SAND-data Lievelde (G280q)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03254) vertaling: jan wet dat verhaol nog wal
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03254) vertaling: Marie en Piet treft mekaar veur de kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03254) vertaling: Tone wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03254) vertaling: de timmermang het gien nagels nij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03254) vertaling: Fons zah ne slange naost zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03254) vertaling: Erik leet mien ut wark doen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03254) vertaling: Johanna leet zich drieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03254) vertaling: Toon bekek zich is goed in de spiegel
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03254) vertaling: jan het binnen 2 min un bietrjien edronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03254) vertaling: Disse skone loop good
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03254) vertaling: Eduard kent zich eigen goed
opm.: reflexief: zich eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03254) vertaling: Ward hef e'heurt datt'r foto's van um on de etalage staot
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03254) vertaling: Dee jappels skellen is neet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03254) vertaling: Dit glas ggat kapot at't op de grond völt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03254) vertaling: Dokterl leef ik wel goot genig
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03254) vertaling: he leeft al jaoren van de erfenisse van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03254) vertaling: Disse wekke lehft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03254) vertaling: Lehft'ut nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03254) vertaling: Hoelange lehft jullie no al van die arfenisse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03254) vertaling: In Bretagne lehft ze hoofdzakelijke van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03254) vertaling: Nao 't ett'n gao'k sloap'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03254) vertaling: Zo'k dat wal kunn'n doon
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03254) vertaling: He leet't huus afbrekk'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat Jan hard mot kunnen werken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat Jan hard mot kunnen werken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat Jan hard mot kunnen werken
komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03254) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03254) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03254) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03254) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03254) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03254) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03254) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03254) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03254) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03254) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03254) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03254) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03254) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 2
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 2
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03254) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03254) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03254) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03254) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03254) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03254) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03254) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03254) vertaling: jan het gin één boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03254) vertaling: Jan het gin boek meer
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03254) vertaling: Oiet zienen auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03254) vertaling: Piet zienen auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03254) vertaling: De man zienen auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03254) vertaling: De man zienen auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03254) vertaling: Den auto is neet van mien maor van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03254) vertaling: De krante van gistern lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03254) vertaling: Jan is un breur van karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03254) vertaling: de fietse van die jongens is estolne
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03254) vertaling: De moode van du zusters is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03254) vertaling: den auto is van wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03254) vertaling: Den fiets is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03254) vertaling: Hij mag met gin mense praote over dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03254) vertaling: ik wil gin mense beledigen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03254) vertaling: Het is jammer datte wij niet makt komm'n
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03254) vertaling: Dat dook neet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03254) vertaling: ik heb neet ewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03254) vertaling: Hij had't nog maor net verteld of Marie begon te huil'n
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03254) vertaling: Goa de bestelling no maor ophal'n
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03254) vertaling: He warkt nee
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03254) vertaling: ik zeg ow daj neet mak't komm'n
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03254) vertaling: jan veurkwam daw Marie belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03254) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03254) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03254) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03254) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03254) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03254) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03254) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03254) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03254) fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03254) fragment: aj (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03254) fragment: aj (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03254) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03254) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03254) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03254) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03254) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03254) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03254) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03254) fragment: dan (bunt ipv zijn) (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03254) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03254) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03254) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03254) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03254) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03254) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03254) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03254) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03254) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03254) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03254) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03254) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03254) fragment: daor te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03254) fragment: daor te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03254) fragment: maor te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03254) fragment: maor te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03254) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03254) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03254) fragment: datte wou meegaan (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03254) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03254) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat julie op gin mense hellig bent
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03254) vertaling: Els dech dat 't neet makkelijk us
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03254) vertaling: Ik wet dak te late bunne en iej neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03254) vertaling: Jij wet toch dat jij mot wark'n en neet ikke
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03254) vertaling: Iedereen dech datt wej naor huus gaot en dat zeh makt bliev'n
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03254) vertaling: 't is jammer dat hee kump en zee geet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03254) vertaling: ik denk dat lisa zeek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03254) vertaling: Ik denk dat pieter en liesje gaot trouwen
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03254) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03254) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03254) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03254) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03254) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03254) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03254) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03254) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03254) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03254) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03254) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03254) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03254) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03254) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03254) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03254) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03254) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03254) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03254) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03254) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03254) fragment: wel zehn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03254) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03254) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03254) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03254) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03254) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03254) fragment: die (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03254) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03254) fragment: dee (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03254) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03254) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03254) fragment: dee (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03254) fragment: waor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03254) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03254) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03254) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03254) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03254) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03254) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03254) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03254) fragment: weet (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03254) fragment: weet (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03254) fragment: weet (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03254) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03254) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03254) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03254) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03254) fragment: wel (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03254) vertaling: wee denk iej dak in de stad ezehne heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03254) vertaling: wat dachie hoot ze dat heb edaone
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03254) vertaling: Magda wet neet dat wij wilt bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03254) vertaling: Wet t'r ene daw eroepen hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03254) vertaling: Wie dacht iej dak in de stad ezehne heb
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03254) vertaling: Hij hef ziene hande ewassene
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03254) vertaling: Hij hef zien hemd ewassene
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03254) vertaling: Hij hef ne hood op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03254) vertaling: Hij hef ne vlakke op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03254) vertaling: Hij hef zien been ebrokene
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03254) vertaling: Hij hef zich zeer edaone
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03254) vertaling: Marie trok de dekken naor zich too
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03254) vertaling: Luc wet dat t'r foto's van um te koop binne
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03254) vertaling: Jej wet toch wal daw ton deur dat bos elopene bunt
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03254) vertaling: Ik wet nog dat marie zienen auto kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03254) vertaling: hij wet nog datte as un varken zat te ett'n
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03254) vertaling: Wej wet nog dat jan ziene beuke stolen bunt maor zeh wet net meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03254) vertaling: wet jullie nog daw Jan op de markt ezehne hebt
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03254) vertaling: he hij zich kapot ewarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03254) vertaling: He veulen zich deur ies gaon
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03254) vertaling: Zaol he dat ekunt enne daone hebb'n
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03254) fragment: kunt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03254) fragment: daone (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03254) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03254) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03254) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03254) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03254) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03254) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03254) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03254) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03254) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03254) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03254) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03254) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03254) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03254) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03254) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03254) vertaling: Ik dach he is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03254) vertaling: Ik dach he is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03254) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03254) vertaling: Ik wet he is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03254) vertaling: Ik wet he is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03254) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03254) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03254) vertaling: Kese maken wet ik niks van
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03254) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03254) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03254) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03254) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03254) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03254) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03254) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03254) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03254) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03254) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03254) vertaling: De schilder is hier ewest varfen
komt voor: j
opm.: zonder te
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03254) vertaling: De schilder is hier ewest varfen
komt voor: j
opm.: zonder te
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03254) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03254) vertaling: toon leefden ik d'r maor wat op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03254) vertaling: Vrogger levene as un beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03254) vertaling: daor leefden wej as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03254) vertaling: Genene mag't zehn, dus iej ok niet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03254) vertaling: het gebeur'n toj weggingen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03254) vertaling: Ik wet waor'k geboorne bunt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03254) vertaling: Noj klaar bunt kuj gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03254) vertaling: Umdat Marie dood was hef heur'n man anna neet meer kunn'n helpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat he he zwemm'n is egaone
opm.: subjectdubbeling (spelfout? nergens anders nl.)
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat he he zwemm'n is egaone
opm.: subjectdubbeling (spelfout? nergens anders nl.)
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat he is gaon zwemme
opm.: subjectdubbeling (spelfout? nergens anders nl.)
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat he is gaon zwemme
opm.: subjectdubbeling (spelfout? nergens anders nl.)
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03254) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03254) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 3
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 3
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03254) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03254) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03254) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03254) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03254) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03254) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03254) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03254) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03254) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03254) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03254) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03254) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03254) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03254) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03254) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03254) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03254) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03254) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03254) fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03254) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03254) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03254) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03254) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03254) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03254) fragment: die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03254) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03254) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03254) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03254) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03254) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03254) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03254) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03254) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03254) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03254) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03254) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03254) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03254) fragment: welke (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03254) fragment: welke (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03254) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03254) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03254) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03254) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03254) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03254) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03254) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03254) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03254) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03254) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03254) fragment: waarvan (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03254) fragment: waarvan (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03254) vertaling: Piet denkt dat J en m op gin mense hellig bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03254) vertaling: Piet denkt dat J en m op gin mense hellig bint
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03254) vertaling: Wim dich dat gin mense ooit ne pries krijg
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03254) vertaling: Wim dich dat gin mense ooit ne pries krijg
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03254) vertaling: Ut is waor ze kamt niet mit marie proaten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03254) vertaling: Ut is waor ze kamt niet mit marie proaten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03254) vertaling: nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03254) vertaling: gin mense
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03254) vertaling: wet ik niet
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03254) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03254) vertaling: genene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03254) vertaling: Zek'um dak neit buut'n nun'ewes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03254) vertaling: neit zeggen daj veur hum wat ekocht heb
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03254) vertaling: Wet iej neit datte voll'n is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03254) vertaling: Wendy preber'n um gin mense
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03254) vertaling: ut schient dat ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03254) vertaling: Ze schient niks te mögen etten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03254) vertaling: ze probeert 'n helen dag al mekare op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03254) vertaling: Ut belöf wur ne mooi'n dag te word'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03254) vertaling: 't is misschien better um nog effen te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03254) vertaling: we had'n geluk um drekt weir te vind'n
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03254) vertaling: as de hoondre ne valke zut bunt ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03254) vertaling: Aw de jappels niet könt verkop'n hew'n probleem
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03254) vertaling: Aj um neit metnemt wok hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03254) vertaling: he wis't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03254) vertaling: op dit feest wod völle danst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03254) vertaling: Ne wod'r allene nog maor brood verkoch in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03254) vertaling: As he met de fietse kump zalle wal te late welm
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03254) vertaling: Aj tied hebt kom dan is ne kere an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03254) vertaling: Ak rieke bunne koop ik ne duur'n auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03254) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03254) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03254) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03254) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03254) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03254) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03254) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03254) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03254) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03254) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03254) vertaling: Marie hef ezeg dat jij een leedjen hebt probeer'n te zingen
opm.: IPP
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03254) vertaling: marie hef ezeg dat iej probeert hebt een liedjen te zingen
opm.: IPP
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03254) vertaling: Marie hef ezeg dat jij een leedjen hebt probeer'n te zingen
opm.: IPP
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03254) vertaling: marie hef ezeg dat iej probeert hebt een liedjen te zingen
opm.: IPP
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03254) vertaling: Marie hije zeg dat iej probeert hebt heur un book te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03254) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03254) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03254) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03254) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03254) vertaling: Dee uut de stad hebt hier völle huize bouwt
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03254) vertaling: An die eje vaart ze'h gin mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03254) vertaling: Gistern is jan hier ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03254) vertaling: De dag dat jan bell'n was ik neit in huus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03254) vertaling: Jef den zoo'k nooit uutneugen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03254) vertaling: Marie dee zaol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03254) vertaling: Bert den drunk wel is un glas te völle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03254) vertaling: Martha dee zoo'k wal is bij mien in huus will'n uutn.
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03254) vertaling: dat huus zoo'k nooit will'n koop'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03254) vertaling: Dat huus dat steet t'r al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03254) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03254) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03254) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03254) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03254) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03254) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03254) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03254) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03254) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03254) vertaling: Het gunther ebelt?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03254) vertaling: pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03254) vertaling: ut was maor net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03254) vertaling: marjo het nou meer beeste dan vrogger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03254) vertaling: as susanne kon kom'n dan had ze dat wal edaone
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03254) vertaling: Ze is de beste dokter dee ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03254) vertaling: Veur iej iets weggooit moj effem bell'n
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03254) vertaling: hie is alles wa'k ekregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03254) vertaling: Jan is te gierig um iets an ziene kinden te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03254) vertaling: as of iej iets van voetball'n wet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03254) vertaling: dat boek ligt plat
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03254) vertaling: Aj ech neit könt wachten dan kom maor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat jan d'n dokter had könn'n rop'n
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03254) vertaling: Ik wet dat jan de dokter eroep'n kon hem'n
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03254) vertaling: He zeh dat ik ut had mott'n doan
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03254) vertaling: He zeh dat haj mott'n doon
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03254) vertaling: Hij is veurige week deur dokter mertens opereert
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03254) vertaling: Ik denk daj völle mot weggooien
opm.: dav
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03254) vertaling: Het is dom um zukke dure dingen w....
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03254) vertaling: He is alle kapotte gerei an 't weggooien
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03254) vertaling: Ik vind daj vaker de krante mot lezen
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03254) vertaling: Het is dom om in't donker krante te lezen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03254) vertaling: He is 'n hel'n dag an 't krante lezen
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03254) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03254) fragment: om (1)
opm.: inf. voegwoord
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03254) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03254) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03254) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03254) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03254) vertaling: robert het ne greun'n appel wegegeven en no hette nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03254) vertaling: D'r waar'n völle leu opt fust
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03254) vertaling: waar'n d;r völle leu opt fust?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03254) vertaling: Wat veur beuke hij ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03254) vertaling: Wat veur beuke hij ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03254) vertaling: Wat heb iej veur beuke ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03254) vertaling: Wat heb iej veur beuke ekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03254) vertaling: He wooont bej Merietjen
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03254) vertaling: He woont bej wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03254) vertaling: Wim, loop eff'n naar de bakker
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03254) vertaling: Wee hij ezene?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03254) vertaling: Wee het ow zene
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03254) vertaling: ha'k dat ewetene dan ha'kt niet edoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03254) vertaling: 't zool better wehn nog eff'n te wa...
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03254) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en den was t'r rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03254) vertaling: loop no toch deur, rotjonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03254) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03254) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03254) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03254) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03254) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03254) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03254) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Lievelde

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Lievelde