + 3.ev.mann. / vr. ; subjectdubbeling 3.ev.onz. initieel; subjectdubbeling bijzin 3.ev.mann. in contrast
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoordvervoeging 'dat' + eigennaam vrouw.; subjectdubbeling 1.ev. initieel; subjectdubbeling eigennaam in bijzin
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoordvervoeging 'dat' + 3.mv.; subjectdubbeling eigennaam bijzin; volgorde: 1-2; volgorde: 2-1
000 (x10opm) (inf. 08033) opm. inf.: West-Brabants is niet zo zwòár dialect?
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 08033) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08033) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 08033) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 08033) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08033) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 08033) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 08033) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 08033) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 08033) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08033) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 08033) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08033) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08033) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08033) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08033) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08033) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08033) komt voor: j
fragment: Diegene die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08033) komt voor: j
fragment: Diegene die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08033) vertaling: Wie denkte da'k in de stad ontmoet heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08033) vertaling: idem aan de betekenis
opm.: twijfel voegwoordvervoeging na 'hoe'; partiële WH-verplaatsing; ingebedde vraagwoord(en); ingebedde voegwoord(en)
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08033) vertaling: idem aan de betekenis
opm.: twijfel voegwoordvervoeging na 'hoe'; partiële WH-verplaatsing; ingebedde vraagwoord(en); ingebedde voegwoord(en)
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 08033) vertaling: Magda wit nie wie wij willen opbellen
opm.: twijfel ingebedde WH (object) + voegwoord 'dat'; voegwoordvervoeging na 'wie dat'
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 08033) vertaling: Wit iemand .. idem aan de betekenis
opm.: twijfel ingebedde WH + voegwoord 'of' + 'dat'; voegwoordvervoeging na 'of dat'
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08033) vertaling: idem aan de betekenis
opm.: twijfel partiële WH-verplaatsing; WH = ingebed [+hum] object; voegwoordvervoeging na 'wie'
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08033) vertaling: idem aan de betekenis
opm.: twijfel partiële WH-verplaatsing; D-woord voorop in bijzin; voegwoordvervoeging na 'die'
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08033) vertaling: Hij he z'n haanden gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08033) vertaling: Hij he z'n hemd gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel reflexief bij onvervreemdbaar bezit; pronomina 3.ev.mann.refl.; possessief pronomen; Vorm reflexief:
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel reflexief bij vervreemdbaar bezit; possessief pronomen; Vorm reflexief:
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08033) vertaling: Hij hè z'n been gebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel reflexief bij toevallig V.refl.; Vorm reflexief:; Vorm hulpwerkwoord
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel Vorm reflexief:
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel expletief 'er'
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08033) vertaling: dat bos zijn gelopen
opm.: twijfel Vorm reflexief:
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel Vorm reflexief:
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel Vorm reflexief:
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel Vorm reflexief:; subjectdubbeling 1.mv. in contrast, initieel; X-'zijn'-N-possessief
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel volgorde: 1-2; volgorde: 2-1; Vorm reflexief:; Vorm hulpwerkwoord
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel reflexief subject resultatief predicaat small clause; Vorm reflexief:
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel Vorm reflexief:
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08033) vertaling: Zoud-t-ie da gekund hebben
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08033) fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08033) fragment: gedaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08033) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08033) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08033) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08033) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08033) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08033) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08033) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08033) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08033) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08033) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08033) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 08033) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08033) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08033) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08033) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08033) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08033) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08033) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08033) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08033) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08033) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08033) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08033) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08033) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08033) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08033) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08033) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08033) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08033) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08033) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08033) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08033) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08033) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08033) vertaling: idem
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08033) vertaling: idem
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08033) vertaling: idem
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoordvervoeging 'dat' + pronomina 2.ev.; subjectdubbeling indefin. negat. kwantor initieel 'niemand' indefiniete negatieve; subjectdubbeling 2.ev. in contrast, in bijzin; Volgorde V-cluster
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoordvervoeging 'toen' + 2.ev. pronomina
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel 'waar'; 'waar of' ; 'waar of dat'; voegwoordvervoeging 2.ev.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08033) vertaling: Nou de klaor ben mag je gaan
opm.: twijfel voegwoordvervoeging 2.ev.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel volgorde: 1-2; volgorde: 2-1; IPP; absolute 'met'- constructie
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08033) vertaling: Ik wit dat ie is gaan zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 3
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08033) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08033) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08033) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 08033) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08033) vertaling: d'r komt morgen iemand langs
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08033) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08033) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08033) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08033) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08033) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08033) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08033) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08033) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08033) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08033) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08033) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'z (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'z (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'z (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar'k (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar'k (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08033) komt voor: j
fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08033) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08033) komt voor: j
fragment: da'k (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08033) komt voor: j
fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08033) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08033) vertaling: Piet denkt dat J en M op niemand kwaod zijn
opm.: geen betekenis aangeduid
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08033) vertaling: idem
betekenis: geen negative concord
opm.: twijfel dubbele negatie 'nooit ... niemand'; negative concord 'nooit ... niemand'; negatiepartikel
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08033) vertaling: idem
betekenis: geen negative concord
opm.: twijfel dubbele negatie 'nooit ... niemand'; negative concord 'nooit ... niemand'; negatiepartikel
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08033) vertaling: Het is waar dat niet met Marie mogen praten
opm.: geen betekenis aangeduid
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08033) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08033) vertaling: wit ik niet
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08033) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08033) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08033) vertaling: gin een
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08033) vertaling: Zeg hem nie da'k naar buiten gewiest ben
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel infinitief als imperatief; infinitivale imperatief + negatie mogelijk; negatiepartikel; Vorm hulpwerkwoord
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel negatiepartikel; voegwoordvervoeging 3.ev.mann.; Vorm hulpwerkwoord
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoord in infinitiefzin V.contr. 'proberen'; negatiepartikel; 'te' aanwezig; 'te' adjacent aan V
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08033) vertaling: 't Schijnt dat ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08033) vertaling: niks
opm.: twijfel voegwoord in infinitiefzin V.rais. 'schijnen'; negatiepartikel; 'te' aanwezig; 'te'-proclisis aan V.mod.inf; 'te'-proclisis aan V.inf; Volgorde V-cluster
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08033) vertaling: om elkaar te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08033) vertaling: worre
opm.: twijfel voegwoord bij 'beloven'; 'te' aanwezig; 'te'-proclisis aan V
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoord in infinitiefzin predicatief A 'beter' adjectief; 'te' aanwezig; 'te'-proclisis aan V; expletief bij koppelwerkwoord
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 08033) vertaling: We hadden geluk dat we hem direct terug vonden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08033) vertaling: As
opm.: twijfel negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin; negatiepartikel: proclisis op V; voegwoord in matrixzin
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08033) vertaling: as - idem
opm.: twijfel negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin; negatiepartikel: proclisis op V; voegwoord in matrixzin
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin; negatiepartikel: proclisis op V; voegwoord in matrixzin; voegwoordcongruentie 'als'
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel epenthetische nasale consonant voor 'het'
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08033) vertaling: gedaanst
opm.: twijfel expletief 'er' in onpersoonlijke passief met inversie
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel expletief 'er' in onpersoonlijk passief met inversie
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08033) vertaling: As ie idem
opm.: twijfel negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin; negatiepartikel: proclisis op V; voegwoord in matrixzin
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08033) vertaling: As de tijd hebt - idem
opm.: twijfel voegwoord in matrixzin met imperatief
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin; negatiepartikel: proclisis op V; voegwoord in matrixzin; voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 08033) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08033) komt voor: j
opm.: dav? twijfel subjectdubbeling pronomina 1.ev.inv.; clitic / objectpronomen 3.ev. tussen subj.pron. subjectpronomina; voegwoordvervoeging; 'ga' in de betekenis van 'zal'
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08033) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08033) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08033) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08033) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08033) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08033) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08033) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08033) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08033) vertaling: Marie he gezegd da jij hebt geprobeerd een liedje te zing
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08033) vertaling: Marie hee gezegd da jij een liedje he geprobeerd te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08033) vertaling: Marie hee gezegd da jij een liedje he geprobeerd te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08033) vertaling: Marie he gezegd da jij hebt geprobeerd een liedje te zing
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 08033) vertaling: Marie he gezegd da jij haar een boek he geprobeerd te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08033) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 08033) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 08033) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 08033) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 08033) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel subject linksdislocatie; N-ellipsis met 'die' + 'van'-PP; herhalend pronominaal subject 3.mv.
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel vooropgeplaatste locatieve PP; herhalende pronominale locatieve PP
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08033) vertaling: idem (zonder 'die')
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel vooropgeplaatste tijdsbepaling 'de dag'; herhalende pronominale tijdsbepaling
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel vooropgeplaatst object eigennaam mann.; herhalend 3.ev.mann. objectspronomen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel subject linksdislocatie; herhalend 3.ev.vrouw. subjectpronomen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel subject linksdislocatie eigennaam mann.; herhalend 3.ev.mann. subjectpronomen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel vooropgeplaatst object eigennaam vrouw.; herhalend 3.ev.vrouw. objectpronomen, volgorde: 1-2; volgorde: 2-1
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel vooropgeplaatst object NP ev.onz. linksdislocatie; herhalend 3.ev.onz. objectpronomen; volgorde: 1-2; volgorde: 2-1
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel vooropgeplaatst subject NP onz.ev.; herhalend 3.ev.onz. subjectpronomen
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08033) vertaling: He Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel negatiepartikel in positieve imperatief; inherent reflexief werkwoord in imperatief
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08033) vertaling: 't Was maar net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel negatiepartikel in bijzin na comparatief
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08033) vertaling: komme
opm.: twijfel negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel negatiepartikel in relatiefzin na superlatief
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel negatiepartikel in bijzin ingeleid door 'voor(dat)'; voegwoord in 'voor(dat)'-bijzin
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08033) vertaling: Hier is alles wa'k gekregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel negatiepartikel in om-zin na 'te X om'; voegwoord infinitiefzin na 'te X om'; 'te' in infinitiefzin na 'te X om'
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel negatiepartikel in 'alsof'-exclamatie
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08033) vertaling: dat boek leg ik weg
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08033) vertaling: idem, dan kom de maar
opm.: twijfel negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin; voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel irrealis 'had kunnen V'; irrealis 'kon hebben V'; Volgorde V-cluster
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel irrealis 'had kunnen V'; irrealis 'kon hebben V'; Volgorde V-cluster
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel irrealis 'had moeten V'; irrealis 'moest hebben V'; Volgorde V-cluster
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 08033) vertaling: Hij zie dat ik 't had moeten doen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08033) vertaling: idem
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08033) vertaling: idem
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08033) positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08033) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08033) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08033) positie: 1
opm.: 'de krant' ipv 'krant'
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08033) positie: 1
opm.: 'de krant' ipv 'krant'
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08033) positie: 2
opm.: 'kranten' ipv 'krant'
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 08033) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08033) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 08033) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 08033) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08033) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 08033) vertaling: ...................... hèt-ie...............
opm.: twijfel kwantitatief 'er' bij N-ellipsis met adjectief
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08033) vertaling: Dr waren veul mensen op 't fist
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 08033) vertaling: idem: fist
opm.: twijfel expletief in existentiële constr. met inversie 'er'
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel 'wat voor'-split; 'wat voor'-split optioneel
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel 'wat voor'-split; 'wat voor'-split optioneel
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel 'wat voor'-split; 'wat voor'-split optioneel
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel 'wat voor'-split; 'wat voor'-split optioneel
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel thuisnaamval op eigennaam 3.ev.vrouw.
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel thuisnaamval op eigennaam 3.ev.mann.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 08033) vertaling: idem
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel naamval op object-'wie'; Vorm hulpwerkwoord
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel naamval op subject-'wie'; Vorm hulpwerkwoord
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 08033) vertaling: ............dan hak 't nie gedaan
opm.: twijfel voorwaardelijke bijzin zonder voegwoord
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 08033) vertaling: idem
opm.: twijfel voegwoord infinitiefzin bij adjectief 'beter'
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 08033) vertaling: idem
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 08033) vertaling: idem
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 08033) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08033) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 08033) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 08033) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 08033) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 08033) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 08033) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Zevenbergen

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Zevenbergen