SAND-data Kerkenveld (G075c)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02985) vertaling: Jan herinnert hum dat verhaal wel
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02985) vertaling: marie en Piet ziet mekaar veur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02985) vertaling: Toon die wast hum
opm.: herhalend subjectpronomen reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02985) vertaling: Toon die wast hum
opm.: herhalend subjectpronomen reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02985) vertaling: Toon is hum aan 't wassen
opm.: herhalend subjectpronomen reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02985) vertaling: Toon is hum aan 't wassen
opm.: herhalend subjectpronomen reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02985) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bij hum
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02985) vertaling: Fons zag een slange naost hum
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02985) vertaling: Erik leut mij veur hum warken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02985) vertaling: Johanna leut heur mitdrieven op de golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02985) vertaling: Toon bekeek humzolf ies goed in de spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02985) vertaling: jan hef in twei menuten een biertie edrunken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02985) vertaling: Disse schoenen loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02985) vertaling: Eduard kent humzolf goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02985) vertaling: Ward hef heurd dat der foto's van humzolf in de etalage staot
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02985) vertaling: Die eerappels schelt niet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02985) vertaling: Dit glas brek as het op de grond valt
000 (x01opm) (inf. 02985) opm. inf.: Voor het 'hum' en 'haar' van a, c, d, e, f, g, h , k, l wordt ook wel veel gewoon: zich, gesproken
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02985) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02985) vertaling: Al jaoren leeft hij van de arfenisse van zien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02985) vertaling: Disse weke leeft hij op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02985) vertaling: Leeft het nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02985) vertaling: Hoe lange leven jullie nou al van die arfenisse?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02985) vertaling: In Bretagne leeft ze veural van de visserije
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02985) vertaling: Nao het eten gaa ik slaopen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02985) vertaling: Zul ik dat wel kunnen doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02985) vertaling: Hij leut zien huus afbrèken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat Jan hard mut kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat Jan hard mut kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat Jan hard mut kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat Jan hard mut kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat Jan hard mut kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat Jan hard mut kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat Jan hard mut kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat Jan hard mut kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02985) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02985) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02985) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02985) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02985) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02985) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02985) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02985) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02985) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02985) gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02985) gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02985) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02985) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02985) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02985) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02985) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02985) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02985) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02985) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02985) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02985) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02985) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02985) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 2
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02985) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02985) vertaling: Jan hef gien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02985) vertaling: jan hef gien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02985) vertaling: Boeken hef Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02985) vertaling: Jan hef niet veule geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02985) vertaling: Der mag gien iene praoten aover dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02985) vertaling: Der mag gien iene praoten aover dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02985) vertaling: Gien iene zeg dat hij komp
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02985) vertaling: Zit hier arrengs moezen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02985) vertaling: Ik geve niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02985) vertaling: Gien iene wil warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02985) vertaling: Wij wussen niet dat hij in huus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02985) vertaling: Ik wus het ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02985) vertaling: Hij mag mit gien iene praoten aover dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02985) vertaling: Jan wet dat hij veur drei ure de wagen emaakt mut hebben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02985) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02985) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02985) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02985) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02985) vertaling: Marie heur auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02985) vertaling: Marie der auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02985) vertaling: Piet zien auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02985) vertaling: Piet zien auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02985) vertaling: die man zien auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02985) vertaling: Die man zien auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02985) vertaling: Die auto is niet van mij mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02985) vertaling: De kraant van gistern lig onder de t.v.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02985) vertaling: jan is Karolien en Kristien heur breurtie
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02985) vertaling: Die jonges heur fietsen bint esteulen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02985) vertaling: Die zussen heur moe is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02985) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02985) vertaling: Die fietse is van mij
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02985) vertaling: Hij mag mit gien iene praoten aover dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02985) vertaling: Ik wil gien iene kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02985) vertaling: het is jammer dat wij niet magt komen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02985) vertaling: Dat gao ik niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02985) vertaling: Ik heb niet ewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02985) vertaling: Nog maar pas har hij het verteld of Marie begun te siepen (janken, reeren)
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02985) vertaling: Gao die bestelling nou mar ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02985) vertaling: Hij warkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02985) vertaling: Ik verbie oe um hier te komen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02985) vertaling: Jan verhinderde dat wij Marie belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02985) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02985) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02985) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02985) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02985) fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02985) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02985) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02985) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02985) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02985) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02985) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02985) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02985) fragment: Als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02985) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02985) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02985) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02985) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02985) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02985) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02985) fragment: as (dan) (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02985) fragment: as (dan) (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02985) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02985) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02985) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02985) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02985) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02985) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02985) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02985) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02985) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02985) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02985) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02985) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: as (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02985) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02985) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02985) fragment: dat hij mee (gedrukt 'hij' en 'mee' weggestreept) (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02985) fragment: dat hij mee (gedrukt 'hij' en 'mee' weggestreept) (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02985) fragment: as (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02985) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02985) vertaling: Ik wete daj mit mekaar op gien iene kwaod bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02985) vertaling: Ik weet dat zij narrengs groots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02985) vertaling: Els deinkt dat 't niet makkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02985) vertaling: Ik weet dak te late binne en ieje niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02985) vertaling: Je weet toch dat ie warken mut en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02985) vertaling: Iederiene deinkt dat wij naor huus gaot en dat zij nog magt blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02985) vertaling: Het is jammer dat hij komp en dat zij weggaot
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02985) vertaling: Ik deinke dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02985) vertaling: Ik deinke dat Pieter en Liesje gaot trouwen
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02985) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt alleen 'ja'
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02985) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02985) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02985) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt alleen 'ja'
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02985) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt alleen 'ja'
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02985) komt voor: j
betekenis: ontkennend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02985) komt voor: j
betekenis: ontkennend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02985) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt alleen 'ja'
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02985) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt alleen 'ja'
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02985) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02985) opm.: als 'nee' te interpreteren: omcirkelt alleen 'ja'
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02985) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02985) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02985) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02985) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02985) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02985) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02985) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02985) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02985) vertaling: De laampe braandt niet meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02985) vertaling: De laampe braandt niet meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02985) vertaling: Daanst marie elke aovond?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02985) vertaling: Daanst marie elke aovond?
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02985) vertaling: Snie het brood ies even!
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02985) vertaling: Snie het brood ies even!
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02985) fragment: wie zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02985) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02985) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02985) fragment: wie zien (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02985) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02985) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02985) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02985) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02985) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02985) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02985) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02985) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02985) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02985) fragment: die zul (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02985) fragment: die zul (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02985) fragment: waor as (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02985) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02985) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02985) fragment: waor as (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: waorop (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: waorop (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: waorop (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: toen (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: toen (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02985) fragment: toen (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02985) fragment: da'k (ik doorgestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02985) fragment: da'k (ik doorgestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02985) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02985) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02985) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02985) fragment: da'k (ik doorgestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02985) fragment: wat dat (1)
opm.: eerste antwoordveld: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02985) fragment: wat dat (1)
opm.: eerste antwoordveld: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02985) fragment: wat dat (1)
opm.: eerste antwoordveld: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: eerste antwoordveld: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: eerste antwoordveld: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: eerste antwoordveld: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02985) fragment: wat (1)
opm.: eerste antwoordveld: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02985) fragment: wat (1)
opm.: eerste antwoordveld: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02985) fragment: wat (1)
opm.: eerste antwoordveld: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02985) fragment: Die as (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02985) fragment: Die as (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02985) fragment: Die as (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02985) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02985) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02985) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02985) fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02985) fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02985) fragment: Die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02985) vertaling: Wie deink ie dat ik in de stad tegen ekomen bin
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02985) vertaling: Hoe deink ie mit mekaar, dat zij het opelost hebt?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02985) vertaling: Hoe deink ie dat zij het opelost hebt?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02985) vertaling: Magda wet niet wie wij wilt opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02985) vertaling: Wet er iene wie wij eroepen hebt?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02985) vertaling: Wie deink ie dat ik in de stad tegenkwam
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02985) vertaling: Wie deink ie dat mij in de stad tegenkwam
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02985) vertaling: Hij hef zien haanen ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02985) vertaling: Hij hef zien hemp ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02985) vertaling: Hij hef een hoed op 't hoofd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02985) vertaling: Hij hef een vlekke in zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02985) vertaling: Hij hef zien bien ebreuken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02985) vertaling: Zij hef heur zeer edaone
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02985) vertaling: marie trôk de deken naor heur toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02985) vertaling: luc wet dat der foto's van humzolf te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02985) vertaling: Ie weet toch nog wel dat wij toen deur dat bos henelopen bint?
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02985) vertaling: ik weet nog dat de auto van Marie kepot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02985) vertaling: Zij wet nog dat hij as een varken zat te eten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02985) vertaling: Wij weet nog wel dat al Jan zien boeken esteulen bint, mar zij weet der niks meer van
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02985) vertaling: Hij hef hum een oongelok ewarkt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02985) vertaling: Hij veulde humzolf deur het ies zakken
opm.: reflexief: hemzelf
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02985) vertaling: Zul hij dat edaone kunnen hebben?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02985) fragment: ekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02985) fragment: kunnen doen (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02985) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02985) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02985) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02985) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02985) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02985) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02985) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02985) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02985) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02985) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02985) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02985) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02985) vertaling: Wij mut naor de schure um de koenen te voeren
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02985) vertaling: Wij mut naor de schure um de koenen te voeren
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02985) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02985) vertaling: Ik deinke dat hij weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02985) vertaling: Ik deinke dat hij weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02985) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02985) vertaling: Ik wete dat hij weg is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02985) vertaling: Ik wete dat hij weg is
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02985) vertaling: Ik wete, hij is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02985) vertaling: Ik wete, hij is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02985) vertaling: De politie zul bij hum komen um hum mit te nemen
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02985) vertaling: De politie zul bij hum komen um hum mit te nemen
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02985) vertaling: Marie al heur koenen bint verdrunken bij de aoverstoming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02985) vertaling: Marie al heur koenen bint verdrunken bij de aoverstoming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02985) vertaling: Keze maken weet ik niks van af
komt voor: j
opm.: 'af' toegevoegd
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02985) vertaling: Keze maken weet ik niks van af
komt voor: j
opm.: 'af' toegevoegd
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02985) vertaling: Mit Jan bin ik naor de mark ewest
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02985) vertaling: Mit Jan bin ik naor de mark ewest
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02985) vertaling: Ik heb de eerste drei sommen al emaakt. Welken heb ie emaakt?
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02985) vertaling: Ik heb de eerste drei sommen al emaakt. Welken heb ie emaakt?
komt voor: j
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02985) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02985) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02985) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02985) vertaling: Ik wete dat Jan naor de mark ewest is
komt voor: j
opm.: DAV
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02985) vertaling: Ik wete dat Jan naor de mark ewest is
komt voor: j
opm.: DAV
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02985) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02985) vertaling: Ik heb hiel wat elopen
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02985) vertaling: Ik heb hiel wat elopen
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02985) vertaling: Ik worre nou meu dus ik holle der mar mit op
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02985) vertaling: Ik worre nou meu dus ik holle der mar mit op
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02985) vertaling: Hij dee hum veur, of hij net uut zien bedde kwaamp
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02985) vertaling: Hij dee hum veur, of hij net uut zien bedde kwaamp
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02985) vertaling: De schilder is hier komen schilderen (varven)
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02985) vertaling: De schilder is hier komen schilderen (varven)
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02985) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02985) vertaling: In die tied leefde ik der op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02985) vertaling: Vrogger leefde hij as een biest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02985) vertaling: Daor leefden wij as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02985) vertaling: Gien iene mag het zien, daorum vien ik dat ie het ook niet zien magt
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02985) vertaling: Het gebeurde toen aj (as ie) weggongen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02985) vertaling: Ik wete waor as ie (aj) geboren bint
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02985) vertaling: Nou aj klaor bint maj (mag ie) wel gaon
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev. nu als - ja
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02985) vertaling: Deurdat Marie aoverleden is, hef heur man Anna niet meer kunnen holpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: Ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat hij gaon zwommen is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: Ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat hij gaon zwommen is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: Ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat hij gaon zwommen is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: Ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat hij gaon zwommen is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat hij gaon zwommen is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik wete dat hij gaon zwommen is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: Ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02985) vertaling: Ik weet dat hij hen zwommen egaone is
opm.: weet niet wat 'hen' is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 3
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02985) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02985) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02985) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02985) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02985) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02985) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02985) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02985) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02985) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02985) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02985) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02985) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02985) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02985) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02985) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02985) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02985) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02985) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02985) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02985) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02985) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02985) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02985) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02985) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02985) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02985) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02985) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02985) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02985) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02985) fragment: die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02985) fragment: waor (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02985) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02985) fragment: waormit (met doorgestreept) (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02985) fragment: waormit (met doorgestreept) (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02985) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02985) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02985) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02985) fragment: - (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02985) fragment: - (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02985) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02985) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02985) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02985) fragment: waorvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02985) fragment: wie heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02985) fragment: wie heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02985) fragment: waorvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02985) vertaling: Piet deinkt dat Jan en Marie op iederiene kwaod bint
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02985) vertaling: Wim deinkt dat wij nooit iene een pries geeft
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02985) vertaling: het is waor dat ze niet mit Marie magt praoten
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02985) vertaling: Narrengs
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02985) vertaling: Gien iene (niemand)
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02985) vertaling: Nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02985) vertaling: Bestiet niet (bestaat niet)
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02985) vertaling: de melkkoenen (de melkkoeien)
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02985) vertaling: Zeg hum niet dat ik naor buten ewest binne
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02985) vertaling: Niet vertellen dat ie veur hum een cadeau ekocht hebt, heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02985) vertaling: Weej niet dat hij evallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02985) vertaling: Wendy dee heur beste um gien iene zeer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02985) vertaling: Het schient dat ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02985) vertaling: het schient dat ze niks mag eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02985) vertaling: Zij probeert al de hiele dag um mekaar te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02985) vertaling: het belooft weer een mooie dag te worren
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02985) vertaling: 't Is misschien beter um nog even te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02985) vertaling: Wij hadden 't gelok um hum derect weer te vienen
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02985) vertaling: As de kiepen een valke ziet, bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02985) vertaling: As wij de eerappels niet kunt verkopen, zitte wij in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02985) vertaling: As ie mit mekaar hum niet mitneemt wor ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02985) vertaling: Hij wus het
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02985) vertaling: Op dit feest wordt hiel wat ofedaanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02985) vertaling: Nou wordt der allent nog mar brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02985) vertaling: As hij op de fietse komp, zal hij wel late wezen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02985) vertaling: Aj tied hebt, koompt dan ies een keer langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02985) vertaling: As ik rieke binne, koop ik een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02985) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02985) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02985) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02985) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02985) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02985) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02985) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02985) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02985) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02985) vertaling: Zij leeft op water en brood disse weke
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02985) vertaling: Zij leeft op water en brood disse weke
komt voor: j
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02985) vertaling: Marie hef ezegd dat ie probeert hebt um een liedken te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02985) vertaling: Marie hef ezegd dat ie probeerd hebt, een liedken te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02985) vertaling: Marie hef ezegd dat ie probeerd hebt, een liedken te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02985) vertaling: Marie hef ezegd dat ie probeert hebt um een liedken te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02985) vertaling: Marie hef ezegd dat ie probeert hebt heur een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02985) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02985) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02985) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02985) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02985) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02985) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02985) vertaling: Die van de stad, die hebt hier hiel wat huzen ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02985) vertaling: An die neie vaort, daor ziej gien meinse meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02985) vertaling: Gistern hef Jan hier ewest
opm.: hulpwerkwoord 'hebben'
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02985) vertaling: De dag dat Jan belde, waar ik niet in huus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02985) vertaling: Jef, die zul ik nooit uitneudigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02985) vertaling: Marie, die zul zoks nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02985) vertaling: Bert, die drinkt wel ies een glas te veule
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02985) vertaling: Martha, die zul ik wel ies bij mji thuis willen uitneudigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02985) vertaling: Dat huus, dat zul ik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02985) vertaling: at huus, dat stiet er (daor) al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02985) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02985) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02985) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02985) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02985) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02985) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02985) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02985) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02985) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02985) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02985) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02985) komt voor: j
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02985) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02985) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02985) vertaling: hef Gunther ebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02985) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02985) vertaling: Het was maar net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02985) vertaling: Marjo hef nou meer koenen dan ze vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02985) vertaling: As Susanne had kunnen komen, da har zij dat edaone
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02985) vertaling: Zij is de beste dokter die ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02985) vertaling: Veur daj wat weggooit , muj even bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02985) vertaling: Hier is alles wat ik ekregen hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02985) vertaling: Jan is te graoperig, um wat an zien keinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02985) vertaling: Net of ie wat van voetballen of weet!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02985) vertaling: Leg neer dat boek!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02985) vertaling: As ie echt niet wachten kunt, dan koompt mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02985) vertaling: Ik weete dat Jan de dokter har kunnen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02985) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter eroepen kun hebben
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02985) vertaling: Hij zei dat ik het had mutten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02985) vertaling: Hij zei dat ik het edoane mus hebben
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02985) vertaling: Hij is veurige weke deur dokter Mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02985) vertaling: Hij wordt morreng deur dokter mertens opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02985) vertaling: Ik deink daj veule zult mutten weggooien
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02985) vertaling: Ik deink daj veule zult mutten weggooien
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02985) vertaling: het is dom um zokke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02985) vertaling: het is dom um zokke dure dingen weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02985) vertaling: Hij is alle kepotte spullen an het weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02985) vertaling: Hij is alle kepotte spullen an het weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02985) vertaling: Ik viene dat ie vaker de kraante zullen mutten lezen
positie: 1
opm.: de kraante ingevuld, met lidwoord
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02985) vertaling: Ik viene dat ie vaker de kraante zullen mutten lezen
positie: 1
opm.: de kraante ingevuld, met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02985) vertaling: het is dom um in het duuster de kraante te lezen
positie: 1
opm.: de kraante ingevuld, met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02985) vertaling: het is dom um in het duuster de kraante te lezen
positie: 1
opm.: de kraante ingevuld, met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02985) vertaling: Hij is de hiele dag de kraante an het lezen
positie: 1
opm.: de kraante ingevuld, met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02985) vertaling: Hij is de hiele dag de kraante an het lezen
positie: 1
opm.: de kraante ingevuld, met lidwoord
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02985) fragment: deur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02985) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02985) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02985) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02985) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02985) vertaling: Robert hef iene grune appel wegegeven en nou hef hij nog twei rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02985) vertaling: Der waren hiel wat meinsen op het feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02985) vertaling: Warewn der veule meinsen op het feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02985) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02985) vertaling: Wat veur boeken heb ie ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02985) vertaling: Wat veur boeken heb ie ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02985) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02985) vertaling: Hij woont bij Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02985) vertaling: Hij woont bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02985) vertaling: loop even naor de bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02985) vertaling: Wie heb ie eziene?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02985) vertaling: Wie hef oe eziene?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02985) vertaling: As ik dat eweten had, dan had ik het niet edaone
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02985) vertaling: 't Zul beter wezen um nog even te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02985) vertaling: Gelokkig har Jan de dokter ebeld en die was der al gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02985) vertaling: Laop nou toch deur, vervelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02985) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 2
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02985) komt voor: j
gebr.: 2
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02985) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02985) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02985) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02985) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02985) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Kerkenveld

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Kerkenveld