SAND-data Goor (G223p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08586) vertaling: Jan herinnert zik dat verhaal wal
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08586) vertaling: Jan herinnert zik dat verhaal wal
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08586) vertaling: Jan kent dat verhaal nog wal
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08586) vertaling: Jan kent dat verhaal nog wal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08586) vertaling: Marie en Piet zeet mekaar veur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08586) vertaling: Tone wasget zik
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08586) vertaling: 'N timmerman hef gin spiekers bie zik
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08586) vertaling: Fons zag ne slange naöst zik
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08586) vertaling: Erik leet miej veur um warken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08586) vertaling: Johanna/Jannoa leet zik metdrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08586) vertaling: Tone bekeek zikzelven 'ns good in 'n speegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08586) vertaling: Jan hef in twee minuutn un glaësken bier op e dronkn
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08586) vertaling: Disse skoone loopt makluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08586) vertaling: Eduard kent zikzelm good
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08586) vertaling: Ward hef eheurd dat r foto's van umzelf in de etalage stoat
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08586) vertaling: Dee eerpel laat zik makluk schiln
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08586) vertaling: Dit glas brèk ast op de grond velt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08586) vertaling: Dokter, lèèf ik wal gezoond genòg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08586) vertaling: He lèèft al jaore van zien vaars arvenisse
opm.: geen inversie
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08586) vertaling: Zee leefgt disse wekke op water en brood
opm.: geen inversie
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08586) vertaling: Lèèft ut nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08586) vertaling: Woo/Hoo lange lèèft ie leu nou al van de arvenisse?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08586) vertaling: In Bretagne lèèft ze benaampt van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08586) vertaling: Nao 't ettn gao'k slaopn
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08586) vertaling: Zo'k dat wal kunn doon?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08586) vertaling: Hee leet zien hoes afbrekn
000 (x02opm) (inf. 08586) opm. inf.: In de vervoegde vormen van het werkwoord leven in het Twents klinkt eigenlijk na de e een a door. Dus eigenlijk: He leaft
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08586) vertaling: Ik wete dat Jan hat mut kunn warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08586) vertaling: Ik wete dat Jan hat mut kunn warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08586) vertaling: Ik wete dat Jan hat mut kunn warken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08586) opm.: als nee te interpreteren: kruist alleen ja aan
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 08586) opm.: als nee te interpreteren: kruist alleen ja aan
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 08586) opm.: als nee te interpreteren: kruist alleen ja aan
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08586) opm.: als nee te interpreteren: kruist alleen ja aan
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08586) opm.: als nee te interpreteren: kruist alleen ja aan
000 (x03opm) (inf. 08586) opm. inf.: Voor zover ik weet komt in het Twents alleen a voor
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08586) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08586) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 08586) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 08586) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08586) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 08586) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 08586) opm.: als nee te interpreteren: kruist alleen ja aan
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 08586) opm.: als nee te interpreteren: kruist alleen ja aan
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 08586) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 08586) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 08586) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 08586) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08586) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 08586) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08586) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 08586) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 08586) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 08586) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 08586) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08586) vertaling: Jan hèf gin book meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 08586) vertaling: Jan hèf gin book meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 08586) vertaling: Beuke hèf Jan neet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 08586) vertaling: Jan hef gin geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08586) vertaling: Gin meanske mag kuiern oaver dat probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08586) vertaling: Gin meanske mag kuiern oaver dat probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 08586) vertaling: D'r ist r gin éne den zeg dat e kump
opm.: dubbele expletief
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08586) vertaling: Zitt hier oarns muuze
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 08586) vertaling: Ik geve niks an 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 08586) vertaling: D'r is t r gin éne den wil warken
opm.: dubbele expletief
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 08586) vertaling: wie wustn nich dat e in 't hoes was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 08586) vertaling: Ik wist 't ok nich
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08586) vertaling: Hee amg met gin meanske/gin éne kuiern/praotn oaver dat probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08586) vertaling: Jan wét dat hee veur dree uur de waagn emaakt mut hebbn
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08586) vertaling: Jan wét dat hee veur dree uur de waagn emaakt mut hebbn
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08586) vertaling: Jan wét dat hee veur dree uur de waagn klaor mut hebbn
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08586) vertaling: Jan wét dat hee veur dree uur de waagn klaor mut hebbn
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08586) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 08586) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 08586) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08586) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08586) vertaling: Meries auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 08586) vertaling: Merie heur auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08586) vertaling: Piet zienn auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 08586) vertaling: Piet zien auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 08586) vertaling: 'n auto van dèn man is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08586) vertaling: Dèn man zienn auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08586) vertaling: Den auto heurt mie neet meer um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08586) vertaling: De krante van gistern lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08586) vertaling: Jan ist breurken van K en Kr
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08586) vertaling: De fietsen van dee jongs bint estôln
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08586) vertaling: De moo van de zussen is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08586) vertaling: Dèn auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08586) vertaling: Dee fietse is van mie
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08586) vertaling: Hee mag met gin meanske/gin ene kuiern (praoten) oaver dat probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 08586) vertaling: Ik wil gin meanske zear doon
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 08586) vertaling: T' is jammer da'w neet meugt kommn
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 08586) vertaling: Dat gao'k neet doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 08586) vertaling: Ik hebbe neet ewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 08586) vertaling: Met dat hee 't verteld had, begon Merie te huuln/ te göln
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 08586) vertaling: Gao dee bestelling noe meer ophaaln
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08586) vertaling: Hee warkt neet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 08586) vertaling: Ik verbeed oe um hier te kommn
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 08586) vertaling: Jan veurkwam da'w Merie opbeldn
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08586) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08586) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08586) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08586) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08586) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08586) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08586) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08586) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08586) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08586) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08586) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08586) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08586) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08586) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08586) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08586) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08586) fragment: (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08586) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08586) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08586) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08586) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08586) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08586) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08586) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 08586) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08586) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08586) vertaling: Ik wete dat ie leu op gin meanske hellig sint
opm.: sint kan ook bint zijn-> onduidelijk handschrift
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08586) vertaling: Ik wete dat ze nans greuts op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 08586) vertaling: Els dech dat 't neet makluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08586) vertaling: Ik wete dat ik te late bin en ie neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08586) vertaling: Ie wett toch dat ie mut warken en ik neet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08586) vertaling: Iederene dech dat wie naor t hoes gaot en dat zee nog maagt blievn
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08586) vertaling: t is jammer dat hee kump en dat zee vôtgeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08586) vertaling: Ik denke dat Lisa slech is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08586) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje trouwn goat
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 08586) vertaling: Jao dat dutte
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 08586) vertaling: Nee dat dutte neet
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 08586) vertaling: Nee dat dutte neet
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 08586) vertaling: Jao dat dutte
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 08586) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08586) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 08586) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 08586) vertaling: nee dat dutte neet
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 08586) vertaling: jao dat dutte
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 08586) vertaling: jao dat dutte
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 08586) vertaling: nee dat dutte neet
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 08586) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08586) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 08586) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 08586) vertaling: nee dat dutte neet
opm.: " [uit vraagstelling blijkt t volgende:] dit betekent dat bij een negatief antwoord geen andere mogelijkheden ingevuld kunnen worden. Mijns inziens foutieve vraagstelling want in het Twents is de reactie op de vragen als volgt: jao dat dutte/nee dat dutte
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 08586) vertaling: jao dat dutte
opm.: " [uit vraagstelling blijkt t volgende:] dit betekent dat bij een negatief antwoord geen andere mogelijkheden ingevuld kunnen worden. Mijns inziens foutieve vraagstelling want in het Twents is de reactie op de vragen als volgt: jao dat dutte/nee dat dutte
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 08586) vertaling: jao dat dutte
opm.: " [uit vraagstelling blijkt t volgende:] dit betekent dat bij een negatief antwoord geen andere mogelijkheden ingevuld kunnen worden. Mijns inziens foutieve vraagstelling want in het Twents is de reactie op de vragen als volgt: jao dat dutte/nee dat dutte
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 08586) vertaling: nee dat dutte neet
opm.: " [uit vraagstelling blijkt t volgende:] dit betekent dat bij een negatief antwoord geen andere mogelijkheden ingevuld kunnen worden. Mijns inziens foutieve vraagstelling want in het Twents is de reactie op de vragen als volgt: jao dat dutte/nee dat dutte
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 08586) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 08586) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 08586) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08586) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 08586) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 08586) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 08586) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 08586) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 08586) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 08586) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 08586) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08586) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08586) vertaling: Dut Merie elken aovnd daansen
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08586) vertaling: Dut Merie elken aovnd daansen
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08586) vertaling: doo't brood eawn snien
komt voor: j
opm.: "alleen gebruikt door oude mensen"
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08586) vertaling: doo't brood eawn snien
komt voor: j
opm.: "alleen gebruikt door oude mensen"
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08586) fragment: van wie de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08586) fragment: waarop (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08586) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08586) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08586) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08586) fragment: - (2)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08586) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08586) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08586) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08586) fragment: waarop (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08586) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08586) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08586) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08586) vertaling: Wat denk ie wee 'k in de stad temeute kwam
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08586) vertaling: wat dènkt ieleu hoo 't ze dat oplöst hebt
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08586) vertaling: Hoo dènk ie dat ze 't oplöst hebt
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 08586) vertaling: Magda wèt neet wee wie wilt beln
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 08586) vertaling: Wèt ene wee wie eroopn hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08586) vertaling: wat dènk ie wee 'k in de stad te meute kwam
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08586) vertaling: wat dènk ie wee 'k in de stad te meute kwam
opm.: " N.B. waarom wordt 2x hetzelfde gevraagd?"
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08586) vertaling: Hee hef ziene haande ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08586) vertaling: hee hef zien hemd ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08586) vertaling: Hee hef (drèg) nen hood op zien heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08586) vertaling: Hee hef ne vlakke op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08586) vertaling: Hee hef zien been ebrokkn
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08586) vertaling: Zee hef zik zeer edaon
opm.: zik = zich reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08586) vertaling: Merie treuk de dèkn nao zik too
opm.: zik = zich reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08586) vertaling: Luc wèt dat 'r foto's van umzelf te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08586) vertaling: Ie wètt toch nog wel da'w tôn deur dat bòs eloopn bint
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08586) vertaling: Ik wete nog dat 'n auto van Merie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08586) vertaling: Zee weet nog dat hee as n varkn zat te ettn
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 08586) vertaling: Wie weet nog wal dat alle beuke van Jan estôln wadn mer zee weet 't neet meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08586) vertaling: wee'j nog da'w Jan op de markt ezeen hest
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08586) vertaling: Hee hef zich un ongeluk ewarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08586) vertaling: Hee veuln dat e deur 't ies ging
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08586) vertaling: Zòl hee dat hebn könn doon
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08586) fragment: ekùnt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08586) fragment: edaon(e) (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08586) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08586) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08586) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08586) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08586) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08586) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08586) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08586) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08586) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08586) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08586) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 08586) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08586) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08586) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08586) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08586) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08586) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08586) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08586) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08586) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08586) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08586) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08586) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08586) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08586) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08586) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08586) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08586) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08586) vertaling: Ik hebbe heel wat loopn edoan
komt voor: j
opm.: "Alleen oude mensen praten nog zo!!"
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08586) vertaling: Ik hebbe heel wat loopn edoan
komt voor: j
opm.: "Alleen oude mensen praten nog zo!!"
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08586) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08586) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08586) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08586) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08586) vertaling: In dee tied leawn ik drop lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08586) vertaling: Vrooger leawn hee as 'n varken
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08586) vertaling: Doar leawn wie as God in Fraankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08586) vertaling: Gin ene mag 't seen dus meen ik dat ie 't ok neet seen meugt
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08586) vertaling: 't Gebeuren to'j vôt gingn
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'toen' + 2.ev. pronomina
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08586) vertaling: Ik wete waor ie geboorn bint/sint
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08586) vertaling: Noe da'j klaor bint/sint ma'j gaon
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08586) vertaling: Deurdat Merie estôrvn hef heur man Annaneet meer helpn können
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08586) vertaling: Ik wete dat hee is gaon zwemmn
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 08586) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 08586) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08586) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 08586) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08586) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08586) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08586) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08586) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 08586) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08586) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08586) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08586) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08586) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08586) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08586) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08586) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08586) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08586) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08586) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08586) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08586) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08586) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08586) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08586) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08586) fragment: dat ['hem' tussen 'ze' en 'geroepen' geschreven] (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08586) fragment: dat ['hem' tussen 'ze' en 'geroepen' geschreven] (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08586) fragment: van wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08586) fragment: met wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08586) fragment: met wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08586) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08586) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08586) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08586) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08586) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08586) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08586) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08586) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08586) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08586) opm.: "In het Twents luistert de dubbele negatie zeer nauw dus hij komt in mijn herinnering niet voor!!!"
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08586) opm.: "In het Twents luistert de dubbele negatie zeer nauw dus hij komt in mijn herinnering niet voor!!!"
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08586) opm.: "In het Twents luistert de dubbele negatie zeer nauw dus hij komt in mijn herinnering niet voor!!!"
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08586) vertaling: nargens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08586) vertaling: nargens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08586) vertaling: noarns
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08586) vertaling: noarns
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08586) vertaling: gin ene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08586) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08586) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08586) vertaling: ginne
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08586) vertaling: Zeg um da'k boetn bin/sin ewest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08586) vertaling: Neet zegn da'j wat veur um ekocht hebt
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08586) vertaling: Wee'j neet dat hee evalln is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08586) vertaling: Wendy perbeern niims zeer te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08586) vertaling: 't Schient dat zee niks mag ettn
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08586) vertaling: Zee schient niks te mögen ettn
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08586) vertaling: Zee prebeert mekaar al nen heeln dag te belln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08586) vertaling: 't belooft weer ne mooin dag te wordn
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08586) vertaling: Misschien ist better um nog eam te wochtn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 08586) vertaling: We haddn t gelukke um meteen te vindn
000 (z05opm) (inf. 08586) opm. inf.: Waarschijnlijk gaan deze zinnen anders luiden als je ze in een twentse dialectcontext gebruikt (geldt voor heel veel zinnen in deze enquete)
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08586) vertaling: As de henn ne valke zeet, bint/sint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08586) vertaling: A'w de earpel neet könt verkoopn dan he'w n probleem
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08586) vertaling: As ieleu um neet metnemt, wo'k hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08586) vertaling: He wist t
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08586) vertaling: He wust t
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08586) vertaling: He wust t
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08586) vertaling: He wist t
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08586) vertaling: Op dit fees wordt völle daanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08586) vertaling: No wordt er alleene nog meer brood vekoch in den winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08586) vertaling: As hee met de fietse kump zal hee wal te late wènn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08586) vertaling: A'j tied hebt, komt dan 'n maol langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08586) vertaling: A'k rieke bin koop ik 'n duurn auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 08586) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08586) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08586) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08586) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08586) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08586) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08586) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08586) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08586) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08586) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08586) vertaling: Merie hef ezeg da'j prebeerd hebt 'n leedjen te zingn
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 08586) vertaling: Merie hef ezeg da'j prebeerd hebt (h)eur n book te geewn
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08586) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08586) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 08586) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 08586) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 08586) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 08586) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08586) vertaling: Dee van de stad, dee hebt hier völle huuze ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08586) vertaling: An dat nieje kanaal doar zee'j gin meanske
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08586) vertaling: Gistern is Jan hier ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08586) vertaling: Dèn dag dat Jan beeldn was ik neet in t hoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08586) vertaling: Jef den zol ik nooit neugen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08586) vertaling: Merie, dee zol zowat nooit doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08586) vertaling: Bert, dèn dreenkt wal 'ns n glas te völle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08586) vertaling: Martha dee zol ik wal 'ns bie mie in t hoes wiln neugen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08586) vertaling: Dat hoes dat zol ik nooit wiln koopn
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08586) vertaling: Dat hoes dat steet daor al vieftig joar
000 (z09opm) (inf. 08586) opm. inf.: Mij ontgaat de protee van al deze vertalingen
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08586) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 08586) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 08586) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 08586) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 08586) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 08586) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 08586) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: "nog better as ikke!"
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: "nog better as ikke!"
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08586) komt voor: j
gebr.: 4
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 08586) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 08586) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08586) vertaling: Hef G. ebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 08586) vertaling: Waart oe !
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08586) vertaling: t Was net good genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08586) vertaling: M hef nou meer beeste dan ze vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08586) vertaling: As S had könn kommn dan had ze dat edaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08586) vertaling: Zee is de beste dokter dee ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08586) vertaling: Veur aleer ie wat weggooit, muj eawn belln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08586) vertaling: Hier h'ei allns wa'k ekregn heb
opm.: "h'ei = eigenlijk "heb je""
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08586) vertaling: Jan is te zunnig um iets an zien kinder te geewn
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08586) vertaling: As of ie wat van voetbaln weett
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08586) vertaling: Leg dat book neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08586) vertaling: A'j echt neet könt wochen dan kom ie meer
opm.: geen imperatiefzn (subject 'ie') twijfelgeval voegwoordvervoeging
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08586) vertaling: Ik wete dat J 'n dokter had könn roopn
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 08586) vertaling: Ik wete dat J 'n dokter eroopn kon hebn
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08586) vertaling: Hee zèè dat ik 't had mutn doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 08586) vertaling: Hee zee dat ik 't edaon môs hebn
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08586) vertaling: Hee is veurige wekke deur dokter M opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08586) vertaling: He wodt morn deur dokter M opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08586) vertaling: Ik denk da'je vôlle weg/vôt zoln mutn gooin
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08586) vertaling: Ik denk da'je vôlle weg/vôt zoln mutn gooin
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08586) vertaling: Het is dom um zukke dure dinge vôt te gooin
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08586) vertaling: Het is dom um zukke dure dinge vôt te gooin
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08586) vertaling: Hee is alle kapotten prôttel ant vôtgooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08586) vertaling: Hee is alle kapotten prôttel ant vôtgooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08586) vertaling: Ik mene da'j vaker de kraante zoln mutn leazn
positie: 1
opm.: de kraante in vertaling, dus met lidwoord
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08586) vertaling: Ik mene da'j vaker de kraante zoln mutn leazn
positie: 1
opm.: de kraante in vertaling, dus met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08586) vertaling: Het is dom um in t duuster de kraante te leazn
positie: 1
opm.: de kraante in vertaling, dus met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08586) vertaling: Het is dom um in t duuster de kraante te leazn
positie: 1
opm.: de kraante in vertaling, dus met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08586) vertaling: Hee is 'n heeln dag de kraante ant leazn
positie: 1
opm.: de kraante in vertaling, dus met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08586) vertaling: Hee is 'n heeln dag de kraante ant leazn
positie: 1
opm.: de kraante in vertaling, dus met lidwoord
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 08586) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08586) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 08586) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 08586) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08586) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 08586) vertaling: R hef eenn greunn appel vot egeawn en noe hef e nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08586) vertaling: Dr was völle volk op t fees(t)
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 08586) vertaling: Was ter völle volk op t feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08586) vertaling: Wat veur beuke he'j ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08586) vertaling: Wat veur beuke he'j ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08586) vertaling: Wat veur beuke he'j ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08586) vertaling: Wat veur beuke he'j ekoch
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 08586) vertaling: Hee wônt bie Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 08586) vertaling: Hee wônt bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 08586) vertaling: Loop eawn naor 'n bakker W
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 08586) vertaling: Wee he'j ezeene
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 08586) vertaling: Wee hef oe ezeene
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 08586) vertaling: A'k dat ewettn harre dan ha'k 't neet edaone
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 08586) vertaling: 't Zol better wènn um nog eawn te wochen
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 08586) vertaling: Jan had gelukkig 'n dokter ebeld en den was 'ter gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 08586) vertaling: Loop toch deur, grote lökke
000 (z17opm) (inf. 08586) opm. inf.: Hier begin ik niet meer aan, zie blad 7! (wat is de zin hiervan?

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Goor

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Goor