SAND-data Nieuwe-Tonge (I043p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03074) vertaling: J herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03074) vertaling: M&P zien mekaare voor de kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03074) vertaling: T wast zun eigen
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03074) vertaling: de tummerman heit geen spiekers bie z'n
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03074) vertaling: F zag un slange neffen zun
opm.: reflexief: z'n of reflexief: zijn
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03074) vertaling: E liet mien voor z'n eige werken
opm.: reflexief: z'n eigen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03074) vertaling: J liet d'r eige meedrieve op de golven
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03074) vertaling: T bekeek z'n eige es goewt in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03074) vertaling: J heit in twee minuten un biertje gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03074) vertaling: deze schiene lope makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03074) vertaling: E ken z'n eigen zelf goed
opm.: reflexief: z'n eigen zelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03074) vertaling: W heit gehoord dat er foto's van z'n eige in de etalage sta
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03074) vertaling: die aerpels schelle nie makkelek
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03074) vertaling: dit glas breekt as het op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03074) vertaling: dokter, leve ik wel gezond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03074) vertaling: al jaren leeft en van de erfenis van z'n vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03074) vertaling: deze week leeft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03074) vertaling: leeft et nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03074) vertaling: hoelange leve jule noe al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03074) vertaling: in B leve ze vooral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03074) vertaling: na 't eten gaa 'k slape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03074) vertaling: zou ik dat wel kenne doewe
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03074) vertaling: hie liejt z'n huus afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03074) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03074) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03074) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03074) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03074) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03074) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03074) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03074) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03074) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03074) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03074) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03074) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03074) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03074) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03074) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03074) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03074) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03074) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03074) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03074) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03074) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03074) vertaling: Jan heeft geen boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03074) vertaling: Jan heeft geen boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03074) vertaling: Boeken heeft Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03074) vertaling: Jan hei nie veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03074) vertaling: d'r mag niemand spreke over dit geval
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03074) vertaling: d'r mag niemand spreken over dit geval
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03074) vertaling: niemand zegt dat ij komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03074) vertaling: zitten hier muizen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03074) vertaling: ik geve niks an un aaze
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03074) vertaling: niemand wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03074) vertaling: wiele wisten niet dat en thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03074) vertaling: ik wist et ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03074) vertaling: hie mag mit niemand spreken over dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03074) vertaling: J weet dat en voor drie uur de wagen mot hebben gemaakt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03074) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03074) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03074) komt voor: j
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03074) komt voor: j
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03074) vertaling: M d'r auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03074) vertaling: M d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03074) vertaling: Piet zun auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03074) vertaling: Piet zun auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03074) vertaling: die man z'n auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03074) vertaling: die man z'n auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03074) vertaling: die auto is nie van mien maar van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03074) vertaling: de krante van gisteren leid onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03074) vertaling: Jan is K&K hun broertje
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03074) vertaling: die jongers d'r fietsen binne gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03074) vertaling: die zussen d'r moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03074) vertaling: die auto is van Wullem
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03074) vertaling: die fiets is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03074) vertaling: hie mag mit geen mens praten over dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03074) vertaling: ik wil geen mens kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03074) vertaling: het is jammer dat wiele nie magge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03074) vertaling: dat gae ik nie doewe
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03074) vertaling: ik ha niet gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03074) vertaling: nog mar pas had un het verteld of M begon te huilen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03074) vertaling: gae die bestelling nu mar ophale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03074) vertaling: hie werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03074) vertaling: ik verbie je om hier te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03074) vertaling: Jan verhinderde dat we M belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03074) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03074) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03074) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03074) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03074) fragment: en te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03074) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03074) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03074) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03074) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03074) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03074) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03074) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03074) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03074) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03074) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03074) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03074) fragment: dan (1)
opm.: 'ons' i.p.v. 'wij' mogelijk
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03074) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03074) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03074) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03074) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03074) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03074) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03074) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03074) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03074) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03074) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03074) fragment: wanneer (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03074) vertaling: tot mijn verheuging weet ik dat jullie op niemand boos zijn
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03074) vertaling: ik weet dat zij op niets trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03074) vertaling: E heeft er zo doende een zwaar hoofd in
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03074) vertaling: ik weet dat ik te laat ben, jij dus niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03074) vertaling: je weet toch dat het uw karwei is
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03074) vertaling: iedereen dienkt dat wiele na huus ga en dat heulje nog magge bluve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03074) vertaling: het is jammer dat hie komt en dat heur weg gaet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03074) vertaling: ik dienke dat Liesa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03074) vertaling: ik dienke dat P & L ga trouwe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03074) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03074) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03074) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03074) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03074) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03074) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03074) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03074) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03074) komt voor: j
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03074) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03074) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03074) komt voor: j
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03074) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03074) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03074) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03074) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03074) fragment: welks (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03074) fragment: welks (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03074) fragment: welks (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03074) fragment: welkers (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03074) fragment: welkers (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03074) fragment: welkers (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03074) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03074) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03074) fragment: wiens (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03074) fragment: waar (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03074) fragment: het welk (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03074) fragment: het welk (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03074) fragment: het welk (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03074) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03074) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03074) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03074) fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03074) fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03074) fragment: hetgeen (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03074) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03074) fragment: welke (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03074) fragment: welke (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03074) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03074) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03074) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval voegwoord of D-woord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03074) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval voegwoord of D-woord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03074) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval voegwoord of D-woord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03074) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval voegwoord of D-woord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03074) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03074) fragment: hetgeen (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03074) fragment: hetgeen (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03074) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03074) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03074) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03074) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03074) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03074) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03074) fragment: hij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03074) fragment: hij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03074) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03074) vertaling: wat doch je wel wie ik in de stad ontmoet hawe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03074) vertaling: hoe dienke jule dat ze dat opgelost hawe
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03074) vertaling: M weet nie wie wij willen opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03074) vertaling: weet iemand wie wij geroepen hebben
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03074) vertaling: wie dienk je dat ik in de stad ontmoet hawe
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03074) vertaling: wie dienk je dat ik in de stad ontmoet hawe
opm.: twijfelgeval voegwoord of D-woord voorop in bijzin
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03074) vertaling: hie heit zun handen gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03074) vertaling: hie heit zun hemde uutgewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03074) vertaling: hie heit en hoed op zun hoofd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03074) vertaling: hie heit un vlekke op zun hemde
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03074) vertaling: hie heit zun been gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03074) vertaling: ze heit d'r eige piene gedaa
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03074) vertaling: M trok den deken naar d'r toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03074) vertaling: L weet dat er foto's van hie zelf te koop binne
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03074) vertaling: joe herinnert je toch wel dat we toen deur dat bos heen gienge
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03074) vertaling: ik herinnere me dat de auto van M kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03074) vertaling: ze herinnert zich dat hij zat te eten as e verke
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03074) vertaling: wiele herinnere ons wel dat al Jan z'n boeken gestolen waren maar ... (onvolledig)
opm.: reflexief: ons
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03074) vertaling: wete jule nog dat we Jan op de mart gezien hawe
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03074) vertaling: hie heit z'n eige een ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03074) vertaling: hie voelende z'n eige deur het ies zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03074) vertaling: zou hij dat gedaan gekund hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03074) vertaling: zou hij dat gedaan gekund hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03074) vertaling: zou hij dat gedaan gekund hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03074) vertaling: zou hij da gedae hebbe gekenne
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03074) vertaling: zou hij da gedae hebbe gekenne
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03074) vertaling: zou hij da gedae hebbe gekenne
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03074) vertaling: zou hij dat hebben gekenne
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03074) vertaling: zou hij dat hebben gekenne
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03074) vertaling: zou hij dat hebben gekenne
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03074) fragment: gekenne (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03074) fragment: gedaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03074) komt voor: j
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03074) komt voor: j
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03074) komt voor: j
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03074) komt voor: j
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03074) komt voor: j
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03074) komt voor: j
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03074) komt voor: j
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03074) komt voor: j
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03074) komt voor: j
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03074) komt voor: j
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03074) komt voor: j
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03074) komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03074) vertaling: we moeten naar de schuur om de koeien te voeren
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03074) vertaling: ze kwamen aangewandeld
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03074) vertaling: ze kwamen aangewandeld
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03074) vertaling: ik dienke dat en weg is
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03074) vertaling: ik wete dat en weg is
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03074) vertaling: hie is weg, ik weet het
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03074) vertaling: de politie zou hem komen halen
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03074) vertaling: M al haar koeien zijn verdronken bij de vloed
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03074) vertaling: kaas maken weet ik niks van
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03074) vertaling: Jan en ik hebben naar de mart geweest
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03074) vertaling: ik heb de eerste drie sommen gemaakt. ... (onvolledig)
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03074) vertaling: welke heb jij al weggebracht
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03074) vertaling: zulke zou ik niet durven opeten
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03074) vertaling: de dieje zou ik diet durven opeten
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03074) vertaling: ik wete dat Jan na de mart geweest is
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03074) vertaling: tijdens een wandeling kwam ik em tegen
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03074) vertaling: tijdens een wandeling kwam ik em tegen
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03074) vertaling: hij hield zich of hij net uit bed kwam
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03074) vertaling: in die tijd leefde ik er tot mijn schande op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03074) vertaling: vroeger leefde hij als bij de beesten af
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03074) vertaling: daar leefden wij zo vrij als God in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03074) vertaling: niemand mag et zien, vind ik dat jij het ook niet mag
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03074) opm.: IPP: n.v.t.
000 (y08opm) (inf. 03074) opm. inf.: geen verschil tussen e,f,g,h en 'onze taal'
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 3
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03074) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03074) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03074) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03074) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03074) vertaling: alstublieft
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03074) vertaling: het was de bedoeling
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03074) vertaling: ja zeker
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03074) vertaling: o ja?
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03074) vertaling: ja, wie
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03074) vertaling: met zulk weer kun je niet veel doen
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03074) vertaling: onbekend
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03074) vertaling: onbekend
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03074) vertaling: ik wil hem nooit meer zien want hij heeft mij bedrogen
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03074) vertaling: jij en ik gaan kijken naar het voetballen
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03074) vertaling: hij is dood
opm.: elders wel accusatief
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03074) vertaling: is hij dood
opm.: elders accussatief
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03074) vertaling: zij is ziek
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03074) vertaling: is zij ziek
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03074) vertaling: omdat hij werken moest, moest zij de hele dag thuis blijven
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03074) vertaling: omdat het begon te sneeuwen konden we de stad niet uit
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: welke (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: welke (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: die (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: die (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: die (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: wien (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: die (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: van wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: van wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: van wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: van wie (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03074) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03074) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03074) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03074) fragment: welke (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03074) fragment: welke (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03074) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03074) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03074) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03074) fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03074) fragment: - (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03074) fragment: hetwelk (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03074) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03074) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03074) fragment: hetwelk (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03074) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03074) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03074) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03074) fragment: hetwelk (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03074) fragment: hetwelk (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03074) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03074) fragment: welk (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03074) vertaling: P denkt dat J&M op niemand boos zijn
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03074) vertaling: Wim denkt dat we nooit iemand een prijs geven
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03074) vertaling: 't is waar dat ze niet met M mogen praten
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03074) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03074) vertaling: wellicht een dief
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03074) vertaling: wij zullen vragen en hopen
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03074) vertaling: de vraag is rond en vierkant tegelijk
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03074) vertaling: welks koeien droog zijn
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03074) vertaling: zeid 't um nie dat ik na buten geweest binne
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03074) vertaling: niet vertelle dat je un cadeau voor z'n gekocht heid oor
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03074) vertaling: weet je niet dat en gevalle is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03074) vertaling: W perderende om geen mens piene te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03074) vertaling: 't schienende dat ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03074) vertaling: ze schient niks te magge eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03074) vertaling: ze perderend al den helen dag mekare op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03074) vertaling: het beloof weer een mooien dag te worren
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03074) vertaling: het lijkt mij beter nog even te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03074) vertaling: wat waren wij blijde dat wij het geluk hadden hem dadelijk terug te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03074) vertaling: die hoenders zijn bang voor de valk
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03074) vertaling: as men de aerpels nie kenne verkope hebben we een strop
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als': 'n' op pronomen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03074) vertaling: neem jullie em in vredesnaam mee
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03074) vertaling: hij wist et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03074) vertaling: hier dansen ze nogal eens een dansje
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03074) vertaling: ze verkope nu inkel nog mar brood in deze winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03074) vertaling: as en mit de fiets komt zal en wel late weze
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03074) vertaling: a je tied heid, kom dan eens anwalse
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03074) vertaling: as de plakke laag hangt, koop ik een diere auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03074) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03074) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03074) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03074) komt voor: j
opm.: geen vertaling
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03074) vertaling: durf jij ze uit te nodigen
komt voor: j
opm.: dav
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03074) vertaling: durf jij ze uit te nodigen
komt voor: j
opm.: dav
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03074) vertaling: is P hier geweest
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03074) vertaling: is P hier geweest
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03074) vertaling: hoe heeft Pol dat opgelost
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03074) vertaling: hoe heeft Pol dat opgelost
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03074) vertaling: heb je me die brief opgestuurd
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03074) vertaling: heb je me die brief opgestuurd
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03074) vertaling: ik heb het hem gegeven
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03074) vertaling: ik heb het hem gegeven
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03074) vertaling: ze leeft op water en brood deze week
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03074) vertaling: ze leeft op water en brood deze week
komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03074) vertaling: M heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03074) vertaling: M heit gezeid dat joe geprobeerd heit un liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03074) vertaling: M heit gezeid dat joe geprobeerd heit un liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03074) vertaling: M heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03074) vertaling: M heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03074) komt voor: j
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03074) komt voor: j
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03074) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03074) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03074) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03074) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03074) komt voor: j
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03074) vertaling: die van de stad hebben hier veel huizen gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03074) vertaling: aan die nieuwe vaart zie je geen mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03074) vertaling: gisteren is Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03074) vertaling: de dag dat Jan belde was ik niet thuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03074) vertaling: Jef, die zou ik nooit uitnodigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03074) vertaling: M die zou zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03074) vertaling: B die drienkt wel us een glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03074) vertaling: M die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03074) vertaling: dat huus staat daar al fuuftig jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03074) komt voor: j
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03074) komt voor: j
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03074) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03074) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03074) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03074) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03074) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03074) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03074) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03074) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03074) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03074) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03074) komt voor: j
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03074) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
473 (z11b) En pas op! (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03074) opm.: enkel aanduiding 'goed'
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03074) vertaling: leg dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03074) vertaling: als je echt niet kunt wachten, kom dan maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03074) opm.: alleen aanduiding 'wel gebruikelijk'
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03074) opm.: alleen aanduiding 'niet gebruikelijk'
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03074) opm.: alleen aanduiding 'wel gebruikelijk'
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03074) opm.: alleen aanduiding 'niet gebruikelijk'
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03074) opm.: alleen aanduiding 'wel gebruikelijk'
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03074) opm.: alleen aanduiding 'wel gebruikelijk'
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03074) positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03074) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03074) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03074) positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03074) positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03074) fragment: door (1)
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03074) vertaling: R heid een groene appel weggegeven in noe heid d'r nog twee rooje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03074) vertaling: d'r were veul mensen op het fiest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03074) vertaling: ware d'r veel mensen op het feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03074) vertaling: wat hei je voor boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03074) vertaling: wat voor boeken hei je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03074) vertaling: wat voor boeken hei je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03074) vertaling: wat hei je voor boeken gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03074) vertaling: hie weunt bie M
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03074) vertaling: hie weunt bie W
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03074) vertaling: loop effen naar den bakker Wum
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03074) vertaling: wie hei je gezieje
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03074) vertaling: wie hei joe gezieje
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03074) vertaling: had ik tat gewete dan had ik het niet gedaa
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03074) vertaling: 't zou beter weze om nog even te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03074) vertaling: gelukkig had Jan den dokter gebeld en die wast er al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03074) vertaling: leop nae toch deur, vervelende jongers
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03074) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03074) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03074) komt voor: n
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03074) komt voor: n
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03074) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03074) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03074) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03074) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03074) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Nieuwe-Tonge

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Nieuwe-Tonge