SAND-data Bredene (H017p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03046) vertaling: em
opm.: onvolledige vertaling reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03046) vertaling: makoor
opm.: onvolledige vertaling
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03046) vertaling: em
opm.: onvolledige vertaling reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03046) vertaling: em
opm.: onvolledige vertaling reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03046) vertaling: em
opm.: onvolledige vertaling reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03046) vertaling: em
opm.: onvolledige vertaling reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03046) vertaling: eur
opm.: onvolledige vertaling reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03046) vertaling: ze zelven
opm.: onvolledige vertaling reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03046) vertaling: Jan ed i twi menutn e pientje gedroenken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03046) vertaling: die schoen zien gemakkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03046) vertaling: zezelven
opm.: onvolledige vertaling reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03046) vertaling: em
opm.: onvolledige vertaling reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03046) vertaling: die petatten schellen nie gemakkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03046) vertaling: da glas brikt ot up de groend valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03046) vertaling: dokteur, leve kik we gezond genoech
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03046) vertaling: a joaren leeft 'n va ze voader z'n erfenisse
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03046) vertaling: van de weke leef ze op woater en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03046) vertaling: leevd et nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03046) vertaling: oelange leve gieder a van die erfenisse
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling (1ste vertaling)
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03046) vertaling: oelange leve gieder a van die erfenisse
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling (1ste vertaling)
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03046) vertaling: leef junder
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling (1ste vertaling)
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03046) vertaling: leef junder
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling (1ste vertaling)
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03046) vertaling: In Bretagne leven ze sertout van de visscherieje
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03046) vertaling: achter 't eten goan 'k goan slapen
opm.: gaan-dubbeling
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03046) vertaling: zoen k da wel kun' doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03046) vertaling: je liet z'n uus afbreekn
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03046) vertaling: 'k weetn da Jan art moe kun'n werk'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03046) vertaling: 'k weetn da Jan art moe kun'n werk'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03046) vertaling: 'k weetn da Jan art moe kun'n werk'n
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03046) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03046) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03046) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03046) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03046) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03046) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03046) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03046) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03046) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03046) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03046) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03046) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03046) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03046) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03046) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03046) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03046) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03046) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03046) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03046) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03046) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03046) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03046) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03046) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03046) vertaling: Jan heeft geeneen boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03046) vertaling: Jan heeft geeneen boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03046) vertaling: boeken heeft Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03046) vertaling: Jan heeft niet veel geld (niet) meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03046) vertaling: er mag niemand over dit probleem spreken
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03046) vertaling: er mag niemand over dit probleem spreken
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03046) vertaling: niemand zegt dat hij komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03046) vertaling: zitten hier nergens geen muizen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03046) vertaling: ik geef niets aan een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03046) vertaling: 't wil niemand werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03046) vertaling: we wisten niet dat hij thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03046) vertaling: ik wist het ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03046) vertaling: hij mag met niemand over dit probleem spreken
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03046) vertaling: Jan weet dat hij voor te drieën de karre moet gemaakt hebben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03046) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03046) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03046) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03046) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03046) vertaling: Marie eurn otto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03046) vertaling: Marie eurn otto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03046) vertaling: Piet zijn otto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03046) vertaling: Piet zijn otto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03046) vertaling: die vent zijn otto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03046) vertaling: die vent zijn otto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03046) vertaling: die auto is niet van mien moar van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03046) vertaling: de gazette van gistern ligt onder den tv
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03046) vertaling: Jan is K&K under broerke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03046) vertaling: die jongens under velo's zijn gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03046) vertaling: die zusters under moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03046) vertaling: dat is Wim zijn auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03046) vertaling: dat is mmijn velo
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03046) vertaling: Die velo is de mijn
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03046) vertaling: Die velo is de mijn
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03046) vertaling: dat is mmijn velo
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03046) vertaling: je mag met niemand klappen over da probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03046) vertaling: ik wil niemand kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03046) vertaling: het is jammer dat wij niet mogen komen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03046) vertaling: da ga ik niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03046) vertaling: niet heb ik gedaan
opm.: 'niet' betekent waarschijnlijk 'niets'
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03046) vertaling: hij had het nog maar verteld of Marie begon te ...
opm.: onvolledig
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03046) vertaling: gaan haalt die bestelling nu maar
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03046) vertaling: ga die bestelling nu maar gaan afhalen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03046) vertaling: ga die bestelling nu maar gaan afhalen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03046) vertaling: gaan haalt die bestelling nu maar
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03046) vertaling: je werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03046) vertaling: ik verbied je van hier te komen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03046) vertaling: Jan verhinderde dat we Marie belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03046) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03046) fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03046) fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03046) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03046) fragment: van te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03046) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03046) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03046) fragment: van te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03046) fragment: voor te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03046) fragment: - (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03046) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03046) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03046) fragment: - (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03046) fragment: van (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03046) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03046) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03046) fragment: van (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03046) fragment: of dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03046) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03046) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03046) fragment: of (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03046) fragment: of (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03046) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03046) fragment: of (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03046) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03046) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03046) fragment: of (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03046) fragment: of (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03046) fragment: lijk (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03046) fragment: lijk (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03046) fragment: of (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03046) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03046) fragment: om (1)
opm.: informant voegt toe '= als?'
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03046) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03046) fragment: lijk of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03046) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03046) fragment: ot (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03046) fragment: ot (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03046) fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03046) vertaling: ik weet dat gijder op niemand dul zijt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03046) vertaling: ik weet dat ze nievers preus op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03046) vertaling: Els peist dat 't nie gemakkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03046) vertaling: ik weet da 'k te loat zien en gie nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03046) vertaling: je weet toch da je gie moe weren en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03046) vertaling: iedereen peist da me wieder naar huis gaan en da ze zijder nog mogen blijven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03046) vertaling: het is jammer dat 'n em komt en da ze zie weggoat
opm.: subjectdubbeling 3.ev.vrouw in bijzin.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03046) vertaling: ik peizen da Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03046) vertaling: ik peizen da P&L goan trouwen
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03046) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03046) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03046) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03046) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03046) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03046) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03046) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03046) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03046) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03046) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03046) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03046) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03046) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03046) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03046) fragment: van wien da zijn (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03046) fragment: waar da(n) (1)
opm.: voegwoordvervoeging
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03046) fragment: da (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03046) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03046) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03046) fragment: da (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03046) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03046) komt voor: n
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03046) fragment: da(t) (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03046) fragment: woar da kik (1)
opm.: voegwoordvervoeging
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03046) fragment: woar dan kik (1)
opm.: voegwoordvervoeging
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03046) fragment: woar dan kik (1)
opm.: voegwoordvervoeging
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03046) fragment: woar da kik (1)
opm.: voegwoordvervoeging
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03046) fragment: da (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03046) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03046) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03046) fragment: die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03046) vertaling: wien peis je da(n)k gezien en
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03046) vertaling: hoe peiz je gieder da(n) ze 't upgelost en?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03046) vertaling: hoe peiz je da(n) ze 't upgelost en?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03046) vertaling: Magda wit nie weejn da me wiln upbeln
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03046) vertaling: wit er etwiej wien da me geroepn en
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03046) vertaling: wien peiz je da(n)k in 't stad gezien en
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03046) vertaling: wien peiz je da(n)k in 't stad gezien en
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03046) vertaling: j' e z'n an gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03046) vertaling: j' e z'n emde gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03046) vertaling: j' ed een oed up zen kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03046) vertaling: j' ed e plekke up zen emde
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03046) vertaling: j' e ze(n) bein gebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03046) vertaling: j' ed em zeer gedoan
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: hem
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03046) vertaling: Marie trok te soaze noar eur
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03046) vertaling: Luc wit dat er foto's van em te koop zien
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03046) vertaling: je wit toch da me ton deur da bos gelopen en
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03046) vertaling: ik weet nog da ten otto van Marie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03046) vertaling: ze wit nog dat en zat t' eten lik e zwien
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03046) vertaling: wieder wet'n wel nog dad aal Jan ze(n) boeken gestooln waren mo zieder weten 't nie mi
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03046) vertaling: wete gieder nog da me Jan up de mart gezien en
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03046) vertaling: j' ed em 'n ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03046) vertaling: je voeldeg 'em deur 't ies zakken
opm.: reflexief: hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03046) vertaling: zoet 'n da kun gedoan en
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03046) fragment: gekun (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03046) fragment: gedoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03046) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03046) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03046) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03046) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03046) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03046) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03046) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03046) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03046) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03046) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03046) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03046) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03046) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03046) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03046) vertaling: 'k peizen dat 'n weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03046) vertaling: 'k peizen dat 'n weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03046) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03046) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03046) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03046) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03046) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03046) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03046) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03046) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03046) vertaling: welke heb jij...
komt voor: j
opm.: dav onvolledige vertaling
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03046) vertaling: welke heb jij...
komt voor: j
opm.: dav onvolledige vertaling
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03046) vertaling: die van die bepaalde soort...
komt voor: j
opm.: dav onvolledig
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03046) vertaling: die van die bepaalde soort...
komt voor: j
opm.: dav onvolledig
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03046) vertaling: die daar
komt voor: j
opm.: dav onvolledig
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03046) vertaling: die daar
komt voor: j
opm.: dav onvolledig
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03046) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03046) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03046) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03046) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03046) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03046) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03046) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03046) vertaling: in die tijd leefde kik derop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03046) vertaling: vroeger leeft en dig lik e beeste
opm.: lijkt erop dat clitic voor preteritumsuffix komt
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03046) vertaling: doar leefden me lik God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03046) vertaling: 't mag 't niemand ziejn, gie dus ook nie
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03046) vertaling: 't gebeurdig o j weggienk
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03046) vertaling: 'k weet'n woa da j geboorn ziet
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03046) vertaling: nu da j kloar ziet meug je goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03046) vertaling: deurda Marie doad was, ed eur vint Anna nie mi kun elpn
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03046) vertaling: 'k weetn dat 'n goan zwem is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03046) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03046) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03046) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03046) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03046) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03046) vertaling: ja, ik wil nog koffie
komt voor: j
opm.: dav
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03046) vertaling: ja, ik wil nog koffie
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03046) vertaling: ja, ze goat dansen
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03046) vertaling: ja, ze goat dansen
komt voor: j
opm.: dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03046) vertaling: ja ze hebben gegeten
komt voor: j
opm.: dav toch toevoeging van 'joas' (b) en 'joans' (c) bij de antwoorden, waardoor ik veronderstel dat er wel degelijk congruentie van 'ja' en 'neen' is.
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03046) vertaling: ja ze hebben gegeten
komt voor: j
opm.: dav toch toevoeging van 'joas' (b) en 'joans' (c) bij de antwoorden, waardoor ik veronderstel dat er wel degelijk congruentie van 'ja' en 'neen' is.
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03046) vertaling: ja, het is te koop
komt voor: j
opm.: dav
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03046) vertaling: ja, het is te koop
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03046) vertaling: wie komt er langs
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03046) vertaling: wie komt er langs
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03046) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03046) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03046) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03046) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03046) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03046) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03046) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03046) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03046) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03046) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03046) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03046) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03046) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03046) fragment: van wie dat (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03046) fragment: van wie dat (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03046) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03046) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03046) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03046) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03046) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03046) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03046) fragment: waarmee (1)
opm.: ongrammaticaal?
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03046) fragment: wie dat (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03046) fragment: dat (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03046) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03046) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03046) fragment: dat (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03046) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03046) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03046) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03046) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03046) fragment: van wie dat haar (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03046) vertaling: Piet peist dat J&M op niemand dul zijn
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03046) vertaling: Piet peist dat J&M op niemand dul zijn
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03046) vertaling: Wim peist da me nooit etwien e pries geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03046) vertaling: Wim peist da me nooit etwien e pries geven
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03046) vertaling: het is waar dat ze met Marie niet mogen klappen
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03046) vertaling: nieverst
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03046) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03046) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03046) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03046) vertaling: ginne
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03046) vertaling: zegd em nie dan 'k noa buutn gewist zien
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03046) vertaling: nie vertellen da je een cadeau gelocht hebt voor em
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03046) vertaling: wit je nie dat 'n gevallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03046) vertaling: voor
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03046) vertaling: Wendy probeerde van niemand zeer te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03046) vertaling: Wendy probeerde van niemand zeer te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03046) vertaling: voor
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03046) vertaling: 't schient da se nieks meugd eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03046) vertaling: ze schient niks te meugen eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03046) vertaling: voor
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03046) vertaling: ze proberen al de hele dag van makaar op te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03046) vertaling: ze proberen al de hele dag van makaar op te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03046) vertaling: voor
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03046) vertaling: 't gaat weer een schone dag worden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03046) vertaling: 't belooft van een ... (onvolledig)
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03046) vertaling: 't belooft van een ... (onvolledig)
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03046) vertaling: 't gaat weer een schone dag worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03046) vertaling: 't is misschien beter voor nog een beetje te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03046) vertaling: we hadden 't geluk van hem direct were te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03046) vertaling: on de kiekens een valk zien, zin ze benauwd
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03046) vertaling: o me de petatten nie kunnen verkopen, ... (onvolledig)
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03046) vertaling: o junder em nie mee doet, goan 'k dul worden
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03046) vertaling: ..., worden 'k dul
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03046) vertaling: ..., worden 'k dul
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03046) vertaling: o junder em nie mee doet, goan 'k dul worden
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03046) vertaling: je wist 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03046) vertaling: op dat feest wordt er veel gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03046) vertaling: nu wordt er alleen nog brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03046) vertaling: ot 'n met de velo komt,... (onvolledig)
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03046) vertaling: o j' tied et,... (onvolledig)
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03046) vertaling: on 'k rieke zien,... (onvolledig)
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03046) vertaling: misschien ga 'k et (ek)ik wel krijgen
komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03046) vertaling: misschien ga 'k et (ek)ik wel krijgen
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03046) vertaling: durve gie d' er op duwen
komt voor: j
opm.: dav twijfelgeval subjectdubbeling
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03046) vertaling: durve gie d' er op duwen
komt voor: j
opm.: dav twijfelgeval subjectdubbeling
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03046) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03046) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03046) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03046) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03046) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03046) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03046) vertaling: ze leeft (zij) op water en brood van de weke
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03046) vertaling: Marie heeft gezegd da j gie e liedje probeern te zingen et
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03046) vertaling: Marie heeft gezegd da gij eur een boek proberen te geven hebt
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03046) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03046) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03046) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03046) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03046) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03046) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03046) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03046) vertaling: de dee van 't stad dee hebben hier ... (onvolledig)
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03046) vertaling: aan die nieuwe vaart zie je geen mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03046) vertaling: gisteren is Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03046) vertaling: de dag dat Jan belde woaren 'k nie thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03046) vertaling: Jef den deen zou ik nooit uitnodigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03046) vertaling: Marie de dee zoe zo entwa nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03046) vertaling: Bert den deen drienkt wel ... (onvolledig)
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03046) vertaling: Martha de dee zoan 'k wel e ki ... (onvolledig)
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03046) vertaling: dat uus da soen 'k nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03046) vertaling: dad uus da staat daar al vijftig jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03046) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03046) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03046) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03046) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03046) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03046) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03046) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03046) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03046) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03046) vertaling: Heeft Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03046) vertaling: pas up
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03046) vertaling: 't was moa juste goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03046) vertaling: Marjo heeft nu meer koeien dan dat ze vroeger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03046) vertaling: als Suzanne had kunnen komen, gieng ze 't gedaan en
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03046) vertaling: z' is de beste docteur dan 'k kennen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03046) vertaling: voor da je etwa wegsmiet moe je e kie bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03046) vertaling: hier is al dan 'k gekregen en
opm.: twijfelgeval voegwoord of relatiefpronomen
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03046) vertaling: Jan is te gierig voor etwa aan z'n kinders te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03046) vertaling: lik of da je gie etwa wit van voetballen
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03046) vertaling: legt ta boek nere
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03046) vertaling: Als je echt niet kunt wachten, moet je maar komen
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03046) vertaling: 'k weetn da Jan de dokteur a kunnen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03046) vertaling: 'k weetn da JAn den dokteur kost geroepen en
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03046) vertaling: Je zei da kik 't aan moeten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03046) vertaling: Je zei da k t ik moesten gedoan en
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03046) vertaling: j' es verleden weke deur dr. Mertens gopreerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03046) vertaling: Je wordt morgen deur dr. Mertens gopreerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03046) vertaling: ik peizen da je vele weg zoe moeten smieten
positie: 1,2,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03046) vertaling: ik peizen da je vele weg zoe moeten smieten
positie: 1,2,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03046) vertaling: 't is dom van zulke diere dingen weg te smieten
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03046) vertaling: 't is dom van zulke diere dingen weg te smieten
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03046) vertaling: j' es al de kapotte dingen weg aan 't smieten
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03046) vertaling: j' es al de kapotte dingen weg aan 't smieten
positie: 1,2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03046) vertaling: ik vind dat je meer de gazette zou moeten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03046) vertaling: ik vind dat je meer de gazette zou moeten lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03046) vertaling: 't is dom van de gazette te lezen in den donkeren
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03046) vertaling: 't is dom van de gazette te lezen in den donkeren
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03046) vertaling: j' es de hele dag de gazette aan 't lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03046) vertaling: j' es de hele dag de gazette aan 't lezen
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03046) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03046) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03046) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03046) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03046) vertaling: ge ziet ook e raren
komt voor: j
opm.: dav 'en' is flexie en geen onbep. lidw.
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03046) vertaling: ge ziet ook e raren
komt voor: j
opm.: dav 'en' is flexie en geen onbep. lidw.
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03046) vertaling: R heeft één groene appel weggegeven en j' e nu nog 2 roaie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03046) vertaling: 't woaren vele mensen op die feeste
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03046) vertaling: woaren der vele mensen op die feeste
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03046) vertaling: waffer boeken e j gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03046) vertaling: Je weunt (ie) bie Marietje
opm.: subjectdubbeling
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03046) vertaling: Je weund (ie (em)) bij Wim
opm.: subjectdubbeling
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03046) vertaling: lopt ek kie noa de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03046) vertaling: wien e j gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03046) vertaling: wien et er joen gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03046) vertaling: a 'k da geweetn, 'k aan 't nie gedaan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03046) vertaling: 't zoe beter zien van nog e bitje te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03046) vertaling: gelukkig had Jan de dokter gebeld en (de) deen was t'r heel rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03046) vertaling: loop toch e ki deure, snotapen
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 3
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03046) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03046) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03046) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03046) komt voor: j
gebr.: 5
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03046) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03046) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03046) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Bredene

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Bredene