SAND-data Zuid-Sleen (G055p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03005) vertaling: Jan wet dat verhaal nog wal.
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02932) vertaling: Jan kan zich dat verhael wel herinnern
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02932) vertaling: Marie en Piet ziet mekaar veur de kark
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03005) vertaling: Marie en Piet ziet mekaar veur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02932) vertaling: Toon wast zuk
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03005) vertaling: Toon wast zuk
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03005) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bij zug
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02932) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bij zuk
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02932) vertaling: Fons zag 'n slang naost zuk
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03005) vertaling: Fons zag 'n slang noast zug.
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02932) vertaling: Erik luut mij veur zuk warken
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03005) vertaling: Erik luut mi'j veur zug wark'n
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'kan ik mij niets bij voorstellen (geen zee)'
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02932) vertaling: Johanna luut zuk mètdrieve'n op de golv'n
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02932) vertaling: Toon bekeek zukzulf ies goed ien de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03005) vertaling: Toon bekeek zug zulf ies goed in de spiegel
opm.: reflexief: zug zulf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02932) vertaling: Jan hèf in twee minuten 'n biertie opdrunk'n
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03005) vertaling: Jan hef in twee minuut'n 'n glas bier opdrunk'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03005) vertaling: Dizze schoen'n loop'n lekker (of makkulk)
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02932) vertaling: Dizze schoen'n loopt makluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02932) vertaling: Eduard kent zikzulf goed.
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03005) vertaling: Eduard kent zien eig'n
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02932) vertaling: Ward hèf heurd dat tur foto's van humzulf in de etalage staot
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03005) vertaling: Ward hef heurd dat er foto's van hum in de etalage stoan.
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03005) vertaling: Die erpel schelt niet makkulk.
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02932) vertaling: Die eerappels schilt niet makkuluk (makluk)
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02932) vertaling: Dit glas brèk as het op de grond valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03005) vertaling: Dit glas brek as 't op de grond valt.
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03005) opm.: zie opm.
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02932) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genòg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02932) vertaling: Al jaoren leeft hij van de arfenis van zien va.
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03005) opm.: zie opm.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03005) opm.: zie opm.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02932) vertaling: Dizze week leeft zij op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02932) vertaling: Zit tur nog leev'm in
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03005) opm.: zie opm.
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02932) vertaling: Leeft het nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02932) vertaling: Leeft het nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02932) vertaling: Zit tur nog leev'm in
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02932) vertaling: Hoelang leev'n jullie nouw al van die arfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03005) opm.: zie opm.
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03005) opm.: zie opm.
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02932) vertaling: In Bretagne leef'n zu veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02932) vertaling: Nao 't eet'n gao 'k slaopen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03005) vertaling: Noa het eet'n goa ik noar bedde
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02932) vertaling: Zòl ik dat wel doen kun'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03005) vertaling: Zok dat wal doen kunn'n?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03005) vertaling: Hij luut zien hoes oafbreek'n.
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02932) vertaling: Hij luut sien huus ofbreek'n
000 (x02opm) (inf. 03005) opm. inf.: De eerste vragen komen mij zeer onwaarschijnlijk voor in het Drents.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat Jan haard wark'n kan
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: opm. informant: in het dialect komt dit niet voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02932) vertaling: ik weet dat Jan haard kan wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: opm. informant: in het dialect komt dit niet voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat Jan haard wark'n kan
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: opm. informant: in het dialect komt dit niet voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02932) vertaling: ik weet dat Jan haard kan wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: opm. informant: in het dialect komt dit niet voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat Jan haard wark'n kan
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: opm. informant: in het dialect komt dit niet voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02932) vertaling: ik weet dat Jan haard kan wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: opm. informant: in het dialect komt dit niet voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat Jan haard wark'n kan
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: opm. informant: in het dialect komt dit niet voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02932) vertaling: ik weet dat Jan haard kan wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: opm. informant: in het dialect komt dit niet voor
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02932) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02932) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02932) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02932) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03005) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03005) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02932) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02932) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03005) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 3
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 3
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03005) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02932) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02932) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03005) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02932) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03005) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03005) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02932) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02932) gebr.: 3
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02932) gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02932) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03005) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02932) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03005) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02932) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03005) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02932) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03005) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02932) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02932) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02932) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03005) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03005) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02932) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03005) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02932) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03005) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02932) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03005) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02932) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03005) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02932) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03005) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03005) vertaling: Jan hef gien boek meer.
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02932) vertaling: Jan hèf gien ien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02932) opm.: opm. informant: komt niet voor
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03005) vertaling: Jan hef gien boek meer.
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03005) vertaling: Jan hef gien boek'n
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02932) opm.: opm. informant: komt niet voor
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02932) vertaling: Jan hèf niet veul geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03005) vertaling: Jan hef niet veul geld meer.
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02932) vertaling: Er mag gien ien spreek'n over dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03005) vertaling: Gieniene mag over dit probleem spreek'n
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02932) opm.: opm. informant: komt niet voor
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03005) vertaling: Gieniene mag over dit probleem spreek'n
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02932) vertaling: Gien ien zèg dat ie komt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03005) vertaling: Gieniene zeg dat-e komp
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02932) vertaling: Zit hier arg'ns moez'n
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03005) vertaling: Bint hier ok moez'n?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03005) vertaling: Ik geef niks an 'n aander.
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02932) vertaling: Ik geef niks an 'n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02932) vertaling: Gien ien wil wark'n
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03005) vertaling: Gieniene wil wark'n.
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02932) vertaling: Wij wuss'n niet dat ie in huus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03005) vertaling: Wi'j wuss'n niet dat-e d'r wal was.
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03005) vertaling: Ik wus 't ok niet.
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02932) vertaling: Ik wus het òk niet.
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02932) vertaling: Hij mag mèt gien ien over dit probleem praoten.
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03005) vertaling: Hi'j mag met gieniene over dit probleem proat'n.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02932) vertaling: Jan wèt dat ie veur drie uur de waag'n klaor mòt heb'n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03005) komt voor: n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03005) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02932) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02932) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03005) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03005) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02932) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02932) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 4
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03005) vertaling: Maries auto is kepot.
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02932) vertaling: Marie heur auto is kapòt
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02932) vertaling: Marie heur auto is kapòt
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03005) vertaling: Maries auto is kepot.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03005) vertaling: Piets auto is kepot.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02932) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03005) vertaling: Piets auto is kepot.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02932) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02932) vertaling: Die man zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03005) vertaling: Die man zien auto is kepot.
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03005) vertaling: Die man zien auto is kepot.
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02932) vertaling: Die man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03005) vertaling: Die auto is niet van mij maar van hem
opm.: Commentaar informant: 'zo zeggen wij het ook.'
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02932) vertaling: Die auto is niet van mij maor van hum.
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02932) vertaling: De kraant van gistern lig under de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03005) vertaling: De krant van gister'n lig under de T.V.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03005) vertaling: Jan is 't breurtie van K. en K.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02932) vertaling: Jan is het breurtie van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03005) vertaling: De fietsen van die jonges bint steul'n
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02932) vertaling: Die jongs heur fiets'n bint steul'n
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02932) vertaling: Die zussen heur moeder is op bezuuk
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03005) opm.: Streep door vraag
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02932) vertaling: Die auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03005) vertaling: Die auto is van Wim.
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02932) vertaling: Die fiets is van mij
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03005) vertaling: Dat is mien fiets.
000 (x07opm) (inf. 03005) opm. inf.: Met vraag k kan ik niks
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03005) vertaling: Hi'j mag met gieniene over dit probleem proat'n.
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02932) vertaling: Hij mag met gien ien over dit probleem praoten
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02932) vertaling: Ik wil gien ien kwetsen (zeer doen)
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'kwetsen komt in het Drents niet voor. Ik weet geen goed synoniem.'
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02932) vertaling: Het is jammer dat wij niet komm'n mugt.
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03005) vertaling: 't Is jammer dat wi'j niet mugt komm'm
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03005) vertaling: Dat doe ik niet.
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02932) vertaling: Dat gao 'k niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02932) vertaling: Ik heb niet warkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03005) vertaling: Ik heb niet wark't
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02932) vertaling: Hij had 't nog maor nèt verteld of Marie begun te schreien
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03005) vertaling: Hi'j had 't nog moar net zegd of Marie bugun te schrei'n.
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03005) vertaling: Haal die bestelling nou moar op.
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02932) vertaling: Gao die bestelling nou maor ophaolen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02932) vertaling: Hij warkt niet.
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03005) vertaling: Hi'j warkt niet.
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02932) vertaling: Ik verbied jou um hier te komm'n
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02932) vertaling: Ik verbied jou um hier te komm'n
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02932) vertaling: ik wil niet da'j hier komt
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03005) vertaling: Je mugt hier niet komm'm.
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02932) vertaling: ik wil niet da'j hier komt
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03005) vertaling: Jan huul teeg'n dat wi'j Marie beld'n.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02932) vertaling: Jan verhinderde da'w Marie beld'n
000 (x08opm) (inf. 03005) opm. inf.: verbieden en verhinderen kwamen maar weinig voor in het vroegere Drents.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02932) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03005) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03005) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02932) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03005) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02932) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02932) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03005) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02932) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02932) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03005) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02932) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03005) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03005) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02932) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03005) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02932) komt voor: n
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03005) fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02932) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03005) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03005) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02932) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03005) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02932) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02932) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03005) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03005) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03005) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03005) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03005) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02932) fragment: om (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02932) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03005) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02932) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03005) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02932) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02932) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02932) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03005) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02932) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02932) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03005) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02932) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02932) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03005) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02932) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02932) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02932) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03005) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02932) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03005) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02932) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03005) fragment: (1)
opm.: Commentaar informant: 'zo is het goed.'
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02932) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03005) fragment: dat (1)
opm.: Informant heeft 'wou meegaan' vervangen door 'met wol goan'.
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03005) fragment: (1)
opm.: Commentaar informant: 'geen toevoeging'
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03005) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02932) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'wordt zo niet gezegd.'
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat jullie op gien ien kwaod bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat zij narg'n trots op is.
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03005) vertaling: ik weet dat zi'j narg'ns trots op is.
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02932) vertaling: Els denkt dat 't niet makluk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03005) vertaling: Els denkt dat 't niet makkulk is.
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat ik te laot bin en jij niet.
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03005) vertaling: ik weet dat ik te laat ben en jij niet.
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02932) vertaling: Je weet toch dat jij wark'n moet en ik niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03005) vertaling: Je weet toch dat jij moet wark'n en ik niet.
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02932) vertaling: Iedereen denkt dat wij naorhuus gaot en dat zijn og bliev'n mugt
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'ik weet het niet.'
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03005) vertaling: Het is jammer dat hij komp en zij weggiet.
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02932) vertaling: Het is jammer dat hij komt en dat zij weggeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02932) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03005) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03005) vertaling: Ik denk dat P en L trouw'n goat.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02932) vertaling: Ik denk dat Pieter en Liesje trouw'n gaot
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02932) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02932) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02932) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02932) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02932) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02932) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02932) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02932) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02932) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02932) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02932) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02932) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02932) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02932) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02932) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02932) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02932) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02932) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02932) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02932) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03005) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02932) fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03005) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02932) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02932) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02932) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02932) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03005) komt voor: n
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02932) fragment: waar (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03005) komt voor: j
fragment: waar op (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02932) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03005) komt voor: j
fragment: waar op (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02932) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03005) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02932) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03005) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02932) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03005) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02932) fragment: waarop (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03005) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02932) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03005) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02932) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03005) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02932) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03005) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02932) vertaling: Wèl denk je dat ik in de stad teeg'n kom'n bin
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03005) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad zien heb?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03005) vertaling: Hoe denk jullie dat ze 't oplöst hebb'n.
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02932) vertaling: Wat dacht'n jullie hoe ze oplöst hebt
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03005) vertaling: Hoe denk jullie dat ze 't oplöst hebb'n.
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02932) vertaling: Hoe denk je dat ze't oplöst hebt
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02932) vertaling: Magda wèt niet wel of wij wilt bel'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03005) vertaling: Magda wet niet dat wi'j bell'n wilt.
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03005) vertaling: Wet iemand wie wi'j roep'n hebt
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02932) vertaling: Wèt iene wel of wij roep'n hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03005) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad zien heb?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02932) vertaling: Wèl denk je dat ik in de stad teeg'n kom'n bin
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02932) vertaling: Wèl denk je dat ik in de stad teeg'n kom'n bin
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03005) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad zien heb?
opm.: finiet voegwoord in bijzin
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02932) vertaling: hij hèf zien hand'n wast
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03005) vertaling: Hi'j hef zien hand'n wass'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02932) vertaling: Hij hèf zien hemd wast
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03005) vertaling: Hi'j hef zien hemd wass'n.
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02932) vertaling: Hij hèf n hoed op het heufd
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02932) vertaling: Hij hèf n hoed op de kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03005) vertaling: Hij hef een hoed op.
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02932) vertaling: Hij hèf n hoed op de kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02932) vertaling: Hij hèf n hoed op het heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02932) vertaling: Hij hèf 'n vlek op zien hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03005) vertaling: Hi'j hef een vlek op zien hemd.
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02932) vertaling: Hij hèf zienbien breuk'n
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03005) vertaling: Hi'j hef zien been breuk'n.
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02932) vertaling: Zij hèf zich zeer daon.
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03005) vertaling: Zi'j hef zuk zeer doan.
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02932) vertaling: Marie trök de deek'n naor zich toe.
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03005) vertaling: Marie trök de deek'n naor zuk toe.
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02932) vertaling: Luc wèt dat 'r foto's van hum te koop bint
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03005) vertaling: Luc wet dat er foto's van hum te koop bent.
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02932) vertaling: Jij herinnert je toch wel dat wij toen deur 't bos loop'n bint
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03005) vertaling: Je weet toch nog wal dat wi'j toen deur dat bos loop'n bent.
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02932) vertaling: Ik herinner mij dat de auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'herinneren werd in de spreektaal niet gebruikt.'
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02932) vertaling: Zij herinnert zich dat hij as 'n zwien zat te eet'n
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02932) vertaling: Wij herinnern ons wel dat jan al zien boek'n steulen waarn, maor zij herinnern zich dat niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02932) vertaling: Herinnern jullie je nog dat we Jan opde markt zien hèbt
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03005) vertaling: Hi'j hef zuk 'n ongeluk warkt.
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02932) vertaling: Hij hef zich 'n ongeluk warkt.
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03005) vertaling: Hi'j vuulde dat-e deur 't ies zakte.
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02932) vertaling: Hij vuulde dat ie 't deur 't ies zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02932) vertaling: Zul hij dat daon hebb'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03005) vertaling: Zou hij dat doan kunt hebben?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03005) fragment: kunt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03005) fragment: doan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03005) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02932) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02932) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03005) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02932) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02932) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03005) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02932) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03005) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03005) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02932) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02932) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03005) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02932) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03005) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02932) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03005) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02932) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03005) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02932) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02932) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03005) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02932) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03005) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03005) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02932) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03005) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02932) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02932) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03005) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03005) vertaling: Ik weet dat hij is weg.
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03005) vertaling: Ik weet dat hij is weg.
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02932) vertaling: ik weet dat ie weg is.
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02932) vertaling: ik weet dat ie weg is.
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02932) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03005) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03005) vertaling: de politie zul bi'j hum komm'n om hum met te neem'n
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03005) vertaling: de politie zul bi'j hum komm'n om hum met te neem'n
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02932) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02932) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03005) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03005) vertaling: Kees maak'n weet ik niks van.
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02932) vertaling: Kees maoken daor weet ik niks van
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03005) vertaling: Kees maak'n weet ik niks van.
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02932) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03005) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02932) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03005) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02932) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03005) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02932) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03005) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02932) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03005) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02932) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03005) vertaling: ik weet dat Jan noar de mark west is
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03005) vertaling: ik weet dat Jan noar de mark west is
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03005) vertaling: al lop'nd kwam ik 'm in de muut.
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02932) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03005) vertaling: al lop'nd kwam ik 'm in de muut.
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03005) vertaling: ik heb heel wat loop'n
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03005) vertaling: ik heb heel wat loop'n
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02932) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03005) vertaling: I wor nou muu, dus schei ik er moar met uut.
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02932) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03005) vertaling: Hij dee asof-e- net uut bedde kwam.
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02932) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03005) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02932) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03005) vertaling: Denk je da'j noar huus goat?
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02932) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'de volgorde van de woorden is in mijn dialect hetzelfde'
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02932) vertaling: In die tied leefde ik er op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'de volgorde van de woorden is in mijn dialect hetzelfde'
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02932) vertaling: Vroeger leefde hij as 'n beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02932) vertaling: Daor leefden wij as god in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'de volgorde van de woorden is in mijn dialect hetzelfde'
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'de volgorde van de woorden is in mijn dialect hetzelfde'
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02932) vertaling: Gien iene mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'de volgorde van de woorden is in mijn dialect hetzelfde'
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02932) vertaling: Het gebeurde toen aj weggungen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02932) vertaling: Ik weet waor aj geboren bint.
opm.: waar als - ja
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'de volgorde van de woorden is in mijn dialect hetzelfde'
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'de volgorde van de woorden is in mijn dialect hetzelfde'
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02932) vertaling: Nouw aj klaor bint muj votgaon
opm.: nu als - ja
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'de volgorde van de woorden is in mijn dialect hetzelfde'. IPP: niet van toepassing
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02932) vertaling: Deurdat Marie overleden was hèf heur man Anna niet meer kunnen helpen.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat hij hèn zwemmen is.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat hij hèn zwemmen is.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat hij hèn zwemmen is.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat hij hèn zwemmen is.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03005) vertaling: ik weet dat-e is goan zwemm'm.
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02932) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03005) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02932) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03005) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02932) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03005) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02932) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03005) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02932) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03005) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03005) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02932) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02932) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03005) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02932) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03005) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03005) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02932) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02932) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03005) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02932) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03005) vertaling: met zuk weer ku 'j niet veul doen
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03005) vertaling: met zuk weer ku 'j niet veul doen
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03005) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02932) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03005) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02932) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02932) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03005) vertaling: ik wil 'm nooit meer zien umdat-e mi'j hef bedreugen
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03005) vertaling: ik wil 'm nooit meer zien umdat-e mi'j hef bedreugen
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02932) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03005) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02932) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03005) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02932) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03005) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02932) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03005) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02932) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03005) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02932) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03005) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02932) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03005) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03005) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02932) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03005) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02932) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02932) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03005) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02932) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03005) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03005) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02932) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02932) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03005) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02932) fragment: (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02932) fragment: (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03005) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02932) fragment: (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03005) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02932) fragment: (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03005) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03005) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03005) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02932) fragment: die (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03005) komt voor: n
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02932) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02932) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02932) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02932) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02932) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03005) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03005) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02932) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03005) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02932) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02932) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03005) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03005) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02932) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03005) fragment: van wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02932) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03005) vertaling: Piet denkt dat J en M op gieniene kwoad is.
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02932) vertaling: Piet denk dat Jan en Marie op gien ien kwaod bint.
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03005) vertaling: Piet denkt dat J en M op gieniene kwoad is.
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02932) vertaling: Piet denk dat Jan en Marie op gien ien kwaod bint.
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02932) vertaling: Wim denkt dat we niet ien een pries geeft
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'zo zeggen wij dat niet.'
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02932) vertaling: Wim denkt dat we niet ien een pries geeft
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03005) opm.: vraag doorgestreept
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02932) vertaling: Het is waor dat ze niet met Marie praot'n mugt
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02932) vertaling: Het is waor dat ze niet met Marie praot'n mugt
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02932) vertaling: narg's
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03005) vertaling: narg'ns
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02932) vertaling: gien ien
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03005) vertaling: gieniene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02932) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03005) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02932) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03005) vertaling: bestiet niet
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02932) vertaling: gien ien
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03005) vertaling: giende
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03005) vertaling: Zeg niet teg'n 'm dat ik noar buut'n west bin.
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02932) vertaling: Zeg hum niet dat ik naor buut'n west bin.
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03005) vertaling: Niet vertell'n dat je 'n kedgie veur 'm kocht hebt, heur.
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02932) vertaling: Niet vertel'n da'j 'n cadeau veur hem kocht hebt, heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03005) vertaling: Wee 'j niet, dat-e vall'n is.
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02932) vertaling: Wee'j niet dat hij val'n is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02932) vertaling: Wendy probeerde om gien ien zeer te doen.
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'vul ik niet in, de volgorde van de woorden is bij ons ook zo.'
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02932) vertaling: 't liekt er op dat ze niks eet'n mag
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'vul ik niet in, de volgorde van de woorden is bij ons ook zo.'
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02932) vertaling: 't liekt er op dat ze niks eet'n mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'vul ik niet in, de volgorde van de woorden is bij ons ook zo.'
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02932) vertaling: Zu probeert al de hiele dag mekaor op te bel'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'vul ik niet in, de volgorde van de woorden is bij ons ook zo.'
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02932) vertaling: Het belooft weer 'n mooie dag te word'n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'vul ik niet in, de volgorde van de woorden is bij ons ook zo.'
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02932) vertaling: 't Is misschien beter om nog ev'n te wacht'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'vul ik niet in, de volgorde van de woorden is bij ons ook zo.'
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'vul ik niet in, de volgorde van de woorden is bij ons ook zo.'
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02932) vertaling: Wij had'n geluk um hem direct weer te vind'n
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03005) vertaling: As de hoender 'n valk ziet, bint ze bang.
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02932) vertaling: As de kip'n 'n valk ziet bint zu bang.
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03005) vertaling: A'w de erpel niet kunt verkoop'n hebt we 'n probleem.
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02932) vertaling: As wij de eerappels niet verkoop'n kunt, zit wij in de probleem'n
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03005) vertaling: A'j 'm niet met neemt wor ik kwaod.
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02932) vertaling: As jullie hum niet mètneemt wor ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03005) vertaling: Hie wus 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02932) vertaling: hij wus het.
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03005) vertaling: Op dit feest word er veul danst.
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02932) vertaling: Op dit feest wordt er veul danst.
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02932) vertaling: Nouw wordt 'er alle? nog maor stoet verkocht in die winkel.
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03005) vertaling: Nou verkoopt ze allien nog moar brood in die winkel.
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03005) vertaling: As hie met de fiets kop zal-e wel laat wez'n.
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02932) vertaling: As hij met de fiets komt, zel hie wel laot weez'n
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03005) vertaling: A'j tied hebt, kom dan ies langs.
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02932) vertaling: A'j tied hebt, kom dan is 'n keer langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02932) vertaling: As ik riek bin, koop ik 'n dure auto.
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03005) vertaling: A'k riek ben koop ik 'n dure auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02932) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03005) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03005) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02932) vertaling: Misschien gao ik het wal krieg'n
komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02932) vertaling: Misschien gao ik het wal krieg'n
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02932) vertaling: Durf jij er op te druk'n
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03005) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02932) vertaling: Durf jij er op te druk'n
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02932) vertaling: Duur jij hem uut te neudigen
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03005) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02932) vertaling: Duur jij hem uut te neudigen
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03005) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02932) vertaling: Duur jij ze uut te neudigen
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02932) vertaling: Duur jij ze uut te neudigen
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02932) vertaling: Is Pol hier wèst
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03005) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02932) vertaling: Is Pol hier wèst
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02932) vertaling: Hoe hèf Pol dat oplöst
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02932) vertaling: Hoe hèf Pol dat oplöst
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03005) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02932) vertaling: Hèj mij die brief opstuurd
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03005) komt voor: j
opm.: geen vertaling
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02932) vertaling: Hèj mij die brief opstuurd
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02932) vertaling: Ik heb het hum geem'n
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03005) komt voor: j
opm.: geen vertaling
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02932) vertaling: Ik heb het hum geem'n
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02932) vertaling: Zij leeft op water en brood dizze week.
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02932) vertaling: Zij leeft op water en brood dizze week.
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03005) komt voor: j
opm.: geen vertaling
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02932) vertaling: Marie hèf zegd dat jij probeerd hèbt een lietie te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02932) vertaling: Marie hèf zegd daj probeerd hebt een lietie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02932) vertaling: Marie hèf zegd dat jij probeerd hèbt een lietie te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03005) vertaling: Marie hef zegd dat jij probeerd hebt een liedje te zing'n.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02932) vertaling: Marie hèf zegd daj probeerd hebt een lietie te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02932) vertaling: Marie hèf zegd dat jij probeerd hebt heur een boek te geef'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03005) opm.: vraag doorgestreept
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: ''te' aanwezig' niet ingevuld
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02932) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: ''te' aanwezig' niet ingevuld
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03005) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02932) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03005) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03005) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02932) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03005) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02932) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02932) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03005) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: ''te' aanwezig' niet ingevuld
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: ''te' aanwezig' niet ingevuld
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 2
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 2
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02932) vertaling: Die uut de stad, hebt hier veul huzen bouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03005) vertaling: Die van de stad, die hebt hier veul huuz'n bouwd.
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02932) vertaling: An de neie vaort, daor zie'j gien mens meer.
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03005) vertaling: An die nije vaart doar zie je gien mens meer.
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03005) vertaling: Gister is Jan hier weest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02932) vertaling: Gister is Jan hier wèst
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02932) vertaling: De dag dat Jan belde, was ik niet thuus (niet in huus)
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03005) vertaling: de dag dag Jan belde was ik er niet
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02932) vertaling: Jef, die zul ik nooit uutnodigen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03005) vertaling: Jef, die zol ik nooit vroag'n.
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03005) vertaling: Marie, die zul zowat nooit doen.
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02932) vertaling: Marie, die zul zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02932) vertaling: Bert, die drinkt wel us 'n glas te veul.
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03005) vertaling: Bert, die drinkt wel ies 'n glas te veul.
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02932) vertaling: Martha, die zul ik wal ies bij mij thuus wil'n uutneudigen.
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03005) vertaling: M, die zul ik wel ies bij mij in huus will'n vroag.
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03005) vertaling: Dat hoes, dat zul ik nooit will'n koop'n.
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02932) vertaling: Dat huus, zul ik nooit wil'n kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02932) vertaling: Dat huus, stiet 't er al vieftig jaor
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03005) vertaling: Dat hoes, dat stiet doar al vieftig joar.
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03005) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02932) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02932) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03005) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02932) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03005) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02932) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03005) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03005) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02932) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02932) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03005) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02932) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03005) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03005) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03005) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02932) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02932) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03005) komt voor: j
gebr.: 5
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02932) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03005) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02932) vertaling: Hèf Gunther belt?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03005) vertaling: Hef G. beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02932) vertaling: Pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03005) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02932) vertaling: 't Was maor nèt genòg
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03005) vertaling: 't was moar net genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02932) vertaling: Marjo hèf nou meer koeien dan ze vroeger haar
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03005) vertaling: M hef nou meer koei'n dan ze vrogger had.
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02932) vertaling: As Suzanne komm'n kund haar, dan haar ze dat daon.
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03005) vertaling: As S had kunn'n komm'm dan had ze dat doan.
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02932) vertaling: Zij is de beste dokter die ik ken
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03005) vertaling: Ze is de beste dokter die ik ken.
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02932) vertaling: Veur da'j wat weggooit, moej ev'n beln
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03005) vertaling: Veur je wat weggooit moe'j ee'm bell'n.
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03005) vertaling: Hier is alles wat ik kreeg'n heb.
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02932) vertaling: Hier is alles wat ik kreeg'n heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02932) vertaling: Jan is te gierig om wat an zien kinder te geev'n
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03005) vertaling: J. is te gierig (beter knieperig) um wat an zien kinder te gee 'm.
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02932) vertaling: As of jij wat van voetbal'n weet.
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03005) vertaling: Of jij wat van voetball'n weet.
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03005) opm.: streep door vraag
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02932) vertaling: Dat boek leg hèn
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03005) vertaling: A'j echt niet wacht'n kunt, kom dan moar.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02932) vertaling: Aj echt niet wacht'n kunt, dan kom maor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter har kun'n roep'n
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'Zeg ik ook zo'
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'kan niet in het Drents'
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02932) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter har kun'n roepen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02932) vertaling: Hij zei dat ik dat doen moet'n har
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'Zeg ik ook zo'
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02932) vertaling: Hij zei dat ik dat doen moet'n har.
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'kan niet'
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'Zeg ik ook zo'
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02932) vertaling: Hij is veurige week door dokter Mertens opeeerd.
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02932) vertaling: Hij wordt mörgen deur dokter Mertens opereerd.
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'Zelfde'
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02932) vertaling: Ik denk daj veul weg moet gooi'n
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03005) vertaling: ik denk dat je veul weg zul moet'n gooi'n.
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03005) vertaling: ik denk dat je veul weg zul moet'n gooi'n.
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02932) vertaling: Ik denk daj veul weg moet gooi'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03005) positie: 1
opm.: Commentaar informant: 'Zoals het er staat'
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02932) vertaling: Het is dom um zulke zure ding'n weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02932) vertaling: Het is dom um zulke zure ding'n weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02932) vertaling: Hij is alle kapotte spull'n an 't weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03005) positie: 1
opm.: Commentaar informant: 'Zoals het er staat'
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02932) vertaling: Hij is alle kapotte spull'n an 't weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02932) vertaling: Ik vind daj vaker de kraant moet leez'n
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03005) positie: 1
opm.: geen vertaling
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02932) vertaling: Ik vind daj vaker de kraant moet leez'n
positie: 3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02932) vertaling: Het is dom om in 't donker de kraant te leez'n
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03005) positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02932) vertaling: Het is dom om in 't donker de kraant te leez'n
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02932) vertaling: Hij is de iele dag an 't kraantleez'n
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03005) positie: 1
opm.: 'In het Drents slik je alleen de e van 'en in, anders niets (leez'n)'
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02932) vertaling: Hij is de iele dag an 't kraantleez'n
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03005) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02932) fragment: van (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02932) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02932) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02932) fragment: van (1)
000 (z14opm) (inf. 03005) opm. inf.: begrijp ik niet. Ik vul niets in, want zo klopt de zin
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03005) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02932) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03005) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02932) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02932) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03005) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03005) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02932) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02932) vertaling: Robert hèf ien grune appel weggeev'n, en nou hèt hij er nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02932) vertaling: D'r waar'n veul mens'n op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02932) vertaling: Waar'n d'r veul mens'n op 't feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02932) vertaling: wat veur boek'n hej kocht.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02932) vertaling: wat veur boek'n hej kocht.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02932) vertaling: Wat hej veur boek'n kocht.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02932) vertaling: Wat hej veur boek'n kocht.
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02932) vertaling: Hij woont bij Marietje.
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02932) vertaling: Hij woont bij Wim.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02932) vertaling: Loop ev'n naor de bakker, Wim.
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02932) vertaling: Wèl ehj zien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02932) vertaling: Wel hèf jou zien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02932) vertaling: As ik dat weet'n har, dan har ik het niet daon.
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02932) vertaling: 't Zul beter weez'n um nog év'n te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02932) vertaling: Gelukkig har jan de dokter belt, en dei ws d'r al gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02932) vertaling: Loop nou toch deur, vervelende jongs
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03005) opm.: Commentaar informant: 'dit heb ik al eerder ingevuld.'
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02932) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02932) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02932) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02932) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02932) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02932) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02932) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02932) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaar[meta][k]G054b[/k][h]213[/h][i]214[/i][vw]S[/vw][t]IH[/t][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=018] Vertaal. Ze weet niet dat Marie gister gestorven is. [/v] sound
informant [a] Zij wist niet dat Marie gisteren overleden is of storben is. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=025] Vertaal. Niemand heeft dat ooit gewild of gekund. [/v] sound
informant [a] Dat hef geen een wild of kund. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=026] Vertaal. Jan had het hele brood wel willen opeten. [/v] sound
informant [a] Jan had die hele stoet wel op willen eten. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ik dacht dat ik het andersom zegd ha. Jan had die hele stoet wel opeten wild. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=027] Vertaal. Vertel maar niet wie zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a] Vertel maar niet wel zij had kunnen roepen. [/a] tagging sound
informant [a] Vertel maar niet wel of ze roepen kunnen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] _ roepen kund hadden. [/a] tagging sound
informant [a] Ja. _ roepen kund had. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=027] Komt ook voor. Vertel maar niet wel ze roepen kund had. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=035] Vertaal. Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/v] sound
informant [a] Jan kunt zich dat verhaal wel herinneren. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=038] Vertaal. De timmerman heeft geen spijkers bij zich. [/v] sound
informant [a] De timmerman had de spijkers vergeten. [/a] sound
informant [a] Of die had ze niet bij zich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=040] Vertaal. Erik liet mij voor zich werken. [/v] sound
informant [a] Erik die luut mij voor zich werken. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=041] Vertaal. Johanna liet zich meedrijven op de golven. [/v] sound
informant [a] Johanna luut zich met drijven op de golven. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=042] Vertaal. Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. [/v] sound
informant [a] Toon heeft zichzelf eens goed in de spiegel bekeken. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=043] Vertaal. Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken. [/v] sound
informant [a] Jan hef in twee minuten een bierie op dronken. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=044] Vertaal. Deze schoenen lopen gemakkelijk. [/v] sound
informant [a] Deze schoenen loopt zo gemakkelijk. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=045] Vertaal. Eduard kent zichzelf goed. [/v] sound
informant [a] Eduard die kent zichzelf veel te goed. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Vertaal. Ward heeft gehoord dat er fotoos van zichzelf in de etalage staan. [/v] sound
informant [a] Ward hef heurd dat er een foto van emzelf in de etalage stond. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Komt ook voor. Ward hef heurd dat er fotoos van emzelf in de etalage staat. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=046] Komt ook voor. Ward hef heurd dat er fotoos van em in de etalage staat. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=047] Vertaal. Die aardappelen schillen niet gemakkelijk. [/v] sound
informant [a] Die aardappel die schilt niet makkelijk. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=048] Vertaal. De sneeuw smelt in de zon. [/v] sound
informant [a] De sneeuw die smelt in de zon weg. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=053] Vertaal. Als ik zuinig leef leef ik zoals mijn ouders willen. [/v] sound
informant [a] Als ik zuinig leef dan leef ik zoals mien ouders ook wollen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=055] Vertaal. Als hij nog drie jaar leeft leeft hij langer dan zijn vader. [/v] sound
informant [a] Azze nog drie jaar langer leeft dan leve langer az zien va. [/a]

az e lev e
tagging sound
hulpinterviewer [v=057] Vertaal. Als zij zo gevaarlijk leeft dan leeft ze niet lang meer. [/v] sound
informant [a] Azze zo gevaarlijk leeft dan leeft ze niet lang meer. [/a]

az ze
tagging sound
hulpinterviewer [v=059] Vertaal. Als het nu nog leeft dan leeft het morgen ook nog. [/v] sound
informant [a] Azt nu nog leeft dan leeftet morgen ook nog. [/a]

az t leeft et
tagging sound
hulpinterviewer [v=061] Vertaal. Als jullie zo losbandig leven dan leven jullie nooit zo lang als ik. [/v] sound
informant [a] Ai zo losbandig leeft als ui nou doet dan leef je niet zo lang als ik leef. [/a]

a i
tagging sound
hulpinterviewer [v=063] Vertaal. Als ze voor hun werk leven dan leven ze niet voor hun kinderen. [/v] sound
informant [a] Az ze voor heur werk leeft dan leeft ze niet voor heur kinder. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=067] Vertaal. Als Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/v] sound
informant [a] Als Rudy nog leef dan leeft Rudy ok nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=068] Vertaal. Als je gezond leeft dan leef je langer. [/v] sound
informant [a] Ai gezond leeft dan leef je langer. [/a]

a i
tagging sound
hulpinterviewer [v=069] Vertaal. Als er zo weinig mensen van de landbouw leven dan leven er veel mensen van werk in de fabriek. [/v] sound
informant [a] Als er weinig mensen van de landbouw leven leeft _. [/a] tagging sound
informant [a] _ dan leeft er veel mensen van werk in de fabriek. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=070] Vertaal. Als Pieter en Liesje in het paradijs leven dan leven Rosa en Frans in de hel. [/v] sound
informant [a] Als Pieter en Liesje in het paradijs leeft dan leeft Rosa en Frans in de hel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Vertaal. Als we sober leven leven we gelukkig. [/v] sound
informant [a] Auw sober leeft dan leven wij gelukkig. [/a]

au w
tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Vertaal. Als we eenvoudig leeft leven wij gelukkig. [/v] sound
hulpinterviewer [v=072] Vertaal. Leef wat gezonder Jan. [/v] sound
informant [a] Leef toch wat gezonder Jan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=073] Vertaal. Leef wat minder bekrompen kinderen. [/v] sound
informant [a] Kinderen je moet wat minder bekrompen leben. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=132] Vertaal. Ik denk dat Marie hem zal moeten roepen. [/v] sound
informant [a] Ik denk dat Marie heur zal moeten roepen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=188] Vertaal. Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen. [/v] sound
informant [a] Hei genoeg volk om heu van et land te halen. [/a]

he i
tagging sound
hulpinterviewer [v=188] Komt ook voor. Hei genoeg volk voor theu van het land te halen. [/v]

he i t heu
tagging sound
informant [a=j] Ja ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=189] Vertaal. Het was aardig van Jan om te komen werken. [/v] sound
informant [a] Het was aardig van Jan om te komen helpen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=190] Vertaal. Deze ton is zwaar om te dragen. [/v] sound
informant [a] Deze ton is zwaar om te dragen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=190] Komt ook voor. Deze ton is zwaar te dragen. [/v] sound
informant [a=j] Ja. Deze ton is zwaar te dragen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=198] Vertaal. Hijkan staan zeuren. [/v] sound
informant [a] He die kan ook staan te zeuren. [/a] sound
hulpinterviewer [v=198] Komt ook voor. Hie kan staan te zeuren. [/v] sound
informant [a=j] Ja. Hie kan staan te zeuren kan ook ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=199] Vertaal. Hij staat te zeuren. [/v] sound
informant [a] Hie staat te zeuren. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=200] Vertaal. Toen we aankwamen regende het. [/v] sound
informant [a] Toew aankwamen toen regendet hard. [/a]

toe w regende t
tagging sound
hulpinterviewer [v=215] Vertaal. K geloof dat ik groter ben als hij. [/v] sound
informant [a] Ik geloof vast dak groter ben als hij. [/a]

da k
tagging sound
hulpinterviewer [v=216] Vertaal. Ze gelooft dat jij eerder thuis bent als ik. [/v] sound
informant [a] Zie gelooft dat jij eerder in hoes bent als ik. [/a] tagging sound
informant [a] _ dat ee eerder in hoes bent als ik. [/a] tagging sound
commentaarPronomen 2e sg. voor mannen ee en voor vrouwen do.  sound
hulpinterviewer [v=217] Vertaal. Je gelooft jammer genoeg niet dat hij sterker is als jij. [/v] sound
informant [a] Je gelooft jammer genoeg niet _. [/a] tagging sound
informant [a] _ dat hij sterker is als jij als ee. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=218] Vertaal. Ze geloven dat wij rijker zijn als zij. [/v] sound
informant [a] Zie gelooft dat wij rijker bint als zij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=219] Vertaal. We geloven dat jullie niet zo slim zijn als wij. [/v] sound
informant [a] Wij gelooft dat ee niet zo slim bent als wij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=220] Vertaal. Jullie geloven zeker niet dat zij armer zijn als jullie. [/v] sound
informant [a] Jullie gelooft zeker niet dat zij armer bint als ee. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=221] Vertaal. U gelooft dat Lisa even mooi is als Anna. [/v] sound
informant [a] Jij gelooft dat Lisa even mooi is als Anna. [/a] U komt wel voor maar beide informanten geven de voorkeur aan jij. tagging sound
hulpinterviewer [v=222] Vertaal. Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn als Geert en Peter. [/v] sound
informant [a] Hie gelooft dat Louis en Jan sterker bint als Geert en Peter. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=249] Vertaal. De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is stond achter mij. [/v] sound
informant [a] De jong van de moe die gister hertrouwd is stond achter mij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] En ik had eerst zegd wel zien moe. Wiens. Wel zien. [/a] sound
informant [a] ja dat kan ook de jong wor van de moe gisteren hertrouwd is stond achter mij [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=249] Komt ook voor. De jongen die zien moe gisteren hertrouwd is stun achter mij. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja dat kan allebeide wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=250] Vertaal. De bank waar ze op zaten was pas geverfd. [/v] sound
informant [a] De bank waar ze op zaten was pas in de verf zet. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=250] Komt ook voor. De bank doar ze op zaten was net verfd. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kan ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=259] Vertaal. Wie geld heeft moet mij maar wat geven. [/v] sound
informant [a] Wel geld hef moet mij maar wat geven. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=259] Komt ook voor. Die geld hef moet mij maar wat geven. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja dat kan ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=267] Vertaal. Hij heeft zijn handen gewassen. [/v] sound
informant [a] Hie hef zien handen wassen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=267] Komt ook voor. Hie hef zuch de handen wasket. [/v] tagging sound
informant [a=j] Kan ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=268] Vertaal. Hij heeft zijn hemd gewassen. [/v] sound
informant [a] Hie hef zien hemd uit wassen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=268] Komt ook voor. Hie hef zuch themd wasket. [/v]

t hemd
tagging sound
informant [a=j] Ja kan ook. Dat is nog ouder loof ik. [/a] sound
hulpinterviewer [v=271] Vertaal. Hij heeft zijn been gebroken. [/v] sound
informant [a] Hie hef zien been broken. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=271] Komt ook voor. Hie hef et been broken. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=273] Vertaal. Marie trok de deken naar zich toe. [/v] sound
informant [a] Marie trok de deken naar zich toe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ik heb gezegd op zich aan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=339] Vertaal. Niemand mag het zien dus ik vind dat jij het ook niet mag zien. [/v] sound
informant [a] Het mag geen een zien dus jij meugt het ook niet zien. [/a] tagging sound
informant [a] Of ik vind dat jij het niet zien meugt. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=339] Komt ook voor. Geen een meugt het zien dus ik vind dat ee het ook niet zien meugt. [/v] sound
informant [a=j] Goed ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=340] Vertaal. Het gebeurde toen je wegging. [/v] sound
informant [a] Et gebeurde toen wij weggung. [/a] tagging sound
informant [a] _ toen ee weggung. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=341] Vertaal. Ik weet waar je geboren bent. [/v] sound
informant [a] Ik weet wel waar je geboren bent. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] En dat bint dat ken ook sint wezen he. [/a] tagging sound
informant [a] Ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=342] Vertaal. Nu je klaar bent mag je gaan. [/v] sound
informant [a] Nou je klaar bint meug je weggaa. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=370] Vertaal. Dat is de man die ze geroepen hebben. [/v] sound
informant [a] Dat is die man die ze roepen hebt. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=371] Vertaal. Dat is de man die het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Dat is die man die het verhaal verteld hef. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=372] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. [/v] sound
informant [a] Dat is die kerel wat die ik denk dat het verhaal verteld hef. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=373] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben. [/v] sound
informant [a] Dat is die man of kerel die ik denk dat ze roepen hebt. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=397] Vertaal. T schijnt dat ze niets mag eten. [/v] sound
informant [a] T schient dat ze niks meer mag eten. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=397] Komt ook voor. Schient dat ze niks mag eten. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=403] Vertaal. T lijkt wel of er iemand in de tuin staat. [/v] sound
informant [a] T liekt net of er ien in de tuin staat. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=520] Vertaal. Wat voor boeken heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Wat voor boeken hei je nou weer kocht. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=526] Vertaal. Wie heeft je op de kermis gezien. [/v] sound
informant [a] Wel hei je allemaal op de kermis zie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=036] Plaatje. Marie en Piet wiest naar _. [/v] sound
informant [a] _ naar mekaar. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=037] Plaatje. Toon wast _. [/v] sound
informant [a] Toon wast zien arm. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ik heb zegd Toon wast zuk. [/a] sound
informant [a] Toon wast zuch ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=039] Plaatje. Fons zag een slang naast _. [/v] sound
informant [a] _ zuch op de bank. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=006] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Gisteren wandeldiede door het park. [/v] sound
informant [a=n] Gisteren liep hij door het park. [/a] tagging sound
informant [a=n] Nee dan zeggen wij gisteren wandelde hij door het park. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=022] Komt deze zin voor in uw dialect. Er wil niemand niet dansen. [/v] sound
informant [a=n] Der wil geen ien met mij dansen of der wil geen ien dansen. [/a] sound
hulpinterviewer [v=087] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Eddy moet kunnen vroeg opstaan. [/v] sound
informant [a=n] Eddy moet vroeg opstaan kunnen dat kan wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=137] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Hij wil geen soep niet meer eten niet. [/v] sound
informant [a=n] Hij wil geen soep meer eten. [/a] sound
hulpinterviewer [v=140] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Zitten hier nergens geen muizen. [/v] sound
informant [a=j] Zitten hier nergens geen muizen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=148] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Iedereen is geen vakman. [/v] sound
informant [a=j] Elk is geen vakman. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ja dat heb ik ook nog hersteld want ik zei nog eerst iedereen is geen vakman heb ik ook nog zegd maar toen later zei ik elk is geen vakman. [/a] sound
hulpinterviewer [v=149] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Hij heeft overal geen vrienden. [/v] sound
informant [a=j] Hie hef overal geen vrienden. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=260] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a] Wel denkie dat ik in de stad zien heb. [/a]

denk ie
sound
hulpinterviewer [v=261] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost. [/v] sound
informant [a=j] Wat denk je hoe ze het oplost hebt. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=262] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Wel denkie wel of ik in de stad tegen kommen be. [/a]

denk ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=265] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost. [/v] sound
informant [a] Hoe denk je dat ze het oplost hebt. [/a] sound
hulpinterviewer [v=309] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Ik heb geen zin en voeren de koeien. [/v] sound
informant [a=n] Ik heb geen zin om de koeien te voeren. [/a] sound
hulpinterviewer [v=317] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming. [/v] sound
informant [a=n] Alle koeien Marie bint verdronken bij de overstroming. [/a] sound
hulpinterviewer [v=329] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Ik geloof deze jongen vinden ze allemaal wel aardig. [/v[ sound
informant [a=n] Ik geloof dat ze deze jongen allemaal wel aardig vindt. [/a] sound
hulpinterviewer [v=331] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Ik heb heel wat lopen gedaan. [/v] sound
informant [a] Ja ik heb heel wat lopen. [/a] sound
hulpinterviewer [v=329] Komt daan er dan nog achter. [/v] sound
informant [a=j] Ja. Ik heb heel wat lopen daan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=353] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Persoon a vraagt wil je nog koffie Jan. Jan antwoordt jak. [/v] sound
informant [a=n] Wil je nog koffie hebben Jan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=353] En dan antwoordt Jan. [/v] sound
informant [a=n] Ja toe maar. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=355] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Persoon a vraagt hebben ze gegeten. Persoon b antwoordt jaanze. [/v] sound
informant [a=n] Heb ze al eten. Ja zie hebt het al op. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=501] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Marie zit te stoofperen schillen. [/v] sound
informant [a=j] Marie zit te peren schillen. [/a] tagging sound
informant [a=j] Marie zit te stoofperen schillen. [/a] sound
hulpinterviewer [v=502] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Marie zit stoofperen en schillen. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat komt niet voor in ons _. Dat is weer het zelfde. Marie zit te stoofperen te schillen. [/a] sound
hulpinterviewer [v=028] Komt deze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Vertaal. Vertel mij eens wie dat zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a] Vertel mij eens. Wel had ze dan wel kunnen roepen. [/a] tagging sound
informant [a=n] Wie dat. Wel ze dan toch. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Wij zegt dat zo niet dacht ik. [/a] sound
informant [a=n] Vertel mij eens wel ze dan wel had kunnen roepen of zo misschien. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=029] Komt deze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Vertaal. Vertel mij eens wie of zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a=j] Vertel me eens wel ze had wel of ze dan had kunnen roepen. Wel of ze dan had kunnen roepen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=030] Komt deze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is deze zin in uw dialect. Vertaal. Vertel mij eens wie of dat zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a=n] Dat zegt wij ook nooit. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Wie of dat. Kijk dat zeggen _. [/a] sound
informant [a=n] Dat zeggen wij niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=030] Welke is het meest gebruikelijke. [/v] Het lijkt me dat wel en wel of het beste zijn. De informante gaf in een eerder antwoord spontaan een constructie met wel of. sound
hulpinterviewer [v=296] Komt deze zin voor in uw dialect. Zou hij dat gedaan hebben gekund. [/v] sound
informant [a=n] Zou hij dat kunnen hebben. [/a] sound
hulpinterviewer [v=297] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Zou hij dat gedaan gekund hebben. [/v] sound
informant [a=j] Sol hij dat daan kund hebben. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=305] Komt deze zin voor in uw dialect. Vertaal. Zou hij dat doen gekund hebben. [/v] sound
informant [a=n] Sol hij dat daan kunnen hebben. [/a] sound
commentaarMoeilijk te beoordelen of doen kund hebben nu kan. Het eerste antwoord van de informante is daan kund hebben maar ze kan het blijkbaar wel corrigeren in doen kunnen hebben.  sound
hulpinterviewer [a=j] Doen kund hebben. [/a] tagging sound
informant [a=j] Sol hij dat doen kunnen hebben. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=305] Welke van deze zinnen is het meest gebruikelijk in het dialect. [/v] sound
informant [a] Sol hij dat daan kunnen hebben denk ik. [/a] sound
informant [a] Ik denk dat het de eerste is. Zou hij dat daan kunnen hebben. [/a] Strikt genomen zit de volgorde daan kunnen hebben niet bij de keuzemogelijkheden. Ik ga ervan uit dat de informanten vraag 297, dus de tweede, het beste vinden al dan niet met IPP. sound
hulpinterviewer [v=347] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik weet dat hij is gaan zwemmen. [/v] sound
informant [a] Ik weet dat hij zwemmen gaan is. [/a] Dit is de volgorde van vraag 352. sound
hulpinterviewer [v=350] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik weet dat hij gaan zwemmen is. [/v] sound
informant [a] Ik weet dat hij zwemmen gaan is. [/a] sound
hulpinterviewer [v=351] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik weet dat hij zwemmen is gaan. [/v] sound
informant [a] Ik weet dat hij zwemmen gaan is. [/a] sound
hulpinterviewer [v=352] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik weet dat hij zwemmen gaan is. [/v] sound
informant [a] Ja. Maar ik weet dattie heen zwemmen gaan is zeggen wij er dan nog tussen.

dat ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=352] En welke is het meest gebruikelijk in het dialect. [/v] sound
informant [a] Nou dan denk ik wel heen zwemmen heen he ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=495] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik denk dajje veel weg zult moeten gooien. [/v]

da je
sound
informant [a=j] Ik denk dajje wel veel weg zult moeten gooien. [/a]

da je
tagging sound
hulpinterviewer [v=495] Ik denk dajje veel zult weg moeten gooien. [/v]

da je
sound
informant [a] Ik denk dajje wel veel weg zult moeten gooien. [/a]

da je
tagging sound
hulpinterviewer [v=495] Ik denk dajje veel zult moeten weg gooien. [/a]

da je
sound
informant [a=j] Ja dat kan ook. Ik denk dajje veel zult moeten weg gooien. [/a]

da je
tagging sound
hulpinterviewer [v=495] Welke van deze drie is het meest gebruikelijk in het dialect. [/v] sound
informant [a] Ik denk dajje veel weg zult moeten gooien. Denk ik. [/a]

da je
sound
hulpinterviewer [v=075] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik vin dat iedereen mut kunnen zwemmen. [/v] sound
informant [a=j] Ik vin dat iedereen mut zwemmen nee mut kunnen zwemmen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=077] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik vin dat iedereen mut zwemmen kunnen. [/v] sound
informant [a=n] Nee kunnen zwemmen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=080] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik vin dat iedereen kund zwemmen moe. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Ik vin dat iedereen mut kunnen zwemmen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=082] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik vin dat iederene zwemmen kunnen moe. [/v] sound
informant [a=n] Komt niet voor. [/a] sound
hulpinterviewer [v=084] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik vin dat iederene zwemmen mut kunnen. [/v] sound
informant [a] Dat was die eerste toch. Ja. [/a] sound
informant [a] Ik vind dat iedereen mut kunnen zwemmen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=086] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten. [/v] sound
informant [a=n] Ik weet dat Eppie nee Eddy morgen stoet wil eten. [/a] sound
hulpinterviewer [v=154] Komt deze zin voor in uw dialect. Boeken heef Jan drie. [/v] sound
informant [a=n] Jan heef drie boeken. [/a] sound
hulpinterviewer [v=156] Komt deze zin voor in uw dialect. Jan wet dat hij voor drie uur de wagen mut hebben maakt. [/v] sound
informant [a=n] _ maakt mut hebben. [/a] sound
hulpinterviewer [v=157] Komt deze zin voor in uw dialect. Jan wet datte voor drie uur de wagen mut maakt hebben. [/v]

dat e
sound
informant [a=n] _ maakt mut hebben. [/a] sound
hulpinterviewer [v=160] Komt deze zin voor in uw dialect. Jan weet datte voor drie uur de wagen maakt mot hebben. [/v]

dat e
tagging sound
informant [a=j] Ja dat kan ook. Daar hei je em. [/a]

he i
sound
hulpinterviewer [v=161] Komt deze zin voor in uw dialect. Jan weet datte voor drie uur de wagen maakt hebben mot. [/v]

dat e
sound
hulpinterviewer [a=j] _ kapot hef en die em voor drie uur gemaakt hebben moet. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=227] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt hie slaap. Persoon b antwoordt hie dut. [/v] sound
informant [a=n] Hie slaap. Ja dat dutte. [/a]

dut e
sound
hulpinterviewer [v=228] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraag hie slaap. Persoon b antwoordt dut. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat is het niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=243] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraag slape. Persoon b antwoordt hie dut. [/v]

slap e
sound
informant [a=n] Ja dan zeggen wij nog nit hie dut. Dan zeggen wij wel slape ja ik geloof het wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] Komt deze zin voor in uw dialect. De lamp dut niet meer branden. [/v] sound
informant [a=n] De lamp die brandt niet meer. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] De kinder doet hier niet voetballen. [/v] sound
informant [a=n] De kinder die bent niet aan het voetballen. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] Branden dut de lamp niet meer. [/v] sound
informant [a=n] Nee. De lamp die brandt niet meer. [/a] sound
hulpinterviewer [v=246] Komt deze zin voor in uw dialect. Dut Marie elke avond dansen. [/v] sound
informant [a=n] Giet Marie iedere avond aan het dansen. [/a] sound
hulpinterviewer [v=247] Komt deze zin voor in uw dialect. Doe het brood even snijden. [/v] sound
informant [a=n] Ga even het brood snie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=248] Komt deze zin voor in uw dialect. Ik doe wel even de kopjes wasken. [/v] sound
informant [a=n] Ik was de kopjes wel even af. [/a] sound
hulpinterviewer [v=319] Komt deze zin voor in uw dialect. Dit denk ik nie aan. [/v] sound
informant [a=n] Daar denk ik nie aan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=321] Komt deze zin voor in uw dialect. Die rare jong heb ik mit naar de markt weest. [/v] sound
informant [a=n] Met die rare jong ben ik naar de markt weest. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Ja. Heb of bin. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Heb ik naar de markt weest of bin ik naar de markt weest. [/a] sound
informant [a] Ik zou zeggen bin. [/a] sound
informant [a] Ja het kan allebeide wel. [/a] sound
commentaar[meta][k]G054b[/k][h]213[/h][i]214[/i][vw]S[/vw][t]IH[/t][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=328] Komt deze zin voor in uw dialect. Jan vindt dat ik moet zulke dingen niet geloven. [/v] sound
informant [a=n] Jan vindt dat ik zulke dingen nie geloven moe. [/a] sound
informant [a=n] Jan vindt dajje zulke dingen niet geloven moet. [/a]

da je
sound
informant [a=n] Jan vindt dat ee zulke dingen niet geloven moet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=387] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt wanneer zal de wereldvrede komen. Persoon b antwoordt nooit niet. [/v] sound
informant [a] Wanneer zal de wereldvrede komen. Dat kan nog lang duren. [/a] sound
hulpinterviewer [v=387] Persoon b antwoordt nooit niet. [/v] sound
informant [a] Misschien wel nooit. [/a] sound
hulpinterviewer [v=459] Komt deze zin voor in uw dialect. Hie hef de bal gooid in de mand. [/v] sound
informant [a=n] Hij gooide de bal in de mand. Hie hef de bal in de mand gooid. [/a] sound
informant [a=n] Hie hef de bal in de mand gooid. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=485] Komt deze zin voor in uw dialect. Persoon a vraagt zal ik koken. Persoon b antwoordt dat doe maar. [/v] sound
informant [a=n] Zal ik vandaag koken. Ja toe maar. [/a] sound
hulpinterviewer [v=486] Komt deze zin voor in uw dialect. Dat boek beloof mij dat je nooit meer zult verstoppen. [/v] sound
informant [a=n] Je moet me beloven dajje dat boek nooit weer verstoppen zult. [/a]

da je
sound
hulpinterviewer [v=487] Komt deze zin voor in uw dialect. Wat zeg mij dajje kocht hebt. [/v]

da je
sound
informant [a=n] Je bedoelt zeg mij wat of je kocht hebt. [/a] sound
informant [a] Dat is een hele rare zin dan. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Kijk dat zeggen wij hier niet he. [/a] sound
informant [a=n] Nee. Wij zegt van zeg mij eens wat ojje kocht hebt. [/a]

o je
sound
hulpinterviewer [v=530] Komt deze zin voor in uw dialect. Marie zei dat ik Piet een boek heb probeerd te verkopen. [/v] sound
informant [a] Marie zei dat Piet een boek dat jij Piet probeerd hebt om em een boek te verkopen. sound
hulpinterviewer [v=531] Komt deze zin voor in uw dialect. Wim dacht dat ik Els had probeerd een cadeau te geven. [/v] sound
informant [a=n] Wim dacht dat ik probeerd had Els een cadeau te geven. [/a] sound
hulpinterviewer [v=532] Komt deze zin voor in uw dialect. Karel weet dat ee probeerd hebt Marie een boek te verkopen. [/v] sound
informant [a=j] Karel weet dat ee probeerd hebt Marie een boek te verkopen. Hehe. [/a] tagging sound
veldwerker [n][v=073] Leef wat minder bekrompen kinderen. Kunt u dat ook zo zeggen. [/v] sound
informant [a=j] Leef wat minder bekrompen kinder. [/a] tagging sound
veldwerker [v=198] Hij kan staan zeuren. Kan dat ook zonder te want u zei hij kan staan te zeuren. [/v] sound
informant [a=j] Ja. Hie kan staan zeuren. [/a] tagging sound
veldwerker [v=339] Niemand mag het zien dus ik vind dat jij het ook niet mag zien. En ik dacht dat u zie het mag geen een zien. [/v] sound
informant [a] Het mag geen een zie. [/a] sound
veldwerker [v=339] En dat betekent niemand mag het zien. [/v] sound
informant [a] Dat mag niemand zien het mag geen een zie. [/a] sound
veldwerker [v=526] Wie heeft jou op de kermis gezien. Hoe vertaalt u dat. [/v] sound
informant [a] Wel hef jou op de kermis zie. [/a] tagging sound
veldwerker [v=526] En als je dat jou niet zo benadrukt maar als je zegt wie heeft je op de kermis gezien. [/v] sound
informant [a] Wel hef je op de kermis zie. [/a] sound
veldwerker [v=260] Wat denk je wie ik in de stad getroffen heb. En dan gaat het om wat denk je wie. Kan dat zo voorkomen. [/v] sound
veldwerker [v=260] Dus dan wordt het iets als wat denk je wel ik _. [/v] sound
informant [a=j] _ wel ik in de stad tegen kwam. Ja. [/a] tagging sound
veldwerker [v=265] Kan je zeggen hoe denk je hoe ze het hebben opgelost. Met twee keer hoe. Hoe denk je hoe ze het oplost hebben. [/v] sound
informant [a=j] Hoe denk je hoe ze het oplossen zult. [/a] tagging sound
informant [a=j] Ja dat kan. [/a] sound
veldwerker [v=501] Marie zit te stoofperen schillen. Kunt u zeggen Marie zit te stoofperen schillen en Marie zit stoofperen te schillen. [/v] tagging sound
informant [a=j] Dat kan allebeide. [/a] sound
veldwerker [v=501] Is de een nog beter dan de ander. [/v] sound
informant [a] Het kan allebeide wel. Heb jij daar verschil in . [/a] sound
hulpinterviewer [a] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=296] Zou hij dat daan hebben kund. Daar zei u dat het moest zijn zou hij dat daan kunnen hebben. Maar zou hij dat daan hebben kund kan dat ook. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja dat kan wel. Dat kan. [/a] sound
veldwerker [v=296] Maar het is niet heel gebruikelijk. [/v] sound
informant [a] Ik denk eerder dat we zegt van zul hij dat daan kunnen hebben. [/a] sound
veldwerker [v=296] En heeft u nog verschil tussen zou hij dat daan kunnen hebben en zou hij dat daan kund hebben. [/v] sound
informant [a] Ik vind het beide wel kunnen. [/a] sound
veldwerker [v=305] Zou hij dat doen kund hebben. [/v] sound
hulpinterviewer [a=j] Zol hij dat wel doen kund hebben. [/a] tagging sound
veldwerker [v=305] En is er dan nog verschil tussen zou hij dat doen kunnen hebben en zou hij dat doen kund hebben. Of kan het alletwee. [/v] sound
hulpinterviewer [a] Dan zeggen wij eerder zullie dat doen kund hebben als doen kunnen hebben. [/a]

zul ie
sound
informant [a] Zol hij dat wel doen kunnen hebben zeg ik nog wel eens. [/a] tagging sound
veldwerker [v=351] Ik weet dat hij hen zwemmen is gaan. Die kon he. [/v] sound
informant [a] ik weet dat hij hen zwemmen gaan is. [/a] sound
veldwerker [v=351] En deze volgorde kan dus echt niet. Ik weet dat hij hen zwemmen is gaan. [/v] sound
informant [a=n] Dat kan niet. Dat zeggen wij nooit. [/a] sound
veldwerker [v=321] Die rare jongen ben ik mee naar de markt geweest. En u zei met die rare jongen ben ik naar de markt geweest. Kunt u dat met aan het begin weglaten. Die rare jongen ben ik mee naar de markt geweest. sound
informant [a=j] Nee dan zeg ik er vast met voor met die rare jongen ben ik naar de markt weest. Dan zeg ik vast niet die rare jongen ben ik mit naar de markt _. Ja dan komt met op een andere plek he. Die rare jongen ben ik met naar de markt weest. Zou beide kunnen. [/a] sound
veldwerker [v=328] Jan vindt dat je moet zulke dingen niet geloven. In deze volgorde dus moet staat een beetje vooraan. [/v] sound
veldwerker [v=328] Kunt u dat zo zeggen. [/v] sound
informant [a=n] Nee zo kan het niet. [/a] sound
veldwerker [v=387] Kunt u dat wel zeggen. Nooit niet. sound
informant [a=j] Dat kan wel dat nooit niet. [/a] tagging sound
veldwerker [v=485] Persoon a vraagt zal ik koken. Persoon b antwoordt dat doe maar. Kunt u dat zeggen dat doe maar. [/v] sound
informant [a=j] Ja dat doe maar. [/a] tagging sound
veldwerker [v=885] Alle vormen van het werkwoord gaan. Dus ik ga jij gaat. [/v] sound
informant [a] Ik ga jij gaat hij giet wij gaat jullie gaan zij gaan of zij gaat ook en Jan giet. [/a] tagging sound
veldwerker [v=885] En dan nog even andersom. [/v] sound
informant [a] Morgen ga ik morgen ga jij naar de markt morgen giet hij morgen giet Jan morgen gaan wij morgen gaan jullie. [/a] tagging sound
veldwerker [v=885] Jullie gebruiken jullie dat. [/v] sound
informant [a] Gaat ee. [/a] tagging sound
informant [a] Ben je met den beiden naar de markt weest zeggen wij dan he. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Ja. Hei je met den beiden naar de markt weest. [/a] sound
veldwerker [v=885] En morgen gaan zij naar de markt. [/v] sound
informant [a] Morgen gaat zie. [/a][/n] tagging sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
084 Ik vind dat iedereen zwemmen moet kunnen Komt voor? komt voor : j
161 Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet Komt voor? komt voor : j
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland komt voor : j
228 Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet Peilen naar betekenis (bevestigend of ontkennend).; Laten inspreken: Betekent dit dat hij slaapt of juist niet? komt voor : n
243 Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet Peilen naar betekenis (bevestigend of ontkennend).; Laten inspreken: Betekent dit dat hij slaapt of juist niet? komt voor : n
245 De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen 1 invullen bij ANTWOORD 1; 2 invullen bij ANTWOORD 2 komt voor (1) : n
komt voor (2): n
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : j
vorm: wie zien
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : j
vorm: die zien
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : j
vorm: waarvan
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: waar az ze op zate
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: daar ze
267 Hij heeft zijn handen gewassen als zonder reflexief vertaald, vragen of de variant met 'zich' ook kan voorkomen. Varianten opnemen als 'komt voor'-vragen. Als 'zich' voorkomt dan 'zijn handen' en 'de handen' afvragen. komt voor : j
328 Jan vindt dat je moet zulke dingen niet geloven Laten uitspreken als één geheel komt voor : n
347 Ik weet dat hij is gaan zwemmen geen vertaling gegeven komt voor : j
vorm: ik weet dat hij hen zwemmen gaan is
350 Ik weet dat hij gaan zwemmen is Komt voor? komt voor : n
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : n
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. komt voor : n
485 Persoon A vraagt: Zal ik koken? Persoon B antwoordt: Dat doe maar! Komt voor? ; in de betekenis: dat is goed komt voor : j
495 Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien Komt voor? komt voor : n
530 Marie zei dat jij Piet een boek hebt geprobeerd te verkopen Komt voor? komt voor : n
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt. komt voor : n
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. komt voor : j
vorm: zelfs hie kan dat niet oplossen
730 Hoe laat is dat eigenlijk? komt voor : n
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) komt voor : j
vorm: we
zin: mogen we wel weten dat wie ook vraagd bint
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) komt voor : j
vorm: wie
zin: mogen we wel weten dat wie ook vraagd bint
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). komt voor : j
vorm: weet ee/westo iets over het weer morgen
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). komt voor : j
zin: eet weet wel daj slim genoeg bent
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). komt voor : j
zin: do wes wel dasto slim genoeg bis
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. komt voor : n
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. komt voor : j
vorm: mekaar
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) komt voor : j
vorm: zuk
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : j
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : j
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : n
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : n
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM komt voor : j
vorm: az u vindt dat u gezond leeft u dan vooral zo wieder
751 Asse ze denken datte ze moeten gaan, dan gane ze maar (KOMT VOOR + VERTAAL). komt voor : n
752 An ze denken dan ze moeten gaan, gaan ze maar komt voor : n
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) komt voor : n
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) komt voor : n
755 Asse we horen datte we moeten gaan, gane we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
756 An we horen dan we moeten gaan, gaan we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
760 Asse jullie horen datte jullie nodig zijn, gane jullie meteen. komt voor : n
761 An jullie horen dan jullie nodig zijn, gaan jullie meteen. komt voor : n
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az ik ga
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan gaak
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: ajje gaat
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan ga je maar
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. komt voor : j
vorm: az u gaat
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. komt voor : j
vorm: dan gaat u
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: azze giet
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan giete
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az ze gaat
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan gaat ze
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az het giet
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan giet het
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: auw gaat
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan gauw
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az jullie gaat
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan ga jullie
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az ze gaat
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan gaat ze
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: ga onmiddelijk fort
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen ik gung
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung jij ook
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen jij gung
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung ik niet
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen u gung
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen gung hie ook
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen hie gung
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung u ook
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen zij gung
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gunt nie
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen het gung
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung ze
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor : j
vorm: toen wie gungen
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor : j
vorm: gungen jullie
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor : j
vorm: gungen ee ook
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen jullie gungen
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gungen wij niet
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen ze gungen
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gungen ze
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
vorm: wel
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: wel ze roepen hebt
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: die ze roepen hebt
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: wel het verhaal verteld hef
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : j
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : n
806 Hij zou het gedaan gekund gewild hebben. komt voor : n
807 Marie zit te stoofpeer schillen. komt voor : j
808 Marie zit te stoofperen schillen. komt voor : j
809 Marie zit te piano spelen. komt voor : j
810 Hij zit weer te voorzeggen. komt voor : j
812 Hoe haal je het in je hoofd en gooi met eten? In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
813 Hoe haal je het in je hoofd en gooien met eten? In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
814 Hij heeft geen zin en voeren die koeien weg. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
815 Hij heeft geen zin en voer die koeien weg. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
816 Hij heeft geen zin en wegvoeren die koeien. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : n
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : j
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : j
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : j
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : j
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : n
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : n
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : n
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : n
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM komt voor : j
vorm: zich
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM komt voor : j
vorm: zuk
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM komt voor : j
vorm: zukzelf
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM komt voor : n
vorm: zukzelf
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM komt voor : j
vorm: zuk