SAND-data Breskens (I108p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03116) vertaling: Jan erinnert s'n ein'n da ferhaal wel
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03115) vertaling: Jan herinnert zun eigen da ver(h)oal we
opm.: reflexief: z'n eigen
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03116) vertaling: M&P zien mekaore voo de kerke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03115) vertaling: Marie in Piet zien mekoare voo du kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03116) vertaling: Toon wast z'n eihn
opm.: reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03115) vertaling: toon wast zun eigen
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03116) vertaling: De timmerman ei giin spiekers bie 'm
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03115) vertaling: De timmerman ei geen spiekurs bie um
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03116) vertaling: Fons zag 'n slange naast 'm
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03115) vertaling: Fons zag un slange noast um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03115) vertaling: Erik liet mien voor um werkun
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03116) vertaling: Erik liet me voor 'm werk'n
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03116) vertaling: Johanna liet 'r eihn meedrieven op de holven
opm.: reflexief: haar eigen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03115) vertaling: Johanna liet ur meedriev'n op de holven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03116) vertaling: Toon bekeek z'n eihn is goed in de spiehl
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03115) vertaling: Toon bekeek zun eigun ees goed in de spieghul
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03115) vertaling: Jan ei in twi munuut nun biertju gedroenken
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03116) vertaling: Jan ei in twi menuutn 'n biertje hedroenken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03116) vertaling: deze schoen lwop'n makluk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03115) vertaling: Dezu schoe'n loop'n makkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03116) vertaling: E ken z'n eihn hoed
opm.: reflexief: z'n eigen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03115) vertaling: Edewaord ken zun eig'n goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03115) vertaling: Waard ei ghwoord da t'ur fotoos van zun eigen in d'etalaoge stoan
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03116) vertaling: W ei gworn dat er foto's van 'm in d' etalage staon
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03116) vertaling: die eppels schellen nie makluk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03115) vertaling: Die erpuls schel'n nie makkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03116) vertaling: di glas breekt a 't op de hroend valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03115) vertaling: Di glas breekt a't op de groont valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03116) vertaling: dokter, leev 'k we hezoond genoeg
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03115) vertaling: Dokter leev'ik we gezoond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03115) vertaling: A joarn leef 't ie van d'erfenisse van zun voader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03116) vertaling: a jaor'n leeft ie van den erfenis van z'n vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03115) vertaling: Leev ut nog?
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03116) vertaling: deze week leef s' op waoter in brwod
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03116) vertaling: leev 't nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03115) vertaling: Oe lange leev'n judder noe a van die erfenisse?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03115) vertaling: In Bretanje leev'n zie vooral van die visvangst
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03116) vertaling: hoelank leev'n judder noe a van dien erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03115) vertaling: Noa t eet'n goan'k sloapen
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03116) vertaling: in B leev'n ze vooral van de visfangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03116) vertaling: nao 't eet'n haon 'k slapen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03115) vertaling: Ie liet zun uus afbreek'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03115) vertaling: Zou ik da we kunn' doen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03116) vertaling: zou 'k da we kun'n doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03115) vertaling: Ie liet zun uus afbreek'n
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03116) vertaling: die liet z'n uus afbreek'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03115) vertaling: Ik weet 'n da Jan art moe kunn' werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03116) vertaling: ik weet'n da Jan hard moe kun'n werk'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03115) vertaling: Ik weet 'n da Jan art moe kunn' werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03116) vertaling: ik weet'n da Jan hard moe kun'n werk'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03115) vertaling: Ik weet 'n da Jan art moe kunn' werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03116) vertaling: ik weet'n da Jan hard moe kun'n werk'n
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03116) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03116) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03116) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03116) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03116) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03115) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03115) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03116) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03116) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03115) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03116) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03115) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03116) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03115) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03115) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03116) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03115) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03115) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03115) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03115) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03116) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03115) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03116) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03116) komt voor: j
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03116) komt voor: j
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03115) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03116) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03116) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03115) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03115) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03115) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03116) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03115) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03116) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03115) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03115) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03116) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03115) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03115) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03115) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03115) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03115) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03116) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03116) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03115) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03115) vertaling: Jan ei geeneen boek mee
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03116) vertaling: Jan ei gien boek mie
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03115) vertaling: Jan ei gien mee
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03116) vertaling: Jan ei gien boek mie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03116) vertaling: boek'n ei Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03116) vertaling: Jan ei nie fee held mie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03115) vertaling: Jan ei nie vee held mee
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03115) vertaling: Er mag geen mens over di probleem spreek'n
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03116) vertaling: d'r mag hien mens praten over di probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03116) opm.: komt niet voor
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03115) vertaling: Er mag geen mens over di probleem spreek'n
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03115) vertaling: geen mens zegt dat ie komt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03116) vertaling: hien mens zegt at ie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03115) vertaling: Zittien ier ergens muze
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03116) vertaling: zitten ie nerhens hien muuzn
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03115) vertaling: Ik geef niks an un ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03116) vertaling: ik heev'n niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03116) opm.: komt niet voor
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03115) vertaling: Geen mens wil werk'n
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03115) vertaling: Widder wisse'n nie dat ie tuus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03116) opm.: komt niet voor
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03116) opm.: komt niet voor
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03115) vertaling: Ik wis ut ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03116) opm.: komt niet voor
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03115) vertaling: Ie mag mi geen mens over de probleem spreek'n
000 (x05opm) (inf. 03116) opm. inf.: 2 keer 'niet' komt niet voor
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03115) vertaling: Jan weet dat ie voo drie uur de waogun moe hebben gemoakt
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03116) vertaling: Jan weet dat ie voo drie uur'n de waon hemaakt moed ein
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 2
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03115) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03116) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03115) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03116) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03116) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03115) vertaling: Marie eur auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03116) vertaling: Marie d'r auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03116) vertaling: Marie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03116) vertaling: Piet z'n auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03115) vertaling: Piet zun auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03116) vertaling: Piet z'n auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03115) vertaling: Die man zun auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03116) vertaling: die man z'n auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03116) vertaling: die man z'n auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03115) vertaling: Dien auto is nie van mien moa van im
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03116) vertaling: dien auto is nie van mie mao van em
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03116) vertaling: de krante van gisteren lig onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03115) vertaling: De krant van gister'n lig aonder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03115) vertaling: Jan is karlien in kristien udder broertje
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03116) vertaling: Jan is K&K udder broertje
opm.: twijfelgeval 'hun'
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03115) vertaling: Die joengers udder fietsen zu'n gestaoln
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03116) vertaling: die joenges udder fietsen zien hestool'n
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03116) vertaling: die zussen udder moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03115) vertaling: Die zussen udder moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03115) vertaling: dien auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03116) vertaling: dien auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03115) vertaling: Die fiets is van mie
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03116) vertaling: die fiets is fan mie
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03115) vertaling: Ik mag mie geen mens over dat probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03116) opm.: komt niet voor
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03116) opm.: komt niet voor
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03115) vertaling: Ik wil geen mens zeer doen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03116) opm.: komt niet voor
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03115) vertaling: Ut is jammer da widder nu maggen komm'
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03115) vertaling: Da goan ik nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03116) opm.: komt niet voor
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03116) opm.: komt niet voor
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03115) vertaling: Ik en nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03116) opm.: komt niet voor
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03115) vertaling: Nog moa pas oat ie ut verteld of M begon te schreeuwen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03115) vertaling: Goa die bestelling noe moar opoale
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03116) opm.: komt niet voor
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03116) opm.: komt niet voor
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03115) vertaling: Ie werkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03116) opm.: komt niet voor
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03115) vertaling: Ik verbied je om ier te komm'n
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03115) vertaling: jan verinderde da we M belden
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03116) opm.: komt niet voor
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03116) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03116) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03115) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03116) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03115) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03116) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03115) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03115) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03116) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03115) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03115) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03116) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03116) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03115) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03116) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03115) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03116) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03116) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03115) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03116) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03116) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03116) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03116) fragment: (gaan) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03115) fragment: komen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03116) fragment: (gaan) (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03115) fragment: a (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03116) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03115) fragment: a (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03115) fragment: komen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03116) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03115) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03115) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03116) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03116) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03115) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03116) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03115) fragment: om (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03116) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03116) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03115) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03116) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03116) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03116) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03116) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03116) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03115) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03116) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03116) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03115) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03116) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03116) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03116) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03116) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03116) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03116) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03115) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03116) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03116) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03116) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03116) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03116) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03115) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03115) fragment: maar (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03116) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03116) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03116) fragment: dat (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03115) fragment: daar (1)
opm.: twijfelgeval voegwoord na onderschikkend 'toen'
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03115) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03116) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03116) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03115) fragment: as of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03116) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03116) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03116) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03115) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03116) fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03116) vertaling: ik weetn da judder op gien mens boos zien
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03115) vertaling: Ik weet n da judder op geen mens kwoad zien
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03116) vertaling: ik weetn da z' op niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03115) vertaling: Els dienkt dad ut nie makkeluk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03116) vertaling: E dienkt da 't nie maklek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03115) vertaling: Ik weet'n dank te loate zien en hie nie
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03116) vertaling: ik weetn dan 'k te laote bin/zien in hie nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03115) vertaling: Je weet toch da je moe werk'n in ik nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03116) vertaling: je weet toch da hie moe werk'n in ik(ke) nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03115) vertaling: Iedereen dienkt da wudder noar uus goan en da zudder nog maggen bluuv'n
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03116) vertaling: iederjin dienkt an we naar uus haon in da zudder mahn bluuven
opm.: alleen vw. vervoeging 1.mv.
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03115) vertaling: Ut is jammer dat ie komt en da zudder weggoan
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03116) vertaling: 't is jammer dat ie komt in da sie weghaot
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03115) vertaling: ik dienken da Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03116) vertaling: ik dienk'n da Liesa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03115) vertaling: Ik dienken da P en L goan trrouwn'
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03116) vertaling: ik dienk dan P&L haon trouw'n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03115) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03116) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03116) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03116) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03115) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03115) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03116) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03115) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03116) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03116) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03115) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03115) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03116) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03116) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03116) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03115) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03116) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03115) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03116) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03115) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03116) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03115) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03116) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03115) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03116) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03115) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03116) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03115) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03116) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03115) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03116) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03115) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03116) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03115) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03116) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03115) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03116) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03115) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03116) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03116) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03115) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03116) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03116) fragment: waarvan dat de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03116) fragment: waarvan dat de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03115) fragment: waarvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03116) fragment: waarvan dat de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03116) fragment: waarvan of dat de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03115) fragment: waarvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03116) fragment: waarvan of dat de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03115) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03116) fragment: waarvan of dat de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03116) fragment: waar of (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03115) fragment: waar op (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03116) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03116) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03116) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03116) fragment: waar dat (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03116) fragment: waar dat (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03116) fragment: waar dat (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03116) fragment: waar of (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03116) fragment: waar of (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03116) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03116) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03116) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03115) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03115) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03116) fragment: die of dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03116) fragment: die of dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03116) fragment: die of dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03116) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03116) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03116) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03116) fragment: die of (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03116) fragment: die of (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03116) fragment: die of (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03115) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03116) fragment: waar of (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03116) fragment: waar of (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03116) fragment: waar of (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03115) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03116) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03116) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03116) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03116) fragment: waar dat (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03116) fragment: waar dat (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03116) fragment: waar dat (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03115) fragment: waar op (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03116) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03116) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03116) fragment: of dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03115) fragment: waar op (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03116) fragment: of dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03116) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03115) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03116) fragment: wat dat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03116) fragment: wat dat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03116) fragment: wat dat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03115) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03116) fragment: wat of (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03116) fragment: wat of (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03116) fragment: wat of (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03116) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03116) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03116) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03116) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03116) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03116) fragment: wat dat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03116) fragment: wat dat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03115) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03116) fragment: wat dat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03116) fragment: wat of (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03115) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03116) fragment: wat of (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03116) fragment: wat of (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03115) fragment: degene die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03116) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03116) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03116) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03116) fragment: wie dat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03115) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03116) fragment: wie dat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03116) fragment: wie dat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03115) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03116) fragment: wie of (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03115) fragment: degene die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03116) fragment: wie of (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03116) fragment: wie of (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03115) vertaling: Wat dienk ju wien ik in de stad ontmoet en
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03116) vertaling: wa denk je wien dan 'k in de stad gezien en
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03116) vertaling: oe dienk'n judder dat ze 't opgelost en
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03115) vertaling: Oe dienk'n judder da zu 't opgelost en
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03115) vertaling: Oe dienk ju da zu t opgelost en
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03116) vertaling: oe dienk je oe a ze 't opgelost en
opm.: twijfelgeval partiële WH-verplaatsing
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03115) vertaling: Magda weet nie wien amme will'n opbellen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03116) vertaling: M weet nie wien da me willen opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03116) vertaling: weet iemand wien of da me heroepen en
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03115) vertaling: Weet iemand wien of we gerook'n en?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03115) vertaling: Wie dienk ju da'n ik in de stad ontmoet en?
opm.: voegwoordvervoeging na dat + 1sg
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03116) vertaling: wien dienk je wien a 'k in de stad gezien en
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03116) vertaling: wien dienk je dan 'k in de stad gezien en
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03115) vertaling: Wien dienk ju dad ik in de stad ontmoet en
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03115) vertaling: Ie ei zun ann'n gewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03116) vertaling: die jei z'n an hewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03115) vertaling: Ie ei zun emde gewasse'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03116) vertaling: die jei z'n emde hewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03115) vertaling: Ie ei u oet op z'un ooft
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03116) vertaling: die jei un oed op z'n oofd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03115) vertaling: Ie ei un vuule plekke op zun emde
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03116) vertaling: die jei un vlekke op z'n emde
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03115) vertaling: Ie ei zun bjeen gebrook'n
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03116) vertaling: die jei z'n bien hebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03115) vertaling: Z'ei ur eign zeer gedoan
opm.: reflexief: haar eigen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03116) vertaling: z' ei t'r einn zier hedaan
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03115) vertaling: Marie trok dun deek'n noar er toe
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03116) vertaling: M trok de dekens naar d'r eihn toe
opm.: reflexief: haar eigen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03115) vertaling: Luc weet da ter fotoos van um te kwoop zien
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03116) vertaling: L weet dat 'r foto's van z'n eihn te koop zien
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03115) vertaling: Ju erinnert je toch we da we toen deu da bos gelopen zien?
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03116) vertaling: je weet toch we dan we toen deu da bos helopen zien
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03115) vertaling: Ik erinner n me dat dun auto van M kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03116) vertaling: ik weet nog dat 'n auto van Marie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03115) vertaling: Ze erinner'n zich dat ie zat t eet'n as un verken
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03116) vertaling: ze weet nog dat ie as 'n verken zat t' eten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03115) vertaling: We erinner'n oons we dad al Jan zun boek'n gestool'n woarn moa zudder erinner'n ut zich nie
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03116) vertaling: weten judder nog dan we Jan op de wart hezien en
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03115) vertaling: Erinner judder judder nog da we Jan op de mart gezien e
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03116) vertaling: die jei z'n eihn 'n oonheluk hewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03115) vertaling: Ie ei zun eigen un ongeluk guwerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03115) vertaling: Ie voeld'n zun eigen deu 't ies zakke'n
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03116) vertaling: die voelnde z'n einen deu 't ies zakken
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03116) vertaling: zout ie da kun doen en
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03116) vertaling: zout ie da kun doen en
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03116) vertaling: zout ie da kun doen en
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03115) vertaling: Zou tie da gukund en
opm.: d.a.v.
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03115) vertaling: Zou tie da gdoan en
opm.: d.a.v.
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03116) vertaling: zout ie da kun hedoan en
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03116) vertaling: zout ie da kun hedoan en
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03116) vertaling: zout ie da kun hedoan en
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03115) vertaling: Zou tie da gdoan en
opm.: d.a.v.
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03116) vertaling: zout ie da hedoan kun en
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03116) vertaling: zout ie da hedoan kun en
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03116) vertaling: zout ie da hedoan kun en
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03115) vertaling: Zou tie da gukund en
opm.: d.a.v.
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03115) fragment: gukund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03116) fragment: hekun (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03116) fragment: hedoan (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03115) fragment: gudoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03115) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: dav
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: dav
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: dav
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03115) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: dav
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03115) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03116) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03115) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03116) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03115) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03116) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03115) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03116) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03115) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03116) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03115) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03116) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03115) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03116) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03115) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03116) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03115) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03116) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03116) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03115) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03116) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03115) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03116) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03115) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03116) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03115) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03116) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03115) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03116) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03115) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03116) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03115) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03116) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03115) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03116) vertaling: Marie al d'r koeien zien/bin verdroenken bie d' overstromieng
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03115) vertaling: M al eur koei'n zien verdroenken bi d'ooverstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03116) vertaling: Marie al d'r koeien zien/bin verdroenken bie d' overstromieng
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03115) vertaling: M al eur koei'n zien verdroenken bi d'ooverstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03116) vertaling: kaas maken weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03115) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03116) vertaling: kaas maken weet ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03116) vertaling: Jan bin 'k mee nao de mart geweest
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03116) vertaling: Jan bin 'k mee nao de mart geweest
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03115) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03115) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03116) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03116) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03115) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03116) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03115) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03116) vertaling: de dien zou ik nie durven opeetn
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03115) vertaling: de diee zou ik nie durv'n opeet'n
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03115) vertaling: de diee zou ik nie durv'n opeet'n
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03116) vertaling: de dien zou ik nie durven opeetn
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03116) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03115) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03115) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03116) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03115) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03116) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03115) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03116) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03116) vertaling: die dee z'n einen voo dat ie net uut z'n bed kwam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03115) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03116) vertaling: die dee z'n einen voo dat ie net uut z'n bed kwam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03115) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03116) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03115) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03116) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03116) vertaling: in die tied leefden ik erop los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03116) vertaling: levenden ik
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03115) vertaling: In dien tied leev'de ik er moar op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03116) vertaling: levenden ik
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03116) vertaling: in die tied leefden ik erop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03116) vertaling: vroeger leevden ie as een biest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03116) vertaling: vroeger leevden ie as een biest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03116) vertaling: levenden ie
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03115) vertaling: Vroeger leev'd'n ie as een beeste
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03116) vertaling: levenden ie
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03115) vertaling: Doa leev'd'n wudder as god in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03116) vertaling: leevden we
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03116) vertaling: dao levenden we as God in Frnakriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03116) vertaling: dao levenden we as God in Frnakriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03116) vertaling: leevden we
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03116) vertaling: hien mens mag 't zien dus ik vin da hie 't ook nie mag zien
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03115) vertaling: Geen mens mag ut zien dus ik vinn'n da jie hie ut ook nie mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03116) vertaling: 't gebeurde toen a j' weggieng
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03115) vertaling: Ut gebeurd'n toe a ju wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03115) vertaling: Ik weet'n woar ju geboorn ziet
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03116) vertaling: ik weetn waar a j' heboren bin / ziet
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03116) vertaling: noe a j' klao bin / ziet, mag je haan
opm.: nu als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03115) vertaling: Noe ju kloa ziet mag je goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03116) vertaling: deur a Marie overleein was, eit er Anna nie meer kunnen elpen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03115) vertaling: Deu da M overlee'n was, ei eur man Annoa nie mee kunn'n elpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03115) vertaling: Ik weet'n da tie is goan zwemm'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03115) vertaling: ik weet'n da't goan zwemm'n is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03116) vertaling: ik weetn a tie haan zwemmen is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03115) vertaling: ik weet'n da't goan zwemm'n is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03115) vertaling: Ik weet'n da tie is goan zwemm'n
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 2
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 2
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03115) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03116) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03115) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03116) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03115) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03116) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03115) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03116) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03116) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03115) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03116) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03115) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03115) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03116) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03116) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03115) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03116) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03115) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03116) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03115) vertaling: Mie zukk'n weer kun ju nie vee doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03115) vertaling: Mie zukk'n weer kun ju nie vee doen
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03116) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03115) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03116) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03115) vertaling: Ik will'n um nooijt mee zien,omdatie m'n ei bedroog'n
komt voor: j
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03116) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03115) vertaling: Ik will'n um nooijt mee zien,omdatie m'n ei bedroog'n
komt voor: j
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03116) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03115) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03115) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03116) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03116) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03115) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03116) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03115) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03115) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03116) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03116) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03115) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03116) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03115) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03116) fragment: die of (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03116) fragment: die of (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03116) fragment: die of (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03116) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03116) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03116) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03115) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03116) fragment: die a (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03116) fragment: die a (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03116) fragment: die a (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03116) fragment: die a (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03116) fragment: die a (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03116) fragment: die a (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03116) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03116) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03116) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03116) fragment: die of (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03115) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03116) fragment: die of (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03116) fragment: die of (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03115) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03115) fragment: dat ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03115) fragment: dat ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03116) komt voor: n
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03115) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03116) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03116) fragment: die an (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03116) fragment: die an (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03116) fragment: die an (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03116) fragment: waar dat (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03116) fragment: waar dat (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03116) fragment: waar dat (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03115) fragment: waar over (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03116) fragment: waar of (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03116) fragment: waar of (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03116) fragment: waar of (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03115) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) fragment: die af (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging ('wien')
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) fragment: die af (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging ('wien')
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) fragment: die af (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging ('wien')
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging ('wien')
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging ('wien')
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging ('wien')
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) fragment: wien da (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging ('wien')
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) fragment: wien da (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging ('wien')
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) fragment: wien da (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging ('wien')
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03115) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03115) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03115) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03116) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03115) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03116) fragment: dat of (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03116) fragment: dat of (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03116) fragment: dat of (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03116) fragment: dat a (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03116) fragment: dat a (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03116) fragment: dat a (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03116) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03116) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03116) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03116) fragment: dia (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03116) fragment: dia (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03115) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03116) fragment: diej a (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03116) fragment: diej a (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03116) fragment: diej a (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03116) fragment: diej of (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03116) fragment: diej of (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03116) fragment: diej of (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03116) fragment: dia (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03116) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03116) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03116) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03116) fragment: dad of (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03115) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03116) fragment: dad of (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03116) fragment: dad of (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03116) fragment: dat a (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03116) fragment: dat a (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03116) fragment: dat a (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03116) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03116) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03116) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03116) fragment: diej of (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03116) fragment: diej of (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03116) fragment: diej of (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03115) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03116) fragment: diej a (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03116) fragment: diej a (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03116) fragment: diej a (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03115) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03116) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03115) vertaling: P dienkt da J in M op geen mens kwoad zie'n
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03115) vertaling: P dienkt da J in M op geen mens kwoad zie'n
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03116) vertaling: Piet dient a Jan en Marie op gien mens boos zien
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03116) vertaling: Piet dient a Jan en Marie op gien mens boos zien
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03116) vertaling: Wim dienkt a me nooit gin mens un pries heven
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03115) vertaling: Wien dienkt da we geen mens ooit ien pries geev'n
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03115) vertaling: t is woa da zu nie mi M maggen proaten
opm.: twijfelgeval bereik
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03116) vertaling: 't is wao da ze nie mie M meuhen praten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03116) vertaling: 't is wao da ze nie mie M meuhen praten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03116) vertaling: nergens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03115) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03115) vertaling: geen mens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03116) vertaling: hien mens
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03116) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03115) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03116) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03115) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03116) vertaling: hien
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03115) vertaling: geen enkele
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03115) vertaling: Zegt um nie dan'k noa buutn bin gewist
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03116) vertaling: zeg nie teen em dan 'k nao buuten hewist ben / zien
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03115) vertaling: Nie verteln da je un kadoo voor um ei gekocht oor
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03116) vertaling: nie verteln da j' un kado voor 'm hekocht eit, wi
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03115) vertaling: Weet je nie dat ie gevallen is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03116) vertaling: weet je nie dat ie hevaaln is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03115) vertaling: W probeerde om geen mens zeer te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03116) vertaling: W probeernde om hien mens zier te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03116) vertaling: 't schient da ze niks mag eten
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03115) vertaling: Ut schient da ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03115) vertaling: Zu schien niks te maggen eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03116) vertaling: ze schien niks te mahen eetn
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03115) vertaling: Zu probeer'n al eel den dag om mekoare op te bell'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03116) vertaling: ze probeern a den jille dag om mekaar op te beln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03116) vertaling: 't beloof weer un mooie dag te worn
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03115) vertaling: Ut belooft weer un mooie dag te woor'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03115) vertaling: t Is meschien beter om nog even te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03116) vertaling: 't is misschien beetr om nog e evn te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03115) vertaling: Weoan ut geluk om um direkt trug te vinn'
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03116) vertaling: m' oan 't geluk om 'm drekt terug te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03115) vertaling: As doendersun valk zien zin zu bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03116) vertaling: a t' oenders un valke zien zien ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03115) vertaling: A me d erpels nie kunn' verkoopn' zitten me in de probleemn'
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03116) vertaling: a me d' eppels nie kunn verkopen zitn w' in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03116) vertaling: a judder 'm nie meenemen wor 'k kwaad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03115) vertaling: An judder um nie meeneemn' woor ik kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03115) vertaling: Ie wist ut
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03116) vertaling: die wist 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03115) vertaling: Op di fjeest woor vee gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03116) vertaling: op die fieste wordt er vee hedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03116) vertaling: nu wordt er allien noh mao brood verkocht in de winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03115) vertaling: Noe woor t ur alleenig nog moa brood verkocht in die wienkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03115) vertaling: A 't'ie mi de fiets komt zat'ie we loate zie'n
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03116) vertaling: at ie mie de fiets komt zat ie we late zien
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03115) vertaling: Aje tied eit kom tan is an kjee langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03116) vertaling: a j tied eit komt tan is un kjirtje langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03116) vertaling: a 'k rieke bin koop 'k un dier'n auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03115) vertaling: An ik rieke zie 'n kwoop ik un dieren auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03116) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03115) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03115) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03116) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03116) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03115) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03116) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03115) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03115) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03116) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03116) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03115) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03116) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03115) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03115) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03116) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03116) vertaling: 'k ein 'm 't gegeven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03116) vertaling: 'k ein 'm 't gegeven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03115) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03116) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03115) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03116) vertaling: M ei hezeit da hie ei geprobeerd om 'n vesje te zieng
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03116) vertaling: M ei gezeid da gie geprobeerd eit 'n vesje te ziengen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03115) vertaling: M ei gezeid da jij ei geprobeerd un leidje te ziengen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03116) vertaling: M ei gezeid da gie geprobeerd eit 'n vesje te ziengen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03115) vertaling: M ei gezeid da jij ei geprobeerd un leidje te ziengen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03115) vertaling: Marie ei gezied da jij geprobeerd eit un liedje te ziengen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03116) vertaling: M ei hezeit da hie ei geprobeerd om 'n vesje te zieng
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03115) vertaling: Marie ei gezied da jij geprobeerd eit un liedje te ziengen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03116) vertaling: ... heprobeerd eit eur 'n boek te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03115) vertaling: M ei gezeid da jij ei geprobeerd eur un boek te geev'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03116) vertaling: Marie ei gezeid da gie eur ei geprobeerd een boek te heeven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03116) vertaling: Marie ei gezeid da gie eur ei geprobeerd een boek te heeven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03116) vertaling: ... heprobeerd eit eur 'n boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 3
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03115) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03116) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03116) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03115) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03115) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03116) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03115) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03116) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03115) vertaling: die van de stad, die en ier vee uuz'n geboud
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03116) vertaling: diej uut de stad diej ein ier veel uuzn hebouwd
opm.: twijfelgeval N-ellipsis met 'die' + 'van'-PP
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03116) vertaling: an die nieuwe vaort dao zie j' hin mens mie
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03115) vertaling: An die nieuw vaart, doao zie je geen mens mee
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03115) vertaling: Gisteren is Jan ier geweest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03116) vertaling: histeren is Jan ier hewist
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03115) vertaling: Du dag da Jan belde was ik nie tuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03116) vertaling: de dag da Jan hebeld eit was 'k nie tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03116) vertaling: Jef die zou 'k nooit uutnodihen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03115) vertaling: Jef (Sjef) die zou ik noojt uutnodigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03115) vertaling: Marie, die zou zoiets nooijt doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03116) vertaling: M die zou zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03115) vertaling: Bert, die drienkt wel is un glas te vele
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03116) vertaling: B die drienkt wel is 'n hlas tevee
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03116) vertaling: M die zou 'k wel is bie mie tuus wil'n uutnodhen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03115) vertaling: Martoa, die zou ik wel is bie mien tuus wiln uutnodig'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03115) vertaling: Dad uus, da zou nooijt wiln kwoop'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03116) vertaling: did uus da zou 'k nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03115) vertaling: Dad uus, da stoat doar a fuuftig joar
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03116) vertaling: dad uus da staat daar a fuuftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03116) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03116) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03116) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03116) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03116) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03116) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03116) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03116) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03116) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03116) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03115) vertaling: Ei Gunther gebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03116) vertaling: ei G hebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03115) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03116) vertaling: pa op hé
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03116) vertaling: 't was mao net goed (genoeg)
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03115) vertaling: t was moa net genoegd
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03115) vertaling: Marjo ei noe meer koejun dan zu vroeger oa
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03116) vertaling: M ei noe mier koeien dan a ze vroeger ao
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03115) vertaling: As Suzanne ao kunn komme'n dan oa zu da gedoan
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03116) vertaling: a S kunn komn dan a ze da gedaan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03115) vertaling: Zu is du beste doktur die an ik kenn
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03116) vertaling: zie is de beste dokter die an 'k ken
opm.: voegwoordvervoeging
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03115) vertaling: Voo da ju iets weggoijt moe ju eve'n bell'n
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03116) vertaling: voor a j' iest weghoit, moe j' eeven beln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03115) vertaling: Ier is allus wad ank gekregun en
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03116) vertaling: ier is alles wa 'k hekregen en
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03115) vertaling: Jan is tu gierig om iets an zun kinders te geev'n
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03116) vertaling: Jan is te hierig om wad an z'n kinders te heven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03115) vertaling: As of gie iets van vootballen weet!
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03116) vertaling: asof en ie iets van voetbaln weet
opm.: twijfelgeval negatiepartikel in 'alsof'-exclamatie (eventueel pers.vnw.3.ev.mann)
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03115) vertaling: Leg da boek neer!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03116) vertaling: legt ta boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03115) vertaling: A ju echt nie kun wat's kom dan moa
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03116) vertaling: a j' echt nie kan wachten komt tan mao
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03115) vertaling: Ik weet'n da Jan dun doktur oa kunn' roepe'n
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03116) vertaling: 'k weetn da J de dokter kunn roepen ao
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03115) vertaling: Ik weet's da Jan dun doktur kon geroep'n en
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03116) vertaling: 'k weetn da Jan de dokter kon geroepen en
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03115) vertaling: Ie zei dat ik u oa moet'n doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03116) vertaling: die zoi dan 'k 't ao moeten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03115) vertaling: Ie zei dad ik ut most gedoan en
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03116) vertaling: die zei da 'k het most hedoan en
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03115) vertaling: Ie is de voorigu deu dokteur Mertens geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03116) vertaling: die is vorege weke deu dokter M huppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03115) vertaling: Ie woor mrogun deu dokter M opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03116) vertaling: die wor morhen deu dokter M hoppereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03116) vertaling: ik dienken da j' vee weg zou moeten hooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03115) vertaling: Ik dienk'n da ju vee weg zou moet'n gooijen
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03115) vertaling: Ik dienk'n da ju vee weg zou moet'n gooijen
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03116) vertaling: ik dienken da j' vee weg zou moeten hooien
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03115) positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03116) vertaling: 't is dom om zukke diere dieng weg te hooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03116) vertaling: 't is dom om zukke diere dieng weg te hooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03116) vertaling: die is alle kapotte spullen an 't wegwoin
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03115) positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03116) vertaling: die is alle kapotte spullen an 't wegwoin
positie: 1,2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03115) vertaling: Ik vinn da ju voaker du krante zou moet'n leez'n
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03116) vertaling: 'k vin dat j' mier (de) krant zou moeten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03115) vertaling: Ik vinn da ju voaker du krante zou moet'n leez'n
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03116) vertaling: 'k vin dat j' mier (de) krant zou moeten lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03116) vertaling: 't is dom om in 't donker (de) krante te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03115) vertaling: du krante
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03116) vertaling: 't is dom om in 't donker (de) krante te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03115) vertaling: du krante
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03115) vertaling: aan het kranten lezen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03116) vertaling: die is den jille dag de krant aan 't leze
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03115) vertaling: aan het kranten lezen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03116) vertaling: die is den jille dag de krant aan 't leze
positie: 1,2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03115) fragment: deu (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03116) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03115) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03116) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03116) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03115) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03115) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03116) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03115) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03116) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03116) vertaling: R ei jin hroen appel wegheheven in noe eit ie d'r nog twi roeie
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03115) vertaling: R ei een groenen appel wegugeev'n in noe ei tie dur nog tw rooije
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03115) vertaling: Doa waorn' vee mensun op du fjeeste
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03116) vertaling: dao waren vee mensen op 't fiste
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03116) vertaling: waren d'r vee mensen op 't fiste
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03115) vertaling: Woarn dur vee mensen op du fjeeste
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03115) vertaling: Wad ei ju voo boek'n gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03115) vertaling: Wad ei ju voo boek'n gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03116) vertaling: wa foo boeken ei j' hekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03115) vertaling: Wa voa boeken ei ju gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03116) vertaling: wa foo boeken ei j' hekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03116) vertaling: wad ei j' voo boeken hekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03115) vertaling: Wa voa boeken ei ju gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03116) vertaling: wad ei j' voo boeken hekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03115) vertaling: Ie weun bie Marietje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03116) vertaling: die weun bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03116) vertaling: die weun bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03115) vertaling: Ie weun bie Willem
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03115) vertaling: Loop eev'n noa du bakker W
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03116) vertaling: loop eevn naa de bakr, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03115) vertaling: Wien ei ju gezien
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03116) vertaling: wie ei j' hezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03116) vertaling: wie ei joe gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03115) vertaling: Wien ei joe gezien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03115) vertaling: Oan k da da geweet'n dan oank ut nie gedoan
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03116) vertaling: aon 'k da geweten dan aon 'k nie gedaan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03115) vertaling: t zou beter zien om nog eev'n te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03116) vertaling: 't zou beter zien om noh even te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03116) vertaling: helukkig ao Jan de dokter hebeld in die was t'r a hauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03115) vertaling: Gulukkig oa Jan du'n dokter gubeld in die wat tur al eel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03115) vertaling: Loop noe toch deu, verveelnde joengen!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03116) vertaling: lwop noe toch deu aaklehe joengers
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03115) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03116) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03115) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03115) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03115) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03116) komt voor: j
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03116) gebr.: 2
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03115) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03115) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03116) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03116) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03115) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03116) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03115) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Breskens

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Breskens