SAND-data Hengelo (G204p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02952) vertaling: Jan herinnert zik dat verhaal wa
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02952) vertaling: Marie en Piet zeet meka veur de keark
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02952) vertaling: Toon wasket zik
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02952) vertaling: Den timmerman hef gin spiekers/neagel biej zik
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02952) vertaling: Tons zag ne slang nenst zik
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02952) vertaling: Erik leut miej veur em wearkn
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02952) vertaling: Jannoa leu zik metdriewn op de golvn
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02952) vertaling: Toon bekeek zikzölf is good in 'n speegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02952) vertaling: Jan hef in twee minuutn 'n glas beir edreunkn
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02952) vertaling: Diss schoo loopt maklik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02952) vertaling: Eduard kent zikzölf good
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02952) vertaling: Ward hef eheurd dat ter fotos van em zölf in de etalazie staot
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02952) vertaling: Disse eerpel/tuffel schelt nig makklig / meujlik
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02952) vertaling: Dit glas brek as 't op de groon vaalt /pleert
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02952) vertaling: Dokter, leaf ik wa gezoond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02952) vertaling: A joarn leaft hee/e van de earfenis van zien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02952) vertaling: Disse wekke leaft zee op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02952) vertaling: Leaft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02952) vertaling: Hoolang leaf ielen non a van dee earfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02952) vertaling: In Bretagne leaft ze veural van de visseriej
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02952) vertaling: Noa 't ettn goa'k sloapen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02952) vertaling: as't ettn doan is goa 'k sloapn
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02952) vertaling: as't ettn doan is goa 'k sloapn
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02952) vertaling: Noa 't ettn goa'k sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02952) vertaling: Zo'k dat was doon könn?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02952) vertaling: Hee leu zien hoes ofbrekn
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: IK weet dat Jan hard weerkn mkan
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: Ik weet dat Jan hard wearken mut
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: Ik weet dat Jan hard wearken mut
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: Ik weet dat Jan hard wearken mut
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: Ik weet dat Jan hard wearken mut
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: zie boven
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: zie boven
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: zie boven
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: zie boven
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: IK weet dat Jan hard weerkn mkan
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: IK weet dat Jan hard weerkn mkan
gebr.: 4
opm.: soms
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02952) vertaling: IK weet dat Jan hard weerkn mkan
gebr.: 4
opm.: soms
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02952) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02952) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02952) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02952) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02952) komt voor: n
000 (x03opm) (inf. 02952) opm. inf.: Ik hoppe da'j d'r oet könt komn
000 (x03opm) (inf. 02952) opm. inf.: Ik hoppe da'j d'r oet könt komn
000 (x03opm) (inf. 02952) opm. inf.: vreemde woordvolgorde
000 (x03opm) (inf. 02952) opm. inf.: vreemde woordvolgorde
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02952) gebr.: 5
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02952) gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02952) komt voor: n
gebr.: 5
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02952) vertaling: Jan hef gin book meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02952) vertaling: Jan hef gin book meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02952) vertaling: Beuke hef Jan nig
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02952) vertaling: Jan hef nig v'ol geald meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02952) vertaling: Oawer dit probleem mag gin means proatn
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02952) vertaling: Er mag gin means oawer dit probleem proatn
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02952) vertaling: Gin means zeg dat e keump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02952) vertaling: Zitt hier argens muuze?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02952) vertaling: Ik geew naander niks
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02952) vertaling: Gin means wil warkn / wearkn
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02952) vertaling: Wiej wussn nig dat hee in hoes was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02952) vertaling: Ik wus 't ok nig
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02952) vertaling: He mag met gin means sprekn oawer dit prebleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02952) vertaling: Jan weet dat veur dree uur de waage kloar of emaakt mut wean
opm.: passief constructie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02952) vertaling: Jan weet dat veur dree uur de waage kloar of emaakt mut wean
opm.: passief constructie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02952) vertaling: Jan weet dat veur dree uur de waage kloar of emaakt mut wean
opm.: passief constructie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02952) vertaling: Jan weet dat e veur dree uur de waage maakt mut hebn
opm.: passief constructie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02952) vertaling: Jan weet dat e veur dree uur de waage maakt mut hebn
opm.: passief constructie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02952) vertaling: Jan weet dat e veur dree uur de waage maakt mut hebn
opm.: passief constructie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02952) vertaling: Jan weet dat veur drei uur de waage maakt mut wean
opm.: passief constructie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02952) vertaling: Jan weet dat veur drei uur de waage maakt mut wean
opm.: passief constructie
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02952) vertaling: Jan weet dat veur drei uur de waage maakt mut wean
opm.: passief constructie
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02952) vertaling: Marie eere waag/eern auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02952) vertaling: 'n auto van Marie is kepot
opm.: prenominale genitief possessief pronomen: n.v.t.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02952) vertaling: Piet zien waage of auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02952) vertaling: zie boevn
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02952) vertaling: 'n auto van de nkeerl is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02952) vertaling: zie boven
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02952) vertaling: Den auto is nig van mie mer van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02952) vertaling: De kraant van igstern lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02952) vertaling: Jan is 'n breur van Karolien en KRistien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02952) vertaling: De feitsn van de jongs bint stöln/gapt
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02952) vertaling: De moe van dee beajde zusters is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02952) vertaling: Den auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02952) vertaling: Dee fietse is van mie
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02952) vertaling: He mag met gin means oawer dit prebleem proatn of sprekn
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02952) vertaling: Ik wil gin means op de teengoan staon
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02952) vertaling: Het is jammer da'w nig komn mait
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02952) vertaling: Dat goa'k nig doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02952) vertaling: Ik heb nig har ewearkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02952) vertaling: Ik heb nig har ewearkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02952) vertaling: Ik heb nig ewearkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02952) vertaling: Ik heb nig ewearkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02952) vertaling: Hee har het nog mer net ezeg of Marie begun te huuln
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02952) vertaling: Goat dei bestelling no mer ophaaln
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02952) vertaling: Hee wearkt nig
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02952) vertaling: Ie magt hier nig komn
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02952) vertaling: Ik verbee oe um hier te komn
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02952) vertaling: Ik verbee oe um hier te komn
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02952) vertaling: Ie magt hier nig komn
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02952) vertaling: Jan ef verhinert da'w Marie hebt ebeld
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: die/ dee (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: om/um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: die/ dee (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: om/um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: die/ dee (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: om/um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: om/um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: die/ dee (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02952) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02952) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02952) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02952) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02952) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02952) fragment: om/um (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02952) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02952) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02952) fragment: om/um (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: asj / als (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: indien (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: indien (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: asj / als (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: indien (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: asj / als (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: indien (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: asj / als (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02952) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02952) fragment: weer (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02952) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02952) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02952) fragment: weer (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02952) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02952) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02952) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02952) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02952) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02952) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02952) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02952) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02952) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02952) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02952) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02952) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02952) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02952) fragment: zeker of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02952) vertaling: Ik weete da'j op gin means hellig bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02952) vertaling: Ik weete dat ze op niks greuts is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02952) vertaling: ELs denk dat 't nig maklik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02952) vertaling: Ik weet da'k te late bin en ie nig
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02952) vertaling: Ik weett toch da'j mutt wearkn en ik nig
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02952) vertaling: Alleman deek dat wiej noar hoes goat en dat zee nog bliewn majt
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02952) vertaling: 't Is jammer dat hee keump en dat zee votgoat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02952) vertaling: Ik deanke dat Lies zeek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02952) vertaling: Ik deanke dat Piet en Lies trouwn goat
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02952) vertaling: Ik deanke dat Piet en Lies trouwn goat
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02952) vertaling: Ik deanke dat Piet en Lies goat trouwn
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02952) vertaling: Ik deanke dat Piet en Lies goat trouwn
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: hee dut alns
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: hee dut alns
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: hee dut alns
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: wie doot alns
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: wie doot alns
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: wie doot alns
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: zee doet alns wie moet alns doon
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: zee doet alns wie moet alns doon
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: zee doet alns wie moet alns doon
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02952) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02952) vertaling: hee dut
komt voor: j
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02952) vertaling: hee dut
komt voor: j
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02952) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: hee kuemp nig
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: Dat dut e nig
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: Dat dut e nig
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02952) vertaling: hee kuemp nig
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02952) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02952) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02952) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02952) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02952) vertaling: Ja dat dut e
komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02952) vertaling: Ja dat dut e
komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02952) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02952) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02952) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02952) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02952) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02952) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02952) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02952) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02952) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02952) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02952) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02952) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wiens (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02952) komt voor: n
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02952) komt voor: n
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02952) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02952) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02952) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02952) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02952) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02952) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02952) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02952) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02952) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02952) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02952) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02952) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02952) vertaling: wee deank ie da'k in de stad temeut bin ekomn
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02952) vertaling: Hoo deank ielen dat ze 't opgelost hebt?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02952) vertaling: Magda weet nig wee of wie belln wilt
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02952) vertaling: Weet een van oeleu wee of wie hebt roopn
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02952) vertaling: Weet een van oeleu wee of wie roopn hebt
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02952) vertaling: Weet een van oeleu wee of wie roopn hebt
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02952) vertaling: Weet een van oeleu wee of wie hebt roopn
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02952) vertaling: Wee deank ie da'k in de stad temeut bin ekomn?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02952) vertaling: Hee hef zien haan waket
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02952) vertaling: Hee hef zien hebd wasket
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02952) vertaling: Hee hef neen hood op 't heufd ('n kop)
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02952) vertaling: Hee hef ne vlak in zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02952) vertaling: Hee hef zien been ebrokn
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02952) vertaling: Zee hef zich bezeerd (zeer doan)
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02952) vertaling: Marie trök de dekn noar zich too
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02952) vertaling: Luc wet dat ter fotos van hemzölf te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02952) vertaling: Je herinnert oe toch wa da'w toen deur den bos bint eloopn
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02952) vertaling: Ik herinner mie dat 'n auto (de waagn) van marie kot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02952) vertaling: Zee herinnert zich dat hee as 'n vearkn zat te ttn
opm.: reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02952) vertaling: Herinner ielen oe nog da'w Jan op 't maarkt hebt ezeen
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02952) vertaling: hee hef zik 'n ongeluk wearkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02952) vertaling: Hee veuln zik deur t ies zakn
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02952) vertaling: Zol hee dat hebn könn doon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02952) vertaling: Zol hee dat doon könn?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02952) vertaling: Zol hee dat doon könn?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02952) vertaling: Zol hee dat hebn könn doon?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02952) fragment: ekönt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02952) fragment: doan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02952) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02952) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02952) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02952) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02952) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02952) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02952) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02952) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02952) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02952) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02952) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02952) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02952) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02952) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02952) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02952) vertaling: Ik deank hee is vot
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02952) vertaling: Ik deank hee is vot
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02952) vertaling: Ik weet da e vot is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02952) vertaling: Ik weet da e vot is
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02952) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02952) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02952) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02952) vertaling: Keeze maakn wee'k niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02952) vertaling: Keeze maakn wee'k niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02952) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02952) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02952) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02952) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02952) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02952) vertaling: Ik weet dat Jan noar 't maarkt is ewes
komt voor: j
opm.: DAV
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02952) vertaling: Ik weet dat Jan noar 't maarkt is ewes
komt voor: j
opm.: DAV
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02952) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02952) vertaling: Ik heb heel wat of eloopn
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02952) vertaling: Ik heb heel wat of eloopn
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02952) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02952) vertaling: Hee deunet of e zo oet ber kwam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02952) vertaling: Hee deunet of e zo oet ber kwam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02952) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02952) vertaling: Deank ie daj noar 't hoes goat?
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02952) vertaling: Deank ie daj noar 't hoes goat?
komt voor: j
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02952) vertaling: In dee tied lhe'k ter wat of eleawt
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02952) vertaling: Vrogger leawn hee as 'n deer
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02952) vertaling: Doar he'w eleawt as God in Frankriek
opm.: dav
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02952) vertaling: Gen means mag 't zeen dus ik vin dat ie 't ok nieg zeen majt
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02952) vertaling: Het gebeurn do'w ik vorgung
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02952) vertaling: Ik weet woar a'j geboorn bint
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02952) vertaling: No'j kloar bint, ma'j goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02952) vertaling: Deurdat marie storven was hef eern man Anna nig meer helpn konn
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02952) vertaling: Ik weet dat hee is goan zwemn
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02952) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02952) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02952) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02952) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02952) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02952) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02952) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02952) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02952) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02952) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02952) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02952) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02952) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02952) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02952) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02952) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02952) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02952) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02952) komt voor: n
000 (y11opm) (inf. 02952) opm. inf.: Zonne bladziede söt op! Mie duch het kon ok lukn; het was nen bestn pleer (hoop).
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02952) fragment: om wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02952) fragment: om wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02952) fragment: om wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02952) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02952) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02952) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02952) fragment: waarom (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02952) fragment: waarom (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02952) fragment: waarom (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02952) komt voor: n
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02952) komt voor: n
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02952) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02952) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02952) komt voor: n
fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woor of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02952) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woor of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woor of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02952) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woor of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02952) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woor of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woor of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02952) komt voor: n
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02952) komt voor: n
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02952) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02952) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02952) komt voor: n
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02952) komt voor: n
fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02952) vertaling: Piet dech dat Jan en Marie op gin menans hellig is
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02952) vertaling: Piet dech dat Jan en Marie op gin menans hellig is
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02952) vertaling: Piet dech dat Jan en Merie op alleman hellig is
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02952) vertaling: Piet dech dat Jan en Merie op alleman hellig is
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02952) vertaling: Wim dechd at wie aait an èèn ne pries doot
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02952) vertaling: Wim dech dat wie nooit an gin means ne pries geewt
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02952) vertaling: Wim dech dat wie nooit an gin means ne pries geewt
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02952) vertaling: Wim dechd at wie aait an èèn ne pries doot
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02952) vertaling: Wim dech dat wie nooit an gin means ne pries geewt
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02952) vertaling: Wim dechd at wie aait an èèn ne pries doot
betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02952) vertaling: Het is woar dat ze nig met Marie majt proatn
opm.: twijfelgeval bereik
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02952) vertaling: nargens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02952) vertaling: nans
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02952) vertaling: nans
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02952) vertaling: nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02952) vertaling: ik zol 't nig weetn
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02952) vertaling: no nig en nooit nig, of toch
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02952) vertaling: niks of wa
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02952) vertaling: de roodboontn / de zwartboontn
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02952) vertaling: de roodboontn / de zwartboontn
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02952) vertaling: de roodboontn / de zwartboontn
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02952) vertaling: ammoal
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02952) vertaling: ammoal
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02952) vertaling: ammoal
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02952) vertaling: gineen
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02952) vertaling: gineen
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02952) vertaling: gineen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02952) vertaling: Jie mut hem nig zegn da'k boetn bin ewes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02952) vertaling: Nig zegn da'k n kedoo veur hem heb ekoch heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02952) vertaling: Wee'j nig dat hee evöln is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02952) vertaling: Wendy hef probeert um gin means zeer te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02952) vertaling: het lik wa of ze niks mag ettn
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02952) vertaling: SZe prebeert a'n heeln dag um meka te belln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02952) vertaling: Het beloaft weer nen mooin dag te wöden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02952) vertaling: Het lik mie better um nog effn te wochtn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02952) vertaling: Wie hadn mazzel daw heur voort weer hebt eveundn
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02952) vertaling: As de hoonder nen klemmer zeet bint ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02952) vertaling: A'w de tuffel nig verkoopn kont he'w probleemn
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02952) vertaling: As ielen hem nig metnemt wod ik kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02952) vertaling: Hee wus 't wa
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02952) vertaling: Op dit fees wordt vol edaanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02952) vertaling: No wodt ter allenig nog mer brood verkoch in den weenkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02952) vertaling: As hee met de fietse keump zal e wat te late wean
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02952) vertaling: A'j tied hebt komt dan is 'n moal langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02952) vertaling: A'k rieke bin koop ikn en duurn auto / ne duure waagn
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02952) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02952) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02952) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02952) vertaling: Dörfie em (oet te neudigen)?
komt voor: j
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02952) vertaling: Dörfie em (oet te neudigen)?
komt voor: j
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02952) vertaling: dorf ie ze te neugn
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02952) vertaling: Is Pol hier ewes?
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02952) vertaling: Hoo hef Pol dat oplost?
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02952) vertaling: Hebie mie en breef opstuurd?
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02952) vertaling: Ik heb 't em edoan
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02952) vertaling: Zee leaft disse wekke op water en brood
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02952) vertaling: Marie hef ezeg dat ie prebeert hebt 'n lieedje te zingn
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02952) vertaling: Marie hef ezeg dat ie prebeert hebt um heur 'n book te geewn
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02952) vertaling: Maarie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02952) komt voor: j
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02952) vertaling: De leu oet de stad hebt hier völ huuze bouwt
opm.: twijfelegeval subject linksdislocatie
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02952) vertaling: An dee nieje vaart zeej gin means meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02952) vertaling: Gistern is Jan hier ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02952) vertaling: Den dag dat Jan belt hef wa'k nig in hoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02952) vertaling: Jef den zo'k nooit oetneudigen/neugn
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02952) vertaling: Marie dee zol dut nooit doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02952) vertaling: Bert kik wla is te deep in 't gleaske
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02952) vertaling: Bert dreenkt wal is 'n glas te völ
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02952) vertaling: Bert dreenkt wal is 'n glas te völ
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02952) vertaling: Bert kik wla is te deep in 't gleaske
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02952) vertaling: Martha dee wo'k wal is bie miej in hoes neugn
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02952) vertaling: Dat hoes zo'k nooit verkoopn wiln
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02952) vertaling: Dat hoes steet doar a viefitg joar!
opm.: Mien hoes steet a langer, mer ik won d'r dit joar vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02952) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02952) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02952) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02952) gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02952) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02952) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02952) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02952) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02952) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02952) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02952) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02952) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02952) vertaling: Hef Gunther belt?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02952) vertaling: Pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 02952) vertaling: Pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 02952) vertaling: Kiek oet
473 (z11b) En pas op! (inf. 02952) vertaling: Kiek oet
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02952) vertaling: Het was mer net goeed genoch
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02952) vertaling: Marjo hef no meer beeste dan ze vrogger har
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02952) vertaling: As Suzanne kommn har kont dan har ze dat doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02952) vertaling: Zee is 'n bestn dokter den ik iken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02952) vertaling: Veur da'j wwat votsmitt mug effn beln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02952) vertaling: Hier is alns wa'k heb ekreegn
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02952) vertaling: Jan is te kreanterig um wat an zien keender te geewn
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02952) vertaling: As of ie wat van voetbaln weett
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02952) vertaling: Leg neer (aal) dat book
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02952) vertaling: A j heem oals nig könt wochtn dan komt mer
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02952) vertaling: Ik weet dat Jan 'n dokter har roopn könt
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02952) vertaling: Hee zee dat ik het har mutn doon
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02952) vertaling: Hee zee dat ik het har doon mutn
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02952) vertaling: Hee zee dat ik het har doon mutn
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02952) vertaling: Hee zee dat ik het har mutn doon
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02952) vertaling: Hee is veurige wekke deur dokter Mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02952) vertaling: Hee wodt monn deur dokter Mertens opereert
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02952) vertaling: Ik denke da'j völ vot mut smietn
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02952) vertaling: Ik denke da'j völ vot mut smietn
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02952) vertaling: Het is dooor um zukke dinge vot te smietn
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02952) vertaling: Het is dooor um zukke dinge vot te smietn
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02952) vertaling: Hee is alle kotte dinge an 't vot smietn
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02952) vertaling: Hee is alle kotte dinge an 't vot smietn
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02952) vertaling: Ik vin da'j vaker de kraant mut leazn
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02952) vertaling: Ik vin da'j vaker de kraant mut leazn
positie: 3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02952) vertaling: Het is dom um in 'n duustern kraant te leazn
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02952) vertaling: Het is dom um in 'n duustern kraant te leazn
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02952) vertaling: Hee is 'n heeln dag an 't kraant leazn of in de kraant an 't leazn
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02952) vertaling: Hee is 'n heeln dag an 't kraant leazn of in de kraant an 't leazn
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02952) fragment: door (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 02952) fragment: juist (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02952) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02952) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02952) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02952) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02952) vertaling: Robert hef een greunn appel votegeewn en no hef e nog twee rooin
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02952) vertaling: D'r wwadn völ len op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02952) vertaling: Wadn d'r völ leu op 't feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02952) vertaling: Wwat veur beuk hi'j ekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02952) vertaling: Hee wont biej merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02952) vertaling: Hee wont biej Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02952) vertaling: Loop/goat efkus noar 'n bakker Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02952) vertaling: Wat he'j ezeen
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02952) vertaling: Wee he'j ezeen?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02952) vertaling: Wee he'j ezeen?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02952) vertaling: Wat he'j ezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02952) vertaling: Wee hef oe zeen (ezeen)
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02952) vertaling: A'k dat eweetn har dan ha'k 't nig doan!
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02952) vertaling: Het zol better wean um nog effn te wochtn
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02952) vertaling: Geddaank ha Jan 'n dokter belt en den was ter rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02952) vertaling: Loop no toch vedar rare jongs
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02952) komt voor: j
opm.: met 'te'
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02952) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02952) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Hengelo

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Hengelo