SAND-data Vriezenveen (G171p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03451) vertaling: Jon herinnert zich dat verhaal nog wal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03451) vertaling: marie en Piet zijt mekaar veur de kaaike
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03451) vertaling: Tone waschet zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03451) vertaling: De timmerman hef gein spiekers biej zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03451) vertaling: Fons zag nun slonge nööst zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03451) vertaling: Erik luit mie vuur zich waaik'n
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03451) vertaling: Johanna luit zich metdriem op de golv'n
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03451) vertaling: Tone bezag zichzölf es goud in 't speigel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03451) vertaling: Jan hef in twei minu'n zien beer op edronk'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03451) vertaling: Disse schoen loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03451) vertaling: Eduard keant zichzölf goud
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03451) vertaling: Ward het eheurd dat d'r foto's von humzölf in de uutstalkaste hange
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03451) vertaling: Die eerpel schelt neit makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03451) vertaling: Dit glas brek as 't op de groond vaalt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03451) vertaling: Dokter ljaef ik wel gezoond genoug
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03451) vertaling: Hij ljaeft al joar'n van de aifenisse von zien vare
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03451) vertaling: Disse wjakke ljaeft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03451) vertaling: Ljaeft et nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03451) vertaling: Hoe longe ljaaf ie noe al van dei affenisse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03451) vertaling: In Bretagn ljaeft ze veral van de visvongst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03451) vertaling: Noa't jat'n goa'k sloap'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03451) vertaling: Zo'k dat wal kjön doun
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03451) vertaling: Hij luit zien huus of brak'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03451) vertaling: Ik wete dat jon harre mot kjön waik'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03451) vertaling: Ik wete dat jon harre mot kjön waik'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03451) vertaling: Ik wete dat jon harre mot kjön waik'n
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 2
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 2
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03451) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03451) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03451) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03451) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03451) gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03451) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03451) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03451) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03451) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03451) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03451) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03451) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03451) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03451) vertaling: Jon hef gein bouk meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03451) vertaling: Buike hef Jon neit
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03451) vertaling: Jon hef neit vjölle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03451) vertaling: Nums mag waver dat probleem proot'n
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03451) vertaling: nums zeg dat e koomp
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03451) vertaling: Zit hier ains muze
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03451) vertaling: Ik gieëve niks num oander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03451) vertaling: nums wil waik'n
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03451) vertaling: Wie wuss'n neit dat e in huus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03451) vertaling: Ik wus 't ok neit
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03451) vertaling: hij mag 't er met gein mens waver hem'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03451) vertaling: Jon weet dat e vuur drei uur de wage kloor mot heb'n emaakt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03451) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03451) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03451) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03451) vertaling: marie ere auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03451) vertaling: marie ere auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03451) vertaling: Piet ziene auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03451) vertaling: Piet ziene auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03451) vertaling: Die man ziene auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03451) vertaling: Die man ziene auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03451) vertaling: Dei auto is neit von mie meer von hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03451) vertaling: De kroante von gistern lig oonder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03451) vertaling: Jon is 'n broertje van k en eer broertje
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03451) vertaling: De fietse van dei jongs zint estjaelt
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03451) vertaling: De moere van de zusters is op bezuik
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03451) vertaling: Dei auto is von Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03451) vertaling: Dei fietse is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03451) vertaling: Hij mag met gen mens waver dit probleem proat'n
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03451) vertaling: Ik wil nums zeer doun
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03451) vertaling: Het is jommer dat neit mangt kwom'n
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03451) vertaling: Dat goa ik neit doun
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03451) vertaling: Ik hebbe neit ewaaikt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03451) vertaling: hij har et nog neit verteld verteeld of doar leep Merie hen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03451) vertaling: Haalt die bestelling noe mar op
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03451) vertaling: Hij waaikt neit
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03451) vertaling: ik verbei oe om hier te kwom'n
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03451) vertaling: Jon verheendern damme M beld'n
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03451) fragment: umn (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03451) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03451) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03451) fragment: umn (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03451) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03451) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03451) fragment: help'n (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03451) fragment: help'n (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03451) fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03451) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03451) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03451) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03451) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03451) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03451) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03451) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03451) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03451) fragment: aswat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03451) fragment: don (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03451) fragment: don (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03451) fragment: don (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03451) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03451) fragment: mongs (1)
opm.: aai mongs ken ik niet
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03451) fragment: mongs (1)
opm.: aai mongs ken ik niet
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03451) fragment: mongs (1)
opm.: aai mongs ken ik niet
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03451) fragment: aaitte (1)
opm.: aai mongs ken ik niet
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03451) fragment: aaitte (1)
opm.: aai mongs ken ik niet
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03451) fragment: aaitte (1)
opm.: aai mongs ken ik niet
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03451) fragment: wier te (1)
opm.: aai mongs ken ik niet
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03451) fragment: wier te (1)
opm.: aai mongs ken ik niet
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03451) fragment: wier te (1)
opm.: aai mongs ken ik niet
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03451) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03451) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03451) vertaling: ikete wal daj op op gen mens helg zint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03451) vertaling: ik wete dat ze nais greuts op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03451) vertaling: Els deant dat 't neit makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03451) vertaling: ik wete da'k te late zin en ie neit
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03451) vertaling: ie weet toch dat wie noar huus goat en dat zij nog mangt bliev'n
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03451) vertaling: Iederein denkt dat wie noar huus goat en dat zie nog mangt bliev'n
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03451) vertaling: Het is jommer dat hij koomp en dat zij weggoat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03451) vertaling: Ik denke dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03451) vertaling: Ik denke dat p en l goat traw'n
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03451) vertaling: Ja dat doet e
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03451) vertaling: nee dat dout e neit
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03451) vertaling: nee dat dout e neit
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03451) vertaling: Ja dat doet e
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03451) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03451) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03451) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03451) vertaling: Dat dout e wal
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03451) vertaling: Dat dout e wal
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03451) vertaling: Dat dout e neit
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03451) vertaling: Dat dout e neit
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03451) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03451) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03451) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03451) vertaling: Hij dout 'n duttie
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03451) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03451) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03451) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03451) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03451) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03451) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03451) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03451) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03451) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03451) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03451) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03451) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03451) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03451) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03451) fragment: woer de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03451) fragment: woer de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03451) fragment: woervon de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03451) fragment: woervon de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03451) fragment: woer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03451) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03451) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03451) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03451) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03451) fragment: woer (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03451) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03451) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03451) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03451) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03451) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03451) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03451) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03451) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03451) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03451) fragment: den (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03451) fragment: wie veel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03451) fragment: wie veel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03451) fragment: den (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03451) vertaling: wie dach ie da'k in de stad tieëng kwöm
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03451) vertaling: Hoe dachie dat ze dat heb op(e)löstt
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03451) vertaling: hoe deank ie dat ze dat hebt opelöst
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03451) vertaling: magda weet neit wei wie woln beln
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03451) vertaling: Wei weet weime hebt eroup'n
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03451) vertaling: Wei deank ie da'k in de stat tieëng kwöm
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03451) vertaling: Hij hef ziene hoane wösschen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03451) vertaling: hij hef zien jemd uut ewoschen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03451) vertaling: Hij hef ne houd op 't heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03451) vertaling: Hij hef ne vlekke in/op zien jemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03451) vertaling: Hij hef zien bein ebrak'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03451) vertaling: Hij hef zich zeer edoan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03451) vertaling: Marie trök de deken op zich on
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03451) vertaling: Luc weet dat t'r foto's van humzulf te koop zint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03451) vertaling: Je weet toch damme toen deur dat bos hen zint eloopn
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03451) vertaling: Ik herinnere mie dat de auto van merie kepot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03451) vertaling: Ze weet nog dat e as 'n vaaoken zat te jat'n
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03451) vertaling: Wie herinnert oons dat al de buike van jon warn estjaelt, maar zij weet ter niks meer von
opm.: reflexief: ons
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03451) vertaling: Weet ie nog damme jon op et maaik hebt eziene
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03451) vertaling: Hij hef zich 'n ongeluk ewaaikt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03451) vertaling: Hij vuil'n zichzölf duur 't ies zak'n
opm.: reflexief: zichzelf
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03451) vertaling: Zol hij dat hemn kjön douwn
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03451) vertaling: Zol e dat edoan kjön hem'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03451) vertaling: Zol e dat edoan kjön hem'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03451) vertaling: Zol hij dat hemn kjön douwn
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03451) fragment: ekjöönt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03451) fragment: edoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03451) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03451) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03451) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03451) vertaling: Ik deank hij is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03451) vertaling: Ik deank hij is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03451) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03451) vertaling: Ik wete hij is vot
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03451) vertaling: Ik wete hij is vot
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03451) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03451) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03451) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03451) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03451) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03451) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03451) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03451) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03451) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03451) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03451) vertaling: ik hebbe wat 'n loape edoan
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03451) vertaling: ik hebbe wat 'n loape edoan
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03451) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03451) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03451) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03451) vertaling: Toentertied ljaem ik ter op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03451) vertaling: Hij ljaem vroeger as 'n beist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03451) vertaling: Wie ljaem doar as ne God in Fronkriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03451) vertaling: Nums mag et zein dus ie ok niet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03451) vertaling: Het gebuurn toen ie weggön'n
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03451) vertaling: Ik weet woer ie zint geboorn
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03451) vertaling: Noe aj kloar zint mai weg goan
opm.: nu als - ja
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03451) vertaling: Toen Merie estjörm was, kon eern keerl Anna nait lenger help'n
opm.: IPP: n.v.t.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03451) vertaling: Ik wete dat e is goan zwem'n
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 2
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 2
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03451) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03451) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03451) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03451) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03451) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03451) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03451) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03451) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03451) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03451) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03451) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03451) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03451) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03451) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03451) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03451) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03451) fragment: dei (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03451) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03451) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03451) fragment: dei (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03451) fragment: den (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03451) fragment: woer (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: die (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: die (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: die (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: die (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: waar ik mee .. (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: woer ik mee .. (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: waar ik mee .. (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: woer ik mee .. (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: waar ik mee .. (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: woer ik mee .. (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: woer ik mee .. (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: waar ik mee .. (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03451) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03451) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03451) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03451) fragment: dei (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03451) fragment: dei (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03451) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03451) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03451) fragment: wei (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03451) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03451) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03451) fragment: wei (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03451) fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03451) fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03451) fragment: woervan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03451) fragment: woervan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03451) vertaling: Piet deankt dat Jan en m op nums helg zint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03451) vertaling: Piet deankt dat Jan en m op nums helg zint
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03451) vertaling: Wim deankt dat gen mens nun pries zjolt gieëven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03451) vertaling: Wim deankt dat gen mens nun pries zjolt gieëven
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03451) vertaling: 't is woor dat ze neit met m mangt ptroot'n
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03451) vertaling: 't is woor dat ze neit met m mangt ptroot'n
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03451) vertaling: naeis
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03451) vertaling: gen mens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03451) vertaling: nums
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03451) vertaling: nums
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03451) vertaling: gen mens
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03451) vertaling: dat weet gen mens
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03451) vertaling: dat weet ik neit
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03451) vertaling: de baiden eersten
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03451) vertaling: Ie mot um neit vertel'n da'k naor buten bin ewjast
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03451) vertaling: neit vertel'n daj 'n presentie veur hum hebt ekocht
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03451) vertaling: Weet je neit dat is evöl'n
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03451) vertaling: Wendy probeer'n um nums zeer te doun
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03451) vertaling: 't schient dat ze niks mag gebroek'n
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03451) vertaling: ze schient niks te magg'n aat'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03451) vertaling: Ze probeert 'n heel'n dag al um meka te bel'n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03451) vertaling: Het lik wier nun mooin dag te word'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03451) vertaling: Misschien ist bjatter um nog ef'n te wach'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03451) vertaling: wia had'n geluk damme hum doalijk wier vöön
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03451) vertaling: As de hounder ne vlke zeit zint ze bonge
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03451) vertaling: Amme de earpel neit verkop'n kjont hemme 'n probleem
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03451) vertaling: Aj um neit meinjemt wor'k helg
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03451) vertaling: Hij wus't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03451) vertaling: Op dit feest wordter vjölle doanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03451) vertaling: Noe wordt'r allene brood verkocht in den weenkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03451) vertaling: Asse op de fietse koomp zal'e wel late wjaen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03451) vertaling: Aj tied hebt komt dan's on
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03451) vertaling: Ak rieke zin, koop ik ne dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03451) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03451) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03451) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03451) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03451) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03451) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03451) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03451) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03451) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03451) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03451) vertaling: Marie hef ezegd dat ie hebt probeerd een vassie te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03451) vertaling: Marie hef ezegd dat ie hebt probeerd een vassie te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03451) vertaling: Marie hef ezegd dat ie prebeerd hebt een vassie te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03451) vertaling: Marie hef ezegd dat ie prebeerd hebt een vassie te zing'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03451) vertaling: Marie zja dat ie hebt probeerd um eur 'n bouk te giejv'n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03451) komt voor: j
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03451) vertaling: Die uut de stad hebt hier vjölle huze ebaauwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03451) vertaling: On dat nieuwe kanaal zei je gein mensche
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03451) vertaling: Gistern is jan hier ewast
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03451) vertaling: De dag dat jan bealn was ik von huus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03451) vertaling: Jef zou ik nooit neug'n
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03451) vertaling: Merie zol zoiets nooit doun
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03451) vertaling: Bert dreenkt wal 's 'n glas te vjölle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03451) vertaling: Martha zok wal biej mie on huus wiln neug'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03451) vertaling: dat huus zaol ik nooit wil'n koop'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03451) vertaling: Dat huus steit doar al vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03451) komt voor: j
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03451) vertaling: Heg g ebald?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03451) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03451) vertaling: 't was mar net goud genoug
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03451) vertaling: Marjo hef noe meer beiste dan vroeger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03451) vertaling: As Susanne had kjön kom'n har ze dat doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03451) vertaling: Zij is de beste dokter die ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03451) vertaling: Vuu daj iets weggooit mui ef'n bel'n
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03451) vertaling: Hier is alles wak ekrieg'n hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03451) vertaling: jan is te gierig um iets on de wichter te gieëve'n
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03451) vertaling: As of ie wat van voetbal'n weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03451) vertaling: Langt dat boek dale
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03451) vertaling: Ai heelmdal neit kjönt wach'n kwömt don meer
000 (z11opm) (inf. 03451) opm. inf.: Meervoud van koe is beiste
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03451) vertaling: Ik wete dat jon 'n dokter had kjön roup'n
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03451) vertaling: Ik wete dat jon 'n dokter har kjön roup'n
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03451) vertaling: Hij zja dat ik het har mön doun
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03451) vertaling: Hij zja dat ik het har mön doun
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03451) vertaling: Hij is veurige wjakke duur dr mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03451) vertaling: mane wordt e duur dr mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03451) vertaling: Ik deanke daj vjölle weg möt gooi'n
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03451) vertaling: 't is dom öm zukke deure dinge weg te gooi'n
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03451) vertaling: Hij is bieëzig um alle kapotte dinge weg te gooi'n
opm.: dav
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03451) vertaling: Ik veene daj vaker de kroante mon ljzazen
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03451) vertaling: 't is dom um in't doonker te ljaez'n
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03451) vertaling: Hij is 'n heeln dag on 't ljaezen
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03451) fragment: duur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03451) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03451) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03451) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03451) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03451) vertaling: R hef ein gruin appel wegegiëv'n noe heffe nog twei rooi'n
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03451) vertaling: D'r was vjölle volk op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03451) vertaling: Warn d'r vjölle luië op 't fees
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03451) vertaling: Wat vuur buiker het ekocht (ekoft)
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03451) vertaling: Wat hej vuur buiker het ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03451) vertaling: Wat hej vuur buiker het ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03451) vertaling: Wat vuur buiker het ekocht (ekoft)
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03451) vertaling: Hij woant biej Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03451) vertaling: Hij woand biej Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03451) vertaling: Goat effen noar de bakker Willem
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03451) vertaling: Wei hij ezein?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03451) vertaling: Wei hef oe ezeine?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03451) vertaling: Ak dat har e ween don don hak 't neit edoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03451) vertaling: 't zjol better wja um nog ef'n te wacht'n
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03451) vertaling: Gelukkig har jon 'n dokter ebald en den was ter al heel gaw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03451) vertaling: Loopt nou us duur vervelende veante
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03451) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03451) komt voor: j
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03451) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03451) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaar[meta][k]G171p[/k][h]265[/h][i]266[/i][vw]j[/vw][t]vw[/t][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=006] Komt deze zin veur innet Veens. Gisteren wandeldiede door het park. [/v]

in et
Hulpinterviewer vergeet 'vertaal' te zeggen en informante vertaalt zin dan ook niet. sound
informant [a=n] Nee dat is geen goed Veens. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=018] Vertaal. Ze weet niet dat Marie gisteren gestorven is. [/v] sound
informant [a] Ze weet nei dat Marie gisteren nestorvenis. [/a]

nestorve is
tagging sound
hulpinterviewer [v=018] Komt deze zin veur innet Veens. Ze weet niet dat Marie gisteren issestorven. [/v]

in et is estorven
sound
informant [a=j] Ze weet niet dat Marie gisteren issestorf. Ja. [/a]

is estorf
tagging sound
hulpinterviewer [v=022] Komt deze zin veur innet Veens. Vertaal. Er wil niemand niet dansen. [/v]

in et
sound
informant [a=n] Nee. Niemand niet dat is geen goed Veens. Nee. Der wil nims danse da kun je zegge. [/a] sound
hulpinterviewer [v=025] Vertaal. Niemand heeft dat ooit gewild of gekund. [/v] sound
informant [a] Nims heeft dat ooit ewild of ekund. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=026] Vertaal. Jan had het hele brood wel willen op eten. [/v] sound
informant [a] Jan hannen heel stoeten wel op wilnjeetn. [/a]

han en wiln jeetn
tagging sound
hulpinterviewer [v=027] Hoe gebruikelijk is disse zin innet Veens. Vertel maar niet wie zij had kunne roepen. [/v]

in et
Hulpinterviewer zegt 'Hoe gebruikelijk is...' maar het gaat hier om een vertaal-zin. Komt terug in nagesprek. sound
informant [a] Vertelt mi niet wee het zij had kun roepn. [/a] Informante zegt zowel 'het' als 'had' maar ik vermoed dat zij zich de eerste keer verspreekt en in plaats van 'wee het zij..' 'wie zij had' wil zeggen. tagging sound
hulpinterviewer [v=029] Komt deze zin veur int Veens. Hoe gebruikelijk is deze zin innet Veens. Vertaal. Vertel me eens wie of zij had kunne roepen. [/v]

in t in et
sound
informant [a=j] Vertelt mi eens wee of ze ha kunn roepn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=030] Komt deze zin veur innet Veens. Hoe gebruikelijk is deze zin int Veens. Vertaal. Vertel me eens wie of dat zij had kunne roepen. [/v]

in et in t
sound
informant [a=j] Vertelt mi eens wee of dat ze ha kunn roepn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=035] Vertaal. Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/v] sound
informant [a] Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=036] Kijk eens noar et plaatie. Marie en Piet wijs noar _. [/v] sound
informant [a] Noar mekaar. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=037] Kijk eens noar dat plaatie. Toon wasket _. [/v] sound
informant [a] Toon waschet zich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=038] Vertaal. De timmerman heeft geen spijkers bij zich. [/v] sound
informant [a] Een timmerman heef geen spijkers bi zich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=039] Kijk eens noar dit plaatie. Fons zag ne slange neust _. [/v] sound
informant [a] Fons zag ne slange neust zich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=040] Vertaal. Erik liet mij voor zich werken. [/v] sound
informant [a] Erik liets mi veur zich werken. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=041] Vertaal. Johanna liet zich mee drijven op de golven. [/v] sound
informant [a] Johanna liet zich met drijve op de golve. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=042] Vertaal. Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. [/v] sound
informant [a] Toon bekeek zichzelf eens goed int spiegel. [/a]

in t
tagging sound
hulpinterviewer [v=043] Vertaal. Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken. [/v] sound
informant [a] Jan heef in twee minutn een glas bier dronkn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=044] Vertaal. Deze schoene lope gemakkelijk. [/v] sound
informant [a] Disse schoen loopt gemakkelijk. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=045] Vertaal. Eduard kent zichzelf goed. [/v] sound
informant [a] Eduard kent zichzelf goed. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Komt deze zin veur innet Veens. Ward heef ehoord datter fotoos van zichzelf in de etalage staat. [/v]

in et dat er
Hulpinterviewer zegt 'Komt deze zin voor...' terwijl het een 'Vertaal'-zin is. sound
informant [a] Ward heef ehoord datter fotoos vannumzelf in de etalage staat. [/a]

dat er van umzelf
tagging sound
hulpinterviewer [v] Wat zeg je nu het vaakste. Zichzelf zich of zelf. Je kunt zeggn Ward heef gehoord datter fotoos van zichzelf of van humzelf in de etalage. [/v]

dat er
sound
informant [a] Ook wel van humzelf ja. Fotoos van humzelf. [/a] sound
hulpinterviewer Ja kan allebei. Wat zoustu et beste vin.

zous tu
sound
informant Beide eigenlijk wel. sound
hulpinterviewer [v=053] Vertaal. Alsik zuinig leef leef ik zoals mijn ouders willen. [/v]

als ik
sound
informant [a] Azzik zuinig leve levik zoals mine ouders wolln. [/a]

az ik lev ik
tagging sound
hulpinterviewer [v=055] Vertaal. Als hij nog drie jaar leeft leeft hij langer dan zen vader. [/v] sound
informant [a] Adde nog drei jaar leeft leefter nog langer as zien vader. [/a]

a de leeft er
tagging sound
hulpinterviewer [v=057] Vertaal. Als zij zo gevaarlijk leeft leef ze niet lang meer. [/v] Hulpinterviewer zegt het tweede 'leeft' als 'leef' maar moet echt 'leeft' zijn. Komt terug in nagesprek. sound
informant [a] As hij zo gevaarlijk leeft leefter niet lang meer. [/a]

leeft er
Informant zegt 'hij' en 'er' ipv 'zij' en 'ze'. sound
hulpinterviewer [v=059] Vertaal. Alset nu nog leeft dan leeft het morgen ook nog. [/v]

als et
sound
informant [a] Ast nu nog leeft leeft morgen ook nog. [/a]

as t leeft t
tagging sound
hulpinterviewer [v=061] Vertaal. Als jullie zo losbandig leven dan leve jullie nooit zo lang als ik. [/v] sound
informant [a] As jelui zo losbandig leeft leve jelui nooit zo lang as ikke. Of as mi. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=063] Vertaal. Als ze voor hun werk leven dan leve ze niet voor hun kinderen. [/v] sound
informant [a] Asse veureur werk leeft leeftze niet veureur wichter. [/a]

as se veur eur leeft ze veur eur
tagging sound
hulpinterviewer [v=067] Vertaal. Als Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/v] sound
informant [a] Als Rudy nog leef dan leef Leo ook nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=068] Vertaal. Als je gezond leeft dan leef je langer. [/v] sound
informant [a] Aj gezond leef dan leef je langer. [/a]

a j
tagging sound
hulpinterviewer [v=069] Vertaal. Alser zo weinig mensen van de landbouw leven dan leve er veel meer mense van werk in de fabriek. [/v]

als er
sound
informant [a] Aster zo vele luie van de landbouw leeft dan leefter vele meer lui van de fabriek. Vannet werk in de fabriek. [/a]

as ter leeft er van et
tagging sound
hulpinterviewer [v=070] Vertaal. Als Pieter en Liesje innet paradijs leven dan leve Rosa en Frans in de hel. [/v]

in et
sound
informant [a] As Pieter en Liesje int paradijs leeft dan leeft Rosa en wie in de hel. [/a]

in t
tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Vertaal. Als we zuinig leven leve we gelukkig. [/v] sound
informant [a] As wi zuinig leeft leenwi gelukkig. [/a]

leen wi
tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Vertaal. Als we eerlijk leve leve we gelukkig. [/v] sound
informant [a] Amme eerlijk leeft leenwi gelukkig. [/a]

a me leen wi
tagging sound
hulpinterviewer [v=072] Vertaal. Leef wat gezonder Jan. [/v] sound
informant [a] Leeft wat gezonder Jan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=073] Vertaal. Leef wat minder bekrompen kinderen. [/v] sound
informant [a] Leeft wat minder bekrompen wichter. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=075] Komt deze zin veur in dialect. Ik vin dat iedereen moet kunne zwemmen. [/v] sound
informant [a=j] Ja. Ik vinne dat iedereen moet kunn zwemmn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=077] Komt deze zin veur innet Veens. Vertaal. Ik vind dat iedereen moet zwemmen kunnen. [/v]

in et
sound
informant [a=n] Nee. Moet zwemmn kunn nee. Kunn zwemmn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=080] Komt deze zin veur innet Veens. Vertaal. Ik vind dat iedereen kunne zwemmen moet. [/v]

in et
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=082] Komt deze zin vuur innet dialect. Vertaal. Ik vin dat iedereen zwemmen kunne moet. [/v]

in et
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=084] Komt deze zin vuur int Veens. Vertaal. Ik vind dat iedereen zwemmen moet kunne. [/v]

in t
tagging sound
informant [a=j] Zit er zo tussenin eigenlijk he. Het kan wel maar ik denk eerstene klopt het beste. [/a] sound
hulpinterviewer [v=086] Komt deze zin vuur int Veens. Ik wete dat Eddy morgen wil brood jaen. [/v]

in t
sound
informant [a=n] Ik wete dat Eddy morgen brood jaen wil. [/a] sound
hulpinterviewer [v=087] Komt deze zin vuur in Veens. Vertaal. Eddy moet kunnen vroeg op staan. [/v] Komt terug in nagesprek. sound
informant [a=n] Nee. [/a] Informante vertaalt zin niet. sound
hulpinterviewer [v=132] Vertaal. Ik denk dat Maria hem zal moeten roepen. [/v] sound
informant [a] Ja dat kan wel. Ik denke dat Maria em zal moetn roepn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=140] Komt deze zin vuur in dialect. Vertaal. Zitten hier nergens geen muizen. [/v] Komt terug in nagesprek. sound
informant [a=n] Nee. Nergens geen nee. [/a] Informante vertaalt zin niet. sound
hulpinterviewer [v=148] Komt deze zin vuur int Veens. Vertaal. Iedereen is geen vakman. [/v]

in t
Komt terug in nagesprek. sound
informant [a=j] Iedereen is gene vakman. Ja das wel goed. [/a]

da s
tagging sound
hulpinterviewer [v=149] Komt deze zin vuur int dialect. Vertaal. Hij heeft overal geen vrienden. [/v]

in t
sound
informant [a=n] Nee. Hij heeft niet overal vrienden. [/a] sound
hulpinterviewer [a=j] Hij heeft overal geen vriende. Hij kan hier wel vriende hebbe maar hij heef overal geen vriende. Dus das volgens mien wel een gewone zin. [/a]

da s
tagging sound
informant Dan eerder zegge niet overal. sound
hulpinterviewer Hij heeft overal geen vriende. sound
informant Nee. sound
hulpinterviewer [v=137] Komt deze zin veur in dialect. Vertaal. Hij wil geen soep niet meer ete niet. [/v] Komt terug in nagesprek. sound
commentaarInformante vertaalt zin niet.  sound
informant [a=n] Nee nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=154] Komt deze zin veur in dialect. Boeke hef Jan dreie. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=156] Komt deze zin vuur in dialect. Jan weet datter veur drei uur de wagen moet hebbn maakt. [/v]

dat er
tagging sound
informant [a=j] Ja dat is wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=157] Komt deze zin vuur in dialect. Jan weet datter vuur drei uur de wagen moet emaakt hebbn. [/v]

dat er
Komt terug in nagesprek. sound
informant [a=j] Ja of emaakt hebbn of hebbn emaakt kan ook he. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=160] Komt deze zin vuur in Veens. Jan weet datte veur drei uur de wagen emaakt moet hebbn. [/v]

dat e
tagging sound
informant [a=j] Ja dat is goed. [/a] sound
hulpinterviewer [v=161] Komt deze zin vuur in dialect. Jan weet datte vuur drei uur de wagen emaakt hebben moet. [/v]

dat e
sound
informant [a=n] Nou nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=188] Vertaal. Heb je genoeg mensen om hooi vannet land te halen. [/v]

van et
sound
informant [a] Heje genoeg lui omt hooi vant land te haal. [/a]

he je om t van t
tagging sound
hulpinterviewer [v=189] Vertaal. Het was aardig van Jan om te kome werken. [/v] sound
informant [a] Dat was aardig van Jan om te kome werkn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=190] Vertaal. Deze ton is zwaar om te dragen. [/v] sound
informant [a] Dese tonne is zwaar om te draagn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt deze zin veur int Veens. Dese tonne is zwaar te draagn. [/v]

in t
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=199] Vertaal. Hij staat te zeuren. [/v] sound
informant [a] Hij staat te zeurn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=198] Vertaal. Hij kan staan zeuren. [/v] sound
informant [a] Hij kan staan zeurn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt deze zin ook veur int Veens. Hij kan staan te zeurn. [/v]

in t
sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=200] Vertaal. Toen we aan kwamen regende het. [/v] sound
informant [a] Toen we aan kwaamn reindet. [/a]

reinde t
tagging sound
hulpinterviewer [v=215] Vertaal. Kgeloof daddik groter ben dan hij. [/v]

k geloof dad ik
sound
informant [a] Ik gelove datter groter is as hij. [/a]

dat er
tagging sound
informant [a] Ik gelove dat ik groter zien as hij. [/a] sound
hulpinterviewer [v=216] Vertaal. Ze gelooft dat jij eerder thuis bent dan ik. [/v] sound
informant [a] Ze gelooft da zie eerder in huis zind as ikke. [/a] Informante vertaalt 'Ze gelooft da zie...' terwijl er eigenlijk 'jij' staat in de voorbeeldzin. tagging sound
hulpinterviewer [v=217] Vertaal. Je gelooft toch niet dat hij sterker is dan jij. [/v] sound
informant [a] Ie geloof toch nie dat hij sterker is as ie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=218] Vertaal. Ze gelove dat wij rijker zijn dan zij. [/v] sound
informant [a] Ze gelooft dat wi rijker zind as zij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=219] Vertaal. We geloven dat jullie nie zo slim zijn als wij. [/v] sound
informant [a] Wi geloof dat ielui niet zo slim zo leep zind as wi. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=220] Vertaal. Jullie gelove toch niet dat zij armer zijn dan jullie. [/v] sound
informant [a] Ieluie geloof toch niet dat zij armer zien as ieluie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=221] Vertaal. U gelooft dat Lisa even mooi is als Anna. [/v] sound
informant [a] Ie gelooft dat Lisa even mooi is of net zo mooi is as Anna. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=222] Vertaal. Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn dan Geert en Peter. [/v] sound
informant [a] Hij geloof dat Louis en Jan sterker zien as _. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=227] Komt deze zin veur int Veens. Hij slaap. Hij doet. [/v]

in t
sound
hulpinterviewer Hij slaap. Dan moes du dat als het ware bevestige. sound
informant [a=n] O dan zeggn ze hij slaap dat doete. [/a]

doet e
sound
hulpinterviewer Hij slaap dat doete zegge ze dan. Dat doet ie.

doet e
sound
hulpinterviewer [v=228] Komt deze zin veur int Veens. Hij slaap. Et doet. [/v]

in t
sound
commentaarInformante zegt dat ze 'Hij slaap hij doet' vreemd vindt (ipv 'et doet'). Toch 'a=n' omdat informant steeds het antwoord 'dat doete' geeft.  sound
informant [a=n] Ik vind hem een beetje vreemd. Hij slaap hij doet. Hij slaapt dat doete. [/a]

doet e
sound
hulpinterviewer [v=243] Komt deze zin veur in dialect. Slaape. Hie doet. [/v]

slaap e
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] Komt deze zin veur int Veens. De lamp doet niet meer brande. [/v]

in t
sound
informant [a=n] Nee. De lamp brandt niet meer. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Bran doet de lamp niet meer. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kan ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=246] Komt deze zin veur int Veens. Doet Marie elkenavond dansen. [/v]

in t elken avond
Komt terug in nagesprek. sound
informant [a=n] Nee. Danst Marie elkenavond. [/a]

elken avond
sound
hulpinterviewer [v=247] Komt deze zin vuur int Veens. Doet het brood even snere. [/v]

in t
sound
commentaar[meta][k]G171p[/k][h]265[/h][i]266[/i][vw]j[/vw][t]vw[/t][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=246] Komt deze zin vuur int Veens. Doet Marie elkenavond dansen. [/v]

in t elken avond
Komt terug in nagesprek. sound
informant [a=n] Nee. Danst Marie elkenavond. [/a]

elken avond
sound
hulpinterviewer [v=247] Komt deze zin vuur int Veens. Doet het brood even snere. [/v]

in t
tagging sound
informant [a=j] Ja men zegget wel eens zo maar kgeloof niet dat echt goed klopt. [/a]

zeg et k geloof
sound
hulpinterviewer [v=248] Komt deze zin veur int dialect. Ik doe wel even de koppies af wasken. [/v]

in t
tagging sound
informant [a=j] Wordt wel eens zo gezegd. [/a] sound
hulpinterviewer [v=249] Vertaal. De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is stond achter mij. [/v] sound
informant [a] De jongen woe datter moeder van weer etrouwd is staan gisteren achter mi. [/a]

dat er
tagging sound
hulpinterviewer [v=250] Vertaal. De bank waar ze op zaten was pas geverfd. [/v] sound
informant [a] De bank woe dat ze op zaatn was pas everfd. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=259] Vertaal. Wie geld heeft moet mij maar wat geven. [/v] Komt terug in nagesprek. sound
informant [a] Wee hat geld hef moet mien maar wat geebn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=260] Komt deze zin vuur int Veens. Vertaal. Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v]

in t
sound
informant [a=j] Wat denkie wer ik in de stad tien ziene kwam. [/a]

denk ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=262] Komt deze zin vuur in dialect. Vertaal. Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
commentaarInformante vertaalt zin niet maar hulpinterviewer wel.  sound
informant [a=n] Geen normale zin vind ik eigenlijk. Wie denkie wie _. Wie denkie wie nee. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Der staat twee keer wie in dat doen wij nie. Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb. [/a] sound
hulpinterviewer [v=267] Vertaal. Hij heeft zijn handen gewassen. [/v] sound
informant [a] Hij hef ziene hande wasschen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=268] Vertaal. Hij heef zijn hemd gewassen. [/v] sound
informant [a] Hij hef zien hemd ewasschen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=271] Vertaal. Hij heef zijn been gebroken. [/v] sound
informant [a] Hij hef zien been ebrookn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=296] Komt deze zin vuur in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in dialect. Vertaal. Zou hij dat gedaan hebben gekund. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat is niet goed te vertaaln. [/a] Informante vertaalt zin niet. sound
hulpinterviewer [v=297] Komt deze zin vuur in dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in dialect. Vertaal. Zou hij dat gedaan gekund hebbn. [/v] sound
informant [a=n] Nee is ook nie goed. [/a] Informante vertaalt zin niet. sound
hulpinterviewer [v=305] Komt deze zin veur in dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in dialect. Vertaal. Zou hij dat doen gekund hebbn. [/v] sound
commentaarInformante vertaalt zin niet.  sound
informant [a=n] Nee das ook niet helemaal. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer Is het niet de bedoeling dat we dan even zeggen hoe het dan wel moet. Hoe wij het dan wel zoude zegge. Zou hij dat hebben kunne doen. sound
informant Hebben kunnen doen. Ja dan kan et wel. sound
informant Zou hij dat gedaan hebben gekund nee dat is geen goed Vriezenveens. Zou hij dat gedaan geku nee. Hebben kunnen doen dat moes zijn. sound
informant Zou hij dat doen nee. sound
hulpinterviewer [v=309] Komt dese zin veur in dialect. Vertaal. Ik heb geen zin en voere de koeien. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Dat zeg je anders. Ik heb geen zin in koeien voeren of om de koeien te voern. Ik heb geen zin um de beeste te voern. [/a] sound
hulpinterviewer [v=316] Komt deze zin veur in dialect. Vertaal. De politie zou bij hem komen en nemen hem mee. [/v] sound
informant [a=n] Nee da nie goed. De politie zou bi jum komn um num met nemn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=317] Komt deze zin veur in dialect. Vertaal. Marie al haar koeien zijn verdronke bij de overstroming. [/v] sound
informant [a=n] Nee zin klopt ook nie. Dan zoue wi zeggn alle koein van Marie alle beeste van Marie zind verdronkn bi de overstroming. [/a] sound
hulpinterviewer [v=319] Komt disse zin vuur in dialect. Dit denk ik niet oan. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Daar denk ik niet oan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=321] Komt disse zin vuur in dialect. Der jongen zind met naar de markt eweest. [/v] Hulpinterviewer zegt 'Der jongen zind met naar de markt eweest': onduidelijk of daar ook 'ik' in zit gezien de vorm 'zind'. sound
informant [a=n] Nee. Dan zou wi zeggn met der jongen zind naar de markt eweest. [/a] sound
hulpinterviewer [v=328] Komt dese zin veur in dialect. Jan vindt daj moet zulke dingen niet geloovn. [/v]

da j
sound
informant [a=n] Nee da moet zeggn Jan vindt daj zulke dingen niet moet geloovn. [/a]

da j
sound
hulpinterviewer [v=329] Komt deze zin veur in dialect. Ik heb nog nooit iemand boos zien worden op deze jongen. Ik geloof deze jongen vinde ze allemaal wel aardig. [/v] Komt terug in nagesprek. sound
informant [a=n] Ik heb nog nooit iemand hellich zien won op disse jongen. Ik gelove datse disse jongen allemaal aardig datse disse jongen wel allemaal aardig vind. [/a]

dat se
sound
hulpinterviewer [v=331] Komt deze zin veur in dialect. Vertaal. Ik heb heel wat lopen gedaan. [/v] sound
informant [a=j] Ja. Ik heb heel wat loopn edaa. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=339] Vertaal. Niemand magget zien dus ik vin dat jij het ook niet mag zien. [/v]

mag et
sound
informant [a] Nums magt see en ik vinne das ie het ook niet magt see. [/a]

mag t
tagging sound
hulpinterviewer [v=347] Komt disse zin veur in dialect. Hoe gebruikelijk is dese zin in dialect. Ik weet dat hij is gaan zwemmn. [/v] sound
informant [a=j] Ja. Ik wete dat hij is ik wete dat hije ga zwemmn is egaan. [/a] Het lijkt erop of informante voor werkwoord 'zwemmn' ook al 'ga' zegt. Wel als 'a=j' getranscribeerd, maar opmerkelijke vertaling. sound
hulpinterviewer [v=350] Komt disse zin veur in dialect. Hoe gebruikelijk is disse zin in dialect. Vertaal. Ik weet dat hij gaan zwemmen is. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat klopt nie. Ik wete dat hij is gaan zwemmn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=351] Komt deze zin veur in dialect. Hoe gebruikelijk is dese zin in dialect. Vertaal. Ik weet dat hij zwemmen is gaan. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Da klopt nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=352] Komt disse zin veur in dialect. Hoe gebruikelijk is disse zin in dialect. Vertaal. Ik weet dat hij zwemmn gaan is. [/v] sound
informant [a=n] Nee klopt ook nie. Ik weet dat hij is ga zwemmn of hen zwemmn is egaan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=353] Komt deze zin vuur in dialect. Vertaal. Wil je nog koffie Jan. Jaak. [/v] sound
informant [a=n] Jan wil je nog koffie. Of wil je nog koffie Jan. Beetje vreemd he. Ja ik. Ja ik nee. Ja aste blijf zeg je dan. [/a]

as te
tagging sound
hulpinterviewer [v=355] Komt disse zin vuur in dialect. Vertaal. Hebbe ze gegeten. Jaanze. [/v] sound
informant [a=n] Hebben ze heb ze _. Jaanze nee. Dat komt nie veur. [/a] Informante vertaalt zin niet echt. tagging sound
hulpinterviewer [v=364] Komt disse zin veur in dialect. Vertaal. Is hum dood. [/v] Komt terug in nagesprek. sound
informant [a=n] Nee. Zijn ze dood. Zind ze dood. [/a] Hulpinterviewer zegt 'hum' en informante vat dit op als 'hun' (meervoud). Ze antwoordt ontkennend en geeft dan ook 'Zijn ze dood' of 'Zind ze dood' als mogelijke vertaling. Hulpinterviewer komt wel op 'hem' terug. sound
hulpinterviewer Is hem. Is hij dood. sound
hulpinterviewer Is hem dood. sound
informant Nee. sound
hulpinterviewer Is hij dood. sound
hulpinterviewer [v=370] Vertaal. Dat is de man die ze geroepen hebben. [/v] Komt terug in nagesprek. sound
informant [a] Dat is een kerel der ze roepn hebt. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=371] Vertaal. Dat is de man die het verhaal heef verteld. [/v] Komt terug in nagesprek. sound
informant [a] Daddis een kerel dert verhaal verteln hef. [/a]

dad is der t
tagging sound
hulpinterviewer [v=372] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Daddis een kerel woos ik van denke dattet verhaal verteld hef. [/a]

dad is dat et
tagging sound
hulpinterviewer [v=373] Vertaal. Dat isse man die ik denk dat ze geroepen hebben. [/v]

is e
sound
informant [a] Dat is een kerel waar van ik denke dat zem roepn hebt. [/a]

ze m
tagging sound
hulpinterviewer [v=387] Komt disse zin veur in dialect. Wanneer zal de wereldvrede koomn. Nooit niet. [/v] Komt terug in nagesprek. sound
commentaarInformante zegt dat het wel kan, maar antwoordt met 'Nooit een keer' ipv 'Nooit niet', dus toch 'a=n'.  sound
informant [a=n] Ja da kan je wel zeggn tuurlijk. Wanneer zal de wereldvrede koom. Nooit een keer. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Ik denke nooit. [/a] sound
informant Of misschien wel nooit. sound
hulpinterviewer [v=397] Vertaal. Schijnt dat ze niets mag eten. [/v] Hulpinterviewer spreekt zin volgens mij uit zonder 't' voor 'schijnt'. Komt terug in nagesprek. sound
informant [a] Et schijnt dat ze niks mag jeetn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=403] Vertaal. Het lijkt wel offer iemand in de tuin staat. [/v]

of er
sound
informant [a] Het lijk wel ofter bij een in hof staat. [/a]

of ter
tagging sound
commentaarInformante geeft opmerkelijke vertaling.  sound
hulpinterviewer [v=459] Komt deze zin veur in dialect. Hij heef de bal egooid in de mand. [/v] sound
informant [a=n] Hij heef een bal in korf egooid. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=485] Komt dese zin veur in dialect. Vertaal. Zal ik koken. Dat doe maar. [/v] sound
commentaarNiet helemaal goed te verstaan of informante 'doe et maar' of 'doet maar' zegt, maar ik denk het eerste.  sound
informant [a=n] Zal ik kookn. Doe et maar. Dowe maar. [/a] sound
hulpinterviewer [v=486] Komt dese zin veur in dialect. Vertaal. Dat boek beloof mij dat je nooit meer zult verstoppen. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat klopt nie. Beloof mi daj dat boek nooit meer zult verstoppn. [/a]

da j
sound
hulpinterviewer [v=487] Komt dese zin veur in dialect. Vertaal. Wat zeg mij dat je gekocht hebt. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat klopt nie. Zeg mi wa je kocht hebt. [/a] sound
hulpinterviewer [v=495] Hoe gebruikelijk is dese zin in dialect. Ik denk dat je veel weg zal moete gooin. [/v] Hulpinterviewer vergeet 'Komt deze zin voor in uw dialect' te zeggen. De zinnen 'Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien' en 'Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien' worden NIET afgevraagd! Komt terug in nagesprek. sound
informant [a=j] Ja is wel goed. Ik denke daj veel weg zult moetn gooin. [/a]

da j
tagging sound
hulpinterviewer [v=501] Komt dese zin veur in dialect. Vertaal. Marie zit te stoofperen schillen. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat moe je iets anders zeggn. Marie zit stoofpeern te schilln. [/a] sound
hulpinterviewer [v=502] Komt dese zin veur in dialect. Vertaal. Marie zit stoofperen en schillen. [/v] sound
informant [a=n] Nee da klopt nie. [/a] Informante vertaalt zin niet. sound
hulpinterviewer [v=520] Vertaal. Wat voor boeken heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Wat voor boekn hejje kocht. [/a]

he je
tagging sound
hulpinterviewer [v=526] Vertaal. Wie heeft je op de kermis gezien. [/v] sound
informant [a] Wee heffu op de kermis esee. [/a]

hef u
tagging sound
hulpinterviewer [v=047] Vertaal. Die aardappelen schillen niet gemakkelijk. [/v] sound
informant [a] Dee erpel schilt niet gemakkelijk. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=048] Vertaal. De sneeuw smelt in de zon. [/v] sound
informant [a] De sneeuw smelt in de zon. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=273] Vertaal. Marie trok de deken naar zich toe. [/v] sound
informant [a] Marie trok de deken op zich oan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=530] Komt dese zin veur in dialect. Marie zei dat ie Piet een boek hebt geprobeerd te verkoopn. [/v] sound
informant [a=j] Marie zei dat ie Piet het boek hebt probeern te verkoopn. Ja dat is wel gewoon. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=531] Komt dese zin veur in dialect. Wim dachen dat ik Els ha geprobeerd een cadeau te geevn. [/v] sound
informant [a=n] Ja is ietsies verdraaid. Wim dachen dat ik ha probeerd Els een cadeau te geevn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=532] Komt dese zin veur in dialect. Karel weet dat ie heb geprobeerd Marie een boek te verkoopn. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja dat klopt zo. Karel weet das ie probeerd hebt een boek te verkoopn. [/a] sound
commentaarInformante neemt 'Marie' niet op in vertaling! Wel als 'a=j' getranscribeerd omdat informante zegt dat zin goed is.  sound
hulpinterviewer [v=512] Komt dese zin veur in dialect. Zoon ding een heb ik nog nooit esien. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat klopt nie helemaal. Zoon ding ee _. Zulk soort ding _. Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=515] Komt dese zin veur in dialect. Ie zind ook een rare een. [/v] sound
informant [a=n] Ie zind ook ne raren. [/a] sound
hulpinterviewer En 512 zoon ding heb ik nog nooit esien. sound
informant Ja zonder ene der bi achter. sound
veldwerker [n][v=027] Zou u nog eens kunne vertale. Vertel maar niet wie zij had kunne roepe. [/v] sound
informant [a] Vertel maar niet wee had ze ha kunn roepn. [/a] tagging sound
veldwerker Want u zegt vertel maar niet wee had ze han kunnn roepn. sound
informant Wee had ze ja. Wee dat betekent wie. sound
veldwerker Kan u ook zegge vertel maar niet wee ze had kunn roepen. sound
informant [a=j] Ook wel. [/a] sound
veldwerker [v=057] Zou u nog eens kunne vertale. Als zij zo gevaarlijk leeft leeft ze niet lang meer. [/v] sound
informant [a] As sij zo gevaarlijk leef leeft ze niet lang meer. [/a] tagging sound
veldwerker [v=087] Daarnet had u gezegd de zin Eddy moet kunne vroeg op staan. Dat die nie goed is in et Vriezenveens. Hoe zou u dat dan wel zegge. [/v] sound
informant [a=n] Eddy moet vroeg op kunnn sta. [/a] sound
veldwerker [v=137] U zei dat de zin hij wil geen soep niet meer ete nie goed is int Vriezenveens. Hoe zou u dat dan wel zegge. [/v]

in t
sound
informant [a=n] Hij wil geen soep meer eetn. [/a] sound
veldwerker [v=140] Kan u eens vertale. Zitten hier nergens geen muize. [/v] sound
informant [a=n] Zitten hier nergens muizen. [/a] sound
veldwerker [v=157] Kan u eens vertale. Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebbe. [/v] sound
informant [a=n] Jan weet datte veur drei uur de wagen emaakt moet hebbn. [/a]

dat e
sound
veldwerker [v=198] Kan u eens vertale. Hij kan staan zeure. [/v] sound
informant [a] Hij ka sta zeurn. [/a] Informante twijfelt erg of deze vertaling wel mogelijk is. tagging sound
informant Vind et een vreemde zin. sound
veldwerker Hoe zou u dat dan zegge. sound
informant Hij zeurt. sound
hulpinterviewer Hij staat te zeurn. sound
informant Ja of hij staat te zeurn. sound
veldwerker Maar hij kan staan zeuren is nie heel slecht. sound
informant Zo zeg je dat hier nie. sound
hulpinterviewer Ja. sound
hulpinterviewer Hij kan vervelend zeurn. sound
veldwerker [v=246] Kan u innet Vriezenveens zegge doet Marie elke avond danse. [/v]

in et
sound
informant [a=n] Danst Marie elkenavond. [/a]

elken avond
sound
informant Ja je kunt wel zeggn doet Marie maar da klinkt gebrekkig. sound
veldwerker [v=259] Kan u nog eens vertale. Wie geld heeft moet mij maar wat geve. [/v] sound
informant [a] Wee het geld hefte moet mi maar wat geevn. [/a] tagging sound
veldwerker [v] Zou u ook kunne zegge deen het geld heeft moe mi maar wat _. [/v] sound
informant [a] Deenet geld hef ja. Deen et geld hef moet mi maar wat geevn. [/a]

deen et
tagging sound
veldwerker Kunne allebei. sound
informant Kan allebei ja. sound
veldwerker [v=329] Kan u eens vertale int Vriezenveens. Ik geloof deze jongen vinde ze allemaal wel aardig. [/v]

in t
sound
informant [a=n] Ik gelove dasse dese jongen allemaal wel aardig vind. [/a]

das se
sound
veldwerker U kan nie zegge ik gelove dese jongen vinde ze allemaal wel aardig. sound
commentaarHet lijkt erop of er een stukje van het gesprek ontbreekt! Het antwoord dat de informante hier geeft bevat duidelijk het werkwoord 'eten' en is volgens mij van toepassing op vraag 355 'Hebben ze gegeten. Jaanze' terwijl het stellen van deze vraag (355) door Jeroen niet op de cd staat omdat Jeroen nog bezig was met vraag 329. Dit antwoord (dat m.i. bij vraag 355 hoort!) volgt dus nu op vraag 329.  sound
informant Jeetn. Of heb ze wat ejeetn wordt ook wel gezegd. sound
veldwerker [v=364] Kan u gewoon eens vertale. Is hij dood. [/v] sound
informant [a=n] Isse dood. [/a]

is e
sound
veldwerker [v=370] Kan u nog eens vertale. Dat is de man die ze geroepe hebbe. [/v] sound
informant [a] Dat is een kerel der ze roepn hebt. [/a] tagging sound
informant [a] Dat is den kerel den had ze eroepn hebt. [/a] tagging sound
veldwerker [v=371] En dat is de man die het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Dat is een kerel dert verhaal verteln hef. [/a]

der t
tagging sound
informant [a] Dat is een kerel der net verhaal verteln hef. [/a] tagging sound
veldwerker [v=387] Ja als iemand vraagt wanneer zal de wereldvrede kome. Kan de ander dan zegge noet niet. [/v] sound
informant [a=n] Misschien wel nooit. [/a] sound
veldwerker Maar ze kan nie zegge noet niet. sound
informant [a=n] Nee nooit niet da zouwe we hier niet zeggn. [/a] sound
veldwerker [v=397] Kan u nog eens vertale. Et schijnt dat ze niks mag ete. [/v] sound
informant [a] Et lijkt datse nee et schijnt datse niks mag jeetn. [/a]

dat se
tagging sound
veldwerker [v] Mag die et weg gelate worde. Kan je ook zegge schijnt dat ze niks mag ete. [/v] sound
informant [a=n] Nee der moet een t veur. Het schijnt. [/a] sound
veldwerker [v=495] Kan u eens vertale voor mij. Ik denk dat je veel zou weg moete gooie. [/v] sound
informant [a=j] Ik denke da je vele weg moetn gooin. Ik denke da je vele zult weg moetn gooin. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a=n] Ik denke da je vele weg zult moetn gooin. [/a] sound
veldwerker [v] En kan u nog eens vertale. Ik denk dat je veel zal moete weg gooie. [/v] sound
informant [a=j] Ik denk daj vele zult moetn weg gooin. Zult weg moetn gooin ja tkan allebei. [/a][/n]

da j t kan
tagging sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
006 Gisteren wandeldiede door het park Vertaling ontbreekt. komt voor : n
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland komt voor : j
245 De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen 1 invullen bij ANTWOORD 1; 2 invullen bij ANTWOORD 2 komt voor (1) : n
komt voor (2): n
246 Doet Marie elke avond dansen? komt voor : j
opmerking: klinkt beetje krom, maar kan wel
248 Ik doe wel even de kopjes afwassen komt voor : j
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : n
vorm: waar at de moeder van
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : n
vorm: de jongen zijn moeder
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: waar at ze
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: daarop
267 Hij heeft zijn handen gewassen als zonder reflexief vertaald, vragen of de variant met 'zich' ook kan voorkomen. Varianten opnemen als 'komt voor'-vragen. Als 'zich' voorkomt dan 'zijn handen' en 'de handen' afvragen. komt voor : j
vorm: niet met sich, zou kunnen
296 Zou hij dat gedaan hebben gekund? Vorm voltooid deelwoord: zie W25 komt voor : n
vorm: kunnen gedaan hebben
297 Zou hij dat gedaan gekund hebben? Vorm voltooid deelwoord: zie W25 komt voor : n
355 Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze Letten op congruentie-n komt voor : n
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : n
vorm: dat ze geroepen
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
vorm: numes
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
vorm: nais
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
vorm: geen een
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. komt voor : n
502 Marie zit stoofperen en schillen komt voor : n
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt. komt voor : n
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. vorm: hij
730 Hoe laat is dat eigenlijk? komt voor : n
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wie
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wie
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). vorm: wee-e
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: je weet
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: du west
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: weetst du
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: weetste
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: daje
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: daste
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: sind
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. komt voor : n
vorm: zij
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. vorm: kust mekaar
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) vorm: sich
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
vorm: d'r
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
vorm: doar
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : j
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : j
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : n
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : j
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM vorm: as ie daje leeft leeft
751 Asse ze denken datte ze moeten gaan, dan gane ze maar (KOMT VOOR + VERTAAL). komt voor : n
vorm: asse datse goan
752 An ze denken dan ze moeten gaan, gaan ze maar komt voor : n
vorm: asse datse goan
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) vorm: als iedere
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) vorm: alsne enkele
755 Asse we horen datte we moeten gaan, gane we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
756 An we horen dan we moeten gaan, gaan we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : j
vorm: amme damme
760 Asse jullie horen datte jullie nodig zijn, gane jullie meteen. komt voor : n
vorm: gane
761 An jullie horen dan jullie nodig zijn, gaan jullie meteen. komt voor : n
vorm: gane
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: k goa
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goa k
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: je goat
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goj
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: du gehst
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: gehst du
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hij geht
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geht e
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: se geht
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geht se
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: t geht
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geht t
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: amme goat
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gao me
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ielui gaot
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goat ieluie
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ze goat
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goat ze
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM vorm: gaot
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: k gang
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gang ie
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ie gong
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gang ik
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: du gangst
opmerking: du is vorm van u
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gang hij
opmerking: du is vorm van u
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hij gang
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gangst du
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: zij gang
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gangt
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: t gang
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gang ze
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: wie gang
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: gan ielui
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ieluie gang
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gang wie
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: se gang
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gang ze
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
vorm: wie of er aan de deur was
opmerking: wie of er aan de deur was kan ook
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: den at
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: den at
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: den at
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: den at
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : j
vorm: den
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : j
vorm: woar as ik van denke
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: dan as ik dat ze
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
vorm: moet kunnen zien
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : j
vorm: bezig weg te gooien
807 Marie zit te stoofpeer schillen. komt voor : n
808 Marie zit te stoofperen schillen. komt voor : n
809 Marie zit te piano spelen. komt voor : n
810 Hij zit weer te voorzeggen. komt voor : n
812 Hoe haal je het in je hoofd en gooi met eten? In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
813 Hoe haal je het in je hoofd en gooien met eten? In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
vorm: met eten te gooien
814 Hij heeft geen zin en voeren die koeien weg. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
815 Hij heeft geen zin en voer die koeien weg. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
816 Hij heeft geen zin en wegvoeren die koeien. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : n
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : j
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : j
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : j
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : j
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : n
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : n
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : j
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : n
opmerking: wordt wel es gezegd; hij heeft hier gisteren geweest
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: zich
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM vorm: zich
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM vorm: zichzelf
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM vorm: sich