SAND-data Klundert (K154p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03376) vertaling: da veraal erinnir Jan z'n eige wel
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03180) vertaling: Jan wit da verhaal nog wel
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03180) vertaling: Merie en Piet zien mekaar voor de kerk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03376) vertaling: Marie en Piet zien mekaar bij de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03376) vertaling: Toon was z'n eige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03376) vertaling: De timmerman e gin spijkers bij um
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03180) vertaling: De timmerman hed gien spijkers bij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03376) vertaling: Fons zag 'n slang neffe um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03376) vertaling: Erik liet mij voor um werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03376) vertaling: Johanna laat d'r eige meedrijve op de golve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03376) vertaling: Toon bekeek zun eige 'ns goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03180) vertaling: Toon bekeek zijn eigen eens goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03376) vertaling: Jan e in twee minute da biertje opgedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03376) vertaling: Deze schoene toch lòòpen makkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03376) vertaling: Eduard ken zun eige veul te goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03376) vertaling: Ward e geoord da er foto's van zun eige in de etalage stoan
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03180) vertaling: Ward he gehoord dater foto's van z'n eigen in de etalage staan
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03376) vertaling: Die èèrpels schelle nie makkeluk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03180) vertaling: Die erepels schillen moeilijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03180) vertaling: Da glas is kapot ast op de grond valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03376) vertaling: Di glas is kepot as ut op de grond val
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03376) vertaling: leef ik wel gezond genog, dokter
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03376) vertaling: hij leev al jaore op de erfenis van z'n vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03376) vertaling: zij leef v.d. week op waoter en bròòd
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03376) vertaling: leef da nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03376) vertaling: leve jullie al lang van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03376) vertaling: in Bretagne daor leve ze vooral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03376) vertaling: derek nao 't ete gao ik slaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03376) vertaling: zou 'k da wel kenne doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03376) vertaling: z'n uis liet ie afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03180) vertaling: Kweet da Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03376) vertaling: ik weet da Jan ard mo kenne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03180) vertaling: Kweet da Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03180) vertaling: Kweet da Jan hard mot kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03376) vertaling: ik weet da Jan ard mo kenne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03376) vertaling: ik weet da Jan ard mo kenne werke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03180) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03180) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03180) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03180) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03180) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03180) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03180) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03180) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03180) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03376) vertaling: Jan e ginèèn boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03376) vertaling: Boeken è Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03376) vertaling: Jan e nie veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03376) vertaling: er mag gèèn mèns praote over di probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03376) vertaling: gin mèns zèg da hij kom
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03376) vertaling: zitte ier nergus muize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03376) vertaling: ik geef niks aon 'n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03376) vertaling: gin mèns wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03376) vertaling: wij wisse ginèèns da ie thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03376) vertaling: ik wis et ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03376) vertaling: ij mag me gin mèns praote over di probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03376) vertaling: Jan weet da ie voor drie uur de waoge gemaokt mo ebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03180) vertaling: Jan weet dattie voor drie uur de wage gemaakt hebbe mot
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03376) vertaling: Maries auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03376) vertaling: Marie e un kepotte auto
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03376) vertaling: Piet auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03376) vertaling: De auto van Piete is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03376) vertaling: Die man z'n auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03376) vertaling: Die man z'n auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03376) vertaling: Die auto is nie van mijn maar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03376) vertaling: de kraant van gistere leg onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03376) vertaling: Jan is Karolien en Kristien der broertje
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03376) vertaling: Die jonge der fietse zijn gestole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03376) vertaling: De zusse van me moeder zijn op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03376) vertaling: das Wimme auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03376) vertaling: das mijn fiets
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03376) vertaling: IJ mag me gin mèns praote over di probleem
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03376) vertaling: het is jammer maor we magge nie komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03376) vertaling: da gao ik nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03376) vertaling: ik e nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03376) vertaling: ij a 't nog maor net verteld en Marie begon te schreeuwe
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03376) vertaling: gao die bestelling maar gauw ophaolen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03376) vertaling: ij werk nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03376) vertaling: ik verbie je om ier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03376) vertaling: Jan wilde nie da we Marie zouwe belle
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03376) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03376) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03376) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03376) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03376) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03376) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03376) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03376) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03376) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03376) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03376) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03376) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03180) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03180) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03376) komt voor: j
fragment: weer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03376) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03376) komt voor: j
fragment: weer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03376) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03376) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03376) komt voor: j
fragment: weer (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: as da (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03376) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: as da (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03376) komt voor: j
fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: as da (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03376) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03376) komt voor: j
fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03376) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03180) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03376) komt voor: j
fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03180) komt voor: j
fragment: als (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03180) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03376) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03180) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03376) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03376) vertaling: ik weet da jullie op gin mèns kwaod zijn
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03376) vertaling: ik weet da zij nie verwàànd is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03376) vertaling: Els den da 't nie makkelijk zal zijn
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03376) vertaling: ik weet da jij nie te laot ben maor ik wel
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03376) vertaling: je weet da ik nie mo werke maor jij wel
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03376) vertaling: omda zij nog magge blijve denke ze da wij naor uis gaon
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03376) vertaling: et is jammer da zij weggao as ij kom
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03376) vertaling: ik zou denke da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03376) vertaling: Pieter en Liesje gaon trouwe denk
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03180) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03376) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03376) komt voor: j
opm.: geen betekenis aangeduid
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03180) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03180) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03180) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03376) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03180) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03376) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03376) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03180) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03180) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03376) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03180) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03180) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03180) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03376) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03376) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03180) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03376) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03180) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03180) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03376) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03376) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03180) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03376) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03180) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03180) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03376) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03376) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03180) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03180) vertaling: De lamp brant nie meer
komt voor: j
opm.: dav
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03180) vertaling: De lamp brant nie meer
komt voor: j
opm.: dav
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03376) vertaling: de láámp bráán nie meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03376) vertaling: de láámp bráán nie meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03376) vertaling: doe Marie iedere aovend dáánsen
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03376) vertaling: doe Marie iedere aovend dáánsen
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03180) komt voor: j
opm.: dav?
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03180) vertaling: Snij het brood es eve
komt voor: j
opm.: dav
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03376) vertaling: doe 't bròòd es eve snije
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03180) vertaling: Snij het brood es eve
komt voor: j
opm.: dav
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03376) vertaling: doe 't bròòd es eve snije
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wies (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: welke zun (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wies (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: welke zun (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: welke zun (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wies (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: daor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: daor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: daor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: da (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wa (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: da (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wa (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wa (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03376) komt voor: j
fragment: da (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03376) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03376) komt voor: j
fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03376) komt voor: j
fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03376) komt voor: j
fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dawwe (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dawwe (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03376) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03376) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wa (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03376) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03376) vertaling: Wie denk je dak in de stad tegekwam
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03376) vertaling: oe hebbe ze da opgelost denke jullie
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03376) vertaling: oe hebbe ze da opgelost zou je denke
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03376) vertaling: Magda weet da nie wie wij wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03376) vertaling: weet soms iemand wie wij gerope hebbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03376) vertaling: wa denk je wie ik in de stad zag
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03376) vertaling: ij e zun aande gewasse
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03180) vertaling: Hij ee 'z'n hande gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03180) vertaling: Hij ee 'z'n hem gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03376) vertaling: ij e zun em gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03376) vertaling: ij e un oed op zun òòd
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03180) vertaling: Hij ee 'z'n hoed op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03376) vertaling: ij e un plek op zun em
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03180) vertaling: Hij ee un vlek op 'z'n hem
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03180) vertaling: Hij ee 'z'n been gebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03376) vertaling: ij e zun bèèn gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03376) vertaling: ij e zun eige zeer gedaon
opm.: reflexief: z'n eigen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03180) vertaling: Ze der eige zeer gedaan
opm.: werkwoord ontbreekt reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03376) vertaling: Marie trok de deke naor dur eige toe
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03180) vertaling: Marie trok de deken naar de eige toe
opm.: reflexief: haar eigen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03180) vertaling: Luc weet dater foto's van 'z'n eige te koop zijn
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03376) vertaling: Luc weet da er foto's van um te kòòp zijn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03376) vertaling: je weet toch nog wel da we toen deur da bos zijn gelòòpe
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03376) vertaling: ik denk eraan da Marieje auto kepot is
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03376) vertaling: ze denk ter aon da ij as un verke zat te vrete
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03180) vertaling: Ze weet nog dattie as hun verke zat te (vr)ete
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03376) vertaling: wij wete nog wel da Jan al zun boeke gestole zijn maar zij wete da nie meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03376) vertaling: wete jullie nog da we Jan op de mart zage
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03180) vertaling: Wete jullie nog dat we Jan op de mart hebbe gezien
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03376) vertaling: ij e zun eige kepot gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03180) vertaling: Hij ee zich hun ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03376) vertaling: ij voelde da tie deur ut ijs zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03376) vertaling: Zou ij da gedaon kenne hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03180) vertaling: Zou tie da gedaan kunne hebbe
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03180) fragment: kunne wete (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03376) fragment: gekend (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03376) fragment: gedaon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03180) fragment: gedaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 5
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03180) vertaling: We motte naar de stal om de koeien te voeren
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03376) vertaling: we motte naor de schuur om de koeie te voere
komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03180) vertaling: We motte naar de stal om de koeien te voeren
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03376) vertaling: we motte naor de schuur om de koeie te voere
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03376) vertaling: ze komme aan kuiere
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03180) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03376) vertaling: ze komme aan kuiere
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03180) vertaling: Ik denk dattie weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03376) vertaling: ij is weg denk
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03180) vertaling: Ik denk dattie weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03376) vertaling: ij is weg denk
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03180) komt voor: j
opm.: dav?
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03376) vertaling: ij is weg denk
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03376) vertaling: ij is weg denk
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03376) vertaling: ik weet da tie weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03376) vertaling: ik weet da tie weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03180) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03180) komt voor: j
opm.: dav?
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03376) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03376) vertaling: de politie kwam bij um en nam tum mee
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03180) vertaling: De plezie zouttem meenemen
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03376) vertaling: de politie kwam bij um en nam tum mee
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03180) vertaling: De plezie zouttem meenemen
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03376) vertaling: Maries koeie zijn bij de overstròòming verdronke
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03180) vertaling: Al de koeien van Marie zijn verdronken bij de overstr.
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03376) vertaling: Maries koeie zijn bij de overstròòming verdronke
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03180) vertaling: Al de koeien van Marie zijn verdronken bij de overstr.
komt voor: j
opm.: dav
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03376) vertaling: ik weet niks van kèès make
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03376) vertaling: ik weet niks van kèès make
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03180) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03180) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03376) vertaling: ik ben me Janne naar de mart gewist
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03376) vertaling: ik ben me Janne naar de mart gewist
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03376) vertaling: de eerste drie somme ek al gemaakt. Welke e jij gemaokt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03376) vertaling: de eerste drie somme ek al gemaakt. Welke e jij gemaokt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03180) komt voor: j
opm.: dav?
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03376) vertaling: de waffere e je al weggebrocht
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03376) vertaling: de waffere e je al weggebrocht
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03180) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03180) komt voor: j
opm.: dav?
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03376) vertaling: zukke zou ik nie op durven ete
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03376) vertaling: zukke zou ik nie op durven ete
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03376) vertaling: die zou ik nie op durve ete
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03376) vertaling: die zou ik nie op durve ete
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03180) komt voor: j
opm.: dav?
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03376) vertaling: ik weet da Jan naor de mart gewist is
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03180) vertaling: Ik weet da Jan naar de mart is gewist
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03376) vertaling: ik weet da Jan naor de mart gewist is
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03180) vertaling: Ik weet da Jan naar de mart is gewist
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03180) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03376) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03180) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03376) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03180) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03376) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03180) komt voor: j
opm.: dav?
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03376) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03180) komt voor: j
opm.: dav?
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03376) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03180) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03376) komt voor: n
opm.: opmerking van jvc: de informant gebruikt dit soort constructie wel in X10i, Y6c, Y6d
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03376) vertaling: gin mèns mag ut zien ik vin jij ok nie
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03376) vertaling: toen je net wegging gebeurde da
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03376) vertaling: waor jij gebore ben da weet ik
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03376) vertaling: je mag gaon nou je klaor ben
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03376) vertaling: nou Marie dòòd is et er man Anna's nie meer kenne elpe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03180) opm.: IPP: n.v.t.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03180) vertaling: Ik wit dattie is gaan zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03180) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03180) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03376) komt voor: j
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03180) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03180) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 3
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 3
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03180) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03376) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03180) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03376) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03180) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03376) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03376) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03376) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03376) vertaling: me zuk weer doe je nie veul
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03180) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03376) vertaling: me zuk weer doe je nie veul
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03376) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03180) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03180) vertaling: Ik willum nooit meer zien want hij ee me bedonderd
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03376) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03180) vertaling: Ik willum nooit meer zien want hij ee me bedonderd
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03376) vertaling: omda tie mij bedroge e wik um niemeer zien
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03376) vertaling: omda tie mij bedroge e wik um niemeer zien
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03180) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03180) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03376) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03376) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03180) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03376) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03180) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03180) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03376) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03376) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03180) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03376) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03180) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03180) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03376) komt voor: n
000 (y11opm) (inf. 03180) opm. inf.: Van sommige zinnen lijkt me dat het taal is van 3 of 4 jarige peuters
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03376) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03376) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03376) komt voor: j
fragment: (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Dat is de man die het verhaal heeft verteld denk (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Dat is de man die het verhaal heeft verteld denk (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03376) komt voor: j
fragment: (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03180) komt voor: j
fragment: dattie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Dat is de man die het verhaal heeft verteld denk (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03376) komt voor: j
fragment: (2)
opm.: dav
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: (2)
opm.: dav
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: ? (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: (2)
opm.: dav
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Dat is de man die ze geroepen hebben denk (1)
opm.: dav
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: ? (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Dat is de man die ze geroepen hebben denk (1)
opm.: dav
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: (2)
opm.: dav
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: ? (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: Dat is de man die ze geroepen hebben denk (1)
opm.: dav
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: mee wie ik gesproken heb (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03376) komt voor: j
fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: mee wie ik gesproken heb (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: mee wie ik gesproken heb (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03180) komt voor: j
fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03180) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03376) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03376) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03180) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wa(t) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03180) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wa(t) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wa(t) (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03180) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03376) komt voor: j
fragment: dak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03376) komt voor: j
fragment: wak (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03376) komt voor: j
fragment: as (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03180) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03376) komt voor: j
fragment: as (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03376) komt voor: j
fragment: der (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03376) komt voor: j
fragment: der (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03180) komt voor: j
fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03376) vertaling: Piet denk da Jan en Marie op gin mèèns kwaod zijn
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03376) vertaling: Piet denk da Jan en Marie op gin mèèns kwaod zijn
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03376) vertaling: Wim denk da we aon gin mèèns 'n prijs geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03376) vertaling: Wim denk da we aon gin mèèns 'n prijs geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03376) vertaling: het is waor ze magge nie mè Marieje praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03376) vertaling: het is waor ze magge nie mè Marieje praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03180) vertaling: Nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03180) vertaling: Gien mens
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03180) vertaling: Nooit
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03180) vertaling: Gien een
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03180) vertaling: Zegtum nie da'k naar buite ben gewist
opm.: twijfel stam als imperatief
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03376) vertaling: nie zège dak naor buite ben gewist oor
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03180) vertaling: Nie vertelle da je un kedo voor um he gekocht
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03376) vertaling: nie vertelle da je 'n cadeau voor 'm è gekocht oor
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03180) vertaling: Weetje nie dattie gevalle is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03376) vertaling: wis je nie datie gevalle is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03180) vertaling: Wendy pebeerde om niemand pijn te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03376) vertaling: Wendy probeerde om gin mèèns zeer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03180) vertaling: 't Schijn da ze niets mag eten
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03376) vertaling: ik gelòòf da ze niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03180) vertaling: Ze schijnt niets te moge ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03376) vertaling: ze probere al de ele dag om mekaar op te belle
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03180) vertaling: Ze pebeerde al de hele dag om mekaar op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03376) vertaling: et wor weer 'n mooie dag
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03180) vertaling: 't Is misschien beter um nog effe te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03376) vertaling: je kan beter effekus wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03180) vertaling: Wadde geluk om hum recht terug te vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03376) vertaling: we vonnen em derek trug
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03180) vertaling: As de kippe een klamper zien, zijn ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03180) vertaling: As we de erepels nie kunnen verkopen, zitte we in de problemen
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03376) vertaling: as we de èèrpels nie kenne verkòpe zitte we moeilek
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03376) vertaling: as jullie 'm nie meeneme wor ik kwaad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03180) vertaling: As gullie hum nie meenemen wor ik kwaad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03180) vertaling: Hij wist tut
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03376) vertaling: ij wis't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03180) vertaling: Op dit feest wor veel gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03376) vertaling: op di fèèst woord ter veul gedàànst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03376) vertaling: ze verkòòpe daor alenig nog bròòd in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03180) vertaling: In die winkel verkope ze allenig maar brood
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03180) vertaling: As tie op de fiets kom, zal tie wel te laat zijn
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03376) vertaling: as tie me de fiets kom, zal tie wel laot zijn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03180) vertaling: A je tijd he, kom dan us een keertje langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03376) vertaling: je mo 'ns 'n keertje lààngs komme, as je tijd e
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03376) vertaling: ak rijk ben dan kòòp ik 'n dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03180) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03376) vertaling: ik ga et misschien we krijgen
komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03180) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03376) vertaling: ik ga et misschien we krijgen
komt voor: j
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03376) vertaling: durf jij er op te douwe
komt voor: j
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03376) vertaling: durf jij er op te douwe
komt voor: j
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03180) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03376) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03180) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03376) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03180) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03376) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03180) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03376) vertaling: oe e Pol da opgelost
komt voor: j
opm.: dav
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03180) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03376) vertaling: oe e Pol da opgelost
komt voor: j
opm.: dav
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03180) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03376) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03376) vertaling: ik etem ut gegeve
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03376) vertaling: ik etem ut gegeve
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03180) komt voor: j
opm.: dav?
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03376) vertaling: ze leef dees week op waoter en bròòd
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03180) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03376) vertaling: ze leef dees week op waoter en bròòd
komt voor: j
opm.: dav
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03376) vertaling: Marie e gezeed da jij geprebeerd e om 'n liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03180) vertaling: Marie het gezeed da jij het geperbeerd un liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03180) vertaling: Marie hee gezeed da jij geprobeerd he een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03376) vertaling: jij e geprobeerd u liedje te zingen zee Marie
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03180) vertaling: Marie hee gezeed da jij geprobeerd he een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03376) vertaling: jij e geprobeerd u liedje te zingen zee Marie
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03376) vertaling: Marie e gezeed da jij geprebeerd e om 'n liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03180) vertaling: Marie het gezeed da jij het geperbeerd un liedje te zingen
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03376) vertaling: die stadse bouwe ier veul uize
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03376) vertaling: je zieter gin mèns meer aon die niewe vaort
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03376) vertaling: Jan is nog ier geweest gistere
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03376) vertaling: ik was nie tuis toen Jan belde
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03376) vertaling: Sjeffe zou'k nooit uitnodige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03376) vertaling: zo iets zou Marie nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03376) vertaling: Bert die drink nogal makkeluk te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03376) vertaling: Martha's zou ik best wel 'ns wille uitnodigen bij me tuis
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03376) vertaling: da zou'k nooit wille kòòpe da uis
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03376) vertaling: da uis staater zeker al vijfitg jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 3
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 3
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 3
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 3
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 3
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 3
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03376) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03376) vertaling: e Gunther gebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03180) vertaling: Het Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03376) vertaling: denker om
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03376) vertaling: 't was maor killekil
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03376) vertaling: Marjo e nou meer koui as vroeger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03376) vertaling: As Susanne a kenne komme dan a ze da gedaon
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03180) vertaling: As Susan ha kunne komme as ze da gedaan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03376) vertaling: zij is de beste dokter die ik kan
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03376) vertaling: a je iets weggòòi mo je me eve belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03376) vertaling: dis al wak gekrege e
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03376) vertaling: Jan is zo gierig da ie niks aon zun kinders geef
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03376) vertaling: jij weet niks van voetballe ààf
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03376) vertaling: lèèg da boek weg
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03376) vertaling: kom maor as je echt nie kan wachte
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03376) vertaling: ik weet da Jan de dokter a motte roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03376) vertaling: ik weet da Jan de dokter a geroepe motte hebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03376) vertaling: ij zei dak ut a motte doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03376) vertaling: ij zei dak u gedaon moes ebbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03376) vertaling: vorige week istie door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03376) vertaling: ij woor morge door dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03376) vertaling: ik denk da je veul weg zou motte gooie
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03376) vertaling: ik denk da je veul weg zou motte gooie
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03180) vertaling: Ik denk da je veul weg zou motte gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03180) vertaling: Ik denk da je veul weg zou motte gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03376) vertaling: zukke dure dinge gòòi je toch zomaar nie weg
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03180) positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03376) vertaling: zukke dure dinge gòòi je toch zomaar nie weg
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03376) vertaling: ij e al die kapotte rotzòòi weggegooid
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03180) positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03376) vertaling: ij e al die kapotte rotzòòi weggegooid
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03376) vertaling: Ik vin da je dikkelser de kràànt zou motte leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03376) vertaling: Ik vin da je dikkelser de kràànt zou motte leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03180) positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03180) positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03376) positie: 1
opm.: 'de krant' ipv 'krant'
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03376) positie: 1
opm.: 'de krant' ipv 'krant'
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03180) positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03376) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03180) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03376) fragment: wel (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03376) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03180) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03180) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03376) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03180) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03376) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03376) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03180) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03376) vertaling: Robert e èène groene appel weggeve en nou et ie nog twee rooie
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03180) vertaling: Robert het een groene appel weggegeven en nou hettie nog twee rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03376) vertaling: Er was veul volkk op ut fèèst
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03180) vertaling: Ware er veul mense op het feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03376) vertaling: Ware er veul op ut fèèst?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03376) vertaling: Waffer boeke e je gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03180) vertaling: Wa voor boeke he je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03376) vertaling: Waffer boeke e je gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03376) vertaling: -
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03376) vertaling: -
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03376) vertaling: ij wòòn bij Mariekes
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03376) vertaling: ij wòòn bij Wimme
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03376) vertaling: gao eve naar de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03376) vertaling: wie e je gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03376) vertaling: wie e jou daor gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03376) vertaling: ak u geweten dan ak ut nie gedaon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03180) vertaling: Hak da gewete ha dan hekke't nie gedaan
opm.: twijfel voorwaardelijke bijzin zonder voegwoord
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03376) vertaling: ik zou maor efkes wachte
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03180) vertaling: 't Zou beter zijn om nog effe te wachtte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03376) vertaling: Gelukkig a Jan de dokter gebeld en die was tertoen èèm gààuw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03376) vertaling: lòòp nou toch deur rotjong
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 2
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03180) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03376) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03376) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03376) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03376) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03180) komt voor: n
gebr.: 1
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Klundert

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Klundert