SAND-data Zelhem (G278p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03539) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03512) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03512) vertaling: Marie en Piet ziet mekare veur de kerke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03539) vertaling: Marie en Piet ziet mekare veur de kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03512) vertaling: Teun wast zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03539) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03539) vertaling: De timmerman hef gin negels biej zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03512) vertaling: de timmerman hef gin spiekers bi-j zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03512) vertaling: Fons zag een slange naost zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03539) vertaling: Fons zog een slange naost zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03512) vertaling: Erik liet mien veur zich warken
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03539) vertaling: Erik liet mien veur zich warken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03512) vertaling: Johanna liet zich metdrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03539) vertaling: Johanna liet zich met driven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03512) vertaling: Teun bekek zichzelf es goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03539) vertaling: Toon bekek zichzelf us goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03512) vertaling: Jan hef in twee minuten een biertje e-dronken
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03539) vertaling: Jan hef in twee minuten een biertjen edronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03539) vertaling: Disse schoene loopt makkelijk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03512) vertaling: Deze schoenen loopt gemakkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03512) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03539) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03512) vertaling: Ward hef eheurd dat er foto's van em-zelf in de etalage staot
opm.: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03539) vertaling: Ward hef eheurd dat ter foto's van zichzelf in de etalage staot
opm.: reflexief: zichzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03539) vertaling: Die eerpels schelt niet makkelijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03512) vertaling: Die aerdpels schellen niet makkelik
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03512) vertaling: Dit glas brekt as et op de grond valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03539) vertaling: Dit glas breekt at et op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03539) vertaling: Dokter leêf ik wel gezond genog?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03512) vertaling: Dokter leaf ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03512) vertaling: Al jaoren leaft e van de arfenis van zien vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03539) vertaling: Al jaorn leêft e van de arfenisse van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03539) vertaling: Disse wekker leêft zie op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03512) vertaling: Disse wekke leaft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03539) vertaling: Leêft et nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03512) vertaling: Leaft e't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03512) vertaling: Hoelange leaven i-j luu nou al van die arfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03539) vertaling: Hoelange lêven iejluu al van de arfenisse?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03539) vertaling: In Bretanje leêft ze veural van de visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03512) vertaling: In Bretagne leaft zie veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03539) vertaling: Nao et etten gao k slaopen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03512) vertaling: Nao et etten gao ik slaopen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03539) vertaling: Zok dat wel kunnen doen?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03512) vertaling: Zol ik dat wel können doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03539) vertaling: Hie liet zien huus afbrekken
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03512) vertaling: Hi-j liet zie-n huus afbrekken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03512) vertaling: Ik wette dat Jan hard mot können warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03512) vertaling: Ik wette dat Jan hard mot können warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03512) vertaling: Ik wette dat Jan hard mot können warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03512) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03539) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03512) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03539) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03539) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03512) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03512) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03539) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03539) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03512) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03512) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03539) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03539) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03512) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03539) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03512) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03539) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03512) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03512) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03539) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03539) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03512) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03539) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03512) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03512) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03539) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03512) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03539) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03539) komt voor: n
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03512) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03512) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03539) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03512) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03539) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03539) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03512) komt voor: n
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03539) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03512) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03512) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03539) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03512) komt voor: n
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03539) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03539) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03512) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03539) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03512) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03512) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03539) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03512) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03539) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03539) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03512) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03512) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03539) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03539) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03512) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03512) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03539) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03512) komt voor: n
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03539) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03512) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03539) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03539) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03512) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03539) vertaling: Jan hef gin boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03539) vertaling: Jan hef gin boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03512) vertaling: Jan hef gin book meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03539) vertaling: Buuke hef Jan niet
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03512) vertaling: Buuke hef Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03539) vertaling: Jan hef niet veûle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03539) vertaling: Er mag gin mensen proaten ôver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03539) vertaling: Er mag gin mensen proaten ôver dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03539) vertaling: Geen mense zeg dat hie kump
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03512) vertaling: Niemand zeg dat hi-j kump.
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03539) vertaling: Zit hier nargens gin moese
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03512) vertaling: Zit hier argens muuzen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03539) vertaling: Ik geve niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03512) vertaling: Niemand wil warken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03539) vertaling: Daor wil gin mense warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03539) vertaling: Wiej wissen niet dat hie in huus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03512) vertaling: Wi-j wisten niet dat e thuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03512) vertaling: Ik wist het ok niet
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03539) vertaling: Ik wisse et ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03512) vertaling: Hi-j mag met gin-mense over dit probleem sprekken
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03539) vertaling: Hie mag met gin mense praoten aover dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03512) vertaling: Jan wet dat hie veur driej uur de wagen emaakt mot hemmen
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03512) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03539) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03539) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03512) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03539) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03512) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03539) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03512) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03539) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03539) vertaling: Marie's auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03512) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03512) vertaling: Marie eur auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03539) vertaling: Piet's auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03512) opm.: Streep door vraag
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03512) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03539) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03539) vertaling: Die man zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03512) opm.: Streep door vraag
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03539) vertaling: Die man zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03512) vertaling: Die man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03512) vertaling: Die auto is niet van mien maor van hem
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03539) vertaling: Die auto is niet mien maor van um
opm.: 1e zonder 'van', tweede met 'van' : '... niet mien maor van um'
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03539) vertaling: De krante van gisteren ligt onder de tv
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03512) opm.: Streep door vraag
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03512) opm.: Streep door vraag
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03539) vertaling: Die jongens eur fiesten bunt estaolen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03512) vertaling: De fietsen van die jongens bunt esteolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03512) opm.: Streep door vraag
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03539) vertaling: Die zussen eur moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03539) vertaling: Die auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03512) vertaling: die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03512) vertaling: die fietse is van mien
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03539) vertaling: Die fietse is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03539) vertaling: Hie mag met gin mense praoten over dit probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03512) vertaling: Hi-j mag met gin mense over dit probleem sprekken
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03512) vertaling: Ik wil gi'n mense kwetsen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03539) vertaling: Ik wil gin mense beledigen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03539) vertaling: 't Is jammer dat wiej niet meug kommen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03512) vertaling: Het is jammer dat wi-j niet mögt kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03512) vertaling: Dat gao ik niet doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03539) vertaling: Dat gao k niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03512) vertaling: Ik heb niet ewarkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03539) vertaling: Ik hebbe niet ewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03539) vertaling: Hie had et net verteld of Marie begon te huulen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03539) vertaling: Gaot die bestalling now maor ophalen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03512) vertaling: gao die bestelling now maor ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03512) vertaling: Hi-j werkt niet.
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03539) vertaling: Hie warkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03539) vertaling: Ik verbiede de ou um hier te kommen
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03512) vertaling: Ik verbied ow um hier te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03539) vertaling: Jan verhinderen ons daw Marie belden
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03512) vertaling: Jan verhinderde wat wi-j Marie belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03512) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03512) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03512) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03512) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03539) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03512) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03512) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03512) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03512) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03539) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03539) fragment: um (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03539) fragment: (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03512) komt voor: n
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03539) fragment: (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03539) fragment: um (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03539) fragment: as (1)
opm.: 'je' na voegwoord wordt: 'ie' of 'iej': 'As ie' of 'As iej'
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03512) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03539) fragment: as (1)
opm.: 'je' na voegwoord wordt: 'ie' of 'iej': 'As ie' of 'As iej'
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03539) fragment: (2)
opm.: 'je' na voegwoord wordt: 'ie' of 'iej': 'As ie' of 'As iej'
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03512) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03512) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03539) fragment: (2)
opm.: 'je' na voegwoord wordt: 'ie' of 'iej': 'As ie' of 'As iej'
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03512) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03512) fragment: zullen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03512) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03512) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03512) fragment: zullen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03539) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03512) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03539) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03512) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03539) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03539) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03512) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03512) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03539) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03512) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03539) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03539) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03512) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03512) komt voor: n
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03539) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03512) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03512) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03539) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03512) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03539) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03512) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03539) vertaling: Ik wedde daj op gin mense hellig bunt
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03512) vertaling: Ik wette dat ijluu op gin mense kwaod bunt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03539) vertaling: Ik wedde dat zie op niks greuts is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03512) vertaling: Ik wette dat ze nergens trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03539) vertaling: Els denkt dat et niet makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03512) vertaling: Els denkt dat et niet makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03539) vertaling: Ik wette dat ik te late bunne en iej niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03512) vertaling: Ik wette dat ik te late bun en i-j niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03539) vertaling: Iej wet toch dat iej mot warken en ikke niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03512) vertaling: Ij wet toch dat i-j mot warken en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03539) vertaling: Iederene denkt dat wiej nao ? en dat zie nog meug blieven
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03512) vertaling: Iedereen denkt dat wij naor huus gaot en dat zie nog mögt blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03539) vertaling: 't Jammer dat hie kump en dat zie weggeet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03512) vertaling: Het is jammer dat hi-j kömt en dat zi-j weggeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03539) vertaling: Ik denke dat Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03512) vertaling: Ik denke dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03539) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje gaot trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03512) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje gaot trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03539) vertaling: Hie doet et
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03512) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03512) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03512) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03539) vertaling: Hij zal niet kommen
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03512) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03512) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03512) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03539) vertaling: Hie slup
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03539) vertaling: Hie duut et niet
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03539) vertaling: Hie duut et niet
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03539) vertaling: Hie slup
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03512) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03512) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03512) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03512) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03512) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03512) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03512) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03512) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03512) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03512) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03512) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03539) vertaling: De lampe brend niet meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03539) vertaling: De lampe brend niet meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03512) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03512) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03539) vertaling: Danst Marie elken aovend?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03539) vertaling: Danst Marie elken aovend?
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03512) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03539) vertaling: Snied et brood êven
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03539) fragment: waor van (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03512) fragment: waorvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03512) fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03539) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03539) fragment: zatten (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03512) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03539) fragment: waor ze (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03512) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03512) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03539) fragment: waor ze (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03539) fragment: zatten (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03512) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03539) fragment: waarop (1)
opm.: waarschijnlijk niet 'op waor op' bedoeld
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03512) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03512) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03539) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03512) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03539) fragment: deij (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03539) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03512) fragment: waor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03512) fragment: waor op (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03539) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03512) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03539) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03539) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03512) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03512) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03539) fragment: Wie veûle (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03539) vertaling: Wie denk iej dak in de stad in tegen bum ekommen?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03512) vertaling: Wie denk i-j wie ik in de stad ontmoet heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03512) vertaling: Hoe denken i-j luu dat ze et hebben op elost
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03539) vertaling: Hoe denk ieluu hoet ze dat opgelost hebt?
opm.: scope marker 'hoe'; hoe dat
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03512) vertaling: Magda wet niet wie wi-j wilt bellen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03539) vertaling: magde wet neit wie wij wilt opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03512) vertaling: Wet iemand wi wij eroepen hebt
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03539) vertaling: Weet iemand wie wij eroepen hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03512) vertaling: Wie denk i-j dat ik in de stad tegen bunt e-kommen
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03539) vertaling: Wie denk iej dat in de stad in tegen bun ekommen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03539) vertaling: Hie hef zien hande ewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03512) vertaling: Hi hef zich de handen ewassen
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03539) vertaling: Hie hef zien hemp ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03512) vertaling: Hi hef zien hemd ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03539) vertaling: Hie hef een hoed op zien heuf
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03512) vertaling: Hi hef een hoed op et heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03539) vertaling: Hie hef een vlekke op zien hemp
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03512) vertaling: Hi hef een vlekke op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03539) vertaling: Hie hef zien beem ebrokken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03512) vertaling: Hi hef zien been ebrokken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03539) vertaling: Zie hef zich zeer edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03512) vertaling: Zi-j hef zich piene edaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03539) vertaling: Marie trok de dekken nao zich toe
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03512) vertaling: Marie trok de dekken naor zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03539) vertaling: Luc wet dat ter foto's van umzelf te koop bunt
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03512) vertaling: Luc wet dat er foto's van hem te koop bunt
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03539) vertaling: Iije wet toch nog wel daw toe deur dat bos hen bunt elopen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03512) vertaling: Je herinnert je toch, dat wi-j deur dat bos bunt elopen
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03539) vertaling: Ik kan mien nog herinneren dat de auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03512) vertaling: Ik herinner mien dat de auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03539) vertaling: Zie herinnert zich dat hie as un varken zat te etten
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03512) vertaling: Zie herinnert zich dat hi-j as een varken zat te etten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03539) vertaling: Wiej herinnert ons wel dat Jan al zien buuke estaolen waar maor zie herinnert zich dat niet
opm.: 'al' verplaatst, X-'al'-'zijn'-N -possessief reflexief: ons reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03512) vertaling: Wi-j herinneren ons wel dat Jan al zien boeken estoalen wassen maor zi-j herinnert zich dat niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03539) vertaling: Herinnerin ieluu oew nog wel daw Jan op de mark ezien heb?
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03512) vertaling: Herinnert i-j luu ouw nog dat wi-j Jan op de markt e-zien hebt
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03539) vertaling: Hie hef zich un ongeluk ewarkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03512) vertaling: Hi-j hef zich een ongeluk ewarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03539) vertaling: Hie vuulen zich deur ut ies zakken
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03512) vertaling: Hi vuulen zich deur et ies zakken
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03512) vertaling: Zol h-j dat hebben e-kund
opm.: informant voegt toe: 'meest gebruikelijk'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03512) vertaling: Zol h-j dat hebben e-kund
opm.: informant voegt toe: 'meest gebruikelijk'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03512) vertaling: zou hij dat gedaan kunnen hebben?
opm.: informant voegt toe: 'meest gebruikelijk'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03539) vertaling: Zal e dat ekund hemmen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03512) vertaling: zou hij dat gedaan kunnen hebben?
opm.: informant voegt toe: 'meest gebruikelijk'
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03512) fragment: e-könnt (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03539) fragment: ekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03539) fragment: edaon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03512) fragment: e-daon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03539) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03539) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03512) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03512) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03539) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03512) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03539) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03539) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03512) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03512) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03539) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03512) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03539) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03539) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03512) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03512) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03539) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03512) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03539) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03539) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03512) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03512) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03539) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03539) vertaling: Wij mot nao de schuren koene voern
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03512) vertaling: Wi-j mot naor de schuure um de koeien te voeren
komt voor: n
opm.: Informant heeft met pijlen in de vraag aangegeven dat 'de koeien' vóór 'voeren' moet staan.
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03539) vertaling: Wij mot nao de schuren koene voern
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03512) vertaling: Wi-j mot naor de schuure um de koeien te voeren
komt voor: n
opm.: Informant heeft met pijlen in de vraag aangegeven dat 'de koeien' vóór 'voeren' moet staan.
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03512) vertaling: Zi-j kwammen um te wandelen
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03539) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03539) vertaling: Ik denk dat e weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03539) vertaling: Ik denk dat e weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03512) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03539) vertaling: Ik denke hie is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03512) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03539) vertaling: Ik denke hie is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03512) vertaling: Ik denk dat e weg is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03539) vertaling: Ik wette dat e weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03512) vertaling: Ik denk dat e weg is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03539) vertaling: Ik wette dat e weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03539) vertaling: Ik wette hie is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03512) vertaling: Ik wette hi-j is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03539) vertaling: Ik wette hie is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03512) vertaling: Ik wette hi-j is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03512) vertaling: de politie zol bi-j hem kommen en neemt em met
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03539) vertaling: De politie zal biej uw kommen e nemmen um met
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03512) vertaling: de politie zol bi-j hem kommen en neemt em met
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03539) vertaling: De politie zal biej uw kommen e nemmen um met
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03512) vertaling: Marie al eur koeien bunt verdronken bi-j de overstreuming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03539) vertaling: Marie al eur koene bunt verdornken biej de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03512) vertaling: Marie al eur koeien bunt verdronken bi-j de overstreuming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03539) vertaling: Marie al eur koene bunt verdornken biej de overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03539) vertaling: Keûze maken wet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03512) vertaling: Käse maken door wette ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03539) vertaling: Keûze maken wet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03512) vertaling: Käse maken door wette ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03512) vertaling: Met Jan bun ik met naor de markt ewest
komt voor: j
opm.: Pied-piping en prepositie-stranding
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03539) vertaling: Jan bunk met nao de mark ewes
komt voor: j
opm.: 'mee' ->in vertaling 'met'
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03512) vertaling: Met Jan bun ik met naor de markt ewest
komt voor: j
opm.: Pied-piping en prepositie-stranding
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03539) vertaling: Jan bunk met nao de mark ewes
komt voor: j
opm.: 'mee' ->in vertaling 'met'
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03512) vertaling: Hi hebbe al de drie sommen emaakt. Welke heb i-j emaakt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03539) vertaling: Ik hebbe de eerste drie sommen emaakt. welke heb iej emaakt
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03512) vertaling: Hi hebbe al de drie sommen emaakt. Welke heb i-j emaakt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03539) vertaling: Ik hebbe de eerste drie sommen emaakt. welke heb iej emaakt
komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03539) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03512) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03539) komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03512) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03512) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03539) komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03539) vertaling: Ik wet dat Jan nao de mark is ewes
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03512) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03539) vertaling: Ik wet dat Jan nao de mark is ewes
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03539) vertaling: Al lopend kwam ik um tegen
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03539) vertaling: Al lopend kwam ik um tegen
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03512) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03512) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03539) vertaling: Ik heb veûle elopen
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03539) vertaling: Ik heb veûle elopen
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03512) vertaling: Ik worde muu, dus holle ik er maor met op
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03539) vertaling: Ik worre muu dus schei ik t'r maor met uut
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03539) vertaling: Ik worre muu dus schei ik t'r maor met uut
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03512) vertaling: Ik worde muu, dus holle ik er maor met op
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03539) vertaling: Hie deed zich veur as of e net uut bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03512) vertaling: Hi- de-j net alsof hi net uut bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03512) vertaling: Hi- de-j net alsof hi net uut bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03539) vertaling: Hie deed zich veur as of e net uut bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03512) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03539) vertaling: De schilder is hier kommen varfen
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03539) vertaling: De schilder is hier kommen varfen
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03539) vertaling: Denk iej daj nao huus gaot?
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03512) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03539) vertaling: Denk iej daj nao huus gaot?
komt voor: j
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03539) vertaling: In die tied lêven ik t'r op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03512) vertaling: In die tied leaven ik erop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03512) vertaling: Vrogger leaven e as een beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03539) vertaling: Eerder lêven as un beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03512) vertaling: Daor leaven wi-j as God in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03539) vertaling: Daor lêven wiej as God in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03539) vertaling: 't Mag gin mense zien dus iej ook niet
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03512) vertaling: Niemand mag e't zien, dus vinde ik dat i-j et ok niet zien meugt
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03512) vertaling: Het gebeuren toen i-j wegging
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03539) vertaling: Et gebeurn toen iej weg gingen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03512) vertaling: Ik wette waor i-j geboren bunt.
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03539) vertaling: Ik wette waor iej geboorn bunt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03539) vertaling: Nuw iej klaor bunt mag iej gaon
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03512) vertaling: Now al klaor, dan mag i-j gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03512) vertaling: Deurdat Marie e-storven was, hef heur man Anna niet meer können helpen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03539) vertaling: Umdat Marie dood was hef eur man Anna niet kûnnen helfen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03539) vertaling: Ik wette dat hie hem zwemmen is
opm.: 'hem zwemmen is': 'hem'='heb'
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03539) vertaling: Ik wette dat hie is gaon zwemmen
opm.: 'hem zwemmen is': 'hem'='heb'
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03539) vertaling: Ik wette dat hie is gaon zwemmen
opm.: 'hem zwemmen is': 'hem'='heb'
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03539) vertaling: Ik wette dat hie hem zwemmen is
opm.: 'hem zwemmen is': 'hem'='heb'
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03512) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03539) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03512) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03539) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03539) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03512) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03512) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03539) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03512) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03539) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03539) vertaling: Wij nog koffie Jan
komt voor: j
opm.: dav
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03512) vertaling: als-tu-blieft
komt voor: j
opm.: Informant heeft achter 'ja ik / ja'k' geschreven: 'dit niet'
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03512) vertaling: als-tu-blieft
komt voor: j
opm.: Informant heeft achter 'ja ik / ja'k' geschreven: 'dit niet'
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03539) vertaling: Wij nog koffie Jan
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03512) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03539) vertaling: Jao ze geet hen dansen
komt voor: j
opm.: 'ze geet hen dansen' : 'hen'??? dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03539) vertaling: Jao ze geet hen dansen
komt voor: j
opm.: 'ze geet hen dansen' : 'hen'??? dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03539) vertaling: Heb ze egetten
komt voor: j
opm.: dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03512) komt voor: j
opm.: Commentaar informant: 'ik geleuve van wel!'
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03539) vertaling: Heb ze egetten
komt voor: j
opm.: dav
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03539) vertaling: Is et huus te koop
komt voor: j
opm.: dav
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03512) opm.: Commentaar informant: 'weet niet'
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03539) vertaling: Is et huus te koop
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03539) vertaling: Daor kump maorn nog ene langs
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03539) vertaling: Daor kump maorn nog ene langs
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03512) opm.: Commentaar informant: 'onbekend?'
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03539) vertaling: Met zuk weer kuj niet veûle doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03512) vertaling: Bi-j zo-n weer koj niet veule doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03512) vertaling: Bi-j zo-n weer koj niet veule doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03539) vertaling: Met zuk weer kuj niet veûle doen
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03539) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03512) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03512) vertaling: Ik wille um nooit meer zien, want hi hef mien bedrogen
komt voor: j
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03512) vertaling: Ik wille um nooit meer zien, want hi hef mien bedrogen
komt voor: j
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03539) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03512) vertaling: umdat e mien bedrogen hef
komt voor: j
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03539) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03512) vertaling: umdat e mien bedrogen hef
komt voor: j
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03539) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03512) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03512) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03539) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03539) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03512) vertaling: is hi-j dood
komt voor: j
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03512) vertaling: is hi-j dood
komt voor: j
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03512) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03539) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03512) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03539) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03539) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03512) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03512) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03539) komt voor: n
000 (y11opm) (inf. 03539) opm. inf.: Rare vragen
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03539) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03512) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03539) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03512) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03539) fragment: het (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03539) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03539) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03539) fragment: het (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03512) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03539) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03539) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03512) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03539) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03539) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03539) fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03512) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03512) komt voor: n
fragment: wie (1)
opm.: dav
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03539) fragment: waor (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03512) komt voor: n
fragment: wie (1)
opm.: dav
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03512) komt voor: n
fragment: waar (1)
opm.: dav
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03539) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03512) komt voor: n
fragment: waar (1)
opm.: dav
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03512) komt voor: n
fragment: (2)
opm.: dav
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03512) komt voor: n
fragment: waar (1)
opm.: dav
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03512) komt voor: n
fragment: (2)
opm.: dav
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03512) komt voor: n
fragment: (2)
opm.: dav
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03512) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03512) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03539) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03512) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03512) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03512) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03539) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03539) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03512) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03539) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03512) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03512) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03539) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03539) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gin mense hellig bunt
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03512) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gin mense kwaod bunt
betekenis: geen negative concord
opm.: Vertaling van de mogelijke betekenissen: x Piet denkt dat Jan en Marie op iedereen kwaod bunt " " " " " " " niemand " "
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03539) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gin mense hellig bunt
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03512) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gin mense kwaod bunt
betekenis: geen negative concord
opm.: Vertaling van de mogelijke betekenissen: x Piet denkt dat Jan en Marie op iedereen kwaod bunt " " " " " " " niemand " "
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03539) vertaling: Wim denkt dat we nooit iemand een pries geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03539) vertaling: Wim denkt dat we nooit iemand een pries geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03512) vertaling: Wim denkt dat wi-j nooit niemand een pries geven
opm.: Vertaling van mogelijke betekenissen: 1: Wim denkt dat wi-j altied iemand een pries geven 2: " " " wi-j niemand ooit " " "
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03512) vertaling: Het is waor dat zi-j niet met Marie meugt praoten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03539) vertaling: et is waor dat ze niet met Marie meug praoten
betekenis: modaal > negatie
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03512) vertaling: Het is waor dat zi-j niet met Marie meugt praoten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03539) vertaling: et is waor dat ze niet met Marie meug praoten
betekenis: modaal > negatie
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03539) vertaling: nargens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03512) vertaling: nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03512) vertaling: gin-mense
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03539) vertaling: geen mensen
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03539) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03512) vertaling: niet bekend
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03512) vertaling: dat wet ik niet
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03512) vertaling: is mien niet bekend
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03539) vertaling: ?iet melk geeft
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03539) vertaling: Zeg niet dak nao buuten bun ewest
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03512) vertaling: vertel hem niet dat ik naor buuten bun ewest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03539) vertaling: Niet zeggen daj een cadeautje veur um ekocht heb
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03512) vertaling: Niet vertellen dat je een cado veur em hebt ekocht
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03539) vertaling: Wet iej niet dat hie evallen is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03512) vertaling: Wet ij niet dat e gevallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03512) vertaling: Wendy proberen um niemand piene te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03539) vertaling: Wendy probeern um gin mense zeer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03539) vertaling: 't Schient dat ze niks mag zeggen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03512) vertaling: 't schient dat ze niks mag etten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03539) vertaling: Ze schient niks te meugen etten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03512) vertaling: Ze schient niks te meugen etten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03512) vertaling: Ze probeert al de hele dag um elkare te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03539) vertaling: Zie probeern de hele dag um mekaren op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03539) vertaling: et Beloofd weer een mooien dag te worden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03512) vertaling: Zo te zien zal het weer een mooie dag worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03539) vertaling: 't Is misschien better um nog êven te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03512) vertaling: t-Is misschien better um nog effen te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03512) vertaling: Wi-j hadden geluk dat wi-j um direkt terugvonden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03539) vertaling: Wiej hadden ut geluk um um direcht terug te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03512) vertaling: As de kippen een roofvogel ziet, bunt ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03539) vertaling: As de hoender een valk ziet bunt ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03512) vertaling: As wij de aepels niet kunt verkopen, zitten wi-j in de problemen
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03539) vertaling: At wiej de eerpels niet kunt verkopen zitte wiej in de problemen
opm.: voegwoord 'at' terwijl inf. normaliter 'as' gebruikt
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03539) vertaling: As ieluu um niet met nemmen worde ik hellig
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03512) vertaling: As-ij luu um niet metnemt word ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03512) vertaling: Hi wist et
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03539) vertaling: Hie wist et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03539) vertaling: Op dit feest word ter veule edanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03512) vertaling: op dit feest wordt er veule edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03539) vertaling: Nouw word ter alleene maor brood verkoch in de winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03512) vertaling: Now wordt er allene nog maor brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03539) vertaling: At e met de fietse kump zalle wel late wêen
opm.: voegwoord 'at' terwijl inf. normaliter 'as' gebruikt (2e maal 'at')
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03512) vertaling: As hi-j met de fietse kump, zal e wel late weazen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03539) vertaling: As iej tied heb kom dan es een keertje langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03512) vertaling: As ij tied hebt: kom dan e-s een keertje langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03539) vertaling: Ak rieke bunne koop ik dure auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03512) vertaling: As ikke riek bun, kope ik een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03539) komt voor: j
opm.: dav
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03512) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03539) vertaling: Misschien gao ik et wel kriegen
komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03512) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03539) vertaling: Misschien gao ik et wel kriegen
komt voor: j
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03539) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03512) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03539) vertaling: Durf iej um uut te neugen
komt voor: j
opm.: dav
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03539) vertaling: Durf iej um uut te neugen
komt voor: j
opm.: dav
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03512) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03512) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03539) vertaling: Durf iej ze uut te neugen
komt voor: j
opm.: dav
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03539) vertaling: Durf iej ze uut te neugen
komt voor: j
opm.: dav
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03539) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03512) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03512) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03539) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03539) vertaling: Hei mien die brief estuurd
komt voor: j
opm.: dav
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03512) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03539) vertaling: Hei mien die brief estuurd
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03539) vertaling: Ik heb ut um egeven
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03512) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03539) vertaling: Ik heb ut um egeven
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03512) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03539) vertaling: Zie leêft op water en brood disse wekke
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03539) vertaling: Zie leêft op water en brood disse wekke
komt voor: j
opm.: dav
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03539) vertaling: Marie hef ezeg dat iej probeert heb een vesjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03512) vertaling: Marie hef ezegd dat i-j een liedje hebt proberen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03539) vertaling: Marie hef ezeg dat iej probeert heb een vesjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03539) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03512) vertaling: Marie hef e-zegd dat i-j hebt geprobeerd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03539) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03512) vertaling: Marie hef ezegd dat i-j een liedje hebt proberen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03512) vertaling: Marie hef e-zegd dat i-j hebt geprobeerd een liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03512) vertaling: Marie hef e-zegd dat i-j eur een boek hebt proberen te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03539) vertaling: Marie hef ezeg dat iej geprobeerd um eur een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'Komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld.
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'Komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld.
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03512) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03512) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03512) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03512) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'Komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld.
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'Komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld.
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: als ''te' aanwezig ' te interpreteren: zin met 'te' wordt immers goedgekeurd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03539) vertaling: Die van de stad hebt hier veule huuze ebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03512) vertaling: Die uut de stad, die hebt hier völle huuze ebowd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03512) vertaling: An die ni-je vaart, daor zi-j gin mense meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03539) vertaling: An die nieje vaart daor ziej gin mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03512) vertaling: Gisteren is Jan hier ewest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03539) vertaling: Gistren is Jan hier ewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03539) vertaling: De dag dat Jan bellen was ik niet in huus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03512) vertaling: De dag dat Jan bellen was ik niet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03512) vertaling: Jef, din zol ik nooit uutneugen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03539) vertaling: Jef die zol ik nooit verzuuken
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03512) vertaling: Marie, din zol zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03539) vertaling: Marie die zol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03539) vertaling: Bert die drinkt wel us een glas te veule
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03512) vertaling: Bert, din drinkt wel ens een glas te vulle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03512) vertaling: Martha, die zol ik wel es bi-j mien thuus willen uutneugen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03539) vertaling: Martha die zol ik wel us biej mien thuus willen verzuuken
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03539) vertaling: Dat huis dat zol ik nooit willen kopen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03512) vertaling: Dat huus, dat zol ik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03539) vertaling: Dat huus dat steet daor al vieftig jaor
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03512) vertaling: Dat huus, dat steed door al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03512) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03512) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03512) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03512) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03512) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03512) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03512) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03512) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03539) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03512) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03539) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt consequent alleen 'ja's
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03512) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03539) vertaling: Hef Gunther ebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03512) vertaling: jao Gunther hef-e beld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03539) vertaling: Pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03512) vertaling: let op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03539) vertaling: 't Was maor net goed genoeg
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03512) vertaling: 't Was maor net goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03539) vertaling: Marjo hef nouw meer koen dan dat ze vrogger hadde
opm.: voegwoord 'dat' na 'dan'
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03512) vertaling: Marj hef now meer koeien dan dat ze vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03539) vertaling: At Susanne had kunnen kommen dan had ze dat edaon
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03512) vertaling: As Susanne had können kommen dan had ze dat e-daon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03539) vertaling: Zie is de beste dokter die ik kenne
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03512) vertaling: Ze is de beste dokter die ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03539) vertaling: Veur dat iej iets weggooit moj êven bellen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03512) vertaling: Veur a-j iets weggooit: mot i-j effen bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03539) vertaling: Hier is alles wat ik ekregen hebbe
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03512) vertaling: Hier is alles wat ik e-kregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03512) vertaling: Jan is te gierig om iets an zien kinderen te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03539) vertaling: Jan is te gierig um iets an zien kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03539) vertaling: Asof iej iets van voetballen wet
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03512) vertaling: Alsof i-j iets van voetballen wet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03539) vertaling: Leg dat boek neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03512) vertaling: Leg dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03512) vertaling: As i-j echt niet könt wachten, kom dan maor
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03539) vertaling: Aj echt niet kunt wachten kom dan maor
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03539) vertaling: Ik wette dat Jan de dokter had kunnen roepen
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03512) vertaling: Ik wet dat Jan de dokter had können roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03539) vertaling: Ik wette dat Jan de dokter kon eroepen hemmen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03512) vertaling: Ik wet dat Jan de dokter eroepen kon hemmen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03539) vertaling: Hie zei dat ik het hadden moeten doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03512) vertaling: Hi zei dat ik et had motten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03539) vertaling: Hie zei dat ik ut mos edaon hemmen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03512) vertaling: Hi zei dat ik et had motten doen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03539) vertaling: Hie is de veurige wekke deur dokter Mertens geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03512) vertaling: Hi is veurige wekke deur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03539) vertaling: Hie word maan deur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03512) vertaling: Hi wördt margen deur dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03539) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03512) vertaling: Ik denk da-j völ weg zult motten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03539) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03512) vertaling: Ik denk da-j völ weg zult motten gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03512) vertaling: Et is dom um zukke duure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03539) vertaling: Het is dom om zulke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03512) vertaling: Et is dom um zukke duure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03539) vertaling: Het is dom om zulke dure dingen weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03512) vertaling: Hi is alle kapotte grei an et weg-gooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03539) positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03512) vertaling: Hi is alle kapotte grei an et weg-gooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03539) positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03512) positie: 3
opm.: geen vertaling
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03512) positie: 1
opm.: geen vertaling
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03539) positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03539) positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03512) positie: 2
opm.: geen vertaling
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03539) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03512) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03512) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03539) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03512) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03539) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03539) vertaling: Zoon mens hef altied wat om over te klagen
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03539) vertaling: Zoon mens hef altied wat om over te klagen
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03512) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03512) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03539) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03539) vertaling: Robert hef ene gruunen appel wegegeven now hef e nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03512) vertaling: Daor waarn vül mensen op et feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03539) vertaling: Daor waar veule mensen op et fees
opm.: 'daor' ipv 'er'
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03539) vertaling: Was ter veule volk op et fees?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03512) vertaling: Waarn der vül mensen op et feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03512) vertaling: Wat heb-i-j veur buuk ekocht.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03539) vertaling: Wat veur buuke heij e koch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03512) vertaling: Wat veur buuke hei-j e-kocht.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03539) vertaling: Wat veur buuke heij e koch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03539) vertaling: Wat heij veur buuke ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03512) vertaling: Wat veur buuke hei-j e-kocht.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03512) vertaling: Wat heb-i-j veur buuk ekocht.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03539) vertaling: Wat heij veur buuke ekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03512) vertaling: Hi woont bi-j Marietjes
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03539) vertaling: Hie woont biej Marietjen
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03539) vertaling: Hie woont biej Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03512) vertaling: Hi woont bi-j Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03539) vertaling: Loop êven nao de bakker Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03512) vertaling: Loop effen naor de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03512) vertaling: Wie hei e-zien
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03539) vertaling: Wie heij ezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03539) vertaling: Wie hef ouw ezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03512) vertaling: Wie hef ow ezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03539) vertaling: Had ik dat ewetten dan had ik dat niet edaon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03512) vertaling: Had ik dat ewetten, dan had ik et niet e-daon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03512) vertaling: 't sol better wean um nog effen te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03539) vertaling: t Zal better wêen om nog even te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03539) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en die was t'r al heel gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03512) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter e-beld en di-n was er al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03539) vertaling: Loop nouw toch deur vervelende jongens
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03512) vertaling: Loop now toch deur, verveelende jongen
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03512) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03512) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03512) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03512) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03512) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03512) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03512) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Zelhem

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Zelhem