SAND-data Cadzand (I103p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03111) vertaling: Jan weet da verhaal nog we
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 04191) vertaling: Jan ei dà verhaol wè mêê g'ôôrd
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03111) vertaling: ulder
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 04191) vertaling: Marie en Piet zien mekaore voo de kèrke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03111) vertaling: mekaere
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03111) vertaling: mekaere
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03111) vertaling: mekaere
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03111) vertaling: M&P zien malkander voo de kerke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03111) vertaling: M&P zien malkander voo de kerke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03111) vertaling: M&P zien malkander voo de kerke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03111) vertaling: ulder
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03111) vertaling: ulder
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 04191) vertaling: Toon wast z'n eigen
opm.: reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03111) vertaling: T (die) was z'n eigen
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03111) vertaling: de timmerman ei hun spielers bie um
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 04191) vertaling: De timmerman ei gêên spiekers bie em
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 04191) vertaling: Fons zag een slange naost em
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03111) vertaling: F zag een slange naaste um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 04191) vertaling: Erik liet mien voor 'm wèrken
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03111) vertaling: E liet mien voo em werk'n
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03111) vertaling: J liet eur eihen meedrieven op de holven
opm.: reflexief: haar eigen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 04191) vertaling: Johanna liet eur meedrieven op de golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 04191) vertaling: Toon bekeek z'n eigen 'n kêê goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03111) vertaling: T bekeek zun eihen een kee hoed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 04191) vertaling: Jan ei in twè menuten 'n biertje gedronken
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03111) vertaling: J ei in twee menuten een biertje hedronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03111) vertaling: deze schoenen lopen lekker
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 04191) vertaling: Deze schoen'n lôpen makkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 04191) vertaling: Eduard kèn z'n eigen goed
opm.: reflexief: z'n eigen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03111) vertaling: E ken z'n eihen hoed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 04191) vertaling: Ward ei g'ôrt dat 'r foto's van z'n eig'n in de etalage staon
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03111) vertaling: W ei hoorn dat er foto's van z'n eigen in de wienkel staan
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03111) vertaling: die eerpels schelln nie zo makkelijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 04191) vertaling: Die èrpels schell'n nie makkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 04191) vertaling: Di glas breekt as 't op de groond valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03111) vertaling: di hlas breekt as 't op de hrond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03111) vertaling: doktr leef 'k we hezoend henoeg
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 04191) vertaling: Dokter, leef ik wè gezoond genoegt
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 04191) vertaling: À jaoren leeft ie van de erfenisse van z'n vaoder
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03111) vertaling: a jaarn leeft ie van d' erfenis van z'n vaoder
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03111) vertaling: deze weeke leef zie op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 04191) vertaling: Deze weke leef zie op waeter en brôôd
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03111) vertaling: leeft et nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 04191) vertaling: Leeft 't nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03111) vertaling: oelange leven julder noe a van die erfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 04191) vertaling: Oe lange leven judder à van die erfenisse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03111) vertaling: in B leven ze vooral van visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 04191) vertaling: In Bretagne leven ze 't mêêst van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03111) vertaling: naa 't eten haan 'k slaupen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 04191) vertaling: Nao 't eten gaon 'k gaon slaepen
opm.: dubbel gaan
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03111) vertaling: zou 'k da we kunn doen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 04191) vertaling: Zou 'k dà wè kunnen doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03111) vertaling: ie liet z'n uus afbreken
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 04191) vertaling: Ie liet z'n uus afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03111) vertaling: 'k weet da Jan ard moe kunn werkn
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03111) vertaling: 'k weet da Jan ard moe kunn werkn
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 04191) vertaling: Ik weet dà Jan ard moe kunnen wèrken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03111) vertaling: 'k weet da Jan ard moe kunn werkn
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 04191) vertaling: Ik weet dà Jan ard moe kunnen wèrken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 04191) vertaling: Ik weet dà Jan ard moe kunnen wèrken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03111) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 04191) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03111) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 04191) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03111) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 04191) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03111) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 04191) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 04191) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03111) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03111) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 04191) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03111) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 04191) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03111) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 04191) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 2
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03111) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 2
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 1,2
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 1,2
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 04191) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03111) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 04191) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03111) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 04191) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03111) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 04191) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 04191) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03111) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03111) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 04191) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03111) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 04191) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 04191) komt voor: n
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03111) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03111) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 04191) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03111) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 04191) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03111) komt voor: n
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 2
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 04191) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03111) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03111) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 04191) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03111) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 04191) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 04191) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03111) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 04191) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03111) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 4,5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 4,5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 04191) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03111) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03111) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 04191) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03111) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 04191) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03111) komt voor: n
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 04191) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03111) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03111) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 04191) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 04191) vertaling: Jan ei gêên boek mêê (komt niet voor)
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03111) vertaling: Jan ei heen boek mee
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 04191) opm.: 'zie boven'
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03111) vertaling: boeken ei Jan nie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 04191) vertaling: Boeken ei Jan gêên
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 04191) vertaling: Jan ei nie vee geld mêê
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03111) vertaling: Jan ei nie vee held mee
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 04191) vertaling: D'r mag gêên mens praot'n over dì probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03111) vertaling: er mag heen mens praten over di probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 04191) opm.: 'zie boven'
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03111) vertaling: heen mens zegt dat ie komt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 04191) vertaling: Gêên mèns zegt dà't ie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 04191) vertaling: Bin d'r ier èrgens muzen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03111) vertaling: zitten ier erhens muuz'n
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 04191) vertaling: Ik geef niks an 'n ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03111) vertaling: 'k heef niks an en ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 04191) vertaling: Gêên mèns wil wèrken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03111) vertaling: heen mens wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 04191) vertaling: Wudder wisten nie dà't ie tuus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03111) vertaling: wulder wist'n nie dat ie tuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 04191) vertaling: Ik wist 't ook nie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03111) vertaling: 'k wist et ook nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 04191) vertaling: Ie mag mee gêên praot'n over dà probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03111) vertaling: ie mag mie heen mens praotn over da probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 04191) vertaling: Jan weet dà tie voo drie uur de waogen gemaokt moet èw
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03111) vertaling: J weet dat ie voo drie uurn de wann hemaakt moed en
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 1,2
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 1,2
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 04191) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 04191) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 3
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 04191) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03111) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03111) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 04191) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03111) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 04191) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03111) vertaling: Maries auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 04191) vertaling: D'n auto van Marie is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 04191) vertaling: Marie d'r auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03111) vertaling: Marie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03111) vertaling: Piet z'n auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 04191) vertaling: Piet z'n auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03111) vertaling: Piet z'n auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 04191) vertaling: Piet z'n auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 04191) opm.: 'geen'
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03111) vertaling: die man z'n auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03111) vertaling: die man z'n auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 04191) vertaling: Die man z'n auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03111) vertaling: dien auto is nie van mien maa van em
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 04191) vertaling: Dien autp is nie van mien mao van 'em
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03111) vertaling: de krante van histern lig oender de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 04191) vertaling: De krante van gisteren ligt oonder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03111) vertaling: Jan is 't broertje van K&K
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 04191) vertaling: Jan is Karolien en Kristien udder broertje
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03111) vertaling: die joengs ulder fietsen zin hestoolen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 04191) vertaling: Die joengens udder fietsen bin gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03111) vertaling: de zussen ulder moeder is op visite
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 04191) vertaling: Die zussen d'r moeder is op versite
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03111) vertaling: dien auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 04191) vertaling: Dien auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03111) vertaling: dee fiets da 's de mien
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 04191) vertaling: Die fiets is de mienen
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 04191) vertaling: Ik mag mee gêên mèns praot'n over di probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03111) vertaling: ie mag mie heen mens praten over di probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03111) vertaling: 'k wil heen mens zeer doen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 04191) vertaling: Ik wil gêên mèns kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 04191) vertaling: Het is jammer dà me nie meugen komm'n
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03111) vertaling: 't is jammer dan we nie meuhen kom'n
opm.: voegwoordvervoeging
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03111) vertaling: da gaan 'k nie doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 04191) vertaling: Dà gao 'k nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03111) vertaling: 'k en nie hewerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 04191) vertaling: Ik êê nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 04191) vertaling: Nog mao pas àd ie 't vertèld of Marie begon te schrêêuwen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03111) vertaling: ie aa 't nog ma pas verteld of Marie behon te schreeuw
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03111) vertaling: gaat die bestelling ma drekt opaaln
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 04191) vertaling: Gao die bestelling nou mao op'aolen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03111) vertaling: ie werkt nie
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 04191) vertaling: Ie werkt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 04191) vertaling: Ik verbiej het joe om 'ier te komm'n
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03111) vertaling: 'k wiln da ier nie komt
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03111) vertaling: Jan e hemaakt da we Marie nie kom beln
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 04191) vertaling: Jan liet nie deu dà me Marie bèlden
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 04191) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 04191) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: voo (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 04191) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: voo (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 04191) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: voo (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03111) fragment: voo (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 04191) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03111) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 04191) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 04191) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03111) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03111) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 04191) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03111) fragment: - (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03111) fragment: voo te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03111) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 04191) fragment: van 't (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03111) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03111) fragment: voo te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03111) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 04191) fragment: À (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 04191) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03111) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03111) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 04191) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03111) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 04191) fragment: À (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03111) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 04191) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03111) fragment: - (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 04191) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 04191) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03111) fragment: - (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03111) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 04191) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03111) fragment: at / als / as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03111) fragment: da (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03111) fragment: da (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03111) fragment: at / als / as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 04191) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03111) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 04191) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03111) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03111) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03111) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 04191) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03111) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03111) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03111) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03111) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03111) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 04191) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 04191) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03111) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03111) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03111) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03111) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 04191) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03111) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03111) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03111) fragment: an (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 04191) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03111) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03111) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 04191) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03111) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03111) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03111) fragment: als / at (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03111) fragment: als / at (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03111) vertaling: 'k weet dan julder op heen mens boos zien
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 04191) vertaling: Ik weet dà judder op gêên mèns bôôs zien
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03111) vertaling: 'k weet da zie nie verwand is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 04191) vertaling: Ik weet dà zie op niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03111) vertaling: E dienkt da 't nie makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 04191) vertaling: Els dienkt dà't nie makkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03111) vertaling: 'k weet da 'k te late z'n ma jie nie
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 04191) vertaling: Ik weten dàt ik te laote zien in gie nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03111) vertaling: je weet toch da jie moe werken in ikke nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 04191) vertaling: Je weet toch dàj gie moet wèrken in ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03111) vertaling: allemaal dienken ze dan wulder naar uus haan en da zulder nog meuhen bluvn
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 04191) vertaling: Alle mèns'n dienken dà me naor uus gaon in dà zudder nog meugen bluven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 04191) vertaling: 't Is jammer dat ie komt in dà zie weggaot
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03111) vertaling: 't is jammer dat ie komt en da zie weggaat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03111) vertaling: 'k dienken da Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 04191) vertaling: Ik dienken dà Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03111) vertaling: 'k dienkn da P&L gaan trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 04191) vertaling: Ik dienken dà Pieter in Liesje gaon trouw'n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 04191) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03111) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03111) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 04191) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 04191) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03111) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 04191) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03111) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03111) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 04191) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 04191) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03111) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 04191) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03111) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03111) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 04191) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 04191) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03111) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 04191) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03111) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 04191) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 04191) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 04191) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03111) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 04191) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 04191) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 04191) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 04191) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 04191) vertaling: De lampe bràn nie mêê
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 04191) vertaling: De lampe bràn nie mêê
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03111) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03111) vertaling: dans Marie iederen avond
komt voor: j
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 04191) vertaling: Danst Marie elken aovend
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03111) vertaling: dans Marie iederen avond
komt voor: j
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03111) vertaling: doe (noe) Marie ieder'n avond dansen
komt voor: j
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03111) vertaling: doe (noe) Marie ieder'n avond dansen
komt voor: j
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03111) vertaling: dans Marie iederen avond
komt voor: j
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 04191) vertaling: Danst Marie elken aovend
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03111) vertaling: doe (noe) Marie ieder'n avond dansen
komt voor: j
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03111) vertaling: doe it brood even snien
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03111) vertaling: snie 't brood even
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03111) vertaling: snie 't brood even
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 04191) vertaling: Sniej 't brôôd êêns even
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03111) vertaling: doe it brood even snien
opm.: zeldzaam; beter zonder 'doen'
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 04191) vertaling: Sniej 't brôôd êêns even
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 04191) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03111) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03111) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03111) fragment: die a zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03111) fragment: die a zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 04191) fragment: waorop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03111) fragment: wao (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03111) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 04191) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03111) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03111) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 04191) fragment: waer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03111) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 04191) fragment: waer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 04191) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 04191) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03111) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03111) fragment: wad (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 04191) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03111) fragment: die a (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 04191) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 04191) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03111) fragment: waa(r) (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03111) fragment: da(n) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 04191) fragment: dà (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 04191) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03111) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03111) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03111) fragment: dan (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03111) fragment: dan (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 04191) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03111) fragment: wa(t) (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03111) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03111) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03111) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03111) fragment: wie a (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03111) fragment: wie a (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03111) fragment: wie a (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 04191) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03111) fragment: die a (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03111) fragment: die a (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03111) fragment: die a (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03111) vertaling: wie dienk je dan 'k in de stad tehenhekommen zien
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 04191) vertaling: Wien dienke gie dàt ik in de stad ontmoet èn
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03111) vertaling: oe dienken julder da ze 't opgelost en
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 04191) vertaling: Oe dienken judder dà ze 't èn opgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 04191) vertaling: Oe dienk je dà ze 't èn opgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03111) vertaling: oe dienk jie da ze 't opgelost en
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03111) vertaling: Magda weet nie wie wulder wiln opbeln
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 04191) vertaling: Magda weet nie wien wudder opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03111) vertaling: weet iemand wie an wulder heroepen en
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 04191) vertaling: Weet iemand wien wudder geropen èn
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03111) vertaling: ... wie an 'k in de stad tehenhekommen zien
opm.: twijfelgeval partiële WH-verplaatsing
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 04191) vertaling: Wie dienke gie dàt ik in de stad ontmoet èn
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03111) vertaling: wien dienk je wien 'k in de stad hezien en
opm.: twijfelgeval partiële WH-verplaatsing
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03111) vertaling: wien dienk je wien 'k in de stad hezien en
opm.: twijfelgeval partiële WH-verplaatsing
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03111) vertaling: ... wie an 'k in de stad tehenhekommen zien
opm.: twijfelgeval partiële WH-verplaatsing
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03111) vertaling: wie dienk je dan 'k in de stad hezien en
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03111) vertaling: ... tehenhekommen zien
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03111) vertaling: ... tehenhekommen zien
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 04191) vertaling: Wie dienke gie dàk ik in de stad ontmoet èn
opm.: 'idem'
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03111) vertaling: wie dienk je dan 'k in de stad hezien en
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 04191) vertaling: Ie eit z'n 'ande'n gewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03111) vertaling: ie ei z'n anden hewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03111) vertaling: ie ei z'n emde hewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 04191) vertaling: Ie ei z'n èmde gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 04191) vertaling: Ie ei 'n 'oed op 't ôôfd
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03111) vertaling: ie ei een oed op z'n oofd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 04191) vertaling: Ie ei 'n vlekke op z'n èmde
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03111) vertaling: ie ei een vlekke op z'n oofd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 04191) vertaling: Ie ei z'n bêên gebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03111) vertaling: ie ei z'n been hebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03111) vertaling: z' eit 'r eigen zeer hedaan
opm.: reflexief: haar eigen reflexief: haarzelf
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 04191) vertaling: Ie ei z'n eigen zêêr gedaon
opm.: reflexief: z'n eigen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03111) vertaling: z' eit 'r eigen zeer hedaan
opm.: reflexief: haar eigen reflexief: haarzelf
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03111) vertaling: ... 'r zelven
opm.: reflexief: haar eigen reflexief: haarzelf
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03111) vertaling: ... 'r zelven
opm.: reflexief: haar eigen reflexief: haarzelf
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03111) vertaling: Marie trok de deek'n na der eihen
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 04191) vertaling: Marie trok de deken nao eur toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 04191) vertaling: Luc weet dat'r foto's van 'm te kôôpe zien
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03111) vertaling: L die weet dat er foto's van z'n eihen te koop zien
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 04191) vertaling: Je weet toch wè dà we toen deu dà bos gelôôp'n zien
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03111) vertaling: je kunt je toh nog we herinnern da we toen deu da bos zien helopen
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03111) vertaling: ik kan nog onthouwen da d' auto van M kapot was
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 04191) vertaling: Ik weet nog wè dà de auto van Marie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 04191) vertaling: Zie weet nog dat ie as 'n vèrken zat te eten
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03111) vertaling: zie em nog onthown dat ie as en verken zat te vreten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 04191) vertaling: Wudder weten nog wè dat Jan z'n boeken al gestolen waor'n, maar zudder nie mêê
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03111) vertaling: we weten nog we da Jan aal zen boeken hestool'n waorn ma zulder weeten nie mee
opm.: twijfelgeval X-'zijn'-N-possessief
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03111) vertaling: weten julder nog da we Jan op de mart hezien en
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 04191) vertaling: Weten judder noch wè dà me Jan op de mart gezien èn
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 04191) vertaling: Ie ei zich een ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03111) vertaling: ie ei zen einen een ongeluk hewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 04191) vertaling: Ie voelde dat ie deu het ies gieng zakken
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03111) vertaling: ie voelden dat ie deu ies zou zakken
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 04191) vertaling: Zou 't ie dà gedaon kunnen èn
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03111) vertaling: zout ie da kunn hedaan en
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03111) fragment: hekunt (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 04191) fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 04191) fragment: gedaon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03111) fragment: hedaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03111) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 04191) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 04191) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03111) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03111) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 04191) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 04191) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03111) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 04191) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03111) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03111) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 04191) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 04191) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03111) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 04191) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03111) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03111) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 04191) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 04191) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03111) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 04191) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03111) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03111) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 04191) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 04191) vertaling: We moeten nao de schure in voeren de koeien
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03111) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 04191) vertaling: We moeten nao de schure in voeren de koeien
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 04191) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03111) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03111) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 04191) vertaling: Ik dienken dàt ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 04191) vertaling: Ik dienken dàt ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 04191) vertaling: Ik dienken, ie is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 04191) vertaling: Ik dienken, ie is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03111) vertaling: ik dienk'n ie is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03111) vertaling: ik dienk'n ie is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03111) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 04191) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 04191) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03111) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 04191) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03111) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 04191) vertaling: Marie al eur koien zien verdronken bie de overstrôming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03111) vertaling: M al eur koein zin verdroekn bie d' overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03111) vertaling: M al eur koein zin verdroekn bie d' overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 04191) vertaling: Marie al eur koien zien verdronken bie de overstrôming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03111) vertaling: kaas maken weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 04191) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03111) vertaling: kaas maken weet ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03111) vertaling: mie Jan bin 'k mee naa de mart hewist
opm.: twijfelgeval links-dislocatie zonder D-woord of D-R-woord
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 04191) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 04191) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03111) vertaling: 'k en a d' eerste drie somn hemakt. Welke ei jie hemakt
komt voor: j
opm.: dav?
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03111) vertaling: 'k en a d' eerste drie somn hemakt. Welke ei jie hemakt
komt voor: j
opm.: dav?
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 04191) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03111) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 04191) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03111) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 04191) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03111) vertaling: de dieen zou 'k nie durven opeten
komt voor: j
opm.: dav? waarschijnlijk 'ja'; vraagteken achter 'nee'
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03111) vertaling: de dieen zou 'k nie durven opeten
komt voor: j
opm.: dav? waarschijnlijk 'ja'; vraagteken achter 'nee'
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 04191) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03111) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 04191) vertaling: à lopend kwam ik 'm tegen
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03111) vertaling: lopende kwam ik em tegen
komt voor: n
opm.: twijfelgeval adverbiaal gebruikt tegenwoordig deelwoord
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 04191) vertaling: à lopend kwam ik 'm tegen
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03111) vertaling: lopende kwam ik em tegen
komt voor: n
opm.: twijfelgeval adverbiaal gebruikt tegenwoordig deelwoord
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 04191) vertaling: Ik èn êêl wà gelôôp'n
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03111) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 04191) vertaling: Ik èn êêl wà gelôôp'n
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03111) vertaling: 'k worn moeg, dan 'k er ma mee opouwen
komt voor: n
opm.: dav?
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 04191) vertaling: Ik ôr noe moeg, dus ik ou d'r mao mee op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 04191) vertaling: Ik ôr noe moeg, dus ik ou d'r mao mee op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03111) vertaling: 'k worn moeg, dan 'k er ma mee opouwen
komt voor: n
opm.: dav?
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03111) vertaling: ie dee net asof ie pas uut z'n bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 04191) vertaling: Ie dee zich voo asof tie net uut z'n bède kwam
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 04191) vertaling: Ie dee zich voo asof tie net uut z'n bède kwam
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03111) vertaling: ie dee net asof ie pas uut z'n bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 04191) vertaling: De schilder is ier komm'n schilderen
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03111) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 04191) vertaling: De schilder is ier komm'n schilderen
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 04191) vertaling: Dienke gie dà je naor uus gaot
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03111) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 04191) vertaling: Dienke gie dà je naor uus gaot
komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 04191) vertaling: In dien tied leefde ik d'r op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03111) vertaling: in dien tied leefden ek er lekker op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03111) vertaling: vroeher leefden die as een beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 04191) vertaling: Vroeger leefde ie as 'n bêêst
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 04191) vertaling: Dao leefden we as god in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03111) vertaling: da leefden wulder as hod in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 04191) vertaling: Gêên mens mag 't zien, dus ik vinn'n dàj gie 't ook nie mag zien
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + pronomina 2.ev. en subjectdubbeling 2.ev. in contrast, in bijzin
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03111) vertaling: geen mens mag 't zien, dus ik vin da jie 't ook nie mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03111) vertaling: 't is hebeurd toen j weghing
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 04191) vertaling: 't gebeurde toen je wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 04191) vertaling: Ik weet wao'j gie geboren ziet
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03111) vertaling: 'k weten wa je heboren ziet
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 04191) vertaling: Noe dà je klao ziet, mag je gaon
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03111) vertaling: noe o j klar ziet, mag je gaon
opm.: twijfelgeval 'nu dat' :'nu als' nu als - ja
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03111) vertaling: dooda M hestorven was eit er man A nie mee kunn elpen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 04191) vertaling: Deudà Marie dôôd was, ei eur man Anna nie mêê kunn'n elpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 04191) vertaling: Ik weet dàt ie is gaon zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03111) vertaling: 'k weet dat ie haon zwemn is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 2,3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 2,3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03111) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 04191) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03111) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 04191) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 3,5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 04191) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 3,5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03111) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 04191) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 04191) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03111) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03111) vertaling: ja'k
komt voor: j
opm.: zelden
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03111) vertaling: ja'k
komt voor: j
opm.: zelden
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 04191) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03111) vertaling: jaat
komt voor: j
opm.: zelden
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03111) vertaling: jaat
komt voor: j
opm.: zelden
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 04191) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 04191) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03111) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03111) vertaling: jaat
komt voor: n
opm.: dav; wel maar zelden
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 04191) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03111) vertaling: jaat
komt voor: n
opm.: dav; wel maar zelden
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03111) vertaling: wien
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03111) vertaling: wien da
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03111) vertaling: wien
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03111) vertaling: wien da
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03111) vertaling: wien da
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03111) vertaling: wien
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 04191) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03111) vertaling: mie zuk weer, je kun nie vee doen
komt voor: j
opm.: informant twijfelt: ook 'nee' omcirkeld; ook vertaling met inversie
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03111) vertaling: mie zuk weer, je kun nie vee doen
komt voor: j
opm.: informant twijfelt: ook 'nee' omcirkeld; ook vertaling met inversie
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 04191) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 04191) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03111) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03111) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 04191) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03111) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 04191) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 04191) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03111) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03111) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 04191) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03111) komt voor: n
opm.: vlgs. informant in België: 'ist em dood'
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 04191) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 04191) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03111) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03111) vertaling: is eur ziek
komt voor: n
opm.: dav; vraagteken bij antwoord (niet bij vertaling)
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 04191) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03111) vertaling: is eur ziek
komt voor: n
opm.: dav; vraagteken bij antwoord (niet bij vertaling)
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 04191) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03111) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 04191) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03111) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03111) fragment: die a (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03111) fragment: die a (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03111) fragment: die a (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 04191) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03111) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03111) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03111) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03111) fragment: die an (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03111) fragment: die an (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03111) fragment: die an (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03111) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03111) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03111) fragment: die at (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 04191) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03111) fragment: die at (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03111) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 04191) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03111) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 04191) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03111) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03111) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 04191) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 04191) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 04191) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03111) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 04191) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 04191) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 04191) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03111) fragment: waa (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 04191) fragment: waarmee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 04191) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03111) fragment: wien (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 04191) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03111) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03111) fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 04191) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 04191) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03111) fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 04191) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03111) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03111) fragment: dan (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03111) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03111) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03111) fragment: dan (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 04191) fragment: waar (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03111) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03111) fragment: die a (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 04191) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03111) fragment: die a (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03111) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03111) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03111) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03111) fragment: dan (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 04191) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03111) fragment: dan (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03111) fragment: die a (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03111) fragment: die a (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03111) fragment: die a (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03111) fragment: wie a (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03111) fragment: wie a (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03111) fragment: wie a (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03111) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03111) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03111) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 04191) fragment: wanneer ik (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03111) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 04191) komt voor: n
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03111) fragment: die d'r (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03111) fragment: die d'r (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03111) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03111) vertaling: P dinkt da J&M op geen mens boos zien
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 04191) vertaling: Piet dienkt dà Jan in Marie op gêên mens bôôs zien
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03111) vertaling: P dinkt da J&M op geen mens boos zien
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 04191) vertaling: Piet dienkt dà Jan in Marie op gêên mens bôôs zien
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 04191) vertaling: Wim dienkt dà we gêên mens 'n pries geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03111) vertaling: W dinkt dan we nooit iemand een pries geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 04191) vertaling: Wim dienkt dà we gêên mens 'n pries geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03111) vertaling: W dinkt dan we nooit iemand een pries geven
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03111) vertaling: 't is waa da ze nie mie M meugen praten
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 04191) vertaling: Het is wao dà ze nie mee Marie meugen praoten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 04191) vertaling: Het is wao dà ze nie mee Marie meugen praoten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 04191) vertaling: nergens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03111) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 04191) vertaling: gêên mens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03111) vertaling: geen mens
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 04191) vertaling: nôôit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03111) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03111) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 04191) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03111) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03111) vertaling: 't moe mien buurvrouwe zien
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03111) vertaling: 't moe mien buurvrouwe zien
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 04191) vertaling: gêên
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03111) vertaling: geen een
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03111) vertaling: je moet em nie zeggen dan 'k na buutn gewist zien
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 04191) vertaling: Zeg 'm nie dà'k nao buut'n gewist zien
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03111) vertaling: dinkt erom da j nie vertelt da je een cadeau voor em gekocht eit
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 04191) vertaling: Nie zeggen, dà je 'n cadeau voor um ei gekocht, ôôr!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03111) vertaling: wis je nie dat ie gevallen is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 04191) vertaling: Weet je nie dà 't ie gevallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 04191) vertaling: Wendy prombeerde gêên mens zêêr te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03111) vertaling: W ei geprobeerd om geen mens zeer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03111) vertaling: 'k gloven da ze niks mag eetn
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 04191) vertaling: 't Liekt erop, dà ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03111) vertaling: schienbaar mag ze niks eetn
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 04191) vertaling: Ze liekt niks te meugen eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 04191) vertaling: Ze promberen à de êêle dag mekaore op te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03111) vertaling: ze probeern al een eele dag mekare op te beln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03111) vertaling: 'k hloven dan we wee een schonen dag haan kriegen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 04191) vertaling: Het belooft wee en môôie dag te 'ôôr'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03111) vertaling: ik dink da 't beter is om eventjes te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 04191) vertaling: 't Is misschien beter om nog even te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 04191) vertaling: We aon geluk om 'm bots terug te vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03111) vertaling: we oan 't geluk om em bots terug te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03111) vertaling: as d' oenders een valke zien, zin ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 04191) vertaling: As d'oenders een valke zien, bin ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 04191) vertaling: À me de erpels nie kunnen verkopen, zitten me in de nesten
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03111) vertaling: as we d' erpels nie kunn verkoopn zitn w' in de prbleem
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03111) vertaling: as julder em nie meeneem wor 'k dul
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 04191) vertaling: An judder 'm nie meenemen, wôr ik deel
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03111) vertaling: ie wist et
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 04191) vertaling: Ie wist et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03111) vertaling: op deze feeste wor vee gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03111) vertaling: ... wort er ...
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 04191) vertaling: Op deze fêêste wor 't er vee gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03111) vertaling: ... wort er ...
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03111) vertaling: op deze feeste wor vee gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03111) vertaling: nu wort er alleen nog ma brood verkocht in dien winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 04191) vertaling: Nou 'ôr 'tr allêênog mao brôôd verkocht in de wienkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03111) vertaling: at ie mie d efiets komt zat ie we te late zin
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 04191) vertaling: À 't ie mee de fiets komt, zà 't ie wè laote zien
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03111) vertaling: a j tied eit kom dan een keertje langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 04191) vertaling: À je tied eit kom dan 'n kêêrtje langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03111) vertaling: an 'k rieke zien / bin, dan koop'k een hardstikke dieren auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 04191) vertaling: Àn 'k rike zien, kôôp ik een dieren auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 04191) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03111) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 04191) vertaling: Misschien gaon 'k 't wè kriegen
komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 04191) vertaling: Misschien gaon 'k 't wè kriegen
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 04191) vertaling: durf jie d'r op douw'n
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 04191) vertaling: durf jie d'r op douw'n
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03111) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03111) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 04191) vertaling: Durf jie 'em uut te nôdigen
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 04191) vertaling: Durf jie 'em uut te nôdigen
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03111) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 04191) vertaling: Durf jie udder uut te nôdigen
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 04191) vertaling: Durf jie udder uut te nôdigen
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 04191) vertaling: Is Pol ier gewist
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 04191) vertaling: Is Pol ier gewist
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03111) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 04191) vertaling: Oe eit Pol dà opgelost
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03111) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 04191) vertaling: Oe eit Pol dà opgelost
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 04191) vertaling: Ei gie mien dien brief opgestierd
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03111) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 04191) vertaling: Ei gie mien dien brief opgestierd
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03111) vertaling: 'k en 't em heheven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 04191) vertaling: Ik èn 't 'em gegeven
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 04191) vertaling: Ik èn 't 'em gegeven
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03111) vertaling: 'k en 't em heheven
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 04191) vertaling: Zie leef op waoter in brôôd dese weke
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 04191) vertaling: Zie leef op waoter in brôôd dese weke
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03111) vertaling: ze leeft op water en brood deze weke
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03111) vertaling: ze leeft op water en brood deze weke
komt voor: j
opm.: dav
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03111) vertaling: M ei hezeid da j geprobeerd eit een vesje te zing
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 04191) vertaling: Marie ei gezeid dà'j gie geprobeerd eit 'n vèsje te ziengen
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling en voegwoordvervoeging 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 04191) vertaling: Marie ei gezeid, da je gie geprobeerd eit 'n vèrsje te ziengen
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling en voegwoordvervoeging 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03111) vertaling: M ei hezeid da jie heprobeerd eit een vesje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03111) vertaling: M ei hezeid da jie heprobeerd eit een vesje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 04191) vertaling: Marie ei gezeid dà'j gie geprobeerd eit 'n vèsje te ziengen
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling en voegwoordvervoeging 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 04191) vertaling: Marie ei gezeid, da je gie geprobeerd eit 'n vèrsje te ziengen
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling en voegwoordvervoeging 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03111) vertaling: M ei hezeid da j geprobeerd eit een vesje te zing
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 04191) vertaling: Marie ei gezeid da je gie geprobeerd eit een boek te geven
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling en voegwoordvervoeging 2.ev.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03111) vertaling: M ei hezeid da je heprobeerd eit eur een boek te hevn
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03111) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03111) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03111) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03111) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 04191) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03111) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 04191) vertaling: Die van de stad èn ier vee uzen gebouwt
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03111) vertaling: die mensen uut de stad die en ier vee uuzen hebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03111) vertaling: an die nieuwe vaart da zie je heen mens mee
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 04191) vertaling: An die nieuwe vaort zie je gêên mens
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03111) vertaling: histeren is Jan ier hewis
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 04191) vertaling: Gisteren is Jan ier gewist
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 04191) vertaling: De dag dà Jan belde, was 'k nie tuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03111) vertaling: op den dag da Jan hebelt eit was 'k nie tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03111) vertaling: Jef, die zou 'k nooit van men leven vragen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 04191) vertaling: Jef zou'k nôôit uutnôdigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 04191) vertaling: Marie zou zôiets nôôit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03111) vertaling: Marie die zou zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 04191) vertaling: Ber drienkt wè êêns 'n glas te vee
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03111) vertaling: Bert die drinkt wel en ke een hlas te vee
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03111) vertaling: M die zou 'k toch hraag bie mien tuus een ke wiln vragen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 04191) vertaling: Martha zou ik wè êêns bie mien tuus willen uutnôdigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 04191) vertaling: Dat uus zou'k nôôit willen kôpen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03111) vertaling: dad uus da zou 'k nooit wiln kopn
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 04191) vertaling: Dat uus staot dao à vuufteig jaor
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03111) vertaling: dad uus da staat er a fuutig jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 04191) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03111) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 04191) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03111) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03111) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 04191) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 04191) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03111) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 04191) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03111) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 04191) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03111) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 04191) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03111) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 04191) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03111) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 04191) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03111) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 04191) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03111) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 04191) vertaling: Ei Gunther gebeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03111) vertaling: ei H gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03111) vertaling: pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 04191) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 04191) vertaling: 't Was mao net goed genoeg
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03111) vertaling: 't was ma net hoed henoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 04191) vertaling: Marjo ei noe mêêr koeien dan vroeger
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03111) vertaling: M ei op 't ogenblik meer keien dan vroeher
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03111) vertaling: as S a kunn komn dan a ze da hedaan
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 04191) vertaling: As Suzanne ao kunn'n kommen a'ze dà gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 04191) vertaling: Zie is de beste dokter die ik ken
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03111) vertaling: zie is de beste dokter die 'k ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 04191) vertaling: Voo je iets weggôôit, moe je even bellen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03111) vertaling: voo je iets weghooit moe j' even bel'n
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03111) vertaling: ier is alles wa 'k hekregen en
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 04191) vertaling: Ier is alles wà'k gekreeg'n èn
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 04191) vertaling: Jan is te gierig om iets an z'n kinders te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03111) vertaling: Jan is te hierig om iets an zen kinders te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 04191) vertaling: Asof n gie iets van voetballe'n weet
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging en subjectdubbeling 2.ev.
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03111) vertaling: asof j' iets van voetbaln weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03111) opm.: komt niet voor
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 04191) vertaling: Leg dà boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03111) vertaling: a j' echt nie kunt wachten, komt dan mao
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 04191) vertaling: À je echt nie kan wachten, kom dan mao
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03111) vertaling: 'k weet da J den dokter a kunn roepen
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 04191) vertaling: Ik weet dà Jan de dokter ao kunn'n roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 04191) vertaling: Ik weet dà Jan de dokter kon geroepen èn
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03111) vertaling: 'k weet da J den dokter kon geroepen en
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03111) vertaling: ie zei da ikke et ad moeten doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 04191) vertaling: Ie zei dat ik 't ao moeten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03111) vertaling: ie zei da ik et most gedaan en
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 04191) vertaling: Ie zei dat ik 't most gedaen èn
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03111) vertaling: ie is vorige weke do dokter M hopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 04191) vertaling: Ie is verleden weke deu dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03111) vertaling: ie wor morhen do dokter M hopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 04191) vertaling: Ie wôr mèrgen deu dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03111) vertaling: ik dink da je vee weg zou moeten gooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03111) vertaling: ... zou moeten weggooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 04191) vertaling: Ik dienken dà je vee weg zou moeten gôôien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03111) vertaling: ik dink da je vee weg zou moeten gooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03111) vertaling: ... zou moeten weggooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 04191) vertaling: Ik dienken dà je vee weg zou moeten gôôien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03111) vertaling: ... zou moeten weggooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03111) vertaling: ik dink da je vee weg zou moeten gooien
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 04191) vertaling: Het is stom om zukke dier dieng'n weg te gôôien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03111) vertaling: 't is dom om zukke dure dingen weg te hooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03111) vertaling: 't is dom om zukke dure dingen weg te hooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 04191) vertaling: Het is stom om zukke dier dieng'n weg te gôôien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03111) vertaling: ie is alle kapotte spullen an 't weggooien
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03111) vertaling: ... weg an 't gooien
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03111) vertaling: ... weg an 't gooien
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03111) vertaling: ie is alle kapotte spullen an 't weggooien
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 04191) vertaling: Ie is alle kapotte spullen an 't weggôôien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03111) vertaling: ie is alle kapotte spullen an 't weggooien
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03111) vertaling: ... weg an 't gooien
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 04191) vertaling: Ie is alle kapotte spullen an 't weggôôien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03111) vertaling: 'k vind da je meer de krant zou moeten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 04191) vertaling: Ik vinn'n dà je mêêr de krante zou moeten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03111) vertaling: 'k vind da je meer de krant zou moeten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 04191) vertaling: Ik vinn'n dà je mêêr de krante zou moeten lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03111) vertaling: 't is dom om in 't doenker de krante te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 04191) vertaling: Het is stom om in het donker de krante te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03111) vertaling: 't is dom om in 't doenker de krante te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 04191) vertaling: Het is stom om in het donker de krante te lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03111) vertaling: ie is een eele dag de krante an 't lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 04191) vertaling: Ie is den êêle dag de krante an het lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03111) vertaling: ie is een eele dag de krante an 't lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 04191) vertaling: Ie is den êêle dag de krante an het lezen
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03111) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 04191) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03111) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 04191) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 04191) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03111) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03111) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 04191) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03111) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 04191) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 04191) vertaling: Robert eit êên groene appel weggegeven in nou eit ie d'r nog twi rôôie
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03111) vertaling: R ei en hroene appel wegheheven en noe eit ie er nog twee rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03111) vertaling: er waarn vee mensen op 't feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 04191) vertaling: D'r waoren vee mèns'n op de fêêste
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03111) vertaling: waarn er vee mensen op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 04191) vertaling: Waoren d'r vee mèns'n op de fêêste
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03111) vertaling: wad ei voo boekn hekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 04191) vertaling: Wàfoor boeken ei je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 04191) vertaling: Wàt ei je voo boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03111) vertaling: wa vou boeken ei jie hekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 04191) vertaling: Wàt ei je voo boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03111) vertaling: wa vou boeken ei jie hekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03111) vertaling: wad ei voo boekn hekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 04191) vertaling: Wàfoor boeken ei je gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03111) vertaling: ie weunt bie M
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 04191) vertaling: Ie weunt bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 04191) vertaling: Ie weunt bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03111) vertaling: ie weunt bie W
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 04191) vertaling: Lôôp even nao de bakker, Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03111) vertaling: loop j' even na de bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03111) vertaling: wie ei hezien
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 04191) vertaling: Wien ei je gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 04191) vertaling: Wien ei joe gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03111) vertaling: wie ei joe hezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 04191) vertaling: An 'k dà geweet'n ao, dan ao'n 'k 't nie gedaon
opm.: voegwoordcongruentie 'als' 1.ev.
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03111) vertaling: a 'k da geweten (aon), dan ao 'k et nie gedaan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03111) vertaling: zou 't nie beter zin om nog even te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 04191) vertaling: 't Zou beter zien om nog even te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 04191) vertaling: Gelukkig ao Jan de dokter gebeld in die was't'r à êêl gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03111) vertaling: helukkig ao J den dokter hebeld en die wast er a houw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 04191) vertaling: Lôôp noe toch deu, vervelende joengers
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03111) vertaling: loop toch deu, vervelende joenges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 04191) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 04191) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03111) komt voor: j
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03111) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 04191) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03111) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 04191) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03111) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 04191) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03111) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 04191) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03111) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 04191) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Cadzand

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Cadzand