SAND-data Den Ham (G139p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03025) vertaling: Jan kan zich det verhaal wal herinner'n
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03025) vertaling: Marie en Piet ziet mekaar bie de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03025) vertaling: Toon wast 't hem
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03025) vertaling: De timmerman zit zonder spiekers
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03025) vertaling: Fons zag een slange nost zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03025) vertaling: Erik leut mie veur em wark'n
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03025) vertaling: Johanna leut zich met driev'n op de golf'n
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03025) vertaling: Toon bekeek zichzelf es goed in 't spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03025) vertaling: Jan hef in 2 minut'n een biertie edrunk'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03025) vertaling: Disse schoene loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03025) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03025) vertaling: Ward hef e heurd dat 't er foto's van hemzelf in de etalage staot
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03025) vertaling: Die eerpel schil'n valt niet met.
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03025) vertaling: Dit glas is kapot as 't op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03025) vertaling: Dokter lèv ik wal gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03025) vertaling: Al jaor'n lèft e van de arfenisse van zien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03025) vertaling: Disse wekke lèft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03025) vertaling: Lèf't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03025) vertaling: Hoelang lèft jullie noe al van die arfenisse?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03025) vertaling: Hoelang lèft jullie noe al van die arfenisse?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03025) vertaling: Hoelang lèft oeleu noe al van die arfenisse?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03025) vertaling: Hoelang lèft oeleu noe al van die arfenisse?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03025) vertaling: In Bretagne lèft ze veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03025) vertaling: Na 't ett'n gao'k slaop'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03025) vertaling: Zo'k dat wal konnen doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03025) vertaling: Hij lot zien hoes abrekk'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat Jan hard mut konn'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat Jan hard mut konn'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat Jan hard mut konn'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03025) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03025) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03025) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03025) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03025) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03025) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03025) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03025) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03025) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03025) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03025) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03025) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03025) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03025) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03025) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03025) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03025) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03025) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03025) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03025) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03025) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03025) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03025) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03025) vertaling: Jan hef geeneen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03025) vertaling: Jan hef geeneen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03025) vertaling: Jan hef gin boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03025) vertaling: Jan hef gin boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03025) vertaling: Jan hef gin boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03025) vertaling: Boek'n hef Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03025) vertaling: Jan hef niet volle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03025) vertaling: Er mag niems praoten aover dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03025) vertaling: Er mag niemand praoten aover dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03025) vertaling: Er mag niemand praoten aover dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03025) vertaling: Er mag niems praoten aover dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03025) vertaling: Niemand mag hier aover praot'n
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03025) vertaling: Niemand zegt dat hij kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03025) vertaling: Zit hier nargens moes'n?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03025) vertaling: Ik gefe niks an 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03025) vertaling: Niemand wil wark'n
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03025) vertaling: Niemand wil wark'n
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03025) vertaling: Geen mense wil wark'n
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03025) vertaling: Geen mense wil wark'n
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03025) vertaling: Wie wuss'n nie dat e in hoes was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03025) vertaling: Ik wusse het ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03025) vertaling: Hij mag met geen iene praot'n over disse problematiek
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03025) vertaling: Jan weet dat e veur drie uur de wag'n e maakt mut heb'n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03025) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03025) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03025) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03025) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03025) vertaling: Marie her auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03025) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03025) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03025) vertaling: Den kerl zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03025) vertaling: Den man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03025) vertaling: Die auto is niet van mie maar van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03025) vertaling: Kraante van gistern ligt onder de televisie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03025) vertaling: Jan is Karolien en Kristien zien breurtie
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03025) vertaling: Die jongens hun fietsen bint e steul'n
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03025) vertaling: Die zuss'n d'r moe is op visite
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03025) vertaling: Das Wim zien auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03025) vertaling: Das mien fietse
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03025) vertaling: Hij mag met geen mense hier aover praot'n
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03025) vertaling: Ik wille niemand zeer doen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03025) vertaling: Het is jammer dat wie niet magt kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03025) vertaling: Det gao ik nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03025) vertaling: Ik hebbe nie e warkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03025) vertaling: Hie had het net verteld of Marie begun te huul'n
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03025) vertaling: Gao die bestelling maor ophaal'n
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03025) vertaling: Hij dot niks
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03025) vertaling: Ik verbier oe um hier te komm'n
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03025) vertaling: Jan veurkwam dat wie Marie beld'n
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03025) komt voor: j
fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03025) komt voor: j
fragment: daar te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03025) komt voor: j
fragment: daar te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03025) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03025) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03025) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03025) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat jullie op niemand hellig bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat zij op niks hots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03025) vertaling: Els denkt dat 't niet gemakkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat ik te late benne en ie niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03025) vertaling: Je weet toch dat ie mut wark'n en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03025) vertaling: Iederene denkt dat wie naor huus gao en dat zie nog magt bliev'n
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03025) vertaling: Het spiet mie dat hij kump en dat zie weg giet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03025) vertaling: Het is jammer dat hij kump en dat zie weg giet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03025) vertaling: Het is jammer dat hij kump en dat zie weg giet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03025) vertaling: Het spiet mie dat hij kump en dat zie weg giet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03025) vertaling: Ik denke dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03025) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje gaot houw'n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03025) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03025) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03025) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03025) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03025) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03025) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03025) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03025) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03025) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03025) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03025) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03025) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03025) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03025) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03025) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03025) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03025) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03025) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03025) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03025) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03025) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03025) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03025) komt voor: j
fragment: toen (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03025) komt voor: j
fragment: toen (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03025) komt voor: j
fragment: toen (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03025) vertaling: Wat dach ie wie ik in de stad teg'n kwam?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03025) vertaling: Hoe denkt jullie dat ze det op e lost hebt
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03025) vertaling: Hoe denk ie dat ze dat hebt op e lost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03025) vertaling: Magda weet nie dat wie woll'n bell'n
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03025) vertaling: Wie weet wat wie e reup'n hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03025) vertaling: Wie denk ie wie ik teg'nkwam in de stad
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03025) vertaling: Wie denk ie wie ik e zien hebbe in de stad
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03025) vertaling: Hie hef zien haanne e woss'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03025) vertaling: Hie hef zien hemd e woss'n
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03025) vertaling: Hie hef een hoed op 't heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03025) vertaling: Hie hef een vlekke in zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03025) vertaling: Hie hef zien bien e brokk'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03025) vertaling: Hie hef zich zèr edaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03025) vertaling: Marie trok de dèk'n op zich an
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03025) vertaling: Luc weet dat 't er foto's van em zelf te koop zint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03025) vertaling: Je herinnert oe toch wa daj toendeur dat bos elop'n hebt
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03025) vertaling: Ik herinner mie dat de auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03025) vertaling: Zie herinnert zich dat e as een vark'n zat te ett'n
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03025) vertaling: Wie herinnert ons wa dat alle boek'n van Jan e stol'n war'n maar zie herinnert et zich niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03025) vertaling: Weej nog da'zze wie Jan op de markt e zien hebt
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03025) vertaling: Hie hef zich een brokke warkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03025) vertaling: Hie veul'n zich deur 't ies zakk'n
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03025) vertaling: Soll hij dat e daon konn'n hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03025) vertaling: Soll hij dat e daon konn'n hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03025) vertaling: Soll hij dat e daon konn'n hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03025) vertaling: Soll hij dat e daone konn'n hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03025) vertaling: Soll hij dat e daone konn'n hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03025) vertaling: Soll hij dat e daone konn'n hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03025) vertaling: Soll hij dat e daon hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03025) vertaling: Soll hij dat e daon hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03025) vertaling: Soll hij dat e daon hem
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03025) fragment: e konnt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03025) fragment: e daon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03025) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03025) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03025) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03025) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03025) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03025) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03025) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03025) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03025) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03025) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03025) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03025) vertaling: Wie mot naor de schure ende koei'n voer'n
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03025) vertaling: Wie mot naor de schure ende koei'n voer'n
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03025) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03025) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik denke hie is vort
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik denke hier is vot
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik denke hier is vot
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik denke hie is vort
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik denke hier is vot
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik denke hie is vort
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03025) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik weette hij is vot
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik weette hie is vort
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik weette hie is vort
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik weette hij is vot
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik weette hij is vot
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03025) vertaling: Ik weette hie is vort
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03025) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03025) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03025) vertaling: Kase maok'n week niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03025) vertaling: Kase maok'n week niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03025) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03025) vertaling: Ik hebbe a de eerste drie somm'n e maakt. Welke ie?
komt voor: j
opm.: uit vertaling blijkt 'nee'
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03025) vertaling: Ik hebbe a de eerste drie somm'n e maakt. Welke ie?
komt voor: j
opm.: uit vertaling blijkt 'nee'
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03025) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03025) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03025) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat Jan naor de markt e west hef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat Jan naor de markt e west hef
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03025) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03025) vertaling: Ik heb heel wad loop'n edaon
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03025) vertaling: Ik heb heel wad loop'n edaon
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03025) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03025) vertaling: Hie deud zich veur offe net uut berre kwam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03025) vertaling: Hie deud zich veur offe net uut berre kwam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03025) vertaling: De schilder is hier ewes te schildern
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03025) vertaling: De schilder is hier ewes te schildern
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03025) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03025) vertaling: In die tied leef'n ik raak
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03025) vertaling: Vrogger leemde as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03025) vertaling: Daar lèven wie as god in frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03025) vertaling: Niims mag 't zie dus ie ok nie
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03025) vertaling: Het gebeurn toen ie vot ging'n
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03025) vertaling: Ik weerre waor aj gebor'n bint
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03025) vertaling: Noe aj klaar bent maj goan
opm.: nu als - ja
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03025) vertaling: Deurdat Marie e storm was hef her man Anna nie meer konn help'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat hij gaon zwemm'n is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03025) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03025) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03025) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03025) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03025) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03025) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03025) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03025) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03025) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03025) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03025) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03025) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03025) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03025) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03025) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03025) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03025) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03025) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03025) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03025) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03025) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03025) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03025) komt voor: n
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03025) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03025) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03025) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03025) komt voor: j
fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03025) komt voor: j
fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03025) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03025) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03025) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand hellig bint
opm.: zin niet letterlijk vertaald (tweeledige negatie verloren) geen betekenis aangekruist
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03025) vertaling: Wim denkt dat wie nooit iemand een pries geeft
opm.: zin niet letterlijk vertaald (tweeledige negatie verloren) geen betekenis aangekruist
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03025) vertaling: Het is waor dat ze niet met Marie magt praot'n
opm.: geen betekenis aangekruist
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03025) vertaling: nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03025) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03025) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03025) vertaling: gien iene
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03025) vertaling: gien iene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03025) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03025) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03025) vertaling: gieniene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03025) vertaling: Zeg em niet da 'k naor boet'n e west benne
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03025) vertaling: Nie zeg'n daj een cadoo feur em ekocht hebt
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03025) vertaling: Weej nie dat e e voll'n is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03025) vertaling: Wendy trachn um gieniene seer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03025) vertaling: 't Schient dat ze niks mag ett'n
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03025) vertaling: Zie schient niks te mag'n ett'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03025) vertaling: Zie probeert de hele dag al mekaar op te bell'n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03025) vertaling: Het belooft weer een mooi'n dag te word'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03025) vertaling: 't Is misschien better um nog eff'n te wachen
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03025) vertaling: Wie hoff'n 't da w'em gelieke terugge e vonn'n
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03025) vertaling: As de kipp'n 'n valke ziet, bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03025) vertaling: A'w de eerpel nie kunt verkoop'n hè w'een probleem
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03025) vertaling: Aij em nie met nemt wir ik hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03025) vertaling: Hie wos't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03025) vertaling: Op dit feest word volle edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03025) vertaling: Noe wordt er allene nog mar stoete verkoch in disse winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03025) vertaling: As e met de fietse kump, zal e wel late ween
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03025) vertaling: Aj tied hebt, kom es een keertie langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03025) vertaling: Ak geld hebbe 'k koop ik een duur'n auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03025) komt voor: n
opm.: in het antwoord op Z6i gebruikt informant wel subjectdubbeling (in de eerste persoon enk)
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03025) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03025) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03025) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03025) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03025) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03025) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03025) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03025) vertaling: Ik heb het em e gee'm
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03025) vertaling: Ik heb het em e gee'm
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03025) vertaling: Sie lèft op water en brood disse wekke
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03025) vertaling: Sie lèft op water en brood disse wekke
komt voor: j
opm.: dav
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03025) vertaling: Marie hef e zegd dat ie een vassie hebt probeern te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03025) vertaling: Marie hef e zegd dat ie een vassie hebt probeern te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03025) vertaling: Marie hef e zegd dat ie probeert hebt een vassie te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03025) vertaling: Marie hef e zegd dat ie probeert hebt een vassie te zing'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03025) vertaling: Marie hef e zegd dat ie probeert hebt her een boek te geem
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: niet ingevuld of zin met of zonder te voorkomt
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: niet ingevuld of zin met of zonder te voorkomt
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03025) komt voor: j
opm.: niet ingevuld of zin met of zonder te voorkomt
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03025) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03025) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03025) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03025) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: niet ingevuld of zin met of zonder te voorkomt
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: niet ingevuld of zin met of zonder te voorkomt
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03025) vertaling: Die uut de stad hebt hier volle huuzze ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03025) vertaling: Ande niuewe vaort daor ziej geen mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03025) vertaling: Gistern is Jan hier e west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03025) vertaling: Den dag dat Jan opbel'n was ik nie in hoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03025) vertaling: Jef, den zol ik nooit uutneudigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03025) vertaling: Marie, den zol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03025) vertaling: Bert, den drinkt wel es een glaassie te volle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03025) vertaling: Martha, den zoll ik wel es bie mie thuus wil uut neudigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03025) vertaling: Det huus, dat zo'k nooit will'n koop'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03025) vertaling: Det huus, dat stiet daor al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03025) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03025) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03025) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03025) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03025) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03025) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03025) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03025) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03025) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03025) vertaling: Hef Gunther e beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03025) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03025) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03025) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03025) vertaling: Geef ach!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03025) vertaling: Geef ach!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03025) vertaling: Geef ach!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03025) vertaling: Let op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03025) vertaling: Let op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03025) vertaling: Let op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03025) vertaling: 't Was maar net genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03025) vertaling: 't Was maar net genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03025) vertaling: 'k Had d'r net genog an
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03025) vertaling: 'k Had d'r net genog an
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03025) vertaling: Marjo hef noe meer koei'n dan ze vrogger had'n
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03025) vertaling: As Suzanne had kon'n komm'n dan had ze det edaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03025) vertaling: Zie is de beste dokter den ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03025) vertaling: Veur aj iets weggooit muj eff'n bell'n
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03025) vertaling: Hier is alles wat ik ekreeg'n hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03025) vertaling: Jan is te knieperig um iets an zien kind'ren te geem'n
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03025) vertaling: Asof ie iets van voetball'n weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03025) vertaling: Det boek leg neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03025) vertaling: Aj echt nie kont wach'n dan kom ie mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat Jan de dokter had kon'n roep'n
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03025) vertaling: Ik weette dat Jan de dokter e reup'n kon hem'n
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03025) vertaling: Hie zei dat ik het had mutt'n doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03025) vertaling: Hie zei dat ik et edaon mos hem'n
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03025) vertaling: Hie is veurige wekke deur dokter Mertens opereert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03025) vertaling: Hie wordt morg'n deur dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03025) vertaling: Ik denke daj volle weg mot gooi'n
positie: 3
opm.: twijfelgeval positie 1: informant vult op positie 1 'wel' in (doch in vertaling staat 'weg' niet in positie 3) informant laat wel 1 werkwoord weg in de vertaling
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03025) vertaling: Ik denke daj volle weg mot gooi'n
positie: 3
opm.: twijfelgeval positie 1: informant vult op positie 1 'wel' in (doch in vertaling staat 'weg' niet in positie 3) informant laat wel 1 werkwoord weg in de vertaling
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03025) vertaling: Het is dom um zulke dure dinge weg te gooi'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03025) vertaling: Het is dom um zulke dure dinge weg te gooi'n
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03025) vertaling: Hie is alle kapotte spull'n an 't weg smieten
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03025) vertaling: Hie is alle kapotte spull'n an 't weg smieten
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03025) vertaling: Ik vinne daj vaker de kraante zoll'n mot'n lèzen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03025) vertaling: Ik vinne daj vaker de kraante zoll'n mot'n lèzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03025) vertaling: Het is dom um in 't duuster de kraante te lèzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03025) vertaling: Het is dom um in 't duuster de kraante te lèzen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03025) vertaling: Hie is de hele dag de kraante an 't lèzen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03025) vertaling: Hie is de hele dag de kraante an 't lèzen
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03025) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03025) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03025) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03025) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03025) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03025) vertaling: Robert hef ien greun'n appel vot e geem'n en noe hef e nog twee rooi'n
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03025) vertaling: Er was volle volk op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03025) vertaling: Waar'n dér volle mens'n op 't feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03025) vertaling: Wat veur beuke heb ie ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03025) vertaling: Wat heb ie veur boek'n ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03025) vertaling: Wat heb ie veur boek'n ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03025) vertaling: Wat veur beuke heb ie ekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03025) vertaling: Hie woont bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03025) vertaling: Hie woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03025) vertaling: Gao eff'n naor de bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03025) vertaling: Wie heb ie e ziene?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03025) vertaling: Wie hef oe eziene?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03025) vertaling: Ak dat e weet'n harre, ha'k et niet edaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03025) vertaling: 't Soll better ween um nog em' te wachen
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03025) vertaling: Gelukkig had Jan 'n dokter ebeld en den was d'r snell
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03025) vertaling: Loop noe toch deur, nare jong'ns
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: informant geeft niet aan of zin met of zonder 'te' voorkomt
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: informant geeft niet aan of zin met of zonder 'te' voorkomt
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03025) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: informant geeft niet aan of zin met of zonder 'te' voorkomt
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03025) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: informant geeft niet aan of zin met of zonder 'te' voorkomt
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03025) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03025) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03025) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03025) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03025) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Den Ham

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Den Ham