SAND-data Lochem (G246p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02972) vertaling: Jan kan zich dat verhaal wel veurstellen
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03010) vertaling: Jan wet dat verhaal wol
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02972) vertaling: Merie en Piet zeet mekare veur de karke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03010) vertaling: M en P zien mekare veur de kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02972) vertaling: Tone was zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03010) vertaling: Toon is sich an't wasken
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02972) vertaling: de timmerman hef gin spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03010) vertaling: De timmerman hef de spiekers verget'n
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02972) vertaling: Fons zag 'n slange naoste zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03010) vertaling: Fons zag een slange neust sich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02972) vertaling: Erik leet mien veur zich warken
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03010) vertaling: E lut mie veur sich wark'n
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02972) vertaling: Jehanna lüt zich meedriem op de golv'n
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03010) vertaling: J leet sich metdriev'n op de golv'n
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02972) vertaling: Tone bekek zichzelven is good veur 'n spegel
opm.: reflexief: zichzelven
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03010) vertaling: T bekik sich is good in de speeg'l
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02972) vertaling: Jan hef in 2 menut'n un biertje edronk'n
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03010) vertaling: J hef in twee minut'n een biertje edronk'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02972) vertaling: deze schone loopt makkelek
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03010) vertaling: Deze schoon'n lop'n good
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02972) vertaling: Eduard kent zichzelve good
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03010) vertaling: E kent hum zelf good
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02972) vertaling: Ward hef eheurd dat er kiekjes van hum zelf in de winkelroete staon
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03010) vertaling: W hef eheurd dat ter foto's van humzelf in de etalage staon
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03010) vertaling: Die eerpels schellen' neet makluk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02972) vertaling: Dee eerpels schelt neet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02972) vertaling: dit glas brekt as 't op de grond vult
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03010) vertaling: Dit glas brekt as 't op de grond vult
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03010) vertaling: Dokter leèf ik wal gezond genog
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02972) vertaling: dokter, leef ik wel gezond?
opm.: 'De dokter wordt soms nog de "pille" genoemd'
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02972) vertaling: Al jaor'n teert ie op de arfenisse
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03010) vertaling: Al joar'n lèft he van de arfenis van zien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03010) vertaling: Disse wekke lèft tie op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02972) vertaling: disse wekke lêft ze op water en stoete
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03010) vertaling: Lèft 't nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02972) vertaling: leêft hut nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02972) vertaling: Holange leift uleu nu al van de arfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03010) vertaling: Hoelange lèv'n uulle al van de arfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03010) vertaling: In Bretagne lèv'n ze vooral van de visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02972) vertaling: in Bretagne left ze venamelijk van de visserieje
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02972) vertaling: Nao 't et'n ga'k slaop'n
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03010) vertaling: Nao 't ett'n gao ik slaop'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02972) vertaling: Zol ik dat wel kun'n doon?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03010) vertaling: Zol ik dat wal doon kunn'n
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03010) vertaling: He leet zien huus afbrekk'n
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02972) vertaling: Hee leet zien huus afbrek'n
000 (x02opm) (inf. 02972) opm. inf.: in de 2e wereldoorlog kwam ik een boer tegen, die sprak als volgt: "Den zien land verrud is één groot'n flapdrol!"
000 (x02opm) (inf. 03010) opm. inf.: leven lèven of misschien beter leèven dus iets langer
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02972) vertaling: Zo ik wete mot Jan hat kun'n warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat Jan had mot kun'n warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03010) vertaling: Ik wette dan Jan hat mot kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03010) vertaling: Ik wet dan Jan hat mot kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat Jan had mot kun'n warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat Jan had mot kun'n warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03010) vertaling: Ik wet dan Jan hat mot kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03010) vertaling: Ik wet dan Jan hat mot kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03010) vertaling: Ik wette dan Jan hat mot kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02972) vertaling: Zo ik wete mot Jan hat kun'n warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02972) vertaling: Zo ik wete mot Jan hat kun'n warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03010) vertaling: Ik wet dan Jan hat mot kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03010) vertaling: Ik wette dan Jan hat mot kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03010) vertaling: Ik wette dan Jan hat mot kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02972) vertaling: Zo ik wete mot Jan hat kun'n warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat Jan had mot kun'n warken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02972) komt voor: j
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02972) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
000 (x03opm) (inf. 02972) opm. inf.: vroeger in m'n kindertijd noemden ze hardwerken uizen (uizen is ploeteren): Mien va mos heel had uizen veur 'n oorlog! en nao dee tied was he inens dood.
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02972) komt voor: j
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02972) komt voor: j
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 2
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02972) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03010) gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03010) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03010) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03010) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02972) gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03010) komt voor: n
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03010) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03010) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03010) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03010) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03010) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03010) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03010) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03010) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03010) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03010) vertaling: Jan hef geen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02972) vertaling: Jan hef gin book meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02972) vertaling: Jan zien book is weg eraakt
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03010) vertaling: Jan hef geen boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03010) vertaling: Boeke hef Jan neet
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02972) vertaling: Beuke hef Jan neet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03010) vertaling: Jan hef niet vulle geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02972) vertaling: Jan hef neet völle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02972) vertaling: d'r mag gin ene sprek'n ouver dit probleem / gedoo.
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03010) vertaling: Niemand mag sprìkk'n oaver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03010) vertaling: Niemand mag sprìkk'n oaver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02972) vertaling: d'r hef gin mense wat met te maak'n
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03010) vertaling: Niemand zegt dat è komp
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02972) vertaling: gin ene zeg dat hee kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02972) vertaling: zit hier nargens gin moezen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02972) vertaling: zit hier argens moezen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02972) vertaling: zit hier argens moezen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03010) vertaling: Zitt'n hier argens moez'n
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02972) vertaling: zit hier nargens gin moezen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03010) vertaling: Ik geef niks an een ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02972) vertaling: Ik geve niks an 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03010) vertaling: Niemand wil wark'n
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02972) vertaling: gin ene wil warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02972) vertaling: wie wist'n neet dat e thuus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03010) vertaling: Wie wisten neet dat hé thuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03010) vertaling: Ik wette het ook neet
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02972) vertaling: Ik wisse 't ok neet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02972) vertaling: Hee mag met gin mense sprek'n ouver dit probleem
opm.: 'probleem is ok zorg'n!'
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03010) vertaling: He mag met niemand ôver dit probleem praoten
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02972) vertaling: Jan weet datte veur dree uur de waag'n emaakt mot heb'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02972) vertaling: Jan weet datte veur dree uur de waag'n emaakt mot heb'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02972) vertaling: Jan weet datte veur dree uur de waag'n mot heb'n emaakt
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03010) vertaling: Jan weet dat he veur dree uur de wag'n emaakt mot hebb'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02972) vertaling: Jan weet datte veur dree uur de waag'n mot heb'n emaakt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03010) komt voor: n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03010) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03010) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03010) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02972) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02972) komt voor: j
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03010) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03010) vertaling: Maries auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02972) vertaling: Meries auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02972) vertaling: Merie heur auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02972) vertaling: Piet s oto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03010) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03010) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02972) vertaling: Piet zien oto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03010) vertaling: Die mans auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02972) vertaling: den mans oto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02972) vertaling: dee man zien oto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03010) vertaling: Die man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03010) vertaling: Die auto is neet van mie maor van hum
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02972) vertaling: den oto is neet van mien maor van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03010) vertaling: De krante van gistern ligt onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02972) vertaling: de krante van gisterdag lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02972) vertaling: Jan is Karolien en Kristien zien breurke
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03010) vertaling: Jan is Karolien en Kristien hun breurken
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03010) vertaling: Die jongens hun fietsen bunt estöll'n
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02972) vertaling: dee jongs hun fietsen bint estolln
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03010) vertaling: De mooder van die zuss'n is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02972) vertaling: de zusters hun moder is op visite
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02972) vertaling: den oto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03010) vertaling: Die auto is van WIm
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03010) vertaling: Die fietse is van mien
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02972) vertaling: Dee fietse is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02972) vertaling: Hee mag met ginene praot'n ouver deze kwestie
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03010) vertaling: He mag met geen ene oaver dit probleem praot'n
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03010) vertaling: Ik wil niemand kwetsen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02972) vertaling: Ik wille gin mense zeerdoon of plaog'n
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03010) vertaling: Het is jammer dat wie neet mog'n komm'n
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02972) vertaling: 't is zunde dat wielen neet meugt kom'm
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03010) vertaling: Dat gao ik neet doon
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02972) vertaling: dat goa ik neet doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03010) vertaling: Ik hebbe neet ewarkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02972) vertaling: Ik hebbe neet ewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03010) vertaling: Ik had het nog maor net verteld of Marie begon te huilen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02972) vertaling: nog maor net had he 't veteld of Marie begon te grienen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03010) vertaling: Gao die bestelling nou maor ophal'n
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02972) vertaling: Gou dee boodschap noe maor ophaaln
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03010) vertaling: He warkt neet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02972) vertaling: he warkt neet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03010) vertaling: Ik verbied oe om hier te komm'n
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02972) vertaling: Ik tatte oe um hier te kom'n
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02972) vertaling: Jan hef teegn hol'n um Marie te bel'n
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: op te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03010) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03010) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: op te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: op te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03010) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03010) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: op te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: op te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02972) fragment: op te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03010) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: helpen (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: helpen (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: helpen (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: helpen (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03010) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03010) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: helpen (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: helpen (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: over (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: over (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: over (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: over (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03010) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: over (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: over (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02972) fragment: om te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02972) fragment: om mee te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02972) fragment: om mee te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02972) fragment: om mee te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02972) fragment: om samen te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02972) fragment: om samen te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02972) fragment: om samen te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03010) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02972) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02972) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02972) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: fietsen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: fietsen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: fietsen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03010) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: fietsen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03010) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: fietsen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: fietsen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: lopen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: lopen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: lopen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: lopen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03010) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: lopen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: lopen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03010) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02972) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: voor 't eten (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: wel (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: bij de visite te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: wel (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: bij de visite te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: wel (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: bij de visite te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03010) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: wel (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: bij de visite te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: wel (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: bij de visite te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: wel (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: weer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: samen te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: weer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: samen te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: weer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: samen te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03010) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: weer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: zeker (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03010) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: samen te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: weer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: samen te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: weer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: samen te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: voor 't eten (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: zeker (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: voor 't eten (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: zeker (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: voor 't eten (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: zeker (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03010) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: voor 't eten (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: bij de visite te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: zeker (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: voor 't eten (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02972) fragment: zeker (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02972) fragment: as wat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02972) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02972) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02972) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02972) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02972) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02972) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03010) fragment: dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02972) fragment: as wat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02972) fragment: as wat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02972) fragment: maar gelijk zijn met (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02972) fragment: maar gelijk zijn met (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02972) fragment: maar gelijk zijn met (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03010) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03010) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02972) fragment: als onze (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02972) fragment: als onze (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02972) fragment: als onze (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03010) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02972) fragment: als de arme (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02972) fragment: als de arme (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02972) fragment: als de arme (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03010) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02972) fragment: voor hobbies dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02972) fragment: voor hobbies dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02972) fragment: voor hobbies dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03010) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02972) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02972) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02972) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03010) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03010) fragment: als (as) (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02972) fragment: over dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02972) fragment: over dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02972) fragment: over dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03010) fragment: als (as) (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03010) fragment: als (as) (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03010) fragment: as ie (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02972) fragment: voor studie dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02972) fragment: voor studie dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02972) fragment: voor studie dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03010) fragment: as ie (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02972) fragment: om te lezen dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02972) fragment: om te lezen dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02972) fragment: om te lezen dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03010) fragment: als (as) (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02972) fragment: om uit te gaan dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02972) fragment: om uit te gaan dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02972) fragment: om uit te gaan dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02972) fragment: als ik of als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02972) fragment: als ik of als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02972) fragment: als hij en (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02972) fragment: als hij en (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02972) fragment: als hij en (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03010) fragment: als (as) (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02972) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02972) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02972) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02972) fragment: als ik of als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02972) fragment: steeds te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02972) fragment: steeds te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02972) fragment: steeds te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02972) fragment: voor iedere klip klap te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02972) fragment: voor iedere klip klap te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02972) fragment: voor iedere klip klap te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02972) fragment: vreselijk te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03010) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02972) fragment: vreselijk te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02972) fragment: vreselijk te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03010) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02972) fragment: etteren en (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02972) fragment: etteren en (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02972) fragment: etteren en (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02972) fragment: klagen en (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02972) fragment: klagen en (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02972) fragment: klagen en (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02972) fragment: kniezen en (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02972) fragment: kniezen en (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02972) fragment: kniezen en (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03010) fragment: we (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02972) fragment: wie door (1)
opm.: 'we' is in de voorgedrukte zin in beide gevallen weggestreept
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03010) fragment: we (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03010) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02972) fragment: we in het hotel (1)
opm.: 'we' is in de voorgedrukte zin in beide gevallen weggestreept
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03010) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02972) fragment: we in het hotel (1)
opm.: 'we' is in de voorgedrukte zin in beide gevallen weggestreept
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02972) fragment: wie door (1)
opm.: 'we' is in de voorgedrukte zin in beide gevallen weggestreept
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02972) fragment: van te veuren dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02972) fragment: van te veuren dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02972) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02972) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02972) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02972) fragment: dat ook (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02972) fragment: dat ook (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02972) fragment: dat ook (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02972) fragment: van te veuren dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02972) fragment: veurkom'n of (1)
opm.: bij de derde mogelijkheid is 'of' in de voorgedrukte zin weggestreept
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02972) fragment: veurkom'n of (1)
opm.: bij de derde mogelijkheid is 'of' in de voorgedrukte zin weggestreept
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02972) fragment: veurkom'n of (1)
opm.: bij de derde mogelijkheid is 'of' in de voorgedrukte zin weggestreept
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02972) fragment: net of (1)
opm.: bij de derde mogelijkheid is 'of' in de voorgedrukte zin weggestreept
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02972) fragment: net of (1)
opm.: bij de derde mogelijkheid is 'of' in de voorgedrukte zin weggestreept
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02972) fragment: net of (1)
opm.: bij de derde mogelijkheid is 'of' in de voorgedrukte zin weggestreept
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02972) fragment: of (1)
opm.: bij de derde mogelijkheid is 'of' in de voorgedrukte zin weggestreept
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02972) fragment: of (1)
opm.: bij de derde mogelijkheid is 'of' in de voorgedrukte zin weggestreept
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02972) fragment: of (1)
opm.: bij de derde mogelijkheid is 'of' in de voorgedrukte zin weggestreept
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02972) fragment: hoe laat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02972) fragment: hoe laat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02972) fragment: hoe laat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02972) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02972) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02972) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03010) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02972) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02972) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02972) fragment: wanneer (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat ileu op niemand kwaod bunt
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat uleu op ginene hellig bunt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat sie nargens trots op is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat zee op niks eerdeunig is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03010) vertaling: Els denkt dat 't neet maklijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02972) vertaling: Els dech dat et neet makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03010) vertaling: Ik wet dat ik te laate bin en ie neet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat ik te late bun en iee neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03010) vertaling: ik wet toch dat ie mot warken en ikke neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02972) vertaling: ie weet toch daj mot warken en ikke neet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03010) vertaling: allemaol denk'n dat wie naor huus gaon en dat sie nog mogen bliev'n
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02972) vertaling: Iederene deg dat wie naor huus gaot en dat zee nog mucht bliem
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03010) vertaling: het is jammer dat hie kump en dat sie weggaot
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02972) vertaling: 't Is zunde dat hee kump en dat zee weg geet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02972) vertaling: Ik denke dat Lisa zeek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03010) vertaling: Ik denke dat Lisa zeek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03010) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje gaon trouw'n
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02972) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje gaot trouw'n
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03010) vertaling: He dut 't
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02972) vertaling: ù denkt datte 't wel dut, dan hej oe wel vegist!
opm.: informant geeft compleet irrelevante zin met 'doen'
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03010) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03010) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03010) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03010) vertaling: He kump neet
betekenis: ontkennend
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02972) vertaling: Ik denke datte dat neet dut, nee, ik zegge oe, hee dut et neet!
opm.: informant geeft compleet irrelevante zin met 'doen'
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03010) vertaling: He kump neet
betekenis: ontkennend
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03010) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03010) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03010) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03010) vertaling: He slëap
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03010) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03010) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03010) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02972) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03010) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02972) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03010) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02972) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02972) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03010) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03010) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02972) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03010) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02972) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02972) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03010) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03010) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02972) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03010) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02972) vertaling: De lampe brend neet meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03010) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02972) vertaling: De lampe brend neet meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02972) vertaling: Danst Marie iedern aovond?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03010) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02972) vertaling: Danst Marie iedern aovond?
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02972) vertaling: Snied ie het brood is éém
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02972) vertaling: Snied ie het brood is éém
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03010) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02972) fragment: wee zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02972) fragment: wee zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02972) fragment: wee zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02972) fragment: den zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02972) fragment: den zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02972) fragment: den zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03010) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02972) fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03010) fragment: waarop (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03010) komt voor: n
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: waorop (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: waorop (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: waorop (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: waorop (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: den (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: den (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: den (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: den (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03010) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: wee (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: wee (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: wee (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02972) komt voor: j
fragment: wee (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02972) fragment: dat best (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02972) fragment: dat best (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02972) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02972) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02972) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02972) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02972) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02972) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03010) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02972) fragment: dat best (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02972) fragment: dej (1)
opm.: 'je' in voorgedrukte zin is doorgestreept; twijfelgeval voegwoordvervoeging
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03010) fragment: den (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02972) fragment: dej (1)
opm.: 'je' in voorgedrukte zin is doorgestreept; twijfelgeval voegwoordvervoeging
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02972) fragment: deed ie (1)
opm.: 'je' in voorgedrukte zin is doorgestreept; twijfelgeval voegwoordvervoeging
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02972) fragment: deed ie (1)
opm.: 'je' in voorgedrukte zin is doorgestreept; twijfelgeval voegwoordvervoeging
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02972) fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02972) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03010) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02972) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02972) fragment: daor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02972) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02972) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02972) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02972) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03010) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02972) fragment: da'k (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord;
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02972) fragment: da'k (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord;
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02972) fragment: da'k (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord;
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03010) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02972) fragment: wa'k (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord;
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02972) fragment: wa'k (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord;
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02972) fragment: wa'k (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord;
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02972) fragment: welke (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord;
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02972) fragment: welke (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord;
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02972) fragment: welke (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord;
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02972) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02972) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02972) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03010) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02972) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03010) fragment: Den (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02972) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02972) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02972) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02972) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02972) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02972) fragment: zij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02972) fragment: zij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02972) fragment: zij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02972) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02972) vertaling: wee denk ie wee ik in de stad ezeen hebbe
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02972) vertaling: wee denk ie wee ik in de stad ezeen hebbe
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02972) vertaling: wee denk ie da'k in de stad teeg'n kwamme
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03010) vertaling: Wat denk ie wie ik in de stad heb e'zeen
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02972) vertaling: wee denk ie da'k in de stad teeg'n kwamme
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02972) vertaling: Ho denk euleu dat ze 't heb op e löst
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03010) vertaling: Hoe denk ie dat ze het opgelost hebb'n
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02972) vertaling: Ho denk ie hoot ze heb op e löst
opm.: hoot: hoe dat
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03010) vertaling: Magde wet neet wee wille opbell'n wil'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02972) vertaling: Magda hef gin flauw benul wee wiele wilt bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03010) vertaling: Wet iemand wie wie eroep'n hebb'n
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02972) vertaling: weet d'r ene of wee wielui eroop'n hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03010) vertaling: Wie denk ie dat ikke in de stad heb e'zeen
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02972) vertaling: Wee dach ie wee ik in de stad teeg'n kwam
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02972) vertaling: wee denk ie dee ik in de stad zagge
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02972) vertaling: wee denk ie dee ik in de stad zagge
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02972) vertaling: wee denk ie da'k in de stad teeg'n lief lepe
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02972) vertaling: wee denk ie da'k in de stad teeg'n lief lepe
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02972) vertaling: Hee hef zien hande ewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03010) vertaling: He hef zeen hun'n e'wass'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03010) vertaling: He hef zien hemp ewass'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02972) vertaling: Hee hef zien hemd ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03010) vertaling: He hef een hood op 't heuf
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02972) vertaling: Hee hef un hood op 't heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02972) vertaling: Hee hef un vlekke op zien hemp
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03010) vertaling: He hef een vlekke op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03010) vertaling: He hef sien been ebrokk'n
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02972) vertaling: Hee hef zien been ebrok'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03010) vertaling: Sie hef sich pien edaon
opm.: sich = zich reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02972) vertaling: Zee hef zich zeer edaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02972) vertaling: Merie trok de dek'n naor zich to
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03010) vertaling: M trok de dekk'n naor sich to
opm.: sich = zich reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03010) vertaling: L wet dat er foto's van hum te koop bint
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02972) vertaling: Luc weet datter kiekjes van hum zelf te koop bunt
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03010) vertaling: Je herinnert oe toch wal dat wie toen deur dat bos hen zunt elop'n
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02972) vertaling: ie weet toch wel dat we to deur dat bos hen eloop'n bunt
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02972) vertaling: Ik wete nog good dat de auto van Merie kepot was
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03010) vertaling: Ik dacht eran dat de auto van M kapot was
opm.: geen reflexief bij 'denken'
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03010) vertaling: Zie dacht eran dat he as een vark'n zat te ett'n
opm.: geen reflexief bij 'denken'
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02972) vertaling: Zie weet zich nog good veur de geest te haal'n dat he as een 'n vark'n zat te vreten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03010) vertaling: We herinneren ons dat al J zien beuke estoll'n waarn maor sie wet het neet meer
opm.: reflexief: ons
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02972) vertaling: wie weet nog good dat Jan zien beuke estol'n waan maor zee kunt het zich neet meer nagaon
opm.: reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03010) vertaling: Weet ie nog dat wie Jan op de markt heb ezeen
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02972) vertaling: weet ie nog dat wie Jan op de mark ezeen hebt?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03010) vertaling: He hef zich een ongeluk ewarkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02972) vertaling: Hee hef zich 'n ongeluk é eust
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03010) vertaling: He veuld'n zich deur h't ies zakk'n
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02972) vertaling: Hee veul'n zich deur 't ies zak'n
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat edoan hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: Hee zal dat heb'n edaon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat e kunt heb'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat ekund hem, zoiets dutte neet
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03010) vertaling: zoll het meuglik wèn dat he dat edaon hef
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat edoan hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03010) vertaling: zoll het meuglik wèn dat he dat edaon hef
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: Hee zal dat heb'n edaon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03010) vertaling: zoll het meuglik wèn dat he dat edaon hef
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat ekund hem, zoiets dutte neet
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat edoan hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: Hee zal dat heb'n edaon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat e kunt heb'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03010) vertaling: zol h't kun'n dat he dat edaon hef
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat ekund hem, zoiets dutte neet
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03010) vertaling: zol h't kun'n dat he dat edaon hef
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03010) vertaling: zol h't kun'n dat he dat edaon hef
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat e kunt heb'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat ekund hem, zoiets dutte neet
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat edoan hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03010) vertaling: zol he dat edaon hebb'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: Hee zal dat heb'n edaon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03010) vertaling: zol he dat edaon hebb'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02972) vertaling: zol he dat e kunt heb'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03010) vertaling: zol he dat edaon hebb'n
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03010) fragment: ekunt (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02972) fragment: kun'n doon, want he was neet zo gis (1)
opm. inf.: c en d is voor ons zoiets als achtersevoren schrijven, net als sommige mensen zeggen "mij hef oe neet nodig!", ik heb je niet nodig!
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02972) fragment: kun'n doon, want he was neet zo gis (1)
opm. inf.: c en d is voor ons zoiets als achtersevoren schrijven, net als sommige mensen zeggen "mij hef oe neet nodig!", ik heb je niet nodig!
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02972) fragment: edoan, door was he neet met op de heugte (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03010) fragment: edaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03010) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03010) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03010) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02972) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03010) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03010) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02972) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03010) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02972) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02972) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03010) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03010) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02972) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03010) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02972) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02972) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03010) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03010) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02972) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03010) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02972) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02972) vertaling: We mot naor de schure, de beeste voer'n
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03010) vertaling: We mott'n naor de schure de beeste voer'n
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02972) vertaling: We mot naor de schure, de beeste voer'n
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03010) vertaling: We mott'n naor de schure de beeste voer'n
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02972) vertaling: ze kwamen an kuieren
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03010) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02972) vertaling: ze kwamen an kuieren
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03010) vertaling: ik denke dat he weg is
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02972) vertaling: Ik denke dat hee weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03010) vertaling: ik denke dat he weg is
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02972) vertaling: Ik denke dat hee weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03010) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02972) vertaling: Ik denke dat hee weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02972) vertaling: Ik denke dat hee weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat he weg is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat e vod is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat e vod is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat he weg is
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02972) vertaling: Ik wet, he is weg
komt voor: j
opm.: twijfel door komma
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02972) vertaling: Ik wet, he is weg
komt voor: j
opm.: twijfel door komma
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat he weg is
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat he weg is
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02972) vertaling: de plietie zol bie um kom'm en nem'n um met
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03010) vertaling: De politie sol bie hum komm'n en nemm'n hum met
komt voor: n
opm.: twijfelgeval infinitief of persoonsvorm
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03010) vertaling: De politie sol bie hum komm'n en nemm'n hum met
komt voor: n
opm.: twijfelgeval infinitief of persoonsvorm
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02972) vertaling: de plietie zol bie um kom'm en nem'n um met
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03010) vertaling: Al Marie heur beeste bund verdronk'n bie de oaverstroming
komt voor: n
opm.: 'al' X 'heur' N
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02972) vertaling: van Marie bunt al heur beeste vezop'n bie de överstroming
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02972) vertaling: van Marie bunt al heur beeste vezop'n bie de överstroming
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03010) vertaling: Al Marie heur beeste bund verdronk'n bie de oaverstroming
komt voor: n
opm.: 'al' X 'heur' N
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02972) vertaling: keeze maak'n, door hek geen weet van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02972) vertaling: keeze maak'n, door hek geen weet van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03010) vertaling: Van keeze mak'n wet ik niks van
komt voor: n
opm.: prepositie dubbel: prepositie-stranding en pied-piping
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03010) vertaling: Van keeze mak'n wet ik niks van
komt voor: n
opm.: prepositie dubbel: prepositie-stranding en pied-piping
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02972) vertaling: Met Jan bun 'k naor de mark ewes
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03010) vertaling: Met Jan bun ik met naor de mark ewest
komt voor: n
opm.: prepositie dubbel: prepositie-stranding en pied-piping
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03010) vertaling: Met Jan bun ik met naor de mark ewest
komt voor: n
opm.: prepositie dubbel: prepositie-stranding en pied-piping
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02972) vertaling: Met Jan bun 'k naor de mark ewes
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03010) vertaling: Ik heb de eerste dree somm'n emaakt Welke heb ie emaakt
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02972) vertaling: Ik hebbe al de eerste dree som'n emaakt, welkn heb ie edaon
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02972) vertaling: Ik hebbe al de eerste dree som'n emaakt, welkn heb ie edaon
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03010) vertaling: Ik heb de eerste dree somm'n emaakt Welke heb ie emaakt
komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02972) vertaling: watveur grei heb ie weg ebrach
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02972) vertaling: watveur grei heb ie weg ebrach
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03010) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03010) vertaling: Dee sol ik neet durf'n opett'n
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02972) vertaling: zulk spul zol ik neet duerven opet'n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03010) vertaling: Dee sol ik neet durf'n opett'n
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02972) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03010) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat Jan naor de markt is ewest
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat Jan naor de mark ewest is
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat Jan naor de mark ewest is
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat Jan naor de markt is ewest
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03010) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02972) vertaling: Al kuierend leep ik m'n teeg'n 't lief
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02972) vertaling: Al kuierend leep ik m'n teeg'n 't lief
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02972) vertaling: Ik hebbe völle eloop'n
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03010) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02972) vertaling: Ik hebbe völle eloop'n
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02972) vertaling: Ik worde noe meu dus ik schei d'r maor uut
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02972) vertaling: Ik worde noe meu dus ik schei d'r maor uut
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03010) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03010) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02972) vertaling: He deed zich veur offe net uut bedde kwamme
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02972) vertaling: He deed zich veur offe net uut bedde kwamme
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02972) vertaling: de schilder is hier kom'm schildern
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02972) vertaling: de schilder is hier kom'm schildern
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03010) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02972) vertaling: denk ie daj naor huus gaot
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02972) vertaling: Goj naor huus
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02972) vertaling: Goj naor huus
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02972) vertaling: denk ie daj naor huus gaot
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02972) vertaling: Goj naor huus
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02972) vertaling: denk ie daj naor huus gaot
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03010) komt voor: n
000 (y07opm) (inf. 02972) opm. inf.: wat het woord lopen betreft weet ik dat in de Achterhoek ook werd gesproken over pâolen. Een zinnetje van vroeger thuis: foi wat hebbe wiele een ende epaold!
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03010) vertaling: In die tied lefde ik erop lus
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02972) vertaling: In dee tied leim ik der op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02972) vertaling: Vrogger leim hee as 'n bees
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03010) vertaling: Vrogger lefde he as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02972) vertaling: daor leifd'n wie as god in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03010) vertaling: Daor lèfd'n wie as god in frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03010) vertaling: Niemand mag het zeen dus ik vinde dat he et ook neet mag zeen
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02972) vertaling: gin mense mag 't zeen, dus dan vin ik ok dat ie 't neet mag zene
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02972) vertaling: 't ouver kwamp me to ie weg waan egaon
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03010) vertaling: Het gebeurde toen ie wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02972) vertaling: Ik wete waor ie geboorn bunt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03010) vertaling: Ik weet waor ie gebor'n bunt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02972) vertaling: Noe'j klaor bunt mag ie gaon
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03010) vertaling: Now ie klaor bunt mag ie gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02972) vertaling: deurdat Marie storf, hef heur man Anna neet meer kun'n biestaan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03010) vertaling: Doordat Marie estorv'n hef heur man Anna neet meer kun'n help'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02972) vertaling: Ik wete datte hen zwemmen is egaon
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02972) vertaling: Ik wete datte hen zwemmen is egaon
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02972) vertaling: He is hen zwem'n egaon, zo 'k wete
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02972) vertaling: He is hen zwem'n egaon, zo 'k wete
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02972) vertaling: He is hen zwem'n egaon, zo 'k wete
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03010) vertaling: Ik wette die he is gaon zwem'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02972) vertaling: b: Ik wete dat hè is hen zwem'n egaon
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02972) vertaling: b: Ik wete dat hè is hen zwem'n egaon
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02972) vertaling: b: Ik wete dat hè is hen zwem'n egaon
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02972) vertaling: Ik wete datte hen zwemmen is egaon
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02972) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03010) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03010) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02972) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03010) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03010) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02972) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03010) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02972) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02972) vertaling: wi-j nog koffie Jan, ja geerne
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03010) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03010) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02972) vertaling: gaot ze hen dansen
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02972) vertaling: Jao, ze hebt eget'n
komt voor: j
opm.: dav
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03010) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02972) vertaling: Jao, ze hebt eget'n
komt voor: j
opm.: dav
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03010) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02972) vertaling: Jao 't is te koop
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03010) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02972) vertaling: wee dan, ik bunne wel niejschierig
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02972) vertaling: met zuk weer kuj neet völle doon
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03010) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02972) vertaling: met zuk weer kuj neet völle doon
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02972) vertaling: as et karmse is komt de leu buut'n
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03010) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02972) vertaling: as et karmse is komt de leu buut'n
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02972) vertaling: Ik wille hum neet meer zeen want he hef mien veneukt
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03010) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02972) vertaling: Ik wille hum neet meer zeen want he hef mien veneukt
komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02972) vertaling: Ik wille hum neet meer zeen umdat mien hef veneukt
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03010) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02972) vertaling: Ik wille hum neet meer zeen umdat mien hef veneukt
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02972) vertaling: ie gaot naor 't voetbal'n kiek'n met mien
komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02972) vertaling: ie gaot naor 't voetbal'n kiek'n met mien
komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03010) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02972) vertaling: He is dood
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03010) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02972) vertaling: He is dood
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02972) vertaling: is hè dood
komt voor: j
opm.: dav
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03010) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02972) vertaling: is hè dood
komt voor: j
opm.: dav
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02972) vertaling: zee is zeek
komt voor: j
opm.: dav
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02972) vertaling: zee is zeek
komt voor: j
opm.: dav
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03010) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02972) vertaling: is zêe zeek
komt voor: j
opm.: dav
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03010) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02972) vertaling: is zêe zeek
komt voor: j
opm.: dav
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02972) vertaling: umdat hee mot wark'n mot zee de hele dag thus beevn
komt voor: j
opm.: dav
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03010) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02972) vertaling: umdat hee mot wark'n mot zee de hele dag thus beevn
komt voor: j
opm.: dav
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02972) vertaling: umdat het zo sneeuw'n konne we de stad neet uut
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03010) komt voor: n
000 (y11opm) (inf. 02972) opm. inf.: oude mensen zeggen nog vaak "krank" (ziek)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: dee (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: den (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03010) fragment: den (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: den (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: dee (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: den (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: dee (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: dee (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: den (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03010) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03010) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: zo (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03010) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: - (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: zo (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03010) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: - (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: zo (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: - (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03010) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: - (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: zo (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02972) fragment: dat hé (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: 't spul (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: de leu (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03010) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: 't spul (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: de leu (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: 't spul (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03010) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03010) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: 't spul (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: de leu (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03010) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02972) fragment: de leu (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02972) fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03010) fragment: waor (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02972) fragment: wee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03010) fragment: die (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02972) fragment: dee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02972) fragment: dee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02972) fragment: wee (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02972) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02972) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03010) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02972) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03010) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03010) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02972) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03010) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02972) fragment: as zoiets (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02972) fragment: as zoiets (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02972) fragment: as zoiets (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02972) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02972) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02972) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02972) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02972) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02972) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03010) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03010) fragment: den (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02972) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02972) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02972) fragment: wie (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02972) fragment: wie (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02972) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02972) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02972) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03010) fragment: da'k (ik doorgestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02972) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03010) fragment: den (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02972) fragment: wee (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02972) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02972) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02972) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03010) fragment: waorvan (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02972) fragment: dee heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02972) fragment: dee heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02972) fragment: dee heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02972) fragment: waarvan haar (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02972) fragment: waarvan haar (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02972) fragment: waarvan haar (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03010) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand kwaod bunt
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02972) vertaling: Piet dech dat Jan en Merie op gin ene kwaod / helligbunt
betekenis: negative concord
opm.: kwaod en hellig wordt allebei in onze Achterhoekse spraak gebruikt
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03010) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand kwaod bunt
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02972) vertaling: Piet dech dat Jan en Merie op gin ene kwaod / helligbunt
betekenis: negative concord
opm.: kwaod en hellig wordt allebei in onze Achterhoekse spraak gebruikt
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03010) vertaling: Wim denkt altied iemand een pries gev'n
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02972) vertaling: Wim deg dat wie nooit gin ene un pries geeft
betekenis: negative concord
opm.: 'Het is natuurlijk geen rechtstreeks antwoord maar er zullen wel prijzen vallen voor de winnaars'
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03010) vertaling: Wim denkt altied iemand een pries gev'n
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02972) vertaling: Wim deg dat wie nooit gin ene un pries geeft
betekenis: negative concord
opm.: 'Het is natuurlijk geen rechtstreeks antwoord maar er zullen wel prijzen vallen voor de winnaars'
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02972) vertaling: 't Is waor dat ze neet mogten praot'n met Marie
betekenis: modaal > negatie
opm.: 'jammer voor Marie dat ze een babbeltje mist!'
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03010) vertaling: Het is waor dat ze neet met Marie mogen praoten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02972) vertaling: 't Is waor dat ze neet mogten praot'n met Marie
betekenis: modaal > negatie
opm.: 'jammer voor Marie dat ze een babbeltje mist!'
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03010) vertaling: Het is waor dat ze neet met Marie mogen praoten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02972) opm.: informant heeft vraag vertaald
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03010) vertaling: Neet bie mie
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03010) vertaling: Dat wet ik neet
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02972) opm.: informant heeft vraag vertaald
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02972) opm.: informant heeft vraag vertaald
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03010) vertaling: Nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02972) opm.: informant heeft vraag vertaald
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03010) vertaling: Dat wet ik neet
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03010) vertaling: Allemaole
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02972) opm.: informant heeft vraag vertaald
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03010) vertaling: Zeg hem neet dat ik naor buuten bun e'wes
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02972) vertaling: zeg um neet da'k naor buut'n bun ewest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03010) vertaling: Neet vertelln dat ie een cadeau veur hum heb ekoch heur
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02972) vertaling: neet vetel'n daj 'n cedoo veur um heb ekoch, heur
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03010) vertaling: Wet ie neet dat hie evall'n is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02972) vertaling: weet ie neet datte eval'n is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02972) vertaling: weet ie neet datte eval'n is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02972) vertaling: weet ie neet datte eval'n is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02972) vertaling: weet ie neet datte umme pleert is!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02972) vertaling: weet ie neet datte umme pleert is!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02972) vertaling: weet ie neet datte umme pleert is!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02972) vertaling: hee hef wie dan ok 'n smak emaakt!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02972) vertaling: hee hef wie dan ok 'n smak emaakt!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02972) vertaling: hee hef wie dan ok 'n smak emaakt!
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03010) vertaling: Wendy probeern om niemand piene te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02972) vertaling: wendy prebeern um gin ene zeer te done
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03010) vertaling: Schient dat sie niks mag ett'n
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02972) vertaling: 't lik dat ze niks mag et'n
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02972) vertaling: zee schient niks te meug'n gebruuk'n
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03010) vertaling: Zie schient niks te meug'n ett'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03010) vertaling: Ze probeer'n al de hele tied mekaor te bell'n
opm.: partikel weggelaten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02972) vertaling: ze probeert al 'n helen dag mekare an de liene te krieg'n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02972) vertaling: 't beloufd weer 'n mooi'n dag te word'n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03010) vertaling: Het gelaofd weer een mooi dag te word'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02972) vertaling: 't lik mien better um nog eêm te wacht'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03010) vertaling: 't Is misschien bett'r um nog eff'n te wacht'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03010) vertaling: Wie hadd'n geluk om hum meteene terug te vin'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02972) vertaling: wie had'n 't gelukke um hum dalijk terugge te vin'n!
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03010) vertaling: As de kipp'n of hoender een stoorvogel zeen bunt ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02972) vertaling: as de hoonders 'n valke zeet, bunt ze ut hun doon
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03010) vertaling: As wie de eerpel neet kun'n verkop'n zitt'n wie in de narigheid
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02972) vertaling: as wie de eerpels neet kùnt vekoop'n, zitte we in de ...
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03010) vertaling: As ileu hum niet met nem'm bun ik kwaod
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02972) vertaling: as uleu hum neet meenemt wo'k hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03010) vertaling: He wist 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02972) vertaling: Hee wis't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03010) vertaling: Op dit fees dansen ze vulle
opm.: geen onpersoonlijke passief
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02972) vertaling: op dit fees wod ter völle edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03010) vertaling: Now wordt 'r in den winkel allene maor brood verkog
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02972) vertaling: noe wot er allene nog maor stoete vekoch in dee winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03010) vertaling: As he met de fietse kump is he vast te late
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02972) vertaling: asse met de fietse kump, zalle wel late wèn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03010) vertaling: Ai tied heb kom dan is langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02972) vertaling: Aj tied hebt, kom dan is 'n tiedje an
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02972) vertaling: A'k in 't geld zwemme, schaf ik 'n slee van 'n waag'n an
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02972) vertaling: A'k riek bun, schaf ik eên duur'n oto an
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03010) vertaling: As ik rieke bun koop ik een dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02972) vertaling: A'k riek bun, schaf ik eên duur'n oto an
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02972) vertaling: A'k in 't geld zwemme, schaf ik 'n slee van 'n waag'n an
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat ue 't elapt hebt
komt voor: j
opm.: dav
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat ue 't elapt hebt
komt voor: j
opm.: dav
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat gie 't edaon hebt
komt voor: j
opm.: dav
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat gie 't edaon hebt
komt voor: j
opm.: dav
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat ue 't elapt hebt
komt voor: j
opm.: dav
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03010) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat gie 't edaon hebt
komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02972) vertaling: meschien ga ik ut wel krieg'n
komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03010) vertaling: Mischien gao k et wal krieg'n
komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02972) vertaling: meschien ga ik ut wel krieg'n
komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03010) vertaling: Mischien gao k et wal krieg'n
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02972) vertaling: Duurf ie er op druk'n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03010) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02972) vertaling: Duurf ie um uut te neug'n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03010) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03010) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02972) vertaling: Is Pol hier ewes
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02972) vertaling: Is Pol hier ewes
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03010) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02972) vertaling: Ho hef Pol dat op e löst
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03010) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02972) vertaling: Ho hef Pol dat op e löst
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02972) vertaling: Heb ie mien de breef estuurd
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03010) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02972) vertaling: Heb ie mien de breef estuurd
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03010) vertaling: Ik heb 't hum egev'n
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02972) vertaling: Ik hebbe hum dat egêem
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02972) vertaling: Ik hebbe hum dat egêem
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03010) vertaling: Ik heb 't hum egev'n
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02972) vertaling: zee lijft op water en stoete disse wekke
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02972) vertaling: zee lijft op water en stoete disse wekke
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03010) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02972) vertaling: Marie hef ezeg dat ie een versje heft geprobeerd te zingen
opm.: V.fin.aux mist
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02972) vertaling: g: Marie hef ezegd dat ie hebt probeerd een vesje te zing'n
opm.: V.fin.aux mist
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02972) vertaling: g: Marie hef ezegd dat ie hebt probeerd een vesje te zing'n
opm.: V.fin.aux mist
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03010) vertaling: Marie hef ezeg dat ie geprobeerd hebt een leedje te zing'n
opm.: "geprobeerd probeerd is beter"
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02972) vertaling: Marie hef ezegd daj 'n vesje prebeern te zing'
opm.: V.fin.aux mist
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02972) vertaling: Marie hef ezeg dat ie een versje heft geprobeerd te zingen
opm.: V.fin.aux mist
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02972) vertaling: Marie hef ezeg dat ie een versje heft geprobeerd te zingen
opm.: V.fin.aux mist
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03010) vertaling: Marie hef ezeg dat ie hebt g'probeerd een leedje te zin'g
opm.: "geprobeerd probeerd is beter"
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02972) vertaling: g: Marie hef ezegd dat ie hebt probeerd een vesje te zing'n
opm.: V.fin.aux mist
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02972) vertaling: Marie hef ezegd daj 'n vesje prebeern te zing'
opm.: V.fin.aux mist
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02972) vertaling: Marie hef ezegd daj 'n vesje prebeern te zing'
opm.: V.fin.aux mist
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03010) vertaling: Marie hef ezeg dat ie geprobeerd hebt een leedje te zing'n
opm.: "geprobeerd probeerd is beter"
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03010) vertaling: Marie hef ezeg dat ie hebt g'probeerd een leedje te zin'g
opm.: "geprobeerd probeerd is beter"
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02972) vertaling: Merie hef ezegd dat ie heur heb prebeert een book te gêem
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03010) vertaling: Marie hef ezeg dat ie heur heb geloafd een book te gev'n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03010) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02972) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02972) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03010) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03010) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02972) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03010) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02972) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02972) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03010) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 1
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03010) vertaling: Dee uut de stad dee hebt hier vûlle huuze ebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02972) vertaling: Dee van de stad, dee hebt hier völle huuze ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02972) vertaling: an de nieje vaart daor zeej ging mense meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03010) vertaling: An dee nieje vaart daor zee'j geen mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02972) vertaling: Gistern is Jan hier ewest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03010) vertaling: Gistern is Jan hier 'ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03010) vertaling: De dag dat Jan belln was ik neet thuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02972) vertaling: den dag dat Jan hef ebeld was ik neet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02972) vertaling: Jef, den zol ik nooit uutneudigen / uutneugen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03010) vertaling: Jef den zol ik nooit uutneugen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02972) vertaling: Merie dee zol zoiets nooit neet doon
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03010) vertaling: Maire sol zoiets nooit doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03010) vertaling: Bert drinkt wal ens een glas water
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02972) vertaling: Bert den zup wel is een glas te vulle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02972) vertaling: Matta, dee zo'k wel is bie mien thuus wil'n vraog'n
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03010) vertaling: Martha sol ik wal ens bie mie thuus wìlln vraog'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03010) vertaling: Dat huus sol ik nooit willn kop'm
opm.: "'dat' gebruiken we niet in deze zinnen"
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02972) vertaling: dat huus, dat zo'k nooit wil'n koop'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03010) vertaling: Dat huus steet daor al vieftig jaor
opm.: "'dat' gebruiken we niet in deze zinnen"
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02972) vertaling: dat huus steet ter al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02972) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02972) gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02972) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02972) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03010) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02972) komt voor: j
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02972) gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02972) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03010) vertaling: Hef Gunther ebeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02972) vertaling: Hef Gunther ebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03010) vertaling: Pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 02972) vertaling: Kiek uut!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03010) vertaling: Was maor net good genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02972) vertaling: 't was maor net good genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03010) vertaling: Marjo hef noe meer beeste as ze vrogger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02972) vertaling: Marjo hef noe meer beeste dan ze vrogger had'n
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03010) vertaling: As S had kun'n kom'm dan had ze dat ègaon
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02972) vertaling: as Suzanne had kun'n kom'n dan had dat edoun
opm.: geen subjectpronomen in matrixzin
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02972) vertaling: zee is de beste pille dee ik hebbe
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03010) vertaling: Zie is de beste dokter den ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03010) vertaling: Veur ie iets weggooit mot ie effen bell'n
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02972) vertaling: veur daj 't wegsmiet moj ev'n bel'n
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03010) vertaling: Hier al alles wat ik heb èkreeg'n
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02972) vertaling: Hier is alles wa'k ekreeg'n
opm.: V.fin.aux. mist
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02972) vertaling: Jan is te knieperig um iets an zien kinder te geem
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03010) vertaling: Jan is te gierig zuunig om iets an zien kinder te geev'n
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03010) vertaling: Alsof ie iets van voetball'n wèt
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02972) vertaling: net of ieje iets van voetbal'n snapt
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03010) vertaling: Leg dat book neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02972) vertaling: dat book leg neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02972) vertaling: Aj ech neet kun wacht'n, dan kom ie maor
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03010) vertaling: As ie echt neet kunt wacht'n dan kom maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat Jan de dokter had kûn'n rop'm
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat Jan de dokter had kun'n ropen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03010) vertaling: Ik wette dat Jan de dokter kon erop'n hem'm
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02972) vertaling: Ik wete dat Jan de dokter had kun'n roop'n!
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03010) vertaling: He zei dat ik het hat mott'n doon
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02972) vertaling: Hee zei dat ik het had mot'n doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03010) vertaling: He zei dat ik het most hebb'n ègaon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02972) vertaling: Hee zei dat ik het edaon most hem'n
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03010) vertaling: He is veuroige wekke deur dokter Mertens opereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02972) vertaling: Hee is veurige wekke deur dokter mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03010) vertaling: He wordt mar'n deur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02972) vertaling: Hee wod mòn deur dokter (pille) opereerd
000 (z12opm) (inf. 02972) opm. inf.: veel mensen laten het dialect voor wat het was, maar oudere mensen noemen de dokter nog "pille"
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03010) vertaling: Ik denke dat ie vûlle weg sol mott'n gooi'n
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02972) vertaling: Ik denke daj vuls te vulle zol weg mot'n smiet'n
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03010) vertaling: Ik denke dat ie vûlle weg sol mott'n gooi'n
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02972) vertaling: Ik denke daj vuls te vulle zol weg mot'n smiet'n
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03010) vertaling: 't is dom om zulke dure ding'n weg te gooien smiet'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02972) vertaling: Het is mesjokke um zukke dure spullekes weg te smiet'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03010) vertaling: 't is dom om zulke dure ding'n weg te gooien smiet'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02972) vertaling: Het is mesjokke um zukke dure spullekes weg te smiet'n
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03010) vertaling: He is alle kapotte spullen an 't weggooi'n
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02972) vertaling: Hee is alle plod'n an 't vot smiet'n
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03010) vertaling: He is alle kapotte spullen an 't weggooi'n
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02972) vertaling: Hee is alle plod'n an 't vot smiet'n
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03010) vertaling: Ik vind dat de vaker de krant zal motten lèzn
positie: 1
opm.: lidwoord 'de' voor krant: in positie 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02972) vertaling: Ik vinde daj de krante vaker zol mot'n leiz'n
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03010) vertaling: Ik vind dat de vaker de krant zal motten lèzn
positie: 1
opm.: lidwoord 'de' voor krant: in positie 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02972) vertaling: Ik vinde daj de krante vaker zol mot'n leiz'n
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03010) vertaling: Het is dom in het donker de krant te lèzen
positie: 1
opm.: in de vertaling: lidwoord 'de' voor krant: in positie 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02972) vertaling: et is dom um in 't duuster un book te leiz'n
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03010) vertaling: Het is dom in het donker de krant te lèzen
positie: 1
opm.: in de vertaling: lidwoord 'de' voor krant: in positie 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02972) vertaling: Hee is de gansen dag an 't leiz'n
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03010) vertaling: He is de hele dag aan het krant lèzn
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03010) vertaling: He is de hele dag aan het krant lèzn
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02972) fragment: deur (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03010) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 02972) fragment: samen (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 02972) fragment: zo maor (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 02972) fragment: onze (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 02972) fragment: soms (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02972) vertaling: zon dink he'k nog nooit ezene
komt voor: j
opm.: dav
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03010) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02972) vertaling: zon dink he'k nog nooit ezene
komt voor: j
opm.: dav
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02972) vertaling: zon vrouwe kuj maor better neet teeg'n sprek'n
komt voor: j
opm.: dav
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03010) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02972) vertaling: zon vrouwe kuj maor better neet teeg'n sprek'n
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03010) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02972) vertaling: d'r bunt leu dee altied wat hebt um te klaag'n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ... 'nen groten meulerd
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ... 'nen groten meulerd
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ... 'nen groten meulerd
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ie hebt leu en potleu!
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ie hebt leu en potleu!
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ie hebt leu en potleu!
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ie hebt leu en potleu!
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03010) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ie bunt 'ter mien ok ene
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ie bunt 'ter mien ok ene
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ie bunt 'ter mien ok ene
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ie bunt 'ter mien ok ene
komt voor: j
opm.: dav
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02972) vertaling: ... 'nen groten meulerd
komt voor: j
opm.: dav
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02972) vertaling: Robert hef enen greune appel weg egêem, en noe heffe nog 2 rooien
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03010) vertaling: Robert hèf een gruune appel weg ègevn en noe hef e der nog 2 roi
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03010) vertaling: Er waren vûlle leu op 't fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02972) vertaling: d'r wâan vulle leu op 't fees!
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02972) vertaling: waan d'r vulle leu op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03010) vertaling: war'n er vulle leu op 't fees
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02972) vertaling: wat veur beuke hej ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03010) vertaling: Wat heb ie veur beuke ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02972) vertaling: wat veur beuke hej ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02972) vertaling: wat hej veur beuke ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03010) vertaling: Wat veur beuke heb ie ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02972) vertaling: wat hej veur beuke ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03010) vertaling: Wat veur beuke heb ie ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03010) vertaling: Wat heb ie veur beuke ekoch
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03010) vertaling: He woont bie Marietj
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02972) vertaling: Hee woont bie Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02972) vertaling: Hee woont bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02972) vertaling: hee huust met Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02972) vertaling: hee huust met Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03010) vertaling: He woont bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02972) vertaling: Hee woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02972) vertaling: loop ie is eêm naor de bakker, wim!
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03010) vertaling: Loop eff'n naor de bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03010) vertaling: Wie heb ie ezeen
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02972) vertaling: wee hej ezeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02972) vertaling: wee hef oe ezene
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03010) vertaling: Wie hef oe ezeen
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03010) vertaling: Had ik dat ewett'n dan had ik het neet edaon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02972) vertaling: ak et had eweet'n dan ha'k et neet edaon
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03010) vertaling: 't Zol better wèn om nog eff'n te wach'n
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02972) vertaling: 't zol better weên um nog eêm te wachen
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03010) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en dee was er al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03010) vertaling: Loop nou toch deur vervelende jongs
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02972) vertaling: maak aj fot komt, nare jongs / blaag'n
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02972) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03010) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02972) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03010) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02972) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03010) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02972) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03010) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02972) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03010) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02972) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03010) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02972) komt voor: n
000 (z17opm) (inf. 02972) opm. inf.: van b en h zolle wie zeg'n, ie praot achterse vuûrne!

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Lochem

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Lochem