SAND-data Noord-Sleen (G054p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 01817) vertaling: Jan heugt sich dat verhaal wal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 01817) vertaling: Marie en Piet ziét mekare veur de kerk (karke)
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 01817) vertaling: Toon wast-hum
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 01817) vertaling: Timmerman hef gin spiekers (nagels) bie sich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 01817) vertaling: Fons zag een slange naost sich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 01817) vertaling: Erik liet mij veur sich werken
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 01817) vertaling: Erik liet mij veur sich werken
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 01817) vertaling: 'k Mos warken veur Erik
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 01817) vertaling: 'k Mos warken veur Erik
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 01817) vertaling: Johanna liet-sich/such mètdrievn op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 01817) vertaling: Toon bekek sichself (hum) maal góed in spiégel
opm.: reflexief: zichzelf reflexief: hem
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 01817) vertaling: Jan hef in 2 minuutn 'n glas bier opdrunken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 01817) vertaling: Disse schóéne loopt makkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 01817) vertaling: Eduard kent humself góéd
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 01817) vertaling: Ward hef heurd datter foto's van hemself in etalage staot
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 01817) vertaling: Die errepel schilt niet makkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 01817) vertaling: Dit glas brek as 't op de grond völt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 01817) vertaling: Dokter, lève-ik wel gezond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 01817) vertaling: Al jaoren leeft-e van de arfenis van zien vâ
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 01817) vertaling: Disse weke lef-sie op water en brood
opm.: 'géén stoete, 't is een uitdrukking!'
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 01817) vertaling: Lef 't nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 01817) vertaling: Hoelange leef-ie al van die arfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 01817) vertaling: In Bretagne leef-se veural van 't vissen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01817) vertaling: Nao 't eten doek de oogn dig
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01817) vertaling: Nao 't eten doek de oogn dig
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01817) vertaling: Nao 't eten doek de oogn dig
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01817) vertaling: Nao 't eten gao'k slaopen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01817) vertaling: Nao 't eten gao'k slaopen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01817) vertaling: Nao 't eten gao'k slaopen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01817) vertaling: Nao 't eten gao'k op een oor
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01817) vertaling: Nao 't eten gao'k op een oor
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01817) vertaling: Nao 't eten gao'k op een oor
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 01817) vertaling: Zo'k dat wal dóén kunt
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 01817) vertaling: Hie liet sien hoes ofbreekn
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 01817) vertaling: Ik wet (wete) dat Jan hard mut kunn warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 01817) vertaling: Ik wet (wete) dat Jan hard mut kunn warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 01817) vertaling: Ik wet (wete) dat Jan hard mut kunn warken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 01817) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 01817) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 01817) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 01817) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 01817) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 01817) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 01817) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 01817) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 01817) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 01817) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 01817) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 01817) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 01817) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 01817) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 01817) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 01817) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 01817) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 01817) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 01817) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 01817) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 01817) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 01817) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 01817) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 01817) vertaling: Jan hef gin boek meer, gieniene (geen enkele)
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 01817) vertaling: Jan hef gin boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 01817) vertaling: boekn hef Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 01817) vertaling: Jan hef nieveule geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 01817) vertaling: Gieniene mag praotn over dit zakie
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 01817) vertaling: Gin mense seg dattu kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 01817) vertaling: Zittn hier argens móézen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 01817) vertaling: 'k Geve helemaol niks an un aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 01817) vertaling: Gin mense wil warkn
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 01817) vertaling: Wie wussen helemaol niet dattu in hoes was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 01817) vertaling: Ik wusse 't ôk nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 01817) vertaling: He mag met gin/gien mense over dit zakie praotn
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 01817) vertaling: Jan wet dattu veur dree ure de waogn maokt mut hebbn
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 01817) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 01817) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 01817) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 3
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 01817) vertaling: Merie heur auto is stukkend (kepot)
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 01817) vertaling: Auto van Piet is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 01817) vertaling: Piet zien auto is stukkend (kepot)
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 01817) vertaling: Die man zien auto lig in de kreukels (is kepot)
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 01817) vertaling: Den auto is nie-van-mie, maor ziend
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 01817) vertaling: De krante van gister lig under de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 01817) vertaling: Jan is Karolien en Kristien heur breurtie
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 01817) vertaling: Fietsen van die jongen (=jongens) bint jat
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 01817) vertaling: De móé van die zussen is op vesiet
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 01817) vertaling: Die auto is Wim ziend
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 01817) vertaling: Die fietse is miend
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 01817) vertaling: Hie mag met gin mense aover dit zakie praotn
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 01817) vertaling: 'k Wil gin mense zeer doon
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 01817) vertaling: Sunde, dat wij niet komm mag
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 01817) vertaling: Dat gao 'k niet doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 01817) vertaling: 'k Heo niet warkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 01817) vertaling: Hij had 't nog maor net zegd of Merie begun te snottern
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 01817) vertaling: Gao de bestellings nou maor ophaaln
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 01817) vertaling: hij warkt niet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 01817) vertaling: Hee dut niks
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 01817) vertaling: Hee dut niks
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 01817) vertaling: hij warkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 01817) vertaling: Je haalt 't niet in je heufd um hier te komm.
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 01817) vertaling: Jan hield teegn da'w Merie belln
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 01817) vertaling: Jan hield teegn da'w Merie belln
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 01817) vertaling: Jan wol nie hebn da'w Merie belln
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 01817) vertaling: Jan wol nie hebn da'w Merie belln
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01817) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01817) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01817) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01817) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01817) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01817) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01817) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01817) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 01817) fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: aj (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: aj (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: aj (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: aj (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: aj (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: aj (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: aj (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: aj (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01817) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01817) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01817) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01817) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01817) fragment: 2: te (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 01817) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 01817) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 01817) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 01817) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 01817) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 01817) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 01817) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 01817) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 01817) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 01817) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 01817) fragment: as (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 01817) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 01817) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 01817) fragment: as (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 01817) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 01817) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 01817) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 01817) vertaling: Ik wet (weet) dat ule (je) op gin mense kwaod bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 01817) vertaling: Ik wet dat se op niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 01817) vertaling: Els denkt da't nie makkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 01817) vertaling: Ik weet da'k te late benne en joe niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 01817) vertaling: Ie wet toch da'j mut warkn en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 01817) vertaling: Elk en ien denkt da'wij naor huus gaot en dat sie nog bliemn mugt
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 01817) vertaling: Sunde, dat hij kump en sie vot giet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 01817) vertaling: 'k Denke dat Lisa zíék is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 01817) vertaling: 'k Denke dat Pieter en Lise trouwn gaot.
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 01817) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 01817) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 01817) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 01817) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 01817) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 01817) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 01817) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 01817) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 01817) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 01817) vertaling: ja, hie slûp
komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 01817) vertaling: ja, hie slûp
komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 01817) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 01817) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 01817) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 01817) vertaling: nee, hie slûp-nie
komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 01817) vertaling: nee, hie slûp-nie
komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 01817) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 01817) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 01817) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 01817) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 01817) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 01817) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 01817) fragment: die zien (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 01817) fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 01817) fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 01817) fragment: wao (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 01817) fragment: wao (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 01817) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 01817) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 01817) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 01817) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 01817) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 01817) fragment: dat was (1)
opm.: 'was' in de voorgedrukte zin is doorgestreept
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 01817) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 01817) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 01817) fragment: wel (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 01817) fragment: wel (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 01817) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 01817) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 01817) fragment: waor-as (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 01817) fragment: waor-as (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 01817) fragment: dat wie (1)
opm.: 'we' in voorgedrukte zin is doorgestreept; twijfelgeval D-woord en voegwoord; twijfelgeval voegwoordvervoeging
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 01817) fragment: da'w (1)
opm.: 'we' in voorgedrukte zin is doorgestreept; twijfelgeval D-woord en voegwoord; twijfelgeval voegwoordvervoeging
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 01817) fragment: da'w (1)
opm.: 'we' in voorgedrukte zin is doorgestreept; twijfelgeval D-woord en voegwoord; twijfelgeval voegwoordvervoeging
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 01817) fragment: dat wie (1)
opm.: 'we' in voorgedrukte zin is doorgestreept; twijfelgeval D-woord en voegwoord; twijfelgeval voegwoordvervoeging
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 01817) fragment: wak (1)
opm.: 'ik' in voorgedrukte zin is doorgestreept; twijfelgeval voegwoordvervoeging
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 01817) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 01817) fragment: wel as (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 01817) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 01817) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 01817) fragment: wel as (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wa-dach-ie, wel ik in de stad tegn komm ben
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wel denk-ie, dak in de stad zien heb
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wel denk-ie, dak in de stad zien heb
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wa-dach-ie, wel ik in de stad tegn komm ben
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 01817) vertaling: Wa-dach-ie, hoe ze 't veur mekaar krégen heb
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 01817) vertaling: Magda wet niet wel wie wilt opbelln
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 01817) vertaling: Wet ter ene, wel wij roep'n hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wel denk-ie, dak in de stad zien heb
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wa-dach-ie, wel ik in de stad tegn komm ben
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wa-dach-ie, wel ik in de stad tegn komm ben
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wel denk-ie, dak in de stad zien heb
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wa-dach-ie, wel ik in de stad tegn komm ben
opm.: voegwoord voorop in bijzin
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wel denk-ie, dak in de stad zien heb
opm.: voegwoord voorop in bijzin
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wel denk-ie, dak in de stad zien heb
opm.: voegwoord voorop in bijzin
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01817) vertaling: Wa-dach-ie, wel ik in de stad tegn komm ben
opm.: voegwoord voorop in bijzin
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 01817) vertaling: Hie hef zien hânn wâssn.
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 01817) vertaling: Hie hef zien hemp wâssn
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 01817) vertaling: Hie hef 'n hoe-oed op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 01817) vertaling: Hie hef een vlek op zien hemp
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 01817) vertaling: Zien hemp is mossig
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 01817) vertaling: Zien hemp is mossig
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 01817) vertaling: Hie hef een vlek op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 01817) vertaling: Hie hef zien bien brookn
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 01817) vertaling: 't Hef um zeer daon
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 01817) vertaling: Marie trök de deekn naor sich toe (tou)
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 01817) vertaling: Luc wet dat-'r foto's van hum te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 01817) vertaling: Ie wet toch nog wel da'w toen deur dat bos lopen bint
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 01817) vertaling: Stiet mie bij dat de auto van Marie stukkend was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 01817) vertaling: 't Heugt mij dat ...
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 01817) vertaling: 't Heugt mij dat ...
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 01817) vertaling: Stiet mie bij dat de auto van Marie stukkend was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 01817) vertaling: Zie wet nog dat hie as een zwien zat te vreten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 01817) vertaling: Wie wet nog wel dat Jan zienboekn allemaol stooln waarn maor zie weten d'r niks meer van
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 01817) vertaling: Stiet je nog bij da'w Jan op de maark zien hebn
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 01817) vertaling: Hie hef zich te barstens warkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 01817) vertaling: Hie vuulde dat-e deur 't ies zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 01817) vertaling: f: Zol hie (hij) dat kunt daon hebn?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 01817) vertaling: Zol hij dat hebn daon kunt
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 01817) vertaling: Zol hij dat hebn daon kunt
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 01817) vertaling: f: Zol hie (hij) dat kunt daon hebn?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 01817) fragment: kunt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 01817) fragment: daon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 01817) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 01817) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 01817) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 01817) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 01817) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 01817) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 01817) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 01817) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 01817) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 01817) vertaling: Wie mut naor deel beestn voern
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 01817) vertaling: Wie mut naor deel beestn voern
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 01817) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 01817) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 01817) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 01817) vertaling: 'k weet dattu vot is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 01817) vertaling: 'k weet dattu vot is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 01817) vertaling: ik wette dat-e vot is
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 01817) vertaling: ik wette dat-e vot is
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 01817) vertaling: Plietsie zol bie hum komm en nemt hum met
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 01817) vertaling: Plietsie zol bie hum komm en nemt hum met
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 01817) vertaling: Alle biestn van Merie bent verzopen deur 't waoter
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 01817) vertaling: Alle biestn van Merie bent verzopen deur 't waoter
komt voor: j
opm.: dav
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 01817) vertaling: Hoe ze keze maakt, week-nie
komt voor: j
opm.: dav
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 01817) vertaling: Hoe ze keze maakt, week-nie
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 01817) vertaling: 'k Ben met Jan me-(e)-wes naor de maark
komt voor: j
opm.: dav
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 01817) vertaling: 'k Ben met Jan me-(e)-wes naor de maark
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 01817) vertaling: De eerste dree somm heb ik al maakt, en doe dan
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 01817) vertaling: De eerste dree somm heb ik al maakt, en doe dan
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 01817) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 01817) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 01817) vertaling: Disse zol ik niet dörven eetn
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 01817) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 01817) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 01817) vertaling: 'k Heb hiel wat loopn daon
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 01817) vertaling: 'k Heb hiel wat loopn daon
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 01817) vertaling: 'k Word nou mû, dus 'k hol d'r maor mee op
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 01817) vertaling: 'k Word nou mû, dus 'k hol d'r maor mee op
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 01817) vertaling: Hie dee net offe zó uut bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 01817) vertaling: Hie dee net offe zó uut bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 01817) vertaling: De schilder is hier west um te vären
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 01817) vertaling: De schilder is hier west um te vären
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 01817) vertaling: Denk-ie daj naor hoes gaot
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 01817) vertaling: Denk-ie daj naor hoes gaot
komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 01817) vertaling: In die tied leefd-ik 'r lustig op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 01817) vertaling: Vrogger was 't net 'n biest
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 01817) vertaling: Daor leefvn wie as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 01817) vertaling: Gin mense mag 't sien, dus 'k vind dat ie 't ok niet sien mag
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 01817) vertaling: 't Is gebeurd toen ie votging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 01817) vertaling: 'k Weet waor ie geboorn bint
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 01817) vertaling: Aj klaor bint maj gaon
opm.: als i.p.v. nu; twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 01817) vertaling: Toen Merie störvn was, hef heur man Anna nie-meer helpen kunt
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 01817) vertaling: 'k Weet datte is gaon zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 01817) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 01817) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 01817) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 01817) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 3
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 3
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 01817) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 01817) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 01817) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 01817) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 01817) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 01817) vertaling: Met suk weer kuj niet völle doon
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 01817) vertaling: Met suk weer kuj niet völle doon
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 01817) vertaling: As 'r karmse is komt de mèènsen hen boeten
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 01817) vertaling: As 'r karmse is komt de mèènsen hen boeten
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 01817) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 01817) vertaling: 'k Wil hum nooit meer ziéién, umdat e mij bedrogen hef
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 01817) vertaling: 'k Wil hum nooit meer ziéién, umdat e mij bedrogen hef
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 01817) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 01817) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 01817) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 01817) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 01817) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 01817) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 01817) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01817) fragment: dee (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01817) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01817) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01817) fragment: dee (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: dattu (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: dattu (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: van wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: van wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: dattu (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: van wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: dattu (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01817) fragment: van wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01817) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01817) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01817) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01817) fragment: waorvan (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 01817) fragment: waormet (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 01817) fragment: met wel (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 01817) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 01817) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 01817) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 01817) fragment: waor (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 01817) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 01817) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 01817) fragment: zoas (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 01817) fragment: zoas (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 01817) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 01817) fragment: wat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 01817) fragment: wel (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 01817) fragment: wel (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 01817) fragment: elk ien die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 01817) fragment: elk ien die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 01817) fragment: heur (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 01817) vertaling: Piet denkt dat Jan en Merie op elk-ien kwaod/hellug bint
betekenis: geen negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 01817) vertaling: Piet denkt dat Jan en Merie op elk-ien kwaod/hellug bint
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 01817) betekenis: negative concord
opm.: geen vertaling
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 01817) vertaling: 't Is waor, dat-se niet met Merie praotn meugt/meugt praotn
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 01817) vertaling: 't Is waor, dat-se niet met Merie praotn meugt/meugt praotn
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 01817) vertaling: nargns (nergens)
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 01817) vertaling: gin mense
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01817) vertaling: met St. Juttemus
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01817) vertaling: met St. Juttemus
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01817) vertaling: met St. Juttemus
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01817) vertaling: as kalver op 't ies danst
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01817) vertaling: as kalver op 't ies danst
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01817) vertaling: as kalver op 't ies danst
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01817) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01817) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01817) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 01817) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 01817) vertaling: gien iéne
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 01817) vertaling: Je mut hum nièt segn, da'k hen boeten west bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 01817) vertaling: Denk ter umme, daj niet segt daj een kedo veur hum kocht hebt, heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 01817) vertaling: Wet-ie niet dattù vaaln is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 01817) vertaling: Haj niet heurd dattù vaaln is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 01817) vertaling: Haj niet heurd dattù vaaln is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 01817) vertaling: Wet-ie niet dattù vaaln is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 01817) vertaling: Wendy perbeerde um gin mense zeur te dôon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 01817) vertaling: 't Schient datse niks eetn mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 01817) vertaling: Sie schient niks te meugn eetn
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 01817) vertaling: Ze perbeerden de hiele dag al um mekare te belln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 01817) vertaling: 't Liekt een mooie dag te woddn
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 01817) vertaling: Best meugluk dat 't beter is um nog eevn/een zettie te waggn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 01817) vertaling: Wie tröffn 't daw hum direct trug vunn
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 01817) vertaling: As de hóénder 'n vaalk ziet, bint ze katsbenauwd
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 01817) vertaling: As wie de errepel nièt verkoopn könt, dan zitte-wie-'r met.
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 01817) vertaling: As ie (ulie) 'm niet metnemt, wok hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 01817) vertaling: Hee wus't wal
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 01817) vertaling: Op dit feest wot-ter veul daanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 01817) vertaling: Now wotter allennig nog mar stoete verkoch in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 01817) vertaling: Asse met de fietse kump, zallù wel late weesn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01817) vertaling: naokomm!
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01817) vertaling: naokomm!
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01817) vertaling: naokomm!
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01817) vertaling: Aj tied hebt, kom dan maal langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01817) vertaling: Aj tied hebt, kom dan maal langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01817) vertaling: Aj tied hebt, kom dan maal langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01817) vertaling: weerkomm!
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01817) vertaling: weerkomm!
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01817) vertaling: weerkomm!
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 01817) vertaling: Ak rieke bin, koop ik een dúre auto
opm.: 'au uitspreken als au' twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 01817) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 01817) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 01817) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 01817) vertaling: dörf ie hum oet te neugen
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 01817) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 01817) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 01817) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 01817) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 01817) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 01817) vertaling: Zie lef op water en brood dizze weke
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 01817) vertaling: Zie lef op water en brood dizze weke
komt voor: j
opm.: dav
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01817) vertaling: Merie hef zegd, dat joe perbeert hebt um een liedtien te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01817) vertaling: Merie hef zegd, dat joe perbeert hebt um een liedtien te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01817) vertaling: Merie hef segd daj perbeert hebt een liedtien te zingn.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01817) vertaling: Merie hef segd daj perbeert hebt een liedtien te zingn.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 01817) vertaling: Merie hef zegd dat joe perbeert hebt heur een bóék te geevn.
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 01817) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 01817) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 01817) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 01817) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 01817) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 01817) vertaling: Die lûu van de stad, die hebt hier veul wonings zet
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 01817) vertaling: An die neije vaort, daor ziej gin mense meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 01817) vertaling: ... daor is 't oetstömm
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 01817) vertaling: ... daor is 't oetstömm
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 01817) vertaling: An die neije vaort, daor ziej gin mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 01817) vertaling: Jan is hier gister wês
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 01817) vertaling: De dag dat Jan belde was ik niet in hoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 01817) vertaling: Jef, den zol ik nooit oetneugn
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 01817) vertaling: Merie, die zol nooit zuk sowat doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 01817) vertaling: Bert hef wal 's een glas te veule op
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 01817) vertaling: Martha die sol ik wel 'n maol bie mie in hoes willen vraogen/ oetneugn
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 01817) vertaling: Dat hoes dat sol ik nooit koopn wilt
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 01817) vertaling: Dat hoes, dat stiet er al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 3
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 01817) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 01817) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 01817) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 01817) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 01817) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 01817) vertaling: Hef Gunther beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 01817) vertaling: kiek-oet
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 01817) vertaling: 't Was mar krap-an goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 01817) vertaling: Marjo hef now mèr biésn (kóende/koenn) dan vrogger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 01817) vertaling: As Susanne had komm könt, dan hasse dat daon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 01817) vertaling: Sie is de beste dokter wel ik ken(ne)
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 01817) vertaling: Veur daj wat votgooit muj eevn belln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 01817) vertaling: Hier is alles wak kreegn hebbe.
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 01817) vertaling: Jan is te zunig um wat an zien kiender te geevn
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 01817) vertaling: Doest-net of-ie/doe wat van voetballn wet
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 01817) vertaling: Aj helemaol niet waggen könt dan kom maar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 01817) vertaling: Ik wet dat Jan de dokter had róépen könt
opm.: geen IPP
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 01817) vertaling: Hie zee dat ik dat had doon muttn.
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 01817) vertaling: Hie zee, dat ik 't daon mus hebbn
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 01817) vertaling: Lesten week is hij deur dokter Mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 01817) vertaling: Mörgen wotte deur dokter M. opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 01817) vertaling: 'k Denke, daj völle vot zol muttn gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 01817) vertaling: 'k Denke, daj völle vot zol muttn gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 01817) vertaling: 't Is onwies um zukke dure dingen vot te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 01817) vertaling: 't Is onwies um zukke dure dingen vot te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 01817) vertaling: Hie is gangs um alle kepotte spuln vot te gooien
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 01817) vertaling: 'k Vin daj vááker de kraante zol mutten leezn
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 01817) vertaling: 'k Vin daj vááker de kraante zol mutten leezn
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 01817) vertaling: 't Is dom um in duuster de kraante te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 01817) vertaling: 't Is dom um in duuster de kraante te lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 01817) vertaling: Hij is de hiele dag de kraante an 't leezn
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 01817) vertaling: Hij is de hiele dag de kraante an 't leezn
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 01817) fragment: deur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 01817) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 01817) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 01817) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 01817) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 01817) vertaling: R hef ien grune appel votgeevn, en now heffe nog twei rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 01817) vertaling: 'r was een koppel volk op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 01817) vertaling: Was-'r een koppel volk op 't fees?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 01817) vertaling: Wat veur bóékn hej kocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 01817) vertaling: Hie woont bie Merie
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 01817) vertaling: Hie woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 01817) vertaling: Wim, gao-es eevn naor de bakker
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 01817) vertaling: Wel hej zien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 01817) vertaling: Wel hef joe zien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 01817) vertaling: Ak dat weetn had, dan hak 't niet daon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 01817) vertaling: 't was völle bèter aj nog eevn wacht
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 01817) vertaling: Mar góéd dat Jan dokter beld had, hie was-er rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 01817) vertaling: Loop toch deur, rotjongen
opm.: 'jongen is zonder -s'
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 01817) komt voor: j
gebr.: 2
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 01817) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 01817) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 01817) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 01817) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 01817) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Noord-Sleen

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Noord-Sleen