SAND-data Neede (G251p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03428) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03428) vertaling: Marie en Piet zeet mekare vuur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03428) vertaling: Toon wasket zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03428) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03428) vertaling: Fons zag ne slange naost zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03428) vertaling: Erikk liet miej vuur um warkn
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03428) vertaling: Jehanna leet zich merredrievn op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03428) vertaling: Toon bekek zichzelf in den spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03428) vertaling: Jan hef in twee minuten een biertje dronkene
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03428) vertaling: Disse schoene loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03428) vertaling: Eduard kent zichzelf goud
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03428) vertaling: Ward hef ehöörd dat er foto's van umzelf in de etalge staot
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03428) vertaling: Die eerappele schelt neet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03428) vertaling: Dit glas brök at het op de grond völt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03428) vertaling: Dokter leaf ik wal gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03428) vertaling: Al jaorn leafte van de arfenisse van zien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03428) vertaling: Disse wekke leaft zee op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03428) vertaling: leaft het nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03428) vertaling: Holange leaf iejleu no al van dee arfenisse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03428) vertaling: In Bretagne leaft ze vuural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03428) vertaling: nao het ettn gao 'k slaopn
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03428) vertaling: Zoj dat wel kunn doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03428) vertaling: Hee leet zien hoes ofbrekn
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03428) vertaling: ik werre dat Jan had mot kunn warkn
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03428) vertaling: ik werre dat Jan had mot kunn warkn
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03428) vertaling: ik werre dat Jan had mot kunn warkn
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03428) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03428) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03428) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03428) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03428) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03428) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03428) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03428) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03428) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03428) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03428) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03428) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03428) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03428) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03428) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03428) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03428) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03428) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03428) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03428) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03428) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03428) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03428) vertaling: jan hef gin book meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03428) vertaling: jan hef gin book meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03428) vertaling: jan hef gin beuke
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03428) vertaling: Jan hef nee völle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03428) vertaling: Der mag gin mense proaten vaver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03428) vertaling: Der mag gin mense proaten vaver dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03428) vertaling: Nummes zeg dat hee kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03428) vertaling: Bunt hier narges muuze?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03428) vertaling: Ik geve niks aan een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03428) vertaling: Gin mens wil warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03428) vertaling: Wijleu wisten neet dat ein hoes was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03428) vertaling: Ik wisse het ok neet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03428) vertaling: Hee mag mit gin mense proatn oaver dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03428) vertaling: Jan wet dat hee veur dree uur den wagen klaor mot hebbn
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03428) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03428) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03428) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03428) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03428) vertaling: Marie uurn auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03428) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03428) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03428) vertaling: Die man zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03428) vertaling: Die man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03428) vertaling: Den auto is neet van miej maor van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03428) vertaling: de krante van gistan lea onder de TV
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03428) vertaling: Dee jongs ure fietsen bunt estolln
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03428) vertaling: de moeder van de zusters is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03428) vertaling: Den auto is van Wims
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03428) vertaling: Dee fietse is van miej
000 (x07opm) (inf. 03428) opm. inf.: ik begrijp de redactie van vraag 1 niet
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03428) vertaling: Hij mag nummes proatn oaver dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03428) vertaling: Ik wille gin mense vuurn kop stoten
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03428) vertaling: Het is jammer darre wiej neet meugt kommn
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03428) vertaling: Dat gao ikke neet doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03428) vertaling: Ik hebbe neet ewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03428) vertaling: Hee had nog maor net verteld of Marie begon te huuln
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03428) vertaling: gai die bestelling no maor ophaaln
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03428) vertaling: Hee warkt neet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03428) vertaling: Ik vebee oew umme hier te kommn
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03428) vertaling: Jan vehindan daw Marie belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03428) fragment: umme (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03428) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03428) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03428) fragment: umme (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03428) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03428) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03428) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03428) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03428) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03428) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03428) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03428) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03428) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03428) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03428) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03428) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03428) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03428) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03428) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03428) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03428) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03428) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03428) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03428) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03428) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03428) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03428) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03428) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03428) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03428) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03428) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03428) fragment: altijd/maar te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03428) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03428) fragment: als (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03428) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03428) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03428) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03428) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03428) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03428) fragment: dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03428) vertaling: ik werre daj op gin mense hellig bunt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03428) vertaling: Ik werre dat ze narges greuts op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03428) vertaling: Els deg dat neet makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03428) vertaling: Ik werre dak te late bunne
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03428) vertaling: Iej wet toch daj mot warkn en ikke neet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03428) vertaling: iedereen deg darre wiejleu naor hoes gaot en dat zee nog meugt blievn
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03428) vertaling: Het is jammer dat hee kump en dat zee votgaot
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03428) vertaling: ik denke dat lisa zeek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03428) vertaling: Ik denk dat Pieter en Liesje gaot trouwn
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03428) vertaling: Hee dut een dutje
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03428) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03428) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03428) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03428) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03428) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03428) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03428) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03428) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03428) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03428) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03428) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03428) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03428) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03428) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03428) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03428) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03428) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03428) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03428) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03428) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03428) fragment: waorvan zien (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03428) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03428) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03428) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03428) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03428) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03428) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03428) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03428) komt voor: n
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03428) fragment: waor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03428) fragment: daw (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03428) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03428) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03428) fragment: wee (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03428) vertaling: Wee denk iej dak in de stad hebbe ontmeut
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03428) vertaling: Hoe meen iej dat ze dat hebt opelöst
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03428) vertaling: Hoe meen iej dat ze dat hebt opelöst
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03428) vertaling: magda wet neet wee arre wiej wilt belln
opm.: wel voegwoord 'arre'
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03428) vertaling: Weet er eene wee arre wiej e-roopn hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03428) vertaling: Wee meene dak in de stad tegen kwam
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03428) vertaling: Wee meene dak in de stad tegen kwam
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03428) vertaling: Hee hef de hane wasked
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03428) vertaling: hee heft 't hemd oet ewasket
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03428) vertaling: Hee hef ne heod op 't heuf
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03428) vertaling: hee hef ne vlekke in zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03428) vertaling: Hee hef zien been te brokkn
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03428) vertaling: Zee hef zich zeer edoane
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03428) vertaling: Marie trok de dekn noar zich too
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03428) vertaling: Luc wet dat ter foto's van om zelf te koop bunt
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03428) vertaling: Iej wet toch nog wel dawwe duur dat bos beu hen elop
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03428) vertaling: Ik werre nog wal dat Marie zien auto kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03428) vertaling: Zee wet nog wal dat hee as 'n varken zat te ettn
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03428) vertaling: Wiej wet nag wel dat jan ziene beuke warn estoln, maor zelf wette der niks meer of
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03428) vertaling: Werre iejleu nog dawwe Jan op markt heb ezeene
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03428) vertaling: Hee hef zich te basten ewarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03428) vertaling: Hee veuln zich duurt ies zakn
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03428) vertaling: Zol hee dat edaone kunn hebbn
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03428) fragment: ekönt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03428) fragment: edaone (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03428) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03428) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03428) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03428) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03428) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03428) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03428) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03428) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03428) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03428) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03428) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03428) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03428) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03428) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03428) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03428) vertaling: Ik denke hee is vot
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03428) vertaling: Ik denke hee is vot
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03428) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03428) vertaling: Ik werre hee is vot
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03428) vertaling: Ik werre hee is vot
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03428) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03428) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03428) vertaling: Keeze maakn, daor werre ik niks of
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03428) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03428) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03428) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03428) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03428) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03428) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03428) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03428) vertaling: Ik hebbe al heel wat loopn edaone
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03428) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03428) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03428) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03428) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03428) vertaling: In die tied leavn ik der op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03428) vertaling: Vrugger leavn as 'n bees
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03428) vertaling: Daor leavn ze as God in frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03428) vertaling: Gin mens mag het zeen, dus iej ok neet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03428) vertaling: Het gebuurn ton aj weggingen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03428) vertaling: Ik werre waor aj geboorne bent
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03428) vertaling: Nou je klaar bunt, maj goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03428) vertaling: deurdat Marie estorvene was hef uurn man Anna neet meer kunn helpn
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03428) vertaling: ik werre dat e is gaon zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03428) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03428) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03428) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 3
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 3
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03428) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03428) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03428) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03428) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03428) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03428) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03428) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03428) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03428) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03428) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03428) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03428) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03428) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03428) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03428) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03428) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03428) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03428) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03428) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03428) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03428) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03428) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03428) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03428) fragment: wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03428) fragment: wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03428) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03428) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03428) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03428) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03428) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03428) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03428) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03428) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03428) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03428) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03428) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03428) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03428) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03428) fragment: wie (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03428) fragment: wie (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03428) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03428) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03428) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03428) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03428) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03428) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03428) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03428) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03428) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03428) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03428) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03428) fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03428) fragment: waarvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03428) vertaling: Piet deg dat jan en marie op gin mense hellig bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03428) vertaling: Piet deg dat jan en marie op gin mense hellig bint
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03428) vertaling: Wim deg dat we gin mense ooit ne pries geeft
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03428) vertaling: Wim deg dat we gin mense ooit ne pries geeft
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03428) vertaling: Het is woar dat ze neet met marie meugt praot'n
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03428) vertaling: naargas
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03428) vertaling: gin eene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03428) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03428) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03428) vertaling: gin eene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03428) vertaling: zeg um neet dat ikke naor boetn bunne wes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03428) vertaling: neet vertelln daj een kadootje vuur um heb ekof, heur
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03428) vertaling: Wendy probeern umme gin mense zeer te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03428) vertaling: 't schient dat ze niks mag ettn
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03428) vertaling: ze schient niks te meugn ettn
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03428) vertaling: Ze probeert den heeln dag umme mekare op te belln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03428) vertaling: 't beluef weer ne mooin dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03428) vertaling: 't is misschien bette umme nog eavn te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03428) vertaling: Wiejleu hadden 't gelukke umme um dalijk terugge te vinn
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03428) vertaling: As de kippe ne valke ziet, bunt ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03428) vertaling: Azze wiewiejleu de aerpelle neet kunt verkoopn zitt wiejleu in de probleemn
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03428) vertaling: as iejleu um neet merrenemt wor ik hellig
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03428) vertaling: Op dit fees wodt völle danst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03428) vertaling: No wodt der alleen nog maer stoete vekoe in den winnkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03428) vertaling: At hee met de fietse kump, zalle wel late wean
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03428) vertaling: Aj tied hebt, komp dan is nekere an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03428) vertaling: Ak rieke bunne koope ik ne duurn auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03428) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03428) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03428) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03428) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03428) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03428) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03428) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03428) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03428) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03428) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03428) vertaling: Marie hef ezeg dar iej hebt eprobeerd een leddje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03428) vertaling: Marie hef ezeg dar iej hebt eprobeerd een leddje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03428) vertaling: Marie hef ezeg dar iej probeert hebt een liedje te zingn
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03428) vertaling: Marie hef ezeg dar iej probeert hebt een liedje te zingn
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03428) vertaling: Marie hef ezeg dat iej eur heb eprobeert een boek te geef'n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 3
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03428) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03428) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03428) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03428) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03428) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03428) komt voor: j
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03428) vertaling: Dee oet de stad hebt ier völle huuze bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03428) vertaling: An dee nieje vaart daor zeej gin mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03428) vertaling: Gistan is Jan hier ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03428) vertaling: De dag dat jan belln was ikke neet in hoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03428) vertaling: Jef den zol ik nooit oetnögn
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03428) vertaling: Marie dee zol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03428) vertaling: Bert den drink wel is 'n glas tevölle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03428) vertaling: Martha dee zol ik wal is biej meej in hoes willn oetnögn
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03428) vertaling: dat hoes dat zok nooit willn koopn
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03428) vertaling: Dat hoes dat steet der al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03428) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03428) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03428) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03428) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03428) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03428) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03428) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03428) vertaling: Hef Gunther ebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03428) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03428) vertaling: 't was maor net genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03428) vertaling: Marjo hef no meer beeste dan ze vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03428) vertaling: As Susanne had kunn komn dan hd ze dat edane
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03428) vertaling: Zee is de best'n dokter dee ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03428) vertaling: Veur aj iets votgooit moj eavn belln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03428) vertaling: Hier is alles wa ik ekreegn hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03428) vertaling: Jan is te gierig umme eets an ziene kinder te geavn
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03428) vertaling: Asof iej iets van voetballe af wiet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03428) vertaling: Dat boek leg neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03428) vertaling: Aj ech neet kunt wachtn, dan kom maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03428) vertaling: Ik werre dat jan 'n dokter had kunn roopn
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03428) vertaling: Ik werre dat jan 'n dokter kon eroopn hebbn
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03428) vertaling: Hee zae dat ik het had mottn doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03428) vertaling: Hee zea dat ikke het moos edaone hebbn
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03428) vertaling: hee is de vurige wekke duur dokter Mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03428) vertaling: hee wodt murn duur dokter Mertens e-opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03428) vertaling: Ik denke daj völle weg zoln motn gooin
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03428) vertaling: Het is dom umme zukke dure dinge vot te smietn
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03428) vertaling: Hij is alle kapotte spulln an 't weg gooin
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03428) vertaling: Ik vinne daj vaker de krante mot leazn
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03428) vertaling: Het is dom umme in duster de krante te leze
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03428) vertaling: Hee is de hele dag ant krante leazn
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03428) fragment: door (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03428) fragment: dat (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03428) fragment: ook (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03428) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03428) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03428) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03428) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03428) vertaling: R hef een greun appel votegeevn en nou heffe nog twee rooin
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03428) vertaling: Der was völle volk op t fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03428) vertaling: Wass'n d'r völle leu op 't fees
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03428) vertaling: Welke beuk hef je ekof
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03428) vertaling: Welke beuk hef je ekof
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03428) vertaling: Wat heb ie veur beuk ekof
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03428) vertaling: Wat heb ie veur beuk ekof
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03428) vertaling: Hee wont biej Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03428) vertaling: Hee wont biej Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03428) vertaling: Loop eavn naor 'n bakker, wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03428) vertaling: Wee heb je ezeene
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03428) vertaling: Wie hef oew ezeene?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03428) vertaling: Har ik dat ewettn dan har ik het neet edaone
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03428) vertaling: 't zol bbetter wean umme nog eavn te wachtn
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03428) vertaling: gelukkig had jan de dokter ebeld en den was ter al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03428) vertaling: Lop nou toch duur verveelende jongs
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03428) komt voor: j
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03428) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03428) komt voor: j
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03428) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03428) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03428) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03428) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03428) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Neede

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Neede