SAND-data Emmer-Erfscheidenveen (G062b)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03006) vertaling: Jan herinnert zuk dat verhoal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08593) vertaling: Jan wijt dat verhoal nog wel
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03006) vertaling: Merie en Piet zijn mekoar veur de kèrke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08593) vertaling: M. en P. kwaam'n mekoar teeg'n veur 't kérke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03006) vertaling: Toon wast zuk
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08593) vertaling: Toon wast zuk
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03006) vertaling: De timmerman het gijn spiekers bie zuk
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08593) vertaling: De timmerman het gein spiekers bie zuk
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03006) vertaling: F zag n slange noast zuk
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08593) vertaling: F. zag 'n slange noast zuk
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03006) vertaling: E luit mie veur zich waarkn
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08593) vertaling: E. luit mie veur hom waark'n
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03006) vertaling: J luit zich mitdriev'm op de golfn
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08593) vertaling: J.luit zuk met voaren op de golv'n.
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03006) vertaling: T bekeek zukzölf es goud in de spijgel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08593) vertaling: T. bekeek zukzulf eins gout in de spijgel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03006) vertaling: J het in twij menuutn n biertje dronkn
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08593) vertaling: J. het in twij minuut'n een glas bier dronk'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03006) vertaling: Dizze schoun' loopm maklek
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08593) vertaling: Dizze schonn'n loop'n makkelk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08593) vertaling: E. kint zukzulf goud
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03006) vertaling: E kint zukzölf
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03006) vertaling: W het heurd dat tr fotos van homzölf in d etelaasje steet aan.
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08593) vertaling: W. het heurd dat der foto's van hom in etalage stoan
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03006) vertaling: Dij eerappels schiln nijt maklek
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08593) vertaling: Dei eerpels schill'n nijt makkelk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08593) vertaling: Dat glas brekt as t op de grond vaalt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03006) vertaling: Dit glas brekt as t op de grond vaalt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08593) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03006) vertaling: D. leef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08593) vertaling: Hai leeft al joaren van zien voar zien aarfenis
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03006) vertaling: Aal joarn leefd e van d aarfenis van zien voader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08593) vertaling: Van de weeke leeft zai op woater en brood.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03006) vertaling: Dizze weeke leeft z op woater en brood (stoede)
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08593) vertaling: Leeft 't nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03006) vertaling: Leefd e nog?
opm.: twijfelgeval: subjectpronomen 3.ev.onz.inv is waarschijnlijk niet onzijdig (zie X 2b).
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08593) vertaling: Houlaang leef'n joe al van dei aarfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03006) vertaling: Hou laank leefm joe nou aal van dij aarfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03006) vertaling: In B leefn ze veuraal van de visvaangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08593) vertaling: In B. leef'n ze veuraal van 't viss'n
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08593) vertaling: Noa 't eet'n goa 'k sloap'n
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03006) vertaling: Noa t eetn goa k sloapm
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08593) vertaling: Zol ik dat wel doun kinn'n?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03006) vertaling: Zòk dat wel doun kin'n?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03006) vertaling: hij luit zien hus òfbreekn
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08593) vertaling: Hai luit zien huus oafbreek'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: ze zègn dat J haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: ze zègn dat J haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: ze zègn dat J haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dat J. haard waark'n kinn'n mot.
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k Wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k Wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k Wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k Wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: k Wijt dat j haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dat J. haard waark'n kinn'n mot.
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: ze zègn dat J haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03006) vertaling: ze zègn dat J haard waarkn kin
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08593) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03006) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03006) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 08593) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03006) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 08593) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03006) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08593) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03006) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03006) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03006) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03006) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03006) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03006) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03006) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03006) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03006) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03006) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03006) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03006) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03006) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03006) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03006) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03006) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 1
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03006) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03006) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08593) vertaling: j. het geinein bouk meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03006) vertaling: Jan hèt gijn ijnbouk meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 08593) vertaling: J. het gein bouk meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03006) vertaling: Jan hèt gijnijnbouk meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 08593) vertaling: Bouk'n het J. nijt
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03006) vertaling: Boukn hèt J nijt
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 08593) vertaling: J. het nijt veul geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03006) vertaling: J hèt nijt veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08593) vertaling: Der mag gein't over dit probleem proat'n
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03006) vertaling: Gijnijne mag proatn over dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03006) vertaling: Gijnijne mag proatn over dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 08593) vertaling: Geineine zegt dat de komt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03006) vertaling: Gijnijne zègt dadde komt
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann. pronomina
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08593) vertaling: Zitt'n hier aarns moez'n?
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03006) vertaling: Zitn hier woarns moesn?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03006) vertaling: k geef niks aan n aander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 08593) vertaling: Ik geef niks aan 'n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 08593) vertaling: Geineine wil waark'n
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03006) vertaling: Gijnijne wil waarkn
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 08593) vertaling: Wie wozzen nijt dat de in huus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03006) vertaling: Wie wôzn nijt dadde tuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03006) vertaling: Ik wos t ook nijt
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 08593) vertaling: Ik wost 't ook nijt
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08593) vertaling: Hij mog met geineine over dit probleem proat'n
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03006) vertaling: Hij mag mit gijnijne over dit probleem proatn
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08593) vertaling: J. wijt dat de veur drei uur de woag'n moakt hemm'n mot
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03006) vertaling: jan wijt dadde veur drij uurde woagn moakt hebm mot
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03006) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03006) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03006) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03006) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03006) vertaling: Merie heur auto is kepot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03006) vertaling: dAuto van Merie is kepot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03006) vertaling: dAuto van Merie is kepot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03006) vertaling: Merie heur auto is kepot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08593) vertaling: Maries auto is stukk'n
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 08593) vertaling: Marie heur auto is stukk'n
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03006) vertaling: Merie heur auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08593) opm.: streep door vraag
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03006) vertaling: Piet zien auto is kepot/stukkend
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03006) vertaling: Piet zien auto is kepot/stukkend
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 08593) vertaling: Piet zien auto is stukk'n
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03006) vertaling: Dij man zien auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08593) vertaling: Dij man zien auto is stukk'n
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03006) vertaling: Dij man zien auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03006) vertaling: Dij auto is nijt van mie mor van heur
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08593) vertaling: Dij auto is nijt van mie moar van hom
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03006) vertaling: De kraande van guster ligt under de ligt onder de tillevisie
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08593) vertaling: Kraande van guster ligt onder Tv
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08593) vertaling: J. is K. en K. heur bruiertje
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03006) vertaling: Jan is t breuertje van K en K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03006) vertaling: De jonges heur fietse is stooln
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08593) vertaling: Dij jongens heur fiets'n binn'n stool'n
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03006) vertaling: De moeke van dij zusters is op vesiede
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03006) vertaling: De moeke van dij zusters is op vesiede
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03006) vertaling: De zusters heur moeke is op v
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08593) vertaling: Dij zusters heur moeke is op veside
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03006) vertaling: De zusters heur moeke is op v
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03006) vertaling: Dat is W zien auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03006) vertaling: Dij auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08593) opm.: vraag doorgestreept
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03006) vertaling: Dij auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03006) vertaling: Dat is W zien auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03006) vertaling: Dat is mien fietse
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08593) opm.: vraag doorgestreept
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03006) vertaling: Hij mag mit gijnijne over dit p proatn
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08593) vertaling: Hij mog met geineine over dit probleem proat'n
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03006) vertaling: k Wil gijnijne kwetsn
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 08593) vertaling: Ik wil gain't kwetsen
opm.: twijfelgeval meervoudige negatie
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 08593) vertaling: 't Is jammer dat wie nijt komm'n mogg'n
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03006) vertaling: t Is jammer dat wie nijt kom'm magn
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03006) vertaling: Dat douk nijt
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 08593) vertaling: Dat goa ik nijt doun
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 08593) vertaling: Ik heb nijt waarkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03006) vertaling: khen nijt waarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 08593) vertaling: Hai had nog moar net verteld of M. begon te schrai'n
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03006) vertaling: Hij had net veteld of m begon te janken (schrei'n)
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03006) vertaling: Hoal dij bestelling nou moar op
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 08593) vertaling: Goa dij order nou moar ophoal'n
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08593) vertaling: Hai waarkt nijt
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03006) vertaling: Hij waarkt nijt
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 08593) vertaling: Ik verbijt tie om hier te komm'n
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03006) vertaling: kVerbij t die hier te kom'm
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03006) vertaling: jan verhinderde dat wie M beldn
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 08593) vertaling: J. veurkwam dat wie M. bèèld'n
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03006) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08593) fragment: om (1)
opm.: 'Hest doe genog mèens'n dij de mais van 't laand hoalen kinn'n?'
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03006) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08593) fragment: om (1)
opm.: 'Hest doe genog mèens'n dij de mais van 't laand hoalen kinn'n?'
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08593) fragment: te (2)
opm.: 'Hest doe genog mèens'n dij de mais van 't laand hoalen kinn'n?'
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03006) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03006) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08593) fragment: te (2)
opm.: 'Hest doe genog mèens'n dij de mais van 't laand hoalen kinn'n?'
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08593) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08593) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08593) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08593) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03006) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08593) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03006) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08593) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08593) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08593) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08593) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03006) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08593) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03006) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08593) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03006) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03006) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03006) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03006) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08593) fragment: als (as) (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03006) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03006) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08593) fragment: als (as) (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03006) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03006) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03006) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03006) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03006) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03006) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08593) fragment: als (as) (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03006) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03006) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08593) fragment: als (as) (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08593) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03006) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03006) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08593) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08593) fragment: dat de (dat hij) (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03006) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03006) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03006) fragment: dat + 'wou meegaan' vervangen door 'meeging' (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03006) fragment: dat + 'wou meegaan' vervangen door 'meeging' (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03006) fragment: asof (of doorgestreept) (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03006) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03006) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03006) fragment: asof (of doorgestreept) (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08593) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03006) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03006) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08593) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08593) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03006) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08593) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03006) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08593) vertaling: Ik wijt da je op geineine kwoad binn'n
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 2.mv.
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03006) vertaling: K wijt dat joe op gijnijne (gijn mins) kwoad bin'n
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dat zei naarns trots op is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03006) vertaling: kWijt dat zij op niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 08593) vertaling: E. denkt dat 't nijt makkelk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03006) vertaling: E. dinkt dat t nijt maklek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dak te loat bin en doe nijt
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03006) vertaling: kWijt dat ik te loat bin en doe nijt
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03006) vertaling: Doe wijst toch dast doe waarken most en ik nijt
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08593) vertaling: Doe wijst toch dast waark'n most en ik nijt
opm.: geen pronomen 2.ev. in bijzin
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08593) vertaling: Elk en eine denkt dat wie noar huus ggoan endat zai nog bliev'n magg'n
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03006) vertaling: Elkenijne dinkt dat wie noar huus goan en dat zij nog bliefn magn
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08593) vertaling: 't Is jammer dat hai komt en dat zai votgijt
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03006) vertaling: tI sjammer (sneu) dat hij komt en dat zij weggijt
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03006) vertaling: k Dink dat l zijk is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08593) vertaling: Ik denk dat L zijk is.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08593) vertaling: Ik denk dat P. en L. traauw'n goan.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03006) vertaling: k Dink dat piet en Liesje trauwn goan
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 08593) vertaling: Dat dutde
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03006) vertaling: dat dudde
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 08593) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03006) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08593) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03006) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03006) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 08593) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 08593) vertaling: Hij dut t nijt
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03006) vertaling: Hij dut t nijt
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 08593) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03006) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03006) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08593) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 08593) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03006) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03006) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 08593) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 08593) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03006) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 08593) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03006) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03006) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08593) komt voor: j
opm.: 'ja, hij slept'
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03006) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03006) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03006) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03006) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03006) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03006) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03006) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03006) vertaling: De laambe braand nijt meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08593) vertaling: De laambe braant nijt meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08593) vertaling: De laambe braant nijt meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03006) vertaling: De laambe braand nijt meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08593) vertaling: Danst Marie èlke oavend
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08593) vertaling: Danst Marie èlke oavend
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03006) vertaling: Danst Marie elke oavmd/oabmd
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03006) vertaling: Danst Marie elke oavmd/oabmd
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08593) vertaling: Snie 't brood eins / es eevm
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03006) vertaling: snie t (brood) es eevm de stoede
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03006) vertaling: snie t (brood) es eevm de stoede
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08593) vertaling: Snie 't brood eins / es eevm
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03006) fragment: De jong dij zien moeke guster traut is, ston achter mie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03006) fragment: dij zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08593) fragment: De jong dei zien moeke guster hertraauwd is stond schter mie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03006) fragment: dij zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03006) fragment: De jong dij zien moeke guster traut is, ston achter mie (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03006) fragment: woar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03006) fragment: de baanke woar ze op aten, is pas vaa(r)fd (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03006) fragment: de baanke woar ze op aten, is pas vaa(r)fd (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03006) fragment: woar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08593) fragment: De baanke woar ze opzaatn is pas vaarfd (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03006) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03006) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: wat (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08593) fragment: Op zundag gingen wie met de heule femilie noar zee woar 't mooi was (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: woar t (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: woar t (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: woar t (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: woar t (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: Op zondag gong wie mo9et de hijle femilie noar zee, woar t leuk was (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: Op zondag gong wie mo9et de hijle femilie noar zee, woar t leuk was (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: Op zondag gong wie mo9et de hijle femilie noar zee, woar t leuk was (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03006) komt voor: n
fragment: Op zondag gong wie mo9et de hijle femilie noar zee, woar t leuk was (1)
opm.: dav
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03006) fragment: Dat is n kerel dijst nooit in kefe aantrefn zest (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08593) fragment: Dat is'n keerel dei zest nooit in 't cafe zijn (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03006) fragment: In 't dörp woar ik woon stijt n old kerkie (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08593) fragment: In 't dorp woar ik woon steit een old kèrkie (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08593) fragment: In de dag da wie aankwamm'nreegend't (1)
opm.: twijfel geval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03006) fragment: Op de dag da we aankwamen reegnde t (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03006) fragment: Dat is wat wak nijt groag dou (1)
opm.: twijfelgeval vervoeging op wat
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08593) fragment: Dat is wat wa'k nijt groag dou (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03006) fragment: Dadis hijl moi (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08593) fragment: Da's huil mooi! (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08593) fragment: Wèl gèld he mout mie moar wat geevn (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03006) fragment: Wel geld het mot mie mor wat geefm (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08593) vertaling: Wat denkst wel ik in de stad teegn kommen bin
opm.: geen subjectpronomen in hoofdzin
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03006) vertaling: Wel denkst da'k in de stad zin heb?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08593) vertaling: Hou dènkn joe dat ze 't oplöst hemm'n
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03006) vertaling: Hou denkn joe dat ze t oplöst hebm (hemmen)
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08593) vertaling: Hou denkst toe dat ze 't oplöst hemm'n
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03006) vertaling: Hou denkst doe dat ze t oplöst hebm
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 08593) vertaling: Magda wijt nijt wèl wie bell'n will'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03006) vertaling: m wijt nijt wel wie beln wiln
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 08593) vertaling: Wijt eine wel wie roup'n hemm'n
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03006) vertaling: Wijt ijne wel wie roupm hebm
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08593) vertaling: Wat denkst wel ik in de stad teegn kommen bin
opm.: 'zie a'
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03006) vertaling: zie: a: Wel denkst da'k in de stad zin heb?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03006) vertaling: zie a: Wel denkst da'k in de stad zin heb?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08593) vertaling: Hij het zien hannen wast
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03006) vertaling: Hij het zien handen wazzn
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08593) vertaling: Hij het zien hèmd wast
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03006) vertaling: hij het zien hemd wasst
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03006) vertaling: hij het n houd op (de kop)
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08593) vertaling: Hij het 'n hout op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08593) vertaling: Hij het 'n vlek op 't boeseroen
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03006) vertaling: hij het vlekke op zien hemd (boezdroen)
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08593) vertaling: Hij het zien bij brookn
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03006) vertaling: Hij het zien (n) bijn brookn
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03006) vertaling: Zij het zich zeer doan
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08593) vertaling: Zij het zich zeer doan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08593) vertaling: Marie trok de deekn noar zuk tou
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03006) vertaling: merie trok de deekm noar zuk tou
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08593) vertaling: Luc wijt dat er foto's van humzölf te koop binn'n
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03006) vertaling: Luc wijt dat r fotoos van homzölf te koop binn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03006) vertaling: Wijst toch wel dat wie (toen) dou deur dat bos loopm binnen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08593) vertaling: Doe wijst toch nog wel da we dou deur dat bos loopn binn'n
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08593) vertaling: Ik wijt nog dat Marie heur auto stukk'n was.
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03006) vertaling: k Wijt nog dat merie dauto kepot /stukkend was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08593) vertaling: Zie wijt nog dat hij as 'n zwien zat te (vr)eetn
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03006) vertaling: Zij wijt nog dadde as n zwien zat te vreetn
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03006) vertaling: Wie herinnerden oas wel dat jan aal zien boukn stooln waarn , moar zij herinnerde zuk dat nijt
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 08593) vertaling: Wie wijten nog wel dat ze Jan al zien bouk'n ofstolen heb'm, moar zij wijt'n d'r niks meer van.
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08593) vertaling: Wijt'n joe nog da we Jan op 't maarkt zijn hebb'n
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03006) vertaling: Herinner joe joe nog davve jan op de maakt zijn hebn?
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08593) vertaling: Hij het zich 'n ongeluk waarkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03006) vertaling: Hij het zuk n ongeluk waakt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08593) vertaling: Hij vuilde dat de deur 't ies ging
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03006) vertaling: Hij vuilde dadde deur t ies zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03006) vertaling: zol hij dat doan hebm kint?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03006) vertaling: zol hij dat doan hebm kint?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03006) vertaling: zol hij dat doan hebm kint?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03006) vertaling: gleufst doe dadde dat doan het?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03006) vertaling: gleufst doe dadde dat doan het?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03006) vertaling: gleufst doe dadde dat doan het?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08593) vertaling: Zol hij dat doan hebb'n kint
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03006) vertaling: zol hij dat doan kint hebm
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03006) vertaling: zol hij dat doan kint hebm
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03006) vertaling: zol hij dat doan kint hebm
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08593) fragment: Hij het dat noeit kint (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03006) fragment: kint (1)
opm. inf.: t hoofdwaarkwoord wod mijstaal as eerste zègt
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03006) fragment: kint (1)
opm. inf.: t hoofdwaarkwoord wod mijstaal as eerste zègt
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03006) fragment: doan (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08593) fragment: Hij het dat noeit doan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 2
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08593) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 2
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08593) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03006) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08593) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03006) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08593) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03006) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08593) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03006) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08593) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03006) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08593) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03006) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08593) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03006) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08593) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03006) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08593) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03006) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 08593) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03006) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03006) vertaling: Wie mouten noar de schure en voern de kôijn
komt voor: j
opm.: twijfelgeval infinitief of pv
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03006) vertaling: Wie mouten noar de schure en voern de kôijn
komt voor: j
opm.: twijfelgeval infinitief of pv
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08593) vertaling: Wie mout'n noar 't schuur koin vreten geef'n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08593) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03006) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08593) vertaling: Ik denk dat ai vot is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03006) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08593) vertaling: Ik denk dat ai vot is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03006) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08593) vertaling: Ik denk: hij is vot
opm.: indirecte rede
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03006) vertaling: k wijt dadde weg (vot) is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dat de vot is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03006) vertaling: k wijt dadde weg (vot) is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dat de vot is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03006) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08593) vertaling: Ik wijt:hij is vot
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03006) vertaling: De plietsie zol bij hom kom'm en neem'm hom mit
komt voor: j
opm.: twijfelgeval IPI in coördinatie twijfelgeval infinitieif of pv
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08593) vertaling: De Plietsie zol bie em komm'n en nem'n em met
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03006) vertaling: De plietsie zol bij hom kom'm en neem'm hom mit
komt voor: j
opm.: twijfelgeval IPI in coördinatie twijfelgeval infinitieif of pv
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03006) vertaling: Merie aal heur koi-jn bin'n vezopen bij de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03006) vertaling: Merie aal heur koi-jn bin'n vezopen bij de overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08593) vertaling: Van keeze moak'n wijt ik niks
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03006) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08593) vertaling: Van keeze moak'n wijt ik niks
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03006) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08593) vertaling: Ik heb met Jan noar 't maarkt west
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08593) vertaling: Ik heb met Jan noar 't maarkt west
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08593) vertaling: Ik heb de eerste drie somm'n aal kloar, welk'n hest toe moakt?
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03006) vertaling: kHeb aal d eerste drij som'm moakt. Welkn hest doe moakt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08593) vertaling: Ik heb de eerste drie somm'n aal kloar, welk'n hest toe moakt?
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03006) vertaling: kHeb aal d eerste drij som'm moakt. Welkn hest doe moakt
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03006) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08593) opm.: '?'
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08593) vertaling: Zukk'n zol ik nijt opeet'n duur'n
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03006) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08593) vertaling: Zukk'n zol ik nijt opeet'n duur'n
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08593) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03006) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03006) vertaling: Ik wijt dat jan noar de maakt west is
komt voor: j
opm.: DAV
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dat Jan noar 't maark west het
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03006) vertaling: Ik wijt dat jan noar de maakt west is
komt voor: j
opm.: DAV
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dat Jan noar 't maark west het
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03006) vertaling: lopnd kwam k hom teegn
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08593) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03006) vertaling: lopnd kwam k hom teegn
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03006) vertaling: k heb hijl wat loopm (doan)
komt voor: n
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08593) vertaling: Ik heb heul wat loop'n doan
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08593) vertaling: Ik heb heul wat loop'n doan
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03006) vertaling: k heb hijl wat loopm (doan)
komt voor: n
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08593) vertaling: Ik wor nou mui, dat ik hol der nou moar met op
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03006) vertaling: k Wôt mui, doarom hol k dr mit op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03006) vertaling: k Wôt mui, doarom hol k dr mit op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08593) vertaling: Ik wor nou mui, dat ik hol der nou moar met op
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03006) vertaling: Hij dee zuk veur asof e net uit bère kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03006) vertaling: Hij dee zuk veur asof e net uit bère kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08593) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03006) vertaling: de schilder is hier wèst te schildern
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08593) vertaling: De schilder is hier west te vaarfen
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03006) vertaling: de schilder is hier wèst te schildern
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08593) vertaling: De schilder is hier west te vaarfen
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03006) vertaling: Denkst dast noar huus gijst
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08593) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03006) vertaling: Denkst dast noar huus gijst
komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03006) vertaling: Toen die tied leefde ik dr op lös
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08593) vertaling: In dij tied leefde ik ter mor op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03006) vertaling: vrouger leefde hij as n beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08593) vertaling: Vrouger leefde hij as 'n beest/zwien
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08593) vertaling: Doar leefd'n wie as god in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03006) vertaling: doar leefdn wie as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03006) vertaling: Gijnijne mag t zijn, dus k vin dast doe t ook nijt zijn magst
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08593) vertaling: Geineine magt zein, dus ik vin dast t'ook nijt zein magst
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03006) vertaling: t gebuurde toenst (of toenst doe) weg (vot) gingst
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08593) vertaling: Het gebeurde dou stoe votgingst
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08593) vertaling: Ik wijt waor of stoe geboor'n bist
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03006) vertaling: k Wijt woarst doe geboorn bist
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03006) vertaling: Noust kloar bist magst goan
opm.: voegwoordvervoeging met subjectdropping? in Y 8e en Y 8f heeft resp zelfde vormen met apart subject en ook optioneel subject ingevuld
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08593) vertaling: Nou stoe of hest kost goan
opm.: geen subjectpronomen in hoofdzin
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03006) vertaling: Omdat Merie overleedn was, het heur man Anna nijt meer helpm kint
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08593) vertaling: Omdat Marie overleedn was, kon haar man Anna nijt meer help'n
opm.: IPP: n.v.t.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03006) vertaling: a: k Wijt dadde is goan zwem'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dat de zwemm'n goan is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03006) vertaling: a: k Wijt dadde is goan zwem'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03006) vertaling: f: k Wijt dadde zwem'm goan is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03006) vertaling: f: k Wijt dadde zwem'm goan is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08593) komt voor: n
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 08593) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03006) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 08593) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03006) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08593) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03006) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 08593) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03006) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 4
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 4
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03006) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08593) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08593) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03006) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08593) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03006) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 08593) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03006) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03006) vertaling: Wel dat?
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03006) vertaling: Mörn kom tr ijne langs
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08593) vertaling: Der komt mörg'n eine langs, wèl?
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03006) vertaling: Wel dat?
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03006) vertaling: Mörn kom tr ijne langs
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08593) vertaling: Der komt mörg'n eine langs, wèl?
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03006) vertaling: Mörn kom tr ijne langs
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03006) vertaling: Wel dat?
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08593) vertaling: Met zuk weer kin je nijt veul doun
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08593) vertaling: Met zuk weer kin je nijt veul doun
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03006) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08593) vertaling: As t kermis is komm'n mensen der uut
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03006) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08593) vertaling: As t kermis is komm'n mensen der uut
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03006) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08593) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08593) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03006) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03006) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08593) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03006) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08593) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03006) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08593) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03006) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08593) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03006) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08593) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03006) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08593) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03006) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08593) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08593) fragment: Dat is de man dij ze roup'n hebben (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08593) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: De man dij ze roupm hebm (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: De man dij ze roupm hebm (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: De man dij ze roupm hebm (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: De man dij ze roupm hebm (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08593) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08593) fragment: Dat is de man dij ze roup'n hebben (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: De man wel ze roupm hebm (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: De man wel ze roupm hebm (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: De man wel ze roupm hebm (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03006) komt voor: j
fragment: De man wel ze roupm hebm (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08593) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08593) fragment: ... dij 't verhoal vertèld het (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03006) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08593) fragment: ... dij 't verhoal vertèld het (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08593) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08593) fragment: Dat is de man dij ik denk dat dut verhoal vertèld het. (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03006) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08593) fragment: Dat is de man dij ik denk dat dut verhoal vertèld het. (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08593) fragment: (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03006) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03006) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08593) fragment: (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03006) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08593) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03006) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08593) fragment: dij (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03006) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08593) fragment: dij (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08593) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03006) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03006) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08593) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08593) fragment: De mann'n woar ik met proat heb zitt'n doar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03006) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08593) fragment: De mann'n woar ik met proat heb zitt'n doar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08593) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08593) komt voor: n
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03006) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03006) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03006) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08593) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03006) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03006) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08593) fragment: Dat is 'n huus wat ik wel hebb'n wol (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03006) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08593) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08593) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08593) fragment: Doar lopt de leroares dij dat doan het (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03006) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08593) fragment: Doar lopt de leroares dij dat doan het (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03006) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord, twijfelgeval voegwoordvervoeging
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03006) fragment: Dat is t huus dak kocht heb (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord, twijfelgeval voegwoordvervoeging
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03006) fragment: Dat is t huus dak kocht heb (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord, twijfelgeval voegwoordvervoeging
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03006) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord, twijfelgeval voegwoordvervoeging
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08593) fragment: wat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08593) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08593) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08593) fragment: Wèl te loat komt mot op baanke zitt'n (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03006) fragment: Wie/die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08593) fragment: Wèl te loat komt mot op baanke zitt'n (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03006) fragment: De vraauw dij heur voader vleeden joar sturvm is, is guster traauwd (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03006) fragment: dij heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08593) fragment: De vrouw dij heur voader veurig joar sturv'n is is guster traauwd (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03006) fragment: dij heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03006) fragment: De vraauw dij heur voader vleeden joar sturvm is, is guster traauwd (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08593) vertaling: P. denkt dat J. en M. op geineine kwoad binn'n
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03006) vertaling: Piet dinkt dat Jan en Marie op gijnijne kwoad bin'n
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08593) vertaling: P. denkt dat J. en M. op geineine kwoad binn'n
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03006) vertaling: Piet dinkt dat Jan en Marie op gijnijne kwoad bin'n
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08593) vertaling: Wim mijnt dat wie noeit eine 'n pries geef'n
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03006) vertaling: Wim dinkt dat we nooit ijne n pries geefm
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08593) vertaling: Wim mijnt dat wie noeit eine 'n pries geef'n
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03006) vertaling: Wim dinkt dat we nooit ijne n pries geefm
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08593) vertaling: Het is woar dat ze nijt met M. proat'n magg'n
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03006) vertaling: t Is woar dat ze nijt mit Merie proatn magn
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08593) vertaling: Het is woar dat ze nijt met M. proat'n magg'n
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08593) vertaling: naarns
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03006) vertaling: Naargns
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03006) vertaling: Gijnijne
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08593) vertaling: geineine
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03006) vertaling: Nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08593) vertaling: noeit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08593) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03006) vertaling: Niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03006) vertaling: Gijnijne
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08593) vertaling: dijnt
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08593) vertaling: Zeg hem nijt da'k in boet'n west heb!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03006) vertaling: Vetèl hom nijt da k boetn wèst heb
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08593) vertaling: Nijt zegg'n das 'n kedo veur hom kocht hes heur!
opm.: voegwoordvervoeging of pronomenincorporatie
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03006) vertaling: Nijt vetèln dast n kedootje veur hom kocht hest hor
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08593) vertaling: Wijst nijt dat de voll'n is
opm.: geen subjectpronomen twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann.
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03006) vertaling: Wijst nijt dadde vòln is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08593) vertaling: W. prebeerde om geineine zeer te doun
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03006) vertaling: Wendy prebeerde gijnijne zeer te doun
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03006) vertaling: t Liekt dat ze niks eetn mag
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08593) vertaling: 't Schient dat ze niks eetn mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08593) vertaling: Ze schient niks eetn te maggn
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03006) vertaling: idem (t Liekt dat ze niks eetn mag)
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08593) vertaling: Ze prebeerde mekoar de heule dag aal te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03006) vertaling: Ze prebeern aal d hijle dag mekoar te bèln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08593) vertaling: 't kon wel es weer 'n mooie dag wordn
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08593) vertaling: Meuglek toch beter om nog eemn te wachtn
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03006) vertaling: Meschien ist beter om nog eefm te wachtn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 08593) vertaling: Wie haddn gelok da w'hom metein weer vonden
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03006) vertaling: Wie hadn t geluk dat w hom drèkt wéér vòndn
opm.: finiete bijzin ipv infinitief
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03006) vertaling: As de kipm n vaalke zijn, bin'n ze baange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08593) vertaling: As kippn een vaalke zein binn'n ze baang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08593) vertaling: As we eerpels nijt verkoop'n kinn'n hef w'een probleem
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03006) vertaling: As wie d eerappels nijt verkoopm kin'n, zitve in de prebleem'm
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08593) vertaling: As 'j 'm nijt metneemn wor'k kwoad.
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03006) vertaling: As j hom nijt mitneem'm, wôk kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08593) vertaling: Hei wost
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03006) vertaling: Hij wôzt
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08593) vertaling: Op dit feest word ter veul daanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03006) vertaling: Op dit feest wotr veul danst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08593) vertaling: Ze verkoopn nou allein nog moar brood in dij winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03006) vertaling: Nou wod tr allijn nog moar stoede vekocht in dij winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08593) vertaling: Ase met de fietse komt, zal e wel loat weedn
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03006) vertaling: As e mit de fietse komt, zel e wel loat weezn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08593) vertaling: As't tied hest kom es 'n moal aan.
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03006) vertaling: Ast tied hest, kom dan es n keer langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08593) vertaling: As ik riek bin koop 'k een dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03006) vertaling: As k riek bin, koop k dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03006) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 08593) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08593) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03006) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03006) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08593) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03006) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08593) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08593) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03006) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03006) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08593) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03006) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08593) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08593) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03006) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03006) vertaling: k heb hom t geefm
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08593) vertaling: Ik heb om 't geefn
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03006) vertaling: k heb hom t geefm
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08593) vertaling: Ik heb om 't geefn
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08593) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03006) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08593) vertaling: M. het zegt das toe prebeert hest ein vèrsie te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03006) vertaling: Merie het zègd dast doe prebeerd hest n lijdje te zingn
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03006) vertaling: M het zègd dast doe prebeert hèst n lijdje te zingn
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08593) vertaling: Marie zee das toe prebeert hest ein versie te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03006) vertaling: M het zègd dast doe prebeert hèst n lijdje te zingn
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08593) vertaling: Marie zee das toe prebeert hest ein versie te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08593) vertaling: M. het zegt das toe prebeert hest ein vèrsie te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03006) vertaling: Merie het zègd dast doe prebeerd hest n lijdje te zingn
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 08593) vertaling: Marie het zegt das toe prebeert hest heur ein bouk te geefn
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03006) vertaling: Merie het zegd dastoe prebeerd hest heur n boak te geefm
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08593) komt voor: j
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03006) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08593) komt voor: j
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03006) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 08593) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03006) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 08593) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03006) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 08593) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 08593) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03006) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 4
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08593) komt voor: j
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 4
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08593) vertaling: Dei stads'n, dij hebb'n hier veul wonings bouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03006) vertaling: Dij uut de stad, dij hebm hier veul huusn baauwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08593) vertaling: Aan dat neie knoal, doar zugst gein meens meer
opm.: geen subjectpronomen
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03006) vertaling: Aan dij nije wieke, doar zugst gijn mins meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03006) vertaling: Guster is dij Jan hier wèst
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08593) vertaling: Guster is Jan hier west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08593) vertaling: Doags dou J. beèlde, wask ter nijt
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03006) vertaling: De dag toen Jan bèlde, was ik/k nijt tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08593) vertaling: J. dei zol ik noeit op veside vroag'n
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03006) vertaling: Jef?Dij zol k nooit uutneudegn
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03006) vertaling: Merie, dij zol zowat nooit doun
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08593) vertaling: M. dei sol zuks noeit doun.
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08593) vertaling: B. dei drinkt wel e's 'n glas te veul
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03006) vertaling: Bert, dij drinkt wel es n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03006) vertaling: Martha, dij wò k wel es bie mie tuus uutneudign
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08593) vertaling: M. dei zok wel es op veside vroagn'
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03006) vertaling: Dat huus dat zò(l) k nooit koopm wiln
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08593) vertaling: Dat huus, zok noeit koop'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08593) vertaling: Dat huus dat steit doar al vieftig joar
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03006) vertaling: Dat huus, dat stijt doar aal viefteg joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03006) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03006) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03006) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03006) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03006) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03006) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03006) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03006) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 08593) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03006) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03006) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08593) vertaling: Het G. bèld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03006) vertaling: Hèt G bèlt?
473 (z11b) En pas op! (inf. 08593) vertaling: Kiek uut!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03006) vertaling: Pasop
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08593) vertaling: 't was moar amper genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03006) vertaling: tWas môr net goud genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08593) vertaling: M. het nou meer koin as eerder
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03006) vertaling: M hèt nou meer kôijn dan/as vrouger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08593) vertaling: As S. komm'n kint haar had ze dat doan
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03006) vertaling: As S. kom'm kint had, dan had ze dat wel doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08593) vertaling: Zij is de beste dokter dei ik kin
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03006) vertaling: Zij is de beste dokter dij k kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08593) vertaling: Veur dast wat vot goeist most eemn belln
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03006) vertaling: Veur dast wat vôt gooist, most eefm bèln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08593) vertaling: Hier is alles wak kreegn heb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03006) vertaling: Hier (dit) is alles wak kreegn heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08593) vertaling: J is te kuierig om wat aan zien kinder te geemn
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03006) vertaling: Jan is te giereg (om) wat aan zien kinder te geefm
opm.: voegwoord infinitiefzin na 'te X om' optioneel!
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08593) vertaling: Asof toe wat van voetbaaln weist!
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03006) vertaling: Asòfst doe wat van voetbaln wijst
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08593) vertaling: Dat bouk hin legg'n
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03006) vertaling: Leg neer dat bouk!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08593) vertaling: As t echt nijt wachtn kist kom moar hier
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03006) vertaling: Ast echt nijt wachtn kist kom dan moar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08593) vertaling: Ik wijt dat J dokter roupn kint har.
opm.: PPI
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03006) vertaling: k Wijt dat J de dokter roupm kind har
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03006) vertaling: Hij zee dak t doun moutn had
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08593) vertaling: Hei zee dak dat doun most har.
opm.: PPI
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03006) vertaling: Hij is veurege weeke deur dokter M opereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08593) vertaling: Hij is veurige weeke deur dokter M. opereert.
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08593) vertaling: Hij wordt murn deur dokter M. opereert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03006) vertaling: Hij wòd mörgn deur dokter M opereert
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03006) vertaling: k Dink dast veul weggooin most
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08593) vertaling: Ik denk dast veul weg zost mout'n goein
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03006) vertaling: k Dink dast veul weggooin most
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08593) vertaling: Ik denk dast veul weg zost mout'n goein
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08593) vertaling: Het is dom om zukke dure ding'n weg te goei'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03006) vertaling: t Is dom om zukke dure dingn vot te gooin
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08593) vertaling: Het is dom om zukke dure ding'n weg te goei'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03006) vertaling: t Is dom om zukke dure dingn vot te gooin
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03006) vertaling: Hij smit aale kepodde dingn vôt
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08593) vertaling: Hij is alle stukkende spull'n aan te weggoei'n
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03006) vertaling: Hij smit aale kepodde dingn vôt
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08593) vertaling: Ik vin das toe voaker kraande leez'n most
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: k vin dast voaker de kraande leesn moust
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08593) vertaling: Ik vin das toe voaker kraande leez'n most
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: k vin dast voaker de kraande leesn moust
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08593) vertaling: Het is dom om in donkern kraande te leez'n
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: t Is dom om de kraande in t duuster te leesn
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord; in vertaling ook, en bovendien eigenlijk niet in positie 1 maar in 0.
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08593) vertaling: Het is dom om in donkern kraande te leez'n
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: t Is dom om de kraande in t duuster te leesn
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord; in vertaling ook, en bovendien eigenlijk niet in positie 1 maar in 0.
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08593) vertaling: Hij is de huile dag kraande aan 'te leez'n
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: Hij is de hijle dag de kraande aan te leesn
positie: 2
opm.: ingevuld zonder lidwoord, in vertaling met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: Hij leest de hijle dag de kraande
positie: 2
opm.: ingevuld zonder lidwoord, in vertaling met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08593) vertaling: Hij is de huile dag kraande aan 'te leez'n
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: Hij leest de hijle dag de kraande
positie: 2
opm.: ingevuld zonder lidwoord, in vertaling met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: Hij is de hijle dag de kraande aan te leesn
positie: 2
opm.: ingevuld zonder lidwoord, in vertaling met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: Hij is de hijle dag de kraande aan te leesn
positie: 2
opm.: ingevuld zonder lidwoord, in vertaling met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03006) vertaling: Hij leest de hijle dag de kraande
positie: 2
opm.: ingevuld zonder lidwoord, in vertaling met lidwoord
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03006) fragment: veur (1)
opm.: "mooi de ruimte!" (sarcastisch bedoeld dus!)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03006) fragment: veur (1)
opm.: "mooi de ruimte!" (sarcastisch bedoeld dus!)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03006) fragment: veur (1)
opm.: "mooi de ruimte!" (sarcastisch bedoeld dus!)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03006) fragment: deur (1)
opm.: "mooi de ruimte!" (sarcastisch bedoeld dus!)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03006) fragment: deur (1)
opm.: "mooi de ruimte!" (sarcastisch bedoeld dus!)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03006) fragment: deur (1)
opm.: "mooi de ruimte!" (sarcastisch bedoeld dus!)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03006) fragment: met (en nog een mogelijkheid, maar onleesbaar) (1)
opm.: "mooi de ruimte!" (sarcastisch bedoeld dus!)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03006) fragment: met (en nog een mogelijkheid, maar onleesbaar) (1)
opm.: "mooi de ruimte!" (sarcastisch bedoeld dus!)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03006) fragment: met (en nog een mogelijkheid, maar onleesbaar) (1)
opm.: "mooi de ruimte!" (sarcastisch bedoeld dus!)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03006) fragment: -- (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 03006) fragment: - (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03006) fragment: - (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03006) fragment: - (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08593) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03006) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03006) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 08593) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 08593) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03006) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08593) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03006) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 08593) vertaling: R. het ein gruine appel votgeef'n, en nou het de nog twee rooin
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03006) vertaling: R het ijn gruine appel votgeefm en nou hedde nog twij rooin
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08593) vertaling: Der waar'n veul meens'n op 't feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03006) vertaling: Dr wasn veul minsen op t feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03006) vertaling: Waddn dr veul minsen op t feest.
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 08593) vertaling: Waar'n der veul meens'n op 'te feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08593) vertaling: Wat veur boukn hest kocht?
opm.: In zin zonder 'wat voor'-split geen subjectpronomen
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08593) vertaling: Wat hest doe veur bouk'n kocht?
opm.: In zin zonder 'wat voor'-split geen subjectpronomen
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03006) vertaling: Wat veur boukn hest kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08593) vertaling: Wat hest doe veur bouk'n kocht?
opm.: In zin zonder 'wat voor'-split geen subjectpronomen
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03006) vertaling: Wat veur boukn hest kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03006) vertaling: Wat hest veur boukn kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08593) vertaling: Wat veur boukn hest kocht?
opm.: In zin zonder 'wat voor'-split geen subjectpronomen
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03006) vertaling: Wat hest veur boukn kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 08593) vertaling: Hij woont bie M.
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03006) vertaling: Hij woont bie Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03006) vertaling: Hij woont bie Wilm
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 08593) vertaling: Hij woont bie W.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 08593) vertaling: Loop eemn noar de bakker, W.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03006) vertaling: Loop eefm noar de bakker, Wilm
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03006) vertaling: Wèl hest zijn?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 08593) vertaling: Wèl hest zijn?
opm.: geen subjectpronomen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03006) vertaling: Wèl hest die zijn?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 08593) vertaling: Wèl het die zijn?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 08593) vertaling: Ak dat wijt'n har har 'k t nijt doun
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03006) vertaling: As k dat wijtn har, dan hàk t nijt doan!
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03006) vertaling: t Was beter om nog eefm te wachtn
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 08593) vertaling: 't Zol beter weedn om nog eemn te wacht'n
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03006) vertaling: Gelukkig har J de dokter bèlt en dij was dr al hijl gaauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 08593) vertaling: Gelukkig har J dokter bèld en dij was der al gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 08593) vertaling: Loop nou deur, verveelnde jongen!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03006) vertaling: Loop toch deur, rötjonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03006) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08593) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03006) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 08593) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03006) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08593) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03006) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 08593) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 08593) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03006) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03006) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 08593) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03006) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 08593) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 08593) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03006) komt voor: n
000 (z17opm) (inf. 03006) opm. inf.: Doar gijt mie t hoar recht van op de kop stoan. Wat denkn joe doar wel, davve dr doezend guldn pei regel veur kriegn? x

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Emmer-Erfscheidenveen

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Emmer-Erfscheidenveen