SAND-data Saasveld (G200q)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 00620) vertaling: Jan kan zich dat verhaal nog wal veur eer halen
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 00620) vertaling: M. en P. zeet mekaar veur de keark
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 00620) vertaling: Toon wasket zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 00620) vertaling: 'n Timmerman hef gen neagel bie zich
opm.: onbepaald lidwoord i.p.v. bepaald lidwoord bij 'timmerman' reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 00620) vertaling: F. zag ne slang nöast zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 00620) vertaling: Erik löat mie veur hem wearken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 00620) vertaling: J. löat zich metdrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 00620) vertaling: T. bekeek zichzölven es good in 't spegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 00620) vertaling: J. hef in twee menuten 'n glas bier drunken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 00620) vertaling: Dizze schoon loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 00620) vertaling: E. keant zichzölf good
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 00620) vertaling: W. hef heurd dat der foto's van hemzölf in de etalage stoat
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 00620) vertaling: Dee tuffel schelt lastig
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 00620) vertaling: Dit glas brek as het op de groond vaalt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 00620) vertaling: Dokter leaf ik wal verstaandig?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 00620) vertaling: Al joaren lef hee van de earfenis van zien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 00620) vertaling: Van de wek lef zee op water en broad
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 00620) vertaling: Lef 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 00620) vertaling: Hoo lang leaft ielen now al van dee earfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 00620) vertaling: In B. leaft ze veural van visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 00620) vertaling: Noa het etten goa -k sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 00620) vertaling: Zo-k dat wal doon können?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 00620) vertaling: Hee löat het hoes ofbrekken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 00620) vertaling: Ik wet dat J. har mot können wearken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 00620) vertaling: Ik wet dat J. har mot können wearken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 00620) vertaling: Ik wet dat J. har mot können wearken
komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 00620) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 00620) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 00620) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 00620) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 00620) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 00620) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 00620) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 00620) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 00620) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 00620) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 00620) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 00620) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 00620) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 00620) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 00620) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 00620) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 00620) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 00620) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 00620) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 00620) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 00620) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 00620) vertaling: Jan hef genéén book mear
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 00620) opm.: streep door vraag
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 00620) vertaling: Beuk hef Jan gen!
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 00620) vertaling: Beuk hef Jan gen!
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 00620) vertaling: Beuk hef Jan nich!
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 00620) vertaling: Beuk hef Jan nich!
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 00620) opm.: streep door vraag
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 00620) opm.: streep door vraag
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 00620) opm.: streep door vraag
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 00620) opm.: streep door vraag
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 00620) vertaling: Zit hier nearn gen muze?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 00620) opm.: streep door vraag
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 00620) opm.: streep door vraag
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 00620) opm.: streep door vraag
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 00620) opm.: streep door vraag
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 00620) opm.: streep door vraag
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 00620) vertaling: J. wet dat hee veur dree uur de waag mot maakt hebben.
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 00620) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 00620) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 00620) vertaling: 'n Auto van M. is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 00620) vertaling: Merie zienen auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 00620) vertaling: Piet zienen auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 00620) vertaling: Piet zienen auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 00620) vertaling: 'n Auto van den kearl is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 00620) vertaling: Den kearl zienen auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 00620) vertaling: Den auto is nich van mie mer van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 00620) vertaling: De kraant van gister lig oonder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 00620) vertaling: Jan is Karolien en Kristien hear bröarken
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 00620) vertaling: Dee jongs hear fietsen bint stöllen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 00620) vertaling: Dee zuskes hear moder is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 00620) vertaling: Den auto is Wim zienen
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 00620) vertaling: Dee fiets is mienen
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 00620) opm.: streep door vraag
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 00620) opm.: streep door vraag
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 00620) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 00620) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 00620) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 00620) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 00620) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 00620) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 00620) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 00620) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 00620) fragment: om hem te (1)
opm.: pronomen ingevoegd
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 00620) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 00620) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 00620) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 00620) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 00620) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 00620) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 00620) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 00620) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 00620) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 00620) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 00620) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 00620) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 00620) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 00620) fragment: als maar te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 00620) fragment: als maar te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 00620) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 00620) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 00620) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 00620) fragment: als dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 00620) fragment: als (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 00620) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 00620) fragment: of als (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 00620) fragment: of als (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 00620) fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 00620) vertaling: Ik wet da-j op nums hellig bint
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 2.mv.
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 00620) vertaling: Ik wet dat ze nearn greuts op goat
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 00620) vertaling: Els dech dat het nich makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 00620) vertaling: Ik wet da-k te laat bin en ie nich
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 00620) vertaling: Ie wet toch dat ie möt wearken en ik nich
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 00620) vertaling: Alman dech dat wie noar hoes goat en dat zee nog blieven magt
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 00620) vertaling: Het is jammer dat hee koomp en dat zee weggoat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 00620) vertaling: Ik deank dat Lisa zeek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 00620) vertaling: Ik deank dat P. en L. trouwen goat
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 00620) vertaling: en dat döt he!
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 00620) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 00620) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 00620) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 00620) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 00620) vertaling: Dat döt hee nich
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 00620) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 00620) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 00620) komt voor: j
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 00620) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 00620) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 00620) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 00620) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 00620) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 00620) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 00620) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 00620) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 00620) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 00620) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 00620) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 00620) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 00620) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 00620) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 00620) fragment: van wel de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 00620) fragment: van wel de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 00620) fragment: woarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 00620) fragment: woarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 00620) fragment: woar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 00620) fragment: doar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 00620) fragment: doar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 00620) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: doar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: dat (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: den (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: doar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: den (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: doar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: den (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: doar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: den (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: doar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: den (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: doar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: den (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: denne (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: den (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: den (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 00620) fragment: denne (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 00620) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 00620) fragment: den (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 00620) fragment: woar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 00620) fragment: doar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 00620) fragment: doar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 00620) fragment: woar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: doo (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: doo (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: doo (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: too (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: too (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: too (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 00620) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 00620) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 00620) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 00620) fragment: dee (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 00620) fragment: dee (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 00620) fragment: dee (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 00620) fragment: den (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 00620) fragment: den (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 00620) fragment: den (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 00620) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 00620) fragment: wel (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 00620) vertaling: Wat dach ie wel ik in de stad sprökken heb?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 00620) vertaling: Wat dach ie hoo ze het kloar heb kreggen?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 00620) vertaling: Hoo dach ie dat ze het te recht kreggen hebt?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 00620) vertaling: Magda weet nich wel dat wie bellen wilt
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 00620) vertaling: Wet der een wel wie ropen hebt?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 00620) vertaling: Wel dach ie da-k in de stad sprökken heb?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 00620) vertaling: Wel dach ie den ik in de stad teggen kömmen bin
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 00620) vertaling: Hee hef zik de haan wasket
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 00620) vertaling: hee hef het hemd wasket
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 00620) vertaling: hee hef nen hood op 'n kop
opm.: onbepaald lidwoord i.p.v. bepaald bij 'hoofd'
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 00620) vertaling: hee hef ne vlek in 't hempd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 00620) vertaling: hee hef 't been brökken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 00620) vertaling: zee hef zik zeer doan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 00620) vertaling: Merie trök de dekken op zik an
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 00620) vertaling: Luc wet dat der van hemölf foto's te koap bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 00620) vertaling: Ie wet toch nog wa da-w too duur den bos hen lopen bint
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 00620) vertaling: Ik wet nog dat Merie 'n auto kepot har
opm.: 'hebben'-constructie; onbepaald lidwoord i.pv. bepaald bij 'auto'
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 00620) vertaling: Het heugt hear nog dat hee as 'n vearken zat te etten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 00620) vertaling: Wie wet nog wa dat ze Jan al beuk ofstöllen hadden mer zee wet 't nich mear
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 00620) vertaling: Wee-j nog da-w Jan op 't maark zeen hebt?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 00620) vertaling: Hee hef zik 'n oongeluk wearkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 00620) vertaling: Hee vernam dat hee duur 't ies zakden
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 00620) vertaling: Zol hee dat doan hebben köand
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 00620) vertaling: zol hee dat doan köand hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 00620) vertaling: zol hee dat doan köand hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 00620) vertaling: Zol hee dat doan hebben köand
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 00620) fragment: köand (1)
opm. inf.: c. komt wel eens voor maar wordt als "onechte orde" ervaren!
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 00620) fragment: köand (1)
opm. inf.: c. komt wel eens voor maar wordt als "onechte orde" ervaren!
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 00620) fragment: doan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 3
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 3
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 00620) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 00620) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 3
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 3
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 00620) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 00620) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 00620) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 00620) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 00620) vertaling: We möt noar de schuur en beest voaren
komt voor: j
opm.: twijfelgeval IPI
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 00620) vertaling: We möt noar de schuur en beest voaren
komt voor: j
opm.: twijfelgeval IPI
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 00620) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 00620) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 00620) vertaling: Ik deank hee is vot
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 00620) vertaling: Ik deank hee is vot
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 00620) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 00620) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 00620) vertaling: De politie zol bie hem kommen en nemmen hem met
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 00620) vertaling: De politie zol bie hem kommen en nemmen hem met
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 00620) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 00620) vertaling: Kees maken wet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 00620) vertaling: Kees maken wet ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 00620) vertaling: Jan he-k met noar 't maark west
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 00620) vertaling: Jan he-k met noar 't maark west
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 00620) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: Wakvukke ...
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: Wukvuk(ke)
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: Wukvuk(ke)
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: Wukvuk(ke)
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: Wukvuk(ke)
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: De watvunne heb ie al votbracht
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: De watvunne heb ie al votbracht
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: De watvunne heb ie al votbracht
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: De watvunne heb ie al votbracht
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: Wakvukke ...
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: Wakvukke ...
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 00620) vertaling: Wakvukke ...
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 00620) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 00620) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 00620) vertaling: Ik wet dat Jan noar 't maark west het
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 00620) vertaling: Ik wet dat Jan noar 't maark west het
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 00620) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 00620) vertaling: Ik heb heel wat lopen doan
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 00620) vertaling: Ik heb heel wat lopen doan
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 00620) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 00620) vertaling: Hee dea zich vuur dat hee net oet ber kwam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 00620) vertaling: Hee dea zich vuur dat hee net oet ber kwam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 00620) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 00620) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 00620) vertaling: Too der tied leafden ik der mer op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 00620) vertaling: Vroger leafden hee as nen beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 00620) vertaling: Doar leafden wie as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 00620) vertaling: Nums mag 't zeen dan veend ik dat ie het ok nich hooft te zeen
opm.: 'dan' i.p.v. 'dus', met inversie
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 00620) vertaling: Het gebuurden too ie vot gungen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 00620) vertaling: Ik wet woar ie geboren bint
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 00620) vertaling: Now ie kloar bint, kö-j goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 00620) vertaling: Duurdat Merie stöarven was, het hearen man Anna nich mear helpen köand
000 (y08opm) (inf. 00620) opm. inf.: bint = zint (gelijk gebruik)
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 00620) vertaling: Ik wet dat hee zwemmen goan is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 00620) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 00620) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 00620) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 00620) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 00620) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 00620) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 00620) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 00620) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 00620) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 00620) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 00620) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 00620) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 00620) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 00620) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 00620) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 00620) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: den (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 00620) fragment: wel (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 00620) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 00620) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 00620) fragment: doar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 00620) fragment: doar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 00620) fragment: dee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 00620) fragment: wee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 00620) fragment: wee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 00620) fragment: dee (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 00620) fragment: woar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 00620) fragment: dat (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 00620) fragment: dat (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 00620) fragment: woar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 00620) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 00620) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 00620) fragment: dee (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 00620) fragment: wee (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 00620) fragment: wee (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 00620) fragment: dee (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 00620) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 00620) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 00620) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 00620) fragment: dee (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 00620) fragment: dee (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 00620) fragment: dee (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 00620) fragment: dee at (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 00620) fragment: dee at (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 00620) fragment: dee at (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 00620) fragment: wel (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 00620) fragment: wel (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 00620) fragment: wel (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 00620) fragment: van wee de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 00620) fragment: van wee de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 00620) fragment: van wee de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 00620) fragment: woarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 00620) fragment: woarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 00620) fragment: woarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 00620) fragment: van wel de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 00620) fragment: van wel de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 00620) fragment: van wel de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 00620) vertaling: Piet dech dat Jan en Merie op nums nich hellig bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 00620) vertaling: Piet dech dat Jan en Merie op nums nich hellig bint
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 00620) vertaling: Wim dech da-w nooit nums ne pries doot
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 00620) vertaling: Wim dech da-w nooit nums ne pries doot
betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 00620) vertaling: Het is woar dat ze met Merie nich magt proaten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 00620) vertaling: Het is woar dat ze met Merie nich magt proaten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 00620) vertaling: Nearns
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 00620) vertaling: nums
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 00620) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 00620) vertaling: nichts
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 00620) vertaling: geneen
000 (z03opm) (inf. 00620) opm. inf.: naast "nichts" nu ook vaak niks
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 00620) vertaling: Nich zeggen da-k noar boeten west bin!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 00620) vertaling: Nich vertellen da-j wat moois veur hem kocht hebt, heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 00620) vertaling: We-j nich dat hee vallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 00620) vertaling: Wendy prebearden um der geneen verdriet te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 00620) vertaling: Het schient dat zee nichts etten mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 00620) vertaling: Zee schient nichts etten te möggen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 00620) vertaling: Ze hebt 'n helen dag al prebeard mekaar te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 00620) vertaling: Het beloaft wier nen mooien dag te wörden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 00620) vertaling: Misschien is het better um nog evven te wochten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 00620) vertaling: Wie hadden 't geluk da-w hem doalks vunden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 00620) vertaling: As de hoonder nen klemmerd zeet, bint ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 00620) vertaling: A-w de tuffel nich verkoapen könt, zit wie der na met
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 00620) vertaling: A-j hem nich metnemt, wörd ik hellig
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 00620) vertaling: Hee wus het
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 00620) vertaling: Doar wördt völ daanst op dit feest
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 00620) vertaling: Now wördt der allenig nog mer broad verkoft in den weenkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 00620) vertaling: A-t hee op de fiets koomp, zal hee wal laat wean
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 00620) vertaling: A-j tied hebt mö-j 'n moal kommen
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 00620) vertaling: A-k rieke bin, koap ik nen deuren auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 00620) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 00620) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 00620) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 00620) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 00620) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 00620) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 00620) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 00620) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 00620) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 00620) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 00620) vertaling: Merie hef zeg dat ie prebeard hebt n leedke te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 00620) vertaling: Merie hef zegd dat ie 'n leedke probeard hebt te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 00620) vertaling: Merie hef zegd dat ie 'n leedke probeard hebt te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 00620) vertaling: Merie hef zeg dat ie prebeard hebt n leedke te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 00620) vertaling: Merie hef zegd dat ie probeard hebt hear 'n book te doon
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 00620) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 00620) vertaling: Dee oet de stad hebt hier völ huze bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 00620) vertaling: An den niejer grawer zee-j gen meanske mear
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 00620) vertaling: Gister hef Jan hier west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 00620) vertaling: Den dag dat Jan belden was ik nich in hoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 00620) vertaling: Jef den zol ik nooit verseuken
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 00620) vertaling: Merie den zol zoa iets nooit doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 00620) vertaling: Bert den dreenkt wal es 'n glas te völ
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 00620) vertaling: Martha den zol ik wal es bie mie willen oetneugen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 00620) vertaling: Dat hoes dat zo-k nooit willen koapen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 00620) vertaling: Dat hoes dat steet doar al vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 00620) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 00620) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 00620) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 00620) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 00620) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 00620) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 00620) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 00620) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 00620) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 00620) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 00620) vertaling: Hef Gunther beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 00620) vertaling: Kiek oet!
473 (z11b) En pas op! (inf. 00620) vertaling: Oppassen!
473 (z11b) En pas op! (inf. 00620) vertaling: Oppassen!
473 (z11b) En pas op! (inf. 00620) vertaling: Kiek oet!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 00620) vertaling: 't Was mer het good genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 00620) vertaling: Marjo hef nou mear beest as vroger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 00620) vertaling: As Susanne kommen har köand har ze dat doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 00620) vertaling: Zee is 'n besten dokter den ik ken
opm.: onbepaald lidwoord?
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 00620) vertaling: Veur a-j wat vorsmiet mö-j evven bellen
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 00620) vertaling: Hier he-j alns wa-k kreggen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 00620) vertaling: Jan is te pinnig um de wichter wat te gevven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 00620) vertaling: Asof ie verstaand van voetballen hadden!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 00620) vertaling: Dat book: daal leggen!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 00620) vertaling: A-j echt gen tied hebt kom ie mer
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 00620) vertaling: Ik wet dat Jan 'n dokter ropen har köand
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 00620) vertaling: Ik wet dat Jan 'n dokter ropen kon hebben
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 00620) vertaling: Hee zea da-k het doon har mötten
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 00620) vertaling: Hee zea dat ik het mos doan hebben
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 00620) vertaling: Verleden wek is hee deur dokter M opereard
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 00620) vertaling: Moarn wördt hee deur dokter M opereard
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 00620) opm.: geen vertaling; op positie 1 staat een kruisje, op positie twee staan twee kruisjes. Interpretatie niet duidelijk
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 00620) vertaling: Het is dom um zukke deure dinge vot te smieten
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 00620) vertaling: Het is dom um zukke deure dinge vot te smieten
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 00620) vertaling: Hee is gengs um alle kepotte dinge vot te smieten
opm.: op positie 1 staat een kruisje, op positie twee staan twee kruisjes. Interpretatie niet duidelijk
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 00620) vertaling: vaker de kraant zollen leazen mötten
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 00620) vertaling: vaker de kraant zollen leazen mötten
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 00620) vertaling: Het is dom um in 'n deuster kraant te leazen
positie: 1
opm.: onbepaald lidwoord?
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 00620) vertaling: Het is dom um in 'n deuster kraant te leazen
positie: 1
opm.: onbepaald lidwoord?
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 00620) vertaling: ... kraant aan het leazen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 00620) vertaling: ... kraant aan het leazen
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 00620) fragment: deur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 00620) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 00620) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 00620) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 00620) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 00620) vertaling: R. hef enen greunen appel votgevven en now hef hee nog twee roaden
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 00620) vertaling: Der warren völ leu op het feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 00620) vertaling: Warren der völ leu op het feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 00620) vertaling: Wat heb ie veur beuk koft?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 00620) vertaling: Wat vukke beuk heb ie koft?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 00620) vertaling: Wat vukke beuk heb ie koft?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 00620) vertaling: Wat heb ie veur beuk koft?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 00620) vertaling: Hee wont bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 00620) vertaling: Hee wont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 00620) vertaling: Loop efkes noar 'n bakker, Wim!
opm.: Onbepaald lidwoord?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 00620) vertaling: Wel he-j zeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 00620) vertaling: Wel hef oe zeen?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 00620) vertaling: A-k dat wetten har, ha-k 't nich doan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 00620) vertaling: 't Zol better wean um nog evven te wochten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 00620) vertaling: Goddaank har J 'n dokter beld en den was der al rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 00620) vertaling: Loop now toch es deur, vervelende jongs!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 00620) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 2
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 00620) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 00620) komt voor: j
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 00620) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Saasveld

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Saasveld