SAND-data Oost-Souburg (I082p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03101) vertaling: J herinnert z'n eihe dat verhaal we
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03569) vertaling: J herinnert zich da verhaal we
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03569) vertaling: M&P zien mekare voo de kerke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03101) vertaling: M&P zien mekare vo de kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03101) vertaling: T wast z'n eihe
opm.: reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03569) vertaling: T wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03101) vertaling: de timmerman ei gin spiekers bie z'n
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03569) vertaling: de timmerman ei geen spiekers bie zen
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03569) vertaling: F zag een slange nest zen
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03101) vertaling: F zag een slange nest z'n
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03101) vertaling: E liet me vo z'n werke
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03569) vertaling: E liet mien voo zun werken
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03101) vertaling: J liet d'r eihe meedrieve opde golven
opm.: reflexief: haar eigen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03569) vertaling: J liet d'r meedrieven op de golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03569) vertaling: T bekeek zijn eigen es goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03101) vertaling: T bekeek z'n eihe is goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03101) vertaling: J eit in twi menuten een biertje gedroenke
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03569) vertaling: J eit in twe minuten een biertje gedroenke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03101) vertaling: deze schoenen lope makkelek
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03569) vertaling: deez schoenen lope makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03101) vertaling: E ken z'n eihe goed
opm.: reflexief: z'n eigen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03569) vertaling: E kent z'n eigen goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03101) vertaling: W ei goore dat er foto's van z'n in de etalage stae
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn reflexief: hem
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03101) vertaling: W ei goore dat er foto's van z'n in de etalage stae
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn reflexief: hem
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03101) vertaling: ... van 'm
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn reflexief: hem
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03569) vertaling: W ei hore dat er foto's van z'n eige in de winkel staan
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03101) vertaling: ... van 'm
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03101) vertaling: die errepels schelle nie makkelijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03569) vertaling: die arepels schellen nie gemakkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03101) vertaling: dit glas breekt as 't op de grond valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03569) vertaling: dit glas breekt as et op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03569) vertaling: dokter lev ik wa gezond genoeg
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03101) vertaling: dokter leef ik we gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03569) vertaling: a jaren leeft en van de erfenisse van zijn vader
opm.: accusatief subject
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03101) vertaling: a jaren leeft 'n van d' erfeisse van z'n vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03569) vertaling: deze week leeft ze op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03101) vertaling: deze week leeft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03569) vertaling: leeft et nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03101) vertaling: leeft et nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03569) vertaling: oelank leve juldr noe a van die erfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03101) vertaling: oelang leven julder noe a van die erfenisse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03569) vertaling: in B leve ze vooral van de visvangste
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03101) vertaling: in B leven ze vooraal van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03569) vertaling: na et eten gaan 'k slapen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03101) vertaling: nae den eten gaen 'k slape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03569) vertaling: zou 'k da we kunne doe
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03101) vertaling: zou 'k dat we kunne doe
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03569) vertaling: ie liet zun uus afbreken
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03101) vertaling: ie liet z'n uus afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03101) vertaling: ik weet dat Jan ard moe kunne werke
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03569) vertaling: ik wete da Jan ard moe kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03101) vertaling: ik weet dat Jan ard moe kunne werke
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03101) vertaling: ik weet dat Jan ard moe kunne werke
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03569) vertaling: ik wete da Jan ard moe kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03569) vertaling: ik wete da Jan ard moe kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03101) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03101) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03569) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03569) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03101) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03101) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03101) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03569) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03101) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03101) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03569) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03569) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03101) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03101) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03569) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03101) komt voor: n
gebr.: 2
opm.: dav
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03569) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03101) komt voor: n
gebr.: 2
opm.: dav
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03569) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03101) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03569) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03101) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03101) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03569) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03101) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03569) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03101) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03569) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03569) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03101) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03569) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03569) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03101) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03569) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03101) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03569) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03569) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03101) komt voor: n
gebr.: 2
opm.: dav
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03101) komt voor: n
gebr.: 2
opm.: dav
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03569) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03569) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03101) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03569) vertaling: Jan eit geen boek mi
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03101) vertaling: J ei geeneen boek mi
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03101) vertaling: J ei gin boek mi
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03101) vertaling: boeken ei J geen
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03569) vertaling: boeken ei Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03569) vertaling: Jan ei nie vee geld mi
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03101) vertaling: J ei nie vee geld mi
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03101) vertaling: d'r mag niemand spreke over dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03569) vertaling: er mag niemand spreken over dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03101) vertaling: d'r mag niemand spreke over dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03569) vertaling: der mag geen mens praten over dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03569) vertaling: niemand zegt dat ie komt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03101) vertaling: niemand zeit dat 'n komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03101) vertaling: zitte ier nergens geen muzen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03569) vertaling: zitte ier erregens muuzen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03569) vertaling: ik geve niks aan een ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03101) vertaling: ik geve niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03569) vertaling: niemand wil werke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03101) vertaling: niemand wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03101) vertaling: me wiste nie dat 'n tuus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03569) vertaling: me wisten nie dat ie tuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03569) vertaling: ik wist et ook nie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03101) vertaling: ik wist et ook nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03569) vertaling: ie mag mee niemnd spreken over dit probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03101) vertaling: ie mag mee niemand spreke over dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03569) vertaling: Jan weet dat en voo drie uren da waegen moe hebbe gemaekt
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03101) vertaling: J weet dat 'n vo drie uren de wagen gemaakt moet ebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03101) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03101) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03569) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03569) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03569) vertaling: meries auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03101) vertaling: M d'r auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03101) vertaling: M d'r auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03569) vertaling: Merie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03101) vertaling: Piet z'n auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03569) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03569) vertaling: Piet zijn auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03101) vertaling: Piet z'n auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03101) vertaling: die man z'n auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03569) vertaling: die mans auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03101) vertaling: die man z'n auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03569) vertaling: die man z'n auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03569) vertaling: die auto is nie van mij ma van em
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03101) vertaling: die auto is nie van mien me van im
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03101) vertaling: de krante van gister leit onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03569) vertaling: gisterens krant ligt onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03101) vertaling: J is K&K ulder broertje
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03569) vertaling: Jan is K&K ulder broertje
opm.: twijfelgeval 'hun'
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03569) vertaling: die jongens ulder fietsen bin gestole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03101) vertaling: die jongens ulder fietsen bin gestole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03101) vertaling: die zussen ulder moeder is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03569) vertaling: die zussen d'r moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03101) vertaling: die auto is van W
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03569) vertaling: die auto is Wim zienen
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03569) vertaling: die fiets is mienen
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03101) vertaling: die fiets is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03569) vertaling: ie mag mee niemnd spreken over dit probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03101) vertaling: ie mag mee niemand spreke over dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03569) vertaling: ik wil niemand kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03101) vertaling: ik wil niemand kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03101) vertaling: 't is jammer da me nie meuhe komme
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03569) vertaling: het is jammer da we nie meuge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03569) vertaling: dat gaan ik nie doe
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03101) vertaling: da gaan 'k nie doe
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03569) vertaling: ik e nie gewerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03101) vertaling: ik e nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03101) vertaling: ie aa 't nog me pas verteld of M begon te juulen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03569) vertaling: nog mae pas a ie 't verteld of Merie begon te huilen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03569) vertaling: gaet die bestelling noe mae opale
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03101) vertaling: gaet die bestelling noe maer opaele
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03569) vertaling: ie werkt nie
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03101) vertaling: ie werk nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03101) vertaling: ik verbien je om ier te kommen
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03569) vertaling: ik verbie je om ier te kome
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03569) vertaling: J verinderde dat we Merie belde
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03101) vertaling: J verinderde da me M belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: voo (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03101) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03101) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: voo (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03101) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: voo (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03101) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: voo (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03569) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03569) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03569) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03569) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03569) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03101) fragment: - (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03101) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03101) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03569) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03101) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03101) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03569) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03101) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03569) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03101) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03101) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03569) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03569) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03101) fragment: - (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: - (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: - (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: - (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: - (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03569) fragment: dat ie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03569) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: - (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: - (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03569) fragment: zal (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: - (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: - (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03101) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03569) fragment: dat ie (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03101) fragment: dan (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03101) fragment: dan (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03101) fragment: dan (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03101) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03101) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03101) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03569) fragment: waar dat (1)
opm.: ???
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03101) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03101) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03101) fragment: als dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03101) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03101) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03101) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03569) fragment: dan de man van (1)
opm.: ???
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03101) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03101) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03569) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03101) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03101) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03101) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03101) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03101) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03101) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03569) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03101) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03101) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03101) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03101) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03101) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03569) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03101) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03569) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03101) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03569) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03569) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03101) fragment: als (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03101) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03101) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03101) fragment: als (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03101) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03101) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03569) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03101) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03101) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03101) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03569) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03569) fragment: da (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03101) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03101) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03101) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03101) fragment: dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03569) vertaling: ik wete da julder op niemand boos zijn
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03101) vertaling: ik weet dat julder op niemand boos bin
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03569) vertaling: ik wete da zij op niks trots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03101) vertaling: ik weet dat z' er nie groos op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03569) vertaling: E dinkt da 't nie gemakkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03101) vertaling: E dienkt dat 't nie makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03569) vertaling: ik wete da 'k te late bin en jie nie
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03101) vertaling: ik weet da 'k te laete bin en jie nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03569) vertaling: je weet toch da jie moe werken en ik nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03101) vertaling: je weet toch da jie moe werke en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03569) vertaling: iedereen dinkt da wij naar uis gaan en da zij nog meuge bluve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03101) vertaling: iedereeen dienkt dat ons naar uus gaen en dat ulder nog meuhe bluve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03569) vertaling: ut is jammer dat ij komt en da zie weggaat
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03101) vertaling: 't is jammer dat ie komt en dat zie weggaet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03569) vertaling: ik dinke da L ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03101) vertaling: ik dienke dat L ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03569) vertaling: ik dinke da P&L gaen trouwe
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03101) vertaling: ik dienke dat P&L gae trouwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03569) vertaling: ie doet het nie
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03101) vertaling: ie doet et
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03569) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03101) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03101) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03569) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03569) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03569) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03101) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03101) vertaling: ie doet et nie
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03569) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03101) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03569) komt voor: j
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03101) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03569) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03101) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03101) vertaling: ie doet et
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03569) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03101) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03569) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03101) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03101) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03569) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03569) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03101) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03101) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03569) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03101) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03569) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03569) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03101) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03101) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03569) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03101) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03569) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03569) komt voor: j
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03101) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03101) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03569) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03569) vertaling: de lampe brand nie me
komt voor: j
opm.: dav
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03101) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03569) vertaling: de lampe brand nie me
komt voor: j
opm.: dav
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03101) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03569) vertaling: danst Marie elken avond
komt voor: j
opm.: dav
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03569) vertaling: danst Marie elken avond
komt voor: j
opm.: dav
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03569) vertaling: snied et brood is even
komt voor: j
opm.: dav
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03101) vertaling: doet het brood is even snie
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03569) vertaling: snied et brood is even
komt voor: j
opm.: dav
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03101) vertaling: doet het brood is even snie
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03101) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03101) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03569) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03101) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03101) fragment: wiens (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03101) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03101) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03101) fragment: daar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03569) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03101) fragment: daar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03101) komt voor: n
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03569) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03101) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03569) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03101) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03101) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03101) fragment: daar dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03569) fragment: wa (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03101) fragment: daar dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03569) fragment: die za (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03101) fragment: dia (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03101) fragment: die als (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03569) fragment: die za (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03101) fragment: die als (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03101) fragment: die als (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03101) fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03569) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03101) fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03101) fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03101) fragment: dia (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03569) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03101) fragment: dia (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03569) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03101) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03569) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03569) fragment: da (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03569) fragment: da (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03569) fragment: toen (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03101) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03569) fragment: as (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03569) fragment: as (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03569) fragment: toen (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03101) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03569) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03101) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03101) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03101) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03101) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03101) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03101) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03569) komt voor: n
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03101) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03101) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03569) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03569) vertaling: wie dink je da 'k in de stad ontmoet e
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03101) vertaling: wie dienk je da 'k in stad ontmoet e
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03569) vertaling: oe dinke julder da ze et ebbe opgelost
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03101) vertaling: oe dienke julder da ze 't opgelost e
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03569) vertaling: oe dink je da ze et hebb opgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03101) vertaling: oe dienk je da ze 't opgelost e
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03569) vertaling: M weet nie wie we wille opbelle
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03101) vertaling: M weet nie wie a me wille belle
opm.: twijfelgeval ingebedde WH (object) + voegwoord 'dat': 'wie als'
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03569) vertaling: weet iemand wie we geroepe ebbe
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03101) vertaling: weet iemand wie of me geroepen e
opm.: wel: 'wie of'
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03101) vertaling: wie dienk je da 'k in stad ontmoet e
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03569) vertaling: wie dink je dat ik in de stad ontmoet e
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03101) vertaling: wie dienk je da 'k in stad ontmoet e
opm.: twijfelgeval D-woord voorop in bijzin of voegwoord
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03569) vertaling: ie eit z'n anden gewasse
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03101) vertaling: ie ei z'n anden gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03569) vertaling: ie eit z'n emde gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03101) vertaling: ie ei z'n emde gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03569) vertaling: ie eit een oed op het hoofd
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03101) vertaling: ie eit een oed op 't oofd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03569) vertaling: ie eit een vlek op z'n emde
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03101) vertaling: ie eit een vlekke op z'n emde
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03569) vertaling: ie eit z'n been gebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03101) vertaling: ie ei z'n been gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03569) vertaling: z' eit zich piene gedaa
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03101) vertaling: ie ei z'n eihe piene gedae
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03569) vertaling: M trok de deken na d'r toe
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03101) vertaling: M trok de deken nae d'r tie
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03569) vertaling: L weet dat er foto's van umzelf te koop bin
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03101) vertaling: L weet dat 'r foto's van imzelf te koop bin
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03569) vertaling: jie herinnert je toch da we toen deu da bos een ben gelope
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03101) vertaling: je herinnert j'n eihe toch we da me toen deu da bos een gelope bin
opm.: reflexief: je eigen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03569) vertaling: ik herinner me da de auto van M kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03101) vertaling: ik herinnere me dat de auto van M kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03569) vertaling: zie herinnert zich dat ie as een verke zat t' ete
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03101) vertaling: ze herinnert d'r eihe dat 'n as een verke zat te vreten
opm.: reflexief: haar eigen
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03569) vertaling: wij erinnere ons we da Jan aal zun boeken ware gestolen ma zij herinneren het niet
opm.: twijfelgeval X-'zijn'-N-possessief reflexief: ons reflexief: geen
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03101) vertaling: me herinnere ons we dat al J z'n boeken gestolen waare maar ulder herinnere 't ulder eihe nie
opm.: reflexief: ons reflexief: hun eigen
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03569) vertaling: herinneren julder je nog da we Jan op de mart gezien hebbe
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03101) vertaling: errinere julder j'n eige nog da me J op de mart gezien ebbe
opm.: reflexief: je eigen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03569) vertaling: ie ei zich een ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03101) vertaling: ie ei z'n eihe een ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03569) vertaling: ie voelde zich deur et eis zakke
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03101) vertaling: ie voelde z'n eige deu 't ies zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03101) vertaling: ... gedaen kunnen ebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03569) vertaling: ie zou dat wa gedae kunne ebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03101) vertaling: zou 'n dat kunne gedaen e
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03101) vertaling: zou 'n dat kunne gedaen e
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03101) vertaling: ... gedaen kunnen ebbe
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03101) fragment: gekunne (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03569) fragment: kunnen doe (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03101) fragment: gedae (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03569) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03101) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03101) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03569) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03569) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03101) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03569) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03101) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03101) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03569) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03569) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03101) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03569) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03101) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03101) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03569) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03569) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03101) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03569) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03101) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03101) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03569) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03569) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03101) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03569) vertaling: me moete nae de schure en voere de koeien
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03569) vertaling: me moete nae de schure en voere de koeien
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03101) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03569) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03101) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03569) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03101) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03569) vertaling: ik dinke ie is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03569) vertaling: ik dinke ie is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03101) vertaling: ik dienke ie is weg
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03101) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03569) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03569) vertaling: ik wete ie is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03101) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03569) vertaling: ik wete ie is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03569) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03101) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03569) vertaling: M aal d'r koeien bin verdronken bie de overstrominge
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03101) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03569) vertaling: M aal d'r koeien bin verdronken bie de overstrominge
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03569) vertaling: kaas make weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03101) vertaling: kaas maken weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03569) vertaling: kaas make weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03101) vertaling: kaas maken weet ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03569) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03101) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03569) vertaling: ik e al de eerste drie sommen gemaakt. Dewelke ei jie gemaekt
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03101) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03569) vertaling: ik e al de eerste drie sommen gemaakt. Dewelke ei jie gemaekt
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03101) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03569) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03101) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03569) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03569) vertaling: de die zou ik nie durve opete
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03101) vertaling: de die zou ik niet durve opete
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03569) vertaling: de die zou ik nie durve opete
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03101) vertaling: ik wete dat Jan nae de mart geweest eit
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03101) vertaling: ik wete dat Jan nae de mart geweest eit
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03569) vertaling: ik wete da Jan nae de mart geweest eid
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03569) vertaling: al lopend kwam ik um tegen
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03101) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03569) vertaling: al lopend kwam ik um tegen
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03569) vertaling: ik e eel wat gelope
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03569) vertaling: ik e eel wat gelope
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03101) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03569) vertaling: ik hore noe moe dus ik ouw er maa mee op
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03101) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03569) vertaling: ie dee zich voor asof ie net uut z'n bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03101) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03569) vertaling: ie dee zich voor asof ie net uut z'n bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03569) vertaling: de schilder is ier komme schildere
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03569) vertaling: de schilder is ier komme schildere
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03101) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03569) vertaling: dink jie da je naar uus gaat
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03101) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03569) vertaling: dink jie da je naar uus gaat
komt voor: j
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03569) vertaling: in die tied leefde ik derop los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03101) vertaling: in die tied leefde 'k erop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03101) vertaling: vroeger leefde 'n as een beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03569) vertaling: vroeger leefde ie as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03101) vertaling: dae leefde m'n as G in F
opm.: -n op pronomen: congruentie?
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03569) vertaling: dae leefde we as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03569) vertaling: niemand mag et zie dus ik vinde dat jie et ook nie mag zien
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03101) vertaling: niemand mag 't zie, dus ik vinde da je 't ook nie mag zie
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03101) vertaling: 't gebeurde toen a je weggieng
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03569) vertaling: et gebeurde toen je wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03101) vertaling: ik weet daar a je gebore bin
opm.: waar als - ja
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03569) vertaling: ik wete wae je geboren bin
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03569) vertaling: noe je klaer bin mag je gae
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03101) vertaling: noe je klaer bin, mag je gae
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03101) vertaling: deurdat M overlee was, eit d'r man A nie mi kunnen elpe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03569) vertaling: deurdat M overdee was eit eur man A nie meer kunne elpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03569) vertaling: ik wete dat ie is gaan zwemme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03101) vertaling: ik weet dat 'n is ge zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03569) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03101) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03569) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03101) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03569) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03101) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03101) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03569) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03569) vertaling: ja 'k wil nog we koffie
komt voor: j
opm.: dav
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03569) vertaling: ja 'k wil nog we koffie
komt voor: j
opm.: dav
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03101) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03101) vertaling: jaet
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03569) vertaling: ja ze gaet danse
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03101) vertaling: jaet
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03569) vertaling: ja ze gaet danse
komt voor: j
opm.: dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03569) vertaling: ja ze ebbe gegete
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03101) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03101) vertaling: jaet
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03569) vertaling: ja dit uus is te koop
komt voor: j
opm.: dav
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03101) vertaling: jaet
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03569) vertaling: ja dit uus is te koop
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03569) vertaling: wie komt er morge langs
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03569) vertaling: wie komt er morge langs
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03101) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03569) vertaling: mee zulk weer ! je kun nie vee doe
komt voor: j
opm.: dav? twijfelgeval topicalisatie van PP zonder inversie
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03101) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03569) vertaling: mee zulk weer ! je kun nie vee doe
komt voor: j
opm.: dav? twijfelgeval topicalisatie van PP zonder inversie
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03101) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03569) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03101) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03569) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03101) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03569) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03101) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03569) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03101) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03569) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03101) komt voor: n
opm.: elders 'en', 'ons' en 'ulder' als subject
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03569) komt voor: n
opm.: elders wel accusatief 'en' als subject
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03569) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03101) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03101) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03569) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03101) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03569) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03569) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03101) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03101) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03569) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03101) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03569) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03101) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03569) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03101) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03101) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03569) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03569) fragment: dinke (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03101) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03569) fragment: dinke (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03101) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03569) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03101) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03569) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03101) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03101) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03569) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03569) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03101) fragment: we (1)
opm.: eigenlijk W-R en D-R-pronomina
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03569) fragment: waar (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03101) fragment: de (1)
opm.: eigenlijk W-R en D-R-pronomina
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03569) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03101) fragment: de (1)
opm.: eigenlijk W-R en D-R-pronomina
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03569) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03101) fragment: we (1)
opm.: eigenlijk W-R en D-R-pronomina
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03569) fragment: waar (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03101) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: de (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: eb (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03101) fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: waa 'k (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03101) fragment: we (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: waa 'k (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03569) fragment: eb (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03101) fragment: we (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03101) fragment: - (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03569) fragment: da zou (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03101) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03569) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03101) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03101) fragment: wat a (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03101) fragment: wat a (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03101) fragment: dat a (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03569) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03101) fragment: dat a (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03101) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03569) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03101) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03101) fragment: wie a (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03101) fragment: wie a (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03569) fragment: van (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03101) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03569) vertaling: Piet denkt dat J&M op niemand kwaad bin
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03101) vertaling: P dienkt dat J&M op niemand kwaad bin
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03569) vertaling: W dinekt da we nooit niemand een pries geve
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03101) vertaling: W dienkt da me nooit gin mens een pries gee
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03569) vertaling: et is waar da ze nie mee M meuge prate
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03101) vertaling: 't is waer da ze nie mee M meuge praten
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03569) vertaling: bie ons nie
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03101) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03101) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03101) vertaling: geen mens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03101) vertaling: geen mens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03569) vertaling: 'k zou 't nie wete
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03101) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03569) vertaling: liever vandaege dan morgen
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03101) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03101) vertaling: onmogelijk
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03101) vertaling: gin een
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03569) vertaling: Blisse en Bertha (ie eiter 2 gemolke)
opm.: 'Blisse' zou 'bles' betekenen... Kunnen we misschien een dialectkaart van tekenen!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03569) vertaling: zeit um nie da 'k na buuten bin geweest
opm.: twijfelgeval stam als imperatief ('t' kan ook objectclitic zijn)
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03101) vertaling: zei nie tegen z'n da 'k butengeweest bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03101) vertaling: nie vertellen da je een kado vo z'n gekocht eit o
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03569) vertaling: nie vertelle da je un kedo voor em eit gekocht oor
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03569) vertaling: weet je nie dat ie gevalle is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03101) vertaling: weet je nie dat 'n gevallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03101) vertaling: W perbeerde om niemand piene te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03569) vertaling: W probeerde om niemand piene te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03569) vertaling: 't schient da ze niks mag ete
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03101) vertaling: 't schient dat ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03569) vertaling: ze schient niks te meugen ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03101) vertaling: ze schien niks te meugen ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03101) vertaling: ze perbere al eel de dag om mekare te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03569) vertaling: ze probere a den ele dag om mekare op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03569) vertaling: et belooft wi een mooie dag te worren
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03101) vertaling: 't belooft wi een mooie dat t' oren
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03569) vertaling: 't is misschien beter om nog even te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03101) vertaling: 't is misschien beter om nog even te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03101) vertaling: 'm ade 't geluk om em drek trug te vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03569) vertaling: w' aade 't geluk om um drek trug te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03569) vertaling: as de oenders een valke zie bin ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03101) vertaling: as de oenders een valk zie, bin ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03569) vertaling: as me de aerepels nie kunne verkope zitte me in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03569) vertaling: as julder em nie meeneme or ik kwaad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03101) vertaling: as j' em nie meeneme oor 'k kwaad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03101) vertaling: ie wist et
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03569) vertaling: ie wist et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03101) vertaling: op dit feest oort 'r vee gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03569) vertaling: op dit feest wier er vee gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03569) vertaling: noe oort er alleen nog ma brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03569) vertaling: as ie mee de fiets komt, zad en wa late weze
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03569) vertaling: as je tied eit, komt dan is een keertje langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03569) vertaling: as ek rieke bin koop ik een dier auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03569) vertaling: ik wete dat je 't jij gedaan hebt
komt voor: j
opm.: dav
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03569) vertaling: ik wete dat je 't jij gedaan hebt
komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03569) komt voor: j
opm.: hoogst waarschijnlijk dav, maar geen vertaling vermeld. Zie ook Z7 (i)
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03569) komt voor: j
opm.: hoogst waarschijnlijk dav, maar geen vertaling vermeld. Zie ook Z7 (i)
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03569) komt voor: j
opm.: hoogst waarschijnlijk dav, maar geen vertaling vermeld. Zie ook Z7 (i)
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03569) komt voor: j
opm.: hoogst waarschijnlijk dav, maar geen vertaling vermeld. Zie ook Z7 (i)
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03569) komt voor: j
opm.: hoogst waarschijnlijk dav, maar geen vertaling vermeld. Zie ook Z7 (i)
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03569) komt voor: j
opm.: hoogst waarschijnlijk dav, maar geen vertaling vermeld. Zie ook Z7 (i)
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03569) komt voor: j
opm.: hoogst waarschijnlijk dav, maar geen vertaling vermeld. Zie ook Z7 (i)
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03569) komt voor: j
opm.: hoogst waarschijnlijk dav, maar geen vertaling vermeld. Zie ook Z7 (i)
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03569) komt voor: j
opm.: hoogst waarschijnlijk dav, maar geen vertaling vermeld. Zie ook Z7 (i)
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03569) vertaling: M ei gezeid da jie ee vesje eit probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03101) vertaling: M ei gezeid da jie geperbeerd eit een vaesje te ziengen
opm.: 'hebben' is weg
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03569) vertaling: M eit gezeid da jie et geprobeerd een vesje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03101) vertaling: M ei gezeid da jie geperbeerd een vesje te ziengen
opm.: 'hebben' is weg
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03569) vertaling: M ei gezeid da jie ee vesje eit probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03569) vertaling: M eit gezeid da jie et geprobeerd een vesje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03101) vertaling: M ei gezeid da jie geperbeerd een vesje te ziengen
opm.: 'hebben' is weg
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03101) vertaling: M ei gezeid da jie geperbeerd eit een vaesje te ziengen
opm.: 'hebben' is weg
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03569) vertaling: M eit gezeid da jie haar eit egprobeerd een boek te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03101) vertaling: M ei gezeid da je geperbeerd eur een boek te geven
opm.: 'hebben' is weg
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03569) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03569) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03569) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03101) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03569) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03101) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03101) vertaling: die stadters e ier vee uzen gebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03569) vertaling: die van de stad die ebbe ier vee uzen gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03569) vertaling: an die nieuwe vaart dae zie je geen mens mi
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03101) vertaling: an dat nieuwe waeter, zie je gin mens mi
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03101) vertaling: gister is J ier geweest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03569) vertaling: gister is Jan ier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03569) vertaling: de dag da Jan belde was ik nie thuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03101) vertaling: de dag da J belde was ik nie tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03569) vertaling: Jef die zou ik nooit uitnodigen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03101) vertaling: J (die) zou ik nooit uutnodige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03101) vertaling: M (die) zou zoies nooit doe
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03569) vertaling: M die zou zoies nooit doe
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03569) vertaling: B die drienkt we is een glas te vee
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03101) vertaling: B (die) drienkt we is een glas te vee
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03569) vertaling: M die zou ek wel is bie me tuus wille uutnodige
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03101) vertaling: M die zou 'k we is bie mien tuus uut wille nodige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03101) vertaling: dat uus (dat) zou 'k nooit wille kope
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03569) vertaling: dat uus da zou ek nooit wille kope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03569) vertaling: dat uus da staat dae a vuftig jaar
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03101) vertaling: dat uus dat staat de a fuuftig jaer
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03101) komt voor: n
opm.: dav; mogelijkheid toegevoegd met 'bin', die 5 krijgt
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03569) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03101) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03101) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03569) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03569) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03101) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03569) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03101) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03569) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03101) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03569) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03101) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03569) gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03101) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03569) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03569) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03569) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03569) vertaling: eit G gebeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03101) vertaling: ei G gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03569) vertaling: pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03101) vertaling: past 'r op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03569) vertaling: 't was mae net goed genoeg
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03101) vertaling: 't was me net goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03101) vertaling: M ei noe meer koeien dan ze vroeger aa
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03101) vertaling: ... as dat ...
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03101) vertaling: ... as dat ...
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03101) vertaling: M ei noe meer koeien dan ze vroeger aa
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03569) vertaling: M ei noe meer koeien dan ze vroeger a
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03101) vertaling: as S aa kunne kommen dan aa ze dat gedae
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03569) vertaling: as S a kunne komme dan a ze dat gedaa
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03101) vertaling: as S aa kunne kommen dan aa ze dat gedae
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03101) vertaling: ... aa kunnen komme ...
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03101) vertaling: ... aa kunnen komme ...
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03569) vertaling: zie is de beste dokter die ek kenne
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03101) vertaling: zie es de beste dokter die a 'k kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03101) vertaling: vo j' ies weggooit moe j' even belle
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03569) vertaling: vo je ies weggooit moe je even belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03569) vertaling: ier is alles wa 'k gekregen e
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03101) vertaling: ier is alles wat a 'k gekregen e
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03569) vertaling: Jan is te gierig om ies an zijn kinders te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03101) vertaling: J is te gierig om ies an z'n kinders te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03101) vertaling: asof jie ies van voetballen weet
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03569) vertaling: asof jie ies van voetballen weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03569) vertaling: da boek lei neer
opm.: twijfelgeval topicalisatie volle NP in imperatief ('lei' van 'leggen' of 'liggen' ?)
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03101) vertaling: leit dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03569) vertaling: as je echt nie kan wachten dan kom mae
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03101) vertaling: as je echt nie kan wachten, komt dan me
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03569) vertaling: ik wete da J de dokter a kunne roepe
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03101) vertaling: ik weet dat J de dokter aa kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03569) vertaling: ik wete da J de dokter kon geroepe hebbe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03101) vertaling: ik weet fat J de dokter geroepe kon ebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03569) vertaling: ie zei da 'k et a moete doe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03101) vertaling: ie zei dat ik et moete doen aa
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03569) vertaling: ie zei da 'k et moest gedaan hebben
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03101) vertaling: ie zei dat ik et gedae mog ebbe
opm.: twijfelgeval irrealis 'moest hebben V'
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03569) vertaling: ie is vorige weke deu dokter M goppereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03101) vertaling: ie is vorige weke deu dokter M geoppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03569) vertaling: ie oort morge deu dokter M goppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03101) vertaling: ik oor morge deu dokter M geoppereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03569) vertaling: ik denk dat je veel zou moeten weggooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03101) vertaling: ik dienke da je vee zou moete weggooie
positie: 1,2,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03569) vertaling: ik denk dat je veel zou moeten weggooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03101) vertaling: ik dienke da je vee zou moete weggooie
positie: 1,2,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03569) vertaling: het is dom om zulk dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03101) vertaling: het is dom om zukke diere dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03569) vertaling: het is dom om zulk dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03101) vertaling: het is dom om zukke diere dingen weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03569) vertaling: hij is alle kapotte spullen aan het weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03101) vertaling: ie is alle kapotte spullen an 't weggooien
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03569) vertaling: hij is alle kapotte spullen aan het weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03101) vertaling: ie is alle kapotte spullen an 't weggooien
positie: 1,2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03569) positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03101) vertaling: ik vind da je meer zou moeten krantlezen
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03101) vertaling: ik vind da je meer zou moeten krantlezen
positie: 3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03101) vertaling: het is dom om in het donker krant te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03569) positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03101) vertaling: het is dom om in het donker krant te lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03101) vertaling: alleen aanduiding 'even gebruikelijk'
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03101) vertaling: alleen aanduiding 'even gebruikelijk'
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03569) positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03569) fragment: van (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03101) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03569) vertaling: zoon dink eb ik nog nooit gezien
komt voor: j
opm.: dav
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03101) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03569) vertaling: zoon dink eb ik nog nooit gezien
komt voor: j
opm.: dav
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03569) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03101) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03101) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03569) vertaling: zoon mens eit altijd wat om over te klagen
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03569) vertaling: zoon mens eit altijd wat om over te klagen
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03101) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03569) vertaling: jie bin oon een rare
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03569) vertaling: jie bin oon een rare
komt voor: j
opm.: dav
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03569) vertaling: R eit een groene appel weggegeven en noe eit en d'r nog twee rooie
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03101) vertaling: R eit een groenen appel weggegee en noe eit 'n nog twi rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03101) vertaling: d'r waere vee mensen op et feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03569) vertaling: der ware vee mensen op et feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03101) vertaling: waare 'r vee mensen op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03569) vertaling: waren d'r vee mensen op et feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03569) vertaling: wa voo boeken ei je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03101) vertaling: wat ei je vo boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03569) vertaling: wa voo boeken ei je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03569) vertaling: wa ei je voo boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03101) vertaling: wa vo boeken ei je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03569) vertaling: wa ei je voo boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03101) vertaling: wa vo boeken ei je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03101) vertaling: wat ei je vo boeken gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03101) vertaling: ie weunt bie M
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03569) vertaling: ie weunt bie M
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03569) vertaling: ie weunt bie W
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03101) vertaling: ie weunt bie W
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03569) vertaling: loopt even na de bakker W
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03101) vertaling: loopt even ne de bakker, W
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03101) vertaling: wie ei je gezie
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03569) vertaling: wie ei je gezie
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03569) vertaling: wie eit er joe gezie
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03101) vertaling: wie eit joe gezie
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03569) vertaling: aa 'k da gewete dan aa 'k et nie gedaa
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03101) vertaling: aad ik dat gewete dan aad ik et nie gedae
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03101) vertaling: 't zou beter weze/zien om nog even te wachte
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03569) vertaling: 't zou beter zien om nog even te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03569) vertaling: gelukkig a Jan de dokter gebeld en die was er a eel gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03101) vertaling: gelukkig aa J de dokter gebeld en die was er al eel gau
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03569) vertaling: loop noe toch deur vervelende jongers
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03101) vertaling: loop noe toch deur, vervelende joengers
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03569) komt voor: n
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03569) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03569) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03569) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 2
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03101) komt voor: j
gebr.: 2
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03101) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03569) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03101) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03569) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03569) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03101) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03101) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03569) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Oost-Souburg

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Oost-Souburg