SAND-data Willemstad (K123p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief:
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08422) vertaling: idem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief twijfelgeval pronomen aanwezig
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief twijfelgeval reflexief pronomen 3.ev.mann, aanwezig twijfelgeval vorm volt. deelwoord
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief twijfelgeval mediale constructie aanwezig twijfelgeval reflexief pronomen 3.ev.mann, aanwezig
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08422) vertaling: Eduard kent z'n eige
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08422) vertaling: Ward heeft gehoord dat er foto's van hem zelf
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief twijfelgeval mediale constructie aanwezig
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval Vorm reflexief twijfelgeval reflexief bij V.onacc. aanwezig
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling inversie
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling inversie
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling inversie
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling inversie
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling inversie
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling inversie
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling inversie
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling inversie twijfelgeval volgorde V-cluster
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval passieve infinitief in AcI-constructie
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08422) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 08422) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 08422) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08422) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08422) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08422) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08422) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08422) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08422) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 08422) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 08422) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08422) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08422) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 08422) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 08422) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 08422) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 08422) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 08422) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 08422) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 08422) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08422) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 08422) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08422) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 08422) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 08422) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 08422) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 08422) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08422) vertaling: Jan heeft geen een boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 08422) vertaling: Jan heeft geen boeken
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 08422) vertaling: Janheeft niet veel geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08422) vertaling: niemand mag spreken over dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 08422) vertaling: Niemand zegt dat hij komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08422) vertaling: Zitten hier ergens muizen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 08422) vertaling: Ik geef niet aan een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 08422) vertaling: niemand wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 08422) vertaling: Wij wisten niet dat hij thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 08422) vertaling: Ik wist het ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08422) vertaling: Hij mag met niemand spreken over dit probleem
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08422) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 08422) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08422) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08422) vertaling: Marie der auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08422) vertaling: Piet zijn auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval prenominale pronomin. possessief NP-'zijn'-N
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval predicatieve possessief 'van' + pronomen
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08422) vertaling: Gisteren lag de krant onder de T.V.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08422) vertaling: Jan is Karolien en Kristien hun broertje
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08422) vertaling: Die jongens zijn der fietsen gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08422) vertaling: Die zussen hun moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08422) vertaling: die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08422) vertaling: Die fiets is van mijn
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatieve PP - infinitief - 'niet' in uitloop twijfelgeval meervoudige negatie twijfelgeval negatiepartikel
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval 'niemand' (object) + 'niet' + infinitief + 'niet' twijfelgeval meervoudige negatie twijfelgeval negatiepartikel
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval zinsfinaal volgorde bijzin V.inf. - 'niet' - 'en' - V.fin. twijfelgeval meervoudige negatie twijfelgeval negatiepartikel
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 08422) vertaling: idem
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval vooropplaatsing 'niet' twijfelgeval negatiepartikel
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 08422) vertaling: toen hij het had verteld begon marie tehuilen
opm.: twijfelgeval niet...of constructie twijfelgeval negatiepartikel
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval imperatief met infinitv, 'gaan'+ finiet werkwoord twijfelgeval negatiepartikel
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel zonder tweede negatie twijfelgeval negatiepartikel
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval pleonastische negatie bij negatief werkwoord twijfelgeval negatiepartikel
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval pleonastische negatie bij negatief werkwoord twijfelgeval negatiepartikel
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08422) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08422) fragment: komen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08422) fragment: komen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08422) fragment: die (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08422) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08422) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08422) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08422) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08422) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08422) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08422) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08422) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08422) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08422) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08422) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08422) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08422) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08422) fragment: als dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08422) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08422) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08422) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08422) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08422) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08422) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08422) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 08422) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08422) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 2.mv. twijfelgeval subjectdubbeling 1.ev. initieel twijfelgeval subjectdubbeling 2.mv. bijzin twijfelgeval volgorde negatieve PP - adjectief
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08422) vertaling: ik weet dat zij op niks trots is
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 3.ev.vrouw. twijfelgeval subjectdubbeling 1.ev. initieel twijfelgeval subjectdubbeling 3.ev.vrouw. bijzin twijfelgeval volgorde negatieve PP - adjectief
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 3.ev.onz. twijfelgeval subjectdubbeling eigennaam initieel twijfelgeval subjectdubbeling 3.ev.onz. bijzin
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08422) vertaling: idem
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08422) vertaling: idem
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 1.mv. / 3.mv. twijfelgeval subjectdubbeling 1.mv. in contrast, in bijzin twijfelgeval subjectdubbeling indef. 'iedereen' initieel kwantor infdefiniet twijfelgeval 2-ledig V-cluster V.mod.fin - V.inf.: 1-2 volgorde
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 3.ev.mann. / vr. twijfelgeval subjectdubbeling 3.ev.onz. initieel twijfelgeval subjectdubbeling bijzin 3.ev.mann. in contrast
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + eigennaam vrouw. twijfelgeval subjectdubbeling 1.ev. initieel twijfelgeval subjectdubbeling eigennaam in bijzin
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 3.mv. twijfelgeval subjectdubbeling eigennaam bijzin twijfelgeval volgorde: 1-2 twijfelgeval volgorde: 2-1
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08422) komt voor: j
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 08422) vertaling: Hij doet de deur op slot
opm.: dav
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08422) komt voor: j
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 08422) vertaling: Hij doet of zijn neus bloet
opm.: dav
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 08422) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08422) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 08422) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 08422) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 08422) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 08422) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 08422) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 08422) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 08422) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08422) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08422) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08422) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08422) fragment: die zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08422) fragment: waar (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08422) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08422) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08422) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08422) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08422) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08422) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08422) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08422) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08422) vertaling: Hoe denken jullie dat ze het hebben opgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval partiële Wh-verplaatsing twijfelgeval ingebedde vraagwoorden twijfelgeval ingebedde voegwoorden twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'hoe'
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 08422) vertaling: Magda weet niet wie wij willen bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 08422) vertaling: Weet iemand wie of wij geroepen hebben
opm.: 'wie of'
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08422) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08422) vertaling: Hij heeft zijn handen gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08422) vertaling: Hij heeft zijn hemd gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08422) vertaling: Hij heeft een hoed op zijn hoofd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08422) vertaling: HIj heeft een vlek op zijn hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08422) vertaling: Hij heeft zjin been gebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08422) vertaling: Zij heeft der eigen zeer gedaan
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08422) vertaling: Marie trok de deken naar der eigen toe
opm.: reflexief: haar eigen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval expletief 'er'
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08422) vertaling: Jij herinner je toch wel dat we door dat bos zijn gelopen
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval vorm reflexief
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval vorm reflexief
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval X-'zijn'-N-possessief twijfelgeval subjectdubbeling twijfelgeval vorm reflexief
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08422) vertaling: idem
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval reflexief subject resultatief predicaat twijfelgeval vorm reflexief
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval vorm reflexief
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08422) fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08422) fragment: gedaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08422) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08422) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08422) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08422) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08422) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08422) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08422) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08422) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08422) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 08422) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08422) komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08422) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08422) vertaling: Ik denk dat hij weg is
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08422) vertaling: Ik denk dat hij weg is
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08422) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08422) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08422) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08422) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08422) komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08422) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08422) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08422) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08422) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08422) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08422) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08422) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08422) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08422) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08422) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08422) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08422) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08422) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08422) vertaling: zonder remmignen
opm.: dav
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08422) vertaling: deed aan god nog gebod
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08422) vertaling: zo vrij als een vogeltje
opm.: dav
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08422) vertaling: stiekum
opm.: dav
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08422) vertaling: zonder bewijsvoering
opm.: dav
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08422) vertaling: waar je afkomst liat
opm.: dav
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08422) vertaling: na werk mag je rusten
opm.: dav
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08422) vertaling: verschuilen achter een gebeurtenis
opm.: IPP: n.v.t.
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 08422) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 08422) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 08422) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08422) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08422) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08422) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08422) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 08422) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08422) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08422) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08422) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08422) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08422) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08422) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08422) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08422) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08422) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08422) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08422) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08422) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08422) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08422) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08422) fragment: die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08422) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08422) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08422) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08422) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08422) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08422) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08422) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08422) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08422) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08422) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08422) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08422) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08422) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08422) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08422) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08422) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08422) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08422) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08422) betekenis: negative concord
opm.: twijfelgeval dubbele negatie twijfelgeval negative concord twijfelgeval negatiepartikel
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08422) betekenis: negative concord
opm.: twijfelgeval dubbele negatie 'nooit ... niemand' twijfelgeval negatieve concord twijfelgeval negatiepartikel
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08422) betekenis: negatie > modaal
opm.: twijfelgeval clusterdoorbreking negatie + PP twijfelgeval modaal bereik over negatie twijfelgeval negatie bereik over modaal twijfelgeval negatiepartikel
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08422) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08422) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08422) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08422) vertaling: niets
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08422) vertaling: geen een
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval stam als imperatief twijfelgeval imperatief + negatie mogelijk twijfelgeval negatiepartikel twijfelgeval vorm hulpwerkwoord
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval infinitief als imperatief twijfelgeval infinitivale imperatief + negatie mogelijk twijfelgeval negatiepartikel twijfelgeval vorm hulpwerkwoord
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann. twijfelgeval vorm hulpwerkwoord
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoord infinitiefzin V.contr. 'proberen' twijfelgeval negatiepartikel twijfelgeval 'te'aanwezig twijfelgeval 'te' adjacent aan V
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08422) vertaling: idem 
opm.: twijfelgeval voegwoord in finiete bijzin V.rais. 'schijnen'
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoord infinitiefzin V.rais. 'schijnen' twijfelgeval negatiepartikel twijfelgeval 'te'aanwezig twijfelgeval 'te'-proclisis aan V twijfelgeval 'te'voor partikelwerkwoord twijfelgeval volgorde V-cluster
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoord infinitiefzin V.contr. 'proberen' twijfelgeval 'te'aanwezig twijfelgeval 'te'-proclisis aan V twijfelgeval 'te'voor partikelwerkwoord
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoord bij 'beloven' twijfelgeval 'te' aanwezig twijfelgeval 'te'-proclisis aan V
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoord infinitiefzin bij A 'beter' twijfelgeval 'te'aanwezig twijfelgeval 'te'-proclisis aan V twijfelgeval expletief bij koppelwerkwoord
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoord infinitiefzin bij N 't geluk hebben' twijfelgeval 'te'aanwezig twijfelgeval 'te'-proclisis aan V twijfelgeval 'te'voor partikelwerkwoord
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin twijfelgeval negatiepartikel proclisis op V twijfelgeval voegwoord in matrixzin twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin twijfelgeval negatiepartikel proclisis op V twijfelgeval voegwoord in matrixzin twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin twijfelgeval negatiepartikel proclisis op V twijfelgeval voegwoord in matrixzin twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval epenthetische nasale consonant voor 'het'
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval expletief 'er'in onpersoonlijke passief
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval expletief 'er'in onpersoonlijke passief
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin twijfelgeval negatiepartikel proclisis op V twijfelgeval voegwoord in matrixzin twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin twijfelgeval negatiepartikel proclisis op V twijfelgeval voegwoord in matrixzin met imperatief
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel in voorwaardelijke bijzin twijfelgeval negatiepartikel proclisis op V twijfelgeval voegwoord in matrixzin twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 08422) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08422) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08422) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08422) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08422) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08422) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08422) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08422) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08422) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08422) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08422) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08422) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08422) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 08422) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 08422) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 08422) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 08422) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 3
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08422) vertaling: die uit de stad hebben hier veel huizen gebouwd
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval vooropgeplaatste locatieve PP twijfelgeval herhalende pronominale locatieve PP
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08422) vertaling: gisteren is Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval vooropgeplaatste tijdsbepaling 'de dag' twijfelgeval herhalende pronominale tijdsbepaling
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval vooropgeplaatst object eigennaam mann. twijfelgeval herhalend 3.ev.mann.objectspronomen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie twijfelgeval herhalend 3.ev.vrouw.subjectpronomen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie twijfelgeval herhalend 3.ev.mann.subjectpronomen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval vooropgeplaatst object twijfelgeval herhalend 3.ev.vrouw.objectpronomen twijfelgeval volgorde
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08422) vertaling: idem
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08422) vertaling: idem
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08422) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 08422) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 08422) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 08422) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 08422) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 08422) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 08422) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 08422) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 08422) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 08422) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel twijfelgeval subjectdubbeling
473 (z11b) En pas op! (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel twijfelgeval inherent reflexief werkwoord in imperatief
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel twijfelgeval voegwoord
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel twijfelgeval relatiefpronomen twijfelgeval voegwoorden
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel in om-zin na 'te X om' twijfelgeval voegwoord infinitiefzin na 'te X om' twijfelgeval 'te' in infinitiefzin na 'te X om'
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval negatiepartikel in 'alsof'-exclamatie
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08422) vertaling: leg neer dat boek
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08422) vertaling: als je echt niet kunt wachten kom dan maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval irrealis twijfelgeval volgorde V-cluster
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 08422) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter geroepen kan hebben
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval irrealis twijfelgeval volgorde V-cluster
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 08422) vertaling: Hij zei dat ik het gedaan moest hebben
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08422) vertaling: idem
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08422) vertaling: idem
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08422) vertaling: als iets bedorven is
positie: 1
opm.: dav twijfelgeval volgorde V-cluster
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08422) vertaling: als iets bedorven is
positie: 1
opm.: dav twijfelgeval volgorde V-cluster
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08422) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08422) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08422) positie: 1
opm.: twijfelgeval volgorde V-cluster
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08422) positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08422) positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 08422) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08422) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 08422) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 08422) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08422) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval kwantitatief 'er' bij N-ellipsis met adjectief
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval expletief in existentiele constructie met inversie
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval expletief in existentiele constr. zonder inversie
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval 'wat voor'-split
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval thuisnaamval
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval thuisnaamval
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 08422) vertaling: idem
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval naamval op object-'wie' twijfelgeval vorm hulpwerkwoord
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval naamval op subject-'wie' twijfelgeval vorm hulpwerkwoord
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voorwaardelijk bijzin zonder voegwoord
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 08422) vertaling: idem
opm.: twijfelgeval voegwoord infinitiefzin bij adjectief 'beter'
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 08422) vertaling: idem
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 08422) vertaling: idem
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08422) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 08422) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08422) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 08422) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 08422) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 08422) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 08422) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 08422) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Willemstad

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Willemstad