SAND-data Sliedrecht (K096p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03166) vertaling: Jan herinnert z'n aaige dat verhaol wel
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03524) vertaling: Jan herinnert zich da verhaol wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03166) vertaling: Jan weet dat verhaol nog wel
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03450) vertaling: Jan kan't z'n aaige 't verhaol wel herinnere
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03166) vertaling: Jan weet dat verhaol nog wel
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03166) vertaling: Jan herinnert z'n aaige dat verhaol wel
opm.: reflexief: z'n eigen
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03450) vertaling: merie en Piet stinge mekaor op te wachte bij de kaark
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03166) vertaling: Merie en Piet zien mekaor voor de kaark
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03524) vertaling: Marie en Piet zien mekaor voor de kaark
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03524) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03450) vertaling: Toon mos z'n aaige wasse
opm.: reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03166) vertaling: Toon was z'n aaige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03524) vertaling: De timmerman heb géén spijker bij 'em
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03450) vertaling: D'n timmerman ha geen naegels bij um
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03166) vertaling: D'n timmerman het geen spijkers bij 'm
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03450) vertaling: Fons zag n slang naest um
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03166) vertaling: Fons zag 'n slang naest 'm
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03524) vertaling: Fons zag een slang naest zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03524) vertaling: Erik liet me voor hem waarken
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03450) vertaling: Ik mos waareke voor Erikke
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03166) vertaling: Erik liet mijn voor'm waarke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03524) vertaling: Johanna liet zich meedrijven op de golven
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03450) vertaling: Johanna liet zich mee dobbere (dobbere benne golven)
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03166) vertaling: Johannae liet 'r aaige meedrijve op de golve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03450) vertaling: Toon bezg z'n aaige is goe din de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03166) vertaling: Toon bekeek z'n aaige is goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03524) vertaling: Toon bekeek zich es goed in de spiegel
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03524) vertaling: Jan heeft in 2 minuten een biertie opgedronken
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03450) vertaling: Jan het in 'n paor minute z'n biertie op
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03166) vertaling: Jan hed in twee menute 'n biertie gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03524) vertaling: Deze schoenen loopen makkeluk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03450) vertaling: Deuze schoene loope makkellijk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03166) vertaling: Deuze schoene loope makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03450) vertaling: Eduard kan z'n aaige goed
opm.: reflexief: z'n eigen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03166) vertaling: Eduard ken z'n aaige goed
opm.: reflexief: z'n eigen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03524) vertaling: Eduard ken z'n aiges goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03524) vertaling: Ward heeft gehoord dat er foto's van 'm in de etalage stoan
opm.: reflexief: hem
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03450) vertaling: Ward het gehoord da't'r foto's van z'n aaige in de etelaozie staon
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03166) vertaling: Ward he gehoord dat 'r foto's van 'm in de etelaozie staon
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03524) vertaling: Die aardappelen schillen nie makkeluk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03450) vertaling: De aerpels schille nie makkelijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03166) vertaling: Die aerepel schille nie makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03450) vertaling: Dut glas breek as 't op de boijem vaalt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03166) vertaling: Dut glas breekt as 't op de grond vaalt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03524) vertaling: Dit glas breekt as het op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03166) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genogt?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03450) vertaling: Arts , doe'k't wel goed me me gezondhaaid
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03524) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03166) vertaling: Al jaere leeft ie van de aarfenis van z'n vaoder
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03450) vertaling: Jaere leeft ie al van de aarfenis van z'n ouwe
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03524) vertaling: Al jaren leeft hij van z'n voaders arfenis
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03450) vertaling: Deuze week leeft ze op waoter brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03524) vertaling: Deze week leeft ze op woater en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03166) vertaling: Deuze week leef ze op waoter en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03166) vertaling: Leef't nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03450) vertaling: Zit't'r nog leve in
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03524) vertaling: Leef 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03166) vertaling: Hoelang leve jullie nou al van die aarfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03450) vertaling: Leve jullie al lang van die aarfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03524) vertaling: Hoelang leven jullie nu al van die arfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03166) vertaling: In Bretagne leve ze veraal van 't visse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03450) vertaling: In Bretagne leve ze't meeste van de visserij
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03524) vertaling: In Bretagne leven ze vooral van de visvang
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03166) vertaling: Nae 't ete gao'k slaepe
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03450) vertaling: Na't waarme praksie gao'k n hortie legge
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03524) vertaling: Nai 't eten goa 'k slaepe
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03166) vertaling: Zou 'k dat wel kanne doen?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03450) vertaling: Z'k da wel kanne doen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03524) vertaling: Zou ik dat wel kenne doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03166) vertaling: Hij liet z'n huis afbreke
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03450) vertaling: Hij liet z'n hois afbreke
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03524) vertaling: Hij liet z'n huis afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03166) vertaling: 'k weet dat Jan hard mo kanne waarke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03450) vertaling: Bij die'n baos mot jan hard kanne waareke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03450) vertaling: Bij die'n baos mot jan hard kanne waareke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03166) vertaling: 'k weet dat Jan hard mo kanne waarke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03166) vertaling: 'k weet dat Jan hard mo kanne waarke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03450) vertaling: Bij die'n baos mot jan hard kanne waareke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03450) vertaling: k weet da Jan hard mot kanne waareke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03450) vertaling: Bij die'n baos mot jan hard kanne waareke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03450) vertaling: k weet da Jan hard mot kanne waareke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03524) vertaling: Ik weet dat Jan hard mot waerken
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03166) vertaling: 'k weet da Jan hard mo kanne waarke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03166) vertaling: 'k weet da Jan hard mo kanne waarke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03450) vertaling: k weet da Jan hard mot kanne waareke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03450) vertaling: k weet da Jan hard mot kanne waareke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03524) vertaling: Ik weet dat Jan hard mot waerken
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03166) vertaling: 'k weet da Jan hard mo kanne waarke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03166) vertaling: 'k weet dat Jan hard mo kanne waarke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03166) vertaling: 'k weet da Jan hard mo kanne waarke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 2
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03524) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03166) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 2
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03524) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03166) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03524) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03166) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03524) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03166) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03524) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03166) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03166) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03524) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03524) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03166) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03166) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03524) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03166) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03524) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03166) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03524) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03524) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03166) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03524) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03166) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03524) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03166) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03524) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03524) komt voor: n
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03524) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03166) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03166) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03524) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03524) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03524) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03166) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03166) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03524) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03524) komt voor: n
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03524) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03166) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03166) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03524) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03524) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03524) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03524) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03166) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03166) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03524) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03524) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03166) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03166) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03524) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03524) komt voor: n
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03166) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03524) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03524) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03166) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03450) vertaling: Jan het geen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03524) vertaling: Jan heb geen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03166) vertaling: Jan he geen een boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03450) vertaling: Jan het gin eens n boek
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03524) vertaling: Jan heb geen boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03166) vertaling: Jan he geen boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03524) vertaling: Jan heb geen boeke
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03166) vertaling: Boeke he Jan niet
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03450) vertaling: Boeken het Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03450) vertaling: Jan het nie veul geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03524) vertaling: Jan heb niet veul geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03166) vertaling: Jan he nie veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03450) vertaling: dr mag nieuwers over dut perbleem worde gepraot
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03524) vertaling: Er mag niemand proaten over dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03166) vertaling: Niemand mag praote over dut prebleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03166) vertaling: Niemand mag praote over dut prebleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03450) vertaling: Deuze perblieme moje dood zwijge
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03450) vertaling: Niemand zeet da ie kompt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03524) vertaling: Niemand zegt dat hij kom
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03166) vertaling: Niemand zegt dat ie kompt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03450) vertaling: d'r zitte hiero erges moize
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03524) vertaling: Zitten hier ergens muizen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03166) vertaling: Zitte hier aarges muize?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03166) vertaling: k Geef niks aan 'n aander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03450) vertaling: k geef niks aan n aander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03524) vertaling: Ik geef niks aan een aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03450) vertaling: Niemand wil meer waareke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03524) vertaling: Niemand wil waarken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03166) vertaling: Niemand wil waarke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03166) vertaling: We wisse nie dat ie thuis was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03450) vertaling: We wisse nie da ie al erom was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03524) vertaling: We wisten niet dat hie thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03166) vertaling: 'k wis 't ok nie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03450) vertaling: 'K wist ok nie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03524) vertaling: Ik wis het ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03166) vertaling: Hij mag me niemand over dut perbleem praote
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03450) vertaling: ie mag t'r me niemand over 't perbleem praote
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03524) vertaling: Hij mag met niemand praote over dit probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03166) vertaling: Hij mag me niemand praote over dut perbleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03166) vertaling: Hij mag me niemand praote over dut perbleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03166) vertaling: Hij mag me niemand over dut perbleem praote
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03166) vertaling: Jan weet dat ie voor drie uur de waoge gemaokt mot hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03166) vertaling: Jan weet dat ie voor drie uur de waoge gemaokt mot hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03450) vertaling: Jan wist datie voor drie uur de oto gemaokt mos hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03166) vertaling: Jan weet dat ie voor drie uur de waoge gemaokt mot hebbe
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03166) vertaling: Jan weet dat ie voor drie uur de waoge gemaokt mot hebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03166) komt voor: n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03524) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03166) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03166) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03524) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03524) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03166) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03524) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03166) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03524) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03166) vertaling: Merieje oto is kepot
opm.: naamval op marie
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03450) vertaling: Marries oto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03166) vertaling: Merie d'r oto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03450) vertaling: merie d'r oto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03524) vertaling: Marie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03166) vertaling: Piete oto is kepot
opm.: naamval op 'piet'
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03524) vertaling: Piet z'n auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03524) vertaling: Piet z'n auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03166) vertaling: Piet z'n oto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03166) vertaling: Die man z'n oto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03166) vertaling: Die man z'n oto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03524) vertaling: Die man z'n auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03166) vertaling: Dien oto is nie va mijn mor van hum
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03524) vertaling: Dat is mijn auto nie, die's van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03166) vertaling: De krant van gistere leg onde de tilleviezie
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03524) vertaling: De krant van gistere ligt onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03166) vertaling: Jan is Karoliene(s) en Kristiene(s) broertie
opm.: meestal met 's' naamval op Karoliene en Kristiene
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03524) vertaling: Jan is 't broertie van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03524) vertaling: Die jongens d'r fietsen zijn gestolen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03166) vertaling: Die jonges, heullieze fietse zijn gestole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03166) vertaling: Die jonges d'r fietse zijn gestole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03166) vertaling: Die jonges d'r fietse zijn gestole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03166) vertaling: Die jonges, heullieze fietse zijn gestole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03166) vertaling: Die zusse d'r moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03166) vertaling: Die zusse d'r moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03166) vertaling: Die zusse d'r moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03524) vertaling: De moeder van die zusse is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03166) vertaling: Die zusse hullieze moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03166) vertaling: Die zusse hullieze moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03166) vertaling: Die zusse hullieze moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03166) vertaling: Die zusse hullies moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03166) vertaling: Die zusse hullies moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03166) vertaling: Die zusse hullies moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03166) vertaling: Dien oto is van Wimme
opm.: naamval op Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03524) vertaling: Da's Wim z'n auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03524) vertaling: Da's mijn fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03166) vertaling: Die fiets van mijn
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03166) vertaling: Hij mag me niemand over dut perbleem praote
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03524) vertaling: Hij mag met niemand over dit probleem spreken
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03166) vertaling: k wil niemand kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03524) vertaling: Ik wil niemand kwetsen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03166) vertaling: Ik wil niemand kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03166) vertaling: Ik wil niemand kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03166) vertaling: k wil niemand kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03166) vertaling: t is jammer da wij/me nie mogge komme
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03524) vertaling: 't Is jammer da we magge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03166) vertaling: Da gaod ik nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03166) vertaling: Da gaod ik nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03166) vertaling: Da gao'k nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03166) vertaling: Da gao'k nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03524) vertaling: Dat gao'k niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03524) vertaling: 'k Heb nie gewarkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03166) vertaling: ik he nie gewaarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03166) vertaling: Hij had 't nog mor net verteld toe Merie begon te janke
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03524) vertaling: Hij had 't nog maar pas verteld of Merie begon te huilen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03166) vertaling: Gaot die bestelling nou mor ophaole
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03524) vertaling: Gao die bestelling nou maor ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03524) vertaling: Hij waark niet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03166) vertaling: Hij waarkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03166) vertaling: k Verbie je om hier te komme
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03524) vertaling: 'k Verbied ie om hier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03166) vertaling: Jan verhinderde a me Merieje belde
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03524) vertaling: Jan verhinderde dat we Marie belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03450) fragment: 1; om 2: te (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03524) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03450) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03524) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03450) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03524) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03524) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03524) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03166) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03450) fragment: 1; om 2: te (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03524) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03166) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03450) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03450) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03166) fragment: -ne om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03450) fragment: met (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03166) fragment: -ne om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03450) fragment: met (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03524) komt voor: n
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03166) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03524) komt voor: n
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03166) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03166) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03166) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03450) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03166) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: hoeneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (goan) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: hoeneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (goan) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: hoeneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (goan) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03450) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03524) komt voor: j
fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: hoeneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03450) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (goan) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: hoeneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: a (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: a (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: a (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: a (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03524) komt voor: j
fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: a (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03450) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: azzie (zonder je) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: a (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: azzie (zonder je) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: azzie (zonder je) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: azzie (zonder je) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: azzie (zonder je) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03450) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03524) komt voor: j
fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: azzie (zonder je) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (gaon) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (goan) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: hoeneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03166) fragment: (goan) (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: daje (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: daje (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: zel (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03524) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: daje (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: dat iedereen (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: zel (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: daje (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: dat iedereen (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03524) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03524) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: daje (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: daje (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: dat iedereen (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: zel (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: daje (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03524) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: daje (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: dat iedereen (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03524) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03524) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03166) fragment: zel (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03450) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03450) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03166) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03524) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03166) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03166) fragment: as dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03524) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03166) fragment: as dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03450) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03166) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03450) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03450) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03166) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03450) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03166) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03166) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03450) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03166) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03166) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03450) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03166) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03450) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03450) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03166) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03450) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03450) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03166) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03450) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03166) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03166) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03450) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03166) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03524) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03450) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03524) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03450) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03450) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03450) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03166) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03524) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03450) fragment: klaogelijk te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03450) fragment: klaogelijk te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03166) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03450) fragment: klaogelijk te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03450) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03450) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03450) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03524) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03450) fragment: aarg te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03450) fragment: aarg te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03450) fragment: aarg te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03450) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03166) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03524) komt voor: n
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03166) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03166) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03166) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03450) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03524) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03166) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03524) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03450) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03450) fragment: net (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03166) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03166) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03166) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03524) komt voor: n
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03166) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03450) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03166) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03524) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03450) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03166) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03450) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03450) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03166) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03166) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03524) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03524) vertaling: Ik weet da jullie op niemand boos zijn
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03166) vertaling: 'k weet da jullie op niemand boos zijn
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03450) vertaling: k wist da jullie op niemand boos wazze
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03524) vertaling: Ik weet dat ze op niets trots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03166) vertaling: k weet da zij naarges trots op is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03450) vertaling: k weet da ze nie groots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03166) vertaling: Els denk dat 't nie makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03450) vertaling: Els denkt da nie makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03524) vertaling: Els denkt dat 't nie makkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03450) vertaling: K wist dak te laet was maor jij niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03524) vertaling: Ik ben te laat en jij niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03166) vertaling: k weet dad ik te laet ben en jij nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03450) vertaling: Je wist toch da je mos waareke e ikke nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03524) vertaling: Je weet toch da jij mot waarken en ik niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03166) vertaling: Je weet toch da jij mo waarke en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03166) vertaling: Iedereen denk da me naer huis gaon en da zij/heulie magge blijve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03450) vertaling: ze denke da wij naer huis gonge en da heulie mogge blijve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03524) vertaling: Iedereen denkt dat we naor huis gaan en zij nog magge blijve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03450) vertaling: t is jammer da hij kompt enm zij fort gaot
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03524) vertaling: Het is jammer dat hij komt en zij weggaot
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03166) vertaling: 't Is jammer dat hij komt en da zij weggaot
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03450) vertaling: k denk da lisao mankerende is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03524) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03166) vertaling: 'k Denk da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03166) vertaling: 'k denk da Pieter en Liesie (zalle) gaon trouwe
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03450) vertaling: 'K denk da Piet en Liesie gaon trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03524) vertaling: Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03450) vertaling: Wa doet er op (wat is er aan de hand)
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03524) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03450) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03166) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03524) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03450) komt voor: j
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03166) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03450) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03524) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03450) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03166) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03450) vertaling: hij doet z'n aige zeer
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03450) vertaling: ze doet de cente in t bleksie
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03450) vertaling: ze doet de cente in t bleksie
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03450) vertaling: hij doet z'n aige zeer
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03524) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03166) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03450) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03450) komt voor: j
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03524) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03166) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03450) komt voor: j
betekenis: ontkennend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03524) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03450) komt voor: j
betekenis: ontkennend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03166) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03524) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03166) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03450) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03524) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03166) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03450) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03450) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03524) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03166) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03524) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03166) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03450) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03524) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03166) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03450) komt voor: j
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03166) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03450) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03524) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03524) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03166) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03450) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03450) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03524) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03166) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03166) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03450) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03524) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03524) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03166) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03450) komt voor: j
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03450) komt voor: j
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03524) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03166) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03166) vertaling: De lamp doet 't nie meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03524) vertaling: de lamp brandt niet meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03450) vertaling: De lamp doet nie meer
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03166) vertaling: De lamp doet 't nie meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03450) vertaling: De lamp doet nie meer
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03524) vertaling: de lamp brandt niet meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03450) vertaling: Merie doet elke aeven danse
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03166) vertaling: Gao Merie elken aevend danse?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03450) vertaling: Merie doet elke aeven danse
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03524) vertaling: danst Marie elke aevend?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03166) vertaling: Gao Merie elken aevend danse?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03524) vertaling: danst Marie elke aevend?
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03524) vertaling: Snij het brood eens even!
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03166) vertaling: Snijd 't brood is eefies
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03524) vertaling: Snij het brood eens even!
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03450) vertaling: Moeder doet 't brood
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03166) vertaling: Snijd 't brood is eefies
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03166) fragment: van wie z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03450) fragment: waer van de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03166) fragment: van wie z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03166) fragment: wies (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03166) fragment: wies (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03524) komt voor: j
fragment: waarop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03524) komt voor: j
fragment: waarop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03450) fragment: waer (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03166) fragment: waer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03450) fragment: waer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03450) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03450) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03450) fragment: waer (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03450) komt voor: j
fragment: waer (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03450) komt voor: j
fragment: waer (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03524) komt voor: j
fragment: da (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03166) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03166) fragment: dat was heel leuk (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03450) fragment: waer 't (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03524) komt voor: j
fragment: da (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03166) fragment: dat was heel leuk (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03166) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03524) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03166) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03450) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03524) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wair (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wair (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03166) fragment: waer (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03450) fragment: waer (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03166) fragment: datte me (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03524) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03166) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03450) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03166) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03450) fragment: datte (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03166) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03524) komt voor: j
fragment: da (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03166) fragment: da me (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03450) fragment: datte (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03166) fragment: da me (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03166) fragment: da me (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03166) fragment: datte me (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03450) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03166) fragment: datte me (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03166) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wak (ipv ik) (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03166) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03166) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03450) fragment: wa (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03166) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wak (ipv ik) (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03166) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03166) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03166) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03166) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03450) fragment: wa (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03450) fragment: wie veul (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03166) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03166) fragment: hij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03524) komt voor: j
fragment: Wie veul (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03450) fragment: wie veul (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03450) fragment: wie genogt (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03166) fragment: hij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03524) komt voor: j
fragment: Wie veul (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03450) fragment: wie genogt (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03166) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03524) vertaling: Wie denk ie dak in de stad ontmoet heb?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03166) vertaling: Wie denk ie da'k in de stad tegegekomme ben?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03450) vertaling: Toe'k in de stad was, wie denk ie da'k daer ontmoet het?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03450) vertaling: Hoe denke jullie da ze 't opgelost hebbe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03524) vertaling: Hoe denken jullie dazze het hebben opgelost?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03166) vertaling: Hoe denke jullie da ze 't opgelost hebbe?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03166) vertaling: Hoe denk ie da ze 't opgelost hebbe?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03450) vertaling: Hoe denk ie da ze t opgelost hebbe
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03524) vertaling: Hoe denk ie dazze het hebben opgelost?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03524) vertaling: Magda weet niet wie we willen bellen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03166) vertaling: Magda weet nie wie datte me wille belle
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03450) vertaling: Magda wist nie wie wij zouwe optillefoneren
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03450) vertaling: Weet iemand wie wij geroope hebbe
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03524) vertaling: Weet iemand wie we geroepen hebben?
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03166) vertaling: Weet 'r iemand wie of datte me gerope hebbe?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03166) vertaling: Wie denk ie da'k in de stad tegegekomme ben?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03450) vertaling: toe'k in de stad was, wie denkie da'k daer ontmoet het
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03524) vertaling: Wie denk ie dak in de stad ontmoet heb?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03166) vertaling: Wie denk ie da'k in de stad tegegekomme ben?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03450) vertaling: toe'k in de stad was, wie denkie da'k daer ontmoet het
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03166) vertaling: Hij he z'n hande gewasse
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03450) vertaling: Hij he(t) z'n hande gewwasse
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03524) vertaling: Hij heb z'n handen gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03166) vertaling: Hij he z'n hemd gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03450) vertaling: Hij he(t) z'n hemd gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03524) vertaling: Hij heb z'n hemd gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03450) vertaling: Hij he(t) 'n hoed op z'n hood
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03524) vertaling: Hij heb een hoed op z'n hoofd
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03166) vertaling: Hij hed 'n hoed op z'n hood
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03166) vertaling: Hij hed 'n vlek op z'n hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03450) vertaling: Hij he(t) n vlek op z'n hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03524) vertaling: Hij heb een vlek op z'n hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03524) vertaling: Hij heb z'n been gebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03166) vertaling: Hij he z'n been gebroke
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03450) vertaling: Hij he(t) z'n been gebrooke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03450) vertaling: ze he t'r aaige pijn gedaen
opm.: reflexief: haar eigen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03524) vertaling: Ze heb zich pijn gedaan
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03166) vertaling: Ze het 'r aaige zeer gedaen
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03166) vertaling: Merie trok de deke naer d'r toe
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03450) vertaling: Merie trok de deke naer d'r toe
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03524) vertaling: Marie trok de deken naer zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03524) vertaling: Luc weet dat er foto's van hem te koop zijn
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03166) vertaling: Luc weet dat'r foto's van 'm te koop zijn
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03450) vertaling: Luc weet dat 'r van z'n aaige foto's te koop zijn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03450) vertaling: Herinner je je aaige toch wel, damme toen deur bos geloope zijn?
opm.: reflexief: je eigen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03166) vertaling: Je weet to nog wel datte me toen deur dat bos heen geloope zijn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03524) vertaling: Je herinnert je toch wel da we toen deur dat bos zijn gelopen
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03166) vertaling: Je weet to nog wel da me toen deur dat bos heen geloope zijn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03166) vertaling: Je weet to nog wel da me toen deur dat bos heen geloope zijn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03166) vertaling: Je weet to nog wel datte me toen deur dat bos heen geloope zijn
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03166) vertaling: k weet nog dat d'n oto van Merieje kepot was
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03166) vertaling: k weet nog dat d'n oto van Merieje kepot was
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03166) vertaling: k herinner me nog dat d'n oto van Merieje kepot was
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03450) vertaling: K kan me noge herinnere da de oto van Merie kepot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03166) vertaling: k herinner me nog dat d'n oto van Merieje kepot was
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03524) vertaling: Ik herinner me dat Merie d'r auto kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03166) vertaling: Ze herinnert d'r aaige
opm.: reflexief: haar eigen
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03524) vertaling: Ze herinnert zich dat hij as een varken zat te eten
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03166) vertaling: Ze weet nog dat ie as 'n vaarke zat te ete
opm.: reflexief: haar eigen
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03166) vertaling: Ze weet nog dat ie as 'n vaarke zat te ete
opm.: reflexief: haar eigen
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03166) vertaling: Ze herinnert d'r aaige
opm.: reflexief: haar eigen
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03450) vertaling: Ze herinnert d'r aige da hij at as 'n vaareke
opm.: reflexief: haar eigen
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03166) vertaling: We herinere ons wel dad aal Janne boeke gestole wazze, mor zij herinnere 't d'r aaige niet
opm.: twijfelgeval: X - 'zijn' - N - possessief reflexief: ons reflexief: haar eigen (mv)
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03450) vertaling: We wete nog wel da aal e boeke van janne gestole wazze, maor zij weet nie meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03166) vertaling: Herinnere jullie je aaige nog da me Janne op de mart gezien hebbe
opm.: reflexief: je eigen
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03524) vertaling: Herinneren jullie je nog da we Jan op de mart gezeen hebben
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03166) vertaling: Herinnere jullie je aaige nog da me Janne op de mart gezien hebbe
opm.: reflexief: je eigen
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03166) vertaling: Herinnere jullie je aaige nog datte me Janne op de mart gezien hebbe
opm.: reflexief: je eigen
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03450) vertaling: Wete jullie nog da we Janne op de mart gezien hebbe
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03166) vertaling: Herinnere jullie je aaige nog datte me Janne op de mart gezien hebbe
opm.: reflexief: je eigen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03524) vertaling: Hij heb zich een ongeluk gewarkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03166) vertaling: Hij het z'n aaige 'n ongeluk gewaarkt
opm.: reflexief: z'n eigen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03450) vertaling: Ie het z'n aaige n ongeluk (bult of 't aopezuur) gewaart
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03524) vertaling: Hij voelde dat hij door het ijs zakte
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03166) vertaling: Hij voelde z'n aaige deur 't ijs zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03450) vertaling: hij voelde z'n aaige zachies aan deur t ijs zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03524) vertaling: Zou hij dat hebben gedaen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03524) vertaling: Zou hij dat gedaen kunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03450) vertaling: Ie zou da vast gekund hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03450) vertaling: Ie zou da vast gekund hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03450) vertaling: Ie zou da vast gekund hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03166) vertaling: Zou die da gedaen kanne hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03166) vertaling: Zou die da gedaen kenne hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03524) vertaling: Zou hij dat gedaen kunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03450) vertaling: Zou ie da gekund hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03450) vertaling: Zou ie da gekund hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03450) vertaling: Zou ie da gekund hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03166) vertaling: Zou die da gedaen kenne hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03524) vertaling: Zou hij dat hebben gedaen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03450) vertaling: Hoe zou hij da gedane kanne hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03450) vertaling: Hoe zou hij da gedane kanne hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03450) vertaling: Hoe zou hij da gedane kanne hebbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03166) vertaling: Zou die da gedaen kanne hebbe?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03166) fragment: gekenne (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03524) fragment: gekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03166) fragment: gekanne (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03450) fragment: gekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03166) fragment: gekanne (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03166) fragment: gekenne (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03166) fragment: gedaen (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03524) fragment: gedaen (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03450) fragment: gedaen (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03166) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03450) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03524) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03450) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03524) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03166) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03524) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03166) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03450) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03166) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03524) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03524) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03450) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03166) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03524) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03450) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03166) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03524) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03450) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03166) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03524) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03450) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03166) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03524) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03450) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03166) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03524) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03450) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03166) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03524) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 2
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03166) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 2
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 2
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 2
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03524) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03166) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03524) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03450) vertaling: We mosse naer de schuur om de koeije te voere
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03166) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03450) vertaling: We mosse naer de schuur om de koeije te voere
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03450) vertaling: Ze kwamme d'r aangewandeld
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03524) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03450) vertaling: Ze kwamme d'r aangewandeld
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03166) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03166) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03450) vertaling: k denkt da ie fort is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03450) vertaling: k denkt da ie fort is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03524) komt voor: j
opm.: dav? (vertaling ontbreekt) twijfel 'dat'-weglating in propositionele bijzin; bijzinsvolgorde in bijzin
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03450) vertaling: K denk d ie d'n hort op is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03524) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03450) vertaling: K denk d ie d'n hort op is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03166) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03450) vertaling: Ik wist da ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03524) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03450) vertaling: Ik wist da ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03166) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03524) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03166) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03450) vertaling: Ik wist da ie fort zou gaon
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03450) vertaling: Ik wist da ie fort zou gaon
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03450) vertaling: De pliesie zou komme om um mee te nemen
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03524) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03450) vertaling: De pliesie zou komme om um mee te nemen
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03166) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03450) vertaling: Aal Merie d'r koeije benne verzoope bij de voerstrooming
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03524) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03450) vertaling: Aal Merie d'r koeije benne verzoope bij de voerstrooming
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03166) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03524) komt voor: j
opm.: dav? (vertaling ontbreekt) twijfel prepositie-stranding; links-dislocatie zonder D-woord of D-R-woord; links-dislocatie met D-woord of D-R-woord
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03166) vertaling: Kaes maoke weet 'k niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03450) vertaling: K weet niks af van kaes maoke
komt voor: j
opm.: dav
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03166) vertaling: Kaes maoke weet 'k niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03450) vertaling: K weet niks af van kaes maoke
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03450) vertaling: k ben me janne naer de mart gewist
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03524) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03450) vertaling: k ben me janne naer de mart gewist
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03166) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03450) vertaling: k he de eerste drie somme al gemaokt, waffere he jij gedaen
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03166) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03524) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03450) vertaling: k he de eerste drie somme al gemaokt, waffere he jij gedaen
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03524) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03450) vertaling: Waffere he jij al weggebrocht
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03166) vertaling: (de) waffere he jij al weggebrocht?
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03450) vertaling: Waffere he jij al weggebrocht
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03166) vertaling: (de) waffere he jij al weggebrocht?
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03450) vertaling: Zukke zou'k nie durve ete
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03166) vertaling: (de) zukke zou'k nie durve opete
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03524) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03450) vertaling: Zukke zou'k nie durve ete
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03166) vertaling: (de) zukke zou'k nie durve opete
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03450) vertaling: Die zou'k nie durve ete
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03166) vertaling: (de) die zou'k nie durve opete
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03524) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03450) vertaling: Die zou'k nie durve ete
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03166) vertaling: (de) die zou'k nie durve opete
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03524) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03450) vertaling: k wist da Jan naer de mart was
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03166) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03450) vertaling: k wist da Jan naer de mart was
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03166) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03450) vertaling: Al loopende kwam k m tege
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03524) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03450) vertaling: Al loopende kwam k m tege
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03450) vertaling: k he heel wa af geloope
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03450) vertaling: k he heel wa af geloope
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03166) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03524) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03166) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03450) vertaling: a'k moei wordt hou'k t'r mee op
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03524) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03450) vertaling: a'k moei wordt hou'k t'r mee op
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03166) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03450) vertaling: Hij dee net of ie net uit z'n bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03524) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03450) vertaling: Hij dee net of ie net uit z'n bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03524) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03450) vertaling: De schilder is hier gewist om te kwasten
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03450) vertaling: De schilder is hier gewist om te kwasten
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03166) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03166) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03450) vertaling: Denk ie da je naer hois gaot
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03524) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03450) vertaling: Denk ie da je naer hois gaot
komt voor: j
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03524) vertaling: in die tijd leefde ik derop los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03166) vertaling: Toe leefde ik mor raok
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03450) vertaling: In die tijd leefde'ker op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03450) vertaling: Toe'k jong was kon'k er wa van
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03166) vertaling: Toe leefde ik mor raok
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03166) vertaling: In die tijd leefde ik 'tr op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03450) vertaling: Toe'k jong was kon'k er wa van
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03166) vertaling: In die tijd leefde ik 'tr op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03450) vertaling: In die tijd leefde'ker op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03450) vertaling: Vroeger leefde ie as 'n beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03524) vertaling: vroeger leefde hij als een bèèst
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03450) vertaling: Vroeger leefde ie as 'n beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03450) vertaling: Vroeger leefde zonder god en gebod
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03166) vertaling: Vroeger leefden die as 'n beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03450) vertaling: Vroeger leefde zonder god en gebod
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03450) vertaling: Hiero leefde we as god in Frankrijk, en daero ok
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03166) vertaling: Daer leefde me as God in Frankrijk
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03524) vertaling: Dèr leefden we as God in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03524) vertaling: Niemand mag het zien dus ik vind dat jij 't ok nie mag zien
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03450) vertaling: Niemand mag 't zien, dus jij ok nie he
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03166) vertaling: Niemand mag 't zien, dus ik ving da jij't ok nie mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03524) vertaling: het gebeurde toe je wegging
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03450) vertaling: toe je weggong beurde 't
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03166) vertaling: 't beurde toe je wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03450) vertaling: k weet waer ie gebor ben
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03166) vertaling: 'k wet waer ie gebore ben
opm.: waar dat - ja
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03166) vertaling: k weet waer da je gebore ben
opm.: waar dat - ja
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03166) vertaling: k weet waer da je gebore ben
opm.: waar dat - ja
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03524) vertaling: ik weet waar je gebore ben
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03166) vertaling: 'k wet waer ie gebore ben
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03524) vertaling: nou je klaor ben, maggie goan
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03450) vertaling: A je klaor ben, magie gaon
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03166) vertaling: Nou ie klaor ben, mag ie gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03524) vertaling: Doordat Marie gesturven was, heeft haar man Anna niet meer kenne helpe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03450) vertaling: Deur da Merie dood was, het t'r man, annao nieuwers mee kanne hellepe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03166) vertaling: Deurda Merie gesturreve was, het 'r man Annaos nie meer kanne hellepe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03450) vertaling: ik wist da ie gaon zwemme is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03166) vertaling: 'k weet dat ie is gaon zwemme
opm.: Een erg leuke in het Sliedrechts: Hij is gaon legge vaale ('Hij is gevallen')
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03450) vertaling: 'k wist da hij gong zwemme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03450) vertaling: 'k wist da hij gong zwemme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03450) vertaling: ik wist da ie gaon zwemme is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03166) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03450) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03524) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03524) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03166) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 2
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03524) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03450) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03166) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03524) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03166) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03524) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03450) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03450) vertaling: Bel jaot k lust wel n baksie
komt voor: j
opm.: ?
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03450) vertaling: Bel jaot k lust wel n baksie
komt voor: j
opm.: ?
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03524) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03166) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: jaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: jaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: jaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: jaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03524) vertaling: Joat
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: Beljaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: Beljaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: Beljaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: Beljaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: bejaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: bejaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: bejaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03166) vertaling: bejaot
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03450) vertaling: Wel jaot, ze gaot danse
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03524) vertaling: Joat
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03166) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03450) vertaling: Bel jaot
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03524) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03524) vertaling: Jaot
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03166) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03450) vertaling: Bel jaot a je maor genogt betaold
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03450) vertaling: Bel jaot a je maor genogt betaold
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03524) vertaling: Jaot
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03450) vertaling: d'r kompt maarege iemand langs: eje kan um
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03524) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03166) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03450) vertaling: Met zuk weer kaje niet veul don
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03524) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03450) vertaling: Met zuk weer kaje niet veul don
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03166) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03166) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03450) vertaling: As't kaaremis is komme d'r veul mense
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03524) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03450) vertaling: As't kaaremis is komme d'r veul mense
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03524) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03450) vertaling: k wil um nie meer zien, hij he mijn bedroge
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03166) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03450) vertaling: k wil um nie meer zien, hij he mijn bedroge
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03166) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03450) vertaling: Hij he mijn bedroge, k wil um nie meer zien
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03524) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03450) vertaling: Hij he mijn bedroge, k wil um nie meer zien
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03450) vertaling: Gao jij me mijn naer't voetballen kijke
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03166) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03524) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03450) vertaling: Gao jij me mijn naer't voetballen kijke
komt voor: j
opm.: dav
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03450) vertaling: Hij is dood
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03524) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03450) vertaling: Hij is dood
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03166) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03166) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03450) vertaling: Is 'tie al dood
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03524) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03450) vertaling: Is 'tie al dood
komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03450) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03166) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03524) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03524) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03450) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03166) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03166) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03524) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03450) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03450) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03166) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03524) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03450) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03450) fragment: waer om (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03450) fragment: waer om (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03524) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03450) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03524) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03166) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03524) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03450) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03166) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03450) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03524) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03450) fragment: waerover ze (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03450) fragment: waerover ze (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03450) fragment: waervan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03166) fragment: dat je (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03450) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03450) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03166) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03524) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03166) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03524) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03450) fragment: waervan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03166) fragment: dat je (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03524) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03524) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03166) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03450) fragment: waervan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03166) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03450) fragment: waervan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03166) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03450) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03450) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03166) fragment: van wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03450) fragment: daer (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03524) komt voor: j
fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03166) fragment: waer (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03450) fragment: waarme (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03524) komt voor: j
fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03450) fragment: waarme (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03450) fragment: daer (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03450) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03166) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03166) fragment: waer (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03166) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03450) fragment: waer (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03166) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03450) fragment: waer (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03450) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03524) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03166) fragment: waer (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03450) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03450) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03166) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03450) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03450) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03450) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03524) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03450) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03524) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03166) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03166) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03450) fragment: wat (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03524) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03524) komt voor: j
fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03166) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03524) komt voor: j
fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03166) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03166) fragment: hij die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03166) fragment: hij die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03450) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03166) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03450) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03166) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03524) komt voor: j
fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03166) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03166) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03166) vertaling: Piet denkt da Jan en Merie op niemand boos zijn
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03450) vertaling: Piet denkt da Jan en Merie op niemand boos zijn
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03166) vertaling: Piet denkt da Jan en Merie op niemand boos zijn
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03450) vertaling: Piet denkt da Jan en Merie op niemand boos zijn
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03524) betekenis: negative concord
opm.: dav? (geen vertaling gegeven) twijfel dubbele negatie 'op niemand ... niet'; negative concord 'op niemand ... niet'; negatiepartikel
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03524) betekenis: geen negative concord
opm.: dav? (geen vertaling gegeven) twijfel dubbele negatie 'nooit ... niemand'; negative concord 'nooit ... niemand'; negatiepartikel
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03166) vertaling: Wim denkt da me nooit iemand 'n prijs geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03450) vertaling: Wim denkt dawe nooit iemand 'n prijsie geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03166) vertaling: Wim denkt da me nooit iemand 'n prijs geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03450) vertaling: Wim denkt dawe nooit iemand 'n prijsie geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03166) vertaling: 't Is waer dat ze nie me Merieje magge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03450) vertaling: 't Is waer daze nie me merie magge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03166) vertaling: 't Is waer dat ze nie me Merieje magge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03450) vertaling: 't Is waer daze nie me merie magge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03524) betekenis: negatie > modaal
opm.: dav? (geen vertaling gegeven) twijfel clusterdoorbreking negatie + PP; modaal bereik over negatie; negatie bereik over modaal; negatiepartikel
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03524) vertaling: het geld groeit niet aan de bomen
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03450) vertaling: i je droom
opm.: dav
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03166) vertaling: Naarges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03166) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03524) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03450) vertaling: de dieve
opm.: dav
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03450) vertaling: me sint juttemis
opm.: dav
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03450) vertaling: as de kalvere op t ijs danse
opm.: dav
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03166) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03450) vertaling: as de kalvere op t ijs danse
opm.: dav
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03450) vertaling: me sint juttemis
opm.: dav
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03524) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03524) vertaling: niets
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03450) vertaling: 't vierkante rondjie
opm.: ddav
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03166) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03166) vertaling: geen een
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03524) vertaling: geen
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03450) vertaling: Die vol wazze
opm.: dav
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03166) vertaling: Zeg 'm mar niet dad 'k naer buitene gewis ben
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03450) vertaling: Je moe hie zegge da'k buite was
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03450) vertaling: Je he me nie buit gezien hoor!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03450) vertaling: Je he me nie buit gezien hoor!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03450) vertaling: Je moe hie zegge da'k buite was
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03450) vertaling: Je moe nie zegge da je 'n kedoochie het gekocht
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03166) vertaling: Nie zegge da je 'n kedo voor 'm gekocht het, hor
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03450) vertaling: Je moe nie zegge da je 'n kedoochie het gekocht
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03450) vertaling: Hoe ie maor van de domme as ze naer 'n kedoochie vraegt
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03450) vertaling: Hoe ie maor van de domme as ze naer 'n kedoochie vraegt
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03450) vertaling: Hij is gevaale wisie da nie
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03450) vertaling: Wissie nie datie gevaale was
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03166) vertaling: Weet jie nie dat ie gevaale is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03450) vertaling: Wissie nie datie gevaale was
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03450) vertaling: Hij is gevaale wisie da nie
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03166) vertaling: Wendy perbeerde om niemand pijn te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03450) vertaling: Wendy perbeerde om niemand zeer te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03524) vertaling: Wendy probeerde niemand pijn te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03524) vertaling: 't Schijnt dat ze niets mag eten
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03166) vertaling: 't Schijnt da ze niks mag ete
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03450) vertaling: 't schijnt da ze niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03450) vertaling: Ze schijnt niks te magge
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03524) vertaling: Ze schijnt niks te magge eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03166) vertaling: Ze schijn niks te magge ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03524) vertaling: Ze proberen al de hele dag mekaor te belle
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03166) vertaling: Ze perbeere al d'n heelen dag om mekaor op te belle
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03450) vertaling: Ze perbeerde d'n heele dag al mekaor te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03524) vertaling: Het belooft een mooi dag te worden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03166) vertaling: t beloof weer 'n mooien dag te worde
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03450) vertaling: De rook gaot staail omhoog, t wordt maarege mooi weer
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03450) vertaling: t meschie beterder nog effe te wachte
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03524) vertaling: 't Is misschien beter nog even te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03166) vertaling: 't Is meschie beterder om nog eefies (eventjies/effe) te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03524) vertaling: We hadden 't geluk hem direct terug te vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03166) vertaling: We hadde 't geluk om 'm trug te vinge
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03450) vertaling: Wa'n geluk hamme da'm drek trug vonge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03166) vertaling: As de kippe 'n valk zien, zijn ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03450) vertaling: Azze de kippe'n valk zien, benne ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03524) vertaling: As de kippe een valk zien zijn ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03524) vertaling: As we de aerepels nie kenne verkope, hebben we probleme
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03166) vertaling: Azze me de aerepel nie kanne verkoope, zitte me in de perbleme (penaerie)
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03450) vertaling: As we de piepers nie kanne verkoop hemme perbleeme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03166) vertaling: As jullie 'm nie meeneme wor 'k boos
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03450) vertaling: Jullie motte um meeneme, aanders wor'k nijg
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03524) vertaling: As jullie 'm niet meeneme wor ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03450) vertaling: Hij wis't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03166) vertaling: Hij wis 't (wel)
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03450) vertaling: Hij wis't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03450) vertaling: ie wis't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03524) vertaling: Hij wis 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03450) vertaling: ie wis't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03524) vertaling: Op dit feest wordt veul gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03166) vertaling: Op dut feest wordt 'r veul gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03450) vertaling: Op det feest wordt 'tr veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03166) vertaling: Nou wordt 'r alleen nog mor brood verkocht in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03450) vertaling: In die winkel verkoop ze alleenig nog brood
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03524) vertaling: Nu word er alleen nog maor brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03166) vertaling: As tie op/met de fiets komt, zal die wel laet weze
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03450) vertaling: Hij zal wel laet weze as ie me z'n fiets kompt
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03524) vertaling: As ie met de fiets komt, zal ie wel laet zijn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03450) vertaling: Azzie somwijle tijd het, kom ie dan's langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03524) vertaling: A'je tijd heb, kom dan 's langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03166) vertaling: Azzie tijd het, komt dan is 'n keertie trug
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03166) vertaling: As 'k rijk ben,koop 'k 'n dure oto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03450) vertaling: A'k rijk ben koop 'k 'n groote duure slee
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03524) vertaling: A'k rijk ben, koop ik een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03166) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03524) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03450) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03166) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03524) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03524) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03166) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03166) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03524) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03166) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03524) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03524) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03166) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03166) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03524) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03166) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03524) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03524) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03166) vertaling: Ik heb 't 'm gegeve
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03166) vertaling: Ik heb 't 'm gegeve
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03524) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03166) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03524) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03450) vertaling: Merie het gezeet da ie n vaarsie he geperbeerd te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03166) vertaling: Merie he gezeed da jij geperbeerd het, om een versie te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03450) vertaling: Merie het gezeet da ie n vaarsie he geperbeerd te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03450) vertaling: Merie het gezeet da jij geperbeerd het 'n liedjie te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03166) vertaling: Merie he gezeed dat jij geperbeerd het om 'n versie te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03524) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij probeerde een liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03450) vertaling: Merie het gezeet da jij geperbeerd het 'n liedjie te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03166) vertaling: Merie he gezeed da jij geperbeerd het, om een versie te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03524) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij probeerde een liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03524) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03166) vertaling: Merie he gezeed dat jij geperbeerd het om 'n versie te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03524) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij haar een boek probeerde te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03166) vertaling: Merie he gezeed da jij geperbeerd het om d'r 'n boek te eve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03450) vertaling: Merie het gezeet da ie het geperbeerd heur 'n boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03450) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03524) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03166) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03166) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03524) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03450) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03166) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03524) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03524) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03450) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03166) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03524) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03450) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03524) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03450) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03524) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03450) vertaling: Vel stee aope hebbe hiero 'n huis gebouwd
opm.: twijfelgval subject linksdislocatie
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03524) vertaling: Veul stadse mensen hebben hier een huis gebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03166) vertaling: Die stee aope hebbe hier veul huize gebouwd
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03524) vertaling: Je zie geen mens meer aan die nieuwe wetering
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03166) vertaling: Aan die nieuwe vaert, daer zie je geen mens mee
opm.: komt niet voor, we hebbben geen vaarten
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03450) vertaling: Aan die nieuwe vaart zie je geen mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03524) vertaling: Jan is gistere hier gewést
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03166) vertaling: Gister is Jan hier gewist
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03450) vertaling: Jan is gister hier gewist
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03450) vertaling: De dag toe Jan belde was'k nie thuis
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03524) vertaling: Ik was nie thuis toen Jan belde
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03166) vertaling: D'n dag da Jan belde waas 'k nie thuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03524) vertaling: Ik zou Jef nooit uitnodige
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03166) vertaling: Jeffe zou'k nooit uitnoojige
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03450) vertaling: Jef, die zou'k nooit oitnoodige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03524) vertaling: Marie zoa zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03166) vertaling: Merie zou zoiets nooit doen
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03450) vertaling: merie zou zo iets nooit doen
opm.: twijfelgval subject linksdislocatie
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03450) vertaling: bert drinkt wel's n'n glaosie te veul
opm.: twijfelgval subject linksdislocatie
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03524) vertaling: Bert drinkt wel es een glas te veul
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03166) vertaling: Bert drinkt wel is 'n glaosie te veul
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03524) vertaling: 'k Zou Martha wel eens thuis wille uitnodige
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03166) vertaling: Martha's zou 'k wel is bij mijn thuis uit wille nooijige
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03450) vertaling: k zou Merie wel 's bij m'n aaige thuis wille oitnoodige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03524) vertaling: Dat huis zou 'k nooit wille kope
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03166) vertaling: Dat huis zou 'k nooit wille koope
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03450) vertaling: Da huis zou nooit wille koope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03450) vertaling: Vijftig jaer staot da huis 'r al
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03524) vertaling: Dat huis staot 'r al 50 jair
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03166) vertaling: Dat huis staot 'r al vijftig jaer
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03450) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03450) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03450) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03450) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03450) gebr.: 5
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03450) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03524) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03166) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03450) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03450) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03166) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03166) vertaling: Het Gunther (nog) gebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03450) vertaling: Het gunther gebeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03524) vertaling: heb Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03450) vertaling: pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03166) vertaling: Pas t'r op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03450) vertaling: pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03450) vertaling: Opgepast
473 (z11b) En pas op! (inf. 03524) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03450) vertaling: Opgepast
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03524) vertaling: 't Was net goed genoeg
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03450) vertaling: t was kantjie boord
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03450) vertaling: t was mar net goed
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03166) vertaling: 't Wa mor net goeg genogt
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03450) vertaling: t was mar net goed
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03450) vertaling: t was kantjie boord
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03166) vertaling: Marjo he nou meer koeie as da ze vroeger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03450) vertaling: Marjo het noou meer koeije as da 'ze vroeger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03524) vertaling: Marjo heb meer koeie dan vroeger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03166) vertaling: As Suzanne ha kanne/kenne komme ha ze da gedaen
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03450) vertaling: As susanna ha kanne komme, ha ze't echt gedaen
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03524) vertaling: As Suzanne ha kenne komme, ha ze 't gedaen
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03450) vertaling: k ken geen betere dokter as heur
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03524) vertaling: Ze is de beste dokter
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03166) vertaling: Ze is d'n besten doker die 'k kan
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03166) vertaling: Voor ie iets weggooit mo je eventjies belle
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03450) vertaling: azzie iets weggooit, wil ie dan effe belle
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03524) vertaling: Bel even voor je wat weggooit
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03166) vertaling: Hier is aoles was'k gekrege het
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03450) vertaling: Hier he'k aales gekreege wa'k hebbe wou
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03524) vertaling: Dut is alles wa'k gekregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03450) vertaling: Jan is te gierig om iets aan z'n aaige kaainder te geve
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03524) vertaling: Jan is te gierig om z'n kainder wa te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03166) vertaling: Jan is nog te gierig om wat aan z'n kaainde te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03166) vertaling: Ne aas of jij iets van voeballe weet
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03450) vertaling: As of jij iets van voeballe weet!
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03524) vertaling: Alsof jij iets van voetballe weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03450) vertaling: Wil ie 't boek neerlegge
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03450) vertaling: leet da boek neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03166) vertaling: Leg neer dat boek!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03450) vertaling: leet da boek neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03450) vertaling: Wil ie 't boek neerlegge
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03524) vertaling: Leg da boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03450) vertaling: Azzie echt nie kan wachte moje maor komme
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03524) vertaling: Kom maor as je niet kan wachte
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03166) vertaling: Azzie echt nie kan wachte, komt dan mor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03166) vertaling: 'k Weet da Jan d'n dokter ha kanne/kenne roepe
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03450) vertaling: k wist da jan d'n dokter ha kanne roepe
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03524) vertaling: Jan had de dokter kenne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03166) vertaling: k Weet da Jan d'n dokter gerope kon hebbe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03450) vertaling: as ie d'n dokter ha geroope ha't nie zo'n vaert geloope
opm.: dav
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03524) vertaling: Hij zee da'k het most doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03166) vertaling: Hij zee da'k 't ha motte doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03450) vertaling: Hij zee da'k most doen
opm.: dav
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03166) vertaling: Hij zee da'k 't gedaen mos hebbe
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03450) vertaling: k had 't motte doen zee die
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03450) vertaling: Afgeloope week is ie deur dokter Mertens geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03166) vertaling: Hij is vleede week deur dokter Mertes geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03166) vertaling: Hij wor maarge deur dokter Mertes geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03450) vertaling: maarege wordt ie geopereerd deur dokter mertens
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03524) vertaling: Hij wordt morgen geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03166) vertaling: 'k denk da je veul weg zou motte gooie
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03450) vertaling: k denk da je veul weg zou motte gooije
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03524) positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03166) vertaling: 'k denk da je veul weg zou motte gooie
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03450) vertaling: k denk da je veul weg zou motte gooije
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03166) vertaling: 't Is dom om zukke dure dinge weg te gooie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03450) vertaling: 't is dom om zukke dure dinge we te laozere
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03524) positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03166) vertaling: 't Is dom om zukke dure dinge weg te gooie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03450) vertaling: 't is dom om zukke dure dinge we te laozere
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03166) vertaling: Hij is aale kepotte spulle aan 't weggooie
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03450) vertaling: ie is aale kepotte spulle aan 't weg gooije
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03166) vertaling: Hij is aale kepotte spulle aan 't weggooie
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03450) vertaling: ie is aale kepotte spulle aan 't weg gooije
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03524) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03166) vertaling: 'k Ving da je meer de krant zou motte leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03450) vertaling: k vingt da je vaoker krant zou motte leze
positie: 1,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03524) positie: 1
opm.: 'de krant' ipv 'krant'
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03166) vertaling: 'k Ving da je meer de krant zou motte leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03450) vertaling: k vingt da je vaoker krant zou motte leze
positie: 1,3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03166) vertaling: 't Is dom om in 't donker de krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03450) vertaling: 't dom om in 't donker krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03524) positie: 1
opm.: 'de krant' ipv 'krant'
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03166) vertaling: 't Is dom om in 't donker de krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03450) vertaling: 't dom om in 't donker krant te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03166) vertaling: Hij is d'n heelen dag de krant aan 't leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03450) vertaling: ie is de heele dag aan 't krant leze
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03166) vertaling: Hij is d'n heelen dag de krant aan 't leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03450) vertaling: ie is de heele dag aan 't krant leze
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03524) positie: 1
opm.: 'de krant' ipv 'krant'
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03524) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03166) fragment: deur (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03450) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03450) fragment: om (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03166) opm.: He jij janne gezien?
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03450) fragment: soms (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03450) fragment: soms (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03166) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03524) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03450) vertaling: zo'n ding he'k no nooit gezien
komt voor: j
opm.: dav
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03450) vertaling: zo'n ding he'k no nooit gezien
komt voor: j
opm.: dav
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03450) vertaling: zo'n vrouw ka je maor beter niet tegespreke
komt voor: j
opm.: dav
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03166) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03450) vertaling: zo'n vrouw ka je maor beter niet tegespreke
komt voor: j
opm.: dav
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03524) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03450) vertaling: zo'n mens het altijd wat om over te klaoge
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03166) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03450) vertaling: zo'n mens het altijd wat om over te klaoge
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03524) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03166) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03524) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03450) vertaling: Jij ben ok 'n raore
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03450) vertaling: Jij ben ok 'n raore
komt voor: j
opm.: dav
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03450) vertaling: robert het eene groene appel weggegeve, en nou he ie nog twee rooije over
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03166) vertaling: robert hed een groene appel weggegeve en nou het ie nog twee rooje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03166) vertaling: D'r wazze veul mense op 't feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03450) vertaling: d'r wazze veul mense op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03166) vertaling: Wazze d'r veul mense op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03450) vertaling: Wazze d'r veul mense op 't feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03166) vertaling: Wat he je voro boeke gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03450) vertaling: Waffere boeke he je gekocht
opm.: twijfelgeval 'wat voor' split
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03450) vertaling: Waffere he je gekocht
opm.: twijfelgeval 'wat voor' split
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03166) vertaling: Waffere boeke he je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03450) vertaling: Waffere he je gekocht
opm.: twijfelgeval 'wat voor' split
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03166) vertaling: Waffere boeke he je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03166) vertaling: Wat he je voro boeke gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03450) vertaling: Waffere boeke he je gekocht
opm.: twijfelgeval 'wat voor' split
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03166) vertaling: Hij weun bij Merietjies
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03450) vertaling: Hij weunt bij merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03166) vertaling: Hij weun bij Wimme
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03450) vertaling: Hij weunt bij wimme
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03450) vertaling: Wim, loop 's effe naer de bakker
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03166) vertaling: Loop is eefies naer d'n bakker Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03166) vertaling: Wie he je gezien
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03450) vertaling: Wie heje gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03450) vertaling: Wie he jou gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03166) vertaling: Wie he jou gezien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03450) vertaling: A'k t geeewete had, dan ha'k nie gedaen
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03166) vertaling: As'k dat gewete had, ha'k 't nie gedaen
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03166) vertaling: 't zou beter weze om nog eefies te wachte
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03450) vertaling: 't zou beterder zijn om nog effe te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03450) vertaling: Jan had de dokter gebeld, en die was gelukkig gauw gekomme
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03166) vertaling: Gelukkig ha Jan d'n dokter gebeld en die was 'tr al heel gaauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03450) vertaling: loop nou toch fort deur vervelende jonchies
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03166) vertaling: Loop nou toch deur, vervelende jonges (rotjong)
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03524) komt voor: j
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03166) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03524) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03166) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03450) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03524) komt voor: j
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03166) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03450) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03450) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03524) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03166) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03524) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03166) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03450) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03450) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03524) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03166) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03450) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03524) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03166) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03524) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03166) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03450) komt voor: n
000 (z17opm) (inf. 03166) opm. inf.: Het was deze keer een flinke klus!

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaar[meta][k]K096p[/k][h]215[/h][i]216[/i][vw]MH[/vw][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=018] Vertaal. Ze weet niet dat Marie gisteren gestorven is. [/v] sound
informant [a] Ze weet niet dat Marie gister gestorvenis. [/a]

gestorven is
tagging sound
hulpinterviewer [v=025] Vertaal. Niemand heeft dat ooit gewild of gekund. [/v] sound
informant Dan zeg ik et precies eenderand. sound
informant [a] Niemand heeft dat ooit gewild of gekund. [/a] tagging sound
veldwerker Maar het is toch niet heeft. sound
hulpinterviewer [a] Niemand hettat ooit gewild of gekund. [/a]

het tat
tagging sound
hulpinterviewer [v=026] Vertaal. Jan had het hele brood wel willen op eten. [/v] sound
informant [a] Jan hettet hele brood wel op wille ete. [/a]

het et
tagging sound
hulpinterviewer [v=027] Vertel maar niet wie zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a] Vertel maar nie wie zij had kunne roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=035] Vertaal. Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/v] sound
hulpinterviewer [a] Jan herinnert zich da verhaal wel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=038] Vertaal. De timmerman heeft geen spijkers bij zich. [/v] sound
informant [a] Den timmerman het geen spijkers bijem. [/a]

bij em
bijna aan elkaar tagging sound
informant Kmoet nie zien.

k moet
sound
hulpinterviewer [v=040] Vertaal. Erik liet mij voor zich werke. [/v] sound
informant [a] Erik liet me voorum werke. [/a]

voor um
tagging sound
hulpinterviewer [v=041] Vertaal. Johanna liet zich mee drijven op de golve. [/v] sound
informant [a] Johanna liet zich mee drijve op de golve. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=042] Vertaal. Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. [/v] sound
informant [a] toon bekeek zeneigen eens goed in de spiegel [/a]

zen eigen
tagging sound
hulpinterviewer Nou hejjet door hoor.

he je t
sound
hulpinterviewer [v=045] Vertaal. Eduard kent zichzelf goed. [/v] sound
informant [a] Eduard kent zeneige goed. [/a]

zen eige
tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Vertaal. Ward heeft gehoord dat er fotoos van zichzelf in de etalage staan. [/v] sound
informant [a] ward heef gehoord datter fotoos van zeneigen in de etalage staan [/a]

dat er zen eigen
tagging sound
hulpinterviewer [v=053] Vertaal. Als ik zuinig leef leef ik zoals mijn ouders willen. [/v] sound
informant [a] Alsik zuinig leef dan levik zoas mijn ouders wille. [/a]

als ik lev ik
tagging sound
hulpinterviewer [a] Ak zuinig leef _ [/a]

a k
tagging sound
informant [a] Oh ja ak zuinig leeft _ [/a]

a k
tagging sound
hulpinterviewer [v=055] Vertaal. Als hij nog drie jaar leeft leeft hij langer dan zijn vader. [/v] sound
informant [a] Alsie nog drie jaar leeft leeftie drie jaar langer assen vader. [/a]

als ie leeft ie as sen
tagging sound
hulpinterviewer [v=057] Vertaal. Als zij zo gevaarlijk leeft leeft ze niet lang meer. [/v] sound
informant [a] Asse zo gevaarlijk leeft leefse nie lang meer. [/a]

as se leef se
tagging sound
hulpinterviewer [v=059] Vertaal. Als het nu nog leeft dan leeft het morgen ook nog. [/v] sound
informant [a] Asset nu nog leeft leefet morgen ook nog. [/a]

as et leef et
tagging sound
hulpinterviewer [v=061] Vertaal. Als jullie zo losbandig leve dan leve jullie nooit zo lang als ik. [/v] sound
informant [a] Azze jullie zo losbandig leve leve jullie nooit zo lang azik. [/a]

az ik
tagging sound
hulpinterviewer [v=063] Vertaal. Als ze voor hun werk leve dan leve ze niet voor hun kinderen. [/v] sound
informant [a] Asse voor der werk leve leve ze nie voor der kindere. [/a]

as se
tagging sound
hulpinterviewer [v=067] Vertaal. Als Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/v] sound
informant [a] As Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=068] Vertaal. As je gezond leeft dan leef je langer. [/v] sound
informant [a] Asie gezond leeft dan leevie langer. [/a]

as ie leev ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=069] Vertaal. Als er zo weinig mensen van de landbouw leve dan leven er veel mense van werk in de fabriek. [/v] sound
informant [a] Alzeder zo weinig mense leve van de landbouw dan leveder meer van de fabriek. [/a]

alze der leve der
tagging sound
informant [a] Dan leveder veul mense van de fabriek. [/a]

leve der
tagging sound
informant [a] Aster zo weinig mense van de landbouw leve dan levener veul mense van werk in de fabriek. [/a]

as ter leven er
tagging sound
hulpinterviewer [v=070] Vertaal. Als Pieter en Leisje in het paradijs leve dan leve Rosa en Frans in de hel. [/v] sound
informant [a] As Pieter en Liesie innet paradijs leve dan leve Rosa en Frans in den hel. [/a]

in et
tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Vertaal. Als we sober leve leve we gelukkig. [/v] sound
informant [a] As we sober leve leve we gelukkig. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=072] Vertaal. Leef wat gezonder Jan. [/v] sound
informant [a] Leewa gezonder Jan. [/a]

leew wa
of heel lichte v hoorbaar? tagging sound
hulpinterviewer [v=073] Vertaal. Leef wat minder bekrompen kindere. [/v] sound
informant [a] Leef wat minder bekrompen kindere. [/a] f is v tagging sound
hulpinterviewer [v=132] Vertaal. Ik denk dat Marie hem zal moete roepen. [/v] sound
informant [a] Ik denk dat Marie hem zal moete roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. Ik denk dat Marie zal moete hem roepe. [/v] sound
informant [a=n] Nee das nie goed. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer [v=188] Vertaal. Heb je genoeg mense om hooi van het land te hale. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Hebbie genoeg mense omt hooi vanet land te hale. [/a]

heb ie om t van et
tagging sound
hulpinterviewer [a] et hooi vant land te hale. [/a]

van t
sound
hulpinterviewer [a] Hejje genoeg mense _ [/a]

he je
sound
hulpinterviewer [v=189] Vertaal. Het was aardig van Jan om te kome werke. [/v] sound
informant [a] Het was aardig van Janne om te kome werke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=190] Vertaal. Deze ton is zwaar om te drage. [/v] sound
informant [a] Deuze ton is te zwaar om te drage. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=198] Vertaal. Hij kan staan zeure. [/v] sound
informant [a] Hij kan toch staan te zeure. [/a] sound
veldwerker Kan het ook op deze manier. Zonder te. sound
hulpinterviewer [a] Hij kan staan te zeure. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin in uw dialect. Hij kan staan te zeure. [/v] sound
informant [a=j] Hij kan staan te zeure. Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=199] Vertaal. Hij staat te zeure. [/v] sound
informant [a] Hij staat te zeure. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=200] Vertaal. Toen we aan kwame regende het. [/v] sound
informant [a] Toen we aan kwame regendet. [/a]

regende t
tagging sound
hulpinterviewer [v=215] Vertaal. Kgeloof dadik groter ben als hij. [/v]

k geloof dad ik
sound
informant [a] Kgeloof dak groter ben as hij. [/a]

k geloof da k
tagging sound
hulpinterviewer [v=216] Vertaal. Ze gelooft dat jij eerder thuis bent als ik. [/v] sound
informant [a] Ze gelooft dajij eerder thuis ben azik. [/a]

da jij az ik
tagging sound
informant [a] dan ik kan ook. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=217] Vertaal. Je gelooft zeker niet dat hij sterker is als jij. [/v] sound
informant [a] Je gelooftoch zeker niet dattie sterker is as jij. [/a]

geloof toch dat ie
uitgang geloof? tagging sound
hulpinterviewer [v=218] Vertaal. Ze geloven dat wij rijker zijn als zij. [/v] sound
informant [a] Ze gelove datse rijker zijn assij. [/a]

dat se as sij
tagging sound
informant [a] Ze gelove dat we rijker zijn as hun. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ze gelove dawwe rijker zijn as heulie. [/a]

da we
tagging sound
informant Ja dat is het. Het is heulie hoor. sound
informant Ik lees ook altijd die stuksies in de krant hoor. sound
hulpinterviewer [v=219] Vertaal. We gelove dat jullie niet zo slim zijn als wij. [/v] sound
informant [a] We gelove dajullie nie zo slim zijn as wij. [/a]

da jullie
tagging sound
commentaar220-249 missen op cd en ook op bandje. Blijkbaar iets mis gegaan met opnemen tijdens interview.  sound
hulpinterviewer [v=250] De bank waar ze op zate was pas geverfd. [/v] sound
informant [a] De bank waarzop zate was pas geverfd. [/a]

waar z op
tagging sound
hulpinterviewer [v=259] Vertaal. Wie geld heeft moet mij maar wat geven. [/v] sound
informant [a] Wie geld heeft moemij maar wa geve. [/a]

moe mij
tagging sound
informant [a] Wie geld het _ [/a] sound
hulpinterviewer [v=373] Vertaal. Marie trok de deken naar zich toe. [/v] sound
informant [a] Marie trok de deken naar zich toe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Naar dereige hadik. [/a]

der eige had ik
tagging sound
hulpinterviewer Naar zich zegge wij nie zo gauw. sound
hulpinterviewer [v=339] Vertaal. Niemand mag het zien dus vind ik dat jij het ook niet mag zien. [/v] sound
informant [a] Niemand magget zien dus vind ik dat jij et ook niet mag zien. [/a]

mag et
tagging sound
hulpinterviewer [a] Dus vinnik. [/a]

vin ik
sound
hulpinterviewer [a] _ dus vinnik dajijet ook nie mag zien. [/a]

vin ik da jij et
sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. Ik vin dajijet ook niet zien mag. [/v] sound
informant [a=j] Ik vin dajijet ook niet zien mag. [/a]

da jij et
tagging sound
hulpinterviewer [v=370] Vertaal. Dat is de man die ze geroepe hebbe. [/v] sound
informant [a] Dadis de man die ze geroepe hebbe. [/a]

dad is
tagging sound
hulpinterviewer [a] Das de man dieze hebbe geroepe. [/a]

da s die ze
tagging sound
hulpinterviewer [v=371] Vertaal. Dat is de man die het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Dadis die man diet verhaal heef verteld. [/a]

dad is die t
tagging sound
informant [a] _ of verteld heb. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Das de man diet verhaal verteld heb. [/a]

da s die t
tagging sound
informant [a] _ verteld het. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=372] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Dat is de man die ik denk diet verhaal heb verteld. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Das de man die ik denk diet verhaal verteld heb. [/a]

da s die t
tagging sound
hulpinterviewer [a] Das de man diek denk _ [/a]

da s die k
tagging sound
informant [a] _ diet verhaal verteld het. [/a]

die t
tagging sound
veldwerker Wilt u em nog een keer zeggen voor op de band? sound
informant [a] Dut is de man diek denk diet verhaal verteld het. [/a]

die k die t
tagging sound
hulpinterviewer Je moe nie kijke. sound
hulpinterviewer [v=373] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat ze geroepe hebbe. [/v] sound
informant Ja das waar.

da s
sound
hulpinterviewer Zit die man in jouw nabijheid dan zeggie dut maar ziejem daar lope dan zeggie das.

zeg ie zie j em zeg ie
sound
hulpinterviewer [a] Das de vent die ik denk dasse geroepe hebbe. [/a]

da s das se
tagging sound
informant [a] Dus is die man die ik denk die ze geroepe hebbe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=397] Vertaal. Tschijnt dat ze niets mag ete. [/v] sound
informant [a] Tschijnt dasse niks mag ete. [/a]

t schijnt das se
tagging sound
hulpinterviewer [v=403] Vertaal. Tlijkt wel of er iemand in de tuin staat. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Tlijk wel ofter iemand in den tuin staat. [/a]

t lijk of ter
tagging sound
hulpinterviewer [a] Offer. [/a] sound
hulpinterviewer [v=520] Vertaal. Wat voor boeke heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Waveur boeke hebbie gekocht. [/a]

wa veur heb ie
tagging sound
hulpinterviewer [a] Wavoor boeke he jij gekocht. [/a] sound
commentaarDe nadruk ligt op jij in deze variant   sound
informant Wafforemomme. sound
informant Welke moete we. Waffere momme.

wa fore mo me
sound
informant Huisteremop. Huis aan huis. Zeie ze dan. sound
hulpinterviewer [v=526] Vertaal. Wie heeft je op de kermis gezien. [/v] sound
informant [a] Wie heje op de kermis gezien. [/a]

he je
tagging sound
hulpinterviewer [v=036] Plaatje. Marie en Piet wijze naar _ [/v] sound
informant [a] _ mekoar. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=037] Plaatje. Toon wast _ [/v] sound
informant [a] Zeneige. [/a]

zen eige
tagging sound
hulpinterviewer [v=039] Plaatje. Fons zag een slang naast _ [/v] sound
informant [a] nes seneige [/a]

sen eige
tagging sound
hulpinterviewer [a] Fons zag een slang naastem. [/a]

naast em
sound
informant Kan allebei sound
hulpinterviewer [v=006] Kom deze zin voor in uw dialect. Gisteren wandeldiede door het park. [/v] sound
informant [a=n] Nee wij zegge wandelde. [/a] tagging sound
informant [a] Gisteren wandelde die deuret park. [/a]

deur et
tagging sound
hulpinterviewer [v=022] Kom deze zin voor in uw dialect. Er wil nieman niet danse. [/v] sound
informant [a=n] Er wil niemand danse. [/a] sound
hulpinterviewer We zouwet anders zegge.

zouw et
sound
hulpinterviewer [a=n] Iedereen wil danse. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Kan wel. sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Der was niemand die danse wou. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Der wil niemand nie danse. [/a] sound
hulpinterviewer [v=023] Kom deze zin voor in uw dialect. Els wil nie danse en ze wil niet zinge ook niet. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=n] Toch klinkt dat averechts vinnik hoor. [/a]

vin ik
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Els wil nie danse en ze wil ook nie zinge. [/a] sound
hulpinterviewer [v=087] Kom deze zin voor in uw dialect. Eddy moet kunne vroeg op staan. [/v] sound
informant [a=n] Zo zegg wijet niet hoor. [/a]

wij et
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Eddy moet vroeg op kunne staan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=137] Kom deze zin voor in uw dialect. Hij wil geen soep niet meer eten niet. [/v] sound
informant [a=n] Nee da zegge wij ook niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Hij wil geen soep en geen ete. [/a] sound
veldwerker Het gaat om de soep die hij niet meer eten wil. sound
hulpinterviewer [a] Hij wil geen soep meer ete. [/a] sound
hulpinterviewer [v=140] Kom deze zin voor in uw dialect. Zitte hier nergens geen muize. [/v] sound
hulpinterviewer [a=j] Maar wij zeggent wel. Zitte hier nergens geen muize? [/a]

zeggen t
tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=146] Kom deze zin voor in uw dialect. Hij spreekt niet goed geen Frans. [/v] sound
informant [a=n] Da kom nie voor bij ons. Da zegge wij niet hoor. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Hij spreek geen goed Frans. [/a] sound
hulpinterviewer [v=148] Kom deze zin voor in uw dialect. Iedereen is geen vakman. [/v] sound
informant [a=n] Nou da komp voor. Da zegge wij. Iedereen is geen vakman. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=149] Kom deze zin voor in uw dialect. Hij heeft overal geen vriende. [/v] sound
informant [a=n] Die kom nie voor. Hij heb overal vriende. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Hij he nergens vriende. [/a] b is niet hoorbaar m.i. sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=260] Kom deze zin voor in uw dialect. Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Die kom voor. Wa denkie wienik in de stad ontmoet het. [/a]

denk ie wien ik
tagging sound
commentaar261 is niet gesteld omdat hulpinterviewer tijdens instructie aangaf dat 260 niet voor kon komen. 261 komt in nagesprek aan de orde.   sound
hulpinterviewer [a=n] Wie denkie diek in de stad ontmoet heb. [/a]

denk ie die k
sound
hulpinterviewer [a] Maart andere zou ook kunne ja. [/a]

maar t
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Wadenkje wiek in de stad ontmoet het. [/a]

wa denk je wie k
tagging sound
hulpinterviewer [v=262] Kom deze zin voor in uw dialect. Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=n] Wie denkie dak in de stad ontmoet het. [/a]

denk ie da k
sound
informant [a=j] Wie denkie wiek in de stad ontmoet het. [/a]

denk ie wie k
tagging sound
commentaarintonation break of niet?  sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=265] Kom deze zin voor in uw dialect. Hoe denk je hoe ze het hebbe opgelost. [/v] sound
informant [a=n] Hoe denkie dazzet hebbe opgelost. [/a]

denk ie da ze t
sound
informant [a] Hoe denkie dazze dat opgelost hebbe. [/a]

denk ie da ze
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=309] Kom deze zin voor in uw dialect. Ik heb geen zin en voere de koeie. [/v] sound
informant [a=n] Ik heb geen zin om de koeie te voere. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=311] Kom deze zin voor in uw dialect. Ik denk hij weg is. [/v] sound
informant [a=n] Ik denk dattie weg is. [/a]

dat ie
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=312] Kom deze zin voor in uw dialect. Ik zeg nog tegen haar ik denk hij is weg. [/v] sound
informant [a=n] Ik zei nog tege der _ [/a] sound
informant [a] Ik zei tegen heur. Ik denk dattie weg is. [/a]

dat ie
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=317] Kom deze zin voor in uw dialect. Marie al haar koeie zijn verdronke bij de overstroming. [/v] sound
informant [a=n] Bij Marieje zijn al de koeie verdronke bij de overstroming. [/a] sound
veldwerker Of al de koeie van Marie. sound
hulpinterviewer [a=n] Al de koeie van Marie zijn verdronke bij de overstroming. Da kan ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=329] Kom deze zin voor in uw dialect. Ik zei nog tegen hoor. Ik geloof deze jongen vinde ze allemaal wel aardig. Das haar. [/v] sound
informant [a=n] Ik zei nog tegen der. Zo zegge wijet niet. [/a] sound
informant Ik geloof dazze deuze jongen aardig vinde. [/a] of danze? sound
hulpinterviewer [v=353] Kom deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt wil je nog koffie Jan. Jan antwoordt jaak. [/v] sound
informant [a=n] Willie nog koffie Jan. Jan antwoordt ja. [/a]

wil ie
tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=355] Kom deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt hebbe ze gegete. Persoon b antwoordt jaanze. [/v] sound
informant [a=n] Jaanze. He ik nooit van gehoord. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Hebbe ze gegete. Ja. [/a] tagging sound
informant [a] Jaat. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=359] Kom deze zin voor in uw dialect. Met zulk weer je kunt niet veel doen. [/v] sound
informant [a=n] Mezuk weer kanje nie veel doen. [/a]

me zuk kan je
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=364] Kom deze zin voor in uw dialect. Is hem dood? [/v] sound
informant [a=n] Istie dood zegge wij. [/a]

is tie
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=028] Kom deze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Vertel mij eens wie dat zij had kunne roepe. [/v] sound
commentaarAntwoord op deze vraag in volgende transcript.  sound
commentaar[meta][k]K096p[/k][h]215[/h][i]216[/i][vw]MH[/vw][/meta]  sound
informant [a] Vertel mijn dan is wieze ha moete roepe. [/a]

wie ze
sound
veldwerker [v] Maar wie dat kan dus niet. [/v] sound
informant [a=n] Wieze hoor. Wieze ha kunne roepe. [/a]

wie ze
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=296] Kom deze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Zou hij dat gedaan hebben gekund. [/v] sound
informant [a=n] Nee da zegge wij niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Zou hij da gedaan kunne hebbe. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Zou hij da gedaan kenne hebbe. [/a] sound
hulpinterviewer [v=297] Kom deze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Zou hij dat gedaan gekund hebbe. [/v] sound
informant [a] Nee da zegge we niet. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Zou hijt gedaan kenne hebbe. [/a]

hij t
sound
hulpinterviewer [a] Zou hij da gedaan kenne hebbe. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=347] Kom deuze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deuze zin in uw dialect. Ik weetattie is gaan zwemme. [/v]

weet tat ie
sound
informant [a=j] Kweetattie is gaan zwemme. [/a]

k weet tat ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=350] Kom deuze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deuze zin in uw dialect. Ik weet dattie gaan zwemmen is. [/v]

dat ie
tussen n bij zwemmen. sound
informant [a=j] Kweetattie gaan zwemmen is. [/a]

k weet tat ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=495] Kom deuze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deuze zin in uw dialect. Ik denk dat je veel weg zou moete gooie. [/v] sound
informant [a] Wat zeeje. [/a]

zee je
sound
informant [a=j] Ik denk dat je veul weg zou moete gooie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] En nou die andere. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee zou weg moete gooie. Das ook nie goed. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer [a=j] Ik denk dat je veel zou moete weg gooie. Da kom wel voor. [/a] tagging sound
informant [a=g] Ik denk daj toch veul weg zou moete gooie. [/a] meest gebruikelijke dan. sound
hulpinterviewer [v=075] Kom deuze zin voor in uw dialect. Ik vind dat iedereen moet kunne zwemme. [/v] sound
hulpinterviewer [a=j] Ik vind dat iedereen mo kenne zwemme. [/a] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
informant Jeber allemaal geen erg in eigenlijk.

j eb er
sound
hulpinterviewer [v=077] Kom deuze zin voor in uw dialect. Ik vind dat iedereen moswemme kunne. [/v]

mo swemme
sound
informant [a=n] Zo zegge wij et niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=080] Kom deuze zin voor in uw dialect. Ik vin dat iedereen kunne zwemme moet. [/v] sound
informant [a=n] Nee ook niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=082] Kom deuze zin voor in uw dialect. Ik vin dat iedereen zwemme kunne moet. [/v] sound
informant [a=n] Ook niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=084] Kom deuze zin voor in uw dialect. Ik vin dat iedereen zwemme moe kunne. [/v] sound
informant [a=j] Nou zo zegge wet ook wel eens. [/a]

we t
sound
hulpinterviewer [a] Ik vin da iedereen zwemme moe kenne. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=086] Kom deuze zin voor in uw dialect. Ik weet dat Eddy morgen wil brood ete. [/v] sound
informant [a=n] Zo zegge wij et niet hoor. [/a] sound
hulpinterviewer [v=154] Kom deuze zin voor in uw dialect. Boeke he Jan drie. [/v] sound
informant [a=n] Jan he drie boeke. [/a] sound
hulpinterviewer [v=156] Kom deuze zin voor in uw dialect. Jan weet dattie voor drie uur de wagen moet hebbe gemaakt. [/v] sound
informant [a=j] Jan weettatie voor drie uur de wagen moet hebbe gemaakt. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=157] Kom deuze zin voor in uw dialect. Jan weettatie voor drie uur de wagen moet gemaakt hebbe. [/v]

weet tat ie
sound
informant [a=n] Nee zo zegge wijt niet. [/a]

wij t
sound
hulpinterviewer [v=160] Kom deuze zin voor in uw dialect. Jan weettatie voor drie uur de wagen gemaak moet hebbe. [/v] tagging sound
informant [a=j] Nou dat wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=161] Kom deuze zin voor in uw dialect. Jan weet dattie voor drie uur de wagen gemaak hebbe moet. [/v] sound
informant [a=n] Nee niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=227] Kom deuze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt hij slaapt. Persoon b antwoordt hij doet. [/v] sound
informant [a=n] Nee hoor. [/a] sound
hulpinterviewer [v=228] Kom deuze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt hij slaapt. Persoon b antwoordt tdoet. [/v] sound
informant [a=n] Ook niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=243] Kom deze zin voor in je dialect. Persoon a vraagt slaaptie. Persoon b antwoordt ie doet. [/v]

slaapt ie
sound
informant [a=n] Nee zegge wij ook nie. Dadoetie zegge wij dan. [/a]

da doet ie
sound
hulpinterviewer [v=245] Kom deuze zin voor in uw dialect. De lamp doe nie meer brande. [/v] sound
informant [a=n] De lamp brand nie meer. [/a] sound
hulpinterviewer [v] De kindere doen hier nie meer voetballe. [/v] sound
informant [a] De kindere voetballe niet hier. [/a] sound
informant [a=j] De kindere doen hier nie voetballe. Ja dat kan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Brande doet de lamp nie meer. [/v] sound
informant [a=j] Da ken. Brande doet de lamp nie meer. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=246] Kom deuze zin voor in uw dialect. Doet Marie elke avond danse. [/v] sound
informant [a=n] Ga Marie iederen avond danse. [/a] sound
hulpinterviewer [v=247] Kom deuze zin voor in uw dialect. Doe et brood even snije. [/v] sound
informant [a=n] Snijt brood even. [/a]

snij t
t bijna niet te horen sound
hulpinterviewer [v=248] Kom deuze zin voor in uw dialect. Ik doe wel even de koppies af wasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja natuurlijk zeggie dat. Ik doet de vaat wel he. [/a]

zeg ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=319] Kom deuze zin voor in uw dialect. Dit denk ik niet aan. [/v] sound
informant [a=n] Nee da zegge we nie zo hoor. [/a] sound
informant [a] Der denk ik nie aan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=321] Kom deuze zin voor in uw dialect. Die rare jongen benk mee naar de markt geweest. [/v]

ben k
sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=n] Die rare jongen daar benk mee naar de markt geweest. [/a]

ben k
sound
informant [a] Der bennik. [/a]

ben ik
sound
hulpinterviewer [v=322] Kom deuze zin voor in uw dialect. Ik heb al de eerst drie somme gemaakt. De welke heb jij gemaakt. [/v] sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=j] De welke heb jij gemaakt. Ja zaj zegge. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a=n] Ik zou die de deraf hale. [/a] sound
informant [a] Welke hejij gemaakt gewoon. [/a]

he jij
sound
informant [a] Ja da ken ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=323] Kom deuze zin voor in uw dialect. De waffere hejij al weg gebracht. [/v]

he jij
sound
commentaarKomt in nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=j] Ja da kan. [/a] sound
veldwerker [v] Met de dus. [/v] sound
informant [a] Ja ken ook. Waffere hejij al weg gebracht. [/a] sound
hulpinterviewer [v=387] Kom deuze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt wanneer zal de wereldvrede kome. Persoon b antwoordt nooit nie. [/v] sound
informant [a=j] Ja da zegge wij ook wel eens hoor. Die kom nooit niet. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=459] Kom deuze zin voor in uw dialect. Hij heeft de bal gegooid in de mand. [/v] sound
informant [a=n] Hij heef de bal in de mand gegooid zegge wij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=474] Kom deuze zin voor in uw dialect. Ten was maar net genoeg. [/v] sound
informant [a=n] Nou nee hoor. [/a] sound
hulpinterviewer [v=485] Kom deuze zin voor in uw dialect. Persooon a vraagt zakkoke. Persoon b antwoordt da doe maar. [/v]

za k koke
sound
informant [a=n] Doe dat maar zegge wij. [/a] sound
hulpinterviewer [v=486] Kom deuze zin voor in uw dialect. Dat boek beloof me dajje nooit meer zult verstoppe. [/v]

da je
sound
informant [a=n] Snappem nie. Dat je nooit meer zul verstoppe? Nee daarom. Kweenie wadat betekent dan. [/a]

snap em k wee nie wa dat
sound
hulpinterviewer [a=n] Beloof me dajda boek nooit meer zal verstoppe. [/a]

da j da
sound
hulpinterviewer [v=487] Kom deuze zin voor in uw dialect. Wat zeg dat je gekocht heb. [/v] sound
informant [a=n] Nee da zegge wij toch zo niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=512] Kom deuze zin voor in uw dialect. Zoon ding een hebbik nog nooit gezien. [/v]

heb ik
sound
informant [a=n] Nee da zegge wij nie. [/a] sound
informant [a] Zoon ding hek nog nooit gezien. [/a]

he k
sound
informant Zijn allemaal neef van mijn. sound
informant Das ook een neef van mijn. sound
informant Je moes wat verdiene. sound
informant _ op der karriggie. sound
informant Goa nogal. sound
hulpinterviewer Jij doe net of ik et gedaan heb. sound
hulpinterviewer En hij moch zeneige voor negen uur nie late zien. sound
hulpinterviewer Iedereen die dee nog wat. sound
informant Voor mijn hoefter geen muziek hoor.

hoeft er
sound
informant Je ken mekaar nie verstaan. sound
hulpinterviewer [v=515] Kom deuze zin voor in uw dialect. Jij bent ook een rare een. [/v] sound
informant [a=n] Jij ben ook een rare he. [/a] sound
hulpinterviewer [v=530] Kom deuze zin voor in uw dialect. Marie zei dajij Piet een boek he geprobeerd te verkope. [/v]

da jij
tagging sound
hulpinterviewer [a=j] Ik dachdat voor kwam. [/a]

dach da t
sound
informant [a=j] Da ken. [/a] sound
hulpinterviewer [v=531] Kom deuze zin voor in uw dialect. Wim docht dak Els ha geprobeerd een cadeau te geve. [/v] sound
informant [a=n] Da zeggie toch niet. [/a]

zeg ie
sound
informant Wim dach dadik geprobeerd had Els een cadeau te geve. sound
hulpinterviewer [v=532] Kom deuze zin voor in uw dialect. Karel weet dajij he geprobeerd Marie een boek te verkope. [/v]

da jij
tagging sound
informant [a=j] Nou ja da ken. [/a] sound
hulpinterviewer Karel weet dajij geprobeerd heb Marie een boek te verkope. sound
veldwerker [n][v=000] Hoe vervoegen jullie het werkwoord gaan. [/v] sound
hulpinterviewer Ik ga. tagging sound
hulpinterviewer Jij gaat. Hij gaat. Wij gaan. Jullie gaan. Zij gaan. tagging sound
informant Gak naar de stad.

ga k
tagging sound
hulpinterviewer Gaan jullie. tagging sound
hulpinterviewer Gaat hij. Gaattie.

gaat ie
tagging sound
hulpinterviewer Ga jij. tagging sound
hulpinterviewer Gaan hullie naar de stad. tagging sound
veldwerker [v=000] Ik weet dat we naar de stad gaan. Hoe vertalen jullie dat. [/v] sound
hulpinterviewer [a] Ik weedamme naar de stad zulle gaan. [/a]

wee da me
tagging sound
veldwerker [v=000] En moeten we is momme toch? [/v] sound
informant [a] Ja momme. [/a]

mo me
tagging sound
informant Momme vanavond nog weg? zeggie dan.

mo me zeg ie
sound
veldwerker [v=188] Gaf u als vertaling. Hejje genoeg mense om hooi van het land te hale. En u zei hebbie genoeg mense om hooi van het land te halen. [/v] tagging sound
informant [a] Hejje genoeg mense _ [/a] tagging sound
veldwerker [v=403] Het lijkt wel of er iemand in de tuin staat. [/v] sound
veldwerker [v] Offer iemand in de tuin staat. Maar u zei dat het ook kon of dat er iemand in de tuin staat. [/v] sound
informant [a] Offer zegge wij dan. [/a] tagging sound
informant [a] Et lijk wel offer iemand in den tuin staat. [/a] tagging sound
informant [a] Et lijk wel ofter iemand in de _ [/a] sound
veldwerker [v=023] Els wil niet dansen en ze wil niet zingen ook niet. [/v] sound
informant [a] _ maar ze wil nie zingen ook. [/a] sound
veldwerker [v=261] Komt de volgende zin voor in uw dialect. Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost. [/v] sound
hulpinterviewer [a=j] Wa denkie hoezet opgelost hebbe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Hoe denke jullie dazzet opgelost hebbe. [/a]

da ze t
sound
informant [a=j] Ja maar zo kent wel. [/a]

ken t
sound
veldwerker [v=321] Die rare jongen ben ik mee naar de markt geweest. [/v] sound
veldwerker Die rare jongen ben ik mee naar de markt geweest. sound
informant [a=n] Nee dat ken niet. [/a] sound
commentaarveldwerker verifieert of het klopt dat deze zin slechts voor kan komen als dejongen al gespreksonderwerp is. Anders wordt het met die rare jongen ben ik naar de markt geweest. Is de vraag of dit plausibel is.   sound
veldwerker [v=322] Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt. Is dat met of zonder de? [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Zonder. Die somme hebik gemaakt. Welke hejij gemaakt. [/a]

heb ik he jij
sound
informant [a=j] De welke hejij klaar gemaakt. [/a] tagging sound
informant [a=j] Kan wel natuurlijk. Kan allebei he. [/a] sound
veldwerker [v=323] De waffere kan dus ook? [/v] sound
informant [a=n] En waffere hejij gedaan. [/a] sound
informant [a=j] Kan wel natuurlijk. Kan allebei he. [/a] sound
veldwerker Ja dat was het. [/n] sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
022 Er wil niemand niet dansen Betekenis? komt voor : j
vorm: Der kom niemand nie danse.
opmerking: Er komt niemand dansen
087 Eddy moet kunnen vroeg opstaan Is het kennen of kunnen? komt voor : n
vorm: kunne
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland vorm: Da's zo kloar as een klontje en zo goar as boter.
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland vorm: as eejn en eejn twee is
215 'k geloof dat ik groter ben als hem Komt voor? komt voor : n
vorm: as hij
216 Ze gelooft dat jij eerder thuis bent als mij Komt voor? komt voor : n
vorm: assik
217 Je gelooft zeker niet dat hij sterker is als jou Komt voor? komt voor : n
opmerking: Wel de jeugd, maar mevrouw zelf niet.
220 Jullie geloven jammer genoeg niet dat zij armer zijn als jullie Subject hoofdzin: zwak pronomen eliciteren.; In H, I, N, O, P: nagaan of dubbeling kan voorkomen na het voegwoord van vergelijking (ovvekik, ofmewij, ...).; Zin laten inspreken met 'hun' i.p.v. 'zij' als 'komt voor'-vraag; Als voegwoordvervoeging, afvragen zonder pronomen. vorm: Jullie gelove jammer genoeg niet dasse armer zijn as jullie
221 U gelooft dat Lisa even mooi is als Anna Subject hoofdzin: zwak pronomen eliciteren.; In H, I, N, O, P: nagaan of dubbeling kan voorkomen na het voegwoord van vergelijking (ovvekik, ofmewij, ...); Als voegwoordvervoeging voorkomt, ook afvragen zonder pronomen. vorm: U geloof niet dat Lisa mooier is as Anna.
222 Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn als Geert en Peter subject hoofdzin: zwak pronomen eliciteren;; Als voegwoordvervoeging voorkomt, ook afvragen zonder pronomen. vorm: Hij gelooft dat L en J sterker zijn dan G en P
222 Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn als Geert en Peter subject hoofdzin: zwak pronomen eliciteren;; Als voegwoordvervoeging voorkomt, ook afvragen zonder pronomen. vorm: as G en P
245 De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen 1 invullen bij ANTWOORD 1; 2 invullen bij ANTWOORD 2 komt voor (1) : n
komt voor (2): n
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: woavan de
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: die ze
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: wie ze
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: De bank woarzop zate is pas geverfd.
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : n
vorm: Dat is de man die ik denk die ze geroepe hebbe.
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : n
vorm: Dat is denk ik de man die ze geroepe hebbe.
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. komt voor : n
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen).
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt.
610 We konden nergens niet zitten in die volle zaal Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
611 We zullen nooit niet winnen van de sterkste man. Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
612 Ik heb niks niet gezien want ik sliep Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
613 Ik heb geen enkel boek niet gekocht want m'n geld was op Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
614 Jan rookt niet meer (VERTAAL) Vertaling bij VORM vorm: Jan rook nie meer
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. vorm: Zelfs hij kennet nie op losse
730 Hoe laat is dat eigenlijk? komt voor : n
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: we
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wij
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). komt voor : n
vorm: Weetje nog iets over et weer morgen?
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). komt voor : n
zin: Je weet wel daje slim genoeg ben.
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. komt voor : j
vorm: Hullie hebbe der niks mee te make.
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. vorm: mekoar
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) vorm: bij em
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : j
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : n
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : n
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
vorm: ofter
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
vorm: of datter een hond
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
vorm: ofter een hond
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : n
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM vorm: Asie vindt datjie gezond leeft leef dan gewoon zo verder.
751 Asse ze denken datte ze moeten gaan, dan gane ze maar (KOMT VOOR + VERTAAL). komt voor : n
vorm: Assjie denke datte ze motte goan dan goanze moar.
752 An ze denken dan ze moeten gaan, gaan ze maar komt voor : n
vorm: Assjie denke datte ze motte goan dan goanze moar.
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) vorm: As iederen dag de dokter mo kome
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) vorm: Astie een enkele keer gebeld moe worde
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) vorm: Assen enkele keer
755 Asse we horen datte we moeten gaan, gane we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
vorm: Aswe hore datwe moete goan dan goan we
756 An we horen dan we moeten gaan, gaan we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
vorm: Aswe hore datwe moete goan dan goan we
760 Asse jullie horen datte jullie nodig zijn, gane jullie meteen. komt voor : n
vorm: As jullie hore da jullie nodig zijn dan goan jullie meteen
761 An jullie horen dan jullie nodig zijn, gaan jullie meteen. komt voor : n
vorm: As jullie hore da jullie nodig zijn dan goan jullie meteen
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Assik goat
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan gaotik
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Asjie goat
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goaje
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: Asu goat
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: dan goatu
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Astie goat
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goatie
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Asse goat
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goatse
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Asset goat
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goatet
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: As we goan
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goan we
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: As jullie goan
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goan je
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goan jullie
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Asse goan
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goan ze
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM vorm: Goa direct weg
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM vorm: Goat direct weg
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingik
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingdie
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hij ging
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginget
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingze
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: wij ginge
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: ginge jullie
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge ze
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
vorm: Vertel eens wieder aan de deur was.
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: dieze
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: die et
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : n
vorm: dattie et verhaal verteld heef
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : n
vorm: Hij is bezig zen kapotte spulle weg te smijte.
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : n
vorm: Kben ete aan t koke
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : n
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : n
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : j
vorm: heel den dag
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : j
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : j
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : n
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : n
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : n
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : n
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: Jan liet zich mee drijve
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: Jan liet zeneige
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM vorm: Toon bekeek zeneige eens
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM vorm: zeneige
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM vorm: Jan die trok de deken noar zich toe